onderzoek

Volledige invoering nieuw box 3-stelsel per 2027 onzeker

Het kabinet streeft er nog steeds naar om met ingang van 2027 een nieuw box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement in te voeren. Of dat volledig gaat lukken is onzeker.

Nieuw box 3-stelsel

Agenda

Aan het nieuwe box 3-stelsel wordt al een tijdje gewerkt. Zo presenteerde het vorige kabinet in 2022 al de eerste contouren en bood in september 2023 het Wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 ter internetconsultatie aan. Iedereen die dat wilde kon daarop reageren, hetgeen veelvuldig gebeurde. Na nog enkele aanpassingen in het wetsvoorstel in januari, april en juni 2024, bood het vorige kabinet het voorstel in juni 2024 voor advies aan de Raad van State aan.

Let op! Het huidige kabinet wil door met de plannen van het vorige kabinet en is in afwachting van het advies van de Raad van State dat in het najaar van 2024 wordt verwacht. Daarna kan het kabinet het wetsvoorstel indienen bij de Tweede Kamer.

Volledige invoering mogelijk per 2027?

De recente arresten van de Hoge Raad die betrekking hebben op het huidige box 3-stelsel vragen veel van de capaciteit van de Belastingdienst. Onlangs heeft de Belastingdienst de staatssecretaris dan ook laten weten dat er onvoldoende capaciteit is om het nieuwe box 3-stelsel per 1 januari 2027 volledig in te laten gaan in de vorm waarin dit nu is opgenomen in het wetsvoorstel.

Gefaseerde invoering?

Op dit moment laat de staatssecretaris daarom onderzoeken welke alternatieven wel haalbaar zijn. Gedacht wordt onder meer aan een gefaseerde invoering. De staatssecretaris heeft aangegeven dat zijn uitgangspunt wel blijft om per 1 januari 2027 een nieuw stelsel in box 3 in te voeren. De staatssecretaris hoopt eind 2024 de uitkomsten van zijn onderzoek naar alternatieven aan de Tweede Kamer te kunnen aanbieden.

Door |2024-10-01T09:44:03+02:001 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Volledige invoering nieuw box 3-stelsel per 2027 onzeker

Onderzoeksplicht belastinginspecteur beperkt, navordering terecht

Een belastinginspecteur hoeft niet uit zichzelf te onderzoeken of uw bedrijfsactiviteiten volgens de Kamer van Koophandel (KVK) gewijzigd zijn. Ook hoeft hij voor de winstbepaling geen rekening te houden met feiten die uit de btw-aangifte blijken. In die gevallen is er geen sprake van een ambtshalve verzuim en is navorderen dus toegestaan.

Uitgaan van juistheid gegevens
Als u uw aangifte inkomstenbelasting indient, mag de inspecteur ervan uitgaan dat die gegevens kloppen. Nader onderzoek is alleen noodzakelijk als de inspecteur in redelijkheid aan de juistheid van de gegevens behoort te twijfelen. Alleen als de omstandigheden zo sterk doen vermoeden dat de aangifte onjuist is, is het nalaten van onderzoek een ambtelijk verzuim en kan er niet worden nagevorderd.

Extra activiteiten

Voor de rechtbank Noord-Holland speelde een zaak waarbij een ondernemer in een maatschap extra ondernemersactiviteiten had laten verwerken in zijn inschrijving bij de KVK. Ook had hij ten aanzien van deze extra activiteiten aangiftes omzetbelasting ingediend. De inspecteur had pas na een boekenonderzoek van de extra activiteiten vernomen, schrapte de hiermee gemaakte kosten, en legde navorderingsaanslagen op.

Nieuw feit?

De ondernemer ging in bezwaar en beroep en stelde dat de inspecteur niet beschikte over een nieuw feit. Dat er extra ondernemersactiviteiten waren ontwikkeld had de inspecteur namelijk kunnen weten, aldus de ondernemer. Deze waren immers gemeld bij de KVK en bovendien waren er btw-aangiftes ingediend. Omdat een nieuw feit ontbrak kon er volgens de ondernemer niet worden nagevorderd.

Raadplegingsplicht beperkt

De rechter ging hierin niet mee en stelde dat de raadplegingsplicht van de inspecteur beperkt is. Die plicht is in beginsel beperkt tot de aangiftes en het dossier van  de belastingplichtige en de ondernemer had de gewijzigde inschrijving bij de KVK niet zelf aan de inspecteur doorgegeven. Ook hoeft de inspecteur geen dossiers te raadplegen die betrekking hebben op andere belastingen, zoals de btw. Omdat de inspecteur dus niet over een nieuw feit hoefde te beschikken, bleven de navorderingen in stand.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T20:51:40+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Onderzoeksplicht belastinginspecteur beperkt, navordering terecht

  • UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

Het UWV is verantwoordelijk voor het geven van deskundig advies over de voortgang van re-integratie. Dit betekent dat de uitkerende instantie onafhankelijk onderzoek moet doen, uitgevoerd door professionals. Gebeurt dit niet, dan kan een oordeel van het UWV worden weerlegd.

Mislukt re-integratietraject
Een werkgever was van mening dat een zieke werknemer onvoldoende meewerkte aan zijn re-integratie. Hij vond hierin steun bij de bedrijfsarts. Vervolgens zette hij het loon stop. Het UWV werd gevraagd een deskundigenoordeel te geven. De arbeidsdeskundige van het UWV was echter van oordeel dat de werknemer wel voldoende had gedaan aan zijn re-integratie. De werkgever hervatte de loonbetaling en kwam met de werknemer een beëindiging van de arbeidsovereenkomst overeen met daarin opgenomen de transitievergoeding. Bij elkaar ging het om bijna 2 ton, bestaande uit de doorbetaling van loon over de periode van 1 juni 2019 tot 1 januari 2020 vermeerderd met de transitievergoeding.

Onjuist deskundigenoordeel
De werkgever was het echter niet eens met het deskundigenoordeel van het UWV en ging naar de rechter. De rechter was van oordeel dat de arbeidsdeskundige of verzekeringsarts aan wie de uitvoering van het deskundigenoordeel is opgedragen, verplicht is zijn onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen. Dit houdt ook in dat de deskundige zorgvuldig onderzoek dient te doen. Het belang van zorgvuldig onderzoek wordt verder onderstreept door het gewicht en de betekenis die aan een deskundigenoordeel toekomt in een geschil over re-integratie tussen werknemer en werkgever.

Buiten expertise
Deze arbeidsdeskundige had volgens de rechter onvoldoende onderzoek gedaan. Hij had ten onrechte geen verzekeringsarts ingeschakeld maar zelfstandig een oordeel gegeven over de medische vraag naar de belastbaarheid van de werknemer. Hiermee is de arbeidsdeskundige buiten zijn expertise getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is een en ander ernstig onzorgvuldig en daarmee ook zodanig onzorgvuldig dat dit als onrechtmatig jegens de werkgever moest worden aangemerkt. Dit onrechtmatig handelen is het UWV ook toe te rekenen.

Volledige loonstop in plaats van gedeeltelijke
Daarbij komt nog dat de arbeidsdeskundige in afwijking van de geldende rechtspraak had aangegeven dat in plaats van een volledige loonstop, ook alleen het loon over de belastbare uren had kunnen worden stopgezet. Dit is in strijd met de geldende rechtspraak waarin is bepaald dat bij het gedeeltelijk niet meewerken aan de re-integratie een volledige loonstop dient plaats te vinden.

Schadevergoeding aan werkgever
De rechtbank was van oordeel dat bij een zorgvuldig onderzoek de uitkomst van het deskundigenoordeel anders was geweest. Daarom is er een oorzakelijk verband tussen het onjuiste oordeel van de arbeidsdeskundige en de schade van de werkgever. Het uiteindelijke oordeel luidt dat de werkgever 60% en het UWV 40% van de schade moet dragen. Dat betekent dat 40% van de door de werkgever gevorderde schade, zijnde een bedrag van bijna € 75.000 toewijsbaar is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-29T21:10:57+02:0029 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

UWV aansprakelijk voor slecht deskundigenoordeel

  • Subsidie voor Coronabanen in zorg opgeschort

Subsidie voor Coronabanen in zorg opgeschort

Het kabinet heeft de subsidie voor zogenaamde Coronabanen in de zorg eerder opgeschort. De opschorting is een reactie op ontvangen signalen van fraude met de regeling.

Wat valt onder de Coronabanen?
De subsidie heeft betrekking op banen in de zorg met een ondersteunende functie. Denk hierbij aan gastvrouwen, zorgassistenten, ADL-ondersteuners, welzijnsassistenten en ondersteuners veiligheid.

