szw

Aof-premie al jaren te hoog?

In de media klinken geluiden dat werkgevers al jarenlang te veel Aof-premie zouden betalen. Wat speelt hier?

Aof-premie

Geld

Als werkgever betaalt u Aof-premie, een premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds, aan de Belastingdienst. Het UWV financiert uit dit arbeidsongeschiktheidsfonds een aantal werknemersverzekeringen, zoals de WAO en ZW-uitkeringen.

Premie te hoog?

In de media klinken geluiden dat werkgevers al jarenlang te veel Aof-premie betalen. Het arbeidsongeschiktheidsfonds zou gebaseerd zijn op een omslagstelsel. Een omslagstelsel houdt in dat de hoogte van de premie afhankelijk is van de verwachte uitgaven die uit het fonds gedaan moeten worden. Er zouden dan eigenlijk geen structurele overschotten in het fonds aanwezig mogen zijn, maar geschat wordt dat het arbeidsongeschiktheidsfonds eind 2025 een vermogen heeft van € 40 miljard.

Initiatief

Er is een initiatief gestart om in een collectieve actie de mogelijk te veel betaalde Aof-premie terug te vorderen van de Belastingdienst. De initiatiefnemers stellen dat ruim 20% van de betaalde Aof-premie onterecht is.

Tegengeluiden

Zowel het UWV als het ministerie van SZW geven aan dat de Aof-premie niet te hoog is. Uit berichtgeving van de Telegraaf volgt dat het UWV stelt dat geen sprake is van een omslagstelsel,  maar dat de Staat eind jaren negentig al is overgegaan naar een ander stelsel. Een hoogleraar Fiscale Economie twijfelt of dit zo is, aldus de Telegraaf. De Telegraaf meldt ook dat het ministerie van SZW aangeeft dat het arbeidsongeschiktheidsfonds ook gebruikt mag worden om andere gaten te vullen. Zo is de premie bijvoorbeeld in 2025 ook omhoog gegaan om de geschrapte btw-verhoging op cultuur te dekken.

Wat nu?

Vraag is nu of het verstandig is om aan te sluiten bij dit initiatief. Dit is een afweging die u zelf moet maken. Als u daarover twijfelt, neem dan contact met onze adviseurs op, zodat u daarna een beslissing daarover kan nemen.

Let op! Weet wel dat de initiatiefnemers een bijdrage vragen voor het aansluiten bij hun initiatief. Het is dus niet kosteloos en de kans op succes is uiteraard niet gegarandeerd. Wilt u dat onze adviseurs een procedure starten, dan kan dat uiteraard ook, maar ook daar zijn kosten aan verbonden.

Door |2025-03-05T11:31:00+01:0027 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aof-premie al jaren te hoog?

Speciale eenheid binnen Ministerie SZW voor toelating uitzendbureaus

Het kabinet wil toe naar een verplicht toelatingsstelsel. Er is hiertoe een wetsvoorstel ingediend voor het invoeren van een publiek toelatingsstelsel voor ondernemingen of rechtspersonen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners mogen alleen arbeidskrachten ter beschikking stellen als zij daartoe door de minister van SZW zijn toegelaten.

Toelatingseisen

Handen

Om toegelaten te kunnen worden, moeten uitleners kunnen aantonen dat zij relevante wet- en regelgeving naleven en een VOG kunnen overleggen die niet ouder is dan drie maanden. Wanneer van bestuurder, vennoot, maat of beheerder wordt gewisseld, moet een nieuwe VOG worden aangevraagd. Ook moet er voldoende financiële zekerheid worden gesteld, € 100.000 voor reguliere uitleners en € 50.000 voor startende uitleners die een voorlopige aanvraag indienen. Genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Organisaties die gebruikmaken van uitzendbureaus (inleners), mogen alleen zakendoen met toegelaten uitzendbureaus.

SNA-keurmerk

Uitleners kunnen zich op de Wet toelating ter beschikking stellen arbeidskrachten (WTTA) voorbereiden door het SNA-keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (SNA) te behalen. Als ze in het bezit zijn van een SNA-keurmerk hoeven ze eenmalig geen inspectierapport voor het verplichte normenkader te overleggen en komen ze pas aan de beurt als de overige bedrijven zijn gecontroleerd. Voor uitleners die al een SNA-keurmerk hebben heeft de SNA een module WTTA ontworpen. In deze module staan de normelementen vermeld die wel in het verplichte normenkader van het toelatingsstelsel zijn opgenomen, maar niet in het SNA-keurmerk.

Speciale eenheid

De minister van SZW heeft aangeven dat er een nieuwe eenheid binnen het ministerie van SZW komt die gaat bepalen of uitzendbureaus worden toegelaten tot de markt voordat ze personeel uitlenen. Bij aanvaarding van het hierboven genoemd wetsvoorstel moeten uitzendbureaus eerst toegelaten zijn voordat ze personeel uitlenen. Het vergunningsstelsel moet een belangrijke bijdrage leveren bij het aanpakken van misstanden in de uitleensector en de uitbuiting van arbeidsmigranten.

Deze nieuwe toelatende instantie zal besluiten of een uitzendbureau al dan niet wordt toegelaten op de markt. Ook kan de instantie uitzendbureaus schorsen of zelfs de toelating intrekken als sprake is van ernstige misstanden.

Let op! Uiterlijk dit voorjaar (2025) moet duidelijk worden wanneer de wet in werking kan treden.

Door |2025-02-12T16:14:21+01:0012 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Speciale eenheid binnen Ministerie SZW voor toelating uitzendbureaus

Vanaf 2 september extra subsidie statushouders

Werkgevers kunnen onder voorwaarden voor statushouders vanaf 2 september 2024 extra subsidie aanvragen. Deze extra subsidie is bedoeld voor de kosten die samenhangen met het verkleinen van de taal- en cultuurverschillen.

De subsidie is door werkgevers aan te vragen voor statushouders die vanaf 1 januari 2024 in dienst zijn en voor statushouders die nog niet eerder bij dezelfde werkgever in dienst zijn geweest.

Omvang subsidie

Bouw

Werkgevers kunnen voor maximaal vier statushouders de subsidie aanvragen. De subsidie bedraagt voor de eerste statushouder € 8.000, voor de tweede € 6.000 en voor de derde en vierde ieder € 5.000. De totale subsidie kan dus maximaal € 24.000 bedragen.

Let op! De subsidie is verkrijgbaar naast de bestaande subsidies voor werving en selectie, opleiding en begeleiding van werkzoekenden.

Voorwaarden

De belangrijkste voorwaarde voor het verkrijgen van de subsidie is dat de statushouder na subsidieverlening een (leer-)arbeidsovereenkomst krijgt aangeboden van minstens 20 uur per week voor een periode van minstens één jaar. Ook moet een activiteitenplan worden gemaakt, waarin staat hoe het bedrijf de begeleiding organiseert, hoe de (organisatie-)cultuur wordt bijgebracht en hoe de statushouder de Nederlandse taal en vaktaal op de werkvloer wordt bijgebracht.

Handreiking

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een Handreiking ontwikkeld voor een te hanteren activiteitenplan. Hierin staat bijvoorbeeld aangegeven dat eventueel vertaalapps kunnen  worden gebruikt voor het bijbrengen van de Nederlandse taal en wordt aanbevolen niet te snel over te stappen op de Engelse taal, ook wanneer dit voor de statushouder makkelijker is.

Aanvragen

De subsidie kan worden aangevraagd vanaf 2 september 9.00 uur tot en met 30 september 2024 23.59 uur bij het Subsidieportaal van Uitvoering Voor Beleid.

Door |2024-08-21T09:05:57+02:0021 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2 september extra subsidie statushouders

Compensatie transitievergoeding diepslapers en afhandeling door UWV

Ben je als werkgever nog bezig met het recht op compensatie voor de transitievergoeding voor dienstverbanden van langdurig zieke werknemers van wie het opzegverbod al vóór 1 juli 2015 was verstreken? Maar waarbij je het dienstverband pas na 1 juli 2015 hebt beëindigd? Daarover is nu duidelijkheid.

Wat was de discussie?
De transitievergoeding bij het beëindigen door de werkgever van het dienstverband, dan wel het niet verlengen van een tijdelijk contract, is sinds 1 juli 2015 wettelijk geregeld. Er bestond discussie over de vraag of er voor werkgevers ook recht op compensatie bestaat voor de dienstverbanden van langdurig zieke werknemers waarbij het opzegverbod al vóór 1 juli 2015 was verstreken, maar waarbij de werkgever het dienstverband pas na 1 juli 2015 had beëindigd.

Het UWV was aanvankelijk van mening dat dit niet het geval was, omdat de werkgever voor de ingangsdatum van de transitievergoeding het dienstverband had kunnen beëindigen. Dergelijke compensatieverzoeken van zogeheten diepslapers werden door het UWV afgewezen. De werknemer had dan wel recht op een transitievergoeding, maar de werkgever kreeg deze niet gecompenseerd.

Standpunt jurisprudentie
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft vorig jaar juni echter bepaald dat ook voor ‘oude’ gevallen, voor wie tussen 1 juli 2015 en de inwerkingtredingsdatum van de compensatieregeling transitievergoeding is betaald bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, compensatie gevraagd kan worden. Hiermee wordt benadrukt dat het doel van de compensatieregeling is om werkgevers te stimuleren ‘slapende dienstverbanden’ te beëindigen door cumulatie van kosten voor de werkgever te compenseren. Wel geldt dat er niet meer gecompenseerd wordt dan de transitievergoeding berekend na twee jaar ziekte, met in achtneming van de huidige rekenregels.

Uitvoeringspraktijk UWV
Het UWV heeft inmiddels aangegeven hoe er omgegaan wordt met dergelijke compensatieverzoeken.

Situatie 1
Stel dat je als werkgever in het verleden al een aanvraag voor compensatie had ingediend welke door het UWV was afgewezen, dan wijzigt die beslissing niet meer door de uitspraak van de CRvB. Het Ministerie van SZW heeft namelijk besloten dat het UWV herhaalde aanvragen niet opnieuw mag beoordelen.

Situatie 2
Heb je als werkgever daarentegen nog niet eerder een aanvraag ingediend, maar is het langer dan zes maanden geleden dat de volledige transitievergoeding is betaald? Dan is een nieuwe aanvraag te laat, omdat de aanvraagtermijn inmiddels is verstreken. Een verzoek om compensatie moet immers binnen zes maanden na de uitbetaling worden ingediend.

Situatie 3
In de overige situaties kun je, als u nog slapende dienstverband heeft van vóór 1 juli 2015, deze beëindigen en daarvoor een compensatieverzoek indienen bij het UWV.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:54:58+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Compensatie transitievergoeding diepslapers en afhandeling door UWV

  • Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Per 1 januari 2024 wil het kabinet het wettelijk minimumloon verhogen met 7,5%. Het betreft hier een buitengewone verhoging. Een wetsvoorstel hiertoe wordt momenteel uitgewerkt.

Koopkrachtdaling
Als gevolg van de negatieve ontwikkeling van de koopkracht, onder meer door de stijgende energie- en grondstofprijzen, is door het kabinet gekeken naar mogelijkheden voor een verhoging van het minimumloon. Een wetsvoorstel voor een buitengewone verhoging van het wettelijk minimumloon wordt nu uitgewerkt. De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar een brief over de vormgeving en het verdere wetgevingsproces.

