thuiswerken

Geen instemming nieuwe thuiswerkregeling door OR

Sinds de coronaperiode is het steeds gangbaarder geworden voor werknemers om een deel van de week thuis te werken. Werkgevers hebben hiervoor vaak een speciale thuiswerkregeling opgesteld. Een thuiswerkregeling betreft een wijziging van de arbeidsomstandigheden en daarvoor geldt instemmingsrecht van de ondernemingsraad (OR). Wat nu als een werkgever een nieuwe thuiswerkregeling heeft opgesteld inhoudende dat werknemers maar maximaal 2 dagen thuis mogen werken en de OR geeft hieraan geen instemming?

Nieuwe thuiswerkregeling: vaker naar kantoor

Pand

Deze vraag stond centraal in een procedure bij de kantonrechter, waarbij het bedrijf vervangende instemming had gevraagd aan de kantonrechter. Als argumentatie had het bedrijf aangevoerd dat de medewerkers als gevolg van het thuiswerken minder betrokken waren en dat het slecht was voor de ‘productiviteit, creativiteit en de sociale cohesie’. Daarnaast wees het bedrijf er op dat het belangrijk was dat het beleid in Nederland paste bij de regels van het internationale hoofdkantoor.

Argumenten OR

De OR daarentegen had niet ingestemd met als argumentatie dat de werknemers extra reiskosten moesten maken, de werk/privé balans zou afnemen en het onduidelijk was of er voldoende werkplekken op kantoor zouden zijn. De huidige regeling waarbij er maximaal 2 dagen op kantoor moet worden gewerkt, werkte naar ieders tevredenheid.

Oordeel kantonrechter

De kantonrechter dient zich bij de beoordeling van de (on)redelijkheid van de wijze waarop de OR van zijn instemmingsrecht gebruik heeft gemaakt terughoudend op te stellen vanwege de aard van het instemmingsrecht.

Mede vanwege de zeer algemene en summiere onderbouwing van de argumenten van de werkgever, was de kantonrechter van oordeel dat de argumenten van de werkgever daarmee niet redelijker waren dan die van de OR. Het onthouden van de instemming door de OR was dan ook niet onredelijk.

Ook het verzoek om vervangende toestemming te verlenen omdat het besluit nodig was vanwege zwaarwegende bedrijfsorganisatorische, bedrijfseconomische of bedrijfssociale redenen, werd afgewezen. De werkgever had weinig meer gesteld dan dat zij het beleid van het internationale hoofdkantoor diende te volgen en dat zij daar een zwaarwegend belang bij had. Dat op zichzelf was echter onvoldoende. Van nadelige consequenties als de werkgever dat beleid niet zou volgen was niet gebleken.

De kantonrechter maakte een belangenafweging en oordeelde het niet onredelijk te vinden dat de OR geen toestemming had verleend.

Door |2025-07-11T11:17:20+02:0011 juli 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen instemming nieuwe thuiswerkregeling door OR

Wijziging belastingverdrag Nederland-Duitsland inzake thuiswerken

Nederland en Duitsland hebben afgesproken om het huidige belastingverdrag te wijzigen. Dit kan gevolgen hebben voor thuiswerkers. Grenswerkers kunnen na de wijziging maximaal 34 dagen thuiswerken, zonder dat zij in beide landen belasting over hun inkomen hoeven te betalen.

Belastingverdrag: verdeling belastingheffing

Vlaggen

In het belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland zijn afspraken opgenomen over in welk land welk inkomen belast mag worden. Zo is de afspraak dat als een inwoner van Duitsland voor een in Nederland gevestigde werkgever in Nederland werkt, Nederland belasting mag heffen over het loon. Dezelfde afspraak geldt voor een inwoner van Nederland die in Duitsland werkt voor een in Duitsland gevestigde werkgever, in dat geval mag Duitsland belasting heffen.

Werken in ander land

Als een inwoner van Duitsland voor een in Nederland gevestigde werkgever werkzaamheden verricht in Duitsland, verschuift het heffingsrecht over het met die werkzaamheden verdiende loon naar Duitsland. Duitsland mag dan over dat deel van het loon belasting heffen. Verricht de inwoner van Nederland voor een in Duitsland gevestigde werkgever werkzaamheden in Nederland, dan mag Nederland belasting heffen.

Thuiswerken

Het voorgaande betekent dat de inwoner van Duitsland die ook weleens thuiswerkt (in Duitsland) voor een in Nederland gevestigde werkgever, zowel in Nederland als in Duitsland belasting moet betalen. Dat geldt ook voor de inwoner van Nederland die ook weleens thuiswerkt (in Nederland) voor een in Duitsland gevestigde werkgever.

Dit heeft verschillende nadelen. Zo ontstaat er onzekerheid over het definitieve netto-inkomen omdat een deel van het loon in Nederland en een deel van het loon in Duitsland belast wordt. Bovendien leidt de belastingheffing in twee landen tot extra administratieve lasten en moeten er wellicht extra kosten voor een belastingadviseur gemaakt worden.

Wijziging belastingverdrag

Om deze nadelen (deels) te voorkomen, wordt het belastingverdrag gewijzigd. Opgenomen wordt dat een inwoner van Duitsland die werkt voor een in Nederland gevestigde werkgever in een kalenderjaar maximaal 34 dagen thuis kan werken, waarbij het heffingsrecht volledig in Nederland blijft. Een inwoner van Nederland die werkt voor een in Duitsland gevestigde werkgever kan, met behoud van het volledige heffingsrecht in Duitsland, per kalenderjaar ook maximaal 34 dagen thuis werken.

Let op! Nederland en Duitsland spraken ook af dat sprake is van een thuiswerkdag als meer dan 30 minuten per dag thuisgewerkt wordt..

Nog niet in werking

De wijziging is nog niet in werking getreden. Deze moet namelijk eerst nog worden voorgelegd aan de Raad van State en worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Ook het Duitse parlement moet de wijziging nog goedkeuren.

Let op! Werkt de inwoner van Duitsland of de inwoner van Nederland per kalenderjaar meer dan 34 dagen thuis, dan hebben zij  geen profijt van de wijziging. Nederland en Duitsland ondertekenden wel een intentieverklaring om op termijn te overleggen over een thuiswerkregeling met meer dan 34 thuiswerkdagen per kalenderjaar.

Door |2025-04-29T13:23:02+02:0029 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijziging belastingverdrag Nederland-Duitsland inzake thuiswerken

Ook woon-werkverkeer bij verblijf op meerdere adressen?

Reizen tussen de woon- en arbeidsplaats worden in beginsel als woon-werkverkeer aangemerkt. Geldt dat ook als er gereisd wordt tussen meerdere adressen en de arbeidsplaats?

Het gerechtshof in Den Haag heeft hier onlangs over beslist in een zaak waarbij een belastingplichtige reisde tussen zijn woonplaats, zijn arbeidsplaats en de woonplaats van zijn vriendin.

Woon-werkverkeer

Auto

Wettelijk is niet bepaald wat onder woon-werkverkeer moet worden verstaan. Uit de rechtspraak is evenwel duidelijk geworden dat dit reizen zijn tussen de woon- of verblijfplaats en het werk binnen een periode van 24 uur.

Woning nieuwe vriendin verblijfplaats?

In genoemde zaak reisde een werknemer met de auto van de zaak van zijn woning naar het werk en terug. Ook kwam het voor dat de man naar zijn werk reisde en ’s avonds vanuit het werk rechtstreeks naar zijn vriendin, of andersom. Ook in de weekends kwam het voor dat gereisd werd vanaf of naar de woning van de vriendin. Voor het Hof stond de vraag centraal of ook het adres van de vriendin aangemerkt kon worden als ‘verblijfplaats’.

