rechter

Geen brutering van teruggevorderde schadevergoeding

Een ontslagen werknemer moet een schadevergoeding betalen aan een werkgever. De werkgever heeft de toegewezen schadevergoeding verrekend met nog te ontvangen loon dat nog gold over de opzegtermijn. Kan de schadevergoeding dan gebruteerd worden?

Wat speelde er?

Geld

Een werknemer werd op staande voet ontslagen door de stichting waar hij werkte. De werknemer moest een schadevergoeding aan de werkgever betalen, omdat hij de werkgever reden had gegeven om hem te ontslaan. De schadevergoeding betrof loon over de niet in acht genomen opzegtermijn, oftewel de gefixeerde schadevergoeding. Dit loon was dus nooit uitbetaald. De Belastingkamer van het Gerechtshof Den Haag oordeelde dat deze schadevergoeding op het moment van betaling door de werknemer negatief loon vormde.

De werknemer was de mening toegedaan dat het betaalde negatieve loon aan de stichting gebruteerd zou moeten worden, waardoor er een bedrag als loonheffing in aanmerking moest worden genomen.  Het geschil ging over de vraag of de door de inspecteur opgelegde aanslag naar het juiste bedrag is opgelegd en welk bedrag als verrekenbare voorheffing in aanmerking moest komen.

Geen brutering of verrekende loonheffing

De inspecteur is van mening dat hier geen sprake is van brutering van de gefixeerde schadevergoeding, dan wel verrekening van de loonheffing ter zake van die vergoeding. In 2012 had de stichting een bedrag aan nettosalaris dat zij aan de werknemer verschuldigd was, verrekend met de schadevergoeding die zij van de werknemer claimde. Er was geen sprake van brutering.

Oordeel rechter

Bij brutering van de vordering tot terugbetaling van ten onrechte genoten loon, wordt het destijds door een werknemer ontvangen nettoloon verhoogd met de belasting die de werkgever daarover heeft afgedragen. Een werknemer betaalt dan het bedrag aan de werkgever.

Deze werknemer heeft evenwel niet het gebruteerde bedrag betaald, maar hetgeen waartoe hij door de rechtbank veroordeeld was. Over die schadevergoeding heeft de stichting geen loonheffing ingehouden of anderszins betaald. Daarom gaat  de vergelijking met terugbetaling van loon niet op.

Geen loonbelasting over de betreffende schadevergoeding

Er is geen reden te oordelen dat de werknemer een groter bedrag als negatief loon in aftrek zou kunnen brengen dan hij daadwerkelijk aan de stichting heeft betaald. Ook kon de werknemer geen bedrag aan loonbelasting verrekenen dat niet is geheven. De aanslag is naar het oordeel van de rechtbank juist opgelegd en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.

Door |2024-10-30T09:25:50+01:0030 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen brutering van teruggevorderde schadevergoeding

Ondanks Corona toch gebruikersheffing OZB bioscoop

De gebruiker van een bioscoopcomplex moet hiervoor toch de gebruikersheffing OZB betalen, ondanks dat de bioscoop vanwege Corona tijdelijk niet gebruikt kon worden. Dit besliste Rechtbank Midden-Nederland onlangs. De uitspraak staat echter haaks op een eerdere uitspraak van Rechtbank Limburg.

Geen gebruik vanwege Corona
De aanslag gebruikersheffing OZB betrof het jaar 2021. Op de toetsdatum van 1 januari 2021 was de bioscoop vanwege Corona verplicht gesloten. Door de sluiting hoopte de overheid verspreiding van het virus te kunnen beteugelen.

Gebruikt of niet?
Voor de rechtbank draaide het in deze zaak met name om de vraag of het pand, ondanks de verplichte sluiting, toch gebruikt werd. De rechtbank vond van wel. De bioscoop kon weliswaar niet als zodanig geëxploiteerd worden, maar werd wel gebruikt voor de opslag van het meubilair en dergelijke. Bovendien werd het complex tijdens de sluiting onderhouden en gereinigd.

Rechters verschillen van mening
In bovengenoemde uitspraak van Rechtbank Limburg was het beperkte gebruik van de bioscoop voor de rechter juist onvoldoende om de aanslag gebruikersheffing op te kunnen leggen. Dat de bioscoop ter beschikking stond, was volgens deze rechtbank onvoldoende aangezien er geen alternatieve activiteiten in de bioscoop hadden plaatsgevonden of plaats hadden kunnen vinden.