Fraudesignalen
Opvallend is bijvoorbeeld dat bij sommige subsidieaanvragers minder medewerkers op de loonlijst staan dan waarvoor subsidie is aangevraagd. Ook komt het voor dat tijdelijk verloonde werknemers bij meerdere ondernemingen tegelijkertijd worden verloond.

Opschorting tijdelijk
In een brief aan de Tweede Kamer maakt minister Helder (Langdurige Zorg en Sport) duidelijk dat het de bedoeling is dat de subsidie slechts tijdelijk wordt opgeschort. Voorlopig kunnen zorgaanbieders daarom geen aanvragen bij de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen voor de periode januari tot en met juni van dit jaar indienen.

Nader onderzoek
De minister gaat de fraude eerst nader onderzoeken. Pas daarna zullen nieuwe aanvragen mogelijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-02-15T11:13:41+01:0015 februari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidie voor Coronabanen in zorg opgeschort

  • Voorkom een boete door te laat melden datalek

Voorkom een boete door te laat melden datalek

Bij een beveiligingsincident moet er voortvarend worden gehandeld. Vaak is er nader onderzoek nodig om te kunnen vaststellen of er sprake is van een datalek. Het binnen 72 uur doen van een pro forma melding bij een mogelijk datalek, kan een boete besparen.

Onlangs kreeg een groot bedrijf een boete van €475.000 opgelegd door de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) vanwege het te laat melden van een grootschalig datalek. Welke lessen kunnen hieruit getrokken worden?

Wanneer melding datalek?
Op grond van artikel 33 van de AVG moet een inbreuk op de persoonsgegevens, ook wel datalek genoemd, zonder onredelijke vertraging en indien mogelijk binnen 72 uur nadat de verwerkingsverantwoordelijke hiervan kennis heeft genomen, worden gemeld bij de AP. Dat is in ieder geval nodig als er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat zich een veiligheidsincident heeft voorgedaan dat tot de compromittering van persoonsgegevens heeft geleid. Het maken van een melding is niet nodig als het niet waarschijnlijk is dat die inbreuk een risico inhoudt voor de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.

Tijd voor onderzoek
In veel gevallen zal er onderzoek nodig zijn of er daadwerkelijk sprake is van een datalek. Dat onderzoek kan enige tijd in beslag nemen. Toch is het noodzakelijk om ieder incident onmiddellijk te onderzoeken om te bepalen of er sprake is van een inbreuk op persoonsgegevens. Als er van een inbreuk sprake is, moeten er ook direct maatregelen worden genomen om dit te corrigeren en moet het datalek worden gemeld. Op basis van de AVG zou een termijn van 72 uur hiervoor in principe voldoende moeten zijn.

Te laat…
Het grote bedrijf dat eerder een boete kreeg, vond dat de overschrijding van deze 72 uurs-termijn gerechtvaardigd was, omdat het bedrijf eerst onderzoek moest doen voordat het het incident kon melden. Daarnaast vond de onderneming dat zij vanuit efficiency-oogpunt incidenten had mogen bundelen, ook al werd hierdoor de 72 uurs-termijn overschreden.

De rechter oordeelde echter dat het bedrijf de nodige steken had laten vallen en, ook na de eerste melding, onvoldoende voortvarend had gehandeld. Daarbij was van belang dat de onderneming niet had gehandeld conform haar eigen protocollen, waarin was opgenomen dat ieder vermoeden van een incident direct moest worden doorgezet naar het Security Team.

Pro-formamelding
De eerste les die uit deze uitspraak kan worden getrokken is dat het verstandig is om bij een mogelijk datalek binnen 72 uur in ieder geval een pro-formamelding bij de AP te doen. Daarmee kun je een boete vanwege een te late melding voorkomen.

Tip! Vermeld in de pro-formamelding welke actie er al ondernomen is en dat het onderzoek nog loopt. Daarnaast is het van belang dat de eigen protocollen strikt worden nageleefd, zoals het opvolgen van de daarin genoemde escalatielijn. Als er van de eigen protocollen wordt afgeweken, kan dit ertoe leiden dat er niet adequaat is opgetreden en kan er een boete worden opgelegd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-26T10:47:04+02:0026 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorkom een boete door te laat melden datalek