NBCEelman

  • Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de DGA’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de DGA van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De DGA van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de DGA veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen omdat de DGA het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de DGA van de holding.

Tip! Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de DGA, loon aan de DGA en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de DGA? Dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de DGA en de werkmaatschappij gemaakt maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De DGA is dan zelf geen contractpartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de DGA’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de DGA en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de DGA’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De DGA heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:50:27+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

  • Sterk omzetherstel voor de branche transport en logistiek

Sterk omzetherstel voor de branche transport en logistiek

Voor transport en logistiek werd 2021 gekenmerkt door een sterk herstel, wat is terug te zien in een goede omzetontwikkeling. De onderlinge verschillen tussen ondernemers zijn weliswaar groot, maar over het geheel genomen staat de branche er goed voor. Dat is een prettig uitgangspunt, gegeven de huidige onzekerheid, hoge kosten en personeelsschaarste.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Sterke omzetontwikkeling
De omzet is in transport en logistiek in 2021 met bijna 12% op jaarbasis verbeterd. Dit betekent een flinke vooruitgang ten opzichte van 2020, dat een lichte omzetkrimp liet zien. De omzetontwikkeling over 2021 is de sterkste in jaren en ook beter dan het MKB-gemiddelde van ongeveer 10%. Niet alleen het sterke herstel van de wereldeconomie speelde de branche in de kaart, ook de hogere prijzen voor het vervoer van goederen droegen bij. Inmiddels zorgen de hogere loonkosten en sterk opgelopen brandstof- en materieelkosten echter voor bredere prijsdruk in de branche.

Ook als we vergelijken met de situatie voor het begin van de Coronacrisis, heeft transport en logistiek het goed gedaan. De omzetontwikkeling komt uit op bijna 12% ten opzichte van 2019.

Winst en brutomarge blijven achter
Ook de ontwikkeling van de winst en de brutomarge waren in 2021 duidelijk positief, al bleef de groei achter bij het MKB-gemiddelde. De brutomarge is met ruim 7% aangetrokken, tegenover een daling van bijna 3% een jaar eerder. Voor het MKB komt een gemiddelde groei van bijna 11% uit de bus. Het gewone resultaat voor belastingen komt voor de logistieke branche ruim 17% hoger uit, ten opzichte van een groei van bijna 6% in het voorgaande jaar. Het MKB-gemiddelde bedraagt bijna +38%.

In vergelijking met 2019 laat de winstontwikkeling een plus van ruim 8% zien. De brutomarge is in deze vergelijking met 6% aangetrokken.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Goederenvervoer presteert sterk
Binnen de logistieke branche waren de verschillen in 2021 opnieuw groot. Het goederenvervoer over de weg heeft een omzetgroei van gemiddeld ruim 11% en een winstgroei van maar liefst ruim 19% laten optekenen. Ook bij bedrijven actief in de opslag en dienstverlening voor vervoer laat zowel de omzet als de winst een positieve ontwikkeling zien. De binnenvaart (vracht-, tank- en sleepvaart) kende daarentegen een moeilijk jaar. De omzet en de winst komen in deze deelbranche lager uit dan een jaar eerder, maar ten opzichte van 2019 zijn de cijfers voor de binnenvaart wel sterk positief.

Loonkosten weer omhoog
De bedrijfskosten zijn in de branche als geheel in 2021 per saldo met bijna 7% gestegen, versus een daling van bijna 4% een jaar eerder. De personeelskosten (een belangrijke kostenpost in de logistiek) stegen met ongeveer 3%, waar in 2020 nog een daling van ruim 3% te zien was. Toch blijft de stijging in vergelijking met de jaren voor de Coronacrisis en met het MKB-gemiddelde (bijna 8%) bescheiden. De NOW-regeling kon weliswaar op deze post in mindering worden gebracht, maar het idee is dat transporteurs en logistieke ondernemers relatief weinig van deze steun gebruik hebben gemaakt. De loonkosten zijn met bijna 3% gestegen, tegenover een daling van ruim 4% een jaar eerder.

Lichte verbetering financiële positie
De financiële positie van bedrijven in de logistiek is iets verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1 procent), is uitgekomen op bijna 85. Dit betekent een kleine verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar. De branche doet het iets minder goed dan het MKB-gemiddelde.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:14:46+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sterk omzetherstel voor de branche transport en logistiek

  • Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk

Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk

Vanaf 2 juni 2022 tot en met 16 september 2022 is het mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een subsidie praktijkleren voor het studiejaar 2021-2022.

Doelgroep
De subsidie praktijkleren is bedoeld voor werkgevers die leerlingen, deelnemers of studenten begeleiden. Daarnaast biedt de subsidie een tegemoetkoming in de loon- of begeleidingskosten van promovendi of technologische ontwerpers in opleiding (toio’s).

Voorwaarden
De voorwaarden voor de subsidie verschillen per onderwijscategorie. De voorwaarden zijn terug te vinden op rvo.nl onder de onderwijscategorieën VMBO, MBO, HBO, promovendi en toio’s, praktijkonderwijs en VSO.

Hoogte
De subsidie bedraagt maximaal €2.700 per praktijk- of werkleerplaats.

Let op! Als het aantal aanvragen het beschikbare budget overschrijdt, wordt dit budget evenredig over de aanvragen verdeeld. De subsidie kan hierdoor lager zijn dan €2.700.

Aanvraag
Vanaf 2 juni 2022 tot en met 16 september 2022 17.00 uur kunt u een aanvraag indienen voor de subsidie praktijkleren bij RVO. Inloggen is mogelijk met eHerkenning met minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3. Voor het einde van het jaar beoordeelt RVO de aanvragen. Half december ontvang je de beslissing van RVO. Binnen twee weken na een positieve beslissing betaalt RVO de subsidie uit.

Let op! Om in aanmerking te komen voor de subsidie moet je aan de voorwaarden voldoen en de daarvoor gevraagde administratie bijhouden en bewaren. RVO oefent steekproefsgewijs controle hierop uit.

Extra subsidie
Voor een MBO BBL-leerplek in de sectoren landbouw, horeca en recreatie en in contact- en conjunctuurgevoelige sectoren en voor een HBO-leerplek in de sectoren techniek (inclusief ICT) en gezondheidszorg is extra subsidie beschikbaar. Deze extra subsidie loopt automatisch mee in jouw reguliere aanvraag van de subsidie praktijkleren.

Verlenging subsidieregeling
De huidige subsidieregeling praktijkleren loopt tot en met dit studiejaar. Het ministerie van OCW heeft echter het voornemen om de regeling te verlengen voor het studiejaar 2022-2023. Na een evaluatie (die nog dit jaar plaatsvindt) beslist het ministerie over een eventuele verdere voortzetting van de regeling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T10:28:37+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aanvraag subsidie praktijkleren weer mogelijk

  • Horeca herpakt zich in 2021 enigszins dankzij steunpakketten

Horeca herpakt zich in 2021 enigszins dankzij steunpakketten

De horeca heeft over 2021 een positieve ontwikkeling van de omzet en winst laten zien, maar flinke kanttekeningen zijn op hun plaats. De steunpakketten waren in 2021 veel beter dan in 2020 en deze vertekenen het beeld. Daarnaast is de branche wat betreft omzet nog lang niet terug op het niveau van voor de crisis en zijn de onderlinge verschillen groot.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetverbetering breed gedragen
De horeca heeft zich na 2020 weer enigszins opgericht. In 2021 wist de branche als geheel uit de rode cijfers te komen. De omzet is met ruim 11% toegenomen en dat betekent een iets sterkere groei voor de horeca dan voor het MKB als geheel (+10,1%). Hiermee is de branche echter nog ver verwijderd van het niveau van voor de Coronacrisis; de omzet ligt ruim 13% lager dan in 2019.

Krachtig winstherstel, maar zeker niet voor iedereen
De brutomarge is met ruim 16% toegenomen, tegenover een daling van ruim 22% een jaar eerder. De winstontwikkeling voor de horeca als geheel komt over 2021 uit op maar liefst +210%. De onderlinge verschillen zijn echter groot. Voor bijna 54% van de ondernemers is de winst namelijk gelijk gebleven of toegenomen. Ruim 46% van de ondernemers in de horeca moet het dus doen met een daling van de winst. Voor bijna 31% van de bedrijven gaat het dan zelfs om een krimp van 50% of meer.

Vertekend beeld
De extreem sterke winstgroei voor de horeca als geheel verdient verdere nuancering. Op de eerste plaats gaat het hier om een vergelijking met het extreem slechte 2020, toen de winst van de horeca kelderde met 21,5%. Daarnaast waren de Coronasteunpakketten van de overheid in 2021 van een betere kwaliteit dan in het eerste Coronajaar. Hierdoor is het onderaan de streep beter gegaan.

Relatief veel aanspraak NOW
Aan de kostenkant valt op dat de personeelskosten met bijna 6% zijn gestegen, iets lager dan het MKB-gemiddelde (bijna 8%). Een jaar eerder was er nog een forse daling van bijna 20% zichtbaar. Ten opzichte van het pre-Coronajaar 2019, is in 2021 een daling van de personeelskosten te zien van bijna 18%. Dit kwam deels door de aftrek van de NOW-regeling. Horecaondernemers hebben relatief vaak van deze loonsubsidie gebruikgemaakt. De NOW mocht administratief gezien ook worden opgeteld bij ‘overige bedrijfsopbrengsten’, waar ook de TVL is geboekt. Deze post is in de horeca in 2021 opnieuw sterk gestegen (+105%).


Kredietwaardigheid verbeterd
Het percentage horecaondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 86. Dit betekent een sterke verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (bijna 76). De branche presteert nu min of meer in lijn met het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%. Ook hier zijn de verschillen binnen de horeca echter groot.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T09:51:49+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Horeca herpakt zich in 2021 enigszins dankzij steunpakketten

  • Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Als het aan het kabinet ligt, kunnen ondernemers in de inkomstenbelasting vanaf volgend jaar geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer opbouwen. Dit is een van de voorstellen die gepresenteerd zijn in de Voorjaarsnota.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)
Ondernemers in de inkomstenbelasting mogen jaarlijks een deel van de winst reserveren voor hun oude dag, de zogenaamde fiscale oudedagsreserve (FOR). Over dit deel van de winst hoeft dan dat jaar geen belasting te worden betaald. Voor het jaar 2022 is de FOR 9,44% van de winst met een maximum van €9.632.

Belasting betalen over FOR
Over de gereserveerde FOR moet je op een gegeven moment wel belasting betalen. Meestal is dit bij het einde van jouw onderneming. Maar je kunt ook tussentijds een of meer lijfrentes kopen die je op de FOR kunt afboeken. De FOR betekent dus in feite uitstel van betaling over een deel van de winst. Ook kun je vaak profiteren van het lage belastingtarief voor AOW-gerechtigden.

Einde FOR
In de Voorjaarsnota is voorgesteld de FOR per 2023 af te schaffen. Dit betekent dat er vanaf 2023 niet meer aan de FOR kan worden gedoteerd. Over opgebouwde FOR’s hoeft echter niet direct te worden afgerekend volgens het voorstel. De maatregel is onder meer bedoeld om een verhoging van de AOW te kunnen betalen.

Onbenut
Het kabinet is van mening dat de FOR zonder al te veel bezwaren afgeschaft kan worden, omdat de FOR nu ook al weinig door ondernemers benut wordt. Bovendien wordt met de Wet toekomst pensioenen ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting de ruimte vergroot om fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen.

Let op! Het voorstel is nog niet definitief en moet nog door het parlement worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T09:27:49+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

  • Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?

De beperkende Coronamaatregelen zijn opgeheven, waardoor ondernemingen weer zonder beperkingen kunnen draaien. Dat neemt echter niet weg dat in de nasleep nog veel financiële problemen blijven of kunnen ontstaan.

Op het gebied van belastingschulden bestaat er voor een aantal ondernemingen nog een zware financiële last van de belastingschulden die in de Coronajaren zijn ontstaan en waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Alhoewel de bijzondere uitstelregeling (van vijf jaar) ruimhartig is, moeten deze schulden nu wel worden voldaan vanuit de bestaande financiële capaciteit. Daar waar de omzet tijdens de Coronapandemie fors terugliep en de betaling van de belastingschulden kon worden uitgesteld, is het nu niet zo dat de omzet ruim voldoende is of zal zijn om deze belastingschulden makkelijk terug te betalen. Het is dus vanaf 1 oktober 2022 een extra betalingsverplichting die wel moet worden voldaan, naast de reguliere belastingbetalingen. Bovendien moet er ook rekening worden gehouden met investeringen, het opbouwen van reserve, stijgende kosten, andere schulden als gevolg van Corona, et cetera.

Wat zijn de mogelijkheden voor de ondernemer met belastingschulden?

Ik heb bijzonder uitstel van betaling gekregen, hoe gaat het nu verder?
Deze belastingschulden mogen nu vanaf 1 oktober 2022 in zestig gelijke termijnen worden terugbetaald. Waarbij elke termijn uiterlijk aan het eind van de betreffende maand moet zijn voldaan aan de belastingdienst. De eerste termijn van die zestig termijnen moet zijn voldaan uiterlijk 31 oktober 2022. Het vaste maandbedrag wordt door de belastingdienst vastgesteld na 1 augustus 2022.

Zorg er voor dat je bij de betaling altijd gebruik maakt van de betalingskenmerken die geldt bij de belastingaanslagen waarvoor het bijzonder uitstel is verleend.

Wat zijn de gevolgen als ik eerder of meer wil aflossen?
Daar waar je de mogelijkheid ziet om extra af te lossen adviseren wij ook om dit te doen. Als je een deel van de belastingschuld waarvoor je bijzonder uitstel hebt, voldoet vóór 1 augustus 2022, dan wordt het totale bedrag van de belastingschuld lager, maar ook het maandbedrag.

Als je extra aflost tussen 1 augustus 2022 en 1 oktober 2027 dan blijft het vaste maandbedrag (zoals vastgesteld na 1 augustus 2022) gelijk, maar wordt de looptijd van de betalingsregeling korter. Als je echter een aanpassing (verlaging) van het maandbedrag wilt, dan moet je daarvoor een apart verzoek indienen.

Wat nu als ik moeite heb om te voldoen aan die terugbetaling in 60 maanden?
Dan kun je dit voorleggen aan de belastingdienst en bekijken of er andere mogelijkheden zijn om te voldoen aan de bijzondere uitstelregeling. Het is namelijk voorstelbaar dat als je afhankelijk bent van seizoensinvloeden je meer kunt afbetalen in het hoogseizoen en minder in het laagseizoen. Ook kunnen wij voor je bekijken of de betalingstermijn kan worden verlengd of dat een schuldsanering tot een optie behoort.

Verlenging van de betalingstermijn
Mocht het niet mogelijk zijn om de belastingschuld in 60 maandelijkse termijnen af te betalen, dan kun je vragen om bijvoorbeeld verlenging van de termijn. De belastingdienst heeft aangegeven dat zij samen met ondernemers willen kijken naar een passende oplossing.

Schuldsanering
Mocht verder uitstel van betaling niet mogelijk zijn en heb je ook nog andere schuldeisers, dan kan er nog gekeken worden of je in aanmerking komt voor een (gedeeltelijke) kwijtschelding van de belastingschulden. Dat kan voor ondernemingen alleen in het kader van een schuldsanering, waarbij dan ook overige schuldeisers een deel van hun vorderingen moeten kwijtschelden. Daarbij geldt dat de belastingdienst altijd ten minste een dubbel percentage wil ontvangen op de belastingschulden ten opzichte van de concurrente schuldeisers. Dus als je een schuld hebt aan een leverancier en je daarmee een afspraak hebt om 30% op de schuld te voldoen, waarbij dan de overige 70% wordt kwijtgescholden, verlangt de belastingontvanger 60% betaling op haar belastingvordering. De belastingdienst heeft echter aangegeven dat zij tijdelijk een soepele houding willen aannemen en dat zij in de periode van 1 augustus 2022 tot en met 30 september 2023 genoegen nemen met een lager percentage van de opbrengst uit een saneringsverzoek. Ook bij een schuldsanering geldt de eis dat de onderneming wel levensvatbaar moet zijn.

Hoe zit het met de invorderingsrente?
Deze is nog laag, in vergelijking met de marktrente, als je deze belastingschulden zou willen herfinancieren. De invorderingsrente is:

  • tot 1 juli 2022 0,01%;
  • vanaf 1 juli 2022 1%;
  • vanaf 1 januari 2023 2%;
  • vanaf 1 juli 2023 3% en
  • vanaf 1 januari 2024 4%.

Het extra aflossen van de belastingschulden, zo dit al mogelijk is, kan geld besparen.

Ik kan nieuwe belastingschulden (waarvoor geen bijzonder uitstel geldt) niet betalen, wat zijn dan mijn mogelijkheden?
Voor (nieuwe) belastingschulden is het mogelijk om regulier uitstel van betaling aan te vragen. In dat geval wordt aan de hand van de financiële gegevens gekeken of een betalingsregeling mogelijk is van maximaal 12 maandelijkse termijnen. Veelal wordt daarbij de eis gesteld dat je dan zekerheid moet stellen (zoals een hypotheekrecht op het bedrijfspand of een pandrecht op bijvoorbeeld de bedrijfsinventaris). Hier geldt dat het bedrijf wel levensvatbaar moet zijn en dat de betalingsproblemen van tijdelijke aard zijn.

Onder bijzondere omstandigheden is het ook mogelijk om een langere betalingsregeling te krijgen dan 12 maanden. Dan moet het namelijk gaan om betalingsproblemen die buiten jouw invloed zijn ontstaan. Het is dan eveneens nodig dat een derde deskundige (bijvoorbeeld een accountant) daarover een verklaring aflegt.

Maar wat nu als de belastingontvanger niet wil meewerken aan een verzoek om (aanvullend) uitstel van betaling of een schuldsanering?
Dan kunnen wij namens jou een administratief beroep indienen tegen de afwijzing. In dat geval zal de directeur van de belastingdienst naar de zaak moeten kijken en besluiten of de belastingontvanger het verzoek wel had mogen afwijzen. Er bestaat echter geen mogelijkheid om de beslissing van de directeur direct aan te vechten bij de (belasting)rechter, mocht de directeur het verzoek blijven afwijzen. Wel bestaat een mogelijkheid om, afhankelijk van de feiten en omstandigheden, de zaak dan voor te leggen aan de Commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven (van de Eerste/Tweede kamer) of aan de Nationale Ombudsman.

Melding betalingsonmacht
Als je een BV hebt dan moet je er op letten om de betalingsonmacht te melden als je de loonheffingen en/of de omzetbelasting niet kunt betalen. Dit moet je al doen in de aangiftefase. Als je dus de aangifte loonheffingen/omzetbelasting niet (tijdig) kunt betalen, moet je dit uiterlijk 14 dagen na de betalingstermijn van de aangifte, schriftelijk melden aan de belastingdienst. Bijvoorbeeld, je moet aangifte omzetbelasting doen over de maand mei en je moet omzetbelasting afdragen. De aangifte over de maand mei moet uiterlijk 30 juni zijn ingediend én betaald. Kun je niet betalen dan moet je dit melden aan de belastingdienst uiterlijk 14 juli. Hiervoor kun je een formulier gebruiken van de belastingdienst óf digitaal in het beveiligde deel van de website van de belastingdienst. Je kunt nooit telefonisch melden.

Let op: te laat de betalingsonmacht melden (ook al is het maar één dag) betekent dat je als bestuurder van jouw BV hoofdelijk aansprakelijk bent voor die belastingschuld. Dit is de zogenaamde bestuurdersaansprakelijkheid. Deze geldt overigens ook voor premies voor het bedrijfspensioenfonds. Ook als je die niet tijdig kunt betalen moet je de betalingsonmacht tijdig melden.

Deze blog is geschreven door mr. Marco Bezoet de Bie, jurist en fiscaal adviseur bij NBC Eelman & Partners.

Door |2024-05-31T11:11:59+02:0010 juni 2022|Blog van NBC Eelman & Partners, Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Blog: Belastingschulden als gevolg van de Coronamaatregelen en hoe nu verder?
  • Winstgroei in de detailhandel, maar niet voor iedereen

Winstgroei in de detailhandel, maar niet voor iedereen

Ondanks opnieuw tijdelijke sluitingen in verband met Corona heeft de detailhandel in 2021 over het geheel genomen behoorlijk gepresteerd. De consumentenbestedingen zijn aangetrokken en in veel segmenten van de branche was sprake van een inhaalvraag. De omzet en winst zijn gestegen, maar binnen de detailhandel zijn de verschillen behoorlijk.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Groei omzet en winst, maar niet over de hele linie
Voor de detailhandel als geheel is de omzetgroei in 2021 uitgekomen op ruim 5%, tegenover bijna 10% een jaar eerder. De winstgroei bedraagt 22,5%, ten opzichte van ruim 42% in 2020. Zowel qua winst- als omzetontwikkeling blijft de branche achter bij het MKB-gemiddelde, maar de onderlinge verschillen binnen de retail zijn zoals gezegd erg groot. Zo heeft ruim de helft (51%) van de retailondernemers de winst met 50% of meer zien toenemen, terwijl 32% de winst juist met 50% of meer heeft zien kelderen.
Als we vergelijken met de situatie voor de Coronacrisis, dan heeft de detailhandel het goed gedaan. Zowel de omzet- (+22%) als de winstontwikkeling (+77%) was in 2021 aanzienlijk beter dan in 2019. In deze vergelijking presteert de branche zowel qua omzet als winst beter dan het MKB-gemiddelde.

NOW drukt stijging personeelskosten
De personeelskosten zijn in 2021 met 3,4% opnieuw minder hard gestegen dan in voorgaande jaren. Dit kan te maken hebben met de NOW-regeling die op deze post in mindering is gebracht. De NOW kan ook worden geboekt bij overige bedrijfsopbrengsten. Die post is in de detailhandel dan ook flink gestegen (ruim 106%). Het lijkt er dus op dat relatief veel detaillisten van de steunmaatregelen van de overheid gebruik hebben gemaakt. De loongroei is uitgekomen op 3,3% (tegenover +4,9% in het MKB) en vooral de pensioenpremies kwamen hoger uit.

Vermogenspositie vertekend
Het eigen vermogen in de detailhandel is opnieuw fors gestegen, veel steviger nog dan in de jaren voor Corona: +26,3%. Verder zijn de langlopende schulden met bijna 5% gedaald en de kortlopende schulden met bijna 5% toegenomen. De vermogenspositie is weliswaar verbeterd, maar in bepaalde segmenten van de detailhandel moet relatief veel uitgestelde belastingschuld worden terugbetaald. Dit is een punt van zorg, zeker gezien alle onzekerheid die nog boven de markt hangt.

Financiële positie verbeterd
De financiële positie van bedrijven in de detailhandel is duidelijk verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen, is uitgekomen op bijna 86. De branche presteert daarmee min of meer in lijn met het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche ook op dit vlak aanzienlijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-09T16:13:54+02:009 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Winstgroei in de detailhandel, maar niet voor iedereen

  • TVL voor starters tot 2 augustus aan te vragen

TVL voor starters tot 2 augustus aan te vragen

Ondernemers in het MKB die vanaf 1 juli 2020 zijn gestart, kunnen voor het vierde kwartaal van 2021 en het eerste kwartaal van 2022 TVL aanvragen. Aanvragen kan tot 2 augustus 2022 17.00 uur bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De TVL is een tegemoetkoming voor de vaste lasten van bedrijven die tijdens de Coronacrisis omzetverlies hebben geleden. Het omzetverlies moet in het vierde kwartaal van 2021 minstens 20% bedragen ten opzichte van het derde kwartaal van 2021. Voor het eerste kwartaal van 2022 moet het omzetverlies minstens 30% ten opzichte van het derde kwartaal van 2021 zijn geweest.

Let op! In tegenstelling tot de andere tegemoetkomingen voor vaste lasten, is deze TVL wel belast voor de inkomsten- en vennootschapsbelasting. Ook moet je over de subsidie BTW afdragen.

Inschrijving bij Kamer van Koophandel
Voor de TVL voor het vierde kwartaal van 2021 moet de onderneming na 30 juni 2020 en uiterlijk op 30 juni 2021 bij de KvK zijn ingeschreven. Voor de TVL voor het eerste kwartaal van 2022 moet de onderneming tussen 30 juni 2020 en 30 september 2021 bij de KvK zijn ingeschreven.

Maximum subsidie
Voor de TVL voor starters geldt dat er een maximum zit aan het steunbedrag dat een onderneming binnen drie belastingjaren kan ontvangen. Voor reguliere ondernemingen is dit €200.000, voor goederenvervoerders over de weg €100.000, voor visserij- en aquacultuurbedrijven €30.000 en voor landbouwbedrijven geldt een maximum van €20.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-08T10:40:34+02:008 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

TVL voor starters tot 2 augustus aan te vragen

  • Het MKB staat voor grote uitdagingen

Het MKB staat voor grote uitdagingen

Het MKB heeft in 2021 financieel over de breedte goed gepresteerd, mede dankzij de Coronasteun van de overheid. Niet alleen de omzet en de winst stegen, ook de vermogenspositie en de kredietwaardigheid staan op grote hoogte. Maar de onderlinge verschillen tussen MKB-ondernemingen zijn groot. Waar sommige ondernemers plussen behalen, zijn er ook bedrijven waar dit nog lang niet het geval is. Bovendien zijn de opgebouwde buffers keihard nodig in het licht van de grote uitdagingen waar het MKB nu voor staat.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetstijging ruim 10%, winststijging bijna 38%
In 2021 heeft het MKB ten opzichte van 2020 een omzetstijging van ruim 10% laten zien en een winststijging van bijna 38%. Dit zijn weliswaar gemiddelden en er zijn behoorlijke verschillen tussen en in de branches. Als we bijvoorbeeld de cijfers van de horeca vergelijken met het pre-Coronajaar 2019, zien we dat de sector nog lang niet op het oude niveau zit. Maar in het algemeen geven de cijfers een positief beeld. Gemiddeld genomen hebben de steunmaatregelen van de overheid goed gewerkt.

Zorgen over toegang tot financiering
Het MKB staat voor grote uitdagingen. Daarbij valt te denken aan de sterk gestegen energieprijzenoorlog – mede door de oorlog in Oekraïne –, de schaarste aan grondstoffen, de personeelstekorten en de koopkrachtdaling. En dat terwijl het MKB volgens Harry Marissen, bestuurslid SRA, en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, steeds moeilijker aan financiering kan komen. “Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling”, zegt Marissen. “Bedrijven moeten zich wapenen voor de toekomst en blijven innoveren en investeren, ook in de energietransitie.”
Wat moet het kabinet nu doen voor een gunstig ondernemersklimaat? Vonhof: “We mogen trots zijn op de prestaties van ondernemers. Voor veel sectoren is vorig jaar een goed jaar geweest. Het MKB in bijvoorbeeld de industrie heeft de buffers ook nodig om de crisis vanwege de oorlog in Oekraïne aan te kunnen. We maken ons zorgen over de ondernemers die met forse Coronaschulden overeind moeten blijven. Het kabinet moet voor deze groep aandacht houden. We staan als ondernemers voor forse innovatie en dus investeringsuitdagingen. Digitalisering en robotisering zullen, gegeven de krappe arbeidsmarkt, een impuls krijgen. Investeringen om te voldoen aan de duurzaamheidseisen vragen sowieso veel van het MKB. Het is heel mooi nieuws dat het eigen vermogen gemiddeld in het MKB op peil is gebleven in 2021. Dat de toegang tot financiering niet is verbeterd, is een flinke tegenvaller. Als we dit niet oplossen, gaan we onze ambities niet halen.”

Omzetontwikkeling over 2021
De omzet is het sterkst gestegen in de industrie (+20,8%), gevolgd door de specialistische zakelijke dienstverlening (+12%), de logistieke branche (+11,6%) en de horeca (+11,4%). De bouw (+4,8%) en de detailhandel (+5,3%) blijven achter bij het gemiddelde. De omzetstijging van de horeca in 2021 moet worden gezien in de context van een omzetdaling in 2020.
De omzetontwikkeling in het MKB heeft in 2021 gemiddeld een verbetering laten zien ten opzichte van het voorgaande jaar (10,1%, tegenover +0,6% in 2020). De groei werd vooral gedreven door het herstel van de economie, al hebben lockdowns ervoor gezorgd dat niet alle bedrijven hier (even sterk) van hebben kunnen profiteren. Per saldo heeft bijna 73% van de MKB-bedrijven de omzet zien stabiliseren of stijgen.

Ondernemers in Groningen, Friesland en Drenthe presteerden in 2021 opnieuw beter dan de rest van het land. In deze regio zag ruim 55% van de MKB-bedrijven de omzet relatief sterk toenemen. Uit de SRA-verdeling naar jaaromzet blijkt dat vooral microbedrijven (tot 1 miljoen euro) de omzet vorig jaar zagen stabiliseren of groeien (75%). Van de grote bedrijven (> 10 miljoen) wist bijna 69% de omzet gelijk te houden of te verhogen.

Winstontwikkeling over 2021
De winst is in 2021 met bijna 38% toegenomen. Dit is erg sterk ten opzichte van het voorgaande jaar (+9%) en ook in vergelijking met de omzetgroei. De verschillen waren echter groot. Per saldo liet bijna 54% van de ondernemers een stabiele of hogere winst zien ten opzichte van een jaar eerder. Bij micro-ondernemingen, minder dan 10 fte, was dat 45%. Dat komt omdat zij minder gebruik konden maken van de NOW-steunmaatregel in vergelijking met grotere ondernemingen.
De winstontwikkeling was het sterkst in de horeca, op afstand gevolgd door de automotive. Daarbij moet voor de horeca wel worden vermeld dat 2020 een extreem slecht jaar was, waardoor de winstontwikkeling in 2021 sterk lijkt. Wel zijn de verschillen binnen deze branches groot en werd de winstontwikkeling sterk beïnvloed door de Coronasteunmaatregelen. De winstgroei in de bouw was met 7,3% relatief beperkt, een branche die naar verhouding weinig gebruik heeft gemaakt van de steunmaatregelen.
Op regioniveau was het beeld het positiefst in Groningen, Friesland en Drenthe. In deze provincies zag bijna 55% van de bedrijven de winst gelijk blijven of stijgen. Uit de verdeling naar jaaromzet blijkt dat vooral bedrijven met een omzet van 10 miljoen euro of meer de winst vorig jaar hebben zien stabiliseren of groeien (bijna 83%).

Grafiek Branches in Zicht 2022

Ontwikkeling eigen vermogen
Het eigen vermogen is in het MKB in totaal met bijna 17% toegenomen. Een jaar eerder was er een stijging van bijna 13%. De groei van het eigen vermogen in 2021 zal voor een groot deel verband houden met de stevige winstgroei die is toegevoegd aan het eigen vermogen. Daarnaast heeft de Coronasteun van de overheid voorzien in liquiditeit.

Kredietwaardigheid op recordhoogte
Uit berekeningen van SRA-BiZ komt naar voren dat gemiddeld 86,4% van het MKB vorig jaar een PD-rating van onder de 1% liet zien; dit is opnieuw een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (83,5%). Vanaf 2015 is consistent een stijging van dit percentage zichtbaar. Bij het cijfer over 2021 merken we op dat de schulden als gevolg van de steun en uitgestelde belastingen nog geen rentelasten geven. Op het moment dat dit rentedragende leningen worden, met een wettelijke rente, zal dit snel doorwegen op de PD-rating. De industrie, bouw en de medische zorg hebben het hoogste percentage kredietwaardige bedrijven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-08T09:53:23+02:008 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Het MKB staat voor grote uitdagingen

  • 30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de Balkenende-norm

30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de Balkenende-norm

Bij toepassing van de 30%-regeling kan een werknemer uit het buitenland 30% van het loon onbelast krijgen ter compensatie van de kosten van het verblijf in Nederland. Het kabinet kondigde aan dat de 30%-regeling vanaf 2024 beperkt wordt tot de Balkenende-norm.

Buiten Nederland geworven specifieke deskundigheid
Voor de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Zo moet onder meer de werknemer buiten Nederland zijn geworven en moet de werknemer beschikken over een specifieke deskundigheid die niet of nauwelijks te vinden is in Nederland. De controle op deze laatste voorwaarde gebeurt aan de hand van het loon dat in 2022:

• minimaal €39.467 moet bedragen, of
• voor werknemers met een mastertitel die jonger dan 30 jaar zijn minimaal €30.001.

Tip! Voor werknemers die in het kader van wetenschappelijk onderzoek of onderwijs in Nederland komen werken bij bepaalde aangewezen onderzoekinstellingen en voor artsen in opleiding tot specialist bij bepaalde aangewezen opleidingsinstituten, geldt geen salarisnorm.

Andere voorwaarden
Er gelden nog andere voorwaarden, zoals de eis van 150 kilometer (de werknemer woonde voor indiensttreding op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens) en de aanwezigheid van een beschikking 30%-regeling van de Belastingdienst.

Hoogte onbelast loon
De hoogte van het onbelaste loon is nu nog bepaald op maximaal 30% van het loon inclusief vergoeding. Vanaf 2024 wordt de 30%-regeling gemaximeerd tot de Balkenende-norm (in 2022: €216.000).

Tip! In de aankondiging is ook melding gemaakt van een overgangsregeling met een ingroeipad van drie jaar. Nadere details zijn nog niet bekendgemaakt.
Let op! Het betreft nog slechts een plan dat eerst nog in een wetsvoorstel moet worden opgenomen. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-07T10:44:24+02:007 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

30%-regeling vanaf 2024 beperkt tot de Balkenende-norm