verhuur

Servicekosten bij verhuur woningen vanaf 2025 met btw?

Verhuur je een of meerdere woningen en berekent u ook servicekosten aan jouw verhuurder(s)? Beoordeel dan of je over deze servicekosten vanaf 2025 btw moet berekenen.

Servicekosten

Bedrijfspand

Servicekosten bestaan bijvoorbeeld uit de kosten van schoonmaak, reparaties, afvalverwijdering en/of een alarmsysteem. Daarnaast berekent een verhuurder soms ook de levering van gas, water en elektriciteit door.

Wel of geen btw?

Verhuur van woningen is in principe vrijgesteld van btw. De vraag is of dit ook zo is voor de in rekening gebracht servicekosten of de doorberekende gas, water en elektriciteit.

Tot en met 2023

In het beleid van de staatssecretaris dat gold tot en met 2023 was opgenomen dat servicekosten die aan huurders van woningen in rekening worden gebracht meestal opgaan in de verhuur. Aangezien de verhuur van woningen in principe vrijgesteld is van btw, geldt dat dan ook voor de doorberekende servicekosten.

Let op! Alleen de servicekosten voor klein onderhoud die voor rekening en risico van de huurder komen (bijvoorbeeld onderhoud deurbel, brievenbus, deurkrukken en dergelijke) gaan niet in de verhuur op en zijn daarom btw-belast.

2024

Met ingang van 2024 is dit beleid verandert, maar de staatssecretaris staat in 2024 nog toe dat je tot 1 januari 2025 het oude beleid toepast dat gold tot en met 2023. Bereken je in 2024 dus wel of geen btw op grond van het oude beleid, dan is dat toegestaan.

Vanaf 2025

Vanaf 2025 is dat niet meer toegestaan. Het is daarom zaak om nu te (laten) beoordelen of je vanaf 2025 op grond van het nieuwe beleid wel of geen btw moet berekenen over de servicekosten of de doorberekende gas, water en elektriciteit.

In het nieuwe beleid is opgenomen dat bij servicekosten sprake is van een afzonderlijke prestatie (en dus btw) als elke huurder afzonderlijk of de huurders gezamenlijk kunnen kiezen wie de dienst aan hen verricht en als deze dienst als een afzonderlijke post op de factuur is vermeld. Is dat het geval, dan kun je vanaf 2024 en moet je vanaf 2025 btw berekenen over de servicekosten. In alle andere gevallen zijn deze vrijgesteld van btw.

Gas, water en elektriciteit

Met betrekking tot de levering van gas, water en elektriciteit is in het nieuwe beleid opgenomen dat in ieder geval sprake is van een afzonderlijke prestatie (en dus btw) als de huurder vrij zijn gebruik hiervan kan bepalen. Belangrijke aanwijzingen daarvoor zijn een individuele meter en de facturatie aan de hand van werkelijk gebruik. Kan de huurder vrij zijn gebruik bepalen, dan kun je vanaf 2024 en moet je vanaf 2025 btw berekenen over de doorberekening van gas, water en elektriciteit.

Beoordeling

De beoordeling is niet eenvoudig. Neem daarom bij twijfel contact op met onze adviseurs.

Let op! Met betrekking tot de servicekosten in de zakelijke vastgoedbranche en bij commerciële verhuuractiviteiten van woningbouwcoöperaties (niet zijnde de verhuur van woningen) was in het beleid dat gold tot en met 2023 opgenomen dat meestal sprake is van afzonderlijke prestaties en daarom btw. Verhuur je in deze branche, dan is het ook voor jou verstandig om te (laten) beoordelen welke gevolgen het nieuwe beleid mogelijk voor de btw op jouw servicekosten heeft. Uiteraard helpen onze adviseurs je ook graag bij deze beoordeling.

Door |2024-12-12T15:30:00+01:0012 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Servicekosten bij verhuur woningen vanaf 2025 met btw?

Overnachtingen kort verblijf naar 21% btw vanaf 2026

In het Belastingplan 2025 is het voorstel gedaan om het btw-tarief voor overnachtingen voor kort verblijf te verhogen van 9 naar 21%. Ondernemers in deze branches krijgen nog even respijt. De verhoging gaat in vanaf 1 januari 2026.

Overnachtingen voor kort verblijf

Horeca

Het gaat in het voorstel om overnachtingen in onder meer hotels, pensions en vakantiewoningen door personen die voor een korte periode daar verblijven.

Niet alleen vakantiegangers

De verhoging van de btw geldt straks niet alleen voor verhuur aan vakantiegangers. Ook het voor een korte periode verhuren van dergelijke accommodaties aan bijvoorbeeld studenten, asielzoekers en werknemers valt vanaf 2026 onder het 21% btw-tarief.

Uitzondering voor kamperen

In het voorstel is  een uitzondering gemaakt voor kamperen. Deze vorm van overnachten voor een korte periode mag vanaf 2026 nog steeds tegen 9% btw.

Let op! Bij kamperen gaat het om het voor een korte periode verhuren van een stukje terrein waarop de huurders hun eigen onderkomen zoals een tent, caravan of camper kunnen plaatsen.

Verhuur gemeubileerde accommodatie is geen kamperen

Overnachten in een gemeubileerde stacaravan, een gemeubileerde (safari)tent en een semipermanent zomerhuisje op een camping wordt vanaf 2026 niet gerangschikt onder kamperen. Hiervoor geldt vanaf 2026 daarom wel het 21% btw-tarief.

Let op! Een campingeigenaar die daarom zowel dergelijke gemeubileerde accommodaties als kampeerplekken verhuurt, krijgt vanaf 2026 te maken met twee btw-tarieven: 9% btw voor de verhuur van een kampeerplek en 21% btw voor de verhuur van een gemeubileerde accommodatie.

Vooruitbetalingen in 2025 ook al tegen 21% btw

Betalen klanten in 2025 al voor een overnachting die plaatsvindt in 2026? Dan moet de exploitant, ook in 2025 al, 21% btw berekenen als voor de verhuur van die accommodatie vanaf 2026 het 21% btw-tarief geldt. In het wetsvoorstel is namelijk opgenomen dat voor het bepalen van het btw-tarief niet het moment van betaling van belang is, maar het moment van overnachten.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door zowel de Tweede als de Eerste Kamer worden aangenomen. De btw-verhoging en de voorwaarden staan daarom nog niet definitief vast.

Door |2024-10-07T20:11:49+02:007 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Overnachtingen kort verblijf naar 21% btw vanaf 2026

Btw bij langdurige verhuur auto

Als een auto wordt verhuurd, is voor de btw van belang hoe lang de verhuur duurt en waar de huurder van de auto woont. Voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant speelde onlangs een zaak waarbij een autoverhuurbedrijf de btw probeerde te beperken.

Langdurige verhuur

Auto

Bij langdurige verhuur van een auto aan een particulier vindt de dienst plaats waar de huurder woont, gevestigd is of zijn gebruikelijke verblijfplaats heeft. De btw van het betreffende land moet dan in rekening worden gebracht. Wettelijk is bepaald dat het verhuren voor meer dan dertig dagen als langdurig moet worden aangemerkt.

Registratiefee

In een zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Zeeland-West-Brabant betaalde een in Duitsland gevestigde vennootschap geen btw in Nederland en deed ook geen aangifte van omzetbelasting. Volgens het bedrijf was er geen sprake van verhuur van auto’s, maar werd een ‘registratiefee’ in rekening gebracht. Het bedrijf had naar eigen zeggen een verhuurcontract gebruikt voor het vastleggen van de gegevens van de huurder, voor het geval er verkeersboetes op de mat zouden vallen.

Verhuur, dus Nederlandse btw

Uit de feiten bleek echter wel degelijk dat de auto’s gewoon langdurig verhuurd werden aan Nederlandse particulieren. Dit bleek onder meer uit de registratie van de kilometerstand in het huurcontract en de vermelding van de lakschades. Er had dus Nederlandse btw in rekening gebracht moeten worden aan de Nederlandse klanten. De naheffingen plus boetes bleven in stand.

