NBC

Maatwerk belastingrente nu ook voor loon- en omzetbelasting

Vanaf 1 januari 2024 is een regeling inzake maatwerk van kracht voor belastingrente voor de loon- en omzetbelasting. Een dergelijke regeling was vanaf 2023 al van kracht voor alle overige belastingen. Met de regeling wordt gerealiseerd dat belastingrente teruggevraagd kan worden over een periode waarin de Belastingdienst al over de verschuldigde belasting beschikte.

Belastingrente

Euro

Voor de vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting 2023 wordt vanaf 1 juli 2024 belastingrente berekend als op dat moment de definitieve aanslag nog niet is opgelegd. Dat kunt u voorkomen door voor 1 mei 2024 uw aangifte inkomstenbelasting in te dienen. Voor uw aangifte vennootschapsbelasting geldt dat deze voor 1 juni 2024 moet zijn ingediend. Omdat de termijn om uw aangifte in te dienen over het algemeen niet haalbaar is, kunt u ook de berekening van belastingrente voorkomen door voor 1 mei 2024 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting 2023 aan te vragen. Alleen als uw definitieve aanslag dan hoger is dan uw ingediende aangifte of uw voorlopige aanslag, berekent de Belastingdienst over het hogere bedrag belastingrente.

Let op! Voor andere belastingen gelden andere termijnen.

Maatwerkregelingen

Het komt soms voor dat de Belastingdienst al een periode over (een deel van) de verschuldigde belasting beschikte, maar toch belastingrente daarover berekent. In een arrest oordeelde de Hoge Raad dat deze situatie onjuist is. De wetgever besloot daarop tot aanpassing van de regeling.

Arrest Hoge Raad

In genoemd arrest oordeelde de Hoge Raad dat geen belastingrente kan worden berekend als er geen sprake is van renteschade: als er geen rentenadeel wordt geleden hoeft dit ook niet gecompenseerd te worden. In het arrest ging het om belastingrente inzake de vennootschapsbelasting, maar het arrest beperkt zich niet alleen tot deze belasting.

Herstel via maatwerkafspraken

De wetgever heeft daarom vanaf 2023 voor alle belastingen, behalve de loon- en omzetbelasting, een regeling getroffen die regelt dat belastingrente automatisch door de Belastingdienst verminderd wordt of teruggevraagd kan worden als de Belastingdienst geen renteschade leidt. Vanaf 1 januari 2024 geldt deze regeling ook voor de loon- en omzetbelasting.

Wijzigingen vanaf 1 januari 2024

In de regeling zijn vanaf 1 januari 2024 voor alle belastingen ook nadere voorwaarden opgenomen. Zo moet de belastingplichtige, als de Belastingdienst niet zelf automatisch de belastingrente al verminderd, om teruggave van de belastingrente verzoeken en daarbij bepaalde stukken en informatie overleggen. Zo’n verzoek is alleen mogelijk als de door de Belastingdienst berekende belastingrente meer dan € 100 bedraagt.

Let op! Als de Belastingdienst zelf al automatisch de belastingrente kan verminderen, geldt de grens van € 100 niet. De Belastingdienst vermindert de belastingrente dan ook als de in eerste instantie berekende belastingrente € 100 of minder is.

Bezwaar en beroep

De invoering van de maatwerkregeling neemt niet weg dat ook voor de periodes waarin deze regeling nog niet van kracht was, belastingrente in soortgelijke situaties teruggevraagd kan worden. Wel is het noodzakelijk daarvoor bezwaar en zo nodig beroep aan te tekenen tegen de beschikking waarin de belastingrente is vastgesteld. De overheid heeft nu eenmaal de arresten van de Hoge Raad te respecteren, dus geldt dit voor alle beschikkingen vanaf de datum van het arrest, 18 november 2022, waartegen nog bezwaar en beroep mogelijk is.

Door |2024-01-24T12:12:07+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maatwerk belastingrente nu ook voor loon- en omzetbelasting

Meer belasting over 2023 voor grote spaarders?

Inkomen uit sparen en beleggen wordt belast in box 3. De bank ABN AMRO Mees Pierson heeft bekendgemaakt dat spaarders er rekening mee moeten houden dat spaargeld zwaarder belast gaat worden dan waarmee in de voorlopige aanslag voor 2023 gerekend is. Dat betekent dat mensen met veel spaargeld dan waarschijnlijk belasting zullen moeten bijbetalen over 2023.

Voorlopige aanslag

Euro

Belastingplichtigen die waarschijnlijk belasting moeten betalen of terugkrijgen, krijgen aan het begin van het jaar een voorlopige aanslag. In die voorlopige aanslag is de Belastingdienst voor het jaar 2023 uitgegaan van een forfaitair rendement voor spaartegoeden van 0,36 %. Volgens berekeningen van bovengenoemde bank is dit percentage te laag, omdat de spaarrente vorig jaar is gestegen.

Forfaitaire rente 0,92%

Volgens berekeningen van de bank zal het forfaitaire rendement op spaargeld in 2023 uitkomen op 0,92%. Dit is dus 0,56%-punt meer en betekent dat de definitieve aanslag van spaarders hoger zal uitvallen.

Hoeveel scheelt dat nu?

Stel dat een belastingplichtige zonder partner over € 1 miljoen aan spaargeld beschikt en dat de Belastingdienst in de voorlopige aanslag ook van dit bedrag is uitgegaan. Het heffingsvrije vermogen bedroeg in 2023 € 57.000, zodat over € 943.000 het forfaitaire rendement wordt berekend. Het forfaitaire rendement wordt 0,56%-punt hoger, ofwel € 943.000 x 0,0056 = € 5.281. Hierover wordt in 2023 32% belasting geheven. Dit betekent dat in deze situatie € 5.281 x 32% = € 1.690 extra aan belasting moet worden betaald. Indien er wel sprake zou zijn van een partner, is het heffingsvrije vermogen (2023) € 114.000. De extra belasting komt dan neer op € 1.587.

Let op! Het is nog niet zeker dat ook de Belastingdienst uitgaat van een forfaitair rendement van 0,92%. Dit percentage wordt later bekendgemaakt.

Door |2024-01-24T12:09:57+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Meer belasting over 2023 voor grote spaarders?

Minimumloon stijgt opnieuw per 1 juli 2024

Per 1 juli van dit jaar gaat het minimumloon opnieuw omhoog. Het minimumloon wordt doorgaans in januari en juli geïndexeerd aan de hand van de cao-lonen. Daarnaast stijgt per juli van dit jaar het minimumloon extra met 1,2% als gevolg van een aangenomen amendement vanuit de Tweede Kamer.

Let op! Hoeveel het minimumloon in totaal gaat stijgen, wordt dit voorjaar pas bekend.

Ook uitkeringen omhoog

Straatbeeld

Omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan de hoogte van het minimumloon, gaan deze ook omhoog. Dit betreft onder andere de AOW, de WW en de bijstand.

Tweede stijging in 2024

De stijging per 1 juli is de tweede stijging van dit jaar. Op 1 januari werd het minimumloon al geïndexeerd met 3,75%. Ook werd per die datum het minimumuurloon ingevoerd, gebaseerd op een werkweek van 36 uur. Werknemers met een minimumloon die contractueel al voor 1 januari 2024 meer dan 36 uren per week werkten, gaan er daarom per 1 januari van dit jaar extra op vooruit.

Door |2024-01-24T12:07:30+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minimumloon stijgt opnieuw per 1 juli 2024

Bemiddelingskosten lijfrente aftrekbaar?

Als een afgesloten lijfrentecontract tot uitkering komt en moet worden omgezet in een direct ingaande lijfrente, kan hiervoor een deskundige worden ingeschakeld. Wanneer zijn de kosten van een dergelijke deskundige aftrekbaar, en tot welk bedrag?

Lijfrente

Juridisch

Met het afsluiten van een lijfrente kun je zorgen voor extra inkomen, bijvoorbeeld als aanvulling op jouw pensioen of AOW. De voor de lijfrente betaalde premies zijn onder voorwaarden aftrekbaar. Daar staat tegenover dat de uitkeringen te zijner tijd belast zijn.

Kosten deskundige

Als een afgesloten lijfrentecontract moet worden omgezet in een direct ingaande lijfrente, is het soms noodzakelijk of gewenst hiervoor een deskundige in te schakelen. De Belastingdienst heeft onlangs bekendgemaakt wanneer de kosten van een deskundige aftrekbaar zijn en tot welk bedrag.

Doel

Voorwaarde is dat de bemiddelingskosten moeten worden gemaakt met het doel uitkeringen uit een bestaand lijfrentecontract te verwerven. Er moet bijvoorbeeld schriftelijk worden aangetoond dat de ontvanger van de uitkeringen nog in leven is. De kosten van een dergelijke deskundige zijn aftrekbaar tot een bedrag van € 250.

Geen deskundige?

Indien degene die de lijfrente gaat ontvangen zelf in staat is om e.a. te regelen omtrent de lijfrente, mag dat uiteraard ook. Een financiële instelling, zoals een verzekeraar of bank, is dan wel verplicht een kennis- en ervaringstoets af te nemen bij de klant, zodat men weet dat de klant snapt en zich realiseert wat het product inhoudt en wat de risico’s en voor- en nadelen zijn.

Het is echter niet van belang of er een kennis- en ervaringstoets beschikbaar is en of de kosten van een deskundige dus voorkomen hadden kunnen worden. Ook dan zijn de bemiddelingskosten van een professional gewoon aftrekbaar tot genoemd maximum.

Let op! Bemiddelingskosten om een uitgestelde lijfrente af te sluiten, zijn niet aftrekbaar.

Door |2024-01-24T12:02:51+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bemiddelingskosten lijfrente aftrekbaar?

Voorwaarden hypotheekrenteaftrek in between twee huizen

In de inkomstenbelasting kan volgens de zogenaamde ‘verhuisregeling’ onder voorwaarden ook de hypotheekrente worden afgetrokken van een woning die na verhuizing leegstaat voor de verkoop. Geldt dit ook als de lege woning na verhuizing niet direct wordt aangeboden voor de verkoop?

Verhuisregeling

Woning

Volgens de verhuisregeling kan de hypotheekrente van een leegstaande woning die wordt aangeboden voor de verkoop onder voorwaarden in aftrek worden gebracht op jouw inkomstenbelasting. De woning moet dan in het betreffende kalenderjaar, of moet in één van de drie voorgaande kalenderjaren, aangemerkt kunnen worden als eigen woning waarvoor hypotheekrente in aftrek kon worden gebracht. Je mag de woning niet verhuren.

Door deze regeling kan bij verhuizing tijdelijk voor twee woningen hypotheekrente in aftrek worden gebracht.

Niet direct bestemd voor verkoop

De vraag is of de regeling ook kan worden toegepast als een woning niet direct wordt aangeboden voor de verkoop. De Belastingdienst heeft bekendgemaakt dat de verhuisregeling pas in kan gaan  vanaf het moment waarop de woning wordt aangeboden voor de verkoop. De aftrek van de hypotheekrente is dus nog slechts mogelijk voor het restant van de periode waarover de verhuisregeling maximaal kan worden toegepast.

Let op! Verlaat je jouw woning en biedt je deze bijvoorbeeld pas na een half jaar aan voor de verkoop, dan wordt de periode van de verhuisregeling dus ook met een half jaar verkort.

Bewijslast ligt bij u

De bewijslast voor het feit dat een woning beschikbaar is voor de verkoop, ligt bij de belastingplichtige. Je moet dus bijvoorbeeld via een makelaar of advertenties aannemelijk kunnen maken dat de woning bestemd is voor de verkoop.

Door |2024-01-24T11:58:11+01:0024 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorwaarden hypotheekrenteaftrek in between twee huizen

Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting

Een werkgever kan gebruikmaken van de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de werkkostenregeling. Dat is algemeen bekend. Minder bekend is echter dat een inwoner van Nederland die werkt voor een werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, in zijn aangifte inkomstenbelasting de vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in aftrek kan brengen.

Vrije ruimte en gerichte vrijstellingen werkkostenregeling

Rekenen

Een werkgever kan een werknemer, onder voorwaarden, onbelaste vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen geven door deze ten laste te brengen van de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Deze vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% over de eerste € 400.000 van de totale loonsom van de werkgever en 1,18% over het bedrag daarboven.

Voor sommige vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen gelden ook gerichte vrijstellingen. Als iets gericht is vrijgesteld, is het onder voorwaarden onbelast en hoeft dit niet ten laste van de vrije ruimte te komen, bijvoorbeeld de gerichte vrijstelling van € 0,23 per zakelijke kilometer.

Vrije ruimte in de inkomstenbelasting

In de inkomstenbelasting is een met de loonbelasting vergelijkbare wettelijke bepaling opgenomen. Doel van deze bepaling is om inwoners van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting hetzelfde te behandelen als inwoners van Nederland met een Nederlandse werkgever.

De Hoge Raad oordeelde in 2022 al dat door deze wettelijke bepaling werknemers met een niet-inhoudingsplichtige werkgever de vrije ruimte in aftrek kunnen brengen op hun inkomen in de inkomstenbelasting. Deze werknemers kunnen in 2024 in principe zonder nadere voorwaarden 1,92% van hun aan Nederland toe te rekenen brutoloon aftrekken in de inkomstenbelasting. Dit geldt tot een brutoloon van maximaal € 400.000, daarboven is het 1,18%.

Let op! Dit kan niet als de buitenlandse werkgever in Nederland inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting. Dan gelden namelijk gewoon de regels die ook voor Nederlandse werkgevers gelden.

Gerichte vrijstelling in de inkomstenbelasting

Twee gerechtshoven en een A-G oordeelden over de vraag of een inwoner van Nederland met een buitenlandse werkgever die niet inhoudingsplichtig is voor de loonbelasting, ook de zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt in aftrek mag brengen in de aangifte inkomstenbelasting. De Belastingdienst vindt dat dit, ondanks het oordeel van de Hoge Raad over de vrije ruimte, niet mag. De twee gerechtshoven en de A-G vinden dat dit wel mag.

Let op! Aftrek van zakelijke kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt, kan niet zonder meer. Er moet namelijk wel aannemelijk zijn dat de zakelijke kosten gemaakt zijn, en door de werkgever aangewezen zouden zijn als gerichte vrijstelling in de situatie dat deze werkgever wel inhoudingsplichtig voor de loonbelasting in Nederland was. Verder moet getoetst worden of de zakelijke kosten binnen de voorwaarden en grensbedragen van de gerichte vrijstellingen blijven. Het moet ook gaan om kosten waarbij het zakelijke karakter overheerst. 

Laatste woord aan de Hoge Raad

Het laatste woord of ook aftrek van kosten waarvoor een gerichte vrijstelling geldt mogelijk is in de inkomstenbelasting, is aan de Hoge Raad. Als de Hoge Raad het oordeel van de gerechtshoven en het advies van de A-G volgt, kan een inwoner van Nederland met een niet-inhoudingsplichtige buitenlandse werkgever in de aangifte inkomstenbelasting, onder voorwaarden, ook een beroep doen op gerichte vrijstellingen.

Door |2024-01-19T15:04:33+01:0019 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek vrije ruimte en gerichte vrijstellingen in de inkomstenbelasting

Vergeet deze zaken niet bij uw laatste btw-aangifte van 2023

Jouw laatste btw-aangifte over 2023 dien je uiterlijk 31 januari 2024 in. Vergeet bij deze aangifte niet de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

Afdracht btw privégebruik auto

Geld

In de laatste btw-aangifte van 2023 moet je btw afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. De btw die betrekking heeft op deze auto’s heb je namelijk in 2023 geheel afgetrokken in jouw btw-aangiften. Daarom moet nog een correctie voor het privégebruik plaatsvinden. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

Let op! Voor de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting zijn de kilometers woon-werkverkeer zakelijk. Dit geldt echter niet voor de btw! Voor een auto zonder bijtelling in de loon- of inkomstenbelasting waarmee aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé wordt gereden, kan daarom wel btw over het privégebruik van de auto verschuldigd zijn.

Hoogte afdracht btw privégebruik auto

De hoogte van de btw-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je met de verhouding tussen het zakelijk en privégebruik van de auto. Alleen als je die verhouding niet kunt aantonen, bedraagt de btw-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Aantonen van de verhouding tussen zakelijk en privégebruik kan bijvoorbeeld met een kilometeradministratie.

Tip! De btw-afdracht voor het privégebruik bedraagt in bepaalde gevallen geen 2,7 maar 1,5% van de catalogusprijs, bijvoorbeeld als u bij aankoop van de auto geen btw heeft afgetrokken. Voor de btw-afdracht voor het privégebruik in 2023 geldt ook 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die u in 2018 of eerder in gebruik heeft genomen.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken

Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2023 meer dan € 227 (excl. btw) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste btw-aangifte een btw-correctie toepassen.

Gaf je in 2023 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag aan bijvoorbeeld een zakenrelatie? Dan moet je een correctie toepassen in de laatste btw-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% btw kan aftrekken én de waarde meer dan € 227 (exclusief btw) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten btw-belast en btw-vrijgesteld

De btw die betrekking heeft op btw-vrijgestelde verkoop van goederen en diensten mag je niet in aftrek brengen. In jouw btw-aangifte heb je in de loop van 2023 hier al een inschatting van gemaakt. In jouw laatste btw-aangifte van 2023 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op! Ook voor in 2023 ingekochte diensten en roerende zaken die u deels privé heeft gebruikt, maakt u een vergelijkbare berekening. Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop u voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.

Door |2024-01-19T14:59:46+01:0019 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vergeet deze zaken niet bij uw laatste btw-aangifte van 2023

Nieuwe Energielijst 2024 beschikbaar

Ondernemers die investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen, kunnen hiervoor de energie-investeringsaftrek (EIA) aanvragen. Om voor de EIA in aanmerking te komen, moet een bedrijfsmiddel op de Energielijst staan. De RVO heeft de nieuwe Energielijst voor 2024 onlangs gepubliceerd.

Energie-investeringsaftrek (EIA)

De EIA is een extra aftrek op de winst, die in 2024 40% bedraagt van de kostprijs van het bedrijfsmiddel (in 2023 was dit nog 45%). Het voordeel van de EIA hangt dan ook af van uw belastingtarief.

Let op! Er moet minimaal voor een bedrag van € 2.500 worden geïnvesteerd. Het maximale investeringsbedrag waarvoor EIA kan worden verkregen bedraagt € 136 miljoen.

Energielijst

De Energielijst bevat alle bedrijfsmiddelen waarvoor de EIA kan worden verkregen. In de Energielijst worden de bedrijfsmiddelen per categorie opgesomd, variërend van processen tot transportmiddelen en energietransitie.

Wijzigingen

De Energielijst wordt jaarlijks aangepast. De wijzigingen ten opzichte van vorig jaar staan apart vermeld in een overzicht. Zo staan HR-luchtverwarmers niet meer op de Energielijst 2024, omdat er inmiddels betere alternatieven beschikbaar zijn.

De voorwaarden

De Energielijst vermeldt ook eventuele extra voorwaarden waaraan een investering moet voldoen. Zo staat bijvoorbeeld een cruise control voor vrachtauto’s op de Energielijst, maar alleen indien die gebaseerd is op basis van wegenkaartinformatie en GPS-gegevens. Anderzijds is adaptieve cruise control – deze kan ook remmen of gas geven – juist uitgesloten.

Tip! Het is van belang om voorafgaand aan uw mogelijke investering de actuele Energielijst goed te checken.

Door |2024-01-17T11:29:26+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe Energielijst 2024 beschikbaar

Invorderingsrente weer 4%

Heb je nog corona- of andere belastingschulden? Houd er dan rekening mee dat de invorderingsrente die je over deze schulden moet betalen vanaf 1 januari 2024 weer terug is op het niveau van voor de coronacrisis.

Coronabelastingschulden

Euro

Bouwde je in de coronatijd belastingschulden op, dan heb je van de Belastingdienst een betalingsregeling waarmee je over een langere periode deze schulden mag afbetalen. Dit is echter niet renteloos. De Belastingdienst berekent over de openstaande schulden namelijk invorderingsrente.

Invorderingsrente weer 4%

De invorderingsrente bedroeg een tijdje maar 0,01%, maar werd per 1 juli 2022 verhoogd naar 1%. Van 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 bedroeg de invorderingsrente alweer 2% en vanaf 1 juli 2023 3%. Met ingang van 1 januari 2024 is de invorderingsrente 4%, het niveau van voor de coronacrisis.

Let op! De invorderingsrente is voorlopig gefixeerd op 4% en is dus niet meer, zoals voor de coronacrisis, gelijk aan de belastingrente die geldt voor de inkomstenbelasting die in 2024 7,5% bedraagt.

Door |2024-01-17T11:28:27+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Invorderingsrente weer 4%

Welke hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar en welke niet?

Sommige hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar als zorgkosten. De uitgaven hieraan moeten dan wel wegens ziekte of invaliditeit zijn gedaan. De Belastingdienst heeft eind 2023 duidelijk gemaakt wat voor de aftrek van hulpmiddelen de criteria zijn en heeft een en ander verduidelijkt met voorbeelden.

Hulpmiddelen

Medisch

Farmaceutische hulpmiddelen zijn aftrekbaar als ze zijn verstrekt op voorschrift van een arts. Daarnaast kunnen ook andere hulpmiddelen aftrekbaar zijn, mits ze voldoen aan een aantal voorwaarden.

Hoofdzakelijk gebruikt door zieken en invaliden

Die andere hulpmiddelen zijn alleen aftrekbaar als ze hoofdzakelijk door zieken en invaliden worden gebruikt. Hoofdzakelijk betekent hier minstens 70%. Is gebruik door een gezond persoon redelijkerwijs uitgesloten, dan is volgens de Belastingdienst aan dit criterium voldaan. Gebruiken gezonde mensen het hulpmiddel in de regel ook, dan is niet aan het criterium voldaan.

Twijfelpunt

Bij hulpmiddelen die zowel door zieke en invalide personen worden gebruikt als ook door gezonde personen, moet degene die de aftrek claimt aannemelijk maken dat het aantal gezonde personen minder dan 30% is. Uit de rechtspraak volgt dat in dat verband onder meer van belang is waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

Voorbeelden waar het duidelijk is

In een toelichting wordt aangegeven dat bijvoorbeeld een prothese niet gebruikt zal worden door een gezond persoon en daarom als hulpmiddel kan worden aangemerkt. Een hartslagmeter wordt daarentegen door zieke, maar ook door gezonde personen gebruikt. Het is niet aannemelijk dat het aantal gezonde personen minder dan 30% bedraagt en dus zal dit niet als hulpmiddel kwalificeren.

Voorbeelden waar het minder snel duidelijk is

Tenslotte bestaat er een aantal hulpmiddelen waarbij dit niet bij voorbaat duidelijk is en dus aannemelijk gemaakt moet worden dat het aantal gezonde personen dat het betreffende hulpmiddel gebruikt minder dan 30% bedraagt. Gedacht kan worden aan een verhoogde driewieler. Die zal zowel gebruikt worden door mensen met een handicap, maar ook door gezonde personen die bang zijn om met een normale fiets te vallen. Hier is dus onder meer van belang waarvoor het hulpmiddel ontworpen is, waar het te koop is en wat artsen erover verklaren.

Door |2024-01-17T11:24:43+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Welke hulpmiddelen zijn fiscaal aftrekbaar en welke niet?