NOW

Deadline 2 juni 2023 voor definitieve NOW 5 en 6

De deadline voor definitieve aanvraag NOW 5 en NOW 6 is volgende week vrijdag 2 juni 2023. Haal je de deadline niet omdat je wacht op een derdenverklaring of een accountantsverklaring? Vraag dan uiterlijk 2 juni uitstel aan.

NOW

Werkgevers die tijdens de coronacrisis geconfronteerd werden met forse omzetverliezen, konden via de NOW een tegemoetkoming krijgen voor de loonkosten. De tegemoetkoming werd toegekend als voorschot op basis van een geschat omzetverlies. Nu de omzetverliezen bekend zijn, moet de definitieve NOW worden aangevraagd. De definitieve aanvraag dien je online in bij het UWV. Dit kan met en zonder eHerkenning. Je hebt hiervoor nog maar iets meer dan een week de tijd. De deadline is namelijk vrijdag 2 juni 2023.
De exacte periodes waar je nu de definitieve berekening voor moet aanvragen zijn de NOW 5 (november en december 2021 ofwel de zevende periode) en de NOW 6 ( januari, februari en maart 2022 of wel de achtste periode).

Derdenverklaring of accountantsverklaring

Je hebt een derdenverklaring nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming tussen € 40.000 en € 125.000 ligt. Je hebt een accountantsverklaring nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming € 125.000 of meer bedraagt.

Berekening definitieve NOW

Na de definitieve aanvraag berekent het UWV uw definitieve tegemoetkoming NOW op basis van uw werkelijke omzetverlies en jouw definitieve loonsom je ontvangt daarna van het UWV een definitieve beslissing.

Let op! Als je het omzetverlies te royaal heeft ingeschat, kan het zijn dat je te veel NOW heeft gehad en dat je deze geheel of deels moet terugbetalen. Heb je het omzetverlies te krap ingeschat, dan krijg je juist meer NOW dan verwacht. Omdat het voorschot 80% bedroeg, krijg je bij een juiste inschatting de nog resterende 20% uitbetaald.

Uitstel definitieve aanvraag

Wacht je nog op een derdenverklaring of een accountantsverklaring, dan kunt je uitstel aanvragen. Dit uitstel kunt je tot en met 2 juni 2023 aanvragen via een speciaal formulier bij het UWV. Je hebt dan tot en met 3 november 2023 de tijd om uw definitieve berekening aan te vragen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-26T20:33:05+02:0026 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Deadline 2 juni 2023 voor definitieve NOW 5 en 6

Uiterlijk 2 juni definitieve NOW 5 en 6 aanvragen

Je kunt tot en met 2 juni 2023 de definitieve berekening aanvragen van de NOW voor de laatste twee periodes. Dit betreft de NOW 5 en de NOW 6.

De periodes

De exacte periodes waar je nu de definitieve berekening voor moet aanvragen zijn:

• NOW 5: november en december 2021 (zevende periode);
• NOW 6: januari, februari en maart 2022 (achtste periode).

NOW
Werkgevers die tijdens de Coronacrisis geconfronteerd werden met forse omzetverliezen, konden destijds via de NOW een tegemoetkoming krijgen voor de loonkosten. De tegemoetkoming werd toegekend als voorschot op basis van een geschat omzetverlies. Nu de omzetverliezen bekend zijn, moet de definitieve NOW worden aangevraagd.

Derdenverklaring of accountantsverklaring?
Je hebt een derdenverklaring nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming tussen €40.000 en €125.000 ligt. Je hebt een accountantsverklaring nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming €125.000 of meer bedraagt.

Let op! Wacht je nog op een derdenverklaring of een accountantsverklaring, dan kun je uitstel aanvragen. Dit uitstel kun je tot en met 2 juni 2023 aanvragen via een speciaal formulier bij het UWV. Je hebt dan tot en met 3 november 2023 de tijd om jouw definitieve berekening aan te vragen.

Terugbetalen of niet?
Op basis van jouw werkelijke omzetverlies en jouw definitieve loonsom berekent het UWV jouw definitieve tegemoetkoming NOW. Je ontvangt daarna van het UWV een definitieve beslissing.
Als je het omzetverlies te royaal hebt ingeschat, kan het zijn dat je te veel NOW hebt gehad en dat je deze geheel of deels moet terugbetalen. Heb je het omzetverlies te krap ingeschat, dan krijg je juist meer NOW dan verwacht. Omdat het voorschot 80% bedroeg, krijg je bij een juiste inschatting de nog resterende 20% uitbetaald.