Grens 500 kilometer

Het antwoord was van belang voor de vraag of er al dan niet meer dan 500 privé kilometers met de auto van de zaak waren afgelegd. Als het adres van de vriendin aangemerkt zou worden als verblijfplaats, zou de man in het jaar 487 privékilometers hebben afgelegd. Zo niet, dan zou hij ruim meer dan 500 privékilometers hebben gereden en zou er bijtelling moeten plaatsvinden.

Wat is een verblijfplaats?

Volgens het Hof is een verblijfplaats een plaats die je ter beschikking staat en waar je regelmatig verblijft. Of hiervan sprake is, moet blijken uit de feiten en omstandigheden. In deze zaak was er volgens het Hof sprake van een verblijfplaats. In een periode van vijf maanden werd er namelijk 19 keer van of naar deze plaats gereisd. Dat dit niet volgens een vast patroon gebeurde, deed niet ter zake. Evenmin het feit dat vanwege co-ouderschap soms minder gereisd kon worden dan gewenst. Verder was van belang dat het reispatroon in de jaren erna werd voortgezet. Belanghebbende werd dan ook in het gelijk gesteld.

Door |2024-07-26T11:22:20+02:0026 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook woon-werkverkeer bij verblijf op meerdere adressen?

Aftrek kosten thuiswerken ook voor zzp’er?

Werkgevers kunnen hun thuiswerkend personeel voor kosten die hiermee samenhangen sinds 2022 een onbelaste vergoeding geven. In 2024 is dit € 2,35 per dag. Mocht een zzp’er voor het jaar 2018 ook al een bedrag aan thuiswerkkosten in aftrek van de winst brengen?

Kosten thuiswerken

Portemonnee

De kosten van thuiswerken zijn destijds berekend door het Nibud. De kosten betreffen onder meer die van verwarming, koffie en toiletbezoek. De gericht vrijgestelde kostenvergoeding in de loonbelasting wordt jaarlijks geïndexeerd.

Ook voor zzp’er?

In zaak bij het gerechtshof in Amsterdam stond de vraag centraal of een zzp’er in 2018 een bedrag van € 1.000 ten laste van de winst mocht brengen. De zzp’er deed een beroep op het gelijkheidsbeginsel. De ondernemer was van mening dat er sprake was van rechtsongelijkheid, nu er alleen voor werknemers een tegemoetkoming in de thuiswerkkosten bestond.

Let op! Een zelfstandig ondernemer kan onder voorwaarden alleen de kosten van een werkkamer in aftrek brengen, als deze een zelfstandig deel van de woning vormt.

Nog niet in 2018

Het gerechtshof kwam aan de beantwoording van het vraagstuk van schending van het gelijkheidsbeginsel niet toe. De zaak had namelijk betrekking op het jaar 2018 en toen bestond er nog geen belastingvrije vergoeding voor thuiswerkende werknemers. Om die reden kon er in 2018 in ieder geval nog geen sprake zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel. De zzp’er mocht het bedrag van € 1.000 niet in aftrek brengen en de Belastingdienst werd dan ook in het gelijk gesteld.

Let op! Het gerechtshof deed alleen een uitspraak voor het jaar 2018. Op de vraag of vanaf het jaar 2022 wel sprake zou kunnen zijn van schending van het gelijkheidsbeginsel heeft het gerechtshof niet direct antwoord gegeven.

Door |2024-07-25T09:14:44+02:0025 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek kosten thuiswerken ook voor zzp’er?
  • Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

De Belastingdienst heeft de normbedragen bekendgemaakt die in 2023 gelden voor maaltijden, thuiswerken en reiskosten. Deze zijn alle hoger dan in 2022.

Maaltijden
Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines of soortgelijke ruimtes of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, geldt een normbedrag. Dit normbedrag stijgt van €3,35 in 2022 naar €3,55 per maaltijd in 2023. Het normbedrag, verminderd met een eventuele bijdrage van jouw werknemer, is loon voor jouw werknemer. Je kunt er echter ook voor kiezen om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte.

