werknemers

WBSO voor werkgevers per 2025 verruimd

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2025 via een amendement de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) in 2025 voor werkgevers verruimd. Zelfstandig ondernemers zonder personeel profiteren niet van het voorstel.

WBSO

Groeien

Via de WBSO krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van innovatie en van de vraag of het bedrijf een startende onderneming is of niet. U verrekent de toegekende tegemoetkoming met uw af te dragen loonheffing.

Wijziging percentages

Via het amendement wordt een wijziging van de percentages van de tegemoetkoming in de kosten voorgesteld. Er gelden verschillende percentages qua tegemoetkoming. Voor kosten tot € 350.000 geldt nu een percentage van 32%, voor het meerdere is dit 16%. Voorgesteld wordt vanaf 2025 voor kosten tot € 380.000 het percentage te verhogen naar 36%, voor het meerdere blijft het 16%. Verder geldt voor starters nu een percentage van 40% voor kosten tot € 350.000. Het voorstel is om dit te verhogen naar 50% voor kosten tot € 380.000. Zie onderstaande tabel.

Tarief     2024     2025
Tarief 1e schijf     32%     36%
Tarief 1e schijf starters     40%     50%
Grens 1e schijf     € 350.000     € 380.000
Tarief 2e schijf     16%     16%

Geen voordeel zzp’er

Zzp’ers die zelf innovatief ondernemen, hebben nu onder voorwaarden recht op een extra aftrek van de winst van € 15.551. Starters hebben hier bovenop recht op een extra aftrek van € 7.781, dus in totaal van € 23.332. Het amendement stelt niet voor ook deze bedragen te verhogen.

Financiering

Het amendement stelt ook voor een en ander te financieren door de Aof-premie (arbeidsongeschiktheidsfonds) voor werkgevers met 0,04% te verhogen. Met de verhoging is in totaal € 100 miljoen gemoeid.

Let op! De Eerste Kamer moet nog met de voorstellen akkoord gaan. Ze zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-12-04T10:08:04+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor WBSO voor werkgevers per 2025 verruimd

Voorjaarsnota: tal van gevolgen voor de automobilist

De onlangs verschenen Voorjaarsnota heeft heel wat gevolgen voor de automobilist, zowel voor personenauto’s als bestelauto’s, elektrisch of niet-elektrisch. Wat zijn de plannen?

Elektrische auto

Auto

Voor bezitters van een 100% elektrische personenauto wordt de korting op de motorrijtuigenbelasting (mrb) stapsgewijs afgebouwd per 2026 en niet ineens, zoals eerder was besloten. In 2025 bedraagt de korting nog 100%, vanaf 2026 40% van het normale tarief, vanaf 2029 35%. Vanaf 2031 vervalt de korting en zal ook voor elektrische personenauto’s het normale tarief gaan gelden.
De subsidie voor particulieren bij aankoop van een elektrische personenauto (SEPP) komt na 2024 te vervallen.

Plug-in hybride auto

De korting van 50% op de mrb voor plug-in hybride auto’s komt vanaf 2025 te vervallen. Daar komt bij dat vanaf 2027 meer bpm – de te betalen belasting bij aankoop van een nieuwe auto –  betaald moet worden vanwege een nieuwe meetmethode met betrekking tot de uitstoot van CO2.

Auto op LPG

De korting op de mrb voor LPG-rijders gaat vanaf 2026 verdwijnen. De korting is een vast bedrag van ongeveer € 143 per kwartaal. De procentuele stijging van het tarief zal voor bezitters van kleinere auto’s op LPG het grootst zijn omdat de mrb afhankelijk is van het gewicht van de auto.

Elektrische bestelauto

Elektrische bestelauto’s gaan vanaf 2026 de volledige mrb betalen. De korting die voor elektrische personenauto’s tot 2031 geldt, is dus voor elektrische bestelauto’s niet van toepassing.

Bestelauto gebruikt door meerdere werknemers

Voor een bestelauto die door meerdere werknemers privé gebruikt kan worden, geldt onder voorwaarden niet de normale bijtelling. In plaats hiervan betaalt de werkgever een vast bedrag van € 300 aan belasting per jaar. Dit bedrag wordt aangepast vanwege de inflatie vanaf 2006. Naar verwachting gaat vanaf 2026 een bedrag van € 450 per auto gelden.

Let op! Al deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Door |2024-05-02T09:33:59+02:002 mei 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorjaarsnota: tal van gevolgen voor de automobilist

Gezonde lunches voor werknemers vrijgesteld?