Door |2024-09-23T10:34:17+02:0023 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw bij langdurige verhuur auto

Mogelijk vergunning vereist bij verhuur zonnepanelen met koopoptie

Bedrijven die zonnepanelen verhuren met een koopoptie, hebben hiervoor mogelijk een vergunning nodig. Bij een huurkoopovereenkomst is namelijk sprake van het verlenen van consumptief krediet, waarvoor een vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) vereist is.

Is er sprake van huurkoop?

Zonnepanelen

De AFM wijst erop dat een vergunning nodig is als er sprake is van huurkoop, gericht op de eigendomsoverdracht van de zonnepanelen. Of er daadwerkelijk sprake is van huurkoop is hier na te gaan.

Verduurzaming

De AFM constateert dat huurkoop vaker voorkomt bij aanbieders van dure goederen, veelal op het gebied van verduurzaming. Daarbij handelt het bijvoorbeeld om zonnepanelen, warmtepompen en zonneboilers.

Gelijk speelveld

De AFM constateert ook dat 40% van de hypotheekbezitters hun woning het afgelopen jaar heeft verduurzaamd. Als hiervoor een lening moet worden afgesloten, stellen kredietaanbieders en  – adviseurs aan de hand van een inkomensplaatje vast wat de grootte van het maximaal te lenen bedrag is. Naast rente en aflossing moet er immers voldoende te besteden blijven voor overige uitgaven. Daarom moeten ook verkopers van zonnepanelen op basis van huurkoop over een vergunning beschikken.

Zelf nagaan

De AFM verwacht dat aanbieders van zonnepanelen via huurkoop zelf nagaan of er een vergunning vereist is. Op de site is ook nadere informatie beschikbaar. Is een vergunning nodig, dan dient er rekening mee gehouden te worden dat met de aanvraag minstens een termijn van 13 weken gemoeid is.

Door |2024-09-04T08:17:51+02:004 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Mogelijk vergunning vereist bij verhuur zonnepanelen met koopoptie

Tijdelijke verhuur deel woning belast in box 1

Steeds meer Nederlanders verhuren hun woning of een deel ervan tijdens bepaalde periodes aan derden. Met name toeristen maken hier via organisaties als Airbnb gebruik van. Dergelijke inkomsten zijn belast als tijdelijke verhuur van de eigen woning. Dat gold ook voor een belastingplichtige die meende dat het verhuurde niet tot zijn eigen woning hoorde, aldus het gerechtshof in Amsterdam.

Fiscaal nog steeds eigen woning?

Woning

Dat een deel van de eigen woning tijdelijk verhuurd werd, betekende volgens het gerechtshof namelijk niet dat daardoor de eigen woning fiscaal niet meer als eigen woning kon worden aangemerkt. De voordelen uit de tijdelijke verhuur werden daarom belast in box 1. Wettelijk is hiervoor bepaald dat hiervan 70% wordt belast.

Gastenverblijf

In bovengenoemde zaak had de belastingplichtige zijn eigen woning uitgebreid met de aanbouw van een gastenverblijf. Het gastenverblijf bestond uit een bijkeuken met toegang tot de woning, alsmede een kamer met keukenblok, sanitair en een douche. Het beschikte over een eigen ingang en had eigen gas-, elektra- en watervoorzieningen.

Behorend tot eigen woning?

De belastingplichtige meende dat het gastenverblijf geen onderdeel was van zijn eigen woning. Het gastenverblijf behoorde volgens het gerechtshof echter wel  toch tot de eigen woning. Het maakte namelijk bouwkundig deel uit van de woning en was hiermee kadastraal verbonden. Verder leende het gastenverblijf zich ook voor gebruik in dienst van de woning.

Ook de vraag of de woning aan de belastingplichtige ter beschikking stond, beantwoordde het gerechtshof positief. Het stond aan de eigenaar ter beschikking tijdens de periodes dat het niet verhuurd was en de eigenaar kon ook zelf bepalen of het verhuurd of zelf gebruikt werd.