Betalingsregeling
Heb je moeite om te veel ontvangen NOW terug te betalen, dan kun je een betalingsregeling met het UWV afspreken. Terugbetaling kan in maximaal 60 maandelijkse termijnen. Ook kun je voor maximaal 12 maanden uitstel van betaling aanvragen.

Wacht niet te lang!
Voor de aanvraag van de definitieve berekening heb je diverse gegevens nodig en misschien dus een verklaring van een derde of accountant. Mei kent nogal wat vrije dagen, dus wacht met jouw definitieve aanvraag niet te lang. De definitieve aanvraag dien je online in bij het UWV. Dit kan met en zonder eHerkenning.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-08T11:17:19+02:0012 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uiterlijk 2 juni definitieve NOW 5 en 6 aanvragen

  • Nieuwsbrief mei 2023

Nieuwsbrief mei 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 8 mei 2023, 20:00 uur.


1. Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

In de op vrijdag 28 april 2023 aangeboden Voorjaarsnota 2023 valt een aantal fiscale maatregelen op die het kabinet voor ogen heeft. Zonder compleet te willen zijn, hebben wij een top 5 voor je samengesteld. We sluiten af met een opsomming van een aantal andere fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023.

1. Aanpassingen in de BOR en DSR
Al eerder kondigde het kabinet aan dat het de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling in schenk- en erfbelasting (hierna: BOR) en de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting (DSR) wil verbeteren. Ook wil het zo veel mogelijk knelpunten voor ondernemers wegnemen. Hiertoe is in de voorjaarsnota een aantal fiscale maatregelen genoemd:

  1. vanaf 2024 worden aan derden verhuurde onroerende zaken standaard aangemerkt als beleggingsvermogen in de BOR en DSR;
  2. vanaf 2025 wordt de vrijstelling in de BOR 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot 1,5 miljoen euro en 70% over het meerdere aan ondernemingsvermogen. Nu ligt de grens bij 1,2 miljoen en bedraagt het percentage boven die 1,2 miljoen nog 83%;
  3. de doelmatigheidsmarges in de BOR en in de DSR worden afgeschaft. Door deze doelmatigheidsmarges wordt nu nog beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen aangemerkt als ondernemingsvermogen;
  4. bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt, kwalificeren straks alleen nog voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt voor de BOR en de DSR;
  5. alleen reguliere aandelen met een belang van 5% die volledig meedelen in de winstgerechtigheid en liquidatieopbrengst komen straks nog in aanmerking voor de BOR en de DSR;
  6. de bezits- en voortzettingseis in de BOR worden in bepaalde situaties versoepeld en de dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft;
  7. constructies met de BOR (dubbel gebruik van de BOR en oneigenlijk gebruik van de BOR door constructies met personen op hoge leeftijd, ook wel rollatorinvesteringen genoemd) worden aangepakt.

Let op!
Over deze maatregelen zijn nog weinig details bekend. De planning is dat deze maatregelen eind juni 2023 in een Kamerbrief uitgebreider worden toegelicht.

2. Verfijningen in box 3 vanaf 2023
Het kabinet is voornemens om de volgende verfijningen in box 3 vanaf 2023 te realiseren:

  1. een aandeel in het vermogen van een VvE wordt in de categorie banktegoeden geplaatst (in plaats van in de categorie overige bezittingen tegen een veel hoger forfait van 6,17% in 2023);
  2. een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris wordt ook in de categorie banktegoeden geplaatst in plaats van in de categorie overige bezittingen;
  3. onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.

Tip!
Al eerder bekend, maar nu ook in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, is het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (naar op zijn vroegst 2027).

3. Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) bij stoppersregelingen
Als een HIR gevormd is, kan deze later worden afgeboekt bij de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel. Hiervoor gelden allerlei voorwaarden. Voor het toepassen van een HIR bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen gelden nu al soepelere voorwaarden. Deze voorwaarden worden per 2024 verruimd, zodat de HIR ook toegankelijker wordt voor onder andere stoppende agrariërs.

4. Afschaffen betalingskorting inkomstenbelasting
Als een voorlopige aanslag gedurende het lopende jaar in een keer wordt betaald, kan in de inkomstenbelasting een betalingskorting worden toegepast. Vanaf 2023 is deze betalingskorting voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting al afgeschaft. Vanaf 2024 wordt deze betalingskorting ook voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting afgeschaft.

