loon

  • Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Een zieke werknemer die in staat is om te re-integreren is ook in staat om vakantiedagen op te nemen. Hij is dan gedurende de vakantieperiode vrijgesteld van zijn re-integratieverplichting waardoor er invulling kan worden gegeven aan de herstelfunctie van vakantie.

Hoogte loon tijdens vakantie
Inmiddels is duidelijk geworden dat ook al is de zieke werknemer in salaris teruggegaan naar bijvoorbeeld 70%, hij tijdens de opname van vakantie toch recht heeft op 100% van zijn salaris. Dit heeft het Europese Hof van Justitie expliciet bepaald. Zieke werknemers moeten namelijk een vergelijkbare positie hebben als werknemers die werken. Zou er uitgegaan worden van een lager loon, dan zou dit mogelijk een beletsel vormen om vakantie op te nemen en dat is uiteraard niet de bedoeling.

Geen verval vakantiedagen
Voor wat betreft de wettelijke vakantiedagen – vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week – geldt dat deze een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd komen te vervallen. Dus de wettelijke vakantiedagen van 2022 komen per 1 juli 2023 te vervallen. Wel geldt dan dat de werkgever de werknemer expliciet hierover tijdig moet informeren, zodat de werknemer de gelegenheid heeft deze dagen alsnog op te nemen. Voor wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen, dus de extra vakantiedagen, geldt dat deze vijf jaar na afloop van het vakantiejaar waarin ze zijn opgebouwd komen te verjaren. Dus de bovenwettelijke vakantiedagen over 2022 verjaren met ingang van 1 januari 2028.

Wat als de werknemer ernstig ziek is?
Maar wat nu als de werknemer zodanig ziek is dat hij niet in staat is om de vakantiedagen feitelijk te genieten? Komen deze dan toch te vervallen? Het Europese Hof van Justitie heeft uitgemaakt dat verworven vakantierechten in een periode van arbeidsongeschiktheid in beginsel niet kunnen komen te vervallen of verjaren.

Let op! Het is voor de werkgever van belang een deugdelijke verlofadministratie bij te houden van de wettelijke en de bovenwettelijke vakantiedagen en werknemers expliciet te wijzen op de mogelijkheid van verval en hen aan te sporen de vakantiedagen feitelijk te genieten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-26T09:31:34+01:0029 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

  • Oudejaarsborrel of nieuwjaarsborrel?

Oudejaarsborrel of nieuwjaarsborrel?

Nog even en 2022 zit erop. Wellicht leuk om op de jaarwisseling te proosten met jouw personeel. Daarbij kan het fiscaal van belang zijn of je kiest voor een oudejaarsborrel of een toost uitbrengt op het nieuwe jaar. Wellicht kies je zelfs voor beide!

Werkkostenregeling
De vraag is van belang, omdat een borrel met een hapje die je buiten de deur houdt met jouw personeel belast is als loon. Waarschijnlijk wil je niet dat jouw werknemers hiervoor financieel benadeeld worden en breng je de borrel onder in de werkkostenregeling (WKR). De borrel blijft dan onbelast voor jouw werknemers.

Meer vrije ruimte in 2023
Vergoedingen en verstrekkingen die je onderbrengt in de WKR zijn voor de werknemer onbelast.
De vrije ruimte in de WKR bedraagt dit jaar (2022) 1,7% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. In 2023 is de WKR ruimer, namelijk 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. De vrije ruimte bedraagt volgend jaar dus maximaal €5.200 meer.

Let op! Je betaalt als werkgever 80% belasting over het bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen dat boven de vrije ruimte uitkomt.

