NBC

Handreikingen voorkeursbeleid voor werkgevers

Om meer diversiteit en inclusie van mensen uit een etnische of culturele minderheid in organisaties te realiseren, kan een werkgever ervoor kiezen een voorkeursbeleid te voeren. Hiervoor geldt echter wel een aantal regels. Om werkgevers op weg te helpen heeft het College voor de Rechten van de Mens diverse handreikingen ontwikkeld.

Wet Gelijke behandeling

Handen schudden

Het wettelijke uitgangspunt bij werving, selectie en arbeid is dat iedereen gelijk behandeld moet worden, ongeacht geslacht, nationaliteit, ras etc. De praktijk is echter weerbarstig. Soms lukt het niet om een achterstandspositie van een bepaalde bevolkingsgroep weg te werken. Daarom staat de wet in die gevallen toe om bij gelijke geschiktheid van kandidaten of werknemers voorkeur te geven aan personen die tot een minderheidsgroep behoren. Het doel daarvan is om de achterstandspositie van die groep op te heffen. Voorkeursbeleid is naar zijn aard altijd tijdelijk; als de achterstand is weggewerkt, dan moet het beleid stoppen.

Handreiking voorkeursbeleid voor vrouwen bij arbeid

In de Handreiking voorkeursbeleid voor vrouwen bij arbeid biedt het College werkgevers bovendien handvatten om binnen de grenzen van de gelijkebehandelingswetgeving meer vrouwelijk personeel aan te trekken of door te laten stromen.

In de handreiking wordt ingegaan op de voorwaarden om een voorkeursbeleid te voeren. Ook worden tips gegeven om te zorgen voor meer diversiteit en inclusie binnen een organisatie zónder voorkeursbeleid.

Handreiking voorkeursbeleid voor mensen uit etnisch of culturele minderheidsgroep

Voor sectoren en situaties waarin het niet lukt de structurele achterstand in te halen door gelijke behandeling, is het dus mogelijk om voorkeursbeleid te voeren. Dit mag onder meer voor ‘personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep’, om zo hun structurele achterstandspositie op de arbeidsmarkt te corrigeren. Hiervoor is de Handreiking voorkeursbeleid voor mensen uit een etnische of culturele minderheidsgroep ontwikkeld.

Door |2024-01-17T11:23:07+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Handreikingen voorkeursbeleid voor werkgevers

Btw-melding onroerende zaken

Als je in 2023 een onroerende zaak huurde, dan moet je mogelijk uiterlijk 28 januari 2024 een melding doen aan jouw verhuurder en de Belastingdienst. Deze datum is ook belangrijk als je in 2022 een onroerende zaak kocht. Mogelijk moet je dan namelijk uiterlijk 28 januari 2024 een melding doen aan jouw verkoper en de Belastingdienst.

Btw-belaste levering onroerende zaak 2022

Agenda

Je moet in actie komen als je in 2022 een onroerende zaak kocht en toen samen met de verkoper koos voor een btw-belaste levering van deze onroerende zaak. Uiterlijk 28 januari 2024 moet je dan namelijk een schriftelijk verklaring afgeven aan de verkoper én de Belastingdienst dat je aan de zogenaamde 90%-norm (of in bepaalde gevallen de 70%-norm) heeft voldaan.

De 90%-norm betekent dat je zowel in 2022 als in 2023 de onroerende zaak voor 90% of meer gebruikte voor btw-belaste prestaties. Voor sommige branches – denk aan makelaars in onroerende zaken, reisbureaus, juridisch zelfstandige arbodiensten en postvervoersbedrijven – geldt een 70%-norm in plaats van een 90%-norm.

Let op! Is jouw boekjaar niet gelijk aan een kalenderjaar? Dan moet je niet uiterlijk 28 januari 2024 de schriftelijke verklaring afgeven, maar binnen vier weken na afloop van jouw boekjaar.

Btw-belaste huur onroerende zaak in 2023

Je moet ook in actie komen als je in 2023 een onroerende zaak, op verzoek van jou en de verhuurder, btw-belast huurde en niet heeft voldaan aan de 90%- of 70%-norm. Je moet dan namelijk uiterlijk 28 januari 2024 een schriftelijke melding hiervan doen aan de verhuurder én aan de Belastingdienst.

De 90%-norm betekent dat je in 2023 de onroerende zaak voor 90% of meer gebruikte voor btw-belaste prestaties. Ook hier geldt voor sommige branches een 70%-norm in plaats van een 90%-norm.

Let op! Is jouw boekjaar niet gelijk aan een kalenderjaar? Dan moet u niet uiterlijk 28 januari 2024 de schriftelijke melding doen, maar binnen vier weken na afloop van jouw boekjaar.

Door |2024-01-17T10:50:29+01:0017 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Btw-melding onroerende zaken

Nieuwe (norm)bedragen loonheffingen en werkkostenregeling 2024 bekend

De Belastingdienst heeft de normbedragen voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in de werkkostenregeling (WKR) en andere bedragen in de loonheffingen – zoals het gebruikelijk loon – voor 2024 bekendgemaakt. De bedragen zijn ten opzichte van 2023 flink verhoogd.

Normbedrag maaltijden

Euro

Voor de waarde van maaltijden in bedrijfskantines (of soortgelijke ruimtes) of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, geldt een normbedrag. Dit normbedrag stijgt van € 3,55 in 2023 naar € 3,90 per maaltijd in 2024.
Het normbedrag verminderd met een eventuele bijdrage van uw werknemer is loon voor uw werknemer. U kunt er echter ook voor kiezen om dit loon aan te wijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte.

Normbedrag huisvesting op de werkplek

Verzorgt u huisvesting op de werkplek, dan kan daar onder voorwaarden een nihilwaardering voor gelden. Als deze nihilwaardering niet van toepassing is en er geen sprake is van een (dienst)woning, kunt u onder voorwaarden voor de waarde van de huisvesting een normbedrag in aanmerking nemen. Dit normbedrag voor huisvesting en inwoning stijgt van € 6,10 per dag in 2023 naar € 6,70 per dag in 2024.

Thuiswerkvergoeding

Voor de extra kosten die verbonden zijn aan thuiswerken, kunt u – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding geven aan uw werknemer. Deze onbelaste vergoeding bedraagt in 2023 nog € 2,15, maar stijgt in 2024 naar € 2,35 per dag.

Reiskostenvergoeding

Al eerder was bekend dat ook de onbelaste reiskostenvergoeding in 2024 omhooggaat. In 2023 kunt u nog € 0,21 per kilometer onbelast vergoeden. In 2024 bedraagt de onbelaste reiskostenvergoeding echter € 0,23 per kilometer.

Gebruikelijk loon

Iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor die vennootschap, moet in de loonaangifte een loon opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor dat werk. Hetzelfde geldt voor de partner die werk verricht in de vennootschap. Voor de vaststelling van dit gebruikelijk loon moet ook rekening gehouden worden met een normbedrag. Het normbedrag voor het gebruikelijk loon bedraagt in 2023 nog € 51.000, maar is voor 2024 verhoogd naar € 56.000.

30%-regeling

Voor toepassing van de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Een daarvan is dat de werknemer een specifieke deskundigheid heeft die niet of nauwelijks op de Nederlandse arbeidsmarkt te vinden is. Een werknemer wordt geacht te voldoen aan de specifieke deskundigheid als de beloning van de werknemer hoger is dan een vastgestelde salarisnorm. Moet het salaris in 2023 nog minimaal € 41.954 bedragen, vanaf 2024 bedraagt de minimale salarisgrens € 46.107.
Voor werknemers die voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs werken bij een onderzoekinstelling en voor werknemers die arts in opleiding tot specialist (AIOS) zijn, geldt geen salarisnorm. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, geldt voor 2023 een salarisnorm van € 31.891. In 2024 bedraagt die salarisnorm € 35.048.

Vrijwilligersregeling

U kunt vrijwilligers die binnen uw organisatie vrijwilligerswerk verrichten onder voorwaarden een onbelaste vergoeding geven. Al eerder was bekend dat deze onbelaste vergoeding omhooggaat van € 1.900 per jaar in 2023 naar € 2.100 per jaar in 2024. De aan de vrijwilligersvergoeding verbonden maandvergoedingen en uurvergoedingen zijn nu ook bekendgemaakt. De maximale maandvergoeding gaat omhoog van € 190 in 2023 naar € 210 in 2024. De maximum uurvergoeding gaat voor vrijwilligers van 21 jaar en ouder omhoog van € 5,00 in 2023 naar € 5,50 in 2024. Voor vrijwilligers jonger dan 21 jaar bedraagt deze maximum uurvergoeding in 2023 nog € 2,75 en in 2024 € 3,25.

 
Door |2023-12-27T08:10:19+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe (norm)bedragen loonheffingen en werkkostenregeling 2024 bekend

Afschaffing loonkostenvoordeel oudere werknemer in stappen vanaf 2025

Als u een oudere werknemer aanneemt die een uitkering ontvangt, kunt u recht hebben op een tegemoetkoming: het loonkostenvoordeel voor oudere werknemers. Deze tegemoetkoming wordt vanaf 2025 in stappen afgeschaft.

Voorwaarden loonkostenvoordeel oudere werknemer

Agenda

U kunt in aanmerking komen voor het loonkostenvoordeel oudere werknemers (LKV oudere werknemers) als u een werknemer in dienst neemt die 56 jaar of ouder is, maar nog niet de AOW-leeftijd heeft bereikt. Deze werknemer moet uit een uitkeringssituatie (bijvoorbeeld WW of WIA) komen en mag de afgelopen zes maanden niet bij u gewerkt hebben. Verder mag u voor deze werknemer niet eerder al het LVK oudere werknemers ontvangen hebben. Op de website van het UWV vindt u alle voorwaarden.

Let op! U moet ook over een doelgroepverklaring beschikken voor de werknemer. Deze kan de werknemer aanvragen bij het UWV of bij een bijstandsuitkering bij de gemeente. De doelgroepverklaring moet binnen drie maanden na aanvang van de dienstbetrekking zijn aangevraagd.

Hoogte loonkostenvoordeel oudere werknemer

Als u aan alle voorwaarden voldoet, krijgt u voor de werknemer maximaal drie jaar een loonkostenvoordeel van € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000 per kalenderjaar.

Let op! Het LKV ontvangt u door in de aangifte loonheffingen de indicatie voor het LKV op ‘ja’ te zetten. De uitkering van het LKV volgt altijd pas in de tweede helft van het volgende jaar. Heeft u dus in 2023 recht op het LKV, dan ontvangt u dat pas in de tweede helft van 2024.

Stapsgewijze afschaffing

Het LKV oudere werknemers wordt vanaf 2025 in stappen afgeschaft. Hoe deze stappen verlopen, is afhankelijk van het moment waarop voor het eerst recht bestaat op het LKV.

  • Is de dienstbetrekking waarvoor recht bestaat op het LKV oudere werknemers gestart vóór 1 januari 2024, dan blijft gewoon drie jaar lang recht bestaan op € 3,05 per verloond uur. In deze situatie kan dus, als de drie jaar nog niet verstreken zijn, ook in 2026 nog recht bestaan op het LKV.
  • Start de dienstbetrekking waarvoor recht bestaat op het LKV oudere werknemer vanaf 1 januari 2024, dan bestaat in 2024 recht op € 3,05 per verloond uur en in 2025 op € 1,35 per verloond uur. Vanaf 2026 bestaat dan geen recht meer op het LKV oudere werknemer.

Tip! Bent u bezig om een oudere werknemer aan te nemen, dan heeft u dus recht op meer LKV oudere werknemer als u de dienstbetrekking nog dit jaar start in plaats van in 2024.

Tip! Start de dienstbetrekking in 2024 of later, ga dan na of u voor de werknemer misschien ook recht heeft op het LKV arbeidsgehandicapte werknemer. Dit LKV wordt namelijk niet afgeschaft en bedraagt ook € 3,05 per verloond uur met een maximum van € 6.000. Als u een beroep op het LKV arbeidsgehandicapte werknemer kan doen, wordt u niet geraakt door de afbouw van het LKV oudere werknemer.

 
Door |2023-12-27T08:10:02+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afschaffing loonkostenvoordeel oudere werknemer in stappen vanaf 2025

In 2024 meer geld beschikbaar voor ISDE

Er wordt in 2024 € 40 miljoen meer subsidie uitgetrokken voor de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Het budget komt hiermee op € 600 miljoen. De ISDE, bedoeld voor verduurzaming van woningen en kantoren, is voor 2024 op een aantal punten veranderd.

ISDE-regeling

Zonnepanelen

De ISDE-subsidie is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning die als hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers, elektrische kookvoorzieningen en aansluitingen op een warmtenet. Bedrijven kunnen subsidie krijgen voor een warmtepomp, zonneboiler en kleine windmolens.

Wijzigingen per 2024

De ISDE is onder andere voor monumentenwoningen toegankelijker gemaakt. Zo kan de subsidie ook gebruikt worden voor achterzetbeglazing, bijvoorbeeld voor glas-in-loodramen. Ook komt er extra subsidie beschikbaar voor biologisch isolatiemateriaal. Verder komt er voor zonneboilers minder subsidie beschikbaar en is de subsidie voor zonnepanelen voor bedrijven afgeschaft.

Tip! Bedrijven kunnen de ISDE-subsidie op zonnepanelen voor het jaar 2023 nog aanvragen. Er is namelijk nog subsidie beschikbaar.

Aanvragen ISDE

U vraagt de ISDE digitaal aan bij RVO.nl. Bedrijven hebben hiervoor eHerkenning nodig. Kijk hier voor meer informatie.

Door |2023-12-27T08:09:47+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor In 2024 meer geld beschikbaar voor ISDE

UWV moet dagloon voor WIA -uitkering verhogen na uitspraak CRvB

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in een dagloonzaak getoetst aan het evenredigheidsbeginsel. Als gevolg hiervan zijn de dwingendrechtelijke regels van het Dagloonbesluit Werknemersverzekeringen buiten toepassing gelaten. Dit is opmerkelijk, omdat tot dusverre de CRvB een strikte leer hanteerde.

Wat was de situatie?

Strategie

Het ging in de aan de CRvB voorgelegde zaak om een vrouw die als accountant werkzaam was en wegens ziekte uitviel.  Ze werd in 2017 ziek op het moment dat ze een uitkering ontving op grond van de WW. Het UWV kende haar daarna een arbeidsongeschiktheidsuitkering toe op grond van de Wet WIA. Het ging in casu om een IVA-uitkering omdat ze volledig en duurzaam arbeidsongeschikt werd bevonden. 

Dagloon viel lager uit

Het UWV stelde het dagloon van de vrouw vast op basis van de dwingendrechtelijke regels als neergelegd in het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen. Daarvoor wordt altijd gekeken naar het refertejaar, het jaar voorafgaande aan de eerste ziektedag. Dit had tot gevolg dat er één maand WW-uitkering niet meetelde, omdat deze wordt uitbetaald in de maand volgend op de maand waarop de WW-uitkering betrekking heeft. Dit betekende dat het dagloon werd berekend over elf  in plaats van twaalf maanden, waardoor de IVA-uitkering lager uitviel. Het Dagloonbesluit Werknemersverzekering is van dwingend recht, wat betekent dat afwijking niet mogelijk is. De werkneemster vond dat deze toepassing in haar geval onevenredig uitpakte en vroeg om maatwerk. 

Centrale Raad wijzigt vaste jurisprudentie

De CRvB die tot dusverre heel strikt in de leer was en afwijking van de dagloonregels niet toestond, is nu om en heeft haar verzoek gehonoreerd. Het dagloon in deze zaak vormt geen redelijke afspiegeling van het loon in de referteperiode van twaalf maanden voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid, aldus de CRvB. De CRvB heeft in zijn oordeel het gewijzigde politieke standpunt van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in dit soort gevallen van groot belang geacht. De minister wil namelijk de wetgeving op dit punt aanpassen, omdat werknemers als gevolg van de vertraagde uitbetaling van de WW-uitkering een loonloze periode hebben waardoor hun dagloon lager uitvalt.

Uitkomst

Het UWV moet op basis van deze uitspraak een nieuwe berekening maken en het loon over de maand WW-uitkering daarin meenemen.

Let op! Deze casus kan gevolgen hebben voor vergelijkbare gevallen.

 
Door |2023-12-27T08:09:34+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor UWV moet dagloon voor WIA -uitkering verhogen na uitspraak CRvB

Voorlopige percentages box 3-inkomen bekend

De voorlopige percentages die ten grondslag liggen aan de vaststelling van het fictieve rendement van uw vermogen voor de berekening van uw voorlopige belastingaanslag 2024 zijn bekendgemaakt. Ook zijn de cijfers inzake de arbeidskorting en het eigenwoningforfait gepubliceerd.

Box 3: de percentages

Euro

Het box-3-vermogen wordt onderverdeeld in drie categorieën met ieder een eigen fictief forfaitair rendement te weten banktegoeden, schulden en overige bezittingen.

Voor de overige bezittingen, zoals aandelen en een tweede woning, is voor 2024 al een definitief percentage bekend, namelijk 6,04%.

Voor de andere twee categorieën zijn voorlopige percentages vastgesteld om het fictieve rendement voor 2024 te bepalen, te weten:

  • voor banktegoeden 1,03%; 
  • voor schulden 2,47%. 

Bovengenoemde percentages zullen worden toegepast bij het opleggen van de voorlopige aanslagen inkomstenbelasting voor 2024.

Let op! Voor het opleggen van de definitieve aanslagen wordt uitgegaan van de definitieve percentages. Deze zijn dus voor banktegoeden en schulden nog niet bekend.

Arbeidskorting

De bedragen met betrekking tot de arbeidskorting zijn gebaseerd op de zogenaamde tabelcorrectiefactor en de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon. 

  • De tabelcorrectiefactor is vastgesteld op 9,4941%. Deze zou oorspronkelijk 9,9% bedragen, maar is verminderd om geld vrij te maken voor het extra verhogen van de kinderbijslag. 
  • De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en verschilt dus per belastingplichtige. Het maximum stijgt in 2024 van € 5.052 naar € 5.532.

Eigenwoningforfait

Eigenaren van een woning moeten jaarlijks een bedrag bij het inkomen optellen, het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait kan jaarlijks worden aangepast op basis van de gestegen huurprijzen en prijzen van koopwoningen. Voor 2024 leidt dit tot een ongewijzigd forfait van 0,35%.

 
Door |2023-12-27T08:09:24+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorlopige percentages box 3-inkomen bekend

Controleer uw parkeerapp!

Digitale hulpmiddelen zijn niet meer weg te denken uit ons dagelijks leven. Ook bij het betalen van parkeerbelasting wordt tegenwoordig vaak gebruikgemaakt van een digitaal hulpmiddel in de vorm van een parkeerapp. Dit gebruik is echter niet zonder risico, zo leert ons een recente uitspraak van de rechtbank Rotterdam.

Parkeerbelasting

Navigatie

In veel steden mag u tegenwoordig alleen nog maar tegen betaling parkeren. Deze zogenaamde parkeerbelasting kunt u vaak ook digitaal betalen, via een parkeerapp. De app registreert waar u staat geparkeerd en geeft aan tegen welk tarief u in de betreffende zone kunt parkeren. Door de app te starten, betaalt u achteraf digitaal de rekening. Wanneer u weer vertrekt, kunt u aangeven dat u de parkeeractie eindigt en stopt de app met het in rekening brengen van parkeerbelasting.

Foute zone

Onlangs kwam in bovengenoemde zaak de vraag aan de orde voor wiens rekening een fout in de parkeerapp komt. Een automobilist had de verschuldigde parkeerbelasting via zijn parkeerapp betaald, maar daarbij had de app een foute zone geregistreerd. Bij controle bleek dat voor de zone waar geparkeerd was geen parkeerbelasting was betaald, waarna een naheffing parkeerbelasting volgde van € 69,10.

Onderzoeksplicht

De rechtbank vond dat de naheffing terecht was opgelegd. Een parkeerder heeft met betrekking tot te betalen parkeerbelasting nu eenmaal een onderzoeksplicht, wat in dit geval betekende dat de parkeerder had moeten nagaan of de zone waarvoor de app de parkeeractie startte wel de juiste was. De naheffing bleef dan ook in stand.

Geen fout gemeente

De rechtbank overwoog hierbij ook nog dat de fout in de parkeerapp niet door de gemeente was veroorzaakt. In dat geval komen de gevolgen van een dergelijke fout in beginsel namelijk wel voor rekening van de gemeente, zo is door de Hoge Raad in het verleden beslist. In die zaak had de gemeente foutieve informatie verstrekt, zodat via de parkeerapp ook foutief parkeerbelasting in rekening was gebracht.

Tip! Parkeert u met behulp van een parkeerapp, controleer dan altijd of de zone waarvoor parkeerbelasting in rekening wordt gebracht overeen komt met de zone waar u geparkeerd staat. Dit zonenummer staat vermeld op de borden in de straat waar u staat geparkeerd.

 
Door |2023-12-27T08:09:16+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Controleer uw parkeerapp!

Zakelijke kilometers 2023 onbelast tegen € 0,23?

De onbelaste vergoeding aan uw werknemer van zakelijke kilometers bedraagt in 2023 nog € 0,21 per kilometer, maar gaat in 2024 omhoog naar € 0,23 per kilometer. In sommige gevallen kunt u zakelijke kilometers die in 2023 zijn gemaakt, in 2024 ook tegen € 0,23 per kilometer onbelast vergoeden.

Uitbetaling in 2024

Auto

U mag € 0,23 per kilometer voor in december 2023 gemaakte zakelijke kilometers onbelast vergoeden , als u deze vergoeding in januari 2024 betaalt aan uw werknemer. Maar let op, er gelden nog meer voorwaarden!

Onvoorwaardelijk recht

Zo moet uw werknemer in 2023 al een onvoorwaardelijk recht op vergoeding van de zakelijke kilometers hebben van minimaal € 0,23 per kilometer. Of er een onvoorwaardelijk recht bestaat, hangt af van de arbeidsrechtelijke afspraken die u in 2023 met uw werknemer maakt.

Standaardmethode van verloning: loon-in

Daarnaast moet u een bepaalde manier van verloning, namelijk de ‘loon-in systematiek’, toepassen. De ‘loon-in systematiek’ betekent dat u het loon aangeeft in aangifte van de maand waarin uw werknemer het loon geniet. Zo geniet uw werknemer de vergoeding van zakelijke kilometers over het jaar 2023 pas in januari 2024, als u deze vergoeding in januari 2024 aan hem betaalt.

Let op! De ‘loon-in systematiek wordt normaal gesproken standaard toegepast. Het kan echter zijn dat in het verleden gekozen is om een andere methode, namelijk de ‘loon-over systematiek’ te gebruiken. Als dat zo is, kunt u niet zomaar weer overstappen op de ‘loon-in systematiek’. Overleg daarom met uw loonadviseur welke systematiek u gebruikt en welke mogelijkheden u heeft. Zo weet u of u mogelijk in januari 2024 € 0,23 per kilometer onbelast kunt uitbetalen aan uw werknemer voor in december 2023 gemaakte zakelijke kilometers.

Andere methode: loon-over

Rekent u betalingen in januari 2024 die betrekking hebben op 2023 toe aan december 2023, dan gebruikt u de ‘loon-over systematiek’. Als u deze methode in het verleden al toepaste, kunt u nu niet zomaar switchen naar de ‘loon-in systematiek’. Als u niet kunt switchen, zijn op een vergoeding in januari 2024 van zakelijke kilometers gemaakt in december 2023 gewoon de regels voor 2023 van toepassing. Dit betekent dat de onbelaste vergoeding dan maximaal € 0,21 cent per kilometer bedraagt.

Door |2023-12-27T08:09:04+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zakelijke kilometers 2023 onbelast tegen € 0,23?

Hoe wordt privégebruik van ander vervoer dan auto of fiets belast?

Gebruikt uw werknemer een door u ter beschikking gestelde auto, fiets of ander vervoermiddel ook privé, dan vormt dit privégebruik belast loon. Voor de belastingheffing over dit loon gelden voor de auto, fiets of een ander vervoermiddel niet dezelfde regels. Hoe zit het met het privégebruik van een ‘ander vervoermiddel’?

Ander vervoermiddel

Euro

Bij een ander vervoermiddel moet u denken aan een motor, bromfiets of scooter. Gebruikt uw werknemer zo’n vervoermiddel ook privé, dan vormt de waarde in het economische verkeer van dit privégebruik belast loon voor de werknemer.

Berekening waarde in het economische verkeer

De vraag is hoe u deze waarde in het economische verkeer van het privégebruik kunt berekenen. Hiervoor moet u een aantal dingen weten, namelijk:

  • Hoe hoog zijn de totale kosten van het vervoermiddel in een jaar? De totale kosten bestaan uit kosten van brandstof, onderhoud, reparatie, motorrijtuigenbelasting en verzekering, verhoogd met de afschrijving van het vervoermiddel.
  • Hoeveel kilometer is er in totaal met het vervoermiddel in een jaar gereden?
  • Hoeveel privékilometers reed de werknemer met het vervoermiddel in het jaar?

Met deze gegevens kunt u de kilometerprijs van het vervoermiddel en de waarde in het economische verkeer van het privégebruik bepalen.

Tip! Voor het berekenen van het aantal privékilometers kunt u een rittenregistratie bijhouden.

Voorbeeld berekening

Een werknemer rijdt met een door u ter beschikking gestelde bromfiets totaal 5.000 km in een jaar. De totale kosten van de bromfiets in dat jaar bedragen € 1.500. Het aantal privékilometers in het jaar bedraagt 600. De kilometerprijs van de bromfiets is dan € 0,30 (€ 1.500 / 5.000 km). De waarde in het economische verkeer van het privégebruik bedraagt vervolgens € 180 (600 km x € 0,30). Het te belasten loon in verband met het privégebruik bedraagt dan dus € 180.

Betaalt de werknemer vanuit zijn nettoloon een eigen bijdrage voor het privégebruik van bijvoorbeeld € 100 per jaar, dan kunt u dit bedrag op het hiervoor berekende loon in mindering brengen. In het voorbeeld bedraagt het loon dat u voor de werknemer belast voor het privégebruik dan € 80 (€ 180 waarde in het economische verkeer – € 100 eigen bijdrage).

Let op! Door de aftrek van de eigen bijdrage kan het te belasten loon nooit lager dan nul worden.

Individueel loon of eindheffingsloon?

De € 80 loon uit het voorbeeld kunt u individueel belasten bij de werknemer. De werknemer betaalt dan de belasting. Als dit gebruikelijk is, kunt u er echter ook voor kiezen om dit aan te wijzen als eindheffingsloon ten laste van uw vrije ruimte. Als u nog ruimte heeft in uw vrije ruimte, dan is dit onbelast, anders betaalt u hierover 80% eindheffing.

Privékilometers

Niet alle kilometers zijn privé. Zo zijn de kilometers die uw werknemer maakt voor woon-werkverkeer voor de loonbelasting niet privé, maar zakelijk. Dit geldt ook voor de kilometers die uw werknemer overdag maakt tussen het woon- en het werkadres (bijvoorbeeld om thuis iets op te halen of thuis te lunchen).

Let op! Rijdt uw werknemer met een omweg, als hij naar zijn werk of naar huis rijdt, bijvoorbeeld om boodschappen voor privé te doen? Dan zijn de extra kilometers van het omrijden wel privé.

 
Door |2023-12-27T08:08:54+01:0027 december 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoe wordt privégebruik van ander vervoer dan auto of fiets belast?