5. Afschaffing of versobering laag BTW-tarief voor sierteelt, arbeidsintensieve diensten, cultuur en logies?
Het kabinet geeft in de Voorjaarsnota 2023 aan dat het in de aanloop naar de augustusbesluitvorming gaat kijken naar de doelmatigheid van het lage BTW-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% BTW-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Vóór Prinsjesdag 2023 beslist het kabinet welke vervolgstappen het neemt. Als het kabinet beslist tot afschaffing van het 9%-BTW-tarief voor een of meer van deze groepen of voor versobering, neemt het kabinet de impact op specifieke groepen daarin mee.

Andere fiscale maatregelen
In de Voorjaarsnota zijn nog meer fiscale maatregelen opgenomen. Zonder compleet te willen zijn, noemen wij:

  • afschaffen STAP-budget vanaf 2024; de aanvraagronde die op 1 mei 2023 start, staat in ieder geval wel nog open;
  • afschaffen loonkostenvoordelen voor ouderen per 1 januari 2026; de uitbetaling van het loonkostenvoordeel 2025 vindt nog wel in 2026 plaats;
  • de huidige twee regelingen voor het onbelast verstrekken van ov-abonnementen door werkgevers worden vervangen door één vrijstelling;
  • vanaf 2024 worden het aftrekpercentage van de EIA en het maximale investeringsbedrag structureel verlaagd;
  • vanaf 1 januari 2025 is bij culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht BTW verschuldigd in de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer;
  • medio juni 2023 komt het kabinet met voorstellen om een aantal bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te beëindigen of te versoberen.

Let op!
De maatregelen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.


2. Ontwikkelingen box 3 afgelopen maand

Ook afgelopen maand gebeurde er weer voldoende rondom box 3. Zo werd er meer bekend over de bezwaren en definitieve aanslagen met box 3-inkomen, maakte de staatssecretaris voorgenomen en mogelijke aanpassingen in box 3 vanaf 2023 en 2024 bekend en werd bekend welke wijzigingen waarschijnlijk niet gaan plaatsvinden. In dit artikel vind je een overzicht.

Aanhouden bezwaren en definitieve aanslagen box 3
Op dit moment lopen er meerdere procedures bij de Hoge Raad. Centrale vraag in deze procedures is of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest. De Belastingdienst houdt bezwaren box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022 daarom aan, in afwachting van de uitkomst van de procedures. Ook worden geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen over de jaren 2021 en 2022 opgelegd. Na de arresten van de Hoge Raad handelt de Belastingdienst dit verder af.

Let op!
Bestaat jouw box 3-inkomen alleen uit bank- en spaartegoeden, dan houdt de Belastingdienst jouw definitieve aanslag of bezwaar niet aan. Ook legt de Belastingdienst wel een definitieve aanslag inkomstenbelasting met box 3-inkomen op voor de jaren tot en met 2020. Ontvang je daarom toch een definitieve aanslag, dan moet je in bezwaar om jouw rechten veilig te stellen. Het bezwaar zal de Belastingdienst vervolgens wel aanhouden in afwachting van de arresten van de Hoge Raad.

De Belastingdienst legt wel voorlopige aanslagen met box 3-inkomen op. Dit betreft zowel voorlopige aanslagen waaruit een teruggaaf volgt als voorlopige aanslagen waaruit een te betalen bedrag volgt.

Verfijningen in box 3 vanaf 2023
De staatssecretaris maakte in een Kamerbrief en in de Voorjaarsnota bekend vanaf 2023 een aantal verfijningen in box 3 te willen realiseren. Zo wil het kabinet het aandeel in het vermogen van een VvE en het aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris in de categorie banktegoeden plaatsen in plaats van in de categorie overige bezittingen. Gevolg is dat hiervoor het lagere forfait van de categorie banktegoeden gaat gelden in plaats van het veel hogere forfait van 6,17% in 2023 van de categorie overige bezittingen.

Verder hoeven onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting worden opgenomen, niet in de aangifte inkomstenbelasting in box 3 te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend. Gevolg is dat fiscale partners en ouders niet in één aangifte de vordering tegen het forfait van 6,17% moeten aangeven en de corresponderende schuld tegen het veel lagere forfait dat hoort bij de categorie schulden.

Let op!
De verfijningen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024
Naast deze verfijningen is het kabinet met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen in box 3 vanaf 2024, te weten:

  • verhoging van de heffingskorting voor groen beleggen van 0,7% naar 1,1%;
  • introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen;
  • verdere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen in de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrentes en overige bezittingen, met elk hun eigen forfaitaire rendement.

Let op!
Het overleg gaat over de mogelijke aanpassingen, maar ook over de budgettaire dekking die hiervoor nodig is. Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het namelijk wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verdere verhoging van het tarief in box 3.

Geen lager forfait verpachte landbouwgronden en obligaties box 3
Het kabinet acht een apart (lager) forfait voor vermogensbestanddelen waarvoor een wettelijk maximum geldt (verpachte landbouwgronden) en laag renderende beleggingen (obligaties) niet wenselijk. Tot deze conclusie komt het kabinet na onderzoek. Het kabinet onderzocht ook de mogelijkheid van een tegenbewijsregeling waardoor belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Zo’n tegenbewijsregeling vindt het kabinet echter ook niet verstandig.


3. Extra klimaatmaatregelen: reductie CO2-uitstoot

Met een pakket aan extra maatregelen wil het kabinet de CO2-reductie verder terugbrengen. Het pakket is verdeeld over een flink aantal sectoren binnen de maatschappij. In totaal wordt er € 28,0 miljard vrijgemaakt voor klimaatuitgaven.

Elektriciteitssector
Het streven is de elektriciteitssector uitstootvrij te maken door zonne-energie op zee te realiseren, gascentrales om te bouwen voor gebruik van waterstof en een batterijverplichting voor zonneparken in te voeren. Voor de batterijverplichting wordt ruim €416 miljoen uitgetrokken.

Energie-intensieve industrie
De energie-intensieve industrie moet verder vergroenen. Afvalverbrandingscentrales moeten minder afval verbranden en meer recyclen. Daarnaast komt een verbod op fossiele warmteopwekking voor nieuwe en te vervangen industriële productie-installaties. Vanaf 2027 moeten alle plastics voor minimaal 25 tot 30% bestaan uit hergebruikt of biomateriaal.

Bouw
Gebouwen worden uitstoot- en aardgasvrij gemaakt, onder meer door extra geld voor verduurzaming van woningen in kwetsbare wijken waar energie-armoede voorkomt en door subsidie voor zonnepanelen op huurwoningen. Verder wordt het vanaf 2026 in woningen, winkels, scholen en kantoren verplicht om een warmtepomp te installeren als de cv-ketel vervangen moet worden. Deze verplichting geldt alleen niet voor monumenten en appartementen en voor gebouwen waarvoor binnen 10 jaar een collectieve wijkoplossing (zoals een warmtenet) gerealiseerd wordt.

Het kabinet wil ook de energiebesparingsplicht per 2025 aanscherpen door de terugverdientijd te verlengen naar 7 jaar. Dit betekent dat bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht vallen vanaf 2025 alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 7 jaar of minder verplicht zijn uit te voeren. Nu ligt die grens nog op 5 jaar. Hierdoor zal ook het MKB naar verwachting meer energiebesparende maatregelen moeten nemen. Er wordt een instrument ontwikkeld om het MKB hierbij te ontlasten.

Er wordt €25 miljoen uitgetrokken om Verenigingen van Eigenaren te activeren tot verduurzaming en ze bij de uitvoering te ondersteunen.

Vervoer
Elektrisch rijden wordt verder gestimuleerd, onder meer via een subsidie op elektrische occasions. Ook wordt er geïnvesteerd in extra laadpalen. Het gaat hierbij om onder meer (opschaling) slim laden, laden voor logistiek en laden voor bussen en taxi’s. Daarnaast worden werkgevers geprikkeld om het gebruik van elektrische auto’s, het openbaar vervoer en de fiets door werknemers te stimuleren. Dit gebeurt door het CO2-doel voor werkgebonden mobiliteit, waarover werkgevers met 100 of meer werknemers vanaf (waarschijnlijk) 2024 moeten rapporteren, te verhogen.

Landbouw
Het kabinet wil de landbouw verder verduurzamen. Voor de glastuinbouw wordt een CO2-belasting ingevoerd in combinatie met de uitrol van warmtenetten en SDE++-subsidie voor de toepassing van warmtepompen.

Energiebelasting
Om verduurzaming te laten lonen en de vervuiler meer te laten betalen, wordt de energiebelasting aangepast. Zo komt er een nieuw verlaagd tarief tot een bepaald gasverbruik van huishoudens, de tarieven boven de nieuwe schijf worden verhoogd. Daarnaast komt er een apart, lager belastingtarief voor waterstof. Het fiscale voordeel voor kolen wordt per 1 januari 2028 afgeschaft.

Let op!
Alle bovengenoemde plannen moeten nog nader worden uitgewerkt en door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


4. Vrijstelling Vpb voor stichting en vereniging, zo werkt het

Ook verenigingen en stichtingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor het gedeelte waarmee ze een onderneming drijven. Als de winst niet al te hoog is, geldt wel een vrijstelling. Hoe kun je hiervan gebruikmaken?

Vrijstelling bij relatief geringe winst
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting als de winst niet meer dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, opgeteld met de winsten van de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan €75.000.

Let op!
Ook als een vereniging of stichting nog geen vijf jaar bestaat, blijft de winstgrens van €75.000 van toepassing. Bij een winst in startjaar 1 van €30.000 en jaar 2 van €35.000 en jaar 3 van €5.000 is de vrijstelling gewoon van toepassing, omdat het totaal niet hoger is dan €75.000.

Automatische toepassing
Als een vereniging of stichting voor de vrijstelling in aanmerking komt, past de Belastingdienst deze automatisch toe. Als aangifte is gedaan, volgt een nihilaanslag.

Liever geen vrijstelling?
Soms is het voor een vereniging of stichting voordeliger om niet onder de vrijstelling te vallen, bijvoorbeeld om een verlies te kunnen verrekenen of om een eindafrekening (nadat er eerst wel belastingplicht was) te voorkomen. Men kan er dan voor kiezen om niet te worden vrijgesteld.

Let op!
De keuze om niet onder de vrijstelling te vallen, geldt voor een periode van vijf jaar.

Let erop dat dit niet automatisch gaat en tijdig moet gebeuren. Beoordeel daarom ieder jaar of het verstandig is om de vrijstelling toe te passen. Je moet voor het niet toepassen van de vrijstelling namelijk een brief sturen naar het belastingkantoor. Dit moet voordat de aangifte vennootschapsbelasting over het eerste jaar van de periode van vijf jaar is afgehandeld.

Expliciete uitspraak Belastingdienst
De Belastingdienst beveelt stichtingen en verenigingen aan om bij de aangifte te vermelden dat de vrijstelling van toepassing is. Dit kan door bij het punt ‘expliciet uitspraak Belastingdienst gevraagd’ te vermelden ‘vrijgesteld op grond van artikel 6 Wet Vpb’.


5. Uiterlijk 2 juni definitieve NOW 5 en 6 aanvragen

Je kunt tot en met 2 juni 2023 de definitieve berekening aanvragen voor de NOW 5 (zevende periode betreffende november en december 2021) en NOW 6 (achtste periode betreffende januari, februari en maart 2022). Ligt jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming NOW tussen €40.000 en €125.000, dan moet je bij de definitieve berekening een derdenverklaring overleggen. Zijn deze bedragen €125.000 of meer, dan moet dit een accountantsverklaring zijn. Wacht je nog op deze verklaringen, vraag dan uiterlijk 2 juni 2023 uitstel aan tot en met 3 november 2023. Blijkt dat je NOW moet terugbetalen, dan kun je maximaal 12 maanden uitstel van betaling krijgen van het UWV en/of een betalingsregeling krijgen van maximaal 60 maanden.


6. Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 3,13% op vooruit. Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2023 namelijk bij een fulltime dienstverband verhoogd naar €1.995,00 bruto per maand, €460,40 per week en €92,08 per dag. Of sprake is van een fulltime dienstverband is afhankelijk van de normale arbeidsduur bij de werkgever. Ook de hoogte van het minimumloon per uur is daarvan afhankelijk en is als gevolg daarvan hoger bij een normale arbeidsduur van 36 uur dan bij een normale arbeidsduur van 38 of 40 uur per week. Dit verandert als de Wet invoering minimumloon wordt ingevoerd (beoogd per 1 januari 2024). Vanaf dat moment is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur.

Door |2024-05-31T09:06:04+02:009 mei 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2023

Wanneer ben je starter voor de NOW?

Er bestaan voor starters specifieke regels inzake de NOW. Maar wanneer word je als starter aangemerkt en wat is daarvoor bepalend? Rechtbank Amsterdam gaf onlangs het antwoord. Daaruit blijkt dat niet altijd de datum van inschrijving bij de Kamer van Koophandel bepalend is.