Tip! Bepaalde maaltijden zijn gericht vrijgesteld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij maaltijden tijdens dienstreizen, bij overwerk of werken op koopavonden. Wil je deze maaltijden vergoeden, dan kun je onder voorwaarden de werkelijke kosten vergoeden of aansluiten bij het normbedrag voor maaltijden.

Thuiswerken
Vanaf dit jaar (2022) kun je voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, onder voorwaarden, een onbelaste vergoeding geven aan jouw werknemer. Deze thuiswerkvergoeding bedraagt in 2022 €2, maar stijgt in 2023 naar €2,15 per dag.

Reiskostenvergoeding
Voor de zakelijke reiskilometers (waaronder woon-werkkilometers) die jouw werknemer maakt met een eigen vervoermiddel kun je in 2022 een onbelaste vergoeding geven van €0,19 per kilometer. Al eerder was bekend dat deze onbelaste vergoeding in 2023 stijgt naar €0,21 per kilometer.

Let op! De verhoging van de reiskostenvergoeding is onderdeel van het Belastingplan 2023. Dit plan is al wel door de Tweede Kamer aangenomen, maar de Eerste Kamer moet hier medio december 2022 nog over stemmen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-19T09:18:03+01:0019 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe normbedragen maaltijden, thuiswerken en reiskosten 2023 bekend

  • Onbelaste vergoeding thuiswerken 2023 iets hoger

Onbelaste vergoeding thuiswerken 2023 iets hoger

De onbelaste vergoeding voor thuiswerken gaat in 2023 omhoog van €2,00 naar €2,15 per dag. Dit is een verhoging van 7,5%. Eerder was in het Belastingplan een verhoging naar €2,13 aangekondigd.

Niet ten laste van vrije ruimte
De vergoeding voor thuiswerken komt niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling (WKR). Via de WKR kan een werkgever tal van zaken belastingvrij vergoeden. Dit kan tot het bedrag van de vrije ruimte, die dit jaar 1,7% van de loonsom tot €400.000 bedraagt en 1,18% over het meerdere. In 2023 bedraagt de vrije ruimte 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Bij overschrijding van de vrije ruimte betaalt de werkgever 80% belasting over het meerdere.

Tip! Wil je in 2023 toch meer belastingvrij vergoeden dan €2,15 per dag, dan kun je het meerdere dus onderbrengen in de vrije ruimte.

Kilometervergoeding
Werkgevers kunnen volgend jaar ook een ruimere vergoeding geven voor het woon-werkverkeer. De belastingvrije kilometervergoeding wordt voor 2023 namelijk verhoogd van €0,19 naar €0,21 per kilometer. Werkt een werknemer op één dag echter zowel thuis als bij zijn werkgever, dan moet de werkgever een keuze maken welke vergoeding hij wil verstrekken: een vergoeding voor thuiswerken of voor gereden kilometers. Beide is niet toegestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T15:27:29+01:001 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onbelaste vergoeding thuiswerken 2023 iets hoger

  • Einde aan afspraken met België en Duitsland over thuiswerken

Einde aan afspraken met België en Duitsland over thuiswerken

De afspraken die Nederland met België en Duitsland heeft gemaakt over thuiswerken door grensarbeiders, eindigen per 1 juli a.s. De afspraken vloeiden voort uit het advies om in Coronatijd zoveel mogelijk thuis te werken.

Grensarbeiders
Werknemers die in België of Duitsland werken maar in Nederland wonen, betalen in beginsel loonbelasting in de werkstaat. Dit geldt ook voor werknemers die in België of Duitsland wonen, maar in Nederland werken. Omdat tijdens de Coronacrisis veel thuis werd gewerkt, dreigde hierdoor deze heffing in gevaar te komen.

Einde corona
Nu de Coronacrisis ten einde is, is er ook geen goede reden meer om voor thuiswerkers uitzonderingen te maken. Dit betekent dat grensarbeiders weer gewoon belast kunnen worden in het land waar ze werken. Daarom zijn de afspraken per 1 juli 2022 beëindigd.

