werknemer

Hoge Raad: opstarttijd kwalificeert als werktijd

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de tien minuten die een callcentermedewerker voorafgaand aan zijn werktijd aanwezig moest zijn, moet worden gezien als betaalde werktijd. Deze uitspraak is in navolging van het advies van de Advocaat-Generaal, de adviseur van de Hoge Raad.

Feiten

Typen

In deze zaak ging het om een werknemer van een callcenter die tien minuten voor aanvang van zijn dienst aanwezig moest zijn. Er was discussie ontstaan over de vraag of de werknemer volgens de bij de werkgever van toepassing zijnde Planningsregels verplicht was om tien minuten voor aanvang van een ingeroosterde dienst aanwezig te zijn en om voorbereidende werkzaamheden te verrichten.

Inlogtijd is arbeidstijd

De werknemer was van oordeel dat het hier arbeidstijd betrof en dat die dus ook beloond moest worden. Zijn werkgever was het hier niet mee eens. Zowel de rechter als het hof stelden de werknemer eerder in het gelijk. Daardoor moest zijn werkgever hem het achterstallige loon uitbetalen. Die compensatie had betrekking op de periode van september 2016 tot mei 2021.

Hoge Raad

Inmiddels oordeelt de Hoge Raad – in navolging van de kantonrechter en het gerechtshof – dat het hier inderdaad gaat om tijd die niet ter vrije beschikking staat van de werknemer en dat deze tijd dus aangemerkt moet worden als arbeidstijd. De werknemers moesten immers vooraf aanwezig zijn om te kunnen inloggen, zodat ze precies op tijd konden aanvangen met hun werkzaamheden.

Let op! Als je als werkgever eist dat jouw werknemer eerder aanwezig is om voorbereidende handelingen te verrichten, kwalificeert dat dus als arbeidstijd die verloond moet worden.

Door |2024-09-26T14:34:05+02:0026 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoge Raad: opstarttijd kwalificeert als werktijd

Geen privégebruik bedrijfsauto? Hoe controleer je dat?

Wanneer je als werkgever een werknemer een bedrijfsauto ter beschikking stelt, deze niet voor privé gebruikt dient te worden, en er derhalve ook geen bijtelling plaatsvindt, moet worden aangetoond dat jouw werknemer met die auto maximaal 500 kilometer per kalenderjaar privé rijdt. Belangrijk is dat je hierover duidelijke afspraken maakt met jouw werknemer en dat je controles uitvoert.

Aanvaardbaar bewijs voor geen privégebruik bedrijfsauto

Auto

Er is sprake van aanvaardbaar bewijs als je en jouw werknemer schriftelijk hebben afgesproken dat privégebruik niet is toegestaan. Je controleert het autogebruik, denk aan een sluitende rittenregistratie door middel van een rittenregistratiekastje, en je administreert jouw bevindingen. Daarnaast heb je  jouw werknemer niet verzekerd voor privégebruik van de auto. Bij overtreding van het verbod leg je een passende sanctie op, bijvoorbeeld een geldboete die in verhouding staat tot de loonheffingen over het privégebruik. Vervolgens intensiveer je na een eventuele sanctie het toezicht.

Voor ondersteunend bewijs dat er sprake is van zakelijke ritten, kun je ook andere gegevens vastleggen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld agenda’s en werkroosters, vakantieoverzichten, ziekte- en verlofstaten, offertes, garagenota’s, schademeldingen, verkeersboetes of tanken buiten werktijd.

Wanneer er uitsluitend een schriftelijke afspraak tussen jou en jouw werknemer is dat privégebruik is verboden, en waarin ook sancties zijn opgenomen, maar waar niet uit blijkt dat er controle is, dan geldt dat niet als aanvaardbaar bewijs. Ook alleen een gespecificeerde schatting van het zakelijk gebruik van de auto en van het woon-werkverkeer, voldoet niet.

Duidelijke afspraken en controle

Het is van belang dat je duidelijke afspraken met jouw werknemer maakt wat moet worden vastgelegd en hoe je controleert. Bij een werknemer die een onregelmatig reispatroon heeft en intensief gebruikmaakt van de bedrijfsauto, zul je vaker moeten controleren dan bij een werknemer met een regelmatig reispatroon en minder intensief gebruik. De resultaten van die controles leg je vast in jouw loonadministratie.

