werk

Arbeidsovereenkomst of niet? Dat is de vraag

De vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen een opdrachtnemer en opdrachtgever of niet houdt de gemoederen flink bezig. In het Deliveroo-arrest sprak de Hoge Raad zich uit over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst en stelde een aantal gezichtspunten hiervoor vast.

Wel of geen arbeidsovereenkomst?

Handen schudden

Als er geconcludeerd wordt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst betekent dit dat er sprake is van onder meer een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen, dat er vakantierechten worden opgebouwd, er ontslagbescherming is, er recht is op loondoorbetaling bij ziekte et cetera. Dat heeft dan dus de nodige consequenties voor de opdrachtgever.

Wat speelde er?

Recentelijk moest de rechtbank Rotterdam hier weer over oordelen. Het ging om een man die werkzaam was als bedrijfsleider bij een restaurant voor gemiddeld 38 uur per week. Daarnaast verrichtte hij ook nog wat andere werkzaamheden, zoals het inwerken van nieuwe medewerkers en het ontplooien van initiatieven om de onderneming nieuw leven in te blazen. Die werkzaamheden waren aangegaan voor de duur van een jaar. Er was een overeenkomst van opdracht aangegaan die alleen door het bedrijf was ondertekend.

Op enig moment wordt hij ervan beschuldigd geld te hebben gestolen. Hij wordt vervolgens op staande voet ontslagen. De man verzoekt daarna om betaling van een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.

De gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest

De vraag wordt interessant of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht. Daarvoor loopt de kantonrechter de gezichtspunten langs die de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft gegeven:

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. de hoogte van deze beloningen;
  8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt; en
  9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Punt voor punt beoordeeld

De rechter oordeelt dat de werkgever bedrijfskleding verstrekte en de werktijden bepaalde en dat de werkzaamheden waren ingebed in de organisatie. Niet afgesproken was dat hij het werk persoonlijk moest verrichten. Ook over het opnemen van verlof was niets geregeld. De man had de wens om samen te werken op basis van een overeenkomst van opdracht en had een modelovereenkomst aangeleverd bij de organisatie. Er was niet afgesproken dat hij zich niet mocht laten vervangen. Door de man werd wekelijks gefactureerd op basis van een afgesproken uurtarief van € 30 per uur dat hij vermeerderde met 21% btw. Niet is gesteld dat de man als werknemer een zelfde beloning zou hebben gekregen. In de door de man toegezonden modelovereenkomst stond dat hij een beroepsaansprakelijkheidsverzekering had. Ter zitting heeft de man bevestigd dat hij deze verzekering had en heeft. Verder bleek dat hij al vanaf 2017 als eenmanszaak stond ingeschreven bij de KVK . Hij wisselde het werken in loondienst af met het werken als zzp’er.

Dit alles bracht de kantonrechter tot het oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Door |2025-04-09T13:48:50+02:009 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsovereenkomst of niet? Dat is de vraag

Speciale eenheid binnen Ministerie SZW voor toelating uitzendbureaus

Het kabinet wil toe naar een verplicht toelatingsstelsel. Er is hiertoe een wetsvoorstel ingediend voor het invoeren van een publiek toelatingsstelsel voor ondernemingen of rechtspersonen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners mogen alleen arbeidskrachten ter beschikking stellen als zij daartoe door de minister van SZW zijn toegelaten.

Toelatingseisen

Handen

Om toegelaten te kunnen worden, moeten uitleners kunnen aantonen dat zij relevante wet- en regelgeving naleven en een VOG kunnen overleggen die niet ouder is dan drie maanden. Wanneer van bestuurder, vennoot, maat of beheerder wordt gewisseld, moet een nieuwe VOG worden aangevraagd. Ook moet er voldoende financiële zekerheid worden gesteld, € 100.000 voor reguliere uitleners en € 50.000 voor startende uitleners die een voorlopige aanvraag indienen. Genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Organisaties die gebruikmaken van uitzendbureaus (inleners), mogen alleen zakendoen met toegelaten uitzendbureaus.

SNA-keurmerk

Uitleners kunnen zich op de Wet toelating ter beschikking stellen arbeidskrachten (WTTA) voorbereiden door het SNA-keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (SNA) te behalen. Als ze in het bezit zijn van een SNA-keurmerk hoeven ze eenmalig geen inspectierapport voor het verplichte normenkader te overleggen en komen ze pas aan de beurt als de overige bedrijven zijn gecontroleerd. Voor uitleners die al een SNA-keurmerk hebben heeft de SNA een module WTTA ontworpen. In deze module staan de normelementen vermeld die wel in het verplichte normenkader van het toelatingsstelsel zijn opgenomen, maar niet in het SNA-keurmerk.

Speciale eenheid

De minister van SZW heeft aangeven dat er een nieuwe eenheid binnen het ministerie van SZW komt die gaat bepalen of uitzendbureaus worden toegelaten tot de markt voordat ze personeel uitlenen. Bij aanvaarding van het hierboven genoemd wetsvoorstel moeten uitzendbureaus eerst toegelaten zijn voordat ze personeel uitlenen. Het vergunningsstelsel moet een belangrijke bijdrage leveren bij het aanpakken van misstanden in de uitleensector en de uitbuiting van arbeidsmigranten.

Deze nieuwe toelatende instantie zal besluiten of een uitzendbureau al dan niet wordt toegelaten op de markt. Ook kan de instantie uitzendbureaus schorsen of zelfs de toelating intrekken als sprake is van ernstige misstanden.

Let op! Uiterlijk dit voorjaar (2025) moet duidelijk worden wanneer de wet in werking kan treden.

Door |2025-02-12T16:14:21+01:0012 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Speciale eenheid binnen Ministerie SZW voor toelating uitzendbureaus

Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de nieuwe normbedragen voor de loonheffingen voor 2025 gepubliceerd. Onder andere blijft (vooralsnog) het gebruikelijk loon voor de dga gehandhaafd op hetzelfde niveau. Wat valt nog meer op ten opzichte van de normbedragen in 2024?

Let op! Alle genoemde bedragen voor 2025 zijn nog niet 100% definitief. Er kunnen voor het einde van het jaar nog wijzigingen worden doorgevoerd. Kijk hier voor alle cijfers.

Normbedrag gebruikelijk loon blijft gelijk

Horeca

Opmerkelijk is dat het normbedrag voor het gebruikelijk loon voor de dga in 2025 (vooralsnog) niet verandert en gehandhaafd blijft op € 56.000. Een gebruikelijk loon van € 56.000 is overigens lang niet altijd voldoende. Een dga moet namelijk een gebruikelijk loon genieten dat minimaal gelijk is aan het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen) of, als dit hoger is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Tip! Als het vastgestelde gebruikelijk loon vervolgens hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, dan mag u het gebruikelijk loon vaststellen op dit loon. De discussie met de Belastingdienst hierbij zal met name gaan over de vraag of het door jou gestelde loon inderdaad het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.

Reiskostenvergoeding onveranderd

De onbelaste vergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, blijft in 2025 € 0,23 per kilometer.

Vergoeding thuiswerken stijgt licht

Voor werknemers die thuiswerk verrichten, kan in 2025 – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding verstrekt worden van € 2,40 per dag. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (€ 2,35 per dag).

Waardering maaltijden op bedrijfslocatie iets omhoog

Als een werkgever aan zijn personeel een maaltijd verstrekt in een bedrijfskantine of een soortgelijke ruimte of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, wordt dit in 2025 gewaardeerd op € 3,95 per maaltijd. In 2024 is dit bedrag nog € 3,90. Overigens hoef je met deze waardering geen rekening te houden als de maaltijd een meer dan bijkomstig karakter heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werknemer vanwege het werk tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten, bij werk op koopavonden en bij therapeutisch mee-eten. In zo’n geval is de maaltijd op de bedrijfslocatie onbelast.