Tijdelijke verhuur?

Het gerechtshof moest daarna nog vaststellen of sprake was van tijdelijke verhuur. Uit de feiten bleek dat daarvan sprake was. Alles bijeen werd het gastenverblijf zo’n twee maanden per jaar verhuurd en stond het in beginsel in de andere periodes ter beschikking aan de eigenaren. Bepalend bij tijdelijke verhuur is of er zekerheid bestaat dat het gastenverblijf steeds op korte termijn weer ter beschikking komt van de eigenaar. Dit was hier het geval. Dat deze het gastenverblijf niet zelf gebruikte, deed niet ter zake. Het gerechtshof stelde de Belastingdienst dan ook in het gelijk.

Door |2024-07-05T14:01:35+02:005 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tijdelijke verhuur deel woning belast in box 1

Aftrek hypotheekrente ook na tijdelijke verhuur?

De aftrek van hypotheekrente op uw eigen woning is gebonden aan strenge voorwaarden. Door de vele wijzigingen in de jaren zijn de voorwaarden ook bijzonder ingewikkeld geworden. Onlangs heeft de Belastingdienst uitleg gegeven over de aftrek van hypotheekrente van een aflossingsvrije lening in de situatie waarin iemand de eigen woning tijdelijk verhuurt en na die periode weer zelf gaat bewonen.

Aflossingsvrije hypotheek

Vastgoed

De Belastingdienst is in de geschetste situatie uitgegaan van een woning waarvoor vóór 2013 een aflossingsvrije hypothecaire lening is aangegaan. Een aflossingsvrije lening werd destijds nog aangemerkt als een hypothecaire lening waarvoor aftrek van de rente mogelijk was. Voor dit soort leningen geldt overgangsrecht. Zolang deze leningen bestaan en het verband met de eigen woning niet wordt verbroken, blijft de rente aftrekbaar. De leningen hoeven dan dus niet aangepast te worden naar de nieuwe regels die vanaf 2013 gelden.

Let op! Vanaf 2013 geldt als voorwaarden onder meer dat de lening minimaal lineair of annuïtair in 30 jaar moet worden afgelost. Aflossingsvrije leningen van vóór 2013 kunnen echter blijven bestaan met behoud van renteaftrek, zolang ze blijven voldoen aan het overgangsrecht.

Behoud overgangsrecht?

De vraag in de voorgelegde situatie was wat de gevolgen zijn als de woning tijdelijk wordt verhuurd, de belastingplichtige tijdelijk zelf een andere huurwoning betrekt en na enige jaren weer in de eigen woning terugkeert. Blijft het overgangsrecht behouden en kan de belastingplichtige vanaf terugkeer in de eigen woning de rente op de aflossingsvrije lening weer in aftrek brengen?

Tijdelijk naar box 3

De Belastingdienst geeft aan dat de eigen woning in de geschetste situatie vanaf het moment van verhuur overgaat naar box 3, inclusief de lening. Keert de eigenaar van de woning later weer naar de woning terug, dan vallen de woning en de schuld weer in box 1. Het overgangsrecht blijft dus behouden en de rente is, mits voldaan aan de overige voorwaarden voor renteaftrek, aftrekbaar  uiterlijk tot 1 januari 2044.

Let op! Het kan zijn dat het gedeelte van de eigenwoningschuld waarvoor recht op renteaftrek bestaat, gewijzigd is als gevolg van het ontstaan van een eigenwoningreserve of doordat de woning in waarde is gedaald. In dat geval is misschien niet alle rente aftrekbaar. De regels hiervoor zijn complex. Neem daarom voor de gevolgen in uw eigen situatie contact op met een van onze adviseurs.

Uitzondering: Verhuur vóór 2013

De hiervoor beschreven gevolgen gelden niet als de eigen woning al vóór 2013 was verhuurd. Dan geldt namelijk ander overgangsrecht. In dat geval blijft het overgangsrecht alleen bestaan als  de belastingplichtige vóór 2021 naar de woning is teruggekeerd. Dan is de rente vanaf die terugkeer weer aftrekbaar. Vindt de terugkeer in deze situatie plaats ná 2021, dan bestaat voor de aflossingsvrije lening geen recht meer op renteaftrek in box 1.

Let op! Hoewel de Belastingdienst uitgaat van een aflossingsvrije lening, gelden de geschetste gevolgen met betrekking tot het verplaatsen van de lening van box 1 naar box 3 en weer terug in beginsel ook voor andere hypothecaire leningen, mits die hypothecaire leningen voldoen aan de huidige voorwaarden voor renteaftrek in box 1.

Door |2024-04-09T09:33:21+02:009 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek hypotheekrente ook na tijdelijke verhuur?

Verhuur opslagboxen niet per definitie BTW-vrij

De verhuur van opslagboxen in een onroerende zaak is BTW-vrijgesteld als deze verhuur kan worden aangemerkt als verhuur van een onroerende zaak. Dat verhuur van opslagboxen niet per definitie onder deze BTW-vrijstelling valt, ontdekte een verhuurder van zogenaamde ‘boxx on wheels’.

Verhuur onroerende zaak
Voor verhuur van onroerende zaken geldt een BTW-vrijstelling. Dit kan prettig zijn bij verhuur aan particulieren, maar de BTW-vrijstelling betekent ook dat de verhuurder geen recht heeft op aftrek van de BTW die betrekking heeft op de verhuur.

Let op! Dit kan betekenen dat de verhuurder wel met BTW wil verhuren. Onder voorwaarden is het voor huurder en verhuurder mogelijk om te kiezen voor BTW-belaste verhuur. Een van die voorwaarden is dat de huurder het gehuurde voor ten minste 90% (in sommige gevallen 70%) gebruikt voor met BTW belaste prestaties. Bij verhuur aan particulieren is deze keuze dus niet mogelijk.

Verhuur opslagboxen BTW-vrijgesteld
Vraag is of de verhuur van opslagboxen onder de BTW-vrijstelling van de verhuur van onroerende zaken kan vallen. De Hoge Raad besliste in 2018 dat in de volgende casus de BTW-vrijstelling in ieder geval wel van toepassing was:
In een afgebakend deel van een onroerende zaak zijn zeecontainers geplaatst op de begane grond en houten boxen op de eerste verdieping. De zeecontainers vormen de draagvloer voor de houten boxen en vormen dus een integrerend deel van de onroerende zaak. De zeecontainers en houten boxen worden verhuurd voor opslag. De verhuurder verricht ook nog andere diensten (onder meer permanente bewaking van het pand en het ter beschikking stellen van het gratis gebruik van transportwagentjes, een bestelbus of een aanhangwagen). Deze diensten zijn echter, naar het oordeel van Hof ’s-Hertogenbosch, van ondergeschikt belang bij de verhuur van de containers en boxen. Het hof oordeelt dan ook terecht dat sprake is van verhuur van (een deel van) een onroerende zaak, aldus de Hoge Raad. De verhuur is BTW-vrijgesteld.

Verhuur boxx on wheels BTW-belast
De verhuur van opslagboxen is echter niet per definitie BTW vrijgesteld. In de volgende casus was hiervan naar het oordeel van Rechtbank Noord-Holland én Hof Amsterdam in ieder geval geen sprake:
In een opslagloods worden verplaatsbare houten kisten geplaatst. Een huurder bewaart de sleutel van de gehuurde box, maar heeft geen toegang tot de opslagloods waarin ook boxen van andere huurders staan. Na een afspraak kan de huurder op andere een plek waar de verhuurde de box plaatst, voor een korte periode in de box. Daarna plaatst de verhuurder de box weer terug in de opslagloods. Indien gewenst kan de huurder gebruikmaken van diverse aanvullende diensten die belast worden tegen 21% BTW. De rechtbank en het hof oordelen dat de boxen niet een integrerend deel vormen van de opslagloods en daar niet blijvend zijn geplaatst. De huurder heeft weliswaar exclusief recht van toegang tot de box, maar niet tot het deel van de opslagloods waar de box normaal staat. Daarmee wordt geen onroerende zaak ter beschikking gesteld. Ook de bijkomende diensten die de verhuurder verleent, zijn niet bijkomstig, maar hebben een toegevoegde waarde van betekenis. De rechtbank en het hof oordelen dan ook dat geen sprake is van verhuur van (een deel van) een onroerende zaak. De verhuur is dus niet BTW-vrijgesteld.

Let op! Of de verhuur van opslagboxen btw-vrijgesteld is of btw-belast, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg met onze adviseurs wat dit betekent voor uw situatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-20T14:19:36+02:0023 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhuur opslagboxen niet per definitie BTW-vrij

Wanneer zijn inkomsten uit tijdelijke verhuur eigen woning belast?

Als je jouw eigen woning of een deel ervan tijdelijk verhuurt, bijvoorbeeld via AirBnb, zijn de voordelen hiervan voor 70% belast in box 1. De rechtbank Noord-Holland heeft in een uitspraak duidelijk gemaakt welke voorwaarden hiervoor gelden en wanneer de woning u als hoofdverblijf ter beschikking staat.

Verhuur aanbouw
In de betreffende zaak had de eigenaar van een eigen woning deze uitgebreid met een aanbouw. Deze aanbouw werd tijdelijk verhuurd via Airbnb, hetgeen ruim € 2.600 aan huur had opgeleverd. De vraag was of deze inkomsten minus de kosten belast waren in box 1.

Is aanbouw deel van woning?
De rechtbank diende als eerste te oordelen over de vraag of de aanbouw als deel van de eigen woning kon worden gezien. Volgens de rechtbank was dit het geval, nu de aanbouw aan de woning was gebouwd en ook kadastraal daartoe behoorde. Dat de aanbouw een eigen ingang had en over eigen nutsvoorzieningen beschikte, deed niet ter zake.

Heeft het als hoofdverblijf ter beschikking gestaan?

De verhuurder was ook van mening dat het gastenverblijf hem niet ter beschikking stond, maar ook hierin ging de rechtbank niet mee. De eigenaar kon namelijk zelf beslissen of hij de aanbouw al dan niet verhuurde en kon, in de periodes dat de aanbouw niet verhuurd werd, zelf over de aanbouw beschikken. Dat de verhuurder de aanbouw zelf niet gebruikte, was niet van belang.

Tijdelijke terbeschikkingstelling?
De rechtbank oordeelde ten slotte dat er ook sprake was van tijdelijke terbeschikkingstelling. Daarvoor is namelijk bepalend dat de aanbouw na de verhuur weer ter beschikking van de eigenaar komt. Aangezien dit het geval was omdat de aanbouw alles bij elkaar slechts twee maanden was verhuurd, bleef de aanslag overeind en werd de inspecteur in het gelijk gesteld.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-16T20:16:06+02:0016 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer zijn inkomsten uit tijdelijke verhuur eigen woning belast?

  • Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Vorig jaar kondigde het kabinet een pakket aan ondersteunende maatregelen aan voor het MKB voor de jaren 2023 tot en met 2027. Een van de maatregelen betreft de mogelijkheid om in 2023 willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen.

Welke bedrijfsmiddelen?
Je kunt willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor je:

• de verplichting voor de aanschaf van deze bedrijfsmiddelen in 2023 aangaat, of;
• de voortbrengingskosten in 2023 maakt.

Je kunt alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die niet eerder al in gebruik zijn genomen. Bovendien moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 in gebruik worden genomen.

Let op! De regeling voor de willekeurige afschrijving geldt zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Maximaal 50% in 2023 afschrijven
Als voldaan is aan de voorwaarden, mag je tot maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten ineens afschrijven in 2023. Het restant moet je in de jaren ná 2023 normaal afschrijven.

Uitgesloten bedrijfsmiddelen
Bepaalde bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de regeling. Op onder meer de volgende bedrijfsmiddelen kun je daarom niet willekeurig afschrijven:

• gebouwen;
• schepen en vliegtuigen;
• bromfietsen en motorrijwielen;
• personenauto’s;
• immateriële activa;
• dieren.

Let op! Personenauto’s die bestemd zijn voor het beroepsvervoer over de weg én personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer (onder meer elektrische personenauto’s) zijn niet uitgesloten van de regeling. Op deze auto’s kun je dus wel willekeurig afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Geen willekeurige afschrijving
Op bedrijfsmiddelen die bestemd zijn om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden kun je ook niet willekeurig afschrijven. Dit betreft bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die je verhuurt aan een ander. Verhuur je deze bedrijfsmiddelen echter voor korte duur aan telkens andere huurders? Dan kun je hier wel willekeurig op afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Let op! Als je door een andere regeling al willekeurig afschrijft op een bedrijfsmiddel, kun je geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-13T08:18:59+01:0013 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

  • Denk na over jouw bedrijfsopvolging

Denk na over jouw bedrijfsopvolging

Het kabinet heeft onlangs gereageerd op een evaluatie van de fiscale tegemoetkomingen voor bedrijfsopvolgingen. Uit de reactie komt naar voren dat deze tegemoetkomingen niet volledig worden afgeschaft, maar waar nodig wel worden aangepast.

Bedrijfsopvolgingsregelingen
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen, in de praktijk ook wel BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (bedrag 2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.
Daarnaast is in de inkomstenbelasting een doorschuifregeling opgenomen, in de praktijk ook wel DSR genoemd. Deze regeling voorziet in de mogelijkheid om de winst die bij schenken of vererven van een onderneming ontstaat, door te schuiven naar de opvolgers.

Evaluatie CPB bedrijfsopvolgingsregelingen
Vorig jaar publiceerde het CPB een evaluatie van fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht. Onderdeel van deze evaluatie waren met name de BOR en de DSR. Het kabinet heeft hierop onlangs gereageerd. In de reactie geeft het kabinet aan nog steeds achter de doelstelling van de fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen te staan. Te weten: het voorkomen dat de continuïteit van een onderneming bij een reële bedrijfsoverdracht in gevaar komt door belastingheffing.

Aanpak knelpunten en oneigenlijk gebruik
Het kabinet wil echter wel diverse knelpunten en oneigenlijk gebruik van de regelingen aanpakken. Hierbij wil het kabinet niet alleen oog hebben voor de knelpunten die de Belastingdienst ervaart, maar ook voor de knelpunten die de ondernemer ervaart. Het doel is onder meer eenvoudigere regels en minder juridische procedures.

Verhuur onroerende zaken
Zo wil het kabinet in de toekomst alle aan derde verhuurde onroerende zaken aanmerken als beleggingsvermogen in de BOR en DSR. Gevolg is dan dat hierop niet de gunstige regelingen kunnen worden toegepast. De precieze uitwerking van deze maatregel is nog niet bekend, maar zal onderdeel zijn van het wetsvoorstel Belastingplan 2025, met waarschijnlijke ingangsdatum 1 januari 2024.

Baby-BV’s
Het kabinet onderzoekt verder de mogelijkheden voor nieuw beleid om constructies met baby-BV’s aan te pakken.

Verdere wijzigingen nog niet bekend
Verdere wijzigingen zijn nog niet bekend. De komende periode onderzoekt het kabinet hiertoe een aantal vragen over onder meer het onderscheid tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen, de mogelijke aanpassing van de dienstbetrekkingseis in de DSR en de mogelijke aanpassing van de bezits- en voortzettingseis in de BOR. Het kabinet zal eventuele wijzigingen daarna opnemen in het wetsvoorstel Belastingplan 2024, met waarschijnlijke ingangsdatum 1 januari 2024.

Tip! Gezien de mogelijke wijzigingen die plaats gaan vinden in de bedrijfsopvolgingsregelingen is het verstandig om met jouw adviseur te overleggen wat je nu nog kan doen om gebruik te maken van de huidige regelingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-01T10:52:39+01:003 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Denk na over jouw bedrijfsopvolging