contract

Arbeidsovereenkomst of niet? Dat is de vraag

De vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen een opdrachtnemer en opdrachtgever of niet houdt de gemoederen flink bezig. In het Deliveroo-arrest sprak de Hoge Raad zich uit over de vraag wanneer sprake is van een arbeidsovereenkomst en stelde een aantal gezichtspunten hiervoor vast.

Wel of geen arbeidsovereenkomst?

Handen schudden

Als er geconcludeerd wordt dat sprake is van een arbeidsovereenkomst betekent dit dat er sprake is van onder meer een verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen, dat er vakantierechten worden opgebouwd, er ontslagbescherming is, er recht is op loondoorbetaling bij ziekte et cetera. Dat heeft dan dus de nodige consequenties voor de opdrachtgever.

Wat speelde er?

Recentelijk moest de rechtbank Rotterdam hier weer over oordelen. Het ging om een man die werkzaam was als bedrijfsleider bij een restaurant voor gemiddeld 38 uur per week. Daarnaast verrichtte hij ook nog wat andere werkzaamheden, zoals het inwerken van nieuwe medewerkers en het ontplooien van initiatieven om de onderneming nieuw leven in te blazen. Die werkzaamheden waren aangegaan voor de duur van een jaar. Er was een overeenkomst van opdracht aangegaan die alleen door het bedrijf was ondertekend.

Op enig moment wordt hij ervan beschuldigd geld te hebben gestolen. Hij wordt vervolgens op staande voet ontslagen. De man verzoekt daarna om betaling van een transitievergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.

De gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest

De vraag wordt interessant of sprake is van een arbeidsovereenkomst of overeenkomst van opdracht. Daarvoor loopt de kantonrechter de gezichtspunten langs die de Hoge Raad in het Deliveroo-arrest heeft gegeven:

  1. de aard en duur van de werkzaamheden;
  2. de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  3. de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  4. het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  5. de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen;
  6. de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  7. de hoogte van deze beloningen;
  8. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt; en
  9. de vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen.

Punt voor punt beoordeeld

De rechter oordeelt dat de werkgever bedrijfskleding verstrekte en de werktijden bepaalde en dat de werkzaamheden waren ingebed in de organisatie. Niet afgesproken was dat hij het werk persoonlijk moest verrichten. Ook over het opnemen van verlof was niets geregeld. De man had de wens om samen te werken op basis van een overeenkomst van opdracht en had een modelovereenkomst aangeleverd bij de organisatie. Er was niet afgesproken dat hij zich niet mocht laten vervangen. Door de man werd wekelijks gefactureerd op basis van een afgesproken uurtarief van € 30 per uur dat hij vermeerderde met 21% btw. Niet is gesteld dat de man als werknemer een zelfde beloning zou hebben gekregen. In de door de man toegezonden modelovereenkomst stond dat hij een beroepsaansprakelijkheidsverzekering had. Ter zitting heeft de man bevestigd dat hij deze verzekering had en heeft. Verder bleek dat hij al vanaf 2017 als eenmanszaak stond ingeschreven bij de KVK . Hij wisselde het werken in loondienst af met het werken als zzp’er.

Dit alles bracht de kantonrechter tot het oordeel dat er in deze zaak geen sprake is van een arbeidsovereenkomst.

Door |2025-04-09T13:48:50+02:009 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Arbeidsovereenkomst of niet? Dat is de vraag

Lagere urennorm bij herzien lage naar hoge WW-premie

Vanaf 2025 krijgt een werkgever minder snel te maken met de herziening van de lage WW-premie naar de hoge WW-premie. Dit komt omdat de urennorm in 2025 lager is dan in 2024.

WW-premie

Sparen

De WW-premie (ook wel premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds, AWF) kan een lage of een hoge premie zijn. Kort samengevat betalen werkgevers die werknemers vaste contracten aanbieden de lage WW-premie, en werkgevers die flexibele contracten aanbieden de hoge WW-premie.

Er gelden nog meer voorwaarden. Zo mag de lage WW-premie worden toegepast voor loon uit een arbeidsovereenkomst die voldoet aan de volgende drie voorwaarden:

  1. de arbeidsovereenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd,
  2. de arbeidsovereenkomst is schriftelijk vastgelegd, en
  3. de arbeidsovereenkomst is geen oproepovereenkomst.