NOW

Ondernemers met personeel die tijdens de coronacrisis forse omzetverliezen boekten, konden via de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) financiële steun krijgen van de overheid. Voor starters golden speciale regels, omdat de steun onder andere afhankelijk was van de omzet in een bepaalde periode in het verleden, de referentieperiode.

Aanvang bedrijfsuitoefening?

Voor de referentieperiode is bij starters de aanvang van de bedrijfsuitoefening van belang. In dit geval was het betreffende bedrijf al in 2019 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (KVK), maar begon het pas vanaf januari 2020 omzet te genereren. Tot die tijd had het alleen innovatieve werkzaamheden verricht, het ontwikkelen van een digitaal juridisch platvorm.

Datum inschrijving KVK uitgangspunt

De rechtbank is van mening dat de datum van inschrijving bij de KVK uitgangspunt is voor het bepalen van de datum van de aanvang van de bedrijfsuitoefening. Hiervan kan echter worden afgeweken, als op basis van objectief bepaalbare feiten en omstandigheden een andere datum aannemelijk is.

Let op! >Het bedrijf heeft hiervoor wel zelf de bewijslast.

Aannemen personeel

Volgens de rechtbank was niet het commercieel aanbieden van het ontwikkelde platvorm het startmoment, maar in dit geval het moment waarop personeel werd aangenomen. Het bedrijf ontwikkelde namelijk zelf het platvorm en had hiervoor personeel in dienst genomen. Dit moment week echter wel af van de inschrijvingsdatum bij de KVK, zodat ook de referentieperiode wijzigde.

Het UWV werd dan ook opgedragen de toegekende NOW te herzien.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-21T14:30:52+02:0021 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer ben je starter voor de NOW?

NOW versoepeld bij 100% overname

Als er sprake is van een 100% overname van een bedrijf, kunnen voor het recht op de NOW de regels met betrekking tot de omzet en loonsom worden versoepeld. In die situaties kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de omzet- en looncijfers van het overgenomen bedrijf.

Dit blijkt uit antwoord op Kamervragen.

Geen omzet- en looncijfers

Formeel heeft het overnemende bedrijf meestal geen recht op NOW, omdat er voor de referentieperiode geen omzet- en looncijfers beschikbaar zijn. De omzet- en looncijfers van het overgenomen bedrijf mogen hier immers niet voor worden gebruikt.

Uitzondering bij 100% overname

Omdat dit in de praktijk onbedoeld negatief kan uitwerken, stelt het UWV zich uitsluitend bij een 100% overname soepel op. Het UWV hanteert dan voor de NOW de omzet- en looncijfers van het overgenomen bedrijf. Een 100% overname betekent dat de bedrijfsactiviteiten en het personeelsbestand na overname ongewijzigd blijven, en dat alleen de eigenaar wijzigt.

Alleen via bezwaar

Omdat de uitvoering bij het UWV vergaand gedigitaliseerd is, kan alleen via bezwaar en eventueel beroep het recht op NOW bij een 100% overname verkregen worden. Men zal dan aan moeten tonen dat er voldaan wordt aan de eisen inzake een 100% overname. Lukt dit niet, dan wordt er geen NOW  toegekend.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T15:59:40+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

NOW versoepeld bij 100% overname

  • Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer

Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer

Bij het vaststellen van de definitieve NOW moet rekening worden gehouden met een lagere loonsom als gevolg van vrijwillig vertrek van een werknemer. Valt de NOW hierdoor lager uit, dan kan hiervoor mogelijk een correctie worden verkregen.

NOW
De NOW was tijdens de Coronacrisis een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers die een aanzienlijk omzetverlies leden. De NOW werd berekend op basis van de loonsom op de peildatum en het geleden percentage omzetverlies.

Vrijwillig vertrek
In een betreffende zaak bij de rechtbank Amsterdam was aan een bedrijf, dat zich bezighield met reclame- en marketingadvies, softwareontwikkeling en grafisch ontwerp, NOW toegekend op basis van de loonsom in januari. Deze loonsom lag hoger dan vastgesteld voor de subsidieperiode omdat een werknemer per 1 februari vrijwillig uit dienst was getreden. Dit betekende dat een deel van de verleende subsidie terugbetaald moest worden.

Correctie zonder rekening te houden met omzetverlies
De ondernemer maakte bezwaar tegen de terugbetalingsverplichting. Hij verzette zich met name tegen het feit dat als gevolg van het vrijwillige vertrek er onevenredig veel subsidie moest worden terugbetaald. Dit vanwege het feit dat bij vertrek van een werknemer de volledig weggevallen loonsom in mindering werd gebracht op de subsidie, zonder hierbij rekening te houden met het percentage omzetverlies.

Belang werkgever staat voorop
De rechtbank achtte de uitvoerbaarheid van de maatregel ondergeschikt aan het belang van de betreffende werkgever. Daarom moet, bij de definitieve vaststelling van de NOW in deze zaak, het salaris van de vertrokken werknemer buiten aanmerking blijven. Het vertrek had ook niets met Corona te maken. Uiteraard moet wel vermeden worden dat subsidie verkregen wordt over de periode dat de werknemer niet meer in dienst was. Het UWV dient op basis van deze uitgangspunten de NOW daarom opnieuw vast te stellen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-18T10:15:46+01:0020 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Andere berekening NOW door vrijwillig vertrek werknemer
  • Aanvragen definitieve berekening NOW uiterlijk 22 februari

Aanvragen definitieve berekening NOW uiterlijk 22 februari

Heb je in de derde, vierde, vijfde en/of zesde periode de tegemoetkoming NOW aangevraagd, dan moet je uiterlijk op 22 februari 2023 jouw definitieve aanvraag indienen. De definitieve aanvragen moet je indienen bij het UWV.

NOW
De NOW (Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid) is een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die tijdens de Coronacrisis geconfronteerd werden met forse omzetverliezen. De NOW werd in eerste instantie verstrekt als voorschot, op basis van het geschatte omzetverlies.

Definitie omzetverlies
Nu jouw definitieve omzetverlies bekend is, moet de definitieve NOW aangevraagd worden. Dit moet voor de derde tot en met de zesde periode van de NOW uiterlijk op 22 februari 2023 gebeuren.

Het betreft de periodes:
• oktober t/m december 2020 (NOW derde periode);
• januari t/m maart 2021 (NOW vierde periode);
• april t/m juni 2021 (NOW vijfde periode);
• juli t/m september 2021 (NOW zesde periode).

Aanvragen
Het aanvragen van de definitieve berekening van de NOW doe je digitaal bij het UWV. Aanvragen kan mét en zonder gebruik te maken van eHerkenning.

Derdenverklaring of accountantsverklaring
In bepaalde gevallen heb je een derdenverklaring of een accountantsverklaring nodig. Een derdenverklaring is nodig als jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming €40.000 of meer bedraagt. Je hebt een accountantsverklaring nodig als je voorschot of definitieve tegemoetkoming €125.000 of meer bedraagt.

Tip! Met de NOWchecker op de site van het UWV kun je uitrekenen hoe hoog jouw definitieve tegemoetkoming ongeveer wordt. Zo kun je zien of je een accountantsverklaring of derdenverklaring nodig hebt. Voor een exacte berekening kun je terecht bij een van onze adviseurs.

Tip! Een dergelijke verklaring kost tijd. Wacht hier dus niet te lang mee.

Definitieve berekening
Op basis van jouw werkelijke omzetverlies wordt jouw definitieve tegemoetkoming NOW berekend. Dit kan leiden tot een nabetaling of tot een terugbetaling. In het laatste geval is het mogelijk een betalingsregeling af te spreken met het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-01T11:20:39+01:001 februari 2023|NBC Eelman & Partners in de media, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor

Aanvragen definitieve berekening NOW uiterlijk 22 februari

  • Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

De Regeling Werktijdverkorting (WTV) regelt een WW-uitkering voor werknemers voor de door hen niet-gewerkte uren tijdens een korte periode dat een onderneming minder werk heeft. Tot 1 oktober 2021 konden werkgevers geen gebruikmaken van de WTV. Deze was tijdelijk vervangen door de NOW. Vanaf 1 oktober 2021 is het echter weer mogelijk om een beroep te doen op de WTV.

Minder werk door uitzonderlijke situatie
Een werkgever kan alleen een beroep doen op de WTV als de reden voor het feit dat er minder werk is, veroorzaakt wordt door een uitzonderlijke situatie. Denk bijvoorbeeld aan brand of blikseminslag.

Let op! Omstandigheden die tot het normale ondernemersrisico vallen, geven geen recht op WTV. Ook de (nasleep van de) Coronacrisis valt niet onder de WTV.

De werktijdverkorting mag niet korter dan twee weken, maar ook niet langer dan 24 weken zijn.