Let op! Grensarbeiders die ook ná 1 juli veel thuis blijven werken, kunnen hierdoor in de problemen komen. Zij kunnen dan namelijk in het woonland belast worden, in plaats van in het werkland. Dit kan gunstiger, maar ook ongunstiger uitpakken. In die gevallen is het verstandig om hierover met de werkgever afspraken te maken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-27T10:37:12+02:0027 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Einde aan afspraken met België en Duitsland over thuiswerken

  • Einde thuiswerken; inrichting werkkamer terug naar kantoor?

Einde thuiswerken; inrichting werkkamer terug naar kantoor?

Het advies om thuis te werken vanwege Corona is voorbij. Betekent dit dat de werknemers de inrichting van de werkkamer thuis weer terug naar kantoor moeten brengen?

Inrichting werkkamer
Op grond van de Arbowet ben je als werkgever verplicht voor de inrichting van de werkplek thuis te zorgen als de werknemer thuis moet werken. In die gevallen kun je onder meer een bureau, een bureaustoel en verlichting belastingvrij ter beschikking stellen, verstrekken of vergoeden.

Retourneren
Werkt een werknemer niet meer thuis, dan moeten genoemde zaken weer geretourneerd worden. Het maakt hierbij niet uit of je aan de werknemer spullen hebt uitgeleend of dat je destijds bijvoorbeeld een bedrag hebt uitgekeerd waar de werknemer zelf spullen voor kon aanschaffen.

Je kunt er echter ook voor kiezen de werknemer de spullen te laten houden. In dat geval moet er belasting betaald worden over de restwaarde van de spullen.

Restwaarde
Je kunt dit voorkomen door de werknemer de spullen tegen de restwaarde over te laten nemen. Die waarde is uiteraard lager dan de nieuwprijs, want het betreft gebruikte goederen. Wil je de werknemer niet belasten voor de restwaarde? Overnemen van de spullen kan ook belastingvrij, als je de restwaarde onderbrengt in de werkkostenregeling.

Werkkostenregeling
De waarde van de spullen is via de werkkostenregeling belastingvrij voor de werknemer. Je betaalt als werkgever echter wel 80% belasting via de eindheffing als je dit jaar met de vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen over de vrije ruimte heen schiet.

Omvang vrije ruimte
De vrije ruimte is in 2022 lager dan in 2021 en bedraagt 1,7% van de loonsom tot €400.000. Over het meerdere van de loonsom is de vrije ruimte nog 1,18%.

Let op! Mag de werknemer de spullen houden en breng je ze niet onder in de werkkostenregeling, dan is de restwaarde belast als loon in natura bij de werknemer. Dit heeft tot gevolg dat je hiervoor loonbelasting inhoudt op het loon van de werknemer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-12T18:05:33+02:0012 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Einde thuiswerken; inrichting werkkamer terug naar kantoor?

  • Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

Sinds dit jaar geldt een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag. Of een DGA ook van deze vrijstelling gebruik kan maken, hangt af van het feit of de DGA al een werkplek thuis heeft die fiscaal als werkplek is aangemerkt.

Thuiswerkvrijstelling
Werknemers werken steeds vaker geheel of gedeeltelijk thuis. Vanwege Corona is dit de laatste tijd sterk toegenomen. Het kabinet heeft daarom besloten vanaf 1 januari 2022 een onbelaste thuiswerkvergoeding van €2 per dag in te voeren. Met deze vergoeding kunnen de kosten van het thuiswerken, zoals die van koffie en energie, onbelast worden vergoed.

Fiscale thuiswerkplek?
Als een DGA thuiswerkt, is voor de onbelaste thuiswerkvergoeding van belang of de werkkamer fiscaal als ‘werkplek’ kan worden aangemerkt of reeds is aangemerkt. Dit is het geval als de werkkamer een eigen in- of opgang heeft, beschikt over eigen sanitair én er een huurovereenkomst met de BV is inzake de werkkamer. Is dit het geval, dan is de werkkamer fiscaal een werkplek en kan er geen gebruik worden gemaakt van de thuiswerkvrijstelling.

Geen fiscale thuiswerkplek?
Als de DGA geen fiscale thuiswerkplek heeft, maar toch af en toe thuiswerkt, kan hij wel gebruikmaken van de thuiswerkvergoeding. Ook dan geldt een onbelaste vergoeding van €2 per dag.

BTW aftrekken
Van de vrijgestelde vergoeding van €2 per dag is €0,95 beperkt aftrekbaar. Dit deel van de vergoeding wordt namelijk aangemerkt als een vergoeding voor gemengde kosten, zoals koffie. Voor ondernemers in de vennootschapsbelasting is dit in beginsel voor 73,5%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-24T19:39:39+01:0024 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Thuiswerkvergoeding ook onbelast voor DGA?

  • Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd voor de werkgever en de DGA, van de thuiswerkregeling tot Coronagerelateerde maatregelen. Welke tien wijzigingen springen in het oog?

1. Wijziging werkkostenregeling 2022
Per 1 januari 2022 is de vrije ruimte binnen de WKR weer verlaagd naar 1,7% over de eerste €400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom is de vrije ruimte 1,18%. In 2021 was naar aanleiding van de Coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste €400.000 van de loonsom.

2. Thuiswerkvergoeding
Het bedrag dat je sinds 1 januari 2022 aan thuiswerkers belastingvrij mag verstrekken, is €2 per dag. Het bedrag is vrijgesteld en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Vaste thuiswerkvergoeding
Je dient met de werknemer afspraken te maken over het aantal dagen waarop de werknemer thuis zal werken. Deze afspraken zijn de basis voor de vaststelling van de door jou onbelast te vergoeden reis- en thuiswerkkosten. Wanneer je met een werknemer bijvoorbeeld afspreekt dat per week twee dagen thuis wordt gewerkt en drie dagen op kantoor, dan kun je op basis van die verhouding een vaste vergoeding toekennen voor zowel het thuiswerken als de reiskosten voor woon-werkverkeer.

3. Gebruikelijk loon DGA 2022
Het gebruikelijk loon voor de DGA stijgt in 2022 naar ten minste €48.000. In 2021 was dit nog €47.000.
De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden.

4. Vaste reiskostenvergoeding vanaf 2022
Vanaf 2022 gaat de zogeheten 214-dagenregeling veranderen. De vaste reiskostenvergoeding moet dan naar rato van het aantal reisdagen worden berekend. Indien momenteel een reiskostenvergoeding wordt gegeven op basis van het daadwerkelijke aantal reisdagen, verandert er niets in de regeling.

Voorbeeld
Kees werkt fulltime, waarvan 3 dagen op kantoor en 2 dagen thuis. Kees mag een vaste onbelaste reiskostenvergoeding ontvangen voor 129 dagen (3/5 x 214 dagen), als hij ten minste 77 dagen (3/5 x 128 dagen) naar kantoor reist. De onbelaste reiskostenvergoeding wordt dus naar beneden bijgesteld. Hij mag over 85 (214-129) dagen geen onbelaste reiskostenvergoeding meer ontvangen.

Moet je maatregelen nemen?
Je moet het reis-/thuiswerkpatroon van de medewerkers goed in beeld brengen om te kunnen bepalen of de huidige reiskostenvergoeding nog past binnen de nieuwe regels. Voor dagen waarvoor de vergoeding niet meer onbelast betaald kan worden, kun je besluiten om de vergoeding niet meer toe te kennen. Of dat kan, zal mede afhangen van hetgeen bepaald is in een CAO of arbeidsovereenkomst.

5. Aanbod vaste uren 2022
Na een periode van twaalf maanden is de werkgever verplicht om een oproepkracht binnen een maand een aanbod te doen voor een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst met vaste uren. Deze uren moeten zijn gebaseerd op minimaal het gemiddelde aantal verloonde uren over de afgelopen twaalf maanden. Alleen de uren die elkaar binnen zes maanden tijd opvolgen, tellen mee.

Het aanbod moet binnen een maand na afloop van de twaalf maanden worden gedaan. De werknemer heeft vanaf dat moment maximaal een maand de tijd om het aanbod al dan niet te accepteren. Bij acceptatie gaat de nieuwe arbeidsomvang in uiterlijk de eerste dag van de 15e maand.

Indien het aanbod voor een contract met vaste uren uitblijft, heeft de werknemer recht op het loon van het gemiddelde aantal gewerkte uren per week gedurende de afgelopen twaalf maanden, ongeacht of de werknemer wordt opgeroepen voor de werkzaamheden. Het betreft hier een reguliere loonvordering waarvoor een verjaringstermijn van vijf jaar geldt.

Tip! Het is dus van belang als werkgever om wel een aanbod te doen, omdat het risico bestaat dat de werknemer, veelal als hij uit dienst is gegaan, alsnog met terugwerkende kracht het loon kan vorderen op basis van het aanbod dat had moeten worden gedaan.

6. Verbod op rookruimtes
Tot en met 2021 mocht op het werk gerookt worden in een daarvoor bestemde rookruimte. Vanaf 1 januari 2022 geldt een verbod op rookruimtes in het bedrijfsleven. Ook bedrijfsvoertuigen zijn werkplekken.

Hierop wordt gehandhaafd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Wordt ergens gerookt waar dit niet mag, dan krijgt de werkgever hiervoor een boete voor de overtreding van het rookverbod. De boetebedragen variëren per overtreding van €450 tot €4500.

Een werkgever kan een werknemer ook ondersteunen bij het stoppen met roken. Vanaf 1 januari 2020 geldt er geen eigen risico wanneer werknemers gebruikmaken van programma’s die hen helpen te stoppen met roken. Daarvoor gelden de volgende drie voorwaarden:

  1. Deelname aan een ‘stoppen met roken’-programma moet lopen via een huisarts, verloskundige of bedrijfsarts.
  2. De behandeling moet worden gecombineerd met een zogenoemd ‘gedragsprogramma’, waardoor de aanpak zowel steunt op medicatie als op gedragsverandering.
  3. Het vervallen van het eigen risico geldt alleen voor medicijnen en methoden waarvan algemeen erkend is dat ze effectief zijn.

7. Gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof
Vanaf augustus 2022 wordt een deel van het ouderschapverlof gedeeltelijk doorbetaald. Gedurende het eerste levensjaar van het kind kunnen de ouders negen weken doorbetaald ouderschapsverlof krijgen. Het gaat hier om een uitkering in het kader van de Wet arbeid en zorg (Wazo-uitkering), die via de werkgever wordt aangevraagd. Het ouderschapsverlof geldt ook als ouders vóór de invoering van de wet een kind hebben gekregen, mits dit kind jonger is dan 1 jaar. Ook moeten de ouders op dat moment werken (werknemer zijn) en nog niet het volledige recht (26 maal de arbeidsuur per week) op ouderschapsverlof hebben opgenomen.

De hoogte van het gedeeltelijk doorbetaalde ouderschapsverlof bedraagt 50%. Dit is betrekkelijk laag, waardoor de opname voor laagbetaalde werknemers minder aantrekkelijk blijft. Vanwege deze zorg voegde demissionair minister Koolmees van SZW een bepaling toe aan het wetsvoorstel. Hierin staat dat het uitkeringspercentage nog vóór het ingaan van de wet te verhogen is naar 70%, als het nieuwe kabinet dat wil en daar budget voor weet vrij te maken. Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft deze motie aanvaard, waarin het kabinet wordt verzocht om het uitkeringspercentage inderdaad te verhogen van 50 naar 70%. Het is dus mogelijk dat dit nog gaat gebeuren.

8. NOW 5.0 en 6.0
Eind 2021 zijn de Coronamaatregelen weer verscherpt. Omdat dit opnieuw grote gevolgen heeft voor ondernemers, is de loonsubsidie NOW terug, in de vorm van NOW 5.0 en NOW 6.0.

NOW 5.0
De NOW 5.0 heeft betrekking op de periode van 1 november 2021 tot en met 31 december 2021.

De tegemoetkoming kan aangevraagd worden van 13 december 2021 t/m 31 januari 2022. Anders dan bij de voorgaande NOW-regelingen zal het voorschot in één termijn uitbetaald worden. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan het feit dat een deel van de periode waarover tegemoetkoming wordt verstrekt, al is verstreken. Je kunt de vaststelling van de tegemoetkoming aanvragen in de periode van 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023 (data onder voorbehoud).

NOW 6.0
De NOW 6.0 heeft betrekking op de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022.

De tegemoetkoming kan vermoedelijk in de tweede helft van februari aangevraagd worden. Nadere voorwaarden worden deze maand bekendgemaakt. De NOW 6.0 is bijna hetzelfde als de NOW 5.0. De overeenkomsten zijn:

  • minimaal 20% omzetverlies
  • maximaal op te geven omzetverlies van 90% (ook als u het omzetverlies schat tussen 90 en 100%);
  • een vergoeding van 85% van het opgegeven omzetverlies;
  • vergoeding van maximaal twee keer het maximale dagloon.

Een overzicht van de verschillen van de diverse NOW-regelingen is te vinden op de site van het UWV.

9. Invoering STAP-budget
Per 1 maart 2022 wordt het STAP-budget, dat staat voor Stimulering ArbeidsParticipatie, ingevoerd als opvolger van de per 1 januari 2022 vervallen fiscale scholingsaftrek. Met het STAP-budget wordt iedereen tussen de 8 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt in staat gesteld om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. De ontwikkeling van een publiek leer- en ontwikkelbudget biedt mogelijkheden om een toekomstbestendige regeling neer te zetten, waarmee kan worden ingespeeld op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het STAP-budget maakt deel uit van de LLO-maatregelen (Leven Lang Ontwikkelen) van de overheid. De uitvoering van de regeling komt in handen van het UWV, dat een digitale portal hiervoor ontwikkelt.

Iemand die aanspraak wil maken op het STAP-budget kan dit alleen doen als andere mogelijkheden om de gewenste scholing te financieren niet aanwezig zijn. Het UWV kijkt hiervoor naar de criteria die bestaande opleidingen hanteren om subsidie te krijgen op soorten onderwijs. Veel jongeren onder de 30 jaar zullen vaak nog gebruik kunnen maken van studiefinanciering en daarom geen aanspraak kunnen maken op het STAP-budget.

Het STAP-budget kan door het individu worden aangevraagd voor het financieren van een scholingsactiviteit die hij of zij wil volgen. Het budget bedraagt maximaal €1.000 per jaar. Er mag maar één aanvraag per jaar worden gedaan.

10. Betalingen aan derden per 2022 inclusief BSN
De wetgeving rond betalingen aan derden gaat vanaf 2022 veranderen. Naast gegevens die al moesten worden doorgegeven, moet voortaan ook het BSN-nummer van de ingehuurde derde aan de Belastingdienst worden doorgegeven.

Betaling aan derden
Bij betalingen aan derden gaat het om betalingen aan personen die:

  • niet bij de opdrachtgever in dienst zijn;
  • geen ondernemer zijn;
  • zelf geen factuur met BTW uitreiken.

Betalingen in 2022
De wijziging inzake betalingen aan derden gaat in per 2022, maar de in dat jaar uitgekeerde bedragen hoeven pas in de eerste maand van 2023 aan de Belastingdienst te worden doorgegeven. De uiterste inleverdatum is 31 januari 2023. Dit kan niet langer via het gegevensportaal van de Belastingdienst. Hoe dit digitaal moet worden aangeleverd, wordt nog bekendgemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-14T11:05:40+01:0014 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever