maatregelen

Afbouw inhouding huisvesting op minimumloon

Werkgevers mogen nu nog voor de kosten van huisvesting van een werknemer maximaal 25% van het minimumloon inhouden op het wettelijke minimumloon van die werknemer. Vanaf 2026 wordt dit percentage jaarlijks met 5% verlaagd.

Inhouding huisvestingskosten

Sleutel

Met name bij arbeidsmigranten komt het veel voor dat werkgevers voor de huisvesting zorgen en daarvoor een bedrag inhouden op het loon van de werknemer. Bij een minimumloon mag die inhouding nu maximaal 25% van dat loon zijn. Het gaat hierbij om maximaal 25% van het aantal arbeidsuren dat de werknemer werkt maal het minimumuurloon.

Uitbuiting

Het kabinet meent dat deze inhouding een verdienmodel in de hand kan werken en kan leiden tot uitbuiting van arbeidsmigranten. Om die reden wil het kabinet de regeling afschaffen.

Afbouw en afschaffing

De regeling wordt niet in een keer afgeschaft, maar afgebouwd met 5% per jaar. In 2026 mag een werkgever dan nog maximaal 20% van het minimumloon inhouden, in 2027 maximaal 15%, in 2028 maximaal 10% en in 2029 maximaal 5%. Vanaf 2030 is het dan verboden op kosten van huisvesting in te houden op het minimumloon.

Tip! Het is niet zo dat een werkgever geen huisvesting meer mag verzorgen voor de werknemer. Het kabinet vindt het juist belangrijk dat werkgevers hun verantwoordelijkheid blijven nemen voor huisvesting van hun werknemers. Werkgevers kunnen straks hun werknemers bijvoorbeeld een huurcontract bieden, waarbij de werknemer zelf de betaling doet.

Verdere maatregelen

Het afbouwen en afschaffen van de regeling is onderdeel van maatregelen om de positie van arbeidsmigranten te verbeteren. Het kabinet werkt verder ook aan verbetering van de huurbescherming- en huurprijsbescherming voor arbeidsmigranten, de aanpak van misstanden bij de huisvesting, meer woningaanbod en versterking van het toezicht en de handhaving op huisvesting.

Door |2025-02-13T16:23:06+01:0013 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afbouw inhouding huisvesting op minimumloon

Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

In de op vrijdag 28 april (2023) aangeboden Voorjaarsnota 2023 valt een aantal fiscale maatregelen op die het kabinet voor ogen heeft. Zonder compleet te willen zijn, hebben wij een top 5 voor u samengesteld. We sluiten af met een opsomming van een aantal andere fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023.

1. Aanpassingen in de BOR en DSR

Al eerder kondigde het kabinet aan dat het de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling in schenk- en erfbelasting (hierna: BOR) en de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting (DSR) wil verbeteren. Ook wil het zo veel mogelijk knelpunten voor ondernemers wegnemen. Hiertoe is in de voorjaarsnota een aantal fiscale maatregelen genoemd:
1. Vanaf 2024 worden aan derden verhuurde onroerende zaken standaard aangemerkt als beleggingsvermogen in de BOR en DSR.
2. Vanaf 2025 wordt de vrijstelling in de BOR 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot 1,5 miljoen euro en 70% over het meerdere aan ondernemingsvermogen. Nu ligt de grens bij 1,2 miljoen en bedraagt het percentage boven die 1,2 miljoen nog 83%.
3. De doelmatigheidsmarges in de BOR en in de DSR worden afgeschaft. Door deze doelmatigheidsmarges wordt nu nog beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen aangemerkt als ondernemingsvermogen.
4. Bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt, kwalificeren straks alleen nog voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt voor de BOR en de DSR.
5. Alleen reguliere aandelen met een belang van 5% die volledig meedelen in de winstgerechtigheid en liquidatieopbrengst komen straks nog in aanmerking voor de BOR en de DSR.
6. De bezits- en voortzettingseis in de BOR worden in bepaalde situaties versoepeld en de dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft.
7. Constructies met de BOR (dubbel gebruik van de BOR en oneigenlijk gebruik van de BOR door constructies met personen op hoge leeftijd, ook wel rollatorinvesteringen genoemd) worden aangepakt.

Let op!Over de maatregelen zijn nog weinig details bekend. De planning is dat deze maatregelen eind juni 2023 in een Kamerbrief uitgebreider worden toegelicht

2. Verfijningen in box 3 vanaf 2023

Het kabinet is voornemens om de volgende verfijningen in box 3 vanaf 2023 te realiseren:
1. Een aandeel in het vermogen van een VvE wordt in de categorie banktegoeden geplaatst (in plaats van in de categorie overige bezittingen tegen een veel hoger forfait van 6,17% in 2023).
2. Een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris wordt ook in de categorie banktegoeden geplaatst in plaats van in de categorie overige bezittingen.
3. Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.”

Tip!Al eerder bekend, maar nu ook in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, is het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (naar op zijn vroegst 2027).

3. Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) bij stoppersregelingen

Als een HIR gevormd is, kan deze later worden afgeboekt bij de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel. Hiervoor gelden allerlei voorwaarden. Voor het toepassen van een HIR bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen gelden nu al soepelere voorwaarden. Deze voorwaarden worden per 2024 verruimd, zodat de HIR ook toegankelijker wordt voor onder andere stoppende agrariërs.

4. Afschaffen betalingskorting inkomstenbelasting

Als een voorlopige aanslag gedurende het lopende jaar in een keer wordt betaald, kan in de inkomstenbelasting een betalingskorting worden toegepast. Vanaf 2023 is deze betalingskorting voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting al afgeschaft. Vanaf 2024 wordt deze betalingskorting ook voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting afgeschaft.

5. Afschaffing of versobering laag btw-tarief voor sierteelt, arbeidsintensieve diensten, cultuur en logies?

Het kabinet geeft in de Voorjaarsnota 2023 aan dat het in de aanloop naar de augustusbesluitvorming gaat kijken naar de doelmatigheid van het lage btw-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% btw-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Vóór Prinsjesdag 2023 beslist het kabinet welke vervolgstappen het neemt. Als het kabinet beslist tot afschaffing van het 9%-btw-tarief voor een of meer van deze groepen of voor versobering, neemt het kabinet de impact op specifieke groepen daarin mee.

Andere fiscale maatregelen

In de Voorjaarsnota zijn nog meer fiscale maatregelen opgenomen. Zonder compleet te willen zijn, noemen wij:
• Afschaffen STAP-budget vanaf 2024; de aanvraagronde die op 1 mei 2023 start, staat in ieder geval wel nog open.
• Afschaffen loonkostenvoordelen voor ouderen per 1 januari 2026; de uitbetaling van het loonkostenvoordeel 2025 vindt nog wel in 2026 plaats.
• De huidige twee regelingen voor het onbelast verstrekken van ov-abonnementen door werkgevers worden vervangen door één vrijstelling.
• Vanaf 2024 worden het aftrekpercentage van de EIA en het maximale investeringsbedrag structureel verlaagd.
• Vanaf 1 januari 2025 is bij culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht btw verschuldigd in de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer.
• Medio juni 2023 komt het kabinet met voorstellen om een aantal bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te beëindigen of te versoberen.

Let op!De maatregelen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T21:01:53+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

  • Nieuwsbrief april 2023

Nieuwsbrief april 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 10 april 2023, 20:00 uur.


1. Nieuwe maatregelen voor de arbeidsmarkt

Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Het pakket is bedoeld om werkenden meer inkomenszekerheid te bieden en om ondernemers meer flexibiliteit te geven. Zelfstandigen moeten zich bij tegenslag beter beschermd weten.

Zekerheid voor werkenden
Het vaste contract moet weer de norm worden. Dit betekent onder meer dat nulurencontracten worden verboden. Werknemers met een oproepcontract dienen een vast basiscontract te krijgen voor het aantal uren waarvoor ze ten minste standaard worden ingeroosterd. Dit moet hun een stuk zekerheid gaan bieden. Ook uitzendkrachten krijgen dan sneller een contract met meer zekerheid.

Onderbrekingstermijn naar vijf jaar
De onderbrekingstermijn na drie tijdelijke contracten wordt opgerekt van zes maanden naar vijf jaar. Pas na vijf jaar mag de werkgever een nieuw contract aanbieden. Draaideurconstructies worden hierdoor een halt toegeroepen.

Verplichte AOV
Zelfstandigen krijgen te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kabinet verkent de mogelijkheid van een ‘opt-out’. Dat wil zeggen de optie om uit de publieke verzekering te stappen als de zelfstandige een private verzekering afsluit met ten minste dezelfde dekking en premie als de publieke variant. Het doel van de opt-out is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf te bepalen welke verzekering voor hen passend is, zodat deze tegemoetkomt aan de verzekeringsbehoefte die de zelfstandige heeft.

Verlenging IOW
De Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) wordt nogmaals met een periode van vier jaar verlengd. Deze wet verstrekt aan werknemers die ouder zijn dan 60 jaar en 4 maanden, aansluitend aan de verlengde WW- of de WGA-uitkering, een uitkering op bijstandsniveau zonder een partner- en vermogenstoets.

Flexibiliteit voor ondernemers
Ondernemerschap moet worden gestimuleerd, ook als het gaat om kleine organisaties. De re-integratie van zieke werknemers zal zich in het tweede ziektejaar primair richten op re-integratie in spoor 2, dus bij een andere werkgever. Hierdoor krijgen kleine en middelgrote werkgevers (tot en met 100 werknemers) al na één ziektejaar van een werknemer duidelijkheid over de mogelijkheid van duurzame vervanging van deze medewerker, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten.

Crisisregeling
Werkgevers die te maken krijgen met een crisis of calamiteit die buiten het reguliere ondernemersrisico valt (denk aan de Coronacrisis), kunnen een beroep doen op de Crisisregeling Personeelsbehoud (voorheen Deeltijd WW). Die regeling maakt het mogelijk dat werknemers maximaal zes maanden op een andere plek in het bedrijf kunnen werken of tijdelijk minder gaan werken met behoud van hun WW-rechten. Verlenging van deze regeling is niet mogelijk.

Minder werk?
De werkgever kan ervoor kiezen werknemers minimaal 20% minder te laten werken. Over het aantal niet-gewerkte uren wordt 80% loon betaald, waarbij het totale loon niet meer dan 10% mag dalen. Ook mag het inkomen van de werknemer niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Als de werkgever hiervoor kiest, kan deze een tegemoetkoming van 60% voor de loonkosten van de niet-gewerkte uren aanvragen.

Wijziging WW-premie
Ook ten aanzien van de WW-premie komen er wijzigingen. Zo worden bij grote vaste contracten van minimaal 30 uur (thans: 35 uur) de kosten in de WW-premie voor overwerk beperkt. Het vaste basiscontract gaat onder de lage WW-premie vallen.

Let op!
Dit pakket aan maatregelen moet nog verder worden uitgewerkt en voorgelegd worden aan de Tweede en Eerste Kamer.


2. Bezorgers Deliveroo zijn werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezorgers van Deliveroo in Nederland werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst, met als consequentie dat zij werknemersbescherming hebben. Dit houdt in dat zij recht hebben op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen.

Drie eisen van de arbeidsovereenkomst
De Hoge Raad deed onlangs uitspraak in de zaak van de bezorgers van het inmiddels uit Nederland vertrokken platform Deliveroo. Volgens de Hoge Raad is voldaan aan de drie eisen die de wet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst verbindt, te weten:

  • persoonlijke arbeidsverrichting door de werknemer;
  • loonbetaling door de werkgever; en
  • het werken onder gezag van de werkgever.

Dat de bezorgers de vrijheid hadden om al dan niet in te loggen op de app waarmee zij maaltijdritten konden accepteren en het feit dat zij de vrijheid hadden zich te laten vervangen, waren in deze zaak onvoldoende om niet van een arbeidsovereenkomst te spreken.

Omstandigheden van het geval
Het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad namelijk af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Om het onderlinge verband van alle genoemde omstandigheden te bepalen, gaat de Hoge Raad uit van een zogenaamde holistische benadering. Hierbij wordt gekeken vanuit diverse gezichtspunten. Van belang kunnen onder meer zijn:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  • het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  • de hoogte van deze beloningen;
  • de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.

Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verwerven van een reputatie, het plegen van acquisitie en de fiscale behandeling, mede gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Wetgever aan zet
Het is nu aan de wetgever om een en ander tot uitdrukking te brengen in nieuwe wetgeving. Met name de nadere invulling van het begrip ‘organisatorische inbedding’ is van belang voor bedrijven die werken met zzp’ers die werkzaamheden verrichten die tot de normale bedrijfsvoering behoren.


3. Wet toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen

Op 14 maart 2023 heeft de Tweede Kamer de wet Toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen. Hierin is onder meer opgenomen dat werkgevers verplicht zijn een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten, zodanig dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen.

Let op!
Deze wet zal waarschijnlijk in mei 2024 in werking treden.

Onbewuste vooroordelen
Veel werkgevers selecteren kandidaten op basis van een eerste indruk. Dit betekent in veel gevallen dat de kandidaat gelijkenissen vertoont met degene die hem of haar aanneemt. Hierdoor neemt de kans op een organisatie met een divers personeelsbestand af. Daarom is het van belang stil te staan bij deze onbewust levende (voor)oordelen.

Verplichte werkwijze opstellen
Om bedrijven actief na te laten denken over de vaak onbewuste discriminatie, is de wet Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie in het leven geroepen. Werkgevers zijn op grond van deze wet verplicht een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten en ervoor zorgen dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen. Deze verplichting gaat gelden voor alle werkgevers.

Vastleggen door ‘grotere’ werkgevers
Uit de ‘werkwijze’ moet blijken dat er uitsluitend geworven wordt op basis van relevante functie-eisen. De werkwijze moet controleerbaar en systematisch ingericht zijn. Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten deze werkwijze op schrift uitwerken.

Kleinere werkgevers
Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers hoeven dit pas op schrift te stellen als de Arbeidsinspectie dit eist of als de werkgever gerechtelijk is veroordeeld voor een verboden onderscheid of als er een oordeel is van het College voor de Rechten van de Mens in verband met een verboden onderscheid.

Inspectie
De Nederlandse Arbeidsinspectie is de handhavende instantie. Signaleert deze tekortkomingen, dan krijgt de werkgever een mogelijkheid om deze te herstellen. Als deze niet hersteld worden, kan de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen van maximaal €4.500.

Meldplicht intermediairs
Er gaat een meldplicht gelden voor intermediairs. Deze meldplicht houdt in dat intermediairs moeten beschikken over een ‘procedure’ hoe met verzoeken die (vermoedelijk) tot arbeidsmarktdiscriminatie (kunnen) leiden, wordt omgegaan. Zij moeten deze procedure ook toepassen. Er geldt weliswaar geen schriftelijkheidseis, maar het is aan te raden de procedure schriftelijk vast te leggen.

Het gaat er concreet om dat bij een (mogelijk) discriminerend verzoek door een opdrachtgever – denk bijvoorbeeld aan een werkervaringseis – de intermediair eerst hierover het gesprek moet gaan voeren met de opdrachtgever om het verzoek aan te passen. Leidt dit niet tot een oplossing, dan moet de intermediair dit melden bij de Arbeidsinspectie. Op basis van deze melding kan de Arbeidsinspectie de werkwijze voor het wervings- en selectiebeleid van de opdrachtgever controleren.

Vervolg
De Eerste Kamer moet nog instemmen met deze wet. De eisen aan de werkwijze worden verder uitgewerkt en vastgelegd in nadere regels. Ook worden hulpmiddelen voor werkgevers ontwikkeld. De wet treedt naar verwachting vanaf medio 2024 in werking.


4. Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vind je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend
Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.

Nieuwsbrief april 2023

*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan
De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!
Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:

  • volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van jouw vermogen, en
  • volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.

Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.

Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijke behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op!
De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van jouw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.

Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op!
De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep, dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).


5. Voorkom belastingrente inkomsten- en vennootschapsbelasting

Als de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting aan je oplegt met een te betalen bedrag, berekent de Belastingdienst in beginsel ook belastingrente. Deze rente bedraagt 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Je kan deze belastingrente voorkomen. De Belastingdienst berekent namelijk geen belastingrente over jouw aanslag inkomstenbelasting 2022 als je voor 1 mei 2023 jouw aangifte indient of om een voorlopige aanslag vraagt. Over jouw aanslag vennootschapsbelasting 2022 berekent de Belastingdienst geen belastingrente als je voor 1 juni 2023 jouw aangifte indient of voor 1 mei 2023 om een voorlopige aanslag vraagt.


6. Welke verplichtingen heb je bij loonbeslag?

Als beslag op het loon van jouw werknemer wordt gelegd, heb je als werkgever een aantal verplichtingen. Zo ben je verplicht de vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer (het verklaringsformulier derdenbeslag) in te vullen en terug te sturen naar de deurwaarder. Dit moet na ten minste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken. Doe je dit niet, dan loop je het risico schade te moeten vergoeden en/of het bedrag waarvoor beslag is gelegd zelf te moeten betalen. Daarna moet je een bedrag ter grootte van het nettoloon na aftrek van de beslagvrije voet maandelijks aan de beslaglegger betalen. Als je weigert, kan de rechter je veroordelen tot nakoming van deze verplichting. De beslagvrije voet is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Je kan dit bedrag samen met jouw werknemer narekenen via www.uwbeslagvrijevoet.nl. Als het niet klopt, kan jouw werknemer daartegen bezwaar maken.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0011 april 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2023
  • Subsidie Coronabanen weer aan te vragen

Subsidie Coronabanen weer aan te vragen

Zorginstellingen kunnen uiterlijk 6 december 2022 subsidie aanvragen voor de zogenaamde Coronabanen. Dit zijn banen in de zorg met een ondersteunende functie. De subsidie heeft betrekking op gerealiseerde Coronabanen voor de periode van januari 2022 tot en met juni 2022.

Coronabanen
Door deze subsidie ontstonden er banen voor mensen die in sectoren werkten waar door Corona tijdelijk minder werk was. Zo werd tijdens de Coronacrisis de zorg ontlast. De banen waarop de subsidie betrekking had betroffen bijvoorbeeld gastvrouwen, zorg-assistenten, ADL–ondersteuners, welzijnsassistenten en ondersteuners veiligheid.

Extra maatregelen
De subsidieregeling werd begin 2022 opgeschort, nadat duidelijk werd dat er met de regeling werd gefraudeerd. Om verder misbruik te voorkomen zijn er extra maatregelen getroffen. Zo wordt er nu niet meer gewerkt met voorschotten en vindt uitbetaling pas plaats na controle en vaststelling van de subsidie.

Let op! Aanvragen van de subsidie kan tot 6 december 2022 17.00 uur via de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T14:57:18+01:0030 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidie Coronabanen weer aan te vragen

  • Subsidie Waardevermeerdering verlengd tot 1 juni 2023

Subsidie Waardevermeerdering verlengd tot 1 juni 2023

Inwoners die te maken hebben met de afhandeling van aardbevingsschade als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld of de gasopslag Norg, kunnen tot 1 juni 2023 de subsidie Waardevermeerdering aanvragen. Dit is een subsidie van maximaal €4.000 voor energiebesparende maatregelen of verduurzamingsmaatregelen.

Voorwaarden
De subsidie heeft als belangrijkste voorwaarde dat er minstens €1.000 erkende schade is geleden. Dit kan blijken uit bijvoorbeeld een erkend schaderapport of een rechterlijke uitspraak. Panden moeten ook een woonbestemming hebben om voor de subsidie in aanmerking te komen.

Omvang subsidie
De subsidie bedraagt 100% van de kosten met een maximum van €4.000. Subsidiabele kosten zijn bijvoorbeeld de kosten van zonnepanelen, muurisolatie of een warmtepomp.

SNN voert uit
De uitvoering van de subsidie ligt in handen van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN). Aanvragen dienen digitaal te worden ingediend via de site van het SNN.

Soms ook subsidie ná 1 juni 2023
Vanaf 1 juni 2023 gaat de Waardevermeerderingsregeling in aangepaste vorm door. Voor aanvragen ná 1 juni 2023 gelden nieuwe voorwaarden. De regeling is vanaf dan alleen nog bedoeld voor inwoners die meer dan een jaar moeten wachten op een schadebesluit van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-23T08:24:02+01:0023 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidie Waardevermeerdering verlengd tot 1 juni 2023

  • Verlaagde accijnzen brandstoffen ook in 2023

Verlaagde accijnzen brandstoffen ook in 2023

De verlaagde accijnzen op brandstoffen blijven tot 1 juli 2023 van kracht. Daarna wordt de verlaging gehalveerd tot 1 januari 2024. Daarnaast wordt de jaarlijkse indexatie van de accijnstarieven uitgesteld tot 1 juli 2023, net als de al aangekondigde verhoging van het accijnstarief met 4,38 cent/liter voor diesel.

Hoge brandstofprijzen
Met de accijnsverlaging wil het kabinet iets doen aan de hoge brandstofprijzen. De accijnsverlaging bedraagt voor ongelode benzine 17,3 cent per liter, voor diesel 11,1 cent en voor lpg 4,1 cent. Vanaf 1 juli 2023 zullen de prijzen aan de pomp dus weer gaan stijgen, met name voor diesel. Ondanks dat de accijnsverlaging dan nog voor de helft van kracht blijft, stijgt de accijns op diesel dan toch met bijna 10 cent per liter.

Ook vervoersector profiteert
Ook bedrijven, met name de vervoersector, zullen van deze maatregelen profiteren. Volgens het kabinet doet dit enigszins af aan de doelmatigheid van de maatregelen.

Let op! Deze voorgenomen maatregelen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-08T10:47:28+01:0011 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verlaagde accijnzen brandstoffen ook in 2023

  • Extra lastenverlichting voor MKB

Extra lastenverlichting voor MKB

Het kabinet trekt voor de jaren 2023 tot en met 2027 per jaar €500 miljoen extra uit voor lastenverlichting voor het MKB. Denk aan verhoging van het budget voor de MIA en EIA, een indexering van de WBSO en een verruiming van het LIV. Hiernaast gaat de voorgenomen verhoging per 2025 van de wegenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers niet door.

MIA en EIA
Het pakket aan maatregelen is er vooral op gericht investeringen in het MKB aan te jagen. Zoals al aangegeven in de Miljoenennota wordt onder meer het budget voor de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de energie-investeringsaftrek (EIA) verhoogd, in totaal met €150 miljoen.

Willekeurige afschrijving
Daarnaast mogen investeringen in nieuw aangewezen bedrijfsmiddelen in 2023 willekeurig worden afgeschreven. Welke investeringen dit betreffen, is nog niet bekendgemaakt.

Indexatie WBSO
Onderdeel van het pakket is ook een indexering van de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO). De WBSO is een fiscale korting op de loonkosten voor onderzoek en ontwikkeling om innovatie te stimuleren. Bedrijven met personeel kunnen tevens een extra aftrek ontvangen over andere kosten en uitgaven van het S&O-project. Denk aan de inkoop van materialen.
De korting bedraagt in 2022 32% op innovatiekosten tot €350.000, daarboven bedraagt de korting 16%. De indexering zal mogelijk betrekking hebben op de grens van €350.000, zodat langer van het hogere percentage geprofiteerd kan worden.

Lage-inkomensvoordeel verruimd
Ook het lage-inkomensvoordeel (LIV) wordt tijdelijk verruimd. Via het LIV krijgt een werkgever een tegemoetkoming in de loonkosten voor werknemers die niet meer dan 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Hoe de verruiming eruit komt te zien, is nog niet bekend.

Wegenbelasting bestelauto’s niet verhoogd
Ook de voorgenomen verhoging van de wegenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers per 2025 wordt geschrapt. Het verlaagde tarief zou in 2025 verhoogd worden met 15% en in 2026 met nogmaals 6,96%. Dekking wordt gevonden door de BPM bij import van gebruikte auto’s te verhogen, de kansspelbelasting te verhogen, evenals de accijns op rooktabak.

Let op! Het kabinet is van plan vanaf 2028 jaarlijks €600 miljoen beschikbaar te stellen voor alle bovengenoemde tegemoetkomingen voor het MKB.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-07T11:04:17+01:0011 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra lastenverlichting voor MKB

  • Extra subsidie voor energiebesparende maatregelen

Extra subsidie voor energiebesparende maatregelen

Vanwege het grote aantal aanvragen, trekt het kabinet €62 miljoen extra uit voor energiebesparende maatregelen via de ISDE-regeling. Daardoor is er in 2022 in totaal €290 miljoen voor deze regeling beschikbaar.

ISDE-regeling
De Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing voor woningeigenaren (ISDE) is een subsidie voor eigenaren van een koopwoning waarbij die woning als hoofdverblijf dient. Via de ISDE kan subsidie verkregen worden voor isolatiemaatregelen, (hybride) warmtepompen, zonneboilers en aansluitingen op een warmtenet. Je kunt de ISDE aanvragen via RVO.nl.

Zakelijke gebruikers
Daarnaast is er binnen de ISDE in 2022 specifiek voor zakelijke gebruikers €30 miljoen beschikbaar voor kleinschalige windturbines en zonnepanelen. De subsidie geldt voor alle rechtspersonen, maar ook voor een maatschap, stichting, VOF en CV. Deze specifieke tegemoetkoming loopt tot en met 31 december 2023, aanvragen gaat ook via RVO.nl.

Omvang subsidie
De omvang van de subsidie voor particulieren bedraagt bij één subsidiemaatregel ongeveer 15%. Bij een tweede subsidiemaatregel is dit ongeveer 30%. De subsidie voor zakelijke gebruikers bedraagt voor kleinschalige windturbines maximaal €66,- per m2 rotoroppervlak. De subsidie voor zonnepanelen bedraagt voor hen €125 per kW gezamenlijk piekvermogen.

Na jouw aanvraag
De RVO probeert jouw aanvraag binnen acht weken af te handelen. Lukt dat niet, dan ontvang je na ongeveer zeven weken een brief waarin staat dat de afhandeltermijn verlengd wordt. Op dit moment kan het afhandelen van een aanvraag langer duren. Keurt de RVO jouw aanvraag goed, dan krijg je een verlening waarmee de RVO een reservering doet op het subsidiebudget. Daarna heb je twaalf maanden de tijd om jouw project te realiseren.

Let op! De ISDE voor particulieren loopt door tot 2030. Hoeveel er de komende jaren voor deze subsidie in de pot zit, is nog niet bekend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-01T09:47:19+01:001 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra subsidie voor energiebesparende maatregelen

  • Top 10 Eindejaartips

Top 10 Eindejaartips

Welke fiscale maatregelen kun je als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor je kunnen uitpakken? Hoe kun je nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2023 gaan gelden? Tien praktische tips.

Let op! Een aantal van deze tips komt uit het Belastingplan 2023 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Ook worden er door het kabinet steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden plannen herzien, derhalve is het belangrijk om altijd even contact op te nemen met jouw adviseur om te overleggen.

1. Koop dit jaar nog een elektrische auto
Was je al van plan op korte termijn een elektrische auto te kopen die meer kost dan €30.000 en deze op de zaak te zetten, koop die auto dan – indien mogelijk – nog dit jaar. Vanaf 2023 wordt de verlaagde bijtelling van 16% namelijk nog slechts berekend over een cataloguswaarde van maximaal €30.000 in plaats van €35.000 nu. Het scheelt je 6%-punt aan bijtelling (16% i.p.v. 22%) over de cataloguswaarde van €30.000 tot €35.000, gedurende maximaal vijf jaar.

2. Optimaliseer de samenstelling van jouw box 3-vermogen
Over de heffing over vermogen, oftewel de box 3-heffing, is de afgelopen periode zeer veel te doen geweest. Vanaf 2026 moet er heffing over het werkelijk rendement gaan plaatsvinden. Tot die tijd wordt vanaf 2023 het inkomen nog steeds bepaald aan de hand van fictieve rendementen. Hierbij wordt echter uitgegaan van de werkelijke samenstelling van iemands vermogen verdeeld over drie verschillende categorieën: 1. bank- en spaartegoeden, deposito, contant geld; 2. alle overige bezittingen; 3. alle schulden. Elke categorie kent een eigen fictief rendement. De hoogte van categorie 1 en 3 is nog onbekend, maar categorie 2 zal (met 6,17% in 2023) beduidend hoger zijn dan categorie 1. Omdat de peildatum van het vermogen op 1 januari ligt, heb je nog slechts kort de tijd om je daarop voor te bereiden. Houd er daarbij rekening mee dat heen en weer schuiven van vermogen binnen drie maanden rond de jaarwisseling genegeerd kan worden door anti-misbruikwetgeving.

3. Gebruik de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt dit jaar 1,7% tot een loonsom van €400.000 en 1,18% over het meerdere. Tot dit bedrag kun je jouw personeel onbelast allerlei zaken vergoeden en verstrekken, zoals het bekende kerstpakket, terwijl ook jij als werkgever geen belasting betaalt zolang je binnen de vrije ruimte blijft. Gebruik de vrije ruimte dus nog dit jaar, want ongebruikte vrije ruimte kun je niet doorschuiven naar 2023.

4. Koop in 2022 nog een zakenpand, vakantiewoning of beleggingspand
De aankoop van een zakenpand, vakantiewoning of beleggingspand wordt in 2023 duurder. Dit vanwege de verhoging van de overdrachtsbelasting voor deze panden. Was je van plan op korte termijn zo’n pand te kopen, doe dat dan nog in 2022. Je betaalt nu nog 8%, in 2023 10,4%. Dit betekent dat je daardoor 30% meer overdrachtsbelasting betaalt.

5. Schenk voor eigen woning
Wil je jouw kinderen of een derde een bedrag schenken in verband met de aankoop van een eigen woning, dan is deze schenking dit jaar nog onbelast tot een bedrag van €106.671. De vrijstelling wordt in 2023 verminderd naar €28.947 en vanaf 2024 geheel afgeschaft. Je kan alleen in 2022 dus nog volledig van de vrijstelling profiteren. In de huidige regeling heeft de ontvanger van de schenking drie jaar om de schenking voor de eigen woning te besteden. Voor schenkingen gedaan in 2022 blijft deze regeling gehandhaafd: deze kunnen dus nog tot uiterlijk 2024 worden besteed aan de eigen woning.
De vrijstelling kon tot nu toe onder voorwaarden gespreid over drie opeenvolgende jaren benut worden. Schenkingen die in 2021 zijn gedaan en waarbij een beroep is gedaan op de vrijstelling voor de eigen woning, behouden deze mogelijkheid: in 2022 en 2023 kan dus nog onder de vrijstelling nader geschonken worden. Schenkingen die in 2022 zijn gedaan, kunnen alleen nog in 2023 worden aangevuld tot het maximumbedrag dat voor 2022 gold. Vanaf 2023 is spreiding niet meer mogelijk.

6. Speel in op hogere bijtelling na 5 jaar
De percentages aan bijtelling voor de auto van de zaak gelden voor een periode van 60 maanden. Daarna geldt het voor dat jaar geldende percentage. Dit betekent dat voor elektrische auto’s die in 2018 voor het eerst op naam zijn gesteld, de bijtelling van 4% over de hele cataloguswaarde in de loop van 2023 wijzigt in een bijtelling van 16% over de eerste €30.000 en 22% over het meerdere. Bezit je zo’n auto, dan kun je wellicht de hogere bijtelling voorkomen. Bijvoorbeeld door de auto naar privé te halen. Deze optie is met name interessant voor de DGA. Voor de ondernemer in de inkomstenbelasting is dit alleen mogelijk als de auto in 2023 niet meer dan 10% zakelijk gebruikt gaat worden. Een andere optie is de auto nog maximaal 500 km privé te gebruiken. Je krijgt dan geen bijtelling meer.

7. Cluster jouw zorgkosten
Zorgkosten zijn nog steeds aftrekbaar. Dit jaar kan dat nog tegen maximaal 40%, volgend jaar tegen maximaal 36,93%. Er geldt wel een drempel, wat betekent dat alleen de zorgkosten boven deze drempel aftrekbaar zijn. Heb je bijvoorbeeld dit jaar een fors bedrag aan de tandarts uitgegeven en wil je bijvoorbeeld een nieuw hoortoestel aanschaffen, overweeg dit dan nog dit jaar te doen. Waarschijnlijk schiet je dan voor een groter bedrag over de drempel heen, wat je belastingbesparing oplevert.

8. Beoordeel hoogte gebruikelijk loon in combinatie met kostenvergoedingen en auto van de zaak
Als DGA ben je verplicht jaarlijks een gebruikelijk loon op te nemen dat belast wordt in box 1. Kostenvergoedingen tellen, mits deze individualiseer zijn, mee voor het gebruikelijk loon. Daardoor hoef je misschien minder brutoloon op te nemen. Het maakt niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Ook de bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon. Bij een auto van bijvoorbeeld €60.000 en een bijtelling van 22%, kun je het brutoloon dus €60.000 x 22% = € 13.200 lager vaststellen.

9. Optimaliseer KIA, let op wijzigingen VPB
Als je dit jaar meer dan €2.400 investeert, heb je mogelijk recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een extra aftrek op de winst. De aftrek loopt af naarmate je meer investeert vanaf een bedrag van €110.999. Overschrijden jouw investeringen dit bedrag, overweeg dan investeringen op het eind van dit jaar uit te stellen, als je daarmee in 2022 en 2023 een hogere KIA krijgt. Heb je voor de investering ook recht op energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA), beoordeel dan of het verstandig is om de investering uit te stellen. Pas aan het einde van 2022 wordt namelijk duidelijk welke investeringen in 2023 voor EIA en MIA in aanmerking komen. Mogelijk komt jouw investering in 2023 dan niet meer in aanmerking, maar het kan ook zijn dat de EIA en/of MIA in 2023 tot een hogere aftrek leidt. In verband met de geplande verlaging van de tariefschijf en de verhoging van het tarief in de vennootschapsbelasting, kan het wel weer raadzaam zijn om investeringen uit te stellen. Investeer je dit jaar €2.400 of minder, overweeg dan juist een voorgenomen investering in 2023 naar voren te halen.

10. Heroverweeg fiscale eenheid
Het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 15% tot een winst van €395.000. Volgend jaar geldt een tarief van 19% tot €200.000. Boven genoemde winsten bedraagt het tarief 25,8%. Je betaalt in 2023 in de eerste schijf dus meer belasting. Bovendien is deze schijf een stuk korter en valt je winst sneller in het tarief van 25,8%. Bezit je meerdere BV’s, dan kun je via een fiscale eenheid winsten en verliezen onderling verrekenen. Tegenover dit voordeel staat het nadeel dat je slechts één keer van de lage tariefschijf profiteert. Hoewel het belastingvoordeel vanaf 2023 een stuk minder is dan in 2022 (maximaal €13.600 vanaf 2023 tegenover €42.660 in 2022), wil je wellicht toch nog jouw fiscale eenheid heroverwegen. Als je een verbreking per 2023 wilt realiseren, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2023 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:14:28+02:0018 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Eindejaartips

  • Subsidieregeling Verduurzaming MKB per direct stopgezet

Subsidieregeling Verduurzaming MKB per direct stopgezet

De SVM, de subsidieregeling voor het MKB voor advies en ondersteuning bij het nemen van energiebesparende maatregelen, is stopgezet in zijn huidige vorm. Er blijkt sprake te zijn van sjoemelende adviseurs die de MKB-ondernemer niet of op een niet correcte wijze adviseerden.

Klachten van het MKB
Ondernemers in het MKB die energie willen besparen, konden vanaf 1 oktober 2021 de SVM aanvragen voor onder meer noodzakelijke advieskosten, zoals voor financiering. Deze subsidie zou lopen tot en met 30 september 2022, maar is nu per direct dus stopgezet.
De laatste tijd kwamen er klachten binnen bij de RVO over onder meer kwalitatief slechte of misleidende adviezen en over adviseurs die zich voordeden als RVO-medewerkers.

Lopende zaken
De MKB-ondernemer die reeds kosten heeft gemaakt, kan nog wel een subsidieverzoek indienen. Ook worden lopende aanvragen afgehandeld.

Nieuw leven inblazen
Het kabinet wil de regeling graag weer opstarten, echter gaat zij eerst bekijken welke strengere eisen er gesteld moeten worden aan de adviseurs en aan de adviezen en ondersteuning. Zodra er meer bekend is, zullen wij jou hierover informeren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-18T14:24:00+02:0018 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidieregeling Verduurzaming MKB per direct stopgezet