zelfstandig

Zachtere landing handhaving op schijnzelfstandigheid zzp’ers

Er is veel onrust ontstaan bij bedrijven en organisaties inzake het werken met zzp’ers na 1 januari 2025. Dan vervalt namelijk het zogenaamde handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid, dat de Belastingdienst al langere tijd hanteert. De Belastingdienst gaat vanaf 2025 dus weer handhaven. De Tweede Kamer heeft verzocht om een zachtere landing.

Tot 1 januari 2025

Handtekening

Dit handhavingsmoratorium, dat dus per 1 januari 2025 vervalt, houdt nu nog in dat er alleen gehandhaafd wordt en een boete opgelegd wordt als blijkt dat er bij gevallen van schijnzelfstandigheid sprake is van kwaadwillendheid. In alle overige gevallen volgt er eerst een aanwijzing dat sprake is van een arbeidsovereenkomst, waarna de ondernemer de gelegenheid krijgt om hierop te handelen.

Moties

Inmiddels heeft de Tweede Kamer diverse moties aangenomen om de onrust bij bedrijven en organisaties weg te nemen en wat meer duidelijkheid te geven.

Let op! Het kabinet beslist wat er met een aangenomen motie gebeurt en is niet verplicht om deze op te volgen.

Alleen risicogericht handhaven

Zo is er een motie aangenomen waarbij de regering wordt verzocht om de eerder voorgenomen handhavingsstrategie te wijzigen en te zorgen voor een zachtere landing door voorlopig, voor in ieder geval één jaar, alleen risicogericht te gaan handhaven.

Hierbij zal de focus moeten komen te liggen op probleemgevallen, waarbij gedacht kan worden aan zaken als gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling, evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmigratieconstructies.

Let op! In dezelfde motie wordt ook verzocht zo veel mogelijk rekening te houden met de menselijke maat en maatwerk.

Andere moties

Verder zijn er nog diverse andere moties aangenomen die betrekking hebben op het wegnemen van de onrust rondom het inhuren van zelfstandigen.

  • Zo is er een motie aangenomen om vóór 1 november 2024 een duidelijk afwegingskader te publiceren op de website van de Belastingdienst.
  • Ook is er een motie aangenomen die verzoekt om in de handhaving coulant om te gaan met onbewust onbekwame zelfstandigen door niet direct over te gaan tot het opleggen van boetes.
  • Verder moet het kabinet zicht tot het uiterste inspannen om ervoor te zorgen dat er per 1 januari 2025 geen schijnzelfstandigen meer werkzaam zijn binnen de Rijksdienst.

Tevens is in moties aangenomen:

  • het verkennen van de mogelijkheid om de agrarische sector uit te zonderen van de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen die het kabinet van plan is om in te voeren;
  • om het faciliteren van vooroverleg over de beoordeling van arbeidsrelaties en reeds goedgekeurde modelovereenkomsten effectief van kracht te laten blijven.

Eerdere toezeggingen en aankondigingen

Begin september 2024 zei het kabinet al toe om in 2025 nog geen vergrijpboetes op te leggen als werkgevers en werkenden kunnen laten zien dat zij stappen zetten tegen de schijnzelfstandigheid.

Het kabinet kondigde verder aan dat een naheffing, die normaal tot maximaal vijf jaar terug kan worden opgelegd, maximaal met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 wordt opgelegd. Uitzondering hierop zijn de situaties waarin sprake is van kwaadwillendheid.

Let op! Het kabinet gaf ook aan dat vanaf 6 september 2024 geen modelovereenkomsten meer beoordeeld worden en bestaande modelovereenkomsten niet worden verlengd. Mogelijk dat de aangenomen motie hier nog verandering in brengt.

Werk je met zelfstandigen?

Controleer goed welke afspraken je met hen heeft gemaakt en hoe je dit heeft vastgelegd. Zorg ervoor dat de gemaakte afspraken op papier daadwerkelijk aansluiten bij de praktijk. Denk hierbij aan zaken zoals:

  • beding dat de zzp’er eigen verzekeringen afsluit (waaronder een aansprakelijkheidsverzekering en een arbeidsongeschiktheidsverzekering);
  • geef ruimte aan zzp’ers om voor andere opdrachtgevers te werken;
  • laat de zzp’er zelf factureren;
  • zorg dat de zzp’er zelf verantwoordelijk is voor scholing en opleiding;
  • geef de zzp’er de vrijheid om zich te laten vervangen.

Let op! Voor de beoordeling of sprake is van werken in opdracht of in dienstverband zijn alle omstandigheden van belang en dus niet alleen de hierboven genoemde voorbeelden. Deze voorbeelden zijn wel indicaties die kunnen wijzen op afwezigheid van een dienstverband.

Door |2024-10-16T08:31:47+02:0016 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zachtere landing handhaving op schijnzelfstandigheid zzp’ers

Zelfstandigen straks verplicht verzekerd voor arbeidsongeschiktheid

Het kabinet wil zelfstandigen straks verplichten zich te verzekeren tegen inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Via een verplichte verzekering krijgen zelfstandigen dan een uitkering als ze door een langdurige ziekte niet meer in staat zijn het minimumloon te verdienen. Ze kunnen, onder voorwaarden, ook kiezen voor een private verzekering in plaats van de verplichte verzekering.

Onvoldoende verzekerd

Invalide

Zelfstandigen zijn volgens het kabinet thans onvoldoende verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid. De oorzaak is gelegen in de hoge kosten, maar ook kunnen zelfstandigen zich soms vanwege hun leeftijd of een medische aandoening niet verzekeren. De Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) moet straks ook zorgen voor een gelijker speelveld tussen zelfstandigen onderling en tussen werknemers en zelfstandigen.

Kosten

De wet gaat straks gelden voor alle zelfstandigen die winst uit onderneming in de inkomstenbelasting genieten. Deze zelfstandigen moeten voor de verzekering straks een premie betalen waarvan de hoogte ongeveer 6,5% van hun winst zal bedragen. Op basis van het minimumloon in 2024 zal de maximumpremie ongeveer € 195 per maand bedragen. De premie is fiscaal aftrekbaar.

Let op! De verplichte verzekering gaat straks niet gelden voor dga’s. Ook mensen die inkomsten uit overig werk hebben die geen winst uit onderneming vormen, vallen straks niet onder de verplichte verzekering.

Hoogte uitkering

Een zelfstandige krijgt, bij doorgang van de BAZ, een uitkering als hij/zij door ziekte niet meer het wettelijk minimumloon kan verdienen. In de nieuwe verzekering is de wachttijd bepaald op één jaar. Pas daarna krijgt men een uitkering die 70% van de winst vóór arbeidsongeschiktheid bedraagt, met een maximum van het minimumloon. De uitkering wordt maximaal verstrekt tot de AOW-leeftijd is bereikt.

Alternatief: zelf verzekeren

Zelfstandigen die de uitkering te laag vinden of zich liever zelf verzekeren mogen ook kiezen voor een private verzekering. Dit geldt uiteraard ook voor zelfstandigen die nu al een private verzekering hebben. De te betalen premie én de hoogte van de uitkering bij arbeidsongeschiktheid dienen dan wel in ieder geval gelijk te zijn aan de bedragen volgens de nieuwe verplichte verzekering. Ook moet de uitkering lopen tot de AOW-leeftijd.

Let op! In de wet is voorzien in overgangsrecht voor reeds lopende verzekeringen.

Internetconsultatie

Het plan is nu opgenomen in een wetsvoorstel dat ter internetconsultatie ligt. Iedereen kan hierop van 11 juni tot en met 23 juli 2024 reageren. Daarna moet het al dan niet aangepaste wetsvoorstel nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen voordat het in kan gaan.

Door |2024-06-26T11:46:15+02:0026 juni 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zelfstandigen straks verplicht verzekerd voor arbeidsongeschiktheid
  • Laag BTW-tarief voor parkeren bij meerdaags festival

Laag BTW-tarief voor parkeren bij meerdaags festival

Een organisator van een meerdaags muziekfestival bood de bezoekers de mogelijkheid op het festivalterrein te overnachten. Daarnaast kon er eventueel de auto geparkeerd worden. Op het parkeren in deze situatie is het lage BTW-tarief van 9% van toepassing, aldus Hof Den Haag.

Zelfstandige prestatie?
Voor het Hof is allereerst de vraag aan de orde of het bieden van parkeergelegenheid gezien moet worden als een zelfstandige prestatie. Als er sprake is van een bijkomende prestatie volgt deze namelijk het BTW-tarief van de hoofdprestatie.

Afzonderlijk belang?
Volgens het Hof is parkeren aan te merken als een afzonderlijke prestatie en volgt deze hier dus niet automatisch het BTW-tarief van 9%. Het Hof baseert dit onder meer op het feit dat de bezoekers van het festival een afzonderlijk belang bij het parkeren hebben. Ook maken niet alle bezoekers gebruik van de auto om het festival te bereiken. Verder wordt er voor het parkeren een aparte vergoeding in rekening gebracht.

Let op! In het verleden is al eerder beslist voor parkeren bij een pretpark dat het parkeren niet onder het lage BTW-tarief valt.

Te vergelijken met camping?
Vervolgens komt de vraag aan de orde of het gelegenheid geven tot overnachten op het festivalterrein op één lijn is te stellen met een camping. Voor parkeren door personen die voor korte tijd op een camping verblijven geldt voor het parkeren namelijk het lage BTW-tarief. Dit volgt uit een besluit van de staatssecretaris.

Situaties vergelijkbaar
Het Hof is van oordeel dat beide situaties vergelijkbaar zijn en dat het lage BTW-tarief dan ook voor parkeren op dit meerdaagse festival geldt. Het gevolg voor bovengenoemde zaak is dat de naheffingsaanslag kwam te vervallen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-13T10:55:20+01:0015 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laag BTW-tarief voor parkeren bij meerdaags festival

  • Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

De zomer bereikt dit jaar recordtemperaturen. Misschien lekker als je vakantie viert, maar niet als je moet werken. In dat geval kan een airco wel voor verkoeling zorgen. Is zo’n apparaat in de werkkamer van de ondernemer thuis fiscaal ook aftrekbaar?

Werkkamer fiscaal aftrekbaar?
De werkkamer van de ondernemer thuis is slechts bij uitzondering fiscaal aftrekbaar. Ervan uitgaande dat jouw woning geen ondernemingsvermogen is, is daarvoor namelijk vereist dat een werkkamer zelfstandig is. Dit wil zeggen dat deze een eigen in- of opgang heeft én eigen sanitair heeft. Bovendien moet je ook nog een groot deel van het inkomen in of vanuit de werkkamer verdienen.
Is jouw werkkamer fiscaal niet aftrekbaar, dan is dus ook de airco in de werkkamer niet aftrekbaar.

Wel investeringsaftrek
Als je een airco aanschaft voor de werkkamer, heb je in beginsel wel recht op investeringsaftrekken. Alleen al de investeringsaftrek voor kleinschalige investeringen (KIA) kan oplopen tot 28% van het investeringsbedrag. Je moet wel aan de fiscale voorwaarden voldoen. Zo moet je voor het recht op de KIA in 2022 voor meer dan €2.400 investeren en moet de airco zelf minstens €450 kosten.

Ook de BTW terug
Verricht je zelf BTW-belaste prestaties, dan kun je ook de BTW op de airco terugvragen. Dat geldt ook voor de BTW op de energie die het apparaat verbruikt en op het onderhoud. Verricht je ook deels vrijgestelde prestaties, dan is de BTW naar rato aftrekbaar.

Tip: Houd het energieverbruik van de airco apart bij, dat voorkomt discussie met de inspecteur. Dit kan eenvoudig met een apart metertje in het stopcontact.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-26T11:39:44+02:0026 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaalt de fiscus mee aan de airco in mijn werkkamer thuis?

  • Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

Voor zelfstandig ondernemers die getroffen werden door de Coronacrisis, bestond tot oktober 2021 de Tozo, de tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers. De TOZO bevatte een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en het verstrekken van een lening voor bedrijfskapitaal.

Urencriterium
Voor de Tozo moest worden voldaan aan het urencriterium. Het urencriterium houdt in dat een ondernemer ten minste 1.225 uren per jaar in zijn bedrijf werkzaam moet zijn. Het urencriterium geldt ook als voorwaarde voor tal van fiscale faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek. Op deze manier worden parttime zelfstandigen uitgesloten.

Let op! De bewijslast dat wordt voldaan aan het urencriterium ligt bij de aanvrager van de TOZO. Desgevraagd zal hij dus moeten onderbouwen dat hij ten minste 1.225 uur per jaar in zijn bedrijf werkt.

Als je in 2019 zelfstandigenaftrek hebt gehad, voldoe je aan het urencriterium. Mocht je na 1 januari 2019 zijn gestart, dan moet je aannemelijk kunnen maken dat je in ieder geval in de periode tussen inschrijving bij de KvK en indiening van de aanvraag gemiddeld minimaal 24 uur per week in jouw bedrijf hebt gewerkt.

Versoepeling urencriterium
Voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 oktober 2020 en voor de periode van 1 januari 2021 tot 1 juli 2021 gold er een versoepeling van het urencriterium. Je mag er in die periode gewoon van uitgaan dat je gemiddeld 24 uur per week aan jouw onderneming hebt besteed. Voor seizoensbedrijven gelden specifieke criteria.

Onvoldoende bewijs betekent geen Tozo
Onlangs kwam een zaak voor de rechtbank in Rotterdam waarbij een ondernemer de beslissing van de gemeente aanvocht dat hij geen recht had op de TOZO. Volgens de gemeente had de man niet aangetoond dat hij minstens 1.225 uur in zijn bedrijf werkzaam was. Ook had hij onvoldoende informatie verstrekt over zijn inkomen.

Cursussen
De man had onder meer aangevoerd dat hij in het kader van zijn onderneming ook tal van cursussen had gevolgd. Die tellen weliswaar mee voor het urencriterium – voor zover deze samenhangen met de onderneming -, maar er was op geen enkele manier aangetoond hoeveel uren hiermee gemoeid waren. Alleen het tonen van de facturen volstond hiertoe niet.

Eerder behaalde bedrijfsresultaten
De man had ook geen inzage gegeven in eerder behaalde bedrijfsresultaten. De gemeente had daarom het recht de reeds verstrekte TOZO-gelden terug te vorderen.

TOZO vervangen door Bbz
De TOZO-regeling is inmiddels vervangen door de voordien geldende Bbz-regeling. Die wijkt op één punt af van de Bbz-regeling zoals deze vóór de Coronacrisis gold. Daardoor bestaat nu ook recht op Bbz als een zelfstandig ondernemer over eigen vermogen beschikt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-09T16:20:47+01:009 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voldoen aan urencriterium is vereiste voor TOZO

  • Bedrijfsfusie met terugwerkende kracht? Registreer voor 1 oktober

Bedrijfsfusie met terugwerkende kracht? Registreer voor 1 oktober

Bij een bedrijfsfusie draagt de BV de onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan over aan een ander lichaam. Dit andere lichaam reikt als vergoeding daarvoor aandelen uit aan de BV. Deze bedrijfsfusie kan onder voorwaarden zonder belastingheffing plaatsvinden. Dit kan met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021 als je daartoe vóór 1 oktober 2021 de intentie registreert bij de Belastingdienst.

Fusie
Als een bedrijf wordt overgenomen of bijvoorbeeld twee bedrijven samengaan, is sprake van een fusie. Een van de manieren waarop zo’n fusie plaats kan vinden is door middel van een bedrijfsfusie. Bij een bedrijfsfusie draag je geen aandelen over, maar draagt de BV de onderneming of een zelfstandig onderdeel daarvan over. Als vergoeding daarvoor ontvangt de BV aandelen van de overnemer.

Tip! Een bedrijfsfusie is ook een instrument om een holdingstructuur te creëren.

Bedrijfsfusie fiscaal met of zonder afrekening
Bij een bedrijfsfusie is over het verschil tussen de waarde van de verkregen aandelen en de fiscale boekwaarde van de overgedragen onderneming vennootschapsbelasting verschuldigd. Onder voorwaarden is het echter mogelijk om dit fiscaal zonder afrekening te doen. Fiscaal geruisloos betekent grofweg dat de onderneming wordt voortgezet tegen dezelfde fiscale boekwaarden en dat er geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.

Let op! Een fusie, maar ook het creëren van een holdingstructuur, is ook op andere wijze mogelijk, zoals door middel van een aandelenfusie. Of de bedrijfsfusie de meest aangewezen weg is voor jouw situatie, zal altijd eerst beoordeeld moeten worden aan de hand van de feitelijke situatie.

Terugwerkende kracht fiscaal geruisloze bedrijfsfusie
Is een fiscaal geruisloze bedrijfsfusie mogelijk, dan kan dit met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2021. Voor deze terugwerkende kracht moet je wel vóór 1 oktober 2021 de intentie registreren bij de Belastingdienst.

Tip! Registreer bij twijfel in ieder geval de intentie bij de Belastingdienst. Op die manier kun je fiscaal, onder voorwaarden, nog terug naar 1 januari 2021 als je besluit tot een fiscaal geruisloze bedrijfsfusie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-09T09:39:06+02:009 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bedrijfsfusie met terugwerkende kracht? Registreer voor 1 oktober

  • Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

Ook per 1 juli kunnen ondernemers, onder wie ZZP’ers, de Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers (TOZO) aanvragen. Wat zijn de voorwaarden?

TOZO bestaat uit twee onderdelen
De TOZO heeft bestaat uit twee onderdelen. De TOZO bestaat uit een tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud tot het sociaal minimum en uit leningen ten behoeve van bedrijfskapitaal.

Let op! Voor de TOZO voor de periode juli tot en met september 2021 wordt een partnerinkomenstoets uitgevoerd. Dit houdt in dat het inkomen van de partner meeteelt voor het bepalen van de hoogte van de uitkering.

Activering van ondernemers
Er zal vanaf 1 juli 2021 meer nadruk komen te liggen op de activering van de ondernemers en de ondersteuning daarbij door gemeenten. Deze ondersteuning heeft betrekking op onder andere het levensvatbaar houden of maken van de onderneming, scholing, de zoektocht naar een baan in loondienst en de aanpak van schulden.

Informatieplicht
Om te beoordelen welke ondernemers extra ondersteuning nodig hebben, is in de TOZO voor de periode juli tot en met september 2021 een aanvullende informatieplicht opgenomen. Op basis hiervan dient de ondernemer op verzoek informatie te verstrekken over voortzetting, wijziging of beëindiging van zijn beroeps- of bedrijfsactiviteiten, of op zijn arbeidsinschakeling.

Lening bedrijfskapitaal versoepeld
Verder hoeven leningen in het kader van de TOZO pas vanaf 1 januari 2022 te worden terugbetaald, in plaats van per 1 juli 2021. Ook hoeft tot 1 januari 2022 geen rente te worden betaald. Daarnaast krijgen ondernemers vijf jaar de tijd de lening terug te betalen, in plaats van de oorspronkelijke 3,5 jaar.

Tip! De versoepeling van de voorwaarden inzake terugbetaling en rente gelden ook voor al eerder verstrekte leningen in het kader van de TOZO.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-07T09:51:57+02:007 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorwaarden TOZO Q3 2021 gewijzigd

  • Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

In welke gevallen moet een commissaris of andere toezichthouder BTW berekenen over de toezichthoudende taken die hij uitvoert? De staatssecretaris van Financiën heeft hierover via een besluit eindelijk meer duidelijkheid geboden.

Zelfstandig of niet?
Of BTW berekend moet worden hangt af van de vraag of er sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder ten aanzien van de toezichthoudende werkzaamheden. Dit is vaak niet het geval, wat betekent dat dan geen BTW in rekening hoeft te worden gebracht.

Eerdere uitspraken
Het besluit ligt in het verlengde van eerdere uitspraken van het Europese Hof en de Hoge Raad. In deze zaken hadden de toezichthouders geen individuele taken of verantwoordelijkheden, handelden ze ook niet op eigen naam, voor eigen rekening of verantwoordelijkheid en liepen ze geen economisch risico. Ze waren dan ook niet zelfstandig en hoefden geen btw te berekenen.

Specifieke organen
Het besluit noemt een aantal concrete organen waarbij in het algemeen geen sprake zal zijn van zelfstandigheid. Het betreft:

  • toezichthoudende organen met wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht (o.a. NV, BV, (bedrijfstak)pensioenfonds);
  • toezichthoudende organen zonder wettelijke grondslag in publiek- of privaatrecht vergelijkbaar met NV of BV (o.a. stichting en vereniging);
  • bezwaaradviescommissies en adviescolleges met wettelijke taak;
  • toetsingscommissies, geschillencommissies en vergelijkbare commissies.

Let op! In het algemeen zal in voorgaande situaties geen sprake zijn van zelfstandigheid, maar de beoordeling of wel of niet sprake is van zelfstandigheid blijft altijd een feitelijke beoordeling. Beoordeel daarom altijd, onder meer aan de hand van de statuten en de op de statuten gebaseerde reglementen, of wel of geen sprake is van zelfstandigheid van de commissaris of andere toezichthouder.

Terugwerkende kracht
Het besluit heeft terugwerkende kracht tot 13 juni 2019, de datum van de uitspraak van het Europese Hof. Voor werkzaamheden waarbij na deze datum BTW is berekend en deze is verrekend door de afnemer, hoeft dit niet met terugwerkende kracht gecorrigeerd te worden.

Tip! Een organisatie met (deels) BTW-vrijgestelde prestaties heeft in het verleden de BTW die een commissaris of andere toezichthouder berekende, niet (geheel) in aftrek kunnen brengen. Blijkt nu dat de commissaris of andere toezichthouder ten onrechte BTW berekende omdat de zelfstandigheid ontbreekt? Dan kan het voor de organisatie een financieel voordeel opleveren als de commissaris of andere toezichthouder met terugwerkende kracht de ten onrechte afgedragen BTW bij de Belastingdienst terugvraagt en doorstort naar de organisatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-27T09:16:29+02:0027 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer duidelijkheid over berekenen BTW bij commissaris

  • Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?

Als medicus functioneer je vaak volledig zelfstandig. Toch is dit alleen onvoldoende om ook als zelfstandig ondernemer aangemerkt te kunnen worden. Daarvoor is meer nodig, aldus de rechtbank in Groningen.

Ondernemersfaciliteiten
Ook medici presenteren zich fiscaal vaak graag als zelfstandig ondernemer vanwege de hiervoor geldende fiscale faciliteiten. Met name de MKB-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek leveren een behoorlijke vermindering van de belastingdruk op.

Ondernemer ja of nee?
Voor medici die niet in loondienst zijn, is het vaak de vraag of de verrichte werkzaamheden al dan niet kwalificeren als winst uit onderneming. Het antwoord op deze vraag is afhankelijk van een scala aan factoren. Met name is van belang of er voldoende ondernemersrisico gelopen wordt en hoeveel opdrachtgevers er zijn.

Nevenwerkzaamheden onvoldoende
In bovengenoemde zaak was een kaakchirurge in dienstbetrekking bij een ziekenhuis. Daarnaast verrichtte zij voor eigen rekening invalwerkzaamheden bij een aantal andere ziekenhuizen. Hiervoor presenteerde zij zich fiscaal als ondernemer, maar de fiscus en ook de rechter gingen hier niet in mee. De werkzaamheden en winst, variërend van €8.415 tot €16.924, waren hiervoor onvoldoende.

Resultaat uit werkzaamheid
Zo bleek dat de kaakchirurge slechts aan nieuwe opdrachten kwam door in het medische circuit aan te geven dat ze in de markt was voor praktijkwaarnemingen. De rechter achtte dit onvoldoende en besliste dat de neveninkomsten belast dienden te worden als ‘resultaat uit werkzaamheid’. In dat geval zijn de ondernemersfaciliteiten niet van toepassing.

Totaalplaatje
De uitspraak maakt duidelijk dat de rechter bij twijfel kijkt naar het totaalplaatje. Ondernemersrisico, waaronder het debiteurenrisico, de omvang van de inkomsten, het aantal opdrachtgevers, het totaal aan investeringen en het beperkte streven naar continuïteit leidden in deze zaak tot de conclusie dat er van een onderneming geen sprake was.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-19T09:17:22+02:0019 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer ben je als medicus zelfstandig ondernemer?