Onduidelijkheid
De uitspraken zorgen voorlopig voor onduidelijkheid. Omdat tegen de uitspraak van Rechtbank Limburg al hoger beroep is ingesteld en tegen de uitspraak van Rechtbank Midden-Nederland waarschijnlijk ook hoger beroep wordt ingesteld, kan duidelijkheid in deze zaken nog wel even op zich laten wachten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-22T16:07:39+02:0023 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ondanks Corona toch gebruikersheffing OZB bioscoop

Rechter biedt duidelijkheid over correctiebeleid fiscus

Bij een onjuiste aangifte kan de fiscus hiervan afwijken en een correctie opleggen. Om frustratie over geringe correcties te voorkomen, hanteert de fiscus een zogenaamd correctiebeleid. Wat houdt dit beleid in?

Correctiebeleid

Het correctiebeleid komt er in beginsel op neer dat correcties bij de aangifte niet worden opgelegd als het te betalen bedrag niet meer dan € 225 bedraagt.
De drempel bij een inkomenscorrectie bedraagt € 500. Negatieve correcties in het voordeel van de belastingplichtige worden altijd doorgevoerd. Bij navorderingen gaat het om een inkomenscorrectie van € 1.000 c.q. een te betalen belastingbedrag van € 450.

Eén of beide voorwaarden?

In een zaak bij het gerechtshof Amsterdam had de inspecteur een correctie aangebracht betreffende opgevoerde zorgkosten.
De inspecteur liet een bedrag van € 623 minder in aftrek toe, waardoor de belastingplichtige € 167 meer aan belasting moest betalen. Die was van mening dat slechts aan één van de gestelde voorwaarden voldaan hoefde te worden om gebruik te kunnen maken van het correctiebeleid, en stapte naar de rechter.

Redelijke uitleg

De rechters waren het met de belastingplichtige eens en beslisten dat het verschil van € 167 niet betaald hoefde te worden.
Volgens het gerechtshof was uit de tekst en strekking van de notitie inzake correctiebeleid niet op te maken dat bij een inkomenscorrectie meer dan € 500 en een te betalen bedrag tot € 225 er toch gecorrigeerd wordt. Een redelijke uitleg leidde er volgens het Hof juist toe dat dit niet de bedoeling was.

Let op! Als je inspeelt op het correctiebeleid of er bij herhaling gebruik van probeert te maken, kan de fiscus het correctiebeleid achterwege laten en ook onder genoemde grenzen corrigeren.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-21T14:39:14+02:0021 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter biedt duidelijkheid over correctiebeleid fiscus

  • Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

Voor het beheer van huishoudelijke afvalstoffen kan een gemeente een afvalstoffenheffing invoeren. Wordt voor die heffing uitgegaan van een meerpersoonshuishouden terwijl het grootste deel van het jaar sprake is van een eenpersoonshuishouden, dan kan de rechter de heffing corrigeren op basis van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Samenstelling huishouden
Dat de rechter deze mogelijkheid heeft, bleek uit een uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De gemeente Haarlem hanteert voor de afvalstoffenheffing een verschillend tarief voor huishoudens bestaande uit maar één persoon en voor meerpersoonshuishoudens. De vaste peildatum hiervoor is 1 januari van het betreffende jaar.

Evenredigheidsbeginsel geschonden?
In de betreffende zaak woonde een vrouw op 1 januari 2021 samen met haar zoon in een woning. De zoon verhuisde kort na 1 januari. Toch ontving de vrouw een aanslag afvalstoffenheffing voor een meerpersoonshuishouden. Dit was overeenkomstig de gemeentelijke verordening, maar volgens de rechter is dit in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Peildatum
De rechter zette met name vraagtekens bij het hanteren van één peildatum, namelijk 1 januari. Dit is eenvoudig qua uitvoering, maar de gemeente kon niet aangeven waarom dit belang groter is dan het financiële belang van de betreffende bewoonster. Zij moest nu namelijk € 412,20 aan heffing betalen, in plaats van
€ 270 die een eenpersoonshuishouden betaalt.