Ingrijpende en uitzonderlijke wijziging
Volgens de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) is er een mogelijkheid om minimaal eens per vier jaar na te gaan of sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon wenselijk maken. Als daar naar het oordeel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) sprake van is, kan de hoogte van het minimumloon worden aangepast middels een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB).

Let op! Aanpassing van de hoogte van het minimumloon heeft gevolgen voor een zeer groot aantal regelingen in de sociale zekerheid, fiscaliteit en toeslagen en ook voor andere regelingen zoals de studiefinanciering.

Voordeel voor lage en middeninkomens
Bij een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon is het mogelijk om de minimumloonverhoging te richten op werknemers met lage en middeninkomens. Dat vergt echter grote aanpassingen van de bestaande systematiek. Een buitengewone minimumloonverhoging gaat veel verder dan de gebruikelijke indexatie met de gemiddelde contractloonstijging. Dan zouden namelijk ook regelingen verhoogd worden die niet uitsluitend gericht zijn op lage en middeninkomens.

Per 2024
Omdat dit alles zorgvuldig moet gebeuren en de consequenties voor andere regelingen groot zijn, is het niet mogelijk de uitzonderlijke wijziging van het minimumloon eerder dan 1 januari 2024 te laten ingaan.

Let op! De bijzondere verhoging van 7,5% moet dus nog worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel moet vervolgens ook nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T21:03:32+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

  • Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

Het UWV stelt jaarlijks de premies voor de vrijwillige verzekeringen vast. De premies voor 2022 zijn kortgeleden gepubliceerd op de website van het UWV.

Voor wie?
Werknemers zijn verplicht verzekerd voor de werknemersverzekeringen. Ben je zelfstandige, ontwikkelingswerker, alfahulp of werk je momenteel niet? Dan heb je de mogelijkheid om je onder bepaalde voorwaarden bij het UWV vrijwillig te verzekeren voor de Ziektewet, Werkloosheidswet (WW), Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of een combinatie hiervan.

Premiepercentages voor 2022

Premiepercentages Ziektewet  2021  2022
Landelijk 9,20 9,20
Alfahulpen 7,95 7,95
WW 1,90 1,90
WAO 7,03 7,05
WIA 7,81 7,89

Alfahulpen betalen een lagere premie van 7,95%, omdat ze de eerste 6 weken geen recht hebben op een ziektewetuitkering. Er wordt over een bedrag van maximaal €59.706 premie geheven.

De WIA-premie is vanaf 1 januari 2020 wettelijk gemaximeerd op de som van de basispremie WAO/WIA van 7,05% en het gemiddeld percentage WGA Werkhervattingskas (Whk) van 0,84% voor de verplicht verzekerden.

Premies in beginsel kostendekkend
Voor de premieberekening bepaalt het UWV de verwachte lasten en het verwacht verzekerd bedrag in 2022. Daarnaast wordt er gerekend met het indexeringspercentage van 1,41% per 1 januari 2022 en zijn voor de ramingen de realisaties tot en met september 2021 gebruikt. In beginsel worden deze premies kostendekkend vastgesteld. In de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv) is echter opgenomen dat de premie voor de WW, WAO en WIA niet hoger mag zijn dan het door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) landelijk vastgestelde wettelijke premiepercentage. De Ziektewet kent geen landelijk vastgesteld wettelijk maximum percentage en wordt daarom op kostendekkend niveau vastgesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-14T10:29:41+01:0014 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premies vrijwillige verzekeringen voor 2022 vastgesteld

  • Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

Als werkgever kun je het lage-inkomensvoordeel (LIV) krijgen voor werknemers die gemiddeld minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Onlangs zijn de uurloongrenzen voor 2022 bekendgemaakt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uurloongrenzen per 1 januari 2022
Het LIV is net als het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV’s) een tegemoetkoming die werkgevers kunnen ontvangen per verloond uur.

Om in aanmerking te komen voor het LIV moet je ervoor zorgen dat het uurloon van de werknemer gemiddeld over het hele kalenderjaar minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon is.

Gemiddeld bruto per uur €10,73 (100%), €13,43 (125%).

De tegemoetkoming bedraagt €0,49 per verloond uur en kent een bovengrens van €960 per werknemer per jaar.
Verloonde uren zijn de uren waarover loon wordt betaald. Dit zijn:

  • de contracturen, dat wil zeggen de uren die de werkgever met de werknemer is overeengekomen. Daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld verlof of ziekte;
  • de uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren. Daaronder vallen ook niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Verloonde uren zijn niet:

  • niet-gewerkte onbetaalde uren, bijvoorbeeld onbetaald verlof;
  • wel gewerkte, maar onbetaalde uren, bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting), of onbetaalde overwerkuren.

Uurloongrenzen jeugd-LIV pas halverwege 2022 bekend
De uurloongrenzen voor het jeugd-LIV worden afgeleid van het minimumloon over het hele kalenderjaar 2022. Deze worden daarom pas vastgesteld zodra het wettelijk minimumloon per 1 juli 2022 bekend is.

Voorwaarden LIV
De werknemer moet voor het LIV aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • de werknemer heeft in het kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren binnen een organisatie;
  • het gemiddelde uurloon per kalenderjaar van de werknemer is minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon bij een werkweek van 40 uur;
  • de werknemer is verzekerd voor een of meerdere werknemersverzekeringen;
  • de werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Geen actie nodig voor aanvragen LIV
Voor het aanvragen van het LIV hoef je geen actie te ondernemen. Het UWV beoordeelt aan de hand van de loonaangiften of je aan de voorwaarden voldoet. Vervolgens stuurt het UWV de informatie naar de Belastingdienst. Deze neemt de uiteindelijke beslissing. Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. De definitieve berekening van het LIV ontvang je altijd vóór 1 augustus.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-11T11:00:39+01:0011 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

  • Boete Arbowet met terugwerkende kracht verlaagd?

Boete Arbowet met terugwerkende kracht verlaagd?

Als je na een overtreding van de arbeidsomstandighedenwetgeving een bestuurlijke boete krijgt opgelegd door de Inspectie SZW en aansluitend adequate maatregelen neemt, dan kan de boete met terugwerkende kracht verlaagd worden met 12,5%. Dat is geregeld in een aanvulling op de Arbowet ingaande 13 oktober 2020.

Voorwaarden voor korting
Wanneer de Inspectie SZW in de onderneming een verwijtbare overtreding constateert, dan kun je een bestuurlijke boete krijgen. Zo’n boete mag worden opgelegd zonder tussenkomst van de rechter. Als je daarna goede wil toont door direct de juiste maatregelen te treffen, is het mogelijk dat je een vermindering van 12,5% van de opgelegde boete krijgt.

De maatregelen die je als werkgever neemt, moeten wel aan twee voorwaarden voldoen. Ze moeten enerzijds dezelfde of een vergelijkbare overtreding in de toekomst voorkomen en anderzijds moeten de maatregelen zo snel mogelijk na het constateren van de overtreding worden genomen.

Matigingsprincipe
Er bestaat in de Arbowet al een zogenaamd matigingsprincipe bij het opleggen van een boete. Als er een overtreding geconstateerd wordt waar je wel gedeeltelijk, maar niet volledig, maatregelen hebt genomen, kunt je een boete krijgen dat met een bepaald percentage is verlaagd. Nu is daaraan dus toegevoegd dat je ook nog een matiging kunt krijgen met terugwerkende kracht. Bovendien wordt de korting van 12,5% opgeteld bij het percentage van een eventuele eerdere matiging. Je kunt echter nooit op nul uitkomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2020-11-04T09:16:01+01:004 november 2020|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Boete Arbowet met terugwerkende kracht verlaagd?