NBC

Profiteer nog dit jaar van vrijstelling bpm bestelauto

Ondernemers die een nieuwe bestelauto willen aanschaffen, kunnen alleen in 2024 nog profiteren van de vrijstelling voor de bpm. Deze vrijstelling wordt namelijk per 1 januari 2025 afgeschaft.

Bpm (Belasting van personenauto’s en motorrijwielen)

Bedrijfswagen

De bpm is een belasting op personenauto’s en motoren, maar geldt onder voorwaarden ook voor bestelauto’s. De bpm wordt geheven bij aankoop van een nieuw voertuig. Ondernemers die aannemelijk kunnen maken dat ze de bestelauto minstens 10% zakelijk gebruiken, hebben een vrijstelling voor de bpm. Een kilometeradministratie is daarvoor niet vereist.

Afschaffen per 2025

De overheid heeft besloten dat de vrijstelling van bpm op de aanschaf van nieuwe bestelauto’s per 1 januari 2025 wordt afgeschaft. Deze bestelauto’s worden daardoor voor ondernemers een stuk duurder. Zo rust bijvoorbeeld op een bestelauto op diesel met een catalogusprijs excl. btw van € 55.000 ruim € 15.000 bpm. Hoeveel de bpm volgend jaar wordt, is afhankelijk van de CO2-uitstoot.

Elektrisch alternatief?

Ondernemers kunnen nog in 2024 een bestelauto kopen zonder bpm. Als alternatief kan er ook een elektrische bestelauto aangeschaft worden. Daarvoor betaalt men in 2024 ook geen bpm en vanaf 2025 een vast bedrag van € 360. Dit bedrag stijgt jaarlijks mee met de inflatie.

Subsidies elektrische bestelauto

Besluit u nog dit jaar een nieuwe elektrische bestelauto te kopen, dan heeft u onder voorwaarden ook nog recht op de milieu-investeringsaftrek (MIA) en op de Subsidieregeling Emissieloze Bedrijfsauto’s (SEBA). De MIA bedraagt dit jaar nog 27% van het investeringsbedrag minus € 20.000. Vorig jaar was dit nog 45% minus € 11.000. De MIA is dus al flink verminderd en het is nog maar de vraag of deze in 2025 voor elektrische bestelauto’s nog zal bestaan. De SEBA bedraagt maximaal 12% van de catalogusprijs met een maximum van € 5.000.

Tip! Je bent waarschijnlijk niet de enige ondernemer die in 2024 nog een bestelauto zonder bpm wil aanschaffen. Wacht hiermee dus niet te lang.

Door |2024-02-02T12:44:56+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Profiteer nog dit jaar van vrijstelling bpm bestelauto

Tijdelijk Noodfonds Energie geopend

Huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening kunnen ook in 2024 weer subsidie aanvragen via het Tijdelijk Noodfonds Energie. Het Noodfonds vergoedt de energiekosten voor zover deze uitkomen boven het deel van de kosten dat zelf betaald moet worden. Dit deel is inkomensafhankelijk.

Hoeveel steun?

Euro

Huishoudens met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum kunnen een tegemoetkoming in de energiekosten krijgen als zij minstens 8% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Voor huishoudens met een inkomen tot 200% van het sociaal minimum geldt de eis dat zij minstens 10% van hun inkomen kwijt zijn aan energiekosten. Het Noodfonds betaalt de kosten van energie die genoemde bedragen te boven gaan.

Subsidie verruimd

Ten opzichte van vorig jaar is de subsidie verruimd. Toen moesten huishoudens met een inkomen tot een sociaal minimum van 130% nog 10% van de energierekening zelf betalen en huishoudens tot 200% van het sociaal minimum 13%.

Budget

Het totale beschikbare budget voor het Noodfonds bedraagt € 60 miljoen. De overheid draagt hieraan € 40 miljoen bij, de rest wordt gefinancierd door de energiebedrijven. Indien nodig kan dit budget in dezelfde verhouding nog met maximaal € 30 miljoen worden verhoogd.

Aanvragen

Aanvragen van subsidie uit het Tijdelijk Noodfonds Energie kan digitaal via een speciale site.

Let op! Aanvragen kan tot en met 31 maart 2024.

Door |2024-02-02T12:41:32+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tijdelijk Noodfonds Energie geopend

Normen verpachte landbouwgrond voor 2023 bekendgemaakt

Personen die landbouwgrond verpachten, moeten de waarde van deze grond aangeven in box 3. De Belastingdienst publiceert jaarlijks de cijfers inzake de waardering van landbouwgrond. Deze cijfers liggen ook ten grondslag aan de waarde van verpachte grond.

Niet voor alle grondsoorten

Tractor

De cijfers hebben betrekking op verpacht grasland en akkerland, die ten behoeve van de landbouw worden gebruikt. De cijfers kunnen dus niet voor andere grondsoorten gebruikt worden, zoals grond bestemd voor glastuinbouw, boomgaarden en grond bestemd voor wegen.

Verpachte grond

De waarde van verpachte grond is een percentage van de waarde van onverpachte grond. Het percentage is weer afhankelijk van de nog resterende looptijd van de pacht. Hoe korter de resterende looptijd, hoe hoger het percentage. Dit is minimaal 60 en maximaal 98% van de waarde in onverpachte staat.

Uiteenlopende waardes

De waarde van de grond verschilt per regio enorm. Zo bedraagt de normwaarde van een hectare grond op de Waddeneilanden € 38.500, terwijl deze in de Zuidelijke IJsselmeerpolders € 175.500 is. Voor de meeste gronden varieert de waarde rond de € 70.000 à € 80.000 per hectare.

Heffing box 3

Verpachte gronden moet voor de belastingheffing in box 3 aangemerkt worden als beleggingen/andere bezittingen. Hiervoor wordt een rendement verondersteld dat voor 2024 6,04% bedraagt. Over dit veronderstelde rendement betaalt u 36% belasting.

Lagere waarde?

Ben je  van mening dat de waarde van uw grond lager is, dan kunt je hiervan afwijken. Je dient dan wel te onderbouwen waarom naar jouw mening de standaardwaardering op jouw grond niet van toepassing is.

Door |2024-02-02T12:40:24+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Normen verpachte landbouwgrond voor 2023 bekendgemaakt

Zakelijke boeterente hypothecaire lening bij eigen bv ook aftrekbaar?

Bij een daling van het rentepercentage bieden de meeste banken de kans om een bestaande hypothecaire lening te vervangen door een nieuwe lening tegen het lagere percentage. Er wordt dan wel zogenaamde boeterente in rekening gebracht. De Hoge Raad heeft onlangs bepaald dat deze boeterente ook aftrekbaar is als de lening is afgesloten bij de eigen bv, mits deze zakelijk is.

Boeterente

Juridisch

Boeterente wordt in rekening gebracht als een bestaande lening, voordat deze is afgelopen, wordt omgezet tegen een nieuwe lening met een lager rentepercentage. Boeterente is het nadeel dat de bank leidt omdat men over de resterende looptijd van de lening een lagere rente ontvangt. Ondanks de boeterente kan het oversluiten van een lening, meestal een hypothecaire lening, interessant zijn. Hiermee kan men voorkomen dat bij het aflopen van de eerdere lening er sprake is van een hogere rente en er dan tegen deze hogere rente een nieuwe lening afgesloten moet worden.

Ook bij eigen bv?

Onlangs moest de Hoge Raad oordelen over een situatie waarin een dga bij zijn eigen bv een hypothecaire lening had afgesloten ter financiering van zijn woning. De rente op de lening bedroeg 7,9%. De dga besloot na enige jaren de lening over te sluiten tegen een lager rentepercentage. De bv bracht daarop € 34.000 aan boeterente in rekening.

Boeterente zakelijk?

De Belastingdienst was van mening dat de boeterente niet aftrekbaar was en schrapte de aftrek. Hof Den Haag was het hiermee eens omdat de dga zelf over de leningsvoorwaarden kon beslissen. De Hoge Raad besliste echter anders. Volgens de Hoge Raad is ook boeterente die door de eigen bv in rekening is gebracht aftrekbaar, voor zover deze boeterente zakelijk is en dus niet teveel afwijkt van een vergelijkbare lening bij een bank.

Fiscaal voordeel irrelevant

De Hoge Raad oordeelde ook dat het behalen van een fiscaal voordeel in dit kader niet van belang is. De dga verwachtte een fiscaal voordeel te behalen omdat zijn inkomen zou dalen, zodat de aftrek van de rente in de toekomst netto minder zou opleveren. Ook speelde mee dat bekend werd dat de aftrek van hypotheekrente de erop volgende jaren zou worden beperkt.

Herfinanciering?

Deze zaak wordt verwezen, zodat een ander Hof kan onderzoeken of er daadwerkelijk sprake is geweest van herfinanciering van de lening ten behoeve van een eigen woning. Dit was namelijk onduidelijk. Mocht dit zo zijn, aldus de Hoge Raad, dan is de boeterente aftrekbaar.

Door |2024-02-02T12:31:13+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zakelijke boeterente hypothecaire lening bij eigen bv ook aftrekbaar?

Gebruik auto van de zaak door meerdere werknemers, wat nu?

Als aan een werknemer een auto van de zaak ter beschikking wordt gesteld, geldt de bekende bijtellingsregeling. Maar wat nu als één auto aan meerdere werknemers ter beschikking wordt gesteld? Hoe zit het dan met de bijtelling?

Bijtellingsregeling

Auto

De bijtellingsregeling komt er in het kort op neer dat jaarlijks een percentage van de catalogusprijs van de auto als inkomen moet worden aangemerkt. Hierover betaalt de werknemer belasting. Het percentage wordt bepaald in het jaar van aankoop en geldt voor 60 maanden. Daarna geldt het dan geldende percentage.

Gebruik door meerdere werknemers

De bijtellingsregeling geldt voor het privégebruik dat een werknemer van de auto kan maken. De vraag is wat de regels zijn als de auto aan meerdere werknemers ter beschikking staat voor privégebruik. De Belastingdienst heeft onlangs aangegeven dat de bijtelling dan gebaseerd moet worden op de mate waarin de auto aan de werknemers ter beschikking is gesteld.

Voorbeeld 
Een auto staat ter beschikking aan twee werknemers die de auto ieder ook privé gebruiken. Staat de auto aan beide werknemers in gelijke mate ter beschikking, dan bedraagt de bijtelling bij beide werknemers 50% van de normale bijtelling. Betreft het een auto met een cataloguswaarde van bijvoorbeeld € 40.000 en een bijtelling van 22%, dan bedraagt de totale bijtelling € 8.800 per jaar. Per werknemer bedraagt de jaarlijkse bijtelling dan 50% x € 8.800 = € 4.400.

Door |2024-02-02T12:15:45+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Gebruik auto van de zaak door meerdere werknemers, wat nu?

Telt schuld ondernemerswoning mee voor excessief lenen bij bv?

Als dga mag je vanaf 2024 nog maar schulden tot een bedrag van maximaal € 500.000 hebben bij jouw eigen bv’s. Zijn jouw schulden hoger, dan betaal je hierover belasting in box 2. Leningen ten behoeve van de eigen woning tellen niet mee als schuld. Maar geldt dat ook als met deze lening een ondernemerswoning is gefinancierd?

Wet excessief lenen

Bedrijfspand

Sinds 2023 mag een dga, zonder belastingheffing, nog maar een beperkt bedrag lenen bij de eigen bv’s. In 2024 bedraagt dit beperkte bedrag € 500.000, in 2023 was dit nog € 700.000. Naast dit bedrag mag wel een schuld voor een eigen woning bestaan. Deze schuld telt dus niet mee ter bepaling van de maximale schulden bij de eigen bv’s.

Schuld ondernemerswoning

Onlangs kwam de vraag aan de orde of een schuld voor een ondernemerswoning ook is uitgezonderd ter bepaling van de maximale schulden. In de praktijk komt het voor dat een ondernemer in de inkomstenbelasting ook dga is in een bv. Wat nu als de ondernemer bij zijn eigen bv een schuld aangaat voor de aankoop van een ondernemerswoning voor zijn onderneming in de inkomstenbelasting?

Voorwaarden

Volgens een standpunt van de Belastingdienst is ook een dergelijke schuld uitgezonderd, mits die schuld voldoet aan de voorwaarden die gelden voor de aftrek van hypotheekrente voor een eigen woning. Hoewel de woning en de schuld aangemerkt dienen te worden als ondernemersvermogen, moet dus wel aan de eisen worden voldaan die gelden voor de aftrek van hypotheekrente inzake de eigen woning. Ook geldt de voorwaarde dat in beginsel een recht van hypotheek op de eigen woning moet zijn verstrekt aan de eigen bv.

Let op! De bepaling of de schulden het maximum overschrijden vindt voor het jaar 2024 pas plaats op 31 december 2024. Als niet voldaan wordt aan de voorwaarden die gelden voor aftrek van hypotheekrente ten behoeve van een eigen woning, kunnen de voorwaarden nog voor die datum worden aangepast. Op deze manier kan voorkomen worden dat door de schuld het maximum van € 500.000 wordt overschreden.

Door |2024-02-02T12:10:14+01:002 februari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Telt schuld ondernemerswoning mee voor excessief lenen bij bv?

Wijziging btw op verhuur zonnepanelen op of bij woning

Verhuurt je een woning waarop of waarbij zonnepanelen liggen? Houd dan rekening met nieuw beleid van de staatssecretaris dat vanaf 1 januari 2024 geldt.

Verhuur woning btw-vrijgesteld

Zonnepanelen

Voor de verhuur van een woning aan een particulier die deze ook als woning gaat gebruiken, geldt een btw-vrijstelling. Dit betekent dat je geen btw berekent over de verhuurprijs. Het betekent echter ook dat je de btw op de woning (bijvoorbeeld op de onderhoudskosten) niet in aftrek kunt brengen.

Zonnepanelen als onderdeel verhuur woning

Liggen op of in de nabijheid van de woning niet-geïntegreerde zonnepanelen (dat zijn zonnepanelen die niet ook als dakbedekking fungeren)? En verhuur je die zonnepanelen in de huurovereenkomst van de woning mee? Dan gaat de verhuur van die zonnepanelen over het algemeen mee in de btw-vrijstelling van de verhuur van de woning. Je berekent dan geen btw, maar je kunt ook de btw die tot en met 2022 drukte op de aanschaf van de zonnepanelen, niet in aftrek brengen.

Let op! Over de levering en installatie op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning wordt vanaf 1 januari 2023 geen btw meer berekend.

Zonnepanelen afzonderlijk verhuurd

Verhuur je de niet-geïntegreerde zonnepanelen afzonderlijk, dus niet in de huurovereenkomst van de woning mee? Dan berekende je tot en met 2023 waarschijnlijk btw en heb je ook de btw die drukte op de aanschaf van de zonnepanelen in aftrek gebracht.

Nieuw beleid: zonnepanelen als onderdeel verhuur woning

De staatssecretaris heeft nieuw beleid bekendgemaakt dat geldt vanaf 1 januari 2024. Volgens dit nieuwe beleid gaat de verhuur van niet-geïntegreerde zonnepanelen die op of in de onmiddellijke nabijheid van een woning liggen, mee in de btw-vrijgestelde verhuur van de woning. Ook als deze zonnepanelen afzonderlijk van de huurovereenkomst verhuurd worden. Dit nieuwe beleid zou tot gevolg hebben dat je vanaf 1 januari 2024 over de verhuur van de zonnepanelen geen btw meer mag berekenen. Bijkomend gevolg hiervan zou kunnen zijn dat je een deel van de in aftrek gebrachte btw op jouw zonnepanelen weer terug zou moeten betalen.

Overgangsrecht

Gelukkig heeft de staatssecretaris overgangsrecht bekendgemaakt. Dit overgangsrecht houdt in dat u gedurende de periode dat je de btw op jouw zonnepanelen nog terug zou moeten betalen, de zonnepanelen nog btw-belast mag verhuren.

Concreet betekent dit het volgende:

  • Kocht je de zonnepanelen en nam je deze ook in gebruik in 2019 of eerder? Dan pas je vanaf 1 januari 2024 de btw-vrijstelling toe op de verhuur van de zonnepanelen. Je hoeft de eerder in aftrek gebrachte btw vanaf 2024 namelijk niet meer terug te betalen. Door toepassing van de btw-vrijstelling kun je vanaf 2024 geen btw voor de zonnepanelen (bijvoorbeeld op onderhoudskosten) meer in aftrek brengen.
  • Kocht je de zonnepanelen en nam je deze ook in gebruik in 2020, 2021 of 2022? Dan mag je vanaf 1 januari 2024 de zonnepanelen nog btw-belast verhuren. Dit mag tot het moment dat de termijn verstreken is waarbinnen je de eerder in aftrek gebrachte btw nog terug zou moeten betalen. Is die termijn verstreken, dan moet je vanaf dat moment de btw-vrijstelling toepassen op de verhuur van de zonnepanelen en kun je geen btw voor de zonnepanelen (bijvoorbeeld op onderhoudskosten) meer in aftrek brengen.

Vragen?

Mag je nu nog wel of juist geen btw meer berekenen? Wanneer is de termijn verstreken waarbinnen je eerder afgetrokken btw nog moet terugbetalen? Wij kunnen ons voorstellen dat je deze of misschien nog andere vragen heeft. Neem daarom voor vragen over jouw eigen situatie contact op met een van onze adviseurs. Zij helpen jou graag met de beoordeling van jouw situatie.

Door |2024-01-26T15:52:27+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijziging btw op verhuur zonnepanelen op of bij woning

Voor rekening en risico benadering bij loonsancties houdt stand

Het is vaste jurisprudentie dat – naar achteraf blijkt – verkeerde adviezen van bijvoorbeeld een bedrijfsarts worden toegerekend aan de werkgever, waardoor deze mogelijk een loonsanctie riskeert. Rechters zoeken nuance, echter de CRvB houdt stand.

Te strikt?

Medisch

Diverse lagere rechters vonden deze ‘voor rekening en risico benadering’ van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) te strikt en nuanceerden deze. De rechtbanken oordeelden dat deze lijn niet in alle gevallen  recht doet aan de belangen van de werkgever. Zij zochten aansluiting bij de ‘vergewisplicht’ zoals die voor bestuursorganen zelf geldt als zij derden inschakelen bij de besluitvorming en welke is terug te vinden in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

CRvB houdt stand

Helaas  voor jou als werkgever, de CRvB blijft bij zijn ‘voor rekening en risico benadering’, zo is onlangs weer gebleken in een loonsanctiezaak. Het ging hier over mogelijk gemiste re-integratiekansen door een verkeerde inschatting van de bedrijfsarts. De werkgever had betoogd dat hem niet kan worden verweten dat het oordeel van de bedrijfsarts niet juist was en verwees daarbij onder andere op de gewijzigde lijn in de lagere rechtspraak.

Wet biedt geen aanknopingspunten

De CRVB is het niet met de werkgever eens. Het  argument is dat het niet te rijmen is met het uitgangspunt dat de re-integratie op grond van de WIA op de werkgever rust én de werkgever hiervoor de volledige (eind)verantwoordelijkheid draagt. Volgens de Raad biedt de wetgeschiedenis geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de wetgever heeft beoogd de medisch-inhoudelijke aspecten uit te sluiten van die verantwoordelijkheid.
Volgens de Raad blijkt dit ook uit het feit dat de wetgever inmiddels het wetsvoorstel om het medisch advies van de bedrijfsarts bij de poortwachtertoets leidend te maken heeft ingetrokken.

Toch te strikt in deze zaak

De werkgever in deze zaak had nog geluk. De CRvB oordeelde namelijk dat het loonsanctiebesluit onzorgvuldig is. De verzekeringsarts van het UWV heeft namelijk het advies van de bedrijfsarts te strikt getoetst en de bedrijfsarts is binnen zijn professionele bandbreedte is gebleven.

Door |2024-01-26T15:48:51+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voor rekening en risico benadering bij loonsancties houdt stand

Voorlopige modelprijzen TEK 2023 ver onder prijs van voorschot

De voorlopige modelprijzen voor de Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK) zijn bekend. Deze voorlopige modelprijzen liggen ver onder de maximale prijs waarmee het voorschot van 35% van de mogelijke tegemoetkoming is verstrekt.

Indicatie voor definitieve subsidie

Brood

Met behulp van de voorlopige modelprijzen kunnen ondernemers een indicatie krijgen over hoeveel TEK ze definitief gaan ontvangen. Dit is daarmee tevens een indicatie of en hoeveel verkregen voorschot ze mogelijk moeten terugbetalen of nog extra TEK ontvangen. De definitieve modelprijzen worden eind februari 2024 bekendgemaakt.

Tegemoetkoming Energiekosten energie-intensief mkb (TEK)

De TEK werd in 2022 in het leven geroepen vanwege de zeer sterk gestegen energieprijzen waar met name energie-intensieve bedrijven – dat wil zeggen dat minimaal 7% van de omzet in 2022 bestond uit energiekosten – de dupe van dreigden te worden. Daarom besloot het kabinet dat deze mkb-ondernemingen – onder voorwaarden – recht hebben op een tegemoetkoming, de TEK.

Modelprijzen

Voor de TEK wordt niet uitgegaan van de werkelijke prijs die u voor energie betaalde, maar van zogenaamde modelprijzen. Bij de berekening van het voorschot dat je ontving, werd voor 2023 nog uitgegaan van een modelprijs van € 3,19 voor een kuub gas en van € 0,95 voor een kWh elektriciteit.

Inmiddels zijn de voorlopige modelprijzen voor 2023 bekend. Deze zijn vooralsnog vastgesteld op € 1,36 voor een kuub gas en op € 0,36 voor een kWh elektra. Hiervan dient de ondernemer zelf een bedrag van € 1,19 voor gas en € 0,35 voor elektriciteit te dragen. De TEK subsidieert 50% van het verschil.

Op basis van de voorlopige modelprijzen voor 2023 ontvangen ondernemers dus € 0,085 per kuub gas (50% van € 0,17 (= € 1,36 – € 1,19) en € 0,005 per kWh elektriciteit (50% van € 0,01 (= € 0,36 – € 0,35).

Let op! Je ontvangt geen subsidie over al jouw afgenomen gas en elektriciteit. Bij de berekening van de subsidie en het voorschot op de subsidie wordt op het totale verbruik namelijk het zogenaamde prijsplafond – dit is 1.200 kuub voor gas en 2.900 kWh voor elektriciteit – in mindering gebracht.

Bedragen voorschot waarschijnlijk fors te hoog

Het voorschot aan TEK dat je ontving, bedroeg 35% van de subsidie berekend op basis van de eerder bekende modelprijzen. Dat betekent dat je een voorschot ontving van € 0,35 voor gas (35% van 50% van € 2 (= € 3,19 – € 1,19) en € 0,105 voor elektriciteit (35% van 50% van € 0,60 (€ 0,95 – € 0,35). Op basis van de voorlopig vastgestelde modelprijzen ontving je dus € 0,265 per kuub gas te veel voorschot en € 0,10 per kWh elektriciteit te veel voorschot.

Let op! Deze berekening is nog gebaseerd op de voorlopig vastgestelde modelprijzen. De definitieve modelprijzen worden pas eind februari 2024 bekend.

Rekentool

Op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) is ook een tool beschikbaar waarmee ondernemers kunnen berekenen hoeveel TEK ze waarschijnlijk definitief zullen ontvangen op basis van de voorlopige modelprijzen.

TEK terugbetalen?

Heb je als voorschot te veel tegemoetkoming ontvangen, dan hoef je het te veel ontvangen bedrag niet terug te betalen als dit onder de € 500 is. Moet je wel terugbetalen, dan moet dat in principe in één keer. Levert terugbetalen echter moeilijkheden op, dan zijn er ruime betalingsregelingen. Ook persoonlijke betalingsregelingen zijn mogelijk, waarbij je maximaal twee jaar mag doen over de terugbetaling van het voorschot TEK. Maak je gebruik van een van deze betalingsregelingen, dan betaalt je geen rente.

Door |2024-01-26T15:47:04+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorlopige modelprijzen TEK 2023 ver onder prijs van voorschot

ANBI moet algemeen belang kunnen aantonen

Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI’s) hebben recht op speciale fiscale faciliteiten. Daarvoor is wel vereist dat een ANBI het algemene belang kan aantonen.

Voordelen ANBI

Gift

Als een instelling de status van een ANBI heeft, hoeft er bij een schenking of erfenis geen belasting te worden betaald over hetgeen verkregen is en gebruikt wordt voor het algemeen belang. Bij schenkingen in het algemeen belang door de ANBI aan een derde hoeft deze ook geen schenkbelasting te betalen. Daarnaast gelden nog andere voordelen. Zo is een gift aan een ANBI onder voorwaarden aftrekbaar.

Voorwaarden ANBI

Om als ANBI te worden aangemerkt, moet voldaan zijn aan een aantal voorwaarden. Zo is belangrijk dat met bijna alle activiteiten het algemeen belang gediend wordt en mogen deze activiteiten geen winstdoelstelling hebben.

Bewijslast

Als een instelling als ANBI wil worden aangemerkt, ligt de bewijslast bij de instelling dat met de activiteiten van de instelling het algemeen belang wordt gediend. Het algemeen belang moet niet alleen statutair zijn vastgelegd, maar de activiteiten van de ANBI moeten ook hiermee in  overeenstemming zijn.

Tip! Kijk hier voor alle voorwaarden en privileges die gelden voor (het schenken aan) een ANBI.

Doelen gericht op algemeen nut?

Het bovenstaande betekent dat de werkzaamheden van de ANBI gericht moeten zijn op concrete doelen die tot het algemeen nut kunnen worden gerekend. In een zaak bij de rechtbank Zeeland West Brabant richtte een vereniging zich op activiteiten in het kader van het algemeen nut, maar ook op activiteiten met het oog op ontspanning en vermaak van de leden. Zonder nadere onderbouwing zijn laatstgenoemde activiteiten niet aan te merken als gericht op het algemeen belang. Nu deze onderbouwing ontbrak, was de ANBI-status terecht geweigerd, aldus de rechtbank.

Door |2024-01-26T15:22:42+01:0026 januari 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor ANBI moet algemeen belang kunnen aantonen