Arbo-voorzieningen zijn onder voorwaarden vrijgesteld van belastingheffing. Maar geldt dat ook voor gezonde lunches? Hof Den Haag vindt van niet, maar daar is de adviseur van de Hoge Raad het niet mee eens. De vraag is wat de Hoge Raad hiermee gaat doen.

Arbo-voorzieningen
Verplichte arbo-voorzieningen die voor de werkgever rechtstreeks voortvloeien uit de Arbeidsomstandighedenwet, zijn onder voorwaarden vrijgesteld van loonheffing. Het gaat dan kort gezegd om voorzieningen die zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer.

Let op! Omdat de voorzieningen gericht zijn vrijgesteld, komen ze niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Gezonde lunches
De vraag is of gezonde lunches ook gericht zijn vrijgesteld? Een werkgever die kiemgroenten verkocht, voorzag zijn personeel kosteloos en belastingvrij van een gezonde lunch. De Belastingdienst vond dit niet terecht en belastte de lunches alsnog. Hof Den Haag was het hiermee eens, maar de adviseur van de Hoge Raad denkt hier anders over. Volgens hem dienen de lunches niet belast te zijn.

Verplichting Arbowet?
Volgens de adviseur van de Hoge Raad zijn gezonde lunches gericht vrijgesteld, omdat dit onderdeel is van het arbobeleid van de werkgever. De verplichting tot het voeren van ziekteverzuimpreventiebeleid is een verplichting op grond van de Arbowet. Gezondheidsbeleid kan hier onderdeel van zijn, waaronder de verstrekking van gezonde lunches.

Privé besparing
Volgens de adviseur heeft de vrijstelling niet enkel betrekking op voorzieningen die direct samenhangen met verplichtingen van de werkgever op grond van de Arbowet. Ook de besparing in privé die werknemers door een gratis lunch genieten, is volgens hem geen reden de vrijstelling niet toe te passen. Hetzelfde geldt voor het feit dat de werkgever invloed heeft op de reikwijdte van de vrijstelling.

Wat betekent dit?
Voor het belastingvrij verstrekken van lunches bestaat vanaf 2022 geen ruimte meer als gevolg van een wijziging van de wet- en regelgeving. Of andere verzuimbeperkende maatregelen nog wel als arbo-voorziening kunnen worden geoormerkt en dus gericht vrijgesteld kunnen worden gegeven is zeer de vraag. De Hoge Raad zal hierover eerst een oordeel moeten vellen. In de praktijk zijn de meningen sterk verdeeld of de Hoge Raad in dit geval de adviseur zal volgen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-05T11:44:51+02:009 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Gezonde lunches voor werknemers vrijgesteld?

  • Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?

Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?

Moet een stichting die diensten verricht met betrekking tot tuchtrechtspraak in de advocatuur BTW in rekening brengen over de verrichte diensten? Hof Den Haag vindt van wel, onder meer omdat de diensten verricht worden in het economische verkeer.

Tuchtrechtspraak
In de betreffende zaak handelde het om een stichting die de organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak met betrekking tot de advocatuur op zich nam. De stichting ontving hiervoor bijdragen van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De vraag was of de stichting over deze bijdragen BTW dient af te dragen.

Optreden in economisch verkeer?
Volgens de rechter worden er diensten verricht in het economisch verkeer. De stichting stelt namelijk onder meer personeel, kantoorruimte en kantoorbenodigdheden ter beschikking. Ook begeeft de stichting zich hiermee op een algemene markt. Het enkele feit dat er maar één afnemer is, betekent volgens de rechters nog niet dat er niet in het economisch verkeer wordt opgetreden.

Bezwarende titel?
De stichting ontvangt voor de verrichte werkzaamheden ook een vergoeding. Voor de BTW-plicht is daarvoor niet vereist dat de tegenprestatie van de dienstverrichting rechtstreeks wordt verkregen van degene voor wie zij bestemd is, zoals in dit geval.

Besloten kring?
De rechters gingen ook nog in op de vraag of er in besloten kring wordt opgetreden en of de stichting in feite deel uitmaakt van de tuchtcolleges. Het Hof vindt van niet. Er wordt namelijk in eigen naam, voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid gehandeld en dus ook onafhankelijk gehandeld van de tuchtcolleges. De stichting sluit op eigen naam contracten af met leveranciers en onderhandelt daarbij zelf over de contractvoorwaarden. Ook heeft zij haar eigen werknemers in dienst. Verder geldt dat de stichting en tuchtcolleges ieder een eigen begroting hebben. Ook vanuit deze optiek is er daarom sprake van BTW-plicht.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-03-13T14:41:25+01:0020 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?
  • Minder administratie rond fiets van de zaak

Minder administratie rond fiets van de zaak

De administratieve lasten rond de fiets van de zaak worden verminderd. Met name als een fiets van de zaak ter beschikking wordt gesteld én er een vergoeding wordt gegeven voor de ritten waarop de fiets niet gebruikt wordt, is de administratieve last momenteel namelijk omvangrijk.