Herzien van lage premie naar hoge premie

In bepaalde situaties moet de lage WW-premie achteraf alsnog met terugwerkende kracht worden herzien naar de hoge WW-premie. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werknemer met een arbeidscontract van minder dan 35 uur per week in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat. Dit kan gebeuren als een werknemer veel overwerk verricht ten opzichte van de contracturen.

Tip! Bij een arbeidscontract van 35 uur of meer per week, geldt deze herzieningsregeling niet.

Let op! Er kunnen nog andere redenen zijn om de lage WW-premie alsnog te herzien naar de hoge WW-premie, bijvoorbeeld als een nieuwe werknemer binnen twee maanden ontslag neemt of wordt ontslagen.

Urennorm van 35 uur naar 30 uur

De urennorm waarbij herziening van de lage naar de hoge WW-premie in 2024 plaatsvindt, is minder dan 35 uur per week. Vanaf 2025 is deze urennorm 30 uur of minder per week.

Vanaf 2025 kan herziening daarom alleen nog plaatsvinden als een werknemer met een arbeidscontract van 30 uur of minder per week in het kalenderjaar meer dan 30% meer uren verloond krijgt dan in het arbeidscontract staat.

Let op! De verlaging naar 30 uur of minder per week geldt pas vanaf het jaar 2025. Voor de herziening over het jaar 2024, die over het algemeen begin 2025 plaatsvindt, heb je dus nog te maken met de grens van minder dan 35 uur per week.

Door |2024-12-04T10:07:12+01:004 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Lagere urennorm bij herzien lage naar hoge WW-premie
  • Lage AWf-premie corrigeren?

Lage AWf-premie corrigeren?

De Belastingdienst attendeert werkgevers op het herzien van de lage AWf-premie over 2022. De premie moet worden herzien als je werknemers in 2022 meer dan 30% meer uren hebt betaald dan het aantal contracturen voor dit jaar. Dit staat bekend als de zogenaamde 30%-herzieningsregeling. Je kunt de premie herzien door de aangiften loonheffingen over 2022 te corrigeren.

Premie Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf)
De AWf kent een lage AWf-premie van 2,7% en een hoge AWf-premie van 7,7% (cijfers 2022). Welke premie je als werkgever betaalt, is afhankelijk van het soort arbeidscontract dat je met jouw werknemer hebt gesloten.

Wanneer lage of hoge AWf-premie?
Je betaalt voor jouw werknemer de lage AWf-premie wanneer de arbeidsovereenkomst aan de volgende voorwaarden voldoet:

• het gaat om een arbeidscontract voor onbepaalde tijd;
• het contract is schriftelijk vastgelegd, én
• het arbeidscontract is geen oproepcontract.

Let op! Voldoet het contract niet aan alle voorwaarden, dan betaal je de hoge AWf-premie, tenzij er sprake is van een uitzondering.

Wanneer herzien?
Als dat kan met jouw salarissoftware, mag je de lage AWf-premie ook herzien bij de aangifte loonheffingen over het laatste tijdvak van 2022 (december of 13e vierwekenperiode). Wie de herzieningsberekening pas na de laatste aangifte van het jaar maakt, kan in januari of februari 2023 eerdere aangiften loonheffingen over 2022 corrigeren. Dat kan met zogenoemde losse correcties.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T14:53:11+01:004 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Lage AWf-premie corrigeren?

  • Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast

Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast

Bezit je een verhuurde woning? Of erf of krijg je een verhuurde woning geschonken? Dan betaal je vanaf 2023 meer belasting. Dit komt omdat het kabinet de zogenaamde leegwaarderatio voor verhuurde woningen volgend jaar sterk wil verhogen.

Leegwaarderatio
De leegwaarderatio houdt rekening met de verhuurde staat van een woning. In de regel heeft een verhuurde woning namelijk minder marktwaarde dan een woning in vrij opleverbare staat. Door de WOZ-waarde van een woning te verminderen met de korting vanwege de verhuurde staat, resulteert de leegwaarderatio. Deze leegwaarderatio geldt bij de bepaling van de waarde van de verhuurde woning in box 3 in de inkomstenbelasting en bij erven en schenken in de schenk- en erfbelasting. De leegwaarderatio – en daarmee de waarde van de verhuurde woning voor deze belastingen – wordt volgend jaar fors hoger.

Korting afhankelijk van huur
De hoogte van de leegwaarderatio is afhankelijk van de hoogte van de huuropbrengst. Hoe hoger de huuropbrengst, des te minder korting geldt op de WOZ-waarde. Die korting gaat per 2023 over de hele linie fors dalen, waardoor de leegwaarderatio flink stijgt. Hierdoor stijgt dus ook de waarde van de verhuurde woning in box 3 en bij erven en schenken.

Verhouding jaarlijkse huurprijs
tot WOZ-waarde 
  Huidige leegwaarderatio  Nieuwe leegwaarderatio 
Meer dan  Maar niet meer dan   
0% 1% 45% 73%
1% 2% 51% 79%
2% 3% 56% 84%
3% 4% 62% 90%
4% 5% 67% 95%
5% 6% 73% 100%
6% 7% 78% 100%
7% 85% 100%

Voorbeeld:
Een woning met een WOZ-waarde van €300.000 en een huur van €12.000 per jaar, kent een verhouding jaarlijkse huurprijs tot WOZ-waarde van 4% en nu een leegwaarderatio van 62%. In de kabinetsplannen wordt dit verhoogd naar 90%, zodat nog slechts een korting van 10% resteert. Dit betekent dat voor de waarde van de woning vanaf 2023 wordt uitgegaan van €300.000 x 90% =
€270.000, terwijl nu nog wordt uitgegaan van €300.000 x 62% = € 186.000.

Geen korting meer bij tijdelijke verhuur en verwante personen
Op dit moment is de leegwaarderatio van toepassing op alle verhuurde woningen waarvoor wettelijke huurbescherming geldt. Dit gaat per 2023 veranderen. Bij tijdelijke verhuur en bij verhuur aan een verwante persoon, geldt in de voorstellen geen korting meer op de WOZ-waarde. Je moet voor de waardebepaling dan dus uitgaan van de volle WOZ-waarde.

Let op! Voor verhuur van woningen wordt een contract tot twee jaar in de voorstellen aangemerkt als tijdelijk en voor verhuur van een kamer een contract tot vijf jaar.

Woning in box 3
Als je een verhuurde woning bezit, wordt deze belast in box 3. De woning wordt gerekend tot de beleggingen. Dit betekent dat volgens de voorstellen gerekend wordt met een fictief rendement van 5,53%. Hierover betaal je in 2022 nog 31% belasting in box 3. Volgens de plannen van het kabinet wordt dit volgend jaar 32%.

Let op! Het plan om de leegwaarderatio te verhogen en de plannen voor box 3 moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-09-29T10:10:51+02:0029 september 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Bezitten, schenken en erven verhuurde woning vanaf 2023 hoger belast
  • Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

Per 1 januari zijn er weer tal van wijzigingen doorgevoerd voor de werkgever en de DGA, van de thuiswerkregeling tot Coronagerelateerde maatregelen. Welke tien wijzigingen springen in het oog?

1. Wijziging werkkostenregeling 2022
Per 1 januari 2022 is de vrije ruimte binnen de WKR weer verlaagd naar 1,7% over de eerste €400.000 van de loonsom. Over het meerdere van de loonsom is de vrije ruimte 1,18%. In 2021 was naar aanleiding van de Coronacrisis de vrije ruimte (eenmalig) verhoogd naar 3% over de eerste €400.000 van de loonsom.

2. Thuiswerkvergoeding
Het bedrag dat je sinds 1 januari 2022 aan thuiswerkers belastingvrij mag verstrekken, is €2 per dag. Het bedrag is vrijgesteld en komt ook niet ten laste van de vrije ruimte van de werkkostenregeling.

Vaste thuiswerkvergoeding
Je dient met de werknemer afspraken te maken over het aantal dagen waarop de werknemer thuis zal werken. Deze afspraken zijn de basis voor de vaststelling van de door jou onbelast te vergoeden reis- en thuiswerkkosten. Wanneer je met een werknemer bijvoorbeeld afspreekt dat per week twee dagen thuis wordt gewerkt en drie dagen op kantoor, dan kun je op basis van die verhouding een vaste vergoeding toekennen voor zowel het thuiswerken als de reiskosten voor woon-werkverkeer.

3. Gebruikelijk loon DGA 2022
Het gebruikelijk loon voor de DGA stijgt in 2022 naar ten minste €48.000. In 2021 was dit nog €47.000.
De regeling voor gebruikelijk loon geldt voor iedereen die een aanmerkelijk belang heeft in een vennootschap en ook werk verricht voor diezelfde onderneming. Zij moeten in de loonaangifte een salaris opnemen dat ‘gebruikelijk’ is voor de werkzaamheden.

4. Vaste reiskostenvergoeding vanaf 2022
Vanaf 2022 gaat de zogeheten 214-dagenregeling veranderen. De vaste reiskostenvergoeding moet dan naar rato van het aantal reisdagen worden berekend. Indien momenteel een reiskostenvergoeding wordt gegeven op basis van het daadwerkelijke aantal reisdagen, verandert er niets in de regeling.

Voorbeeld
Kees werkt fulltime, waarvan 3 dagen op kantoor en 2 dagen thuis. Kees mag een vaste onbelaste reiskostenvergoeding ontvangen voor 129 dagen (3/5 x 214 dagen), als hij ten minste 77 dagen (3/5 x 128 dagen) naar kantoor reist. De onbelaste reiskostenvergoeding wordt dus naar beneden bijgesteld. Hij mag over 85 (214-129) dagen geen onbelaste reiskostenvergoeding meer ontvangen.

Moet je maatregelen nemen?
Je moet het reis-/thuiswerkpatroon van de medewerkers goed in beeld brengen om te kunnen bepalen of de huidige reiskostenvergoeding nog past binnen de nieuwe regels. Voor dagen waarvoor de vergoeding niet meer onbelast betaald kan worden, kun je besluiten om de vergoeding niet meer toe te kennen. Of dat kan, zal mede afhangen van hetgeen bepaald is in een CAO of arbeidsovereenkomst.

5. Aanbod vaste uren 2022
Na een periode van twaalf maanden is de werkgever verplicht om een oproepkracht binnen een maand een aanbod te doen voor een (tijdelijke) arbeidsovereenkomst met vaste uren. Deze uren moeten zijn gebaseerd op minimaal het gemiddelde aantal verloonde uren over de afgelopen twaalf maanden. Alleen de uren die elkaar binnen zes maanden tijd opvolgen, tellen mee.

Het aanbod moet binnen een maand na afloop van de twaalf maanden worden gedaan. De werknemer heeft vanaf dat moment maximaal een maand de tijd om het aanbod al dan niet te accepteren. Bij acceptatie gaat de nieuwe arbeidsomvang in uiterlijk de eerste dag van de 15e maand.

Indien het aanbod voor een contract met vaste uren uitblijft, heeft de werknemer recht op het loon van het gemiddelde aantal gewerkte uren per week gedurende de afgelopen twaalf maanden, ongeacht of de werknemer wordt opgeroepen voor de werkzaamheden. Het betreft hier een reguliere loonvordering waarvoor een verjaringstermijn van vijf jaar geldt.

Tip! Het is dus van belang als werkgever om wel een aanbod te doen, omdat het risico bestaat dat de werknemer, veelal als hij uit dienst is gegaan, alsnog met terugwerkende kracht het loon kan vorderen op basis van het aanbod dat had moeten worden gedaan.

6. Verbod op rookruimtes
Tot en met 2021 mocht op het werk gerookt worden in een daarvoor bestemde rookruimte. Vanaf 1 januari 2022 geldt een verbod op rookruimtes in het bedrijfsleven. Ook bedrijfsvoertuigen zijn werkplekken.

Hierop wordt gehandhaafd door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Wordt ergens gerookt waar dit niet mag, dan krijgt de werkgever hiervoor een boete voor de overtreding van het rookverbod. De boetebedragen variëren per overtreding van €450 tot €4500.

Een werkgever kan een werknemer ook ondersteunen bij het stoppen met roken. Vanaf 1 januari 2020 geldt er geen eigen risico wanneer werknemers gebruikmaken van programma’s die hen helpen te stoppen met roken. Daarvoor gelden de volgende drie voorwaarden:

  1. Deelname aan een ‘stoppen met roken’-programma moet lopen via een huisarts, verloskundige of bedrijfsarts.
  2. De behandeling moet worden gecombineerd met een zogenoemd ‘gedragsprogramma’, waardoor de aanpak zowel steunt op medicatie als op gedragsverandering.
  3. Het vervallen van het eigen risico geldt alleen voor medicijnen en methoden waarvan algemeen erkend is dat ze effectief zijn.

7. Gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof
Vanaf augustus 2022 wordt een deel van het ouderschapverlof gedeeltelijk doorbetaald. Gedurende het eerste levensjaar van het kind kunnen de ouders negen weken doorbetaald ouderschapsverlof krijgen. Het gaat hier om een uitkering in het kader van de Wet arbeid en zorg (Wazo-uitkering), die via de werkgever wordt aangevraagd. Het ouderschapsverlof geldt ook als ouders vóór de invoering van de wet een kind hebben gekregen, mits dit kind jonger is dan 1 jaar. Ook moeten de ouders op dat moment werken (werknemer zijn) en nog niet het volledige recht (26 maal de arbeidsuur per week) op ouderschapsverlof hebben opgenomen.

De hoogte van het gedeeltelijk doorbetaalde ouderschapsverlof bedraagt 50%. Dit is betrekkelijk laag, waardoor de opname voor laagbetaalde werknemers minder aantrekkelijk blijft. Vanwege deze zorg voegde demissionair minister Koolmees van SZW een bepaling toe aan het wetsvoorstel. Hierin staat dat het uitkeringspercentage nog vóór het ingaan van de wet te verhogen is naar 70%, als het nieuwe kabinet dat wil en daar budget voor weet vrij te maken. Een meerderheid van de Eerste Kamer heeft deze motie aanvaard, waarin het kabinet wordt verzocht om het uitkeringspercentage inderdaad te verhogen van 50 naar 70%. Het is dus mogelijk dat dit nog gaat gebeuren.

8. NOW 5.0 en 6.0
Eind 2021 zijn de Coronamaatregelen weer verscherpt. Omdat dit opnieuw grote gevolgen heeft voor ondernemers, is de loonsubsidie NOW terug, in de vorm van NOW 5.0 en NOW 6.0.

NOW 5.0
De NOW 5.0 heeft betrekking op de periode van 1 november 2021 tot en met 31 december 2021.

De tegemoetkoming kan aangevraagd worden van 13 december 2021 t/m 31 januari 2022. Anders dan bij de voorgaande NOW-regelingen zal het voorschot in één termijn uitbetaald worden. Het kabinet komt hiermee tegemoet aan het feit dat een deel van de periode waarover tegemoetkoming wordt verstrekt, al is verstreken. Je kunt de vaststelling van de tegemoetkoming aanvragen in de periode van 1 juni 2022 t/m 22 februari 2023 (data onder voorbehoud).

NOW 6.0
De NOW 6.0 heeft betrekking op de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022.

De tegemoetkoming kan vermoedelijk in de tweede helft van februari aangevraagd worden. Nadere voorwaarden worden deze maand bekendgemaakt. De NOW 6.0 is bijna hetzelfde als de NOW 5.0. De overeenkomsten zijn:

  • minimaal 20% omzetverlies
  • maximaal op te geven omzetverlies van 90% (ook als u het omzetverlies schat tussen 90 en 100%);
  • een vergoeding van 85% van het opgegeven omzetverlies;
  • vergoeding van maximaal twee keer het maximale dagloon.

Een overzicht van de verschillen van de diverse NOW-regelingen is te vinden op de site van het UWV.

9. Invoering STAP-budget
Per 1 maart 2022 wordt het STAP-budget, dat staat voor Stimulering ArbeidsParticipatie, ingevoerd als opvolger van de per 1 januari 2022 vervallen fiscale scholingsaftrek. Met het STAP-budget wordt iedereen tussen de 8 jaar en de AOW-gerechtigde leeftijd met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt in staat gesteld om scholing in te zetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. De ontwikkeling van een publiek leer- en ontwikkelbudget biedt mogelijkheden om een toekomstbestendige regeling neer te zetten, waarmee kan worden ingespeeld op ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Het STAP-budget maakt deel uit van de LLO-maatregelen (Leven Lang Ontwikkelen) van de overheid. De uitvoering van de regeling komt in handen van het UWV, dat een digitale portal hiervoor ontwikkelt.