Borrelen in 2022 of 2023?
Heb je dit jaar nog vrije ruimte over, dan is het wellicht logisch nog dit jaar te kiezen voor een oudejaarsborrel buiten de deur en deze onder te brengen in de werkkostenregeling. Over de borrel betaal je dan geen 80% belasting.
Is jouw vrije ruimte al op, dan is het handiger voor een borrel buiten de deur in het nieuwe jaar te kiezen. Als je deze dan onderbrengt in de werkkostenregeling, betaal je geen belasting als je in 2023 binnen de vrije ruimte blijft. Die is, afhankelijk van jouw loonsom, ook voor jou waarschijnlijk een stuk ruimer dan dit jaar.

Tip! Een borrel binnenshuis (op kantoor of op de werkplek) is onbelast en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte. Proost!

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-16T09:24:36+01:0019 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Oudejaarsborrel of nieuwjaarsborrel?

  • Inhouding minimumloon Zorgverzekeringswet 2023

Inhouding minimumloon Zorgverzekeringswet 2023

De nominale premie voor de Zorgverzekeringswet (Zvw) mag je als werkgever uit naam van een werknemer rechtstreeks overmaken naar de zorgverzekeraar. Je mag daarvoor in 2023 maximaal € 1.649 inhouden op het minimumloon.

Minimaal minimumloon overmaken aan werknemer
Je kunt geen inhoudingen op het loon doen als de werknemer daardoor minder dan het minimumloon overhoudt. Je moet minimaal het wettelijk minimumloon overmaken aan jouw werknemer. Een uitzondering is als jouw werknemer je een schriftelijke volmacht verleent om in zijn naam betalingen te verrichten aan de zorgverzekeraar voor de nominale premie (verschuldigde premie voor een zorgverzekering) en de premie voor het herverzekeren van het eigen risico (verschuldigde premie voor een verzekering ter afdekking van het verplichte eigen risico).

Maximum voor inhouding op minimumloon
Er geldt een maximum aan hoeveel je als werkgever op het minimumloon mag inhouden. Volgens de Regeling geraamde gemiddelde nominale premie 2023 bedraagt de nominale premie € 1.649 per jaar (2023). Je mag per maand maximaal 1/12e deel van de gemiddelde nominale premie in mindering brengen op het minimumloon om te betalen aan de zorgverzekeraar. Dat is afgerond € 137,42 per maand.

Nominale premie Zvw versus inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
De nominale premie voor de Zvw is iets anders dan de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw. Deze heffing wordt door jou als werkgever ingehouden op het loon van de werknemer.

Percentages 2023 inkomensafhankelijke bijdrage Zvw
Ook voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zvw zijn de percentages voor 2023 vastgesteld. Het hoge percentage daalt van 6,75 in 2022 naar 6,68 in 2023. Dat betreft de werkgeversheffing. Voor de eigen bijdrage van de werknemer daalt het percentage van 5,50 in 2022 naar 5,43 in 2023.

Maximumbijdrageloon in 2023
Het maximumbedrag (maximumbijdrageloon) dat wordt gehanteerd bij het berekenen van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zvw is in 2023 € 66.956 op jaarbasis. In 2022 was dat nog € 59.706.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-06T11:47:19+01:007 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Inhouding minimumloon Zorgverzekeringswet 2023

  • Sticker of O-document 1 november verplicht voor werkende Oekraïner

Sticker of O-document 1 november verplicht voor werkende Oekraïner

De overgangsperiode waarin vluchtelingen uit de Oekraïne zonder werkvergunning konden werken zonder sticker of O-document in hun paspoort eindigt op 31 oktober 2022 definitief. Vanaf 1 november 2022 kunnen vluchtelingen uit de Oekraïne daarom niet meer werken zonder werkvergunning als ze geen sticker of O-document in hun paspoort hebben.

Zonder werkvergunning
Normaal gesproken zou je een werkvergunning moeten aanvragen als je een werknemer afkomstig uit Oekraïne wilt aanstellen. In verband met de oorlog in hun thuisland geldt voor vluchtelingen uit Oekraïne echter de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie. Hierdoor kun je hen vanaf 1 april 2022 al te werk stellen zonder vergunning.

Bewijs
Om gebruik te kunnen maken van werken zonder werkvergunning moet de Oekraïner met een sticker of O-document die is afgegeven door de IND aantonen dat hij of zij onder de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie valt. Omdat de IND niet in staat was om op tijd aan iedereen de sticker of het document af te geven, kunnen Oekraïners tot en met 31 oktober 2022 nog zonder tewerkgesteld worden. Vanaf 1 november 2022 is dat echter niet meer mogelijk.

Tip! Met de sticker of O-document krijgt de Oekraïner ook toegang tot medische zorg en onderwijs.

Meldplicht
Je bent ook verplicht een melding te doen bij het UWV als je een werknemer uit Oekraïne in dienst wilt nemen. Dit kan door het meldformulier te uploaden via het werkgeversportaal. Op de melding geef je onder meer de duur en omvang van het dienstverband aan, de functie en het loon van de werknemer. Twee dagen na deze melding kan de werknemer dan starten met werken.

Let op! Deze meldplicht geldt al vanaf april 2022.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-31T09:22:41+01:0031 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sticker of O-document 1 november verplicht voor werkende Oekraïner

  • Top 10 Eindejaartips

Top 10 Eindejaartips

Welke fiscale maatregelen kun je als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor je kunnen uitpakken? Hoe kun je nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2023 gaan gelden? Tien praktische tips.

Let op! Een aantal van deze tips komt uit het Belastingplan 2023 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Ook worden er door het kabinet steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden plannen herzien, derhalve is het belangrijk om altijd even contact op te nemen met jouw adviseur om te overleggen.

1. Koop dit jaar nog een elektrische auto
Was je al van plan op korte termijn een elektrische auto te kopen die meer kost dan €30.000 en deze op de zaak te zetten, koop die auto dan – indien mogelijk – nog dit jaar. Vanaf 2023 wordt de verlaagde bijtelling van 16% namelijk nog slechts berekend over een cataloguswaarde van maximaal €30.000 in plaats van €35.000 nu. Het scheelt je 6%-punt aan bijtelling (16% i.p.v. 22%) over de cataloguswaarde van €30.000 tot €35.000, gedurende maximaal vijf jaar.

2. Optimaliseer de samenstelling van jouw box 3-vermogen
Over de heffing over vermogen, oftewel de box 3-heffing, is de afgelopen periode zeer veel te doen geweest. Vanaf 2026 moet er heffing over het werkelijk rendement gaan plaatsvinden. Tot die tijd wordt vanaf 2023 het inkomen nog steeds bepaald aan de hand van fictieve rendementen. Hierbij wordt echter uitgegaan van de werkelijke samenstelling van iemands vermogen verdeeld over drie verschillende categorieën: 1. bank- en spaartegoeden, deposito, contant geld; 2. alle overige bezittingen; 3. alle schulden. Elke categorie kent een eigen fictief rendement. De hoogte van categorie 1 en 3 is nog onbekend, maar categorie 2 zal (met 6,17% in 2023) beduidend hoger zijn dan categorie 1. Omdat de peildatum van het vermogen op 1 januari ligt, heb je nog slechts kort de tijd om je daarop voor te bereiden. Houd er daarbij rekening mee dat heen en weer schuiven van vermogen binnen drie maanden rond de jaarwisseling genegeerd kan worden door anti-misbruikwetgeving.

3. Gebruik de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt dit jaar 1,7% tot een loonsom van €400.000 en 1,18% over het meerdere. Tot dit bedrag kun je jouw personeel onbelast allerlei zaken vergoeden en verstrekken, zoals het bekende kerstpakket, terwijl ook jij als werkgever geen belasting betaalt zolang je binnen de vrije ruimte blijft. Gebruik de vrije ruimte dus nog dit jaar, want ongebruikte vrije ruimte kun je niet doorschuiven naar 2023.

4. Koop in 2022 nog een zakenpand, vakantiewoning of beleggingspand
De aankoop van een zakenpand, vakantiewoning of beleggingspand wordt in 2023 duurder. Dit vanwege de verhoging van de overdrachtsbelasting voor deze panden. Was je van plan op korte termijn zo’n pand te kopen, doe dat dan nog in 2022. Je betaalt nu nog 8%, in 2023 10,4%. Dit betekent dat je daardoor 30% meer overdrachtsbelasting betaalt.

5. Schenk voor eigen woning
Wil je jouw kinderen of een derde een bedrag schenken in verband met de aankoop van een eigen woning, dan is deze schenking dit jaar nog onbelast tot een bedrag van €106.671. De vrijstelling wordt in 2023 verminderd naar €28.947 en vanaf 2024 geheel afgeschaft. Je kan alleen in 2022 dus nog volledig van de vrijstelling profiteren. In de huidige regeling heeft de ontvanger van de schenking drie jaar om de schenking voor de eigen woning te besteden. Voor schenkingen gedaan in 2022 blijft deze regeling gehandhaafd: deze kunnen dus nog tot uiterlijk 2024 worden besteed aan de eigen woning.
De vrijstelling kon tot nu toe onder voorwaarden gespreid over drie opeenvolgende jaren benut worden. Schenkingen die in 2021 zijn gedaan en waarbij een beroep is gedaan op de vrijstelling voor de eigen woning, behouden deze mogelijkheid: in 2022 en 2023 kan dus nog onder de vrijstelling nader geschonken worden. Schenkingen die in 2022 zijn gedaan, kunnen alleen nog in 2023 worden aangevuld tot het maximumbedrag dat voor 2022 gold. Vanaf 2023 is spreiding niet meer mogelijk.

6. Speel in op hogere bijtelling na 5 jaar
De percentages aan bijtelling voor de auto van de zaak gelden voor een periode van 60 maanden. Daarna geldt het voor dat jaar geldende percentage. Dit betekent dat voor elektrische auto’s die in 2018 voor het eerst op naam zijn gesteld, de bijtelling van 4% over de hele cataloguswaarde in de loop van 2023 wijzigt in een bijtelling van 16% over de eerste €30.000 en 22% over het meerdere. Bezit je zo’n auto, dan kun je wellicht de hogere bijtelling voorkomen. Bijvoorbeeld door de auto naar privé te halen. Deze optie is met name interessant voor de DGA. Voor de ondernemer in de inkomstenbelasting is dit alleen mogelijk als de auto in 2023 niet meer dan 10% zakelijk gebruikt gaat worden. Een andere optie is de auto nog maximaal 500 km privé te gebruiken. Je krijgt dan geen bijtelling meer.

7. Cluster jouw zorgkosten
Zorgkosten zijn nog steeds aftrekbaar. Dit jaar kan dat nog tegen maximaal 40%, volgend jaar tegen maximaal 36,93%. Er geldt wel een drempel, wat betekent dat alleen de zorgkosten boven deze drempel aftrekbaar zijn. Heb je bijvoorbeeld dit jaar een fors bedrag aan de tandarts uitgegeven en wil je bijvoorbeeld een nieuw hoortoestel aanschaffen, overweeg dit dan nog dit jaar te doen. Waarschijnlijk schiet je dan voor een groter bedrag over de drempel heen, wat je belastingbesparing oplevert.

8. Beoordeel hoogte gebruikelijk loon in combinatie met kostenvergoedingen en auto van de zaak
Als DGA ben je verplicht jaarlijks een gebruikelijk loon op te nemen dat belast wordt in box 1. Kostenvergoedingen tellen, mits deze individualiseer zijn, mee voor het gebruikelijk loon. Daardoor hoef je misschien minder brutoloon op te nemen. Het maakt niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Ook de bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon. Bij een auto van bijvoorbeeld €60.000 en een bijtelling van 22%, kun je het brutoloon dus €60.000 x 22% = € 13.200 lager vaststellen.

9. Optimaliseer KIA, let op wijzigingen VPB
Als je dit jaar meer dan €2.400 investeert, heb je mogelijk recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een extra aftrek op de winst. De aftrek loopt af naarmate je meer investeert vanaf een bedrag van €110.999. Overschrijden jouw investeringen dit bedrag, overweeg dan investeringen op het eind van dit jaar uit te stellen, als je daarmee in 2022 en 2023 een hogere KIA krijgt. Heb je voor de investering ook recht op energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA), beoordeel dan of het verstandig is om de investering uit te stellen. Pas aan het einde van 2022 wordt namelijk duidelijk welke investeringen in 2023 voor EIA en MIA in aanmerking komen. Mogelijk komt jouw investering in 2023 dan niet meer in aanmerking, maar het kan ook zijn dat de EIA en/of MIA in 2023 tot een hogere aftrek leidt. In verband met de geplande verlaging van de tariefschijf en de verhoging van het tarief in de vennootschapsbelasting, kan het wel weer raadzaam zijn om investeringen uit te stellen. Investeer je dit jaar €2.400 of minder, overweeg dan juist een voorgenomen investering in 2023 naar voren te halen.

10. Heroverweeg fiscale eenheid
Het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 15% tot een winst van €395.000. Volgend jaar geldt een tarief van 19% tot €200.000. Boven genoemde winsten bedraagt het tarief 25,8%. Je betaalt in 2023 in de eerste schijf dus meer belasting. Bovendien is deze schijf een stuk korter en valt je winst sneller in het tarief van 25,8%. Bezit je meerdere BV’s, dan kun je via een fiscale eenheid winsten en verliezen onderling verrekenen. Tegenover dit voordeel staat het nadeel dat je slechts één keer van de lage tariefschijf profiteert. Hoewel het belastingvoordeel vanaf 2023 een stuk minder is dan in 2022 (maximaal €13.600 vanaf 2023 tegenover €42.660 in 2022), wil je wellicht toch nog jouw fiscale eenheid heroverwegen. Als je een verbreking per 2023 wilt realiseren, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2023 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:14:28+02:0018 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Eindejaartips

  • Aangescherpte informatieplicht voor de werkgever

Aangescherpte informatieplicht voor de werkgever

Vanaf augustus 2022 geldt voor jou als werkgever een verdergaande informatieplicht aan jouw werknemers. Je was al verplicht om bepaalde zaken te melden, maar deze verplichting wordt nu dus uitgebreid.

Binnen een week
Over de volgende essentiële zaken dien je jouw werknemer te informeren binnen een week na indiensttreding:

• de hoogte van het loon en de afzonderlijke loonbestanddelen waaruit dit bedrag is opgebouwd, zoals bonussen en overuren;
• de plaats(en) waar de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden;
• de werk- en rusttijden van de werknemer alsmede vermelding van de daarbij geldende overwerk(vergoedingen);
• de duur en voorwaarden van de proeftijd.

Onvoorspelbare arbeidsvoorwaarden
Betreft het onvoorspelbare arbeidsvoorwaarden, zoals bij oproepkrachten, dan moet de volgende informatie worden gegeven:

• werktijden zijn variabel;
• aantal gewaarborgde betaalde uren;
• loon voor arbeid boven gewaarborgde uren;
• dagen en uren waarop de werknemer verplicht kan worden te werken (de referentiedagen en -uren);
• termijnen voor de oproep van de arbeid.

Let op! Zowel over de essentiële zaken als over onvoorspelbare arbeidsvoorwaarden moet je jouw werknemer dus binnen één week na indiensttreding informeren.

Niet-essentiële zaken
Over de volgende niet-essentiële zaken dien je jouw werknemer te informeren binnen een maand na indiensttreding:

• de in acht te nemen opzegtermijnen, de wijze van berekening van de termijnen en de ontslagprocedure;
• welke verlofregelingen er voor de werknemer zijn naast het recht op vakantiedagen;
• het eventuele recht op scholing;
• indien sprake is van een uitzendovereenkomst, de identiteit van de inlenende onderneming.

Werkzaamheden in het buitenland
Indien de werknemer langer dan vier weken buiten Nederland werkzaam zal zijn, moet hij voor vertrek worden geïnformeerd over de duur, huisvesting, sociale zekerheid, geldsoort van betaling, eventuele vergoedingen en wijze van terugkeer.
Hierbij kan ook verwezen worden naar een eventueel toepasselijke cao of, als deze er niet is, naar boek 7 titel 10 van het Burgerlijk Wetboek, waarin het arbeidsrecht geregeld is, of naar de Wet arbeid en zorg, waar de verlofregelingen zijn terug te vinden.

Let op! De verplichte informatie kun je schriftelijk dan wel digitaal aan de werknemer aanbieden.

Niet naleven informatieplicht
Als je als werkgever, ondanks een verzoek daartoe van de werknemer, niet binnen de wettelijke termijn de verplichte informatie aan de werknemer beschikbaar hebt gesteld, kan de werknemer dat alsnog via de rechter afdwingen. Als u niet of niet tijdig de verplichte informatie heeft verstrekt en de werknemer lijdt daardoor schade, dan ben je verplicht deze schade te vergoeden.

Meer voorspelbaar arbeidspatroon
De werknemer krijgt het recht, nadat hij 26 weken bij jou in dienst is, je te verzoeken om meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden. Je moet dan binnen een maand schriftelijk en gemotiveerd reageren op het verzoek.
Ben je een kleine werkgever met minder dan 10 werknemers, dan geldt een reactietermijn van 3 maanden.

Let op! Reageer je niet (tijdig), dan wordt het verzoek van de werknemer geacht te zijn toegewezen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-07T09:47:29+02:008 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aangescherpte informatieplicht voor de werkgever

  • Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Ontvangt een werknemer een vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht van zijn werkgever? Dan zal deze vaak belastingvrij zijn.

Letselschadevergoeding door werkgever
Een werknemer die in dienst was bij een Veiligheidsregio werd door zijn werkgever aangesteld als vrijwilliger bij de brandweer. Tijdens die werkzaamheden raakte hij betrokken bij een ongeval. Hij hield daaraan blijvend letsel en bewegingsbeperking over. Zijn werkgever had een ongevallenverzekering afgesloten.
Deze ongevallenverzekering betaalde een letselschadevergoeding van circa €33.000 uit. De werkgever hield daarop circa € 13.000 belasting in en betaalde circa €20.000 aan de werknemer door.

Belast of belastvrij
De werkgever hield belasting in omdat hij meende dat de letselschadevergoeding voortkwam uit de dienstbetrekking en dus loon vormde. De werknemer was echter van mening dat de vergoeding geen loon vormde en dus belastingvrij was. De werknemer meende dat de volle €33.000 aan hem uitbetaald had moeten worden.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad was het, tot op zekere hoogte, eens met de werknemer. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in principe geen loon vormen en dus belastingvrij zijn. Dit is alleen anders als de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit.
Was de aansprakelijkheid van de werkgever bijvoorbeeld beperkt tot €25.000? Dan had de werkgever alleen over het meerdere (€8.000) belasting in moeten houden.

Nog even geduld
De werknemer moet nog even geduld hebben. De Hoge Raad heeft een gerechtshof gevraagd om uit te zoeken hoe hoog de vergoeding is die rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. Is dat een bedrag hoger of gelijk aan de circa €33.000? Dan is de gehele letselschadevergoeding onbelast.

Tip! Voordat de Hoge Raad het betreffende oordeel uitsprak, werd aangenomen dat een vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht belast was als deze zou rusten op bepaalde afspraken daarover in de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft nu uitgelegd dat dit anders ligt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T13:55:28+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

  • Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

Is een werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd voor de DGA’s van de holdings die werkzaamheden verrichten in de werkmaatschappij? De Hoge Raad gaf hier aanwijzingen over.

Managementovereenkomst
Bij een structuur met holdings en een werkmaatschappij is de DGA van de holding vaak in dienstbetrekking bij de holding. Tussen de holdings en de werkmaatschappij worden dan managementovereenkomsten gesloten. De DGA van de holding wordt vervolgens door de holding ingezet voor het verrichten van de werkzaamheden in de werkmaatschappij.

Werknemersverzekeringen
De holding zal voor de DGA veelal geen premies verschuldigd zijn voor de werknemersverzekeringen omdat de DGA het merendeel van de aandelen bezit. Voor de werkmaatschappij kan dit, bij meerdere aandeelhouders, anders zijn.

De Belastingdienst meent dan vaak dat sprake is van een dienstbetrekking tussen de DGA en de werkmaatschappij. Dit heeft tot gevolg dat de werkmaatschappij premies werknemersverzekeringen verschuldigd is voor de DGA van de holding.

Tip! Voor de loonheffing kan in dit soort situaties vaak de doorbetaaldloonregeling worden toegepast, waardoor niet in de werkmaatschappij, maar alleen in de holding loonheffing verschuldigd is.

Dienstbetrekking?
De Hoge Raad gaf aanwijzingen over de beoordeling of een managementovereenkomst tussen een holding en een werkmaatschappij kan worden aangemerkt als een dienstbetrekking tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij.

Hiervoor moet volgens de Hoge Raad gekeken worden naar de inhoud van de gemaakte afspraken, maar ook naar de wijze waarop uitvoering is gegeven aan deze gemaakte afspraken. Volgt daaruit dat sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid door de DGA, loon aan de DGA en een gezagsverhouding van de werkmaatschappij ten opzichte van de DGA? Dan is sprake van een dienstbetrekking en zijn dus premies werknemersverzekeringen verschuldigd.

Contract tussen holding en werkmaatschappij
Als de werkmaatschappij en de holding een managementovereenkomst hebben afgesloten en hier ook feitelijk naar wordt gehandeld, zal het voor de Belastingdienst lastig zijn om een dienstbetrekking te bewijzen tussen de DGA van de holding en de werkmaatschappij. De afspraken zijn immers niet tussen de DGA en de werkmaatschappij gemaakt maar tussen de holding en de werkmaatschappij. De DGA is dan zelf geen contractpartij en heeft geen verplichtingen aan de werkmaatschappij. Het is aan de Belastingdienst om te bewijzen dat wel sprake is van een dergelijke band.

Aanwijzingen Hoge Raad
Het feit dat de DGA’s onmisbaar zijn, is volgens de Hoge Raad in ieder geval onvoldoende om persoonlijk arbeid tussen de DGA en de werkmaatschappij aan te nemen. Ook is een managementvergoeding door de werkmaatschappij betaald aan de holding iets anders dan loon aan een werknemer. Tot slot geeft de Hoge Raad aan dat de DGA’s van de holding onder het wettelijke stelsel in ieder geval niet onder gezag staan van de algemene vergadering van aandeelhouders van de werkmaatschappij. De DGA heeft immers geen juridische band met de werkmaatschappij.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-14T09:50:27+02:0014 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen premies werknemersverzekering voor DGA holding

  • Hoger loon voor DGA vanaf 2023?

Hoger loon voor DGA vanaf 2023?

Een DGA is verplicht een gebruikelijk loon uit de BV op te nemen. Hierbij geldt nu een zogeheten doelmatigheidsmarge van 25%, maar het plan is om deze marge vanaf 2023 te verlagen naar 15%. Wat betekent dit voor het gebruikelijk loon?

Berekening gebruikelijk loon 2022

Het gebruikelijk loon bedraagt in 2022 volgens de wet het hoogste bedrag van de volgende bedragen:
• 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking; of
• het loon van de meest verdienende werknemer van de BV; of
• €48.000.

Tip! Onder bepaalde voorwaarden kan het gebruikelijk loon lager zijn. De bewijslast hiervan ligt wel bij jou.

Doelmatigheidsmarge naar 15%
Als de doelmatigheidsmarge volgend jaar daalt van 25% naar 15%, betekent dit dat de eerste hiervoor genoemde vergelijkingscomponent dan 85% wordt in plaats van 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Hoger gebruikelijk loon
Vormt in 2022 de eerste vergelijkingscomponent het hoogste bedrag van de drie vergelijkingscomponenten of wordt deze vergelijkingscomponent het hoogste bedrag door de verhoging naar 85%? Dan zal het loon van de DGA in 2023 waarschijnlijk stijgen.

Voorbeeld
Stel het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking bedraagt zowel in 2022 als in 2023 €100.000. Het loon van de meestverdienende werknemer is in die beide jaren €80.000. Het gebruikelijk loon bedraagt in 2022 dan €80.000 (€80.000 is hoger dan 75% van €100.000 en hoger dan €48.000). Vanaf 2023 bedraagt het gebruikelijk loon dan echter €85.000 (85% van €100.000).

Gebruikelijk loon blijft hetzelfde
De verlaging van de doelmatigheidsmarge zal niet in alle gevallen leiden tot een hoger gebruikelijk loon. Bedraagt bijvoorbeeld in het voorbeeld het loon van de meestverdienende werknemer
€90.000? Dan zal zowel in 2022 als vanaf 2023 het gebruikelijk loon €90.000 bedragen.

Let op! Het betreft nog slechts een plan dat eerst nog in een wetsvoorstel moet worden opgenomen. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan. Wij volgen uiteraard voor u het nieuws en zullen je informeren als er meer bekend is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-01T11:50:25+02:001 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoger loon voor DGA vanaf 2023?

  • Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Per 1 januari 2024 wil het kabinet het wettelijk minimumloon verhogen met 7,5%. Het betreft hier een buitengewone verhoging. Een wetsvoorstel hiertoe wordt momenteel uitgewerkt.

Koopkrachtdaling
Als gevolg van de negatieve ontwikkeling van de koopkracht, onder meer door de stijgende energie- en grondstofprijzen, is door het kabinet gekeken naar mogelijkheden voor een verhoging van het minimumloon. Een wetsvoorstel voor een buitengewone verhoging van het wettelijk minimumloon wordt nu uitgewerkt. De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar een brief over de vormgeving en het verdere wetgevingsproces.

Ingrijpende en uitzonderlijke wijziging
Volgens de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) is er een mogelijkheid om minimaal eens per vier jaar na te gaan of sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon wenselijk maken. Als daar naar het oordeel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) sprake van is, kan de hoogte van het minimumloon worden aangepast middels een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB).

Let op! Aanpassing van de hoogte van het minimumloon heeft gevolgen voor een zeer groot aantal regelingen in de sociale zekerheid, fiscaliteit en toeslagen en ook voor andere regelingen zoals de studiefinanciering.

Voordeel voor lage en middeninkomens
Bij een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon is het mogelijk om de minimumloonverhoging te richten op werknemers met lage en middeninkomens. Dat vergt echter grote aanpassingen van de bestaande systematiek. Een buitengewone minimumloonverhoging gaat veel verder dan de gebruikelijke indexatie met de gemiddelde contractloonstijging. Dan zouden namelijk ook regelingen verhoogd worden die niet uitsluitend gericht zijn op lage en middeninkomens.

Per 2024
Omdat dit alles zorgvuldig moet gebeuren en de consequenties voor andere regelingen groot zijn, is het niet mogelijk de uitzonderlijke wijziging van het minimumloon eerder dan 1 januari 2024 te laten ingaan.

Let op! De bijzondere verhoging van 7,5% moet dus nog worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel moet vervolgens ook nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T21:03:32+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024