Fiets van de zaak
Sinds 2020 geldt er een fiscale faciliteit wanneer aan werknemers een fiets van de zaak ter beschikking wordt gesteld. De faciliteit betekent dat er voor het privégebruik van de fiets slechts een bijtelling op het inkomen geldt van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Hierover moet de werknemer belasting betalen vanwege dat privégebruik.

Hoe reist de werknemer?
Voor een vaste onbelaste kilometervergoeding moet een werkgever aannemelijk maken hoeveel dagen een werknemer in de regel naar zijn werk reist. In de praktijk betekent dit dat werkgevers nauwkeurig bij dienen te houden hoe iemand naar het werk is gekomen. Waar een werknemer gebruikmaakt van verschillende vervoersmiddelen, dus bijvoorbeeld deels met de fiets en deels met de auto, ontstaat de last om dit goed uit te werken. En helemaal als het ene vervoermiddel ter beschikking is gesteld en het andere vervoermiddel privé-eigendom is.

Vereenvoudiging
Om de bewijslast bij een vaste vergoeding voor een privévervoermiddel te vereenvoudigen, kunnen werkgever en werknemer per ommegaande individuele afspraken maken over bijvoorbeeld hoeveel dagen per week met de eigen auto wordt gereisd en hoeveel dagen per week met de fiets van de zaak. Op basis van de afspraken kan een (vaste) onbelaste reiskostenvergoeding worden verschaft. Dit schrijft staatssecretaris Van Rij aan de Tweede Kamer.

Let op! De afspraken moeten zijn afgestemd op de persoonlijke omstandigheden van de werknemer en moeten reëel zijn. Een incidentele afwijking hoeft echter niet te leiden tot een aanpassing van de vergoeding.

Ingangsdatum?
De staatssecretaris heeft geen ingangsdatum genoemd, zodat aannemelijk is dat deze per direct ingaat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-23T14:42:55+01:0023 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Minder administratie rond fiets van de zaak
  • Pas vanaf 2024 uitbetalen 10% pensioen ineens

Pas vanaf 2024 uitbetalen 10% pensioen ineens

Werknemers die met pensioen gaan, kunnen straks maximaal 10% van hun pensioen in één keer laten uitbetalen. Deze mogelijkheid zou oorspronkelijk per 1 januari 2023 ingaan, maar was al met een half jaar uitgesteld. Inmiddels is de beoogde ingangsdatum nog verder uitgesteld naar 1 januari 2024.

Bedrag ineens
Elke pensioengerechtigde kan straks op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit laten betalen.

Let op! Door het uitstel van de beoogde ingangsdatum naar 1 januari 2024, komt deze mogelijkheid dus niet beschikbaar als de pensioeningangsdatum vóór 1 januari 2024 ligt.

Uitstel uitbetaling
De pensioengerechtigde kan er straks voor kiezen om de uitbetaling van de (maximaal) 10% pensioen later te laten uitbetalen dan op de pensioeningangsdatum. Deze mogelijkheid staat alleen open als de pensioeningangsdatum in de maand ligt waarin de pensioengerechtigde de AOW-leeftijd bereikt of als die pensioeningangsdatum op de eerste dag volgend op die maand ligt.
Kiest de pensioengerechtigde voor latere uitbetaling, dan vindt deze plaats in de maand januari volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.

Let op! Deze mogelijkheid tot latere uitbetaling staat straks dus niet open voor iedereen die voor de AOW-datum al met pensioen gaat.

Bestedingsdoel is vrij
Wat een gepensioneerde met het bedrag ineens wil gaan doen, staat vrij. Er is in de wet geen verplicht bestedingsdoel opgenomen.

Tip! De mogelijkheid om maximaal 10% in één keer uit te laten betalen, staat straks ook open voor andere oudedagsvoorzieningen, zoals lijfrenteverzekeringen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-18T09:56:49+01:0020 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Pas vanaf 2024 uitbetalen 10% pensioen ineens
  • Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

Bracht je in 2022 vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen ten laste van jouw vrije ruimte in de werkkostenregeling? Dan moet je uiterlijk in de tweede aangifte loonheffingen 2023 de eindheffing hierover aangeven en betalen.

Eindheffing
In 2022 bedroeg de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, 1,7% over de eerste €400.000 van de totale fiscale loonsom van jouw werknemers en 1,18% over het meerdere. Was het bedrag aan vergoedingen, verstrekkingen en/of terbeschikkingstellingen die je ten laste van de vrije ruimte bracht meer dan die vrije ruimte? Dan ben je over het meerdere 80% eindheffing (belasting verschuldigd).

Voorbeeld
Jouw totale fiscale loonsom bedroeg in 2022 €750.000. Jouw vrije ruimte 2022 bedraagt daarom €10.930 (1,7% van €400.000 plus 1,18% van €350.000). Als je in 2022 totaal €15.000 ten laste van de vrije ruimte bracht, dan ben je €3.256 (80% van €4.070) eindheffing verschuldigd.

Tweede aangifte loonheffingen 2023
Uiterlijk in jouw tweede aangifte loonheffingen 2023 moet je de verschuldigde eindheffing aangeven en betalen. Doe je per maand aangifte, dan moet je dus uiterlijk in de aangifte februari 2023 de eindheffing aangeven en betalen.

Let op! Deze aangifte februari 2023 moet je uiterlijk 31 maart 2023 indienen en betalen.

Tip! Kwam je in 2022 niet boven de vrije ruimte uit? Dan ben je geen eindheffing verschuldigd. Je hoeft dan ook geen eindheffing in jouw aangifte tweede aangifte loonheffingen 2023 aan te geven.

Eindheffing al aangegeven?
Je hoeft niet te wachten tot het aangeven en betalen van de eindheffing tot de tweede aangifte loonheffingen 2023. Je had er ook voor kunnen kiezen om gedurende het jaar 2022 de eindheffing al aan te geven. Heb je dat gedaan, dan moet je controleren of de al aangegeven eindheffing correct is. Heb je te veel of te weinig eindheffing aangegeven, dan moet je dat verrekenen in de tweede aangifte loonheffingen 2023.

Tip! Dit jaar, 2023, is de vrije ruimte hoger dan in 2022 namelijk 3% van het fiscale loon van jouw werknemers tot en met €400.000 en 1,18% over het meerdere. Je hebt dus in 2023 €5.200 meer ruimte om onbelaste vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen aan jouw werknemers te geven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-16T12:54:16+01:0017 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Afrekening werkkostenregeling 2022 in maart 2023

  • Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

Buitenlandse werkgevers die tijdelijk werknemers in Nederland laten werken moeten dit melden. Dit geldt ook voor buitenlandse zelfstandigen die tijdelijk in Nederland werken. Nederlandse opdrachtgevers zijn verplicht om te controleren of er gemeld is en of de melding juist is.

EU, EER of Zwitserland
De meldingsplicht geldt voor buitenlandse werkgevers of zelfstandigen uit de EU, EER of Zwitserland. Als zij tijdelijk een dienst of opdracht uitvoeren in Nederland moeten zij dit melden via het Nederlandse online meldloket.

Let op! De dienstontvanger of opdrachtgever moet controleren of de dienstverrichter of zelfstandige aan zijn meldplicht heeft voldaan en of de melding juist is.

Dienstverrichter
De dienstverrichter voor wie de meldplicht geldt, is een buitenlandse werkgever uit de EU, EER of Zwitserland die tijdelijk:

• in Nederland met eigen werknemers een dienst of opdracht komt uitvoeren, of
• vanuit een multinationale onderneming werknemers detacheert naar een vestiging van hetzelfde bedrijf of concern in Nederland, of
• als buitenlandse uitzendondernemer uitzendkrachten ter beschikking stelt voor werkzaamheden in Nederland.

Zelfstandige
Voor zelfstandigen geldt de meldplicht alleen als zij werkzaam zijn in een aantal aangewezen sectoren in onder meer de bouw, schoonmaak, voedingsindustrie, metaal, zorg, glazenwasserij en land- en tuinbouw. Meer informatie hierover vind je op de website postedworkers.nl op de pagina zelfstandigen.

Tip! De transportsector kent enkele uitzonderingen op de meldingsregels.

Melden
De melding moet plaatsvinden vóór de start van de werkzaamheden in Nederland. De gegevens die nodig zijn voor de melding zijn opgenomen in de checklist buitenlandse werkgevers en de checklist buitenlandse zelfstandigen.

Tip! Soms geldt een beperkte meldingsplicht en hoeft maar één keer per jaar een melding plaats te vinden (jaarmelding).

Tip! Voor bepaalde incidentele werkzaamheden hoeft niet gemeld te worden. Voorbeelden zijn zakelijke besprekingen, dringend onderhoud en reparaties of het bijwonen van congressen. Deze uitzondering geldt niet voor zelfstandigen of bij detachering van een werknemer met een nationaliteit van een land buiten de EU, EER of Zwitserland.

Toezicht en boete
De Nederlandse arbeidsinspectie controleert of voldaan wordt aan de meld- en controleplicht. Als blijkt dat niet voldaan is aan de meldingsplicht, kunnen zowel de dienstverrichter/zelfstandige als de dienstontvanger/opdrachtgever een boete krijgen.

Tip! Ben je meldings- of controleplichtige of twijfel je hierover? Neem dan contact op met een van onze adviseurs voor meer informatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T11:50:56+01:008 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meldplicht buitenlandse zelfstandigen en detachering buitenlandse werknemers

  • Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

Het plan om het lage-inkomensvoordeel (LIV) ook in 2023 te verhogen, gaat niet door. Wat worden nu de nieuwe bedragen voor 2023 en wat scheelt dat met 2022?

Lage-inkomensvoordeel
Het LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers met werknemers in dienst die tussen de 100 en 125% van het minimumloon verdienen. Alle voorwaarden voor het LIV zijn:

• de werknemer voldoet aan een vastgesteld gemiddeld uurloon (gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon);
• de werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen;
• er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar);
• de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

Cijfers 2023
Het LIV per werknemer per uur gaat in 2023 €0,49 bedragen. Het maximale LIV per werknemer kan in 2023 oplopen tot €960.

Let op! De bedragen voor 2023 ontvang je pas na afloop van het jaar, dus in 2024.

Gemiddeld uurloon
Het gemiddelde uurloon voor het LIV voor 2023 moet gelijk zijn aan of meer bedragen dan €12,04, maar mag niet meer zijn dan €15,06.

Cijfers 2022
Dit jaar ontvang je wel het LIV voor 2022. Dat bedroeg €0,78 per werknemer per uur. Het maximum voor 2022 kan oplopen tot €1.520 per werknemer per jaar.

Let op! Het LIV 2024 (uitbetaling in 2025) is waarschijnlijk het laatste jaar dat deze tegemoetkoming geldt. Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding waarin de afschaffing van het LIV per 1 januari 2025 wordt opgenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T12:47:10+01:007 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

  • Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Als je werknemers in dienst hebt met een laag loon, kun je recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een belangrijke voorwaarde voor het LIV is dat de werknemer minstens 1.248 uur per kalenderjaar werkt. Een verandering van alleen de rechtsvorm heeft daarop geen invloed.

LIV
Je hebt recht op het LIV voor werknemers die in 2022, gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een gemiddeld uurloon tussen €10,73 en €13,43 verdienen. Het LIV bedraagt €0,49 per uur, met een maximum van €960 per werknemer per jaar.

VOF wordt BV
In de zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Groningen ging een VOF over in een BV. De overgang had plaats op 9 april. De inspecteur kende het LIV weliswaar toe, maar slechts voor de periode vanaf 9 april. Dat betekende dat de uren die werknemers gewerkt hadden bij de VOF, niet meetelden.

Verschillende werkgevers
De rechtbank stelde allereerst vast dat er naar de letter van de wet inderdaad sprake is van twee verschillende werkgevers. De rechtbank stelde echter ook vast dat doel en strekking van de wet er niet toe leiden dat in gevallen als deze, waarbij alleen de rechtsvorm wijzigt, de gewerkte uren in het kader van het LIV niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Een belangrijk argument voor de rechter daarbij is dat arbeidsrechtelijk alle rechten en verplichtingen van de werknemer behouden blijven.

Substantiële banen
De eis dat een werknemer in een kalenderjaar minstens 1.248 uur moet hebben gewerkt, is volgens de rechter bedoeld om alleen substantiële banen voor het LIV in aanmerking te laten komen. Ook een onderbreking van de dienstbetrekking bij dezelfde werkgever hoeft immers niet tot verlies van het LIV te leiden. De rechtbank zag dan ook niet in waarom dit wel zo zou zijn als alleen de rechtsvorm gewijzigd wordt en kende het LIV over het volledige aantal uren toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-10T09:07:38+01:0011 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV