wbso

Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2025

Heb je personeel in dienst? Werk je met zzp’ers? Op 1 januari 2025 is er weer een flink aantal wijzigingen doorgevoerd voor je als werkgever en als dga. Wij wijzen jou op tien belangrijke punten.

1. Verhoging wettelijk minimum uurloon

Handtekening

Het wettelijk minimumloon wordt twee keer per jaar geïndexeerd, namelijk per 1 januari en per 1 juli. Het wettelijk bruto minimumuurloon voor werknemers van 21 jaar of ouder is per 1 januari 2025 verhoogd naar € 14,06.

2. Handhaving schijnzelfstandigheid vanaf 2025

Met ingang van 1 januari 2025 is het handhavingsmoratorium arbeidsrelaties volledig opgeheven. De Belastingdienst kan daarom bij een onjuiste kwalificatie van een arbeidsrelatie weer volledig handhaven en correctieverplichtingen en naheffingsaanslagen opleggen.

Let op! De Belastingdienst kan daarbij alleen terug tot 1 januari 2025 , tenzij sprake is van kwaadwillendheid.

De Belastingdienst zal in 2025 in principe starten met een bedrijfsbezoek waarbij met de opdrachtgever een gesprek gevoerd wordt over de inhuur van zelfstandigen en extern personeel. Waar nodig wordt de opdrachtgever gewezen op aandacht voor de kwalificatie van de arbeidsrelaties en mogelijke risico’s op schijnzelfstandigheid. Op die manier wordt de opdrachtgever gewaarschuwd. De Belastingdienst kan overigens (alsnog) ook voor een boekenonderzoek kiezen, bijvoorbeeld als de inschatting is dat er grote risico’s zijn of als de opdrachtgever werkt of blijft werken met schijnzelfstandigen.

Tip! Over het kalenderjaar 2025 zullen aan werkgevers en werkenden nog geen verzuim- en vergrijpboetes opgelegd worden als zij kunnen bewijzen dat zij stappen zetten tegen schijnzelfstandigheid.

De Belastingdienst keurt vanaf 6 september 2024 geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed. Alle lopende goedgekeurde modelovereenkomsten zijn wel automatisch tot eind 2029 verlengd. De Belastingdienst kan een modelovereenkomst echter intrekken als deze niet meer voldoet aan wet- en regelgeving en jurisprudentie of als blijkt dat niet volgens de voorwaarden van de modelovereenkomst gewerkt wordt of kan worden.

Tip! Wil je dat de Belastingdienst een arbeidsrelatie beoordeelt, gebruik dan het formulier Verzoek vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie. In de Checklist vooroverleg beoordeling arbeidsrelatie vindt je welke informatie je minimaal moet vermelden in jouw verzoek.

3. Vrije ruimte en normbedragen WKR omhoog

Via de werkkostenregeling kun je als werkgever diverse zaken belastingvrij vergoeden of verstrekken aan jouw personeel. Blijven de vergoedingen binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’, dan hoeft ook de werkgever hierover geen belasting te betalen. De vrije ruimte wordt in 2025 iets verhoogd naar 2% (in 2024 nog 1,92%) van de loonsom, tot een bedrag van € 400.000. Voor zover de loonsom hoger is, blijft de vrije ruimte over het meerdere 1,18%, net als in 2024.

Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kun je – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding geven aan jouw werknemer. Deze onbelaste vergoeding bedraagt in 2025 € 2,40 per dag. Het normbedrag voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines (of soortgelijke ruimtes) of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie bedraagt in 2025 € 3,95 per maaltijd. Het normbedrag van huisvesting op de werkplek stijgt in 2025 naar € 6,80 per dag.

4. Gebruikelijk loon en vrijwilligersvergoeding 2025 gelijk aan 2024

Het normbedrag voor het gebruikelijk loon is in 2025 gelijk aan het normbedrag in 2024 en bedraagt € 56.000 per jaar. Na een jarenlange stijging van het normbedrag (in 2023 bedroeg het bijvoorbeeld nog € 51.000 en in 2022 € 48.000) hoef je dus in 2025 geen rekening te houden met een hoger normbedrag. Desondanks kan het gebruikelijk loon in 2025 toch hoger zijn dan in 2024, een en ander afhankelijk van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking en het loon van de meestverdienende werknemer van jouw bv of daarmee verbonden bv’s.

Ook de maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding blijft in 2025 gelijk aan 2024, namelijk maximaal € 2.100 per jaar en € 210 per maand. De onbelaste vrijwilligersvergoeding moet binnen de maximale bedragen blijven en de vrijwilliger moet de werkzaamheden niet bij wijze van beroep verrichten voor aangewezen, niet-commerciële organisaties. De Belastingdienst gaat ervan uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht als de maximum uurvergoeding in 2025 € 5,60 bedraagt. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt deze maximum uurvergoeding in 2025 € 3,30.

5. Bijtelling nieuwe auto zonder CO2-uitstoot en eindheffing wisselend gebruikte bestelauto omhoog

De bijtelling voor nieuwe auto’s zonder CO2-uitstoot (onder meer volledig elektrische auto’s) gaat in 2025 omhoog naar 17% tot een catalogusprijs van € 30.000 en bedraagt 22% daarboven. Het jaar 2025 is het laatste jaar waarin een korting geldt voor dergelijke nieuwe auto’s. De bijtelling voor nieuwe auto’s met een CO2-uitstoot van meer dan 0 gram per kilometer verandert in 2025 niet. Deze blijft, net als in eerdere jaren, gehandhaafd op 22%.

De bijtelling voor het privégebruik van een afwisselend door meerdere werknemers gebruikte bestelauto kan een werkgever afkopen door het toepassen van een eindheffing. Het bedrag van deze eindheffing bedraagt in 2025 geen € 300 per jaar meer, maar is verhoogd naar € 438 per jaar (€ 36,50 per maand).

Let op! De onbelaste reiskostenvergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, is in 2025 gelijk aan 2024 en bedraagt € 0,23/km.

6. Ruimere WBSO

Via de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De werkgever verrekent de toegekende tegemoetkoming met de af te dragen loonheffing. Verschillende percentages van de WBSO zijn met ingang van 1 januari 2025 verhoogd. Vanaf 2025 geldt voor kosten tot € 380.000 een percentage van 36% en voor het meerdere 16%. Voor starters geldt vanaf 2025 een percentage van 50% voor kosten tot € 380.000.

7. Wijzigingen Wet tegemoetkomingen loondomein

De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) draagt bij om werkgevers te stimuleren mensen met een kwetsbare positie in dienst te nemen en te houden. In de Wtl is vanaf 2025 alleen nog het loonkostenvoordeel (LKV) opgenomen. Het lage-inkomensvoordeel (LIV) is per 1 januari 2025 afgeschaft. Uitbetaling van het LIV 2024 vindt nog wel plaats in juli/augustus 2025.

Een andere wijziging is de afbouw van het LKV voor oudere werknemers. Voor dienstbetrekkingen die begonnen vóór 1 januari 2024 blijft het LKV voor oudere werknemers van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar gewoon in stand tot het einde van de looptijd van maximaal drie jaar. Voor dienstbetrekkingen die begonnen op of ná 1 januari 2024 is het LKV per 1 januari 2025 echter verlaagd naar € 1,35 per verloond uur met een maximum van € 2.600 per kalenderjaar.

Let op! Vanaf 1 januari 2026 bestaat voor deze dienstbetrekkingen geen recht meer op LKV. Wel vindt voor deze dienstbetrekkingen in 2026 nog uitbetaling van het LKV 2025 plaats.

Verder zijn vanaf 2025 de criteria van het LKV herplaatsen werknemer met arbeidshandicap verruimd. Voor een werknemer die in de wachttijd van de WIA zijn eigen arbeid geheel of gedeeltelijk hervat of geheel of gedeeltelijk in een andere functie bij u gaat werken, heeft u vanaf 2025 namelijk ook recht op dit LKV.

8. Minder snel herziening lage Awf-premie naar hoge Awf-premie vanaf 2025

De gedifferentieerde premie voor het Algemeen Werkeloosheidsfonds (Awf) bestaat uit een hoge en lage Awf-premie. Je mag als werkgever een lage Awf-premie toepassen als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Voldoe je daar niet aan, dan betaal je een hoge Awf-premie. De lage premie bedraagt in 2025 2,74%, de hoge premie 7,74%.