Iemand die aanspraak wil maken op het STAP-budget kan dit alleen doen als andere mogelijkheden om de gewenste scholing te financieren niet aanwezig zijn. Het UWV kijkt hiervoor naar de criteria die bestaande opleidingen hanteren om subsidie te krijgen op soorten onderwijs. Veel jongeren onder de 30 jaar zullen vaak nog gebruik kunnen maken van studiefinanciering en daarom geen aanspraak kunnen maken op het STAP-budget.

Het STAP-budget kan door het individu worden aangevraagd voor het financieren van een scholingsactiviteit die hij of zij wil volgen. Het budget bedraagt maximaal €1.000 per jaar. Er mag maar één aanvraag per jaar worden gedaan.

10. Betalingen aan derden per 2022 inclusief BSN
De wetgeving rond betalingen aan derden gaat vanaf 2022 veranderen. Naast gegevens die al moesten worden doorgegeven, moet voortaan ook het BSN-nummer van de ingehuurde derde aan de Belastingdienst worden doorgegeven.

Betaling aan derden
Bij betalingen aan derden gaat het om betalingen aan personen die:

  • niet bij de opdrachtgever in dienst zijn;
  • geen ondernemer zijn;
  • zelf geen factuur met BTW uitreiken.

Betalingen in 2022
De wijziging inzake betalingen aan derden gaat in per 2022, maar de in dat jaar uitgekeerde bedragen hoeven pas in de eerste maand van 2023 aan de Belastingdienst te worden doorgegeven. De uiterste inleverdatum is 31 januari 2023. Dit kan niet langer via het gegevensportaal van de Belastingdienst. Hoe dit digitaal moet worden aangeleverd, wordt nog bekendgemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-14T11:05:40+01:0014 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 wijzigingen 2022 voor de werkgever

  • Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

Als werkgever kun je het lage-inkomensvoordeel (LIV) krijgen voor werknemers die gemiddeld minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon verdienen. Onlangs zijn de uurloongrenzen voor 2022 bekendgemaakt door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Uurloongrenzen per 1 januari 2022
Het LIV is net als het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV) en de loonkostenvoordelen (LKV’s) een tegemoetkoming die werkgevers kunnen ontvangen per verloond uur.

Om in aanmerking te komen voor het LIV moet je ervoor zorgen dat het uurloon van de werknemer gemiddeld over het hele kalenderjaar minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon is.

Gemiddeld bruto per uur €10,73 (100%), €13,43 (125%).

De tegemoetkoming bedraagt €0,49 per verloond uur en kent een bovengrens van €960 per werknemer per jaar.
Verloonde uren zijn de uren waarover loon wordt betaald. Dit zijn:

  • de contracturen, dat wil zeggen de uren die de werkgever met de werknemer is overeengekomen. Daaronder vallen ook niet-gewerkte, maar wel volledig uitbetaalde uren. Bijvoorbeeld verlof of ziekte;
  • de uitbetaalde extra uren die een werknemer werkt, zoals uitbetaalde overuren. Daaronder vallen ook niet-opgenomen, maar wel volledig uitbetaalde verlofuren.

Verloonde uren zijn niet:

  • niet-gewerkte onbetaalde uren, bijvoorbeeld onbetaald verlof;
  • wel gewerkte, maar onbetaalde uren, bijvoorbeeld adv-uren (arbeidsduurverkorting), of onbetaalde overwerkuren.

Uurloongrenzen jeugd-LIV pas halverwege 2022 bekend
De uurloongrenzen voor het jeugd-LIV worden afgeleid van het minimumloon over het hele kalenderjaar 2022. Deze worden daarom pas vastgesteld zodra het wettelijk minimumloon per 1 juli 2022 bekend is.

Voorwaarden LIV
De werknemer moet voor het LIV aan een aantal voorwaarden voldoen:

  • de werknemer heeft in het kalenderjaar minimaal 1.248 verloonde uren binnen een organisatie;
  • het gemiddelde uurloon per kalenderjaar van de werknemer is minimaal 100% en maximaal 125% van het wettelijk minimumloon bij een werkweek van 40 uur;
  • de werknemer is verzekerd voor een of meerdere werknemersverzekeringen;
  • de werknemer heeft de AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Geen actie nodig voor aanvragen LIV
Voor het aanvragen van het LIV hoef je geen actie te ondernemen. Het UWV beoordeelt aan de hand van de loonaangiften of je aan de voorwaarden voldoet. Vervolgens stuurt het UWV de informatie naar de Belastingdienst. Deze neemt de uiteindelijke beslissing. Je krijgt vóór 15 maart een voorlopige berekening en je kunt tot en met 1 mei correcties over het voorgaande jaar sturen. De definitieve berekening van het LIV ontvang je altijd vóór 1 augustus.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-11T11:00:39+01:0011 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uurloongrenzen lage-inkomensvoordeel 2022

  • Een kind geld lenen voor het kopen van een huis?

Een kind geld lenen voor het kopen van een huis?

Kinderen die een eigen woning willen aanschaffen, kloppen tegenwoordig steeds vaker aan bij hun ouders. Wil je je kind helpen middels een geldlening? Hoe zit dat dan fiscaal en waar moet je op letten?

Zakelijkheid voorop
Bij leningen tussen familieleden zoals tussen ouders en kind, dient de zakelijkheid voorop te staan. Er zullen dus duidelijke afspraken gemaakt moeten worden over onder meer de betaling van de rente en het terugbetalen van de hoofdsom.

Aftrekbare hypotheekrente?
Wil je een lening verstrekken voor de aanschaf van een eigen woning en wil je dat jouw kind de rente kan aftrekken als hypotheekrente? Dan geldt er een aantal fiscale eisen. Zo moet een dergelijke lening binnen 30 jaar worden afgelost, moeten de gegevens van de verstrekker van de lening aan de fiscus worden doorgegeven én moet je rente in rekening brengen.

Hoeveel rente moet of mag je rekenen?
Bij het vaststellen van een hypotheekrente moet ook hier de zakelijkheid voorop staan. Dit betekent dat het rentepercentage onder meer afhankelijk is van de marktrente. Dit is dus rente die je bij een derde, zoals een bank of hypotheekverstrekker, aan rente zou moeten betalen, maar ook dat het rentepercentage afhangt van de gestelde zekerheden en het risico dat je als geldverstrekker loopt.

Extra renteopslag soms mogelijk
Een extra opslag op het percentage van de rente bij een bank is normaal als er zekerheden ontbreken of als er extra risico gelopen wordt. De hoogte van de opslag hangt af van de situatie. Zo is een rechterlijke uitspraak bekend waarbij zekerheden ontbraken en een opslag van 1,5% op de rente bij een bank toelaatbaar werd geacht. Laat je altijd goed adviseren of een renteopslag mogelijk of noodzakelijk is.

Let op! Hanteer je een te hoog rentepercentage, dan zal de Belastingdienst het meerdere als schenking aanmerken en moet schenkbelasting worden betaald.

Tip! Om de zakelijkheid te kunnen bewijzen is het verstandig dat je alle afspraken vastlegt in een contract. Tevens dien je, bijvoorbeeld middels bankafschriften, te kunnen bewijzen dat er daadwerkelijk rente wordt betaald en dat er wordt afgelost.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-12-22T10:06:25+01:0022 december 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Een kind geld lenen voor het kopen van een huis?

  • Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

Stel nu dat een werknemer zelf zijn dienstverband opzegt, elders gaat werken en korte tijd later weer bij de werkgever terugkeert. Hoe moet dan de transitievergoeding worden berekend als dit laatste dienstverband ten einde komt? Moet worden uitgegaan van de gehele periode dat de werknemer in dienst was of moet alleen worden gekeken naar het moment dat de werknemer opnieuw in dienst is getreden?

Voor de berekening van de transitievergoeding worden één of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten tussen dezelfde partijen, die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld, zo is de algemene regel. Wat was in deze zaak het geval?

Spijtoptant
In een aan de kantonrechter Almere voorgelegde vraag had een werknemer van 1 oktober 2013 tot 1 juli 2019 als salesmanager bij zijn werkgever gewerkt. Per 1 juli 2019 heeft hij zijn dienstverband opgezegd om elders in dienst te treden. Uiteindelijk beviel dit toch niet en is hij op 14 oktober 2019 weer bij zijn voormalige werkgever in dienst getreden op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd als ordermanager.

Ontbonden
Uiteindelijk gaat dit niet goed en wordt de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter per 1 januari 2021 ontbonden. Bij de eindafrekening blijkt de werkgever de transitievergoeding berekend te hebben vanaf 14 oktober 2019 en niet vanaf 1 oktober 2013. De werknemer is het hier niet mee eens.

Initiatief einde arbeidsovereenkomst
Naar de mening van de werkgever is de transitievergoeding bedoeld voor situaties waarin de arbeidsovereenkomst is geëindigd op initiatief van de werkgever en daar was in deze situatie geen sprake van, gelet op de opzegging van de werknemer van de eerste arbeidsovereenkomst. De werkgever heeft tevens naar voren gebracht dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid zou zijn als zij door het opnieuw in dienst nemen van de werknemer alsnog een transitievergoeding verschuldigd zou zijn, terwijl dat in eerste instantie niet het geval was.

Onaanvaardbaar
De rechter oordeelt dat alhoewel de wetsgeschiedenis hier geen duidelijkheid over geeft, het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om de werkgever te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding over het volledige dienstverband vanaf 1 oktober 2013, zonder daarbij rekening te houden met de opzegging van de werknemer per 1 juli 2019. Daarbij weegt ook mee dat de werknemer al een andere baan had aanvaard, voordat hij tot opzegging van zijn arbeidsovereenkomst bij de werkgever overging en hij dus welbewust deze keuze heeft gemaakt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-06T11:00:35+02:006 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Arbeidsverleden bij bepaling transitievergoeding

  • Boete bij concurrentiebeding?

Boete bij concurrentiebeding?

In veel overeenkomsten is er een boetebeding opgenomen, waarin wordt geregeld welke boete er verschuldigd is als een andere bepaling, zoals een concurrentiebeding of een geheimhoudingsbeding, wordt overtreden. Wat als een ex-werknemer zo’n beding overtreedt? Wat zegt de rechtspraak hierover?

Een boetebeding is een beding op basis waarvan er bij het tekortschieten in de nakoming van een verplichting door de schuldenaar een boete verschuldigd is. Hierbij kan er sprake zijn van een boete die de ex-werknemer moet betalen, omdat de werkgever door de overtreding van het concurrentiebeding schade heeft geleden (schadevergoedingsbeding). Daarnaast is er ook nog het strafbeding, een boete voor voortdurende overtreding van een beding.

Tip! Het schadevergoedingsbeding wordt vaak gebruikt als het lastig is te bepalen hoe hoog de exacte schade is die wordt geleden door de overtreding.

Let op! Een rechter kan een boete altijd matigen als er sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor de eigenlijke boete tot zeer onredelijke gevolgen leidt.

Vereisten
Een boetebeding is alleen geldig indien het voldoet aan de wettelijke vereisten. In de eerste plaats moet het beding altijd schriftelijk worden overeengekomen. Daarnaast moet het beding duidelijk zijn: bij welke overtredingen is er een boete verschuldigd, wat is de hoogte van de boete en aan wie moet de boete worden voldaan?

Let op! Als je het recht wil behouden om naast de boete nakoming van het beding en/of schadevergoeding te vorderen, dan moet je dit ook nadrukkelijk schriftelijk overeenkomen.

Basisboete versus boete bij voortdurende overtreding
In de meeste boetebedingen wordt onderscheid gemaakt tussen een basisboete die verschuldigd is bij overtreding van een beding en een boete die verschuldigd is bij een voortdurende overtreding van een beding. Wanneer is de schuldenaar de basisboete verschuldigd en wanneer ook een boete per dag dat de overtreding voortduurt?

Aard van de overtreding
Uit de rechtspraak blijkt dat rechters de beoordeling van de vraag of er naast de basisboete ook sprake is van een situatie waarin de ex-werknemer een boete per dag verschuldigd is vanwege een voortdurende overtreding van een beding, meestal beoordelen aan de hand van de aard van de overtreding. Concreet wordt er dan gekeken of de overtreder elke dag opnieuw heeft kunnