minimumloon

Afbouw inhouding huisvesting op minimumloon

Werkgevers mogen nu nog voor de kosten van huisvesting van een werknemer maximaal 25% van het minimumloon inhouden op het wettelijke minimumloon van die werknemer. Vanaf 2026 wordt dit percentage jaarlijks met 5% verlaagd.

Inhouding huisvestingskosten

Sleutel

Met name bij arbeidsmigranten komt het veel voor dat werkgevers voor de huisvesting zorgen en daarvoor een bedrag inhouden op het loon van de werknemer. Bij een minimumloon mag die inhouding nu maximaal 25% van dat loon zijn. Het gaat hierbij om maximaal 25% van het aantal arbeidsuren dat de werknemer werkt maal het minimumuurloon.

Uitbuiting

Het kabinet meent dat deze inhouding een verdienmodel in de hand kan werken en kan leiden tot uitbuiting van arbeidsmigranten. Om die reden wil het kabinet de regeling afschaffen.

Afbouw en afschaffing

De regeling wordt niet in een keer afgeschaft, maar afgebouwd met 5% per jaar. In 2026 mag een werkgever dan nog maximaal 20% van het minimumloon inhouden, in 2027 maximaal 15%, in 2028 maximaal 10% en in 2029 maximaal 5%. Vanaf 2030 is het dan verboden op kosten van huisvesting in te houden op het minimumloon.

Tip! Het is niet zo dat een werkgever geen huisvesting meer mag verzorgen voor de werknemer. Het kabinet vindt het juist belangrijk dat werkgevers hun verantwoordelijkheid blijven nemen voor huisvesting van hun werknemers. Werkgevers kunnen straks hun werknemers bijvoorbeeld een huurcontract bieden, waarbij de werknemer zelf de betaling doet.

Verdere maatregelen

Het afbouwen en afschaffen van de regeling is onderdeel van maatregelen om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren. Het kabinet werkt verder ook aan verbetering van de huurbescherming- en huurprijsbescherming voor arbeidsmigranten, de aanpak van misstanden bij de huisvesting, meer woningaanbod en versterking van het toezicht en de handhaving op huisvesting.

Door |2025-02-13T16:23:06+01:0013 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afbouw inhouding huisvesting op minimumloon
  • Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen

Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen

De Eerste Kamer is akkoord gegaan met het wetsvoorstel tot invoering van een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er naar verwachting vanaf 1 januari 2024 gerekend moet worden met een minimumuurloon op basis van 36 uren per week, in plaats van een minimumloon per maand.

Normale arbeidsduur
Nederland kent als een van de weinige EU-lidstaten wel een minimumloon per maand, maar niet per uur. Dit betekent dat de hoogte van het (niet wettelijk vastgelegde) minimumloon per uur afhankelijk is van het normale aantal uren dat in een sector als voltijd geldt, de zogenoemde normale arbeidsduur (hierna NAD). Dit betekent dat het minimumloon dat een werknemer per uur verdient niet bij iedereen gelijk is, maar afhankelijk is van de sector waar hij in werkt.
Bij de invoering van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) in 1969 zorgde dit destijds niet voor discussie, omdat de 40-urige werkweek toen voor het grootste deel van de werkenden nog de standaard was. Dit uitgangspunt is echter gewijzigd in de loop der tijd. Er zijn bijvoorbeeld meer werknemers die verschillende uren werken en meerdere banen combineren. Het is nu zo dat de ene werknemer 40 uur per week moet werken om het minimumloon te verdienen terwijl een andere werknemer hetzelfde loon in 36 uur per week kan verdienen.

Handhaving
Bijkomend punt is dat het ontbreken van een minimumuurloon voor problemen zorgt in de handhaving, waardoor werknemers minder goed beschermd zijn tegen uitbuiting en onderbetaling.

Minimumuurloon
De systematiek van de NAD past niet meer bij de huidige arbeidsmarkt, waar variatie in arbeidsduur en (intersectorale) mobiliteit gedurende de loopbaan gebruikelijker is geworden. Om die reden is het reëel om een minimumuurloon in te voeren, waarbij de keuze is gemaakt dit uurloon te baseren op een werkweek van 36 uur.

Let op! Bij invoering van het minimumuurloon kunnen werkgevers waar werknemers het minimumloon verdienen op basis van 38 of 40 uren per week te maken krijgen met een lastenverzwaring, omdat er simpelweg meer betaald moet worden. Het is nog niet bekend of de overheid een verhoging gaat treffen om dit te compenseren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-27T15:56:33+01:0027 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel invoering wettelijk minimumuurloon aangenomen
  • Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

Het plan om het lage-inkomensvoordeel (LIV) ook in 2023 te verhogen, gaat niet door. Wat worden nu de nieuwe bedragen voor 2023 en wat scheelt dat met 2022?

Lage-inkomensvoordeel
Het LIV is een tegemoetkoming voor werkgevers met werknemers in dienst die tussen de 100 en 125% van het minimumloon verdienen. Alle voorwaarden voor het LIV zijn:

• de werknemer voldoet aan een vastgesteld gemiddeld uurloon (gebaseerd op minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon);
• de werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen;
• er is sprake van een substantiële baan (minimaal 1.248 verloonde uren per kalenderjaar);
• de werknemer heeft de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet bereikt.

Cijfers 2023
Het LIV per werknemer per uur gaat in 2023 €0,49 bedragen. Het maximale LIV per werknemer kan in 2023 oplopen tot €960.

Let op! De bedragen voor 2023 ontvang je pas na afloop van het jaar, dus in 2024.

Gemiddeld uurloon
Het gemiddelde uurloon voor het LIV voor 2023 moet gelijk zijn aan of meer bedragen dan €12,04, maar mag niet meer zijn dan €15,06.

Cijfers 2022
Dit jaar ontvang je wel het LIV voor 2022. Dat bedroeg €0,78 per werknemer per uur. Het maximum voor 2022 kan oplopen tot €1.520 per werknemer per jaar.

Let op! Het LIV 2024 (uitbetaling in 2025) is waarschijnlijk het laatste jaar dat deze tegemoetkoming geldt. Het kabinet heeft een wetsvoorstel in voorbereiding waarin de afschaffing van het LIV per 1 januari 2025 wordt opgenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-07T12:47:10+01:007 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoeveel lage-inkomensvoordeel, LIV, in 2023?

  • Top 10-wijzigingen 2023 voor werkgever en DGA

Top 10-wijzigingen 2023 voor werkgever en DGA

Per 1 januari 2023 zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd voor de werkgever en de DGA. Denk aan de extra verhoging van de WKR en de afschaffing van de doelmatigheidsmarge voor het gebruikelijk loon van de DGA. Welke tien wijzigingen springen in het oog?

1. Vrije ruimte WKR voor 2023 omhoog
Per 1 januari 2023 wordt de vrije ruimte binnen de WKR tijdelijk verhoogd naar 3% over de eerste €400.000 van de loonsom. Over het meerdere van jouw loonsom wordt de vrije ruimte 1,18%. Deze verhoging geldt voor één jaar. Vanaf 2024 gaat het percentage naar 1,92% over de eerste €400.000 van de loonsom.

2. Gebruikelijk loon DGA 2023
Het normbedrag in de gebruikelijkloonregeling voor de DGA stijgt in 2023 naar €51.000 (2022: €48.000). De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Hetzelfde geldt voor de partner die werk verricht in de vennootschap. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden.

Afschaffen doelmatigheidsmarge
Vanaf 2023 is de doelmatigheidsmarge afgeschaft. Voor de bepaling van de hoogte van het gebruikelijk loon mag de DGA daarom niet langer uitgaan van 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Vanaf 2023 moet de DGA uitgaan van 100% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

3. Verhoging reiskosten- en thuiswerkvergoeding 2023
De vrijgestelde reiskostenvergoeding voor eigen vervoer is dit jaar verhoogd naar €0,21 per km. Vanaf 2024 bedraagt de vergoeding €0,22 per km.
Werknemers mogen een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer ontvangen voor de dagen dat zij naar een vaste werkplek reizen. Deze vergoeding kan gegeven worden op basis van de werkelijk gemaakte kilometers, maar je kunt ook een vaste vergoeding toekennen.

Thuiswerkvergoeding
Met ingang van 2023 is de vrijgestelde thuiswerkvergoeding verhoogd naar €2,15 per dag. De reiskosten- en thuiswerkvergoeding zijn vrijgesteld en komen niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

4. Forse stijging wettelijk minimumloon
Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2023 met maar liefst 10,15%. Daarmee komt het minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder per maand uit op €1.934,20. Het minimumloon wordt jaarlijks op 1 januari en 1 juli aangepast aan de cao-lonen. Het minimumloon geldt bij een volledige werkweek. Hoeveel uur dit per week is, verschilt per branche. Dit kan 40 uur zijn, maar sommige branches hanteren een kortere werkweek van bijvoorbeeld 38 of 36 uur. De minimumjeugdlonen bedragen een vast percentage dat afgeleid is van het minimumloon voor werknemers van 21 jaar en ouder. De minimumjeugdlonen stijgen dus ook met 10,15%.

5. Bezwaar tegen een naheffingsaanslag loonheffingen
In een naheffingsaanslag loonheffingen stelt de Belastingdienst naast het te betalen bedrag van de belasting of premies veelal ook andere zaken vast, zoals belastingrente en boete. Vanaf 2023 hoef je niet meer afzonderlijk bezwaar te maken tegen al die elementen: een bezwaar tegen één element wordt opgevat als een bezwaar tegen alle elementen. Dit geldt ook als je eventueel beroep tegen de uitspraak op jouw bezwaar wilt instellen.

6. Rentestop bij naheffingsaanslag loonheffingen
Als je de Belastingdienst verzoekt om een naheffingsaanslag loonheffingen op te leggen of als je een correctiebericht verzendt dat tot een naheffingsaanslag leidt, brengt de Belastingdienst je in bepaalde situaties belastingrente in rekening. Vanaf 2023 berekent de Belastingdienst de belastingrente tot uiterlijk tien weken na ontvangst van jouw verzoek, ook als de behandeltermijn langer is.

7. Onbelaste vrijwilligersvergoeding naar €1.900 in 2023
Je kunt vrijwilligers die binnen jouw organisatie vrijwilligerswerk verrichten een vergoeding geven die voor de fiscus onbelast is. Deze maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding wordt jaarlijks geïndexeerd. De maximale onbelaste vrijwilligersvergoeding is per 1 januari 2023 omhooggegaan naar €1.900 per jaar.

8. Herstellen van toegepast anoniementarief
Je moet het anoniementarief toepassen als een werknemer niet zijn (volledige of juiste) gegevens heeft opgegeven, zoals zijn naam, adres of BSN. Als je in de loop van het jaar alsnog de (volledige/juiste) gegevens ontvangt van jouw werknemer, pas je vanaf dat moment het reguliere tarief toe. Tot en met 2022 mag je een eerdere inhouding op basis van het anoniementarief niet herstellen. De werknemer kan deze inhouding later verrekenen via zijn aangifte inkomstenbelasting, wat voor hem dan kan leiden tot een teruggaaf.
Vanaf 2023 mag je een eerdere inhouding van loonbelasting/premie volksverzekeringen tegen het anoniementarief wel herstellen na ontvangst van de volledige/juiste gegevens. Dit kan alleen in hetzelfde jaar. Je moet dan correcties voor de eerdere aangiften van dat jaar verzenden.

9. Normbedragen 30%-regeling
Voor toepassing van de 30%-regeling geldt een aantal voorwaarden. Een van die voorwaarden is dat de werknemer een specifieke deskundigheid heeft die niet of nauwelijks op de Nederlandse arbeidsmarkt te vinden is. Een werknemer wordt geacht te voldoen aan deze specifieke deskundigheid als de beloning van de werknemer hoger is dan een vastgestelde salarisnorm. De salarisnorm wordt jaarlijks geïndexeerd. Voor 2023 is de salarisnorm vastgesteld op een belastbaar jaarsalaris van €41.954 (2022: €39.467). Deze salarisnorm van €41.954 is exclusief de eindheffingsbestanddelen en dus exclusief de 30%-vergoeding. In de meeste gevallen wordt niet meer specifiek gecontroleerd op schaarste, maar dit gebeurt wel als bijvoorbeeld alle werknemers met een bepaalde deskundigheid aan de salarisnorm voldoen.
Voor werknemers die voor wetenschappelijk onderzoek of onderwijs werken bij een onderzoekinstelling en voor werknemers die arts in opleiding tot specialist zijn, geldt geen salarisnorm. Voor werknemers die instromen en jonger zijn dan 30 jaar en hun masterdiploma hebben behaald, geldt voor 2023 een salarisnorm van €31.891 (2022: €30.001). Het masterdiploma moet vergelijkbaar zijn met een masterdiploma in het Nederlandse wetenschappelijk onderwijs.

10. Subsidieregeling praktijkleren
De subsidie praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die werkgevers maken voor de begeleiding van een leerling, deelnemer of student. De subsidieregeling liep tot en met studiejaar 2021/2022. Het Ministerie van OCW heeft echter besloten de regeling met één jaar te verlengen. Ook voor het studiejaar 2022/2023 kun je dus een subsidie praktijkleren aanvragen. je kunt in 2023 een aanvraag indienen vanaf 2 juni 2023 tot vrijdag 15 september 2023 17.00 uur.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-16T11:58:24+01:0017 januari 2023|Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10-wijzigingen 2023 voor werkgever en DGA

  • Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Als je werknemers in dienst hebt met een laag loon, kun je recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een belangrijke voorwaarde voor het LIV is dat de werknemer minstens 1.248 uur per kalenderjaar werkt. Een verandering van alleen de rechtsvorm heeft daarop geen invloed.

LIV
Je hebt recht op het LIV voor werknemers die in 2022, gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een gemiddeld uurloon tussen €10,73 en €13,43 verdienen. Het LIV bedraagt €0,49 per uur, met een maximum van €960 per werknemer per jaar.

VOF wordt BV
In de zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Groningen ging een VOF over in een BV. De overgang had plaats op 9 april. De inspecteur kende het LIV weliswaar toe, maar slechts voor de periode vanaf 9 april. Dat betekende dat de uren die werknemers gewerkt hadden bij de VOF, niet meetelden.

Verschillende werkgevers
De rechtbank stelde allereerst vast dat er naar de letter van de wet inderdaad sprake is van twee verschillende werkgevers. De rechtbank stelde echter ook vast dat doel en strekking van de wet er niet toe leiden dat in gevallen als deze, waarbij alleen de rechtsvorm wijzigt, de gewerkte uren in het kader van het LIV niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Een belangrijk argument voor de rechter daarbij is dat arbeidsrechtelijk alle rechten en verplichtingen van de werknemer behouden blijven.

Substantiële banen
De eis dat een werknemer in een kalenderjaar minstens 1.248 uur moet hebben gewerkt, is volgens de rechter bedoeld om alleen substantiële banen voor het LIV in aanmerking te laten komen. Ook een onderbreking van de dienstbetrekking bij dezelfde werkgever hoeft immers niet tot verlies van het LIV te leiden. De rechtbank zag dan ook niet in waarom dit wel zo zou zijn als alleen de rechtsvorm gewijzigd wordt en kende het LIV over het volledige aantal uren toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-10T09:07:38+01:0011 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

  • Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

Per 1 januari 2023 stijgt het wettelijk minimumloon van €1.756,20 naar €1.934,40 per maand. Diverse uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Deze worden daarom ook aangepast.

Minimumjeugdloon ook omhoog
Het wettelijk minimumloon stijgt met 10,15 procent. Ook de minimumjeugdlonen stijgen met hetzelfde percentage.

Uitkeringsbedragen
Daarnaast worden de bedragen van de volgende uitkeringen aangepast:

• Participatiewet;
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
• Algemene Ouderdomswet (AOW);
• Algemene Nabestaandenwet (Anw);
• Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);
• Werkloosheidswet (WW);
• Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA);
• Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);
• Ziektewet (ZW;)
• Toeslagenwet (TW).

Participatiewet
De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari 2023. Verder wordt per 1 januari 2023 de kostendelersnorm gewijzigd: alleen medebewoners van 27 jaar of ouder tellen mee als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.

WW, WIA, WAO en ZW
De bestaande bruto-uitkeringen in de WW, WIA, WAO en ZW worden per 1 januari 2023 ook met 10,15 procent verhoogd. Het maximumdagloon stijgt van bruto €232,90 naar €256,54.

Tip! De uitkeringsbedragen per 1 januari 2023 kun je hier vinden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-22T21:00:53+01:0023 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

  • Inhouding minimumloon Zorgverzekeringswet 2023

Inhouding minimumloon Zorgverzekeringswet 2023

De nominale premie voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) mag je als werkgever uit naam van een werknemer rechtstreeks overmaken naar de zorgverzekeraar. Je mag daarvoor in 2023 maximaal € 1.649 inhouden op het minimumloon.

Minimaal minimumloon overmaken aan werknemer
Je kunt geen inhoudingen op het loon doen als de werknemer daardoor minder dan het minimumloon overhoudt. Je moet minimaal het wettelijk minimumloon overmaken aan jouw werknemer. Een uitzondering is als jouw werknemer je een schriftelijke volmacht verleent om in zijn naam betalingen te verrichten aan de zorgverzekeraar voor de nominale premie (verschuldigde premie voor een zorgverzekering) en de premie voor het herverzekeren van het eigen risico (verschuldigde premie voor een verzekering ter afdekking van het verplichte eigen risico).

Maximum voor inhouding op minimumloon
Er geldt een maximum aan hoeveel je als werkgever op het minimumloon mag inhouden. Volgens de Regeling geraamde gemiddelde nominale premie 2023 bedraagt de nominale premie € 1.649 per jaar (2023). Je mag per maand maximaal 1/12e deel van de gemiddelde nominale premie in mindering brengen op het minimumloon om te betalen aan de zorgverzekeraar. Dat is afgerond € 137,42 per maand.

Nominale premie Zvw versus inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
De nominale premie voor de Zvw is iets anders dan de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Deze heffing wordt door jou als werkgever ingehouden op het loon van de werknemer.

Percentages 2023 inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
Ook voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw zijn de percentages voor 2023 vastgesteld. Het hoge percentage daalt van 6,75 in 2022 naar 6,68 in 2023. Dat betreft de werkgeversheffing. Voor de eigen bijdrage van de werknemer daalt het percentage van 5,50 in 2022 naar 5,43 in 2023.

Maximumbijdrageloon in 2023
Het maximumbedrag (maximumbijdrageloon) dat wordt gehanteerd bij het berekenen van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw is in 2023 € 66.956 op jaarbasis. In 2022 was dat nog € 59.706.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-06T11:47:19+01:007 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Inhouding minimumloon Zorgverzekeringswet 2023

  • Eigenwoningforfait en arbeidskorting 2023 bekend

Eigenwoningforfait en arbeidskorting 2023 bekend

Het eigenwoningforfait en de omvang van de arbeidskorting voor volgend jaar zijn onlangs bekendgemaakt. Het vaststellen van deze cijfers en percentages gebeurt aan de hand van wettelijk voorgeschreven regels.

Eigenwoningforfait daalt naar 0,35%
Het eigenwoningforfait daalt voor woningen met een WOZ-waarde tussen €75.000 en €1.130.000 van 0,45% naar 0,35%. Deze neerwaartse aanpassing is enerzijds het gevolg van de stijging van de huren en die van de prijs van koopwoningen, en anderzijds een in het Belastingplan 2019 al aangekondigde daling van het percentage met 0,05%.

Voordeel afhankelijk van stijging WOZ-waarde
Welk voordeel van de aanpassing per saldo oplevert, hangt af van de stijging van de WOZ-waarde. Pas bij een stijging van meer dan 28,6% slaat het voordeel om in een nadeel.

Arbeidskorting
Ook de cijfers en percentages inzake de arbeidskorting zijn bekendgemaakt. De arbeidskorting wordt geïndexeerd op basis van de tabelcorrectiefactor, de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon en door beleidsmatige aanpassingen. Deze aanpassingen resulteren in een verhoging van de arbeidskorting. Het maximum van de arbeidskorting stijgt daardoor van €4.260 naar €5.052 in 2023.

Let op! Deze cijfers moeten nog door de Eerste Kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-23T08:59:16+01:0024 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Eigenwoningforfait en arbeidskorting 2023 bekend

  • Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

Op Prinsjesdag werd al bekend dat de vrije ruimte in de werkkostenregeling volgend jaar zou stijgen naar 1,92% over een fiscale loonsom van €400.000. Deze wordt voor 2023 nog verder verhoogd naar 3%.

Werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling (WKR) kun je gebruiken om onbelast vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen (hierna: vergoedingen) aan jouw werknemers te geven. Je betaalt geen loonheffingen als jouw totale vergoedingen de vrije ruimte in een jaar niet overstijgen.

Let op! Bij overschrijding betaal je als werkgever 80% belasting over het gedeelte boven de vrije ruimte.

Hoogte vrije ruimte
In 2022 bedraagt de vrije ruimte 1,7% over jouw fiscale loonsom tot en met €400.000 en 1,18% over de fiscale loonsom daarboven. Op Prinsjesdag werd al bekend dat de 1,7% vanaf 2023 verhoogd wordt naar 1,92%. De staatssecretaris maakte onlangs echter een nog verdere verhoging naar 3% over de fiscale loonsom tot en met €400.000 bekend.
De verhoging naar 1,92% betekende al een extra onbelaste vergoedingsmogelijkheid tot maximaal €880. De verhoging naar 3% geeft je de mogelijkheid om in 2023 nog eens maximaal €4.320 extra onbelast te vergoeden. Deze maximale onbelaste vergoedingsmogelijkheid van totaal €5.200 wordt bereikt vanaf een fiscale loonsom van €400.000.

Let op! De verhoging naar 3% geldt alleen voor 2023. In 2024 daalt de vrije ruimte over de fiscale loonsom tot en met €400.000 weer naar de eerder voorgestelde 1,92%.

Voorwaarden vrije ruimte
Om gebruik te maken van de vrije ruimte moet je de vergoedingen wel vooraf aanwijzen als eindheffingsloon in de vrije ruimte. Daarnaast mogen de vergoedingen niet meer dan 30% afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is (de zogenaamde gebruikelijkheidstoets).

Tip! De beoordeling van de gebruikelijkheidstoets kan lastig zijn. Als tegemoetkoming beschouwt de Belastingdienst alle vergoedingen van maximaal €2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Dit bedrag geldt wel in alle redelijkheid. Als het loon van jouw werknemer door gebruik van deze €2.400 bijvoorbeeld lager wordt dan het wettelijke minimumloon mag je deze niet gebruiken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-24T09:45:33+02:0024 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vrije ruimte in 2023 naar 3% over fiscale loonsom van € 400.000

  • Top 10 Prinsjesdag 2022

Top 10 Prinsjesdag 2022

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag 2022 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor je op een rij.

1. Verhoging minimumloon met ruim 10%

Het minimumloon wordt in één keer met ruim 10% verhoogd per 1 januari 2023. Omdat ook de AOW en de bijstand hieraan gekoppeld zijn, zullen deze evenredig meestijgen.

2. Verhoging vrije ruimte werkkostenregeling

Door middel van de werkkostenregeling kun je als werkgever jouw personeel onbelast allerlei zaken vergoeden en verstrekken. De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt verruimd van 1,7% tot een loonsom van €400.000 in 2022 naar 1,92% tot een loonsom van €400.000 in 2023. Voor de loonsom boven de €400.000 bedraagt de vrije ruimte 1,18%. Overschrijdt je de vrije ruimte, dan betaal je 80% belasting via de eindheffing in de loonadministratie.

3. Hoger gebruikelijk loon

Als DGA ben je verplicht om jezelf een gebruikelijk loon toe te kennen en op te nemen in de salarisadministratie van jouw BV. Het gebruikelijk loon moet volgens de wet in 2022 minimaal worden vastgesteld op 75% van het loon uit de vergelijkbare dienstbetrekking. Of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij jouw BV indien een van deze bedragen hoger is dan €48.000.

Omdat dit loon lastig is vast te stellen, geldt een doelmatigheidsmarge van 25%. Die doelmatigheidsmarge wordt nu per 2023 afgeschaft. Mogelijk moet je jezelf daarom als DGA vanaf 2023 een hoger loon toekennen.

4. Tarieven vennootschapsbelasting omhoog

De tarieven in de vennootschapsbelasting gaan omhoog en de schijflengtes omlaag. Vanaf 1 januari 2023 bedraagt het tarief tot een belastbare winst van €200.000 19% en daarboven 25,8%. Hierdoor worden resultaten eerder in de hoogste schijf van 25,8% belast. De reden voor de verhoging is meer belasting ophalen bij winstgevende bedrijven om de lasten voor burgers te verlagen en de koopkracht te verhogen.

Vennootschapsbelasting  2022  2023 
Winst tot €395.000 in 2022/€ 200.000 in 2023    15,0%  19,0%  
Winst boven €395.000 in 2022/€ 200.000 in 2023   25,8%   25,8%  


5. Tarieven inkomstenbelasting omlaag en heffingskortingen omhoog

Het tarief in de 1e schijf wordt iets verlaagd: van 37,07% (2022) naar 36,93% (2023). Ook wordt de eerste tariefschijf verlengd naar €73.071 (€69.398 in 2022). De heffingskortingen worden verhoogd.

Tarief inkomstenbelasting/premies volksverzekeringen 2023  
   Belastbaar inkomen meer dan (€)   maar niet meer dan (€)   Tarief 2023 (%)  
1e schijf     73.031  36,93 
2e schijf   73.031    49,5 

Ook gaat de arbeidskorting per 1 januari 2023 omhoog in het kader van koopkrachtverbetering.

6. Twee tarieven aanmerkelijk belang

Heb je meer dan 5% van de aandelen, winstbewijzen of stemrecht in een vennootschap? Dan ben je aanmerkelijkbelanghouder. De inkomsten die je uit dit belang krijgt, zoals dividend, zijn belast in box 2 van de inkomstenbelasting. Het tarief bedraagt momenteel 26,9%.

Het kabinet is van plan om twee schijven te introduceren in box 2 met ingang van 2024, namelijk 24,5% tot €67.000 en 31% voor het bedrag daarboven.
In 2023 blijft het tarief voor box 2 gelijk aan het tarief in 2022, namelijk 26,9%.

7. Tarief box 3 stapsgewijs verhoogd

Het tarief in box 3 wordt stapsgewijs verhoogd. In 2023 bedraagt het tarief 32% (nu 31%). In 2024 en 2025 gaat het tarief van box 3 met 1% omhoog, naar respectievelijk 33% en 34%.

Om de kleine spaarder te ontzien, wordt het heffingsvrije vermogen met ingang van 2023 verhoogd van €50.650 naar €57.000.

Ten slotte wordt, als gevolg van het Kerstarrest van de Hoge Raad en het daardoor noodzakelijke rechtsherstel, de heffingsgrondslag in box 3 aangepast. De Belastingdienst gaat hierbij uit van de werkelijke verdeling van jouw vermogens over drie vermogensgroepen:

  • banktegoeden;
  • overige bezittingen (onder meer beleggingen en onroerend goed);
  • schulden.

8. Verhoging overdrachtsbelasting voor bedrijven en beleggers

De overdrachtsbelasting voor vastgoed dat niet als eigen woning aangemerkt kan worden (kort gezegd vastgoed van beleggers), stijgt van 8% naar 10,4%. Per saldo gaan bedrijven en beleggers en kopers of verhuurders van een vakantiewoning hierdoor meer overdrachtsbelasting betalen.

9. Verhoging leegwaarderatio

De leegwaarderatio is een van de huurprijs afhankelijke factor voor het berekenen van de waarde van een geheel of gedeeltelijk verhuurde woning waarbij voor de huurder huurbescherming geldt. Deze wordt met ingang van 1 januari 2023 verhoogd. Hierdoor stijgt de waarde van een verhuurde woning in box 3, zodat de verhuurder meer belasting in box 3 moet betalen. Deze aanpassing werkt ook door in de schenk- en erfbelasting.

Daarnaast vindt nog een tweetal wijzigingen plaats:

  • tijdelijke huurcontracten worden met ingang van 1 januari 2023 uitgesloten van toepassing van de leegwaarderatio;
  • indien sprake is van verhuur aan gelieerde partijen (zoals een zoon of dochter) vervalt de mogelijkheid om de leegwaarderatio toe te passen.

Let op! De leegwaarderatio is niet van toepassing bij vakantiewoningen en
niet-woningen.

10. Afbouw en afschaffing jubelton voor de eigen woning

De schenkingsvrijstelling ten behoeve van de eigen woning, ook wel de jubelton genoemd, wordt per 1 januari 2024 volledig afgeschaft. De jubelton bedraagt nu (2022) €106.671, welke geldt voor ontvangers tussen de 18 tot 40 jaar oud. In aanloop naar de afschaffing in 2024 gaat de vrijstelling per 2023 omlaag naar €28.947.

Steunpakket energie voor ondernemers?

Voor huishoudens kondigt het kabinet naast dit koopkrachtpakket een prijsplafond aan voor elektriciteit en/of gas tot een bepaald gebruik. Daarnaast kondigt minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat aan dat er rond november een steunpakket komt voor ondernemers. Het is nog onduidelijk hoe deze plannen eruit komen te zien.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

 

Door |2022-09-26T08:25:24+02:0026 september 2022|Geen categorie, Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Prinsjesdag 2022