In bepaalde situaties moet je een lage Awf-premie met terugwerkende kracht herzien naar een hoge Awf-premie. Dit is onder meer het geval als de verloonde uren van een werknemer waarvoor u de lage Awf-premie toepaste, in een jaar meer dan 30% hoger zijn dan de contracturen. Voor het jaar 2024 hoef je dan alleen alsnog de hoge Awf-premie toe te passen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld minder dan 35 uur per week. Controleer begin 2025 of je zo’n herziening voor het jaar 2024 moet toepassen. Voor het jaar 2025 hoef je minder snel zo’n herziening toe te passen. Je hoeft dat dan alleen nog te doen bij werknemers met een arbeidscontract van gemiddeld 30 uur of minder per week.

Let op! De lage Awf-premie moet ook worden herzien naar de hoge Awf-premie als een nieuwe werknemer binnen twee maanden na indiensttreding ontslag neemt of wordt ontslagen. Deze herziening is niet afhankelijk van het aantal contracturen en geldt dus bij alle contracten.

9. Wijzigingen 30%-regeling

De 30%-regeling is een fiscale regeling waarbij, onder strikte voorwaarden, maximaal 30% van het salaris belastingvrij mag worden uitbetaald aan personeel dat uit het buitenland is aangetrokken. Deze regeling zou versoberd worden, maar een groot deel van die versobering is met ingang van 2025 weer teruggedraaid. Dit betekent dat als voldaan is aan de strikte voorwaarden in 2025 en 2026 nog gewoon het percentage van maximaal 30% mag worden toegepast. Vanaf 2027 wordt dit percentage verlaagd naar 27%, tenzij je voor de werknemer vóór 2024 de 30%-regeling al toepaste. In dat geval mag je gedurende de hele periode van 60 maanden het percentage van 30% toepassen.

De 30%-regeling mag in 2025 worden toegepast over een salaris tot maximaal € 246.000 (in 2024 was dit nog € 233.000). Dit maximum geldt overigens in 2025 niet als je voor de werknemer vóór 2023 de 30%-regeling al toepaste.

In 2025 bedraagt de in de 30%-regeling toegepaste salarisnorm € 46.660. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, bedraagt de salarisnorm in 2025 € 35.468. Beide bedragen worden met ingang van 2027 verhoogd naar € 50.436, respectievelijk € 38.338. Dit zijn de bedragen op basis van de bedragen die golden in 2024 en deze worden per 2027 nog geïndexeerd. Dit verhoogde salaris geldt vanaf 2027 overigens niet voor degenen die de 30%-regeling al vóór 2024 toepasten.

Let op! Werknemers die van de 30%-regeling gebruikmaken, hoefden tot en met 2024 geen belasting in box 2 en box 3 te betalen over buitenlands kapitaalinkomen. Dit wordt ook wel de partiële buitenlandse belastingplicht genoemd. Deze faciliteit is per 2025 vervallen. Dit geldt niet voor situaties waarin de 30%-regeling al vóór 2024 werd toegepast. In deze situaties blijft de faciliteit tot en met 2026 van kracht. Voor werknemers waarvoor de buitenlandse partiële belastingplicht per 2025 vervalt, kun je vanaf 2025 geen gebruik meer maken van de mogelijkheid om de loonbelasting/premie volksverzekeringen die je moet inhouden af te stemmen op de inkomstenbelasting en eventuele premie volksverzekeringen die jouw werknemer moet betalen.

10. Verplichte rapportage zakelijk en woon-werkverkeer werknemers uiterlijk 30 juni 2025

Werkgevers met 100 of meer werknemers zijn vanaf 1 juli 2024 verplicht om te rapporteren over het zakelijk verkeer én het woon-werkverkeer van hun werknemers. Deze verplichting maakt onderdeel uit van de Omgevingswet van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en staat bekend onder de naam ‘Rapportageverplichting werkgebonden personenmobiliteit’, afgekort WPM.

Deze werkgevers moeten bijvoorbeeld het totaalaantal kilometers dat de werknemers afleggen voor zakelijk en woon-werkverkeer rapporteren, maar ook het jaartotaal aan kilometers, verdeeld naar soort vervoermiddel en brandstoftype. De gegevens over 2024 kunnen vanaf 15 januari 2025 doorgegeven worden en moeten uiterlijk 30 juni 2025 ingestuurd zijn. In 2026 is een rapportage over het hele jaar 2025 verplicht.

Door |2025-01-17T08:56:50+01:0017 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Top 10 wijzigingen voor de werkgever 2025

Ook Eerste Kamer neemt Belastingplannen 2025 aan

De Eerste Kamer heeft het pakket Belastingplannen 2025 aangenomen. Eerder stemde ook de Tweede Kamer al in. We zetten een aantal wijzigingen voor jou op een rij.

Verlaging hoge tarief tweede schijf van box 2 met ingang van 2025

Binnenhof

Sinds 1 januari 2024 is het uniforme tarief van box 2 vervangen door twee tarieven. Voor ontvangen dividenden en andere inkomsten in box 2 tot totaal € 67.000 geldt in 2024 een tarief van 24,5%. Dit tarief blijft in 2025 gelijk, maar geldt dan tot totaal € 67.804. Als de inkomsten in box 2 hoger zijn dan € 67.000, wordt dit meerdere in 2024 belast tegen 33%. Met ingang van 2025 is het tarief boven € 67.804 2% lager en bedraagt het 31%. Overigens kunnen fiscale partners profiteren van een tarief van 24,5% tot € 134.000 in 2024 en tot € 135.608 in 2025.

Introductie derde schijf inkomstenbelasting in 2025

Per 1 januari 2025 wordt een nieuwe, verlaagde eerste schijf in box 1 geïntroduceerd. Dit zorgt voor een gerichtere lastenverlichting bij met name middeninkomens. Het tarief in deze eerste schijf daalt van 36,97% (2024) naar 35,82% (2025). Deze schijf loopt in 2025 tot een inkomen van € 38.441. Het tarief van de tweede schijf bedraagt in 2025 37,48% en loopt tot € 76.817. De grens voor de derde (hoogste) schijf is daarmee € 1.298 hoger dan in 2024. Het hoogste tarief in box 1 blijft 49,5%.

Verlaging en afschaffing vrijstelling  en heffingskorting groene beleggingen

De vrijstelling groene beleggingen gaat omlaag per 2025 en wordt per 2027 afgeschaft. Bedroeg deze vrijstelling per 1 januari 2024 nog maximaal € 71.251, per 1 januari 2025 bedraagt deze nog maar € 26.000 (vóór indexatie). Heb je een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor jou en jouw partner gezamenlijk het dubbele, per 1 januari 2025 dus € 52.000 (vóór indexatie). Naast de vrijstelling in box 3 heb je in 2024 ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het op 1 januari vrijgestelde bedrag in box 3. Ook deze heffingskorting wordt verlaagd en wel naar 0,1% met ingang van 2025. De vrijstelling en heffingskorting blijven in 2026 nog bestaan, maar worden met ingang van 1 januari 2027 volledig afgeschaft.

Wijziging aftrek vervoerkosten bij ziekte vanaf 2025

De aftrek van vervoerskosten bij ziekte wijzigt vanaf 2025. Voor de bepaling van de vervoerskosten bij ziekte moet vanaf 2025 worden uitgegaan van € 0,23 per km. Daarnaast mogen wel de werkelijke gemaakte parkeer-, tol- en veergelden afgetrokken worden. Verder mogen ernstig zieken en invaliden vanaf 2025 voor extra vervoerskosten alleen nog een vast bedrag van € 925 per jaar aftrekken.

Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling per 2025 en 2027

Met ingang van 2025 wordt de vrije ruimte verhoogd naar 2% van de loonsom tot € 400.000, de vrije ruimte daarboven blijft gehandhaafd op 1,18%. De vrije ruimte wordt per 2027 nog verder verhoogd naar 2,16% van de loonsom tot € 400.000 (en handhaving van het percentage van 1,18% daarboven).

30%-regeling voor expats wordt 27%-regeling vanaf 2027

Werknemers die naar Nederland komen en voldoen aan de criteria, kunnen aanspraak maken op de 30%-regeling. Hierdoor ontvangen zij maximaal 30% van hun salaris onbelast. Per 1 januari 2027 wordt een constant forfait ingevoerd van 27 in plaats van 30%. De termijn voor de regeling blijft wel maximaal vijf jaar. In 2025 en 2026 geldt voor alle werknemers die voldoen aan de criteria gewoon nog een percentage van 30%. De salarisnorm wordt vanaf 2027 verhoogd van € 46.107 (bedrag in 2024) naar € 50.436 (vóór indexatie). Voor ingekomen werknemers die jonger zijn dan 30 jaar en een master hebben, wordt de salarisnorm verhoogd van € 35.048 (bedrag in 2024) naar € 38.338 (vóór indexatie).

Ruimere WBSO werkgever vanaf 2025

Via de WBSO krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van innovatie en van de vraag of het bedrijf een startende onderneming is of niet. Er gelden verschillende percentages qua tegemoetkoming. Voor kosten tot € 350.000 geldt in 2024 een percentage van 32%, voor het meerdere is dit 16%. In 2025 geldt voor kosten tot € 380.000 een percentage van 36%, voor het meerdere blijft het 16%. Voor starters geldt in 2024 een percentage van 40% voor kosten tot € 350.000, in 2025 is dit percentage 50% voor kosten tot € 380.000.

Logies belast met 21% btw vanaf 2026

Het verlaagde btw-tarief van 9% voor logies (hotels, vakantiewoningen en stacaravans) wordt afgeschaft per 1 januari 2026. Het algemene btw-tarief van 21% wordt dan van toepassing. Er geldt een uitzondering voor kampeerterreinen. Deze blijven onder het verlaagde btw-tarief van 9% vallen. De aanpassing van het btw-tarief is afhankelijk van het moment waarop de overnachting wordt genoten en niet van het moment waarop de betaling wordt verricht. Op vooruitbetalingen in 2025 voor overnachtingen in 2026 zal dus ook het 21% btw-tarief van toepassing zijn.

Btw-herziening investeringsdiensten van minimaal € 30.000 per 2026

Voor investeringsdiensten van minimaal € 30.000 geldt vanaf 2026 een btw-herzieningsregeling. Dit betekent – grof weg- dat deze investeringsdiensten in het jaar van ingebruikname en de vier daaropvolgende jaren gevolgd worden. Wijzigt in die periode het gebruik voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties, dan wordt de btw-aftrek op de investeringsdienst herzien.

Definitieve afschaffing salderingsregeling zonnepanelen per 2027

De salderingsregeling zorgt er nu nog voor dat de teruggeleverde elektriciteit wordt verrekend met de afgenomen elektriciteit. Met ingang van 1 januari 2027 wordt de salderingsregeling definitief afgeschaft. Vanaf dat moment moeten energieleveranciers wel een redelijke vergoeding betalen voor de teruggeleverde elektriciteit. Die redelijke vergoeding kan tot en met 1 januari 2030 nooit minder bedragen dan 50% van voor de levering overeengekomen prijs.

Wijziging bedrijfsopvolgingsregeling en doorschuifregeling per 2025 en 2026

De bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) zou al op een flink aantal punten met ingang van 1 januari 2025 wijzigen, maar daar komen nu nog een aantal wijzigingen per 2025 en 2026 bij. Zo wordt de verplichte voortzettingstermijn met ingang van 2025 verkort van vijf naar drie jaar. Voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 geldt daarom nog maar een voortzettingstermijn van drie jaar. Vanaf 1 januari 2026 worden onder andere de volgende aanpassingen voorgesteld: versoepelen van de bezits- en voortzettingstermijn bij herstructureringen, tegengaan van zogenaamde rollatorinvesteringen en dubbel gebruik van de BOR en het invoeren van een wettelijke definitie van preferente aandelen. Het beperken van de BOR en DSR voor aandelen tot gewone aandelen met een minimaal belang van 5% vindt plaats vanaf een nog nader te bepalen datum (beoogd 2026).

Verlaging overdrachtsbelasting voor woningen niet in eigen gebruik per 2026

Het algemene tarief van de overdrachtsbelasting van 10,4% wordt per 1 januari 2026 verlaagd naar 8% voor woningen die niet onder het tarief van 2% of de startersvrijstelling voor eigen woningen vallen.

Door |2024-12-18T09:31:47+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook Eerste Kamer neemt Belastingplannen 2025 aan

WBSO voor werkgevers per 2025 verruimd

De Tweede Kamer heeft bij de behandeling van het Belastingplan 2025 via een amendement de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) in 2025 voor werkgevers verruimd. Zelfstandig ondernemers zonder personeel profiteren niet van het voorstel.

WBSO

Groeien

Via de WBSO krijgen werkgevers een tegemoetkoming in de kosten van innovatieve werkzaamheden. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de kosten van innovatie en van de vraag of het bedrijf een startende onderneming is of niet. U verrekent de toegekende tegemoetkoming met uw af te dragen loonheffing.

Wijziging percentages

Via het amendement wordt een wijziging van de percentages van de tegemoetkoming in de kosten voorgesteld. Er gelden verschillende percentages qua tegemoetkoming. Voor kosten tot € 350.000 geldt nu een percentage van 32%, voor het meerdere is dit 16%. Voorgesteld wordt vanaf 2025 voor kosten tot € 380.000 het percentage te verhogen naar 36%, voor het meerdere blijft het 16%. Verder geldt voor starters nu een percentage van 40% voor kosten tot € 350.000. Het voorstel is om dit te verhogen naar 50% voor kosten tot € 380.000. Zie onderstaande tabel.

Tarief     2024     2025
Tarief 1e schijf     32%     36%
Tarief 1e schijf starters     40%     50%
Grens 1e schijf     € 350.000     € 380.000
Tarief 2e schijf     16%     16%

Geen voordeel zzp’er

Zzp’ers die zelf innovatief ondernemen, hebben nu onder voorwaarden recht op een extra aftrek van de winst van € 15.551. Starters hebben hier bovenop recht op een extra aftrek van € 7.781, dus in totaal van € 23.332. Het amendement stelt niet voor ook deze bedragen te verhogen.

Financiering

Het amendement stelt ook voor een en ander te financieren door de Aof-premie (arbeidsongeschiktheidsfonds) voor werkgevers met 0,04% te verhogen. Met de verhoging is in totaal € 100 miljoen gemoeid.

Let op! De Eerste Kamer moet nog met de voorstellen akkoord gaan. Ze zijn dus nog niet definitief.

Door |2024-12-04T10:08:04+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor WBSO voor werkgevers per 2025 verruimd
  • Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in

Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in

Innovatieve ondernemers die de WBSO voor 2022 hebben aangevraagd en een S&O-verklaring hebben gekregen, moeten uiterlijk 31 maart 2023 de ‘mededeling van de realisatie’ indienen. Je dient deze in via het aanvraagportaal op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

WBSO
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers met personeel die speur- en ontwikkelingswerkzaamheden verrichten en in een tegemoetkoming voor de hiermee verband houdende overige kosten.
Zelfstandig ondernemers zonder personeel die zelf minstens 500 uren aan S&O-werkzaamheden besteden, krijgen via de WBSO een vaste aftrek op de winst voor de uren én overige kosten samen.

Let op! Starters hebben recht op een verhoogde aftrek.

Melding ondernemer met personeel
Ondernemers met personeel moeten het totaal aantal uren melden dat aan speur- en ontwikkelingswerkzaamheden is besteed. Ook als er geen uren zijn gemaakt, moet je dit doorgeven. Voor de overige kosten die hiermee samenhangen, kon u als ondernemer met personeel bij jouw aanvraag kiezen voor een vast bedrag per uur (forfait). Heeft u dit niet gedaan, dan moet je nu ook de werkelijke kosten doorgeven.

Tip! Als dga bent u ook een personeelslid van jouw onderneming. Jouw uren tellen dus ook mee als je speur- en ontwikkelingswerkzaamheden verricht.

Melding zelfstandig ondernemer zonder personeel
Zelfstandig ondernemers zonder personeel die een vaste aftrek op de winst claimen, dus de WBSO hebben aangevraagd voor eigen gemaakte uren en kosten, hoeven alleen hun werkelijke uren te melden als ze in 2022 niet aan de minimale 500 uren aan speur- en ontwikkelingswerk zijn toegekomen.

Let op!Als je gedurende jouw WBSO-traject genoodzaakt bent om jouw bedrijf te beëindigen, bent je verplicht om binnen één maand de gerealiseerde uren en eventuele kosten en uitgaven aan de RVO door te geven.

Boetes

Moet je een mededeling realisatie van jouw WBSO indienen en doe je dit niet voor 1 april 2023, dan ontvangt je een boete. Via een herinnering krijg je dan tevens de gelegenheid alsnog een mededeling in te dienen. Doe je dit dan niet, dan gaat de RVO ervan uit dat er geen speur- en ontwikkelingswerkzaamheden zijn verricht en moet je de volledig toegekende tegemoetkoming terugbetalen. Bovendien ontvang je dan nogmaals een boete.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-17T10:33:36+01:0029 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in
  • Extra lastenverlichting voor MKB

Extra lastenverlichting voor MKB

Het kabinet trekt voor de jaren 2023 tot en met 2027 per jaar €500 miljoen extra uit voor lastenverlichting voor het MKB. Denk aan verhoging van het budget voor de MIA en EIA, een indexering van de WBSO en een verruiming van het LIV. Hiernaast gaat de voorgenomen verhoging per 2025 van de wegenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers niet door.

MIA en EIA
Het pakket aan maatregelen is er vooral op gericht investeringen in het MKB aan te jagen. Zoals al aangegeven in de Miljoenennota wordt onder meer het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA) verhoogd, in totaal met €150 miljoen.

Willekeurige afschrijving
Daarnaast mogen investeringen in nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen in 2023 willekeurig worden afgeschreven. Welke investeringen dit betreffen, is nog niet bekendgemaakt.

Indexatie WBSO
Onderdeel van het pakket is ook een indexering van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). De WBSO is een fiscale korting op de loonkosten voor onderzoek en ontwikkeling om innovatie te stimuleren. Bedrijven met personeel kunnen tevens een extra aftrek ontvangen over andere kosten en uitgaven van het S&O-project. Denk aan de inkoop van materialen.
De korting bedraagt in 2022 32% op innovatiekosten tot €350.000, daarboven bedraagt de korting 16%. De indexering zal mogelijk betrekking hebben op de grens van €350.000, zodat langer van het hogere percentage geprofiteerd kan worden.

Lage-inkomensvoordeel verruimd
Ook het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt tijdelijk verruimd. Via het LIV krijgt een werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers die niet meer dan 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Hoe de verruiming eruit komt te zien, is nog niet bekend.

Wegenbelasting bestelauto’s niet verhoogd
Ook de voorgenomen verhoging van de wegenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers per 2025 wordt geschrapt. Het verlaagde tarief zou in 2025 verhoogd worden met 15% en in 2026 met nogmaals 6,96%. Dekking wordt gevonden door de BPM bij import van gebruikte auto’s te verhogen, de kansspelbelasting te verhogen, evenals de accijns op rooktabak.

Let op! Het kabinet is van plan vanaf 2028 jaarlijks €600 miljoen beschikbaar te stellen voor alle bovengenoemde tegemoetkomingen voor het MKB.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-07T11:04:17+01:0011 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra lastenverlichting voor MKB

  • WBSO uiterlijk 31 maart melden

WBSO uiterlijk 31 maart melden

Heb je in 2020 WBSO aangevraagd, dan dien je uiterlijk 31 maart van dit jaar het aantal uren en eventueel de kosten te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ben je te laat, dan krijg je een boete.

WBSO
Via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) kan een fiscale subsidie verkregen worden voor innoverende activiteiten. De subsidie moet vooraf bij de RVO worden aangevraagd. Na afloop van het jaar volgt de eindafrekening.

Tegemoetkoming werkgevers
Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen voor de personeelskosten. Daarnaast kunnen ze een tegemoetkoming in de overige kosten krijgen. Voor personeelskosten en overige kosten gelden forfaits. Werkgevers kunnen hiervan echter afwijken. In dat geval moeten ze de werkelijke kosten doorgeven aan de RVO.

Aftrek zelfstandigen
Zelfstandigen die zelf innovatieve werkzaamheden uitvoeren, komen ook in aanmerking voor de WBSO, in de vorm van een aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Hiervoor is vereist dat de zelfstandige minstens 500 uren in een jaar innovatief bezig is. Haalt de zelfstandige die 500 uren niet, dan moet hij dit uiterlijk 31 maart aan de RVO doorgeven.

Correctie
Wijkt het aantal aangevraagde WBSO-uren af van de realisatie, dan ontvang je een correctie. Die kan positief of negatief uitpakken, afhankelijk van de vraag of je meer of minder uren aan innovatie hebt besteed dan gepland.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-26T10:49:04+01:0026 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor WBSO uiterlijk 31 maart melden
  • Extra steun voor innovatie vanwege Corona

Extra steun voor innovatie vanwege Corona

Vanwege de huidige Coronacrisis ontvangen innovatieve bedrijven volgend jaar extra financiële ondersteuning. Hiervoor wordt de bestaande WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) gebruikt.

WBSO
Innovatieve bedrijven krijgen via de WBSO financiële ondersteuning voor de hiermee samenhangende kosten. Via de WBSO wordt een percentage van de kosten vergoed via door een korting op de af te dragen loonheffing. Innovatieve ZZP’ers profiteren dus niet van de WBSO maar krijgen een aftrek op de winst.

Verhoging percentages
Volgend jaar worden de percentages van de WBSO verhoogd. Over de eerste €350.000 aan innovatieve kosten ontvangt een ondernemer in 2021 40% aan tegemoetkoming in plaats van 32% nu. Over het meerdere aan innovatieve kosten blijft de tegemoetkoming gehandhaafd op de huidige 16%.

Ook voor starters
Ook starters krijgen in 2021 meer steun voor innovatie. Het percentage in de WBSO over de eerste €350.000 aan innovatieve kosten stijgt voor hen van 40% naar 50%. Over het meerdere blijft ook voor hen de tegemoetkoming 16% van de kosten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-12-29T10:06:38+01:0029 december 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Extra steun voor innovatie vanwege Corona
  • Aanvraag WBSO moet voor 21 december

Aanvraag WBSO moet voor 21 december

De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk is een belangrijke fiscale regeling voor innovatieve projecten voor zowel grote als kleine ondernemers. Alle kosten voor Research & Development die je als ondernemer maakt, komen in aanmerking voor afdrachtvermindering. Omdat de WBSO alleen kan worden aangevraagd voor toekomstige werkzaamheden, moet je de aanvraag altijd vooraf indienen.

Als je vanaf 1 januari 2021 in aanmerking wilt komen voor afdrachtvermindering in het kader van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO), moet je uiterlijk 20 december een aanvraag doen. Als je zelfstandig ondernemer bent, heb je hiertoe de mogelijkheid tot 1 januari 2021. De tarieven voor 2021 zijn verhoogd ten opzichte van 2020.

Tarieven 2021
In 2021 gelden de volgende tarieven voor de WBSO:

Tarief eerste schijf 40% (is nu 32%)
Tarief eerste schijf starters: 50% (is nu 40%)
Grens eerste schijf: € 350.000
Tarief tweede schijf: 16%

Tot een bedrag van €350.000 aan S&O-(loon)kosten is de hoogte van de afdrachtvermindering 40% (voor starters 50%). Over het bedrag boven de €350.000 is het percentage 16%.

Online aanvragen
De aanvraag voor afdrachtvermindering kan nu online worden ingediend. Je moet dit voor 21 december doen om volgend jaar gebruik te kunnen maken van de regeling. Zelfstandigen kunnen dit tot 1 januari 2021 doen. Om de aanvraag te kunnen doen, moet je inloggen op mijn.rvo.nl.

Om te kunnen inloggen in het aanvraagportaal heeft u eHerkenning eH2+ of hoger nodig. Met ingang van 1 januari 2021 adviseert RVO om niveau eH3 te gebruiken. Vanaf 1 juli 2021 kun je uitsluitend met eH3 inloggen.

Tip! Vraag tijdig eHerkenning aan. Je moet rekening houden met een leveringstermijn van ongeveer twee weken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-11-10T10:32:02+01:0010 november 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Aanvraag WBSO moet voor 21 december