Aanvraag
Een werkgever moet eerst een ontheffing aanvragen met het formulier Aanvraag werktijdverkorting. Na ontvangst van deze ontheffing, kan de werkgever bij het UWV voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen voor de werknemers.

Let op! Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor perioden die vóór de datum liggen van aanvraag van de ontheffing. Zorg daarom dat je tijdig de ontheffing aanvraagt.

De WTV geldt alleen voor werknemers waarvoor de werkgever een loondoorbetalingsplicht heeft. Hieronder vallen dus geen oproepkrachten met een nul-urencontract of uitzendkrachten.

Na de aanvraag
Bij toekenning van de WTV maakt het UWV de WW-uitkering over naar de werkgever. De werkgever betaalt de werknemers vervolgens hun reguliere loon.

Let op! Zolang een werkgever gebruikmaakt van de WTV, kost dat de werknemer zijn WW-aanspraken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-22T10:19:33+02:0022 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

  • Laatste NOW-aanvraag uiterlijk 13 april indienen

Laatste NOW-aanvraag uiterlijk 13 april indienen

De voorlopig laatste tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW kun je nog tot en met 13 april 2022 indienen bij het UWV. Deze aanvraag betreft de periode januari tot en met maart 2022.

NOW
De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers die te maken hebben met een omzetdaling. Deze vooralsnog laatste NOW gaat uit van een minimaal omzetverlies van 20% en een maximaal omzetverlies van 90%.

De NOW kent een vergoeding van 85% van de aan de omzet gerelateerde loonkosten. Die kan dus maximaal 90% x 85% = 76,5% bedragen.

Op basis van loonsom oktober 2021
De tegemoetkoming is gebaseerd op de loonsom in oktober 2021. De loonsom voor de periode januari tot en met maart 2022 mag met maximaal 15% dalen ten opzichte van de loonsom in oktober 2021 zonder dat dit gevolgen heeft voor de definitieve tegemoetkoming.

Opslag 30%
De NOW kent voor deze periode, dus van 1 januari tot en met 31 maart 2022, een opslag op de loonkosten van 30%. Deze opslag is voor loongerelateerde kosten, zoals vakantiegeld.

Aanvragen
Aanvragen van de NOW moet via het UWV. Hiervoor kun je gebruikmaken van eHerkenning, maar dit is niet verplicht.

Voorschot
Ook nu krijg je na de aanvraag eerst een voorschot van 80% van de tegemoetkoming op basis van het geschatte omzetverlies. Schat het omzetverlies zo goed mogelijk, want als je te royaal schat moet je achteraf wellicht de tegemoetkoming helemaal of gedeeltelijk terugbetalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-05T16:49:15+02:005 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Laatste NOW-aanvraag uiterlijk 13 april indienen

  • Vraag definitieve NOW tweede periode vóór 1 april aan

Vraag definitieve NOW tweede periode vóór 1 april aan

Werkgevers die voor de maanden juni tot en met september 2020 NOW hebben aangevraagd, dienen vóór 1 april 2022 een definitieve berekening aan te vragen. Gebeurt dit niet, dan moet de volledige tegemoetkoming voor die periode worden terugbetaald.

NOW tweede aanvraagperiode
De NOW voor de periode juni tot en met september 2020 betreft de NOW ‘tweede aanvraagperiode’. Voor deze periode bedroeg de tegemoetkoming in de loonkosten maximaal 90% van de loonsom. Hoeveel de tegemoetkoming uiteindelijk bedraagt, hangt af van het definitieve omzetverlies.

Let op! In sommige gevallen dien je een accountants- of derdenverklaring mee te sturen. Heb je hierdoor extra tijd nodig, vraag dit dan aan bij het UWV. Dit kan online.

Voorschot
Op basis van het verwachte en door jezelf geschatte omzetverlies is een voorschot verstrekt van 80%. Is de schatting correct geweest, dan ontvang je de resterende 20%. Is het omzetverlies te laag geschat, dan ontvang je zelfs meer. Heeft je het omzetverlies te hoog ingeschat, dan dien je mogelijk een deel van de tegemoetkoming terug te betalen.

Terugbetalen moeilijk?
Werkgevers voor wie terugbetaling van de NOW een probleem is, kunnen mogelijk met het UWV een betalingsregeling treffen. Dit kan desgewenst online.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-23T20:59:05+01:0023 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vraag definitieve NOW tweede periode vóór 1 april aan