Bij een onderzoek door de Belastingdienst moet je aannemelijk kunnen maken dat je voldoende aandacht heeft besteed aan controle van het autogebruik. Afwijkingen moeten voorzien zijn van een duidelijke argumentatie of moeten te koppelen zijn aan een opgelegde sanctie.

Weet je niet goed hoe en met welke frequentie je moet controleren? Neem dan contact op met jouw adviseur. Die kan samen met jou bespreken hoe je afspraken vastlegt en controleert.

Door |2024-08-28T10:52:23+02:0028 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen privégebruik bedrijfsauto? Hoe controleer je dat?

Is door werkgever betaalde lijfrente aftrekbaar?

Als jouw werknemer voldoende zogenaamde jaar- en/of reserveringsruimte heeft, zijn betaalde premies voor een lijfrente in beginsel aftrekbaar. Maar geldt dat ook als je als werkgever, de premies namens jouw werknemer rechtstreeks betaalt aan de lijfrenteaanbieder?

Betaling uit nettoloon

Euro

Heeft jouw werknemer zelf een lijfrente afgesloten en spreek je met hem/haar af dat jij deze de premie betaalt? Als je de betaling van de lijfrentepremie inhoudt op het nettoloon van jouw werknemer, kan jouw werknemer de premie gewoon aftrekken van het inkomen in de aangifte inkomstenbelasting. Van belang is namelijk of de premie op jouw werknemer ‘drukt’. Dat is hier het geval omdat u de betaling inhoudt op het nettoloon.

Let op! Voorwaarde voor aftrekbaarheid is wel dat de werknemer voldoende jaar- en/of reserveringsruimte heeft

Betaling via werkkostenregeling

Ook als je de premie betaalt en deze onderbrengt in de vrije ruimte van de werkkostenregeling door aanwijzing als eindheffingsloon, is de premie aftrekbaar voor jouw werknemer. Door aanwijzing als eindheffingsloon, is dit brutoloon immers nettoloon geworden. Omdat je dit nettoloon niet aan uw werknemer uitbetaalt, drukt de premie ook in dit geval. Ook nu moet de werknemer voldoende jaar- en/of reserveringsruimte hebben. Verder moet het aanwijzen als eindheffingsloon wel ‘gebruikelijk’ zijn.

Betaling op andere wijze

Betaal je de lijfrentepremie, maar houd je dit bedrag niet in op het nettoloon of wijs je dit bedrag niet aan in de vrije ruimte? Dan vormt deze betaling voor jouw werknemer brutoloon waarop je loonbelasting en premie volksverzekeringen moet inhouden.

Let op! Betaling van de premies uit het brutoloon door deze in aftrek te brengen op het brutoloon is dus niet toegestaan.

Verschil met pensioenpremie

Lijfrentepremies verschillen dus van pensioenpremies, omdat pensioenpremies in beginsel wél ten laste van het bruto-inkomen kunnen worden gebracht. Voor lijfrentepremies geldt dit echter niet.

Door |2024-07-17T15:50:41+02:0017 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is door werkgever betaalde lijfrente aftrekbaar?

Wijzigingen gedifferentieerde Awf-premie van de baan

Een aantal voorgenomen wijzigingen in de gedifferentieerde premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) gaat na uitgebreid onderzoek niet door. Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Tweede Kamer daarover onlangs geïnformeerd.

Waarom een gedifferentieerde Awf-premie?
Sinds de invoering van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) is sprake van een hoge en lage Awf-premie. U mag als werkgever een lage Awf-premie toepassen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Voldoet u daar niet aan, dan betaalt u een hoge Awf-premie. De voorwaarden betreffen de arbeidsovereenkomsten van uw werknemers en zijn bedoeld om vergaande flexibele contracten tegen te gaan en vaste contracten te beschermen.

Welke wijzigingen gaan niet door?
De wijzigingen die niet doorgaan betreffen drie gebieden:

* Wijziging Besluit Wet financiering sociale verzekeringen en Besluit nadere regels oproepovereenkomsten
Al eerder was goedgekeurd dat een tijdelijke urenuitbreiding niet standaard wordt aangemerkt als een tweede tijdelijke arbeidsovereenkomst waarvoor de hoge Awf-premie geldt. Ook was al eerder goedgekeurd dat een arbeidsovereenkomst waarin met een werknemer meerdere arbeidsomvangen zijn afgesproken (met een aantal uren per dag/per week/per maand met een gelijkmatige loonspreiding) niet als een oproepovereenkomst wordt beschouwd. Oorspronkelijk zou deze goedkeuringen alleen voor de jaren 2020 tot en met 2023 gelden. De aangekondigde wijziging gaat echter niet door, waardoor u in deze situaties ook vanaf 2024 de lage premie kunt blijven toepassen.

* Herzieningssituaties waarbij de lage Awf-premie moet worden afgedragen
In de WAB worden vier herzieningssituaties beschreven, situaties waarin door de feiten achteraf alsnog de hoge AWF-premie gaat gelden. Deze zijn bedacht om te voorkomen dat vaste contracten flexibel kunnen worden ingezet. Twee zijn er inmiddels ingevoerd. De lage Awf-premie moet namelijk worden herzien als de arbeidsovereenkomst binnen twee maanden na aanvang eindigt en ook wanneer de parttime werknemer in een kalenderjaar meer dan 30% extra uren werkt dan contractueel is overeengekomen.

De derde herzieningssituatie, waarin de werknemer binnen een jaar na aanvang van de arbeidsovereenkomst een werkloosheidsuitkering krijgt door urenverlies, is nog niet ingevoerd en wordt ook (nog) niet ingevoerd. Deze blijkt na onderzoek te complex en komt niet op grote schaal voor. Wel zal gemonitord worden of deze later alsnog moet worden ingevoerd. U hoeft dan op dit moment nog niet te beoordelen of de werknemer in de WW terecht is gekomen en u op grond van dit onderzoek zelf de AWF-premie dient te verhogen.

De vierde herzieningssituatie, waarin de werknemer opnieuw een werkloosheidsuitkering krijgt nadat de derde situatie heeft plaatsgevonden, zal definitief niet ingevoerd worden. Deze is te complex en komt nauwelijks voor.

* Seizoensarbeid
Een lage Awf-premie voor seizoensarbeid blijkt na onderzoek niet te realiseren. Dat betekent dat bij seizoensarbeiders de hoge Awf-premie van toepassing blijft.

Er is onderzocht of een subsidieregeling ontwikkeld zou kunnen worden om de hoge Awf-premie te compenseren, maar dat bleek niet mogelijk. Het begrip ‘seizoensarbeid’ is namelijk niet eenduidig te definiëren. Daarbij is een subsidie staatssteun, die gericht moet zijn op stimulering van activiteiten. Dat is hier niet het geval en dat ligt juridisch heel moeilijk.

Verder zou een subsidieregeling op zo’n grote schaal risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik met zich meebrengen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:35:30+02:007 juli 2023|Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijzigingen gedifferentieerde Awf-premie van de baan

Uurloongrenzen jeugd-LIV 2023 bekend

De uurloongrenzen voor het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor jongere werknemers voor 2023 zijn bekendgemaakt. Deze worden jaarlijks aangepast, zodra de minimumlooncijfers die per 1 juli gelden bekend zijn.

Criteria voor jeugd-LIV
Heb je in 2023 jongere werknemers in dienst die op 31 december 2022 18, 19 of 20 jaar oud waren? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor het jeugd-LIV. Daarvoor moet het gemiddelde uurloon van jouw jongere werknemer in een kalenderjaar binnen bepaalde grenzen liggen. Deze uurlooncriteria worden jaarlijks in juli aangepast op basis van het gemiddelde minimumloon op
1 januari en 1 juli van het jaar.

Uurloongrenzen in 2023
Leeftijd op 31 december 2022 Ondergrens Bovengrens
20 jaar                                           € 9,79          € 12,04
19 jaar                                           € 7,34          € 10,89
18 jaar                                           € 6,12          € 8,17

Vast bedrag per verloond uur
Het jeugd-LIV bestaat uit een vast bedrag per verloond uur. In 2023 worden, net als in voorgaande jaren, de volgende bedragen gehanteerd.

Leeftijd op 31 december 2022 Bedrag per werknemer per verloond uur in 2023 Maximaal bedrag per werknemer in 2023
18 jaar                                                              € 0,07                                                                                   € 135,20
19 jaar                                                              € 0,08                                                                                   € 166,40
20 jaar                                                             € 0,30                                                                                    € 613,60

Juiste aangifte loonheffingen
Voor de berekening van het jeugd-LIV is het van belang dat de verloonde uren goed in de aangifte loonheffingen voor 2023 zijn ingevuld. Op basis van die aangifte loonheffingen wordt namelijk jouw recht op jeugd-LIV bepaald. Het jeugd-LIV wordt altijd achteraf betaald. Uitbetaling van het jeugd-LIV over 2023 vindt dus pas plaats in de tweede helft van 2024.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-22T15:51:31+02:0023 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uurloongrenzen jeugd-LIV 2023 bekend

Eerder verplicht aanwezig zijn betekent extra loon

Als een werknemer eerder op zijn werk aanwezig moet zijn om zich voor te kunnen bereiden om met het werk te kunnen starten, en deze verplichting ook is vastgelegd, dient de werkgever deze tijd uit te betalen als loon. Dit heeft het gerechtshof in Den Haag beslist in een zaak waarbij het ging om een werknemer van een callcenter.

Planningsregels
Het callcenter hanteerde een reglement als onderdeel van de arbeidsovereenkomst, waaraan de werknemer diende te voldoen. Onderdeel van het reglement was de bepaling dat de werknemer 10 minuten vóór aanvang van het werk aanwezig diende te zijn. De werknemer was van mening dat ook deze 10 munten betaald dienden te worden.

Productieve arbeid?
De werkgever was van mening dat de 10 minuten niet betaald hoefden te worden, omdat in deze tijd geen productieve arbeid werd verricht. Tijdens de zitting werd echter duidelijk dat de werknemer in deze 10 minuten diende in te loggen in het systeem van zijn werkgever en zijn werktelefoon diende te activeren. Ook moest hij dan op de computer diverse programma’s opstarten. Dit alles was bedoeld om exact om 9.00 uur ’s ochtends te kunnen beginnen met het bellen van klanten.

Hof geeft werknemer gelijk
Het gerechtshof stelt de werknemer in het gelijk. Duidelijk is namelijk dat een werknemer zich 10 minuten voor aanvang van de werktijd diende te melden bij zijn supervisor. Dat de tijd om programma’s op te starten minder dan 10 minuten was, doet hier niet aan af. Op de werknemer rust immers de verplichting 10 minuten eerder aanwezig te zijn. Dat ook andere beroepen eisen dat de werknemer eerder aanwezig is dan het tijdstip waarop hij met zijn werkzaamheden dient te beginnen, doet evenmin ter zake.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-12T16:39:55+02:0016 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eerder verplicht aanwezig zijn betekent extra loon

Subsidieregeling praktijkleren vanaf 2 juni weer van start

Wil je als werkgever een praktijk- of werkleerplaats aanbieden zodat mensen beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt? Kijk dan of je in aanmerking komt voor de Subsidieregeling praktijkleren.
De Subsidieregeling praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die je maakt voor de begeleiding van een leerling of student. Ook de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio) komen voor subsidie in aanmerking.

Doelgroep Subsidieregeling praktijkleren

De subsidieregeling is bedoeld voor:
• kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt voor wie toegang tot de arbeidsmarkt een probleem is;
• studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel;
• wetenschappelijk personeel, dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie.
Niet elke opleiding, onderwijsvorm of leerweg komt in aanmerking. De voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen, verschillen per onderwijscategorie.

Aanvraag indienen bij de RVO

Je kunt jouw aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de website van de RVO staan alle voorwaarden per onderwijscategorie. Aanvragen is mogelijk vanaf vrijdag 2 juni a.s. om 9.00 uur. De subsidieregeling sluit op vrijdag 15 september 2023 om 17.00 uur.

Let op!Voor het indienen van de aanvraag is eHerkenning nodig (minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3).
Wanneer je voldoet aan de voorwaarden, kun je een subsidie ontvangen van maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De RVO neemt alle op tijd ingediende aanvragen in behandeling. Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan beschikbaar is in een onderwijscategorie, dan wordt het budget evenredig over de ingediende aanvragen in die categorie verdeeld. Uiterlijk 30 december 2023 neemt de RVO een besluit over jouw aanvraag.

Administratie bijhouden

Tijdens de begeleidingsperiode moet je als werkgever een administratie bijhouden. U moet onder andere van elke leerling of student in het bezit zijn van de praktijkleerovereenkomst en de aanwezigheids- en begeleidingsadministratie. Deze moet je op verzoek kunnen verstrekken. De RVO voert steekproefsgewijs controles uit.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-02T20:02:05+02:002 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidieregeling praktijkleren vanaf 2 juni weer van start

Bij zieke uitzendkrachten loon doorbetalen

Uitzendbureaus die gebonden zijn aan een uitzendcao moeten vanaf 1 juli 2023 het loon van een zieke uitzendkracht doorbetalen tot de einddatum van het contract. Tot 1 juli moet het uitzendbureau het loon van een zieke uitzendkracht ook doorbetalen, tenzij de inlener expliciet schriftelijk een beroep doet op het overeengekomen uitzendbeding.

Uitzendbeding

Tot een arrest van de Hoge Raad van 17 maart jl. was in de beide uitzendcao’s (de ABU cao en de NBBU cao) bepaald dat indien een uitzendbeding was overeengekomen in de uitzendovereenkomst deze overeenkomst ten einde kwam op het moment dat de uitzendkracht ziek werd. De uitzendkracht had dan recht op een Ziektewet-uitkering van het UWV. Er werd uitgegaan van de fictie dat de inlener bij ziekte een beroep had gedaan op het uitzendbeding ongeacht of dit feitelijk zo was ja of nee.

Actieve handeling inlener vereist

De Hoge Raad heeft op 17 maart 2023 echter bepaald dat deze fictie niet rechtsgeldig is, maar dat de inlener om de uitzendovereenkomst te beëindigen expliciet een beroep moet doen op het overeengekomen uitzendbeding. Heeft de inlener dat niet gedaan, dan komt de uitzendovereenkomst bij ziekte niet automatisch ten einde maar moet het uitzendbureau het loon van de uitzendkracht doorbetalen. Het UWV kan van het uitzendbureau verlangen dat deze een schriftelijke verklaring laat zien waaruit blijkt dat de inlener een beroep heeft gedaan op het uitzendbeding.

Wijziging situatie per 1 juli 2023

Als gevolg van een wijziging van de beide uitzendcao’s geldt vanaf 1 juli aanstaande dat voor uitzendbureaus die zijn gebonden aan een uitzendcao inleners niet langer de mogelijkheid hebben een beroep te doen op het uitzendbeding bij ziekte. Dit betekent dat deze uitzendbureaus gehouden zijn om het loon van de zieke uitzendkrachten door te betalen tot de einddatum van het contract. Hiermee gaan de uitzendcao’s nog een stap verder dan uit het arrest van de Hoge Raad naar voren is gekomen.

Let op! De zieke uitzendkracht heeft, zolang de uitzendovereenkomst voortduurt, recht op 90% van zijn loon gedurende de eerste 52 weken en op 80% gedurende de 53ste t/m de 104e week.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-02T19:56:17+02:002 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bij zieke uitzendkrachten loon doorbetalen

Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2023 verhoogd naar € 1.995,00 bruto per maand. Per week wordt het € 460,40 en per dag € 92,08. Een uniform wettelijk minimumuurloon is er nog niet, maar wordt verwacht per 1 januari 2024.

Stijging van 3,13%

Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 3,13 % op vooruit. De bedragen gelden voor werknemers die fulltime werken. Werkt een werknemer parttime, dan geldt logischerwijs ook een lager minimumloon. Dat is afhankelijk van wat uw organisatie als fulltime werkweek hanteert:
Leeftijd % Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1.995,00 € 460,40 € 92,08
20 jaar 80% € 1.596,00 € 368,30 € 73,66
19 jaar 60% € 1.197,00 € 276,25 € 55,25
18 jaar 50% € 997,50 € 230,20 € 46,04
17 jaar 39,5% € 788,05 € 181,85 € 36,37
16 jaar 34,5% € 688,30 € 158,85 € 31,77
15 jaar 30% € 598,50 € 138,10 € 27,62

Het afgeleide bruto minimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband is naar boven afgerond, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon:
Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder € 12,79 € 12,12 € 11,51
20 jaar € 10,24 € 9,70 € 9,21
19 jaar € 7,68 € 7,27 € 6,91
18 jaar € 6,40 € 6,06 € 5,76
17 jaar € 5,06 € 4,79 € 4,55
16 jaar € 4,42 € 4,19 € 3,98
15 jaar € 3,84 € 3,64 € 3,46

Uniform wettelijk uurloon per 1 januari 2024

Een uniform wettelijk minimumuurloon is er momenteel nog niet. Dit zal veranderen wanneer het initiatiefwetsvoorstel Wet invoering minimumuurloon in werking treedt. Met de invoering van een wettelijk minimumuurloon is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur. Deze wet treedt waarschijnlijk per 1 januari 2024 in werking. Het minimummaandloon wordt daarbij omgerekend naar een uurloon op basis van een normale arbeidsduur van 36 uur per week.

Voor BBL gelden andere percentages

Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar, die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden andere percentages:
Leeftijd % Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% € 1.226,95 € 283,15 € 56,63
19 jaar 52,50% € 1.047,40 € 241,70 € 48,34
18 jaar 45,50% € 907,75 € 209,50 € 41,90

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:
Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar € 7,87 € 7,46 € 7,08
19 jaar € 6,72 € 6,37 € 6,05
18 jaar € 5,82 € 5,52 € 5,24

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T20:56:33+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Belastingvrij verhuiskosten vergoeden aan uw werknemer

Als jouw werknemer verhuist, kun je belastingvrij verhuiskosten vergoeden. Hiervoor gelden wel voorwaarden. Welke zijn dit?

Verhuizen voor het werk

Als jouw werknemer verhuist in het kader van zijn dienstbetrekking bij jou, kun je zijn verhuiskosten belastingvrij vergoeden. Hiervoor geldt namelijk een gerichte vrijstelling.

Gerichte vrijstelling verhuiskosten

Onder deze gerichte vrijstelling mag je belastingvrij een bedrag van maximaal € 7.750 aan verhuiskosten vergoeden. Daarnaast kun je belastingvrij ook de werkelijke kosten voor het overbrengen van de inboedel vergoeden. Deze vergoeding komt dus bovenop het fiscaalvrije bedrag van maximaal € 7.750.

Let op! Deze vergoedingen mag je alleen verstrekken als de verhuizing plaatsvindt in het kader van de dienstbetrekking bij jou. De verhuizing moet daarom voldoende samenhang hebben met de dienstbetrekking.

Wanneer is sprake van ‘in het kader van de dienstbetrekking’

De verhuizing is in ieder geval in het kader van de dienstbetrekking als:
• de werknemer binnen 2 jaar verhuist na het aanvaarden van een nieuwe dienstbetrekking of na overplaatsing binnen een bestaande dienstbetrekking;én
• de afstand tussen de woning en de plaats van de dienstbetrekking door de verhuizing minimaal 60% kleiner wordt; én
• deze afstand vóór de verhuizing minimaal 25 kilometer bedraagt.

Tip! Voldoet de verhuizing van jouw werknemer niet aan deze voorwaarden, dan kan de verhuizing nog steeds plaatsvinden in het kader van de dienstbetrekking. Je moet dat dan wel aannemelijk maken.

Verhuizen, maar niet voor het werk?

Vindt de verhuizing niet plaats in het kader van de dienstbetrekking, dan kun je verhuiskosten toch onbelast aan jouw werknemer vergoeden door deze aan te wijzen in de vrije ruimte. Ook kosten die niet onder de gerichte vrijstelling voor verhuiskosten vallen, zoals de aan- en verkoopkosten van de woning, kun je aanwijzen in de vrije ruimte.

Regels vrije ruimte

Voor het aanwijzen in de vrije ruimte gelden regels. Zo moet het bijvoorbeeld gebruikelijk zijn om de vergoedingen aan te wijzen. Bovendien is de vrije ruimte beperkt. In 2023 bedraagt deze 3% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom en 1,18% over het meerdere. Komt het totaal van vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen die u in 2023 aanwijst boven deze vrije ruimte, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over dit meerdere.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T20:30:42+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belastingvrij verhuiskosten vergoeden aan uw werknemer