Huisvesting op de werkplek licht omhoog

Voor huisvesting en inwoning op de werkplek geldt in 2024 nog een normbedrag van € 6,70 per dag. Dit bedrag gaat in 2025 licht omhoog, naar € 6,80 per dag.

Let op! Er gelden verschillende voorwaarden. In bepaalde gevallen hoef je bijvoorbeeld geen normbedragen te hanteren (er geldt dan een nihilwaardering) en als sprake is van een dienstwoning, geldt een andere waardering. Laat je daarom goed informeren wat in jouw situatie van toepassing is.

Onbelaste vergoeding vrijwilligers blijft gelijk

De vrijwilligersvergoeding die je per jaar of per maand kunt geven, wijzigt in 2025 niet en blijft gehandhaafd op € 2.100 per jaar en € 210 per maand. Een van de andere voorwaarden is dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet bij wijze van beroep mag verrichten. Als de maximale vergoeding per uur in 2025 € 5,60 (in 2024: € 5,50) bedraagt voor vrijwilligers vanaf 21 jaar oud en € 3,30 (in 2024: € 3,25) voor vrijwilligers tot en met 20 jaar oud, gaat de Belastingdienst er in ieder geval van uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht.

Salarisnorm 30%-regeling iets hoger

Als de 30%-regeling van toepassing is, kan onder strikte voorwaarden maximaal 30% van het loon onbelast worden uitbetaald aan werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken. Een van de voorwaarden is dat de werknemer een specifieke deskundigheid moet hebben die op de Nederlandse markt niet of nauwelijks te vinden is. De werknemer wordt geacht die specifieke deskundigheid te hebben als het loon hoger is dan de salarisnorm. Bedraagt die salarisnorm in 2024 nog € 46.107, in 2025 is die norm met € 46.660 iets hoger. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma bedraagt de salarisnorm in 2024 € 35.048. Ook deze salarisnorm is in 2025 met € 35.468 iets hoger.

Let op! Het loon voor de 30%-regeling is afgetopt op de WNT-norm. Deze norm bedraagt in 2025 € 246.000 (in 2024: € 233.000). In 2025 kan daarom maximaal € 73.800 onder de 30%-regeling onbelast worden uitbetaald (in 2024: € 69.900).

Door |2024-12-18T09:29:26+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Inhoudingsplichtigen moeten vóór 1 februari 2025 de in 2024 aan natuurlijke personen betaalde bedragen aan de Belastingdienst doorgeven. Dat geldt niet als die natuurlijke personen bij de inhoudingsplichtige in dienstbetrekking waren of aan hem een factuur met btw uitreikten.

Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden (Opgaaf UBD)

Laptop

Deze verplichting staat bekend onder de naam ‘Opgaaf Uitbetaling bedragen aan derden’ ofwel opgaaf UBD. Het betekent dat alle inhoudingsplichtigen (dat zijn (rechts)personen met een loonheffingennummer) en bepaalde collectieve beheersorganisaties uit eigen beweging aan natuurlijke personen betaalde bedragen moeten doorgeven aan de Belastingdienst. Ze krijgen hier dus geen uitnodiging voor.

Let op! De verplichting geldt ook als je geen werknemers meer in dienst hebt, maar nog wel beschikt over een loonheffingennummer.

Uitzonderingen

De opgaaf UBD voor betalingen aan natuurlijke personen geldt alleen als die betaling betrekking heeft op door hen verrichte werkzaamheden en diensten. Er zijn uitzonderingen:

  • Betalingen die je doet aan een natuurlijke persoon die werknemer is bij jou, hoef je niet door te geven.
  • Dat geldt ook voor betalingen die je doet aan een natuurlijke persoon die onder de zogenaamde vrijwilligersregeling valt (dat wil onder meer zeggen dat de betaling maximaal € 210 per maand en € 2.100 per jaar is in 2024).
  • Reikt de natuurlijke persoon voor de werkzaamheden een factuur met btw uit, dan hoef je ook geen opgaaf UBD te doen.

Wel opgaaf UBD bij btw-vrijstelling, btw verlegd en KOR

Een ondernemer (een natuurlijke persoon) die btw-vrijgestelde werkzaamheden verricht voor jou, is niet uitgezonderd van de opgaaf UBD. Hoewel deze ondernemer misschien een factuur uitreikt, is op deze factuur geen btw vermeld. Hetzelfde geldt voor een natuurlijke persoon die de KOR toepast of de btw naar jou verlegt. Ook voor betalingen aan deze natuurlijke personen moet je een opgaaf UBD doen.

Wat geef je door?

Je doet de opgaaf UBD digitaal. Je vermeldt hierbij:

  • naam, adres, bsn en geboortedatum van de natuurlijke persoon;
  • de in 2024 betaalde bedragen, inclusief eventuele kostenvergoedingen aan de natuurlijke persoon;
  • de datum waarop je de betaling deed.

Tip! Deed je meerdere betalingen in 2024 aan één natuurlijke persoon, dan mag je die betalingen ook bij elkaar optellen. Als datum geef je dan op de datum van de laatste uitbetaling in 2024.

Let op! Niet alleen betalingen in geld, ook betalingen in natura moet je doorgeven.

Uiterlijk 31 januari 2025

De opgaaf UBD 2024 moet u uiterlijk 31 januari 2025 doen. Ben je geen inhoudingsplichtige voor de loonheffingen of een collectieve beheersorganisatie, dan hoef je dit alleen te doen als de Belastingdienst daar specifiek om vraagt.

Let op! Betaal je een natuurlijke persoon begin 2025 voor in 2024 verrichte werkzaamheden en diensten, dan neem je deze betaling mee in de opgaaf UBD 2025 die je uiterlijk 31 januari 2026 moet indienen.

Door |2024-12-12T15:33:21+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Doe vóór 1 februari 2025 uw opgaaf UBD 2024

Heerlijk avondje bij jou op de zaak?

Als je als werkgever voor jouw personeel en hun kinderen met sinterklaas iets extra’s wilt doen, doe het dan bij voorkeur fiscaal vriendelijk. Op die manier houd je als werkgever uw kosten binnen de perken, zonder dat het plezier er minder door wordt. Waar moet je op letten?

Sinterklaasfeest is belastbaar loon tenzij…..

Sinterklaas

Uitgangspunt is dat een door jou georganiseerd sinterklaasfeest belastbaar loon is voor jouw werknemer. Waarschijnlijk wil je jouw geld liever besteden aan iets waar de werknemer (langer) wat aan heeft dan aan een fiscaal dure locatie. Daarom kun je het sinterklaasfeest het beste bij jou op de werkplek organiseren, denk aan jouw kantine, magazijn of vergaderruimte. De kosten van het feest, dat wil zeggen, de consumpties, de locatie (jouw werkplek) en het bezoek van de Sint daar, blijven dan onbelast.

Let op! Dit geldt niet voor maaltijden.

Toch buiten de deur?

Organiseer je het feestje toch buiten de deur, dan zijn de kosten die daarmee gemoeid gaan zoals huur van een ruimte en consumpties wel belastbaar. Je kunt belastingheffing voorkomen door de waarde van het feest onder te brengen in de werkkostenregeling (WKR). Jouw personeel betaalt dan geen belasting over het feest. Jij als werkgever mogelijk wel, als de waarde van al jouw vergoedingen en verstrekkingen inclusief het sinterklaasfeest dit jaar boven het bedrag van jouw vrije ruimte in de WKR uitkomt.

Kosten kinderen en partners

Voor de kosten van kinderen en partners die eventueel ook naar het sinterklaasfeest mogen komen, geldt hetzelfde als voor de kosten van jouw werknemers. Consumpties en voorzieningen op de werkplek blijven onbelast, maar vormen wel loon als je kiest voor een externe locatie.

Cadeautjes wél belast

Krijgen de kids en vader en moeder – voor zover ze lief zijn geweest -, een cadeautje van de sint, dan is dit belast. Dit is ook het geval als je het sinterklaasfeest op de werkplek organiseert. De waarde van de cadeaus kun je ook onderbrengen in de WKR om belastingheffing bij jouw personeel te voorkomen. Let ook hier weer op jouw nog beschikbare vrije ruimte.

Tip! Wanneer je jouw werknemers een eigen bijdrage vraagt voor het sinterklaasfeest, dan mag deze worden afgetrokken van het bedrag dat je onderbrengt in de vrije ruimte.

Omvang vrije ruimte

De vrije ruimte in de WKR bedraagt dit jaar, 2024, 1,92% van jouw loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Let op! Kom je met al jouw vergoedingen en verstrekkingen boven de vrije ruimte uit, dan betaal je als werkgever 80% belasting over het meerdere.

Voorbeeld
Jouw loonsom bedraagt €750.000. Jouw vrije ruimte bedraagt dan 1,92% x €400.000 + 1,18% x €350.000 = €7.680 + €4.130 = €11.810. Stel dat je dit jaar in totaal aan vergoedingen en verstrekkingen een bedrag van €13.000 onderbrengt in de werkkostenregeling, dan betaal je dus 80% belasting over €13.000 -/- €11.810 = 80% x €1.190 = €952. 

Tip! Premieheffing is niet apart verschuldigd. Dat betekent dat 80% vaak goedkoper is dan wanneer je de werknemer iets geeft en daarbij de belasting van deze werknemer overneemt.

WKR in 2025 omhoog

Bij de behandeling van het Belastingplan 2025 heeft de Tweede Kamer ingestemd met een amendement om de vrije ruimte in de WKR van de loonsom tot € 400.000 per 2025 te verhogen naar 2% en per 2027 verder te verhogen naar 2,16%. De vrije ruimte van 1,18% over het meerdere van de loonsom boven € 400.000 blijft ongewijzigd.

Door |2024-11-29T14:17:32+01:0029 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Heerlijk avondje bij jou op de zaak?

Berekening vergoeding opladen elektrische auto

Als een werknemer in een elektrische auto van de zaak rijdt, mag je de kosten die hij maakt voor het opladen van de auto belastingvrij vergoeden. De Belastingdienst heeft aangegeven op welke manieren dit kan en welke elementen ter berekening van de kostprijs daarbij van belang zijn.

Werkelijke kosten

Elektrische auto

Als werkgever mag je om te beginnen de werkelijke kosten vergoeden. Volgens de Belastingdienst dien je daarbij uit te gaan van de integrale kostprijs. Om die te berekenen moeten de vaste en variabele kosten gedeeld worden door het aantal verbruikte kWh aan elektriciteit. Variabele kosten zijn de prijs per kWh, bij vaste kosten moet je onder andere denken aan de transportkosten.

Welke elementen bepalen kostprijs?

Voor wat betreft de vermindering van energiebelasting kan deze buiten beschouwing worden gelaten, voor zover deze al wordt opgebruikt door het privégebruik van de stroom door de werknemer. Gebruikt de werknemer zonnepanelen om elektriciteit op te wekken, dan maakt een evenredig deel van de afschrijvingskosten deel uit van de kostprijs en kunt u dit onbelast vergoeden. Een eventueel prijsplafond vermindert de kosten en dus ook de onbelaste vergoeding.

Zakelijke transactie

Als werkgever kunt ook met jouw werknemer een contract afsluiten omtrent de te vergoeden kostprijs. In een dergelijk contract zal het tarief in combinatie met de duur van het contract in overeenstemming moeten zijn met de prijs in de markt. Daarbij is het moment waarop jij als werkgever en jouw werknemer afspraken maken bepalend.

Let op! Gebruikt de werknemer voor het opladen van een auto van de zaak een openbare laadpaal, dan kunnen de kosten van het opladen bij die oplaadpaal onbelast worden vergoed.

Bewijslast

Bij een eventuele discussie over de vraag of een werkgever meer heeft vergoed dan de kostprijs, ligt de bewijslast bij de inspecteur.

Door |2024-11-27T16:02:47+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Berekening vergoeding opladen elektrische auto

Versobering 30%-regeling wordt grotendeels teruggedraaid

Buitenlandse werknemers die in Nederland arbeid verrichten, kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van de zogenaamde 30%-regeling. Als zij deze regeling kunnen toepassen mag 30% van het loon netto worden uitbetaald, met een maximum van € 69.900 (2024). De 30%-regeling is sinds begin 2024 versoberd, maar het kabinet wil deze versobering grotendeels weer terugdraaien.

Oorspronkelijke versobering

Internationaal

De 30%-regeling kan maximaal 60 maanden worden toegepast. Sinds 2024 is door het vorige kabinet de 30%-regeling in omvang beperkt. De 30%-regeling is nog de eerste 20 maanden van toepassing, de daarop volgende 20 maanden mag in plaats van 30% nog maar 20% van het loon netto worden uitbetaald en de daarop volgende 20 maanden nog maar 10%.

Versobering herzien

In een nog op te nemen wijziging in het Belastingplan 2025 zal de versobering grotendeels worden teruggedraaid. De afbouw van 30 naar 20 tot 10% verdwijnt dan en voorgesteld wordt om vanaf 2027 in plaats van 30 nog maar 27% van het loon netto te kunnen uitbetalen. In 2025 en 2026 blijft voor iedereen een percentage van 30 van kracht en vindt dus nog geen afbouw plaats.

Let op! Voor werknemers die vóór 2024 de 30%-regeling al toepasten, blijft over de gehele periode van 60 maanden een percentage van 30 gelden.

Verhoging salarisnormen

Om de 30%-regeling toe te kunnen passen moet een werknemer minstens een bepaald salaris verdienen. Voor dit jaar is dit € 46.107, voor werknemers jonger dan 30 jaar met een mastertitel is dit € 35.048. Voorgesteld is om beide bedragen vanaf 2027 te verhogen naar € 50.436 respectievelijk € 38.338i. Dit zijn de bedragen op basis van 2024 en deze worden dus nog per 2027 geïndexeerd.

Let op! Dit verhoogde salaris geldt niet voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 toepasten.

30%-regeling tot maximaal de balkenendenorm

Met ingang van 1 januari 2024 is de 30%-regeling ook beperkt tot de zogenaamde balkenendenorm. Dit houdt in dat in 2024 maximaal € 69.900 (30% van € 233.000) onder de 30%-regeling netto vergoed mag worden. Het kabinet heeft geen voorstellen gedaan om deze beperking terug te draaien.

Let op! De balkenendenorm bedraagt voor het jaar 2025 € 246.000. In 2025 mag daarom maximaal € 73.800 (30% van € 246.000) onder de 30%-regeling netto vergoed worden. Voor werknemers die al vóór 2023 de 30%-regeling toepasten, geldt de beperking overigens in 2024 en 2025 nog niet. Zij krijgen hier pas vanaf 1 januari 2026 mee te maken.

Werkelijke kosten of 30%-regeling?

De 30%-regeling is optioneel. Werkgevers kunnen er namelijk ook voor kiezen de werkelijke  kosten onbelast te vergoeden, voor zover dit fiscaal mogelijk is. Deze mogelijkheid blijft bestaan.

Let op! De werkgever moet uiterlijk in het eerste loontijdvak van een kalenderjaar kiezen of hij de 30%-regeling toepast of de werkelijke extraterritoriale kosten vergoed. Die keuze geldt dan meteen voor het hele jaar.

Buitenlands partiële belastingplicht

Buitenlandse werknemers die de 30%-regeling toepassen hebben in 2024 ook nog de mogelijkheid om  buitenlandse kapitaalinkomsten buiten de Nederlandse belastingheffing in box 2 en  box 3 te houden. De werknemer wordt dan voor box 2 en box 3 gezien als buitenlands belastingplichtige, ondanks dat hij in Nederland woont. Vorig jaar is al door het vorige kabinet besloten om deze faciliteit te laten vervallen per 2025. Het huidige kabinet heeft geen voorstellen gedaan om dit te wijzigen.

Let op! Werknemers die al vóór 2024 de 30%-regeling toepasten, kunnen deze faciliteit nog wel tot en met 2026 blijven gebruiken.

Let op! De door het kabinet voorgestelde aanpassingen in de 30%-regeling moeten nog in het Belastingplan 2025 worden opgenomen en daarna door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. De aanpassingen zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-10-03T11:45:06+02:003 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Versobering 30%-regeling wordt grotendeels teruggedraaid

Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Sinds 1 januari 2020 tellen ZW-uitkeringen niet altijd meer mee als arbeidsinkomen. Daarmee tellen ZW-uitkeringen dus ook niet altijd meer bij het bepalen van de hoogte van de arbeidskorting. Onlangs werd voor de rechtbank Noord-Nederland de vraag beantwoord hoe dat zit als het een uitzendkracht betreft.

Alleen voor bestaande dienstbetrekkingen

Medisch

Sinds 2020 tellen ZW-uitkeringen alleen nog mee als arbeidsinkomen als de dienstbetrekking nog niet is beëindigd. Is dit wel het geval, dan telt de ZW-uitkering niet meer mee als arbeidsinkomen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin iemand WW ontvangt en ziek wordt.

Uitzendkrachten met of zonder uitzendbeding

Voor uitzendkrachten is in verband met het bovenstaande van belang of er al dan niet een uitzendbeding is. Is dit beding niet van toepassing, dan blijft de dienstbetrekking gewoon bestaan. In dat geval moet de ZW-uitkering dus tot het arbeidsinkomen worden gerekend, met onder meer een hogere arbeidskorting als gevolg.

Eerst WW, dan ZW

In bovengenoemde zaak handelde het om een uitzendkracht die eerst een WW-uitkering ontving en daarna een ZW-uitkering. Volgens de inspecteur moest de ZW-uitkering dan ook niet als arbeidsinkomen worden aangemerkt.

Seizoensgebonden werk

In deze zaak lag dat echter anders. De uitzendkracht verrichtte seizoensgebonden werk en kreeg alleen betaald als hij werkte. Was er geen werk, dan kreeg hij niet betaald. Echter, de arbeidsovereenkomst liep wel gewoon door. De conclusie was dan ook dat in dit geval de ZW-uitkering wél tot het arbeidsinkomen moest worden gerekend. Belastingplichtige werd dan ook in het gelijk gesteld, waardoor de arbeidskorting hoger uitviel.

Door |2024-09-06T16:29:30+02:006 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Ook woon-werkverkeer bij verblijf op meerdere adressen?

Reizen tussen de woon- en arbeidsplaats worden in beginsel als woon-werkverkeer aangemerkt. Geldt dat ook als er gereisd wordt tussen meerdere adressen en de arbeidsplaats?

Het gerechtshof in Den Haag heeft hier onlangs over beslist in een zaak waarbij een belastingplichtige reisde tussen zijn woonplaats, zijn arbeidsplaats en de woonplaats van zijn vriendin.

Woon-werkverkeer

Auto

Wettelijk is niet bepaald wat onder woon-werkverkeer moet worden verstaan. Uit de rechtspraak is evenwel duidelijk geworden dat dit reizen zijn tussen de woon- of verblijfplaats en het werk binnen een periode van 24 uur.

Woning nieuwe vriendin verblijfplaats?

In genoemde zaak reisde een werknemer met de auto van de zaak van zijn woning naar het werk en terug. Ook kwam het voor dat de man naar zijn werk reisde en ’s avonds vanuit het werk rechtstreeks naar zijn vriendin, of andersom. Ook in de weekends kwam het voor dat gereisd werd vanaf of naar de woning van de vriendin. Voor het Hof stond de vraag centraal of ook het adres van de vriendin aangemerkt kon worden als ‘verblijfplaats’.

Grens 500 kilometer

Het antwoord was van belang voor de vraag of er al dan niet meer dan 500 privé kilometers met de auto van de zaak waren afgelegd. Als het adres van de vriendin aangemerkt zou worden als verblijfplaats, zou de man in het jaar 487 privékilometers hebben afgelegd. Zo niet, dan zou hij ruim meer dan 500 privékilometers hebben gereden en zou er bijtelling moeten plaatsvinden.

Wat is een verblijfplaats?

Volgens het Hof is een verblijfplaats een plaats die je ter beschikking staat en waar je regelmatig verblijft. Of hiervan sprake is, moet blijken uit de feiten en omstandigheden. In deze zaak was er volgens het Hof sprake van een verblijfplaats. In een periode van vijf maanden werd er namelijk 19 keer van of naar deze plaats gereisd. Dat dit niet volgens een vast patroon gebeurde, deed niet ter zake. Evenmin het feit dat vanwege co-ouderschap soms minder gereisd kon worden dan gewenst. Verder was van belang dat het reispatroon in de jaren erna werd voortgezet. Belanghebbende werd dan ook in het gelijk gesteld.

Door |2024-07-26T11:22:20+02:0026 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook woon-werkverkeer bij verblijf op meerdere adressen?
  • Subsidieregeling ‘NL leert door’ aangepast

Subsidieregeling ‘NL leert door’ aangepast

De subsidieregeling ‘NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk’ is onlangs aangepast. De aanpassingen betreffen de maatwerktrajecten die samenwerkingsverbanden, zoals brancheorganisaties, kunnen opzetten en zijn bedoeld voor behoud van werk, c.q. de overgang naar ander werk.

NL leert door
De subsidieregeling ‘NL leert door’ is een op scholing gerichte subsidieregeling, in het leven geroepen tijdens de Coronacrisis. Iedereen tussen de 18 jaar en de pensioengerechtigde leeftijd komt hiervoor in aanmerking. Het maakt daarbij niet uit of iemand in loondienst is, een flexibel contract heeft of werk zoekt. Ook zelfstandigen en ZZP’ers kunnen via de regeling gebruikmaken van gratis scholing.

Geen kopie ID-bewijs meer bewaren
Er is nu dus een aantal zaken gewijzigd in deze regeling. Een van de wijzigingen is het vervallen van de verplichting om van de deelnemers een kopie van het identiteitsbewijs te bewaren. Deze eis blijkt in strijd met de privacywetgeving. De identiteit van de deelnemers moet nog wel worden vastgesteld en worden vastgelegd door middel van het formulier ‘Verklaring controle ID-bewijs van deelnemer’. Dit is te downloaden via de site www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.

Let op! Samenwerkingsverbanden zullen verzocht worden al gemaakte kopieën te vernietigen en de Verklaring controle ID-bewijs van deelnemers in de administratie op te nemen.

EVC-procedures
Voor EVC-procedures (Erkenning voor Verworven Competenties) is geregeld dat de prestatieverklaring – die is opgenomen in een bijlage bij de regeling – de basis is voor de bepaling of een EVC-procedure voor subsidie in aanmerking komt.

Verlenging looptijden
Een andere wijziging betreft de verlenging van de looptijd voor de uitvoering van activiteiten van 16 naar 20 maanden. In de praktijk bleek dat de termijn van 16 maanden hiervoor te kort was.
Ook is de looptijd verlengd waarin een verzoek tot verlaging van de subsidie kan worden ingediend. Een dergelijk verzoek kan gedaan worden om te voorkomen dat de subsidie komt te vervallen omdat onvoldoende activiteiten zijn gerealiseerd. Met deze aanpassing is het mogelijk om tot uiterlijk 16 maanden na de oorspronkelijke subsidieverlenging een verzoek in te dienen voor verlaging tot maximaal 50% van het laatst verleende subsidiebedrag.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-08-05T12:21:36+02:005 augustus 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidieregeling ‘NL leert door’ aangepast