Woning deel van het jaar gebruikt
De rechter overwoog daarbij dat de gemeente wel een tegemoetkoming biedt als de woning slechts een deel van het jaar gebruikt wordt. De rechtbank ging er dan ook niet mee akkoord dat er geen oplossing werd geboden voor situaties dat er op de peildatum sprake is van een meerpersoonshuishouden, maar de rest van het jaar niet. De aanslag werd daarop verminderd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-11T17:18:06+01:0013 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Rechter corrigeert gemeente inzake afvalstoffenheffing

  • Ook transitievergoeding over overuren?

Ook transitievergoeding over overuren?

Bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer moet je als werkgever een transitievergoeding betalen. Soms bestaat er onduidelijkheid over de wijze van totstandkoming van de hoogte van de transitievergoeding, bijvoorbeeld als een werknemer veel overuren maakte.

Overuren
In een zaak ontsloeg een werkgever een langdurig arbeidsongeschikte vrachtwagenchauffeur en betaalde hem vervolgens een transitievergoeding uit. Hij richtte zich daarna tot het UWV om daar compensatie te krijgen. Het UWV compenseerde echter niet het hele bedrag aan uitbetaalde transitievergoeding. Het UWV ging namelijk uit van de contractueel overeengekomen arbeidsduur van 40 uur per week en hield in tegenstelling tot de werkgever geen rekening met de door de werknemer gemaakte overuren.

Hoe is het wettelijk geregeld?
Nadere regelgeving is te vinden in het Besluit vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. Daarin staat dat bij de bepaling van de transitievergoeding het bruto uurloon vermenigvuldigd moet worden met het aantal overeengekomen arbeidsuren per maand. Bij een wisselende arbeidsduur moet daarentegen worden uitgegaan van een gemiddeld aantal gewerkte uren per maand, berekend over een periode van twaalf maanden. Tot het loon behoren de vakantiebijslag, de eindejaarsuitkering, de vaste looncomponenten (op basis van het gemiddelde van de laatste twaalf maanden voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst) en de overeengekomen variabele looncomponenten op basis van het gemiddelde van de laatste drie jaar voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst, maar zonder daarbij perioden van arbeidsongeschiktheid mee te tellen.

Welke periode telt?
In de Regeling looncomponenten en arbeidsduur staat te lezen dat overwerkvergoedingen en ploegentoeslag tot de vaste looncomponenten behoren. Daarover bestond geen discussie. Wel over de vraag op welke wijze het brutoloon met de overwerkvergoeding moest worden vermeerderd. Met andere woorden: van welke periode moet worden uitgegaan? Het UWV berekende de overwerkvergoeding over een periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt was. De werknemer ontving gedurende deze periode op grond van de toepasselijke CAO een (lagere) vervangende overwerkvergoeding tijdens ziekte.

Oordeel rechter
Het UWV had naar het oordeel van de rechter deze periode van arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing moeten laten en had uit moeten gaan van de gemiddelde overwerkvergoeding in de eerste twaalf maanden voorafgaand aan de ziekmelding. De periode van ziekte mag namelijk niet van invloed zijn op de hoogte van de in aanmerking te nemen overwerkvergoeding.

Ook is het UWV ten onrechte uitgegaan van een vaste arbeidsduur. Het UWV had rekening moeten houden met het vele feitelijke en structurele overwerk. Het UWV moet daarom de transitievergoeding herberekenen op basis van de gemiddelde arbeidsduur van de werknemer in de twaalf maanden die voorafgaan aan het moment waarop de werknemer arbeidsongeschikt werd.

Tip! Als werkgever kun je mogelijk compensatie krijgen bij het UWV voor de transitievergoeding. Kijk hier voor de voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T14:50:52+01:0029 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook transitievergoeding over overuren?

  • Welke rechter is bevoegd bij echtscheiding of ouderlijk gezag?

Welke rechter is bevoegd bij echtscheiding of ouderlijk gezag?

Welke rechter is bevoegd in geval van een scheidingsprocedure of een zaak over ouderlijk gezag? Hiervoor gelden per 1 augustus 2022 nieuwe Europese regels, geregeld in de zogenaamde verordening Brussel IIter. Deze verordening wordt ook door de Nederlandse rechter toegepast.

Daarnaast geeft deze verordening regels over erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen uit andere lidstaten.

Oude regeling
Voorheen gold de verordening Brussel IIbis. Deze verordening blijft nog relevant voor procedures die gestart zijn voor 1 augustus 2022. Ook blijft de oude verordening relevant voor erkenning van oude beslissingen.

Veranderingen
De veranderingen ten opzichte van de oude verordening zijn vooral tekstueel. Inhoudelijk is er weinig gewijzigd.

Voorkomen van scheidingstoerisme
Zo is het in scheidingszaken nog steeds niet mogelijk om een zogenaamde ‘forumkeuze’ te doen. Forumkeuze wil zeggen dat partijen zelf een rechter in een bepaalde lidstaat mogen kiezen, die normaalgesproken niet bevoegd zou zijn om van de zaak kennis te nemen. De achterliggende gedachte is het voorkomen van scheidingstoerisme. In sommige lidstaten speelt, anders dan in Nederland, de schuldvraag in scheidingszaken nog een rol. Indien een forumkeuze mogelijk zou zijn gemaakt, dan zouden partijen de schuldvraag kunnen omzeilen door in een andere lidstaat te gaan scheiden.

Welke rechter?
Welke rechter is dan wel bevoegd in scheidingszaken nu je zelf niet een willekeurige rechter mag ‘kiezen’? De opties zijn als volgt en dus niet veranderd door de nieuwe verordening:

De rechter op het grondgebied van:
• de gewone verblijfplaats van de echtgenoten;
• de laatste gewone verblijfplaats van de echtgenoten, als een van hen daar nog verblijft;
• de gewone verblijfplaats van de verweerder;
• bij een gezamenlijk verzoek: de gewone verblijfplaats van een van de echtgenoten;
• de gewone verblijfplaats van de verzoeker (op voorwaarde dat hij al 1 jaar of langer in de betreffende lidstaat woont);
• de gewone verblijfplaats van de verzoeker (op voorwaarde dat hij al 6 maanden of langer in de betreffende lidstaat woont en onderdaan is van deze lidstaat);
• de gerechten van de lidstaat waarvan beiden de nationaliteit bezitten.

Voorbeelden
Twee Italianen die al ruim 2 jaar in Nederland wonen en willen scheiden, kunnen dus kiezen tussen de Nederlandse rechter of de Italiaanse rechter.
Een Amerikaan die nog geen jaar in Nederland woont, kan hier niet scheiden, tenzij zijn echtgenote ook in Nederland verblijft. Dan verblijft de verweerder immers in Nederland en is de gewone verblijfplaats van beide echtgenoten Nederland.

Wat is er geregeld betreft ouderlijk gezag?
In zaken over thema’s zoals ouderlijk gezag speelt de gewone verblijfplaats van het kind een belangrijke rol bij het bepalen van de bevoegde rechter. Dit blijkt in de praktijk niet altijd even helder en makkelijk. Hoe bijvoorbeeld om te gaan met een kind dat tegen zijn/haar wil in een bepaald land wordt gehouden? Of een moeder die in het buitenland gaat bevallen en niet meer terugkeert naar het land waaruit zij vertrok?

Over deze thema’s heeft het Europees Hof van Justitie zich in 2017 en 2018 uitgelaten. Het Europees Hof heeft in het kader van deze uitspraken duidelijk gemaakt dat fysieke aanwezigheid van een kind in het betreffende land een vereiste is om een hoofdverblijfplaats aan te kunnen nemen. Dit biedt in ieder geval rechtszekerheid.

Kern is: waar ligt het centrum van de belangen van het betreffende kind? Dit wordt bepaald aan de hand van het verblijf in het betreffende land – denk hierbij aan duur, regelmatigheid en redenen van het verblijf – , de nationaliteit van het kind en de sociale/familiale banden van het kind.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-23T08:43:05+01:0023 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Welke rechter is bevoegd bij echtscheiding of ouderlijk gezag?

  • Is speculeren met cryptovaluta belast?

Is speculeren met cryptovaluta belast?

Speculeren met cryptovaluta wint de laatste jaren sterk aan populariteit. Is cryptowinst ook belast en waar hangt dit volgens de rechter dan vanaf?

Cryptovaluta
Bij cryptovaluta denken we niet meer alleen aan de bekende bitcoins. Ook bijvoorbeeld ethereum en de compound zijn niet meer van de cryptovalutamarkt weg te denken. Handelen kan online, ook via tal van erkende instellingen.

Belast of niet?
Of speculatiewinst, al dan niet inzake cryptovaluta, belast is, hangt af van de vraag of er een bron van inkomen is. Daarvoor is onder meer vereist dat voordeel redelijkerwijs te verwachten is. Bij speculeren is dat meestal niet het geval, waardoor speculatiewinst onbelast is en verlies niet aftrekbaar.

Binnen de onderneming
Wordt binnen een IB-onderneming gespeculeerd, dan is van belang of dit gebeurt met duurzaam overtollige middelen. Die behoren namelijk verplicht tot het privévermogen, waardoor het resultaat buiten de winst blijft. Alleen als je belegt met tijdelijk overtollige middelen op een zodanige wijze dat deze weer tijdig binnen de onderneming beschikbaar kunnen zijn, telt het resultaat wél mee ter bepaling van de winst.

Let op! Het resultaat van speculeren binnen een bv leidt wel altijd tot belastbare winst of aftrekbaar verlies.

Bron of niet?
Onlangs kwam een zaak voor de rechter waarbij gespeculeerd was met cryptovaluta. Hier stond de vraag centraal of er een bron van inkomen was of niet. Een belastingplichtige had in zijn vrije tijd een algoritme ontwikkeld waarmee van imperfecties op de cryptovalutamarkt geprofiteerd kon worden. Hij had hiermee koerswinsten behaald. In 2017 had hij hiermee ruim €10,6 miljoen verdiend, die de inspecteur wilde belasten.

Resultaat structureel positief?
De rechter kwam tot de conclusie dat er geen sprake was van structureel positieve resultaten, want in 2018 was fors verlies geleden. Bovendien had de belastingplichtige geen invloed kunnen uitoefenen op de koersen, dus was de koerswinst niet met het algoritme behaald. De conclusie was dan ook dat de speculatiewinst onbelast diende te blijven.

Let op! Cryptovaluta is vermogen dat je, net als bijvoorbeeld spaargeld, moet aangeven in Box 3. De koersen op 1 januari zijn bepalend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-14T14:03:03+02:0015 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is speculeren met cryptovaluta belast?

  • Toch TVL bij switch bedrijfsactiviteit

Toch TVL bij switch bedrijfsactiviteit

De TVL kende specifieke voorwaarden voor starters. Zou je ook als starter moeten worden aangemerkt wanneer je jouw bedrijfsactiviteiten wijzigde in de periode dat deze subsidieregeling van kracht was? Hoe oordeelde de rechter hier onlangs over?

Tegemoetkoming Vaste Lasten
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is een subsidie voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis omzetverlies hebben geleden. De omvang van de subsidie hangt af van het omzetverlies en van de branche. De vaste lasten worden voor de TVL namelijk gebaseerd op branchegemiddelden.

Specifieke regels voor starters
De TVL kende specifieke regels voor starters, zoals een aangepaste referentieperiode. Die regels zijn nodig, bijvoorbeeld omdat een starter tijdens de algemene referentieperiode nog niet bestond en dus geen omzet had.

Wijziging bedrijfsactiviteit
Onlangs bracht een ondernemer haar zaak voor de rechter, omdat ze meende dat ze ten onrechte geen TVL had gekregen. Ze had in 2019 haar oorspronkelijke bedrijfsactiviteit, een dansschool, beëindigd en was daarna een boekencafé begonnen. Ze had haar oorspronkelijke inschrijving bij de KvK laten wijzigen door haar nieuwe activiteit eraan toe te voegen. De vraag was of dit betekende dat ze voor de TVL toch als starter moest worden aangemerkt.

Ongebruikelijk
De rechters merkten op dat het ongebruikelijk is om in een dergelijke situatie de ene registratie te schrappen en te laten volgen door een nieuwe registratie. Gezien de praktische en fiscale bezwaren is dit volgens de rechters ook onlogisch.

Geen uitbreiding
De rechters beslisten dan ook dat de vrouw voor de TVL als starter moest worden aangemerkt en stelden haar in het gelijk. Daarbij was met name van belang dat de activiteiten inzake de dansschool ook daadwerkelijk waren gestaakt en dat er dus geen sprake was van uitbreiding van de bestaande activiteiten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-28T11:38:11+02:0028 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Toch TVL bij switch bedrijfsactiviteit

  • Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

Als je jouw woning tijdelijk verhuurt, bijvoorbeeld tijdens vakantie, zijn de huurinkomsten belast. Maar wat nu als je de woning deels tijdelijk verhuurt en zelf in het andere deel blijft wonen. Maakt dat nog verschil?

Gehele woning verhuurd
Dat de huurinkomsten van jouw tijdelijk verhuurde eigen woning belast zijn, volgt uit de wet. Hierin is bepaald dat van de huurinkomsten 70% belast is in box 1.

Woning deels verhuurd
Dat ook de huurinkomsten van een gedeeltelijk verhuurde woning belast zijn, volgt uit een arrest van de Hoge Raad uit 2020. Omdat de lagere rechters in eerste instantie hadden beslist dat deze verhuur onbelast was, deed het arrest destijds nogal wat stof opwaaien. Met name omdat het verhuren van een deel van de eigen woning via bijvoorbeeld Airbnb de laatste jaren flink was toegenomen.

Zelfbewoning van invloed?
Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter waarbij hij stelde dat genoemd arrest van de Hoge Raad niet van toepassing is als de verhuurder zelf tijdens de verhuur van het deel van zijn woning in het andere deel aanwezig blijft. Het arrest zou met name betrekking hebben op verhuur van de hele of gedeeltelijke woning bij afwezigheid van de woningeigenaar, wegens bijvoorbeeld verblijf in het buitenland.

Intentie wetgever?
Het Hof ging in deze redenering echter niet mee. Deze intentie blijkt niet uit het arrest en dus is het volgens het Hof niet van belang of de verhuurder tijdens de tijdelijke verhuur ook zelf nog in de woning aanwezig is. De correctie van de inspecteur bleef dan ook in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-23T10:39:44+02:0023 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhuur woning ook bij zelfbewoning belast?

  • Kun je de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?

Kun je de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?

Gemengde kosten zijn kosten die deels een privékarakter hebben. Daarom mag je ze maar ten dele aftrekken van de winst. Je hebt voor de aftrekbeperking de keuze uit twee opties. Jouw keuze mag je herzien, zolang jouw aanslag niet definitief vaststaat, aldus de rechter.

Gemengde kosten
Onder gemengde kosten verstaan we de kosten van voedsel, drank en genotmiddelen, representatie, waaronder ook recepties, feestelijke bijeenkomsten en vermaak vallen, congressen, seminars, symposia, excursies, studiereizen en dergelijke. Ook de hiermee samenhangende reis- en verblijfkosten moet je toerekenen aan de gemengde kosten.

Aftrek beperkt
De aftrek van de gemengde kosten is beperkt tot een vast bedrag of tot een percentage van de gemengde kosten. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting geldt dat 20% van de gemengde kosten niet aftrekbaar is, maar men mag ook kiezen voor een vast bedrag van €4.800.
Ook voor ondernemingen in de vennootschapsbelasting, zoals de BV, geldt een vast bedrag van €4.800. Dit wordt vervangen door 0,4% van de loonsom, als dit meer is. Kiest men niet voor het vaste bedrag, dan geldt een aftrekbeperking van 26,5% van de totale gemengde kosten.

Let op! De fiscus gaat standaard uit van het vaste, niet-aftrekbare bedrag. Wil je dit niet, dan moet je direct bij je aangifte duidelijk maken te kiezen voor het niet-aftrekbare percentage. Het hiermee corresponderende bedrag kun je dan niet in aftrek brengen.

Tot wanneer keuze wijzigen?
Onlangs bracht een ondernemer zijn zaak voor de rechter, omdat hij bij de aangifte niet had gekozen voor het niet-aftrekbare percentage. De winst was dan ook vastgesteld met inachtneming van een vast bedrag aan niet-aftrekbare gemengde kosten. Omdat dit slechter uitviel, wilde de ondernemer zijn keuze na indiening van de aangifte nog wijzigen, maar dit stond de inspecteur niet toe.

Definitieve aanslag bepalend
De rechter was het echter met de ondernemer eens en stelde dat deze nog op zijn keuze terug kon komen, zolang zijn aanslag nog niet definitief vaststond. Dit vloeide voort uit eerdere rechtspraak. De ondernemer werd dan ook in het gelijk gesteld.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-21T12:02:31+02:0021 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kun je de fiscale aftrek van gemengde kosten herzien?