verhuur

  • BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

Met de bedrijfsopvolgingsregeling kun je jouw onderneming fiscaal vriendelijk schenken of laten vererven bij jouw overlijden. Na toepassing van de regeling vervalt deze met terugwerkende kracht als jouw onderneming niet lang genoeg blijft bestaan. Verhuur van jouw onderneming laat de regeling echter niet per definitie vervallen, aldus de Hoge Raad.

Bedrijfsopvolgingsregeling
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen, in de praktijk ook wel BOF of BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (bedrag 2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.

Voortzettingsvereiste
Als de onderneming met toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling door schenken of vererven is overgegaan, moet de onderneming gedurende tenminste vijf jaren door de ontvanger worden voortgezet, het zogenaamde voortzettingsvereiste.

De Belastingdienst meende dat per definitie niet aan dit voortzettingsvereiste is voldaan als de onderneming binnen die vijf jaar wordt verhuurd. De Hoge Raad was het daar niet mee eens. Verhuur van de onderneming betekent naar het oordeel van de Hoge Raad niet automatisch dat de onderneming is gestaakt. Daarmee kan dus nog steeds aan het voortzettingsvereiste worden voldaan.

Beoordeling aan de hand van de inkomstenbelasting
Of bij verhuur van de onderneming niet langer aan het voortzettingsvereiste wordt voldaan, moet naar het oordeel van de Hoge Raad beoordeeld worden aan de hand van voorwaarden die voor staking en vervreemding gelden in de inkomstenbelasting.

In de inkomstenbelasting betekent verhuur van de onderneming ook niet per definitie staking van de onderneming. Als een ondernemer zijn onderneming verhuurt, kan dat namelijk ook onder voorwaarden beschouwd worden als voortzetting van de onderneming.

Let op! Of sprake is van voortzetting van de onderneming of van staking, is sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Onder meer de voorwaarden waaronder de verhuur plaatsvindt, spelen hierbij een rol.

Tip! Denk je na over verhuur van jouw onderneming, neem dan contact op met een van onze adviseurs voor nader advies.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T09:25:21+01:0028 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

  • BLOG: BTW ondernemerschap bij verhuur recreatiewoningen

BLOG: BTW ondernemerschap bij verhuur recreatiewoningen

Een veel gehoord en gelezen misverstand is de gedachte dat, als je een recreatiewoning aan derden verhuurt, je kunt kiezen voor BTW-ondernemerschap. Als het gaat om BTW-ondernemerschap is er geen keuze. Zodra je commerciële activiteiten verricht ben je al heel snel BTW-ondernemer.

Wanneer ben je BTW-ondernemer?
Je bent BTW-ondernemer als je een recreatiewoning duurzaam exploiteert. Maar wat is duurzame exploitatie? Dat is niet vastgelegd in de wet of beleid en moet worden bepaald aan de hand van jouw jaarlijkse huuropbrengst, duur van de verhuur en het aantal verschillende huurders in een jaar.

Een veelgehoord argument is “maar ik verhuur niet meer dan 140 dagen per jaar”. In een handreiking heeft de Belastingdienst in het verleden aangegeven dat, als je voor meer dan 140 dagen per jaar verhuurt, er dan zeker sprake is van duurzame exploitatie. Wat vergeten wordt dat destijds over die 140 dagen is geschreven om zekerheid te geven, dat je ook de BTW van de aanschaf van de recreatiewoning in aftrek kan brengen. Als je namelijk geen BTW-ondernemer bent kun je ook de BTW op de aanschaf en kosten niet in aftrek brengen. De 140 dagen diende dus als zekerheid voor BTW-aftrek. Maar ook onder die 140 dagen ben je al snel
BTW-ondernemer. Dit geldt zeker voor recreatiewoningen op vakantieparken, waarbij de verhuur wordt uitbesteed. In verreweg de meeste gevallen ben je
BTW-ondernemer als je jouw recreatiewoning aan derden verhuurt. Dit geldt ook als bij de aankoop van de recreatiewoning geen BTW in rekening is gebracht.

Een ander argument dat je nog wel eens hoort, “maar ik ben niet ingeschreven bij de Kamer van Koophandel”. Het wel of niet zijn van BTW-ondernemer hangt niet af van een inschrijving in het Handelsregister. Ook zonder een inschrijving in het Handelsregister kun je BTW-ondernemer zijn.

Maar wat zijn dan de gevolgen als je je niet aanmeldt bij de Belastingdienst als BTW-ondernemer voor de verhuur van jouw recreatiewoning. In dat geval kan de Belastingdienst je tot vijf jaar terug naheffingen BTW opleggen over de verhuuropbrengsten die je hebt ontvangen. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan de Belastingdienst je ook nog een vergrijpboete opleggen van 25 tot 50% van de nageheven BTW. In uitzonderingsgevallen (zoals fraude) kan de boete zelfs oplopen tot 100%.

Maar als ik nu “geringe” verhuuropbrengsten heb, moet ik me dan ook aanmelden als BTW-ondernemer? Stel je verhuurt voor 80 dagen per jaar en hebt een verhuuropbrengst van €10.000. Je hebt totaal 20 verschillende huurders gehad. Je bent dan BTW-ondernemer en je moet je aanmelden als BTW-ondernemer bij de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft echter wel een regeling voor ondernemers met een geringe omzet. Als jouw omzet per jaar niet hoger is dan €20.000 (exclusief BTW), dan kun je je aanmelden voor de zogenaamde kleine ondernemersregeling. Je kunt dan een ontheffing krijgen van de BTW-plicht en de daarbij behorende administratieve verplichtingen. Als je daarvoor in aanmerking komt dan krijg je een beschikking dat je buiten de BTW valt (je mag dan ook geen BTW meer in rekening brengen en ook geen BTW meer aftrekken), zolang jouw jaarlijkse omzet onder die €20.000 blijft. Dit kan alleen als je je daarvoor expliciet vooraf aanmeldt. Het geldt niet met terugwerkende kracht en al helemaal niet als je niet geregistreerd bent bij de Belastingdienst met een BTW-nummer.

Let op: ook deze omzetgrens is geen indicatie voor BTW-ondernemerschap. Ook onder deze omzetgrens zul je in veel gevallen BTW-ondernemer zijn.

Verhuur je een recreatiewoning en ben je niet aangemeld als BTW-ondernemer? Dan is het goed om daarover na te denken en wat de gevolgen kunnen zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2024-05-31T11:04:11+02:002 november 2022|Blog van NBC Eelman & Partners|Reacties uitgeschakeld voor BLOG: BTW ondernemerschap bij verhuur recreatiewoningen
  • Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast

Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast

Bezit je een verhuurde woning? Of erf of krijg je een verhuurde woning geschonken? Dan betaal je vanaf 2023 meer belasting. Dit komt omdat het kabinet de zogenaamde leegwaarderatio voor verhuurde woningen volgend jaar sterk wil verhogen.

Leegwaarderatio
De leegwaarderatio houdt rekening met de verhuurde staat van een woning. In de regel heeft een verhuurde woning namelijk minder marktwaarde dan een woning in vrij opleverbare staat. Door de WOZ-waarde van een woning te verminderen met de korting vanwege de verhuurde staat, resulteert de leegwaarderatio. Deze leegwaarderatio geldt bij de bepaling van de waarde van de verhuurde woning in box 3 in de inkomstenbelasting en bij erven en schenken in de schenk- en erfbelasting. De leegwaarderatio – en daarmee de waarde van de verhuurde woning voor deze belastingen – wordt volgend jaar fors hoger.

Korting afhankelijk van huur
De hoogte van de leegwaarderatio is afhankelijk van de hoogte van de huuropbrengst. Hoe hoger de huuropbrengst, des te minder korting geldt op de WOZ-waarde. Die korting gaat per 2023 over de hele linie fors dalen, waardoor de leegwaarderatio flink stijgt. Hierdoor stijgt dus ook de waarde van de verhuurde woning in box 3 en bij erven en schenken.

Verhouding jaarlijkse huurprijs
tot WOZ-waarde 
  Huidige leegwaarderatio  Nieuwe leegwaarderatio 
Meer dan  Maar niet meer dan   
0% 1% 45% 73%
1% 2% 51% 79%
2% 3% 56% 84%
3% 4% 62% 90%
4% 5% 67% 95%
5% 6% 73% 100%
6% 7% 78% 100%
7% 85% 100%

Voorbeeld:
Een woning met een WOZ-waarde van €300.000 en een huur van €12.000 per jaar, kent een verhouding jaarlijkse huurprijs tot WOZ-waarde van 4% en nu een leegwaarderatio van 62%. In de kabinetsplannen wordt dit verhoogd naar 90%, zodat nog slechts een korting van 10% resteert. Dit betekent dat voor de waarde van de woning vanaf 2023 wordt uitgegaan van €300.000 x 90% =
€270.000, terwijl nu nog wordt uitgegaan van €300.000 x 62% = € 186.000.

Geen korting meer bij tijdelijke verhuur en verwante personen
Op dit moment is de leegwaarderatio van toepassing op alle verhuurde woningen waarvoor wettelijke huurbescherming geldt. Dit gaat per 2023 veranderen. Bij tijdelijke verhuur en bij verhuur aan een verwante persoon, geldt in de voorstellen geen korting meer op de WOZ-waarde. Je moet voor de waardebepaling dan dus uitgaan van de volle WOZ-waarde.

Let op! Voor verhuur van woningen wordt een contract tot twee jaar in de voorstellen aangemerkt als tijdelijk en voor verhuur van een kamer een contract tot vijf jaar.

Woning in box 3
Als je een verhuurde woning bezit, wordt deze belast in box 3. De woning wordt gerekend tot de beleggingen. Dit betekent dat volgens de voorstellen gerekend wordt met een fictief rendement van 5,53%. Hierover betaal je in 2022 nog 31% belasting in box 3. Volgens de plannen van het kabinet wordt dit volgend jaar 32%.

Let op! Het plan om de leegwaarderatio te verhogen en de plannen voor box 3 moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-09-29T10:10:51+02:0029 september 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast
  • BTW bij korte verhuur woonruimte

BTW bij korte verhuur woonruimte

Is de verhuur van woonruimte voor een korte periode BTW-vrijgesteld of BTW-belast? Dit hangt af van een aantal voorwaarden. Welke zijn dit?

Verhuur woonruimte BTW-vrijgesteld
Verhuur van woonruimte is in principe BTW-vrijgesteld. Als een verhuurder niet teveel met BTW-belaste kosten maakt, is een BTW-vrijgestelde verhuur ook meestal voordeliger. De particulier die de woonruimte huurt, heeft immers geen recht op BTW-aftrek.

Let op! Als je als verhuurder echter veel met BTW-belaste kosten maakt, is de BTW-vrijgestelde verhuur niet altijd gunstig. Je kunt dan namelijk de BTW op gemaakte kosten niet aftrekken.

Korte verhuur BTW-belast
Verhuur voor een korte periode binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf is altijd BTW-belast. Verhuurders met veel BTW-belaste kosten willen daarom soms liever voor deze verhuur kiezen. Zij kunnen dan immers de BTW op de kosten in aftrek brengen.

Let op! Niet elke kortdurende verhuur vindt automatisch plaats binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsverblijf. De verhuur moet dan namelijk wel de daarvoor kenmerkende elementen bevatten. Zo zal onder meer de woonruimte moeten zijn ingericht met meubilair en inventaris om daarin kort te verblijven.

Wat is ‘kortdurende verhuur’?
Van een korte periode is volgens de Belastingdienst in ieder geval sprake als de gasten maximaal zes maanden in de accommodatie verblijven én het middelpunt van hun maatschappelijke leven niet naar de accommodatie verplaatsen.

Leegstandswet
Volgens een rechter voldeed een ontwikkelaar van een appartementencomplex niet aan de voorwaarden om BTW-belast te verhuren. De ontwikkelaar verhuurde een deel van de appartementen tijdelijk in het kader van de Leegstandswet, voordat hij deze verkocht aan particulieren en beleggers. De appartementen waren gestoffeerd en gemeubileerd en werden telkens voor zes maanden verhuurd.

Desondanks voldeed de verhuur volgens de rechter niet. Zo moesten huurders kleine herstellingen – zoals het vervangen van lampen en het oplossen van verstoppingen – zelf uitvoeren. Ook waren zij verantwoordelijk voor het schoonhouden van het appartement. De huurders werden daarnaast aangeslagen voor gemeentelijke heffingen en waterschapslasten en hadden bijna allemaal zelf een energiecontract gesloten met een energiemaatschappij. Aangezien de meeste huurders niet over andere woonruimte beschikten, vond de rechter ook dat het middelpunt van hun maatschappelijke leven was verplaatst naar het appartementencomplex.

Tip! Deze ontwikkelaar kreeg een forse naheffingsaanslag opgelegd omdat hij, vanwege de BTW-vrijgestelde verhuur, geen recht op BTW-aftrek had. Zorg dat je niet verrast wordt met zo’n naheffingsaanslag.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-08-02T11:37:20+02:002 augustus 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BTW bij korte verhuur woonruimte

  • Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Als je jouw woning tijdelijk verhuurt, bijvoorbeeld tijdens vakantie, zijn de huurinkomsten belast. Maar wat nu als je de woning deels tijdelijk verhuurt en zelf in het andere deel blijft wonen. Maakt dat nog verschil?

Gehele woning verhuurd
Dat de huurinkomsten van jouw tijdelijk verhuurde eigen woning belast zijn, volgt uit de wet. Hierin is bepaald dat van de huurinkomsten 70% belast is in box 1.

Woning deels verhuurd
Dat ook de huurinkomsten van een gedeeltelijk verhuurde woning belast zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2020. Omdat de lagere rechters in eerste instantie hadden beslist dat deze verhuur onbelast was, deed het arrest destijds nogal wat stof opwaaien. Met name omdat het verhuren van een deel van de eigen woning via bijvoorbeeld Airbnb de laatste jaren flink was toegenomen.

Zelfbewoning van invloed?
Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter waarbij hij stelde dat genoemd arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is als de verhuurder zelf tijdens de verhuur van het deel van zijn woning in het andere deel aanwezig blijft. Het arrest zou met name betrekking hebben op verhuur van de hele of gedeeltelijke woning bij afwezigheid van de woningeigenaar, wegens bijvoorbeeld verblijf in het buitenland.

Intentie wetgever?
Het Hof ging in deze redenering echter niet mee. Deze intentie blijkt niet uit het arrest en dus is het volgens het Hof niet van belang of de verhuurder tijdens de tijdelijke verhuur ook zelf nog in de woning aanwezig is. De correctie van de inspecteur bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-23T10:39:44+02:0023 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

  • Afschaffing verhuurderheffing per 1 januari 2023

Afschaffing verhuurderheffing per 1 januari 2023

De verhuurderheffing is een heffing voor verhuurders met een flink aantal huurwoningen in het bezit en is al langer omstreden. Uit het coalitieakkoord volgt nu dat de verhuurderheffing in 2023 wordt afgeschaft.

Wie betaalt nu verhuurderheffing?
Heb je op 1 januari 2022 meer dan vijftig huurwoningen met een in 2022 maximale huurprijs van €763,47 per maand? Dan krijg je te maken met de verhuurderheffing.

Tip! Had je op 1 januari 2022 minder dan vijftig huurwoningen, maar overschrijd je deze grens in de loop van 2022? Dan hoef je in 2022 geen aangifte verhuurderheffing te doen. Door de afschaffing per 1 januari 2023 betaal je ook vanaf 2023 geen verhuurderheffing meer.

Percentage verhuurderheffing
Voor 2022 is de hoogte van de verhuurderheffing 0,332%. In 2021 was dit nog 0,526%, maar in het najaar van 2021 is al besloten om dit percentage flink te verlagen. Uit het coalitieakkoord volgt nu dus zelfs afschaffing van de verhuurderheffing per 2023. De minister van Financiën heeft op vragen hierover laten weten dat de verhuurderheffing per 1 januari 2023 geheel wordt afgeschaft. Deze afschaffing vindt dus niet geleidelijk plaats vanaf 2023, maar in een keer.

Let op! De afschaffing van de verhuurderheffing volgt uit het coalitieakkoord, maar moet nog in een wetsvoorstel worden opgenomen. Vervolgens moet zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer nog met dit wetsvoorstel instemmen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-15T10:39:17+01:0015 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Afschaffing verhuurderheffing per 1 januari 2023

  • Huur onroerende zaak met BTW? Mogelijke meldingsplicht uiterlijk 28 januari

Huur onroerende zaak met BTW? Mogelijke meldingsplicht uiterlijk 28 januari

Huurders die in 2021 een onroerende zaak huurden mét BTW, moeten uiterlijk 28 januari 2022 een melding doen aan de verhuurder én aan de Belastingdienst. Dit geldt als zij de onroerende zaak in 2021 niet voor minimaal 90% gebruikten voor BTW-belaste handelingen.

Huur onroerende zaak in principe BTW-vrijgesteld
De huur van een onroerende zaak is in principe BTW-vrijgesteld. Voor de verhuurder betekent een BTW-vrijgestelde verhuur dat hij BTW, die hij in verband met de verhuur betaalt, niet in aftrek kan brengen. Bovendien kan dit betekenen dat hij de BTW die hij bij de aankoop van de onroerende zaak betaalde en in aftrek bracht, (deels) moet terugbetalen aan de Belastingdienst. Dit is het geval als er nog geen negen jaren verstreken zijn na het jaar van aankoop.

Kiezen voor BTW-belaste huur onroerende zaak
Als er sprake is van een BTW-vrijgestelde huur, kan de verhuurder het hiervoor beschreven BTW-nadeel gelukkig voorkomen door gezamenlijk met de huurder te kiezen voor BTW-belaste verhuur van de onroerende zaak. Deze keuze is mogelijk als de huurder de onroerende zaak voor 90% of meer gebruikt voor BTW-belaste handelingen.

Tip!Voor sommige branches geldt een 70%-norm in plaats van een 90%-norm. Denk hierbij aan makelaars in onroerende zaken, reisbureaus, juridisch zelfstandige arbodiensten en postvervoersbedrijven.

Melding bij niet voldoen aan 90% of 70%-norm
Als de huurder van de onroerende zaak deze in een jaar voor minder dan 90% (of in voorkomende gevallen 70%) gebruikt voor BTW-belaste handelingen, is hij verplicht hiervan binnen vier weken na afloop van het jaar een schriftelijke melding te doen aan de verhuurder én aan de Belastingdienst. Geldt dit voor 2021, dan moet de huurder dus uiterlijk 28 januari 2022 een melding doen.

Tip! Is het boekjaar van de huurder niet gelijk aan het kalenderjaar, dan moet de verklaring binnen vier weken na afloop van het boekjaar plaatsvinden.

Huur onroerende zaak altijd BTW-belast
In de volgende situaties is de huur van de onroerende zaak altijd BTW-belast: de verhuur van blijvend geïnstalleerde werktuigen en machines, de verhuur binnen het kader van het hotel-, pension-, kamp- en vakantiebestedingsbedrijf aan personen, die daar slechts voor een korte periode verblijf houden, de verhuur van parkeerruimte voor voertuigen en de verhuur van lig- en bergplaatsen voor vaartuigen en de verhuur van safeloketten.

Let op!Voor deze huur is geen keuze mogelijk tussen BTW-vrijgesteld of BTW-belast en geldt ook de meldingsplicht van de huurder niet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-20T11:10:19+01:0020 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Huur onroerende zaak met BTW? Mogelijke meldingsplicht uiterlijk 28 januari

  • Eropuit met de camper? Houd het rijden ook fiscaal leuk!

Eropuit met de camper? Houd het rijden ook fiscaal leuk!

Ben je van plan om deze zomer in Nederland met een camper op vakantie rond te toeren? En wil je er een aanschaffen of huren? Let dan op de mogelijke fiscale gevolgen die het rijden in een camper een stuk minder leuk kunnen maken. Laat je dus vooraf goed informeren!

Motorrijtuigenbelasting (MRB)
Een camper komt op verzoek in aanmerking voor het bijzondere tarief MRB. Fiscaal is sprake van een camper wanneer de binnenruimte is ingericht voor het vervoer en verblijf van personen, is voorzien van een vaste kook- en slaapgelegenheid en voldoet aan de inrichtingseisen. De aantekening ‘kampeerauto’ op het kentekenbewijs of -card is niet voldoende. Zo moet de ruimte bijvoorbeeld een slaapplaats voor ten minste twee personen hebben, vaste en afsluitbare opbergruimten en een vaste kookgelegenheid. Het bijzondere tarief MRB voor een camper over een tijdvak van drie maanden is een kwart van de personenautobelasting (kwarttarief) of de helft van de personenautobelasting (halftarief).

Verhuur camper
Het kwarttarief geldt bij particulier gebruik. Bij bedrijfsmatige verhuur van de camper geldt het halftarief. Ook wanneer de camper tijdelijk op naam van de huurder staat. In dat geval betaalt de huurder het halftarief.

Belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM)
Over de aankoop van een nieuwe camper in Nederland of de invoer van een gebruikt model uit het buitenland is BPM verschuldigd. Ook voor de BPM moet de camper aan bepaalde inrichtingseisen voldoen om fiscaal als camper te kwalificeren. Zo moet de binnenruimte bijvoorbeeld zijn voorzien van minimaal twee vaste zitplaatsen, een tafel en slaapplaatsen voor ten minste twee personen.

Buitenlandse camper huren en BPM
Het als inwoner van Nederland rijden in een camper met buitenlands kenteken geldt als import van een camper. Dat betekent dat BPM verschuldigd is. Als die niet betaald is, kan daar bovenop een boete worden opgelegd van maximaal 100% van de verschuldigde BPM.

Vrijstelling kortstondig gebruik
Rijd je maximaal twee weken als Nederlander in een camper met buitenlands kenteken, dan is vrijstelling van BPM en MRB mogelijk. De vrijstelling geldt binnen een periode van twaalf maanden voor maximaal twee aaneengesloten weken voor de aanvrager inclusief zijn thuiswonende gezinsleden.

Let op! De vrijstelling moet vooraf middels een formulier bij de Belastingdienst worden aangevraagd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-05-12T10:56:54+02:0012 mei 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Eropuit met de camper? Houd het rijden ook fiscaal leuk!