loon

Meer transparantie en openheid loon mannen en vrouwen

Een wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen moet het verschil in loon tussen mannen en vrouwen tegengaan. Dit wetsvoorstel ligt nu ter internetconsultatie. Wat houdt het voorstel in?

Loonverschillen

Handen schudden

Uit onderzoek van het CBS is gebleken dat vrouwen gemiddeld per uur zo’n 13% minder verdienen dan hun mannelijke collega’s. Vanaf 14 november, op Equal Pay Day, werken vrouwen ongeveer de rest van het jaar symbolisch ‘voor niets’. Dit fenomeen geldt niet alleen in Nederland, maar ook in Europa.

Europese richtlijn

Om te zorgen dat dit verschil in loon tussen mannen en vrouwen wordt weggenomen, heeft de Europese Commissie een richtlijn opgesteld. Deze verplicht lidstaten onder meer maatregelen te nemen die zorgen voor openheid over beloning en die de rechtsbescherming van werknemers versterken. EU-richtlijnen moeten altijd worden omgezet in nationale wetgeving.

Internetconsultatie

Er ligt momenteel een internetconsultatie voor waarin deze richtlijn is uitgewerkt in een concreet wetsvoorstel implementatie Richtlijn loontransparantie mannen en vrouwen. Deze internetconsultatie loopt tot en met 7 mei 2025.

Meer transparantie en openheid

De wet beoogt meer transparantie en openheid te geven over loonverschillen tussen mannen en vrouwen. Daarnaast wordt de rechtspositie van werknemers versterkt. Het doel is hiermee loonverschillen tegen te gaan. Wat omvat het wetsvoorstel onder meer:

  • Werkgevers worden verplicht tot het hebben van loonstructuren met objectieve criteria op basis waarvan zij werknemers belonen.
  • Daarnaast gaan diverse transparantiemaatregelen gelden voor werkgevers, met als doel de informatiepositie van (potentiële) werknemers te verbeteren.
  • Werkgevers mogen sollicitanten geen vragen meer stellen over hun salarisgeschiedenis.
  • Werkgevers vanaf 100 werknemers worden verplicht te rapporteren over loonverschillen binnen hun organisaties. Deze informatie wordt grotendeels openbaar gemaakt.

Versterking informatiepositie werknemer

Het wetsvoorstel versterkt de informatiepositie van werknemers doordat ze inzicht kunnen krijgen in het gemiddelde salaris van werknemers die hetzelfde of gelijkwaardig werk verrichten. Ook de verplichting tot transparantie over de beloning voorafgaand aan de indiensttreding zal sollicitanten een betere informatiepositie geven.

Tip! Er is een tool die door Women Inc. is ontwikkeld met subsidie van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die werkgevers helpt om zelf aan de slag te gaan met gelijkere beloningen op de werkvloer.

Door |2025-04-17T14:32:52+02:0017 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Meer transparantie en openheid loon mannen en vrouwen

Wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025

Het wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025 is bekend. De stijging t.o.v. 1 januari 2025 bedraagt afgerond 2,42%.

Wettelijk minimum(jeugd)lonen

Portemonnee

Het wettelijk minimumuurloon stijgt van € 14,06 per 1 januari 2025 naar € 14,40 per 1 juli 2025.

Met de stijging van het wettelijk minimumuurloon stijgen ook de minimumjeugdlonen als volgt.

 

 Leeftijd  Staffeling  Minimumloon per uur
 21 jaar en ouder  100,0%  € 14,40
 20 jaar  80,0%  € 11,52
 19 jaar  60,0%  € 8,64
 18 jaar  50,0%  € 7,20
 17 jaar  39,5%  € 5,69
 16 jaar  34,5%  € 4,97
 15 jaar  30,0%  € 4,32

 

Beroepsbegeleidende leerweg (bbl)

Voor werknemers die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst die is aangegaan in verband met een bbl gelden per 1 juli 2025 de volgende minimumuurlonen:

 

Leeftijd Staffeling Minimumloon per uur
21 jaar en ouder 100,0% € 14,40
20 jaar 61,5% € 8,86
19 jaar 52,5% € 7,56
18 jaar 45,5% € 6,55
17 jaar 39,5% € 5,69
16 jaar 34,5% € 4,97
15 jaar 30,0% € 4,32

 

 

Door |2025-04-10T14:55:06+02:0010 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wettelijk minimumuurloon per 1 juli 2025

Wanneer is een lager gebruikelijk loon mogelijk?

Als je werkt voor jouw eigen bv, moet jij jezelf een gebruikelijk loon toekennen. Het normbedrag voor dit gebruikelijk loon bedraagt in 2025 € 56.000. Het gebruikelijk loon kan ook hoger zijn en onder omstandigheden is ook een lager gebruikelijk loon mogelijk. Wanneer is dit laatste het geval en hoe toon je dit aan?

Gebruikelijk loon

Portemonnee

Een gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een zogenaamd aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap én ook werkzaamheden verricht voor die vennootschap. Een dga die werkzaamheden voor zijn bv verricht is het bekendste voorbeeld.

Het gebruikelijk loon van een dga dient in 2025 te worden vastgesteld op het hoogste bedrag van:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meestverdienende werknemer in de bv of verbonden bv’s, of
  • het normbedrag van € 56.000.

Lager loon uit meest vergelijkbare dienstbetrekking

Als de dga aannemelijk kan maken dat het loon uit de meest vergelijkbare dienstberekening lager is dan het aldus berekende gebruikelijke loon, dan mag zijn gebruikelijk loon vastgesteld worden op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking. Op die manier kan het gebruikelijk loon dus ook lager zijn dan het normbedrag van € 56.000.

Let op! Houd wel rekening met een discussie met de Belastingdienst over de vraag of het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking niet hoger moet zijn.

Nog lager gebruikelijk loon voor starter of bij verlies

In bepaalde situaties mag het gebruikelijk loon nog lager vastgesteld worden. Zo mogen starters maximaal drie jaar lang uitgaan van een lager loon als de bv het gebruikelijk loon door het opstarten van de onderneming niet kan betalen, bijvoorbeeld omdat er veel is geïnvesteerd of de bv een lage cashflow heeft. Daarnaast mogen ook structureel verlieslijdende bv’s aan de dga een lager gebruikelijk loon toekennen als de continuïteit van de onderneming anders in gevaar komt. Een voorbeeld hiervan zagen we onlangs behandeld door de rechtbank Den Haag.

Niet alles goud wat er blinkt…

In de betreffende zaak ging het om een handelaar in sloopgoud die er ook een juwelierswinkel op na hield. Omdat het slecht ging met de zaken had de dga zich geen gebruikelijk loon toegekend. De inspecteur was het hiermee niet eens en legde een naheffingsaanslag loonheffing op waarbij was uitgegaan van het normbedrag van het gebruikelijk loon van destijds € 48.000 (2025: €56.000). Na bezwaar werd dit teruggebracht tot een naheffing over een loon van € 25.000.

Wie eist, bewijst

De bv was van mening dat de slechte financiële situatie van de bv ertoe diende te leiden dat het gebruikelijk loon op nihil werd gesteld. Omdat de inspecteur het gebruikelijk loon al onder het wettelijk maximum had vastgesteld, diende de bv te bewijzen dat een nog lager gebruikelijk loon was toegestaan.

Gebruikelijk loon te hoog

De rechtbank was met de bv van mening dat het gebruikelijk loon van € 25.000 dat door de inspecteur na bezwaar was vastgesteld, te hoog was. Om dit te kunnen betalen, zouden namelijk de liquiditeiten, voorraden en/of bedrijfsmiddelen moeten worden aangewend. Hierdoor zou de continuïteit van het bedrijf direct in gevaar komen. Uit de wetsgeschiedenis vloeide voort dat dit niet de bedoeling was. De rechtbank voegde hier nog aan toe dat een lager gebruikelijk loon er op termijn niet toe zou leiden dat minder inkomen uit de bv belast zou worden, maar alleen op een later moment.

Winstreserves

Alles overwegende achtte de rechtbank een gebruikelijk loon van nihil echter te laag, waarna het uiteindelijk werd vastgesteld op € 7.500. Uit de feiten bleek namelijk dat er nog wel winstreserves beschikbaar waren waaruit dit bedrag aan gebruikelijk loon betaald kon worden.

Door |2025-02-27T16:14:39+01:0027 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer is een lager gebruikelijk loon mogelijk?

Speciale eenheid binnen Ministerie SZW voor toelating uitzendbureaus

Het kabinet wil toe naar een verplicht toelatingsstelsel. Er is hiertoe een wetsvoorstel ingediend voor het invoeren van een publiek toelatingsstelsel voor ondernemingen of rechtspersonen die arbeidskrachten ter beschikking stellen. Uitleners mogen alleen arbeidskrachten ter beschikking stellen als zij daartoe door de minister van SZW zijn toegelaten.

Toelatingseisen

Handen

Om toegelaten te kunnen worden, moeten uitleners kunnen aantonen dat zij relevante wet- en regelgeving naleven en een VOG kunnen overleggen die niet ouder is dan drie maanden. Wanneer van bestuurder, vennoot, maat of beheerder wordt gewisseld, moet een nieuwe VOG worden aangevraagd. Ook moet er voldoende financiële zekerheid worden gesteld, € 100.000 voor reguliere uitleners en € 50.000 voor startende uitleners die een voorlopige aanvraag indienen. Genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd. Organisaties die gebruikmaken van uitzendbureaus (inleners), mogen alleen zakendoen met toegelaten uitzendbureaus.

SNA-keurmerk

Uitleners kunnen zich op de Wet toelating ter beschikking stellen arbeidskrachten (WTTA) voorbereiden door het SNA-keurmerk van de Stichting Normering Arbeid (SNA) te behalen. Als ze in het bezit zijn van een SNA-keurmerk hoeven ze eenmalig geen inspectierapport voor het verplichte normenkader te overleggen en komen ze pas aan de beurt als de overige bedrijven zijn gecontroleerd. Voor uitleners die al een SNA-keurmerk hebben heeft de SNA een module WTTA ontworpen. In deze module staan de normelementen vermeld die wel in het verplichte normenkader van het toelatingsstelsel zijn opgenomen, maar niet in het SNA-keurmerk.

Speciale eenheid

De minister van SZW heeft aangeven dat er een nieuwe eenheid binnen het ministerie van SZW komt die gaat bepalen of uitzendbureaus worden toegelaten tot de markt voordat ze personeel uitlenen. Bij aanvaarding van het hierboven genoemd wetsvoorstel moeten uitzendbureaus eerst toegelaten zijn voordat ze personeel uitlenen. Het vergunningsstelsel moet een belangrijke bijdrage leveren bij het aanpakken van misstanden in de uitleensector en de uitbuiting van arbeidsmigranten.

Deze nieuwe toelatende instantie zal besluiten of een uitzendbureau al dan niet wordt toegelaten op de markt. Ook kan de instantie uitzendbureaus schorsen of zelfs de toelating intrekken als sprake is van ernstige misstanden.

Let op! Uiterlijk dit voorjaar (2025) moet duidelijk worden wanneer de wet in werking kan treden.

Door |2025-02-12T16:14:21+01:0012 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Speciale eenheid binnen Ministerie SZW voor toelating uitzendbureaus

Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

Het maximumpremieloon en de percentages voor de premie Zvw voor 2025 zijn bekend. Hoewel de percentages dalen ten opzichte van 2024, levert dit niet altijd een besparing op vanwege de stijging van het maximumpremieloon.

Maximumpremieloon

Kantoor

Het maximumpremieloon is het maximale loon waarover premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. In 2024 steeg dit maximumpremieloon al flink van € 66.956 in 2023 naar € 71.628 in 2024.

Ook in 2025 krijgen werkgevers een flinke stijging voor de kiezen. Het maximumpremieloon bedraagt in 2025 namelijk € 75.864. Deze stijging betekent dat werkgevers voor werknemers met een premieloon vanaf € 71.628 volgend jaar mogelijk meer premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn.

Premies Zvw

De premie Zvw wordt in de meeste gevallen door de werkgever betaalt. Het percentage dat werkgevers in 2024 over het loon van de werknemer verschuldigd is, bedraagt in 2024 6,57%. In 2025 daalt dit percentage naar 6,51%.

Er zijn ook gevallen waarin de werkgever niet de premie Zvw betaalt, maar waar de verzekeringsplichtige zelf de premie Zvw betaalt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dga’s die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het percentage dat de verzekeringsplichtige in 2024 over zijn bijdrage-inkomen verschuldigd is, bedraagt in 2024 5,32%. Ook dit percentage daalt in 2025 en wel naar 5,26%.

Stijging maximale premie Zvw

Het maximale bijdrageloon is gelijk aan het maximumpremieloon. Dit betekent dat in 2024 tot maximaal € 71.628 premie Zvw verschuldigd is, in 2025 tot maximaal € 75.864. Ondanks de daling van de premiepercentages Zvw kan daarom toch meer premie Zvw verschuldigd zijn.

Bedraagt de maximale door de werkgever verschuldigde premie in 2024 nog € 4.705, bedraagt deze in 2025 namelijk € 4.938. De maximale door de verzekeringsplichtige verschuldigde premie bedraagt in 2024 nog € 3.810, terwijl deze in 2025 € 3.990 bedraagt.

Door |2024-11-27T16:04:07+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

Minimumuurloon stijgt met 2,78% per 1 januari 2025

Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2025 van € 13,68 naar € 14,06 per uur. Dit is een stijging van 2,78%. De stijging van het minimumuurloon werkt ook door in de minimumjeugduurlonen.

Koppeling aan ontwikkeling contractlonen

Sparen

De verhoging vloeit voort uit de koppeling die bestaat met de ontwikkeling van de contractlonen. Hiervan kan worden afgeweken, maar op grond van de feiten is dit niet nodig.

Minimumuurloon

Sinds 1 januari 2024 wordt het minimumloon uitgedrukt in een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er geen vaste minimumdag-, -week- en -maandlonen meer voorgeschreven kan worden door de wet.

Let op! Per sector kan de omvang van een voltijds dienstverband verschillen, bijvoorbeeld 36, 38 of 40 uur per week. 

Referentiemaandloon

Er wordt nog wel een referentiemaandloon vastgesteld om de hoogte en indexatie van een aantal uitkeringen vast te stellen. Dit referentiemaandloon gaat per 1 januari 2025 € 2.191,80 bruto bedragen.

Let op! Op de loonstrook moet u het geldende wettelijke minimumuurloon vermelden voor de betreffende leeftijd van de werknemer en de periode waar de loonstrook betrekking op heeft.

Tip! De brutobedragen van het minimumuurloon met ingang van 1 januari 2025 voor alle leeftijdscategorieën vind je hier.

Door |2024-11-07T11:50:43+01:007 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minimumuurloon stijgt met 2,78% per 1 januari 2025

Keuze 10%-criterium binnen concernregeling WKR

De Belastingdienst heeft goedgekeurd dat bij toepassing van de concernregeling in de WKR het zogenaamde 10%-criterium naar keuze per concernonderdeel óf per concern wordt toegepast. Kun je het nog volgen? Wij leggen het graag aan jou uit.

Hiertoe gaan we eerst kort in op wat de vrije ruimte, het 10%-criterium en de concernregeling in de WKR inhouden. Daarna leggen wij uit wat de goedkeuring van de Belastingdienst betekent.

Vrije ruimte

Geld

Binnen de WKR kun je vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen waarvoor een gerichte vrijstelling of nihilwaardering geldt, belastingvrij voor de loonheffingen aan jouw werknemers geven. Is er geen gerichte vrijstelling of nihilwaardering? Dan kun je ze toch belastingvrij voor de loonheffingen aan jouw werknemers geven als je deze aanwijst als eindheffingsloon. Als het totaal van wat je aanwijst in een jaar de zogenaamde vrije ruimte niet overschrijdt, betaal je geen belasting. Wordt de vrije ruimte wel overschreden, dan betaal je 80% eindheffing over deze overschrijding.

Let op! De vrije ruimte bedraagt in 2024 1,92% van jouw totale fiscale loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere.

Loon uit vroegere dienstbetrekking

Voor de berekening van jouw vrije ruimte ga je uit van jouw totale fiscale loonsom. Bestaat jouw totale fiscale loonsom echter voor meer dan 10% uit loon uit vroegere dienstbetrekking? Dan telt al dit loon uit vroegere dienstbetrekking niet mee voor de berekening van de vrije ruimte. Dit wordt ook wel het 10%-criterium genoemd.

Let op! Bij loon uit dienstbetrekking moet je denken aan onder meer (pre)pensioen of een ontslaguitkering.

Concernregeling

De vaststelling van de vrije ruimte en de berekening van de 80% eindheffing vindt in principe plaats per werkgever. Als je met meerdere werkgevers een concern vormt, kun je echter ook kiezen om de concernregeling toe te passen. Je telt dan alle fiscale loonsommen van de verschillende concernonderdelen (werkgevers) bij elkaar op, en berekent aan de hand daarvan de vrije ruimte en de overschrijding van de vrije ruimte op concernniveau.

Let op! Van een concern is sprake als je een belang heeft van minimaal 95% in een andere werkgever of andersom, of als een derde een belang heeft van minimaal 95% in jou én een belang van minimaal 95% in een andere werkgever.

10%-criterium bij toepassen concernregeling

Hoe moet beoordeeld worden of het loon uit vroegere dienstbetrekking meetelt voor de berekening van de vrije ruimte (het 10%-criterium) als een werkgever kiest voor toepassing van de concernregeling? Moet dat per werkgever berekend worden (dus per concernonderdeel) of voor het concern als geheel? De Belastingdienst heeft aangegeven dat het concern daar zelf een keuze in mag maken. De gemaakte keuze geldt dan wel voor alle concernonderdelen.

Wat betekent dit voor jou?

Kies je in een jaar ervoor om de concernregeling toe te passen? Dan moet je dus een extra rekensom maken wat in jouw geval gunstiger is: toepassen van het 10%-criterium op concernniveau of voor elke concernonderdeel apart.

Door |2024-08-09T15:00:34+02:009 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Keuze 10%-criterium binnen concernregeling WKR

Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2023 verhoogd naar € 1.995,00 bruto per maand. Per week wordt het € 460,40 en per dag € 92,08. Een uniform wettelijk minimumuurloon is er nog niet, maar wordt verwacht per 1 januari 2024.

Stijging van 3,13%

Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 3,13 % op vooruit. De bedragen gelden voor werknemers die fulltime werken. Werkt een werknemer parttime, dan geldt logischerwijs ook een lager minimumloon. Dat is afhankelijk van wat uw organisatie als fulltime werkweek hanteert:
Leeftijd % Per maand Per week Per dag
21 jaar en ouder 100% € 1.995,00 € 460,40 € 92,08
20 jaar 80% € 1.596,00 € 368,30 € 73,66
19 jaar 60% € 1.197,00 € 276,25 € 55,25
18 jaar 50% € 997,50 € 230,20 € 46,04
17 jaar 39,5% € 788,05 € 181,85 € 36,37
16 jaar 34,5% € 688,30 € 158,85 € 31,77
15 jaar 30% € 598,50 € 138,10 € 27,62

Het afgeleide bruto minimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband is naar boven afgerond, om te voorkomen dat er onbedoeld een betaling ontstaat die lager is dan het wettelijk minimumloon:
Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
21 jaar en ouder € 12,79 € 12,12 € 11,51
20 jaar € 10,24 € 9,70 € 9,21
19 jaar € 7,68 € 7,27 € 6,91
18 jaar € 6,40 € 6,06 € 5,76
17 jaar € 5,06 € 4,79 € 4,55
16 jaar € 4,42 € 4,19 € 3,98
15 jaar € 3,84 € 3,64 € 3,46

Uniform wettelijk uurloon per 1 januari 2024

Een uniform wettelijk minimumuurloon is er momenteel nog niet. Dit zal veranderen wanneer het initiatiefwetsvoorstel Wet invoering minimumuurloon in werking treedt. Met de invoering van een wettelijk minimumuurloon is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur. Deze wet treedt waarschijnlijk per 1 januari 2024 in werking. Het minimummaandloon wordt daarbij omgerekend naar een uurloon op basis van een normale arbeidsduur van 36 uur per week.

Voor BBL gelden andere percentages

Voor werknemers van 18 tot en met 20 jaar, die werken op basis van een arbeidsovereenkomst in verband met een beroepsbegeleidende leerweg (BBL), gelden andere percentages:
Leeftijd % Per maand Per week Per dag
20 jaar 61,50% € 1.226,95 € 283,15 € 56,63
19 jaar 52,50% € 1.047,40 € 241,70 € 48,34
18 jaar 45,50% € 907,75 € 209,50 € 41,90

Het brutominimumloon per uur bij een normale arbeidsduur voor een fulltime dienstverband:
Leeftijd 36 uur per week 38 uur per week 40 uur per week
20 jaar € 7,87 € 7,46 € 7,08
19 jaar € 6,72 € 6,37 € 6,05
18 jaar € 5,82 € 5,52 € 5,24

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T20:56:33+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

  • Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

Als een werknemer na een periode van ziekte is hersteld en binnen een periode van vier weken wederom uitvalt waarbij de reden van de uitval niet van belang is, gaat de telling van de 104-weken periode, waarin loon is verschuldigd door de werkgever gewoon, door.

Is de werknemer echter vier weken of langer hersteld voordat hij weer uitvalt, dan begint er weer een nieuwe periode van 104 weken loonbetaling, dan wel een nieuwe periode waarin recht op een Ziektewetuitkering ontstaat.

Hernieuwde  loonbetaling
Het mag voor zich spreken dat dit voor jou als werkgever een kostbare zaak is omdat je opdraait voor de loondoorbetaling bij ziekte. Zeker in situaties waarin de werknemer na bijvoorbeeld een jaar ziek te zijn geweest terugvalt in inkomen, komt het wel eens voor dat een werknemer zich beter meldt, dat vier weken of langer volhoudt, maar dan toch weer uitvalt. Feitelijk is er veelal geen sprake geweest van een echte herstelmelding.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft hier onlangs paal en perk aan gesteld. Volgens de CRvB kan een herstelmelding en het meer dan vier weken verrichten van het eigen werk, zonder medisch oordeel van een bedrijfs- of verzekeringsarts over dat herstel, niet leiden tot de conclusie dat de zieke werknemer medisch hersteld kan worden geacht. Dit betekent concreet dat er in dat geval geen nieuwe periode van 104 weken loonbetaling dan wel een nieuwe Ziektewetuitkering ontstaat.

Tip! Als je als werkgever met een dergelijke situatie wordt geconfronteerd, is het raadzaam het medisch herstel zo snel mogelijk, maar uiterlijk  binnen vier weken te laten beoordelen door een bedrijfs- of verzekeringsarts. De bedrijfs- dan wel verzekeringsarts kan dan bepalen of sprake is van een reële herstelmelding.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-10T08:35:58+01:0010 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Na vier weken hersteld? Niet altijd nieuwe loonbetaling

  • Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Als je werknemers in dienst hebt met een laag loon, kun je recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een belangrijke voorwaarde voor het LIV is dat de werknemer minstens 1.248 uur per kalenderjaar werkt. Een verandering van alleen de rechtsvorm heeft daarop geen invloed.

LIV
Je hebt recht op het LIV voor werknemers die in 2022, gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een gemiddeld uurloon tussen €10,73 en €13,43 verdienen. Het LIV bedraagt €0,49 per uur, met een maximum van €960 per werknemer per jaar.

VOF wordt BV
In de zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Groningen ging een VOF over in een BV. De overgang had plaats op 9 april. De inspecteur kende het LIV weliswaar toe, maar slechts voor de periode vanaf 9 april. Dat betekende dat de uren die werknemers gewerkt hadden bij de VOF, niet meetelden.

Verschillende werkgevers
De rechtbank stelde allereerst vast dat er naar de letter van de wet inderdaad sprake is van twee verschillende werkgevers. De rechtbank stelde echter ook vast dat doel en strekking van de wet er niet toe leiden dat in gevallen als deze, waarbij alleen de rechtsvorm wijzigt, de gewerkte uren in het kader van het LIV niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Een belangrijk argument voor de rechter daarbij is dat arbeidsrechtelijk alle rechten en verplichtingen van de werknemer behouden blijven.

Substantiële banen
De eis dat een werknemer in een kalenderjaar minstens 1.248 uur moet hebben gewerkt, is volgens de rechter bedoeld om alleen substantiële banen voor het LIV in aanmerking te laten komen. Ook een onderbreking van de dienstbetrekking bij dezelfde werkgever hoeft immers niet tot verlies van het LIV te leiden. De rechtbank zag dan ook niet in waarom dit wel zo zou zijn als alleen de rechtsvorm gewijzigd wordt en kende het LIV over het volledige aantal uren toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-10T09:07:38+01:0011 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV