verblijf

Kamerhuur hospice vrij van btw, dus geen aftrek mogelijk

Een stichting die kamers verhuurt aan terminale patiënten en hen ondersteuning verleent in hun laatste levensfase, ook wel hospice genaamd, is hierover geen btw verschuldigd. Deze verhuur is volgens de rechtbank niet te vergelijken met de verhuur van kamers voor korte tijd, zoals hotelkamers.

Geen zorginstelling

Invalide

De hospice, een ANBI, had de betaalde btw over de voorbereidingskosten van de bouw van het hospice in aftrek gebracht, maar de inspecteur en ook de rechtbank gingen hier niet in mee. De stichting voerde aan dat er geen sprake is van een zorginstelling en dat men dus geen vrijgestelde diensten verrichtte. De stichting verricht namelijk zelf geen medische zorg, wel stervensbegeleiding. Ook verleent de hospice  bijstand aan de naasten van de patiënt.

Verblijf maximaal drie maanden

De stichting wees er ook op dat de gastenkamers slechts verhuurd worden aan personen met een levensverwachting van maximaal drie maanden, waarbij genezing niet meer mogelijk is. Medische zorg dient te worden geregeld via derden. Desondanks achtte de rechtbank de vrijstelling voor kort verblijf verhuur niet van toepassing.

Wlz-indicatie

De rechtbank concludeerde dat het geboden verblijf en de hierbij verleende zorg was vrijgesteld van btw op grond van de vrijstelling voor verblijfszorg. De vrijstelling is zowel van toepassing als er een indicatie is op grond van de Wlz (Wet langdurige zorg) als wanneer deze er niet is, aldus de rechtbank. In het laatste geval moet de zorg namelijk aangemerkt worden als een dienst van sociale aard. De rechtbank stelde de inspecteur dan ook in het gelijk, die de aftrek had geweigerd.

Door |2024-11-06T09:53:19+01:006 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kamerhuur hospice vrij van btw, dus geen aftrek mogelijk

Toeristenbelasting bij huur standplaats vakantiehuisje?

Gemeentes kunnen toeristenbelasting heffen als personen binnen een gemeente verblijven, terwijl ze hier niet staan ingeschreven. Hoe zit dat als je voor je eigen vakantiehuisje huur betaalt voor een standplaats? Moet je dan zelf de toeristenbelasting betalen? De spelregels in de verordening zijn dan belangrijk.

Verordening

Euro

Als een gemeente toeristenbelasting wil heffen, moet dit zijn vastgesteld in een verordening. Een gemeente kan in een verordening zelf de regels voor de te heffen toeristenbelasting vastleggen, zoals het tarief. Een gemeente kan daarbij bijvoorbeeld kiezen voor een vast bedrag per overnachting, maar ook een percentage van de prijs is een mogelijkheid. Vaak maakt een gemeente gebruik van een Modelverordening van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Huur standplaats

Onlangs kwam bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant de vraag aan de orde wanneer toeristenbelasting geheven kan worden bij eigen gebruik van een strandhuisje. In deze zaak kreeg de eigenaar van een strandhuisje een aanslag toeristenbelasting voor het gebruik dat hij zelf gedurende 140 dagen van het strandhuisje gemaakt had.

De man betaalde echter voor de standplaats jaarlijks huur aan een stichting. De gemeente merkte dit aan als ‘vergoeding’ voor het verblijf, wat volgens de gemeente betekende dat er toeristenbelasting geheven kon worden.

Wie biedt gelegenheid tot houden van verblijf?

Volgens de verordening van de gemeente was degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf belastingplichtig. Degene die verblijf houdt, was volgens de verordening alleen dan belastingplichtig als er niemand is die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf.

Stichting is belastingplichtig

Nu de eigenaar van het strandhuisje huur betaalde aan een stichting, was volgens de rechtbank hij niet zelf, maar de stichting de belastingplichtige. De aanslag voor de eigenaar kwam dan ook te vervallen.

Door |2024-07-26T11:23:46+02:0026 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Toeristenbelasting bij huur standplaats vakantiehuisje?

Ook woon-werkverkeer bij verblijf op meerdere adressen?

Reizen tussen de woon- en arbeidsplaats worden in beginsel als woon-werkverkeer aangemerkt. Geldt dat ook als er gereisd wordt tussen meerdere adressen en de arbeidsplaats?

Het gerechtshof in Den Haag heeft hier onlangs over beslist in een zaak waarbij een belastingplichtige reisde tussen zijn woonplaats, zijn arbeidsplaats en de woonplaats van zijn vriendin.

Woon-werkverkeer

Auto

Wettelijk is niet bepaald wat onder woon-werkverkeer moet worden verstaan. Uit de rechtspraak is evenwel duidelijk geworden dat dit reizen zijn tussen de woon- of verblijfplaats en het werk binnen een periode van 24 uur.

Woning nieuwe vriendin verblijfplaats?

In genoemde zaak reisde een werknemer met de auto van de zaak van zijn woning naar het werk en terug. Ook kwam het voor dat de man naar zijn werk reisde en ’s avonds vanuit het werk rechtstreeks naar zijn vriendin, of andersom. Ook in de weekends kwam het voor dat gereisd werd vanaf of naar de woning van de vriendin. Voor het Hof stond de vraag centraal of ook het adres van de vriendin aangemerkt kon worden als ‘verblijfplaats’.

Grens 500 kilometer

Het antwoord was van belang voor de vraag of er al dan niet meer dan 500 privé kilometers met de auto van de zaak waren afgelegd. Als het adres van de vriendin aangemerkt zou worden als verblijfplaats, zou de man in het jaar 487 privékilometers hebben afgelegd. Zo niet, dan zou hij ruim meer dan 500 privékilometers hebben gereden en zou er bijtelling moeten plaatsvinden.

Wat is een verblijfplaats?

Volgens het Hof is een verblijfplaats een plaats die je ter beschikking staat en waar je regelmatig verblijft. Of hiervan sprake is, moet blijken uit de feiten en omstandigheden. In deze zaak was er volgens het Hof sprake van een verblijfplaats. In een periode van vijf maanden werd er namelijk 19 keer van of naar deze plaats gereisd. Dat dit niet volgens een vast patroon gebeurde, deed niet ter zake. Evenmin het feit dat vanwege co-ouderschap soms minder gereisd kon worden dan gewenst. Verder was van belang dat het reispatroon in de jaren erna werd voortgezet. Belanghebbende werd dan ook in het gelijk gesteld.

Door |2024-07-26T11:22:20+02:0026 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook woon-werkverkeer bij verblijf op meerdere adressen?
  • Onbelast vergoeden verblijfskosten zonder bewijs, kan dat?

Onbelast vergoeden verblijfskosten zonder bewijs, kan dat?

Je kunt de kosten van tijdelijk verblijf van de werknemers onder voorwaarden onbelast aan hen vergoeden of verstrekken. Hiervoor geldt binnen de werkkostenregeling een zogeheten gerichte vrijstelling. Als je hiervan gebruik wilt maken zonder onderliggende bewijsstukken (‘bonnetjes’), kan dit door aan te sluiten bij de vergoedingen aan ambtenaren op dienstreis.

Tijdelijk verblijf
De vergoeding of verstrekking van verblijfskosten is alleen gericht vrijgesteld – en dus belastingvrij – als er sprake is van tijdelijk verblijf. Dit is het geval als de werknemer een zogenaamde ambulante werknemer is. Reist de werknemer steeds naar verschillende arbeidsplaatsen, dan is hij of zij ambulant. Reist de werknemer doorgaans 1 keer per week naar dezelfde arbeidsplaats op maximaal 20 dagen, dan is hij of zij ook ambulant.

Tip! De maximaal 20 dagen moet je beoordelen over een zogenoemde referentieperiode.

Zijn er zakelijke redenen voor de werknemer om niet bij de plaats van het werk te gaan wonen? Bijvoorbeeld bij tijdelijke projecten of omdat hij of zij nog in de proeftijd zit? Dan is er ook sprake van tijdelijk verblijf.

Zonder bonnetje
Wil je niet elke keer bonnetjes verzamelen als bewijs van de tijdelijke verblijfskosten, dan kun je ook aansluiten bij de vergoedingen voor verblijfskosten aan ambtenaren op dienstreis. Dit kan als de werknemers wat hun uitgaven betreft vergelijkbaar zijn met deze ambtenaren.

Binnenlandse dienstreizen
Voor binnenlandse dienstreizen kun je in 2022 dan de volgende bedragen voor verblijfskosten belastingvrij vergoeden aan de werknemer:
• kleine uitgaven overdag: € 5,03
• kleine uitgaven ’s avonds: € 10,07
• een ontbijt: € 11,27
• een lunch: € 10,19
• een avondmaaltijd: € 25,59
• logies: € 114,12

Tip! Je kunt ook meer vergoeden dan deze bedragen. Het meerdere is dan echter wel belast als loon bij de werknemer, tenzij je dit meerdere aanwijst in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Houd er daarbij rekening mee dat je dan bij overschrijding van de vrije ruimte in een jaar 80% eindheffing betaalt over deze overschrijding.

Buitenlandse dienstreizen
Ook voor buitenlandse dienstreizen bestaat een mogelijkheid om aan te sluiten bij de vergoedingen voor verblijfskosten aan ambtenaren op buitenlandse dienstreis.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-27T17:09:06+02:0027 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onbelast vergoeden verblijfskosten zonder bewijs, kan dat?

  • Verblijfkosten eigen rijders 2022 vastgesteld

Verblijfkosten eigen rijders 2022 vastgesteld

Transportondernemers die zelf meerdaagse internationale ritten maken, kunnen een vast bedrag aan verblijfkosten van de winst aftrekken. Het bedrag is voor 2022 verhoogd en bedraagt €41,50 bruto per dag.

Voorwaarden
De vaste aftrek geldt onder de volgende voorwaarden:

  • de rit duurt langer dan 24 uur;
  • de verste bestemming mag niet in Nederland liggen. Er is geen maximum afstand;
  • de regeling geldt voor alle meerdaagse ritten in dat jaar;
  • het aantal gereden dagen moet je kunnen aantonen, bijvoorbeeld met facturen en tachograafschijven;
  • de vertrek- en terugkomdag tellen elk mee voor een halve dag.

Let op! Je mag ieder jaar opnieuw beslissen of je de regeling gebruikt. Als je dit doet, hoef je de verblijfkosten niet aan te tonen.

Internationale ritten korter dan 24 uur?
Op bovenstaande voorwaarden geldt één uitzondering. De regeling geldt namelijk ook voor internationale ritten die starten op meer dan 50 kilometer van het woonadres van de ondernemer, ook als deze korter duren dan 24 uur.

Hierbij gelden wel de volgende voorwaarden:

  • de ritten vinden plaats op aaneengesloten dagen, eventueel met ritten waarbij men meer dagen aaneengesloten in het buitenland verblijft;
  • het traject van elke rit bevindt zich in zijn geheel buiten een afstand van 50 km van het woonadres van de ondernemer.

Tip! Je hoeft de regeling Verblijfskosten eigen rijders niet toe te passen als de kosten hoger zijn dan €41,50. In dat geval moet je de gemaakte kosten wel kunnen aantonen. Dan is het van belang dat je alle bonnen hebt.

De regeling Verblijfskosten eigen rijders geldt alleen voor ondernemers waarvan de winst in de inkomstenbelasting belast wordt en dus niet voor de DGA. Een DGA kan zijn verblijfkosten onbelast door de BV laten vergoeden volgens de regels die gelden voor werknemers.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-28T19:42:52+02:0028 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verblijfkosten eigen rijders 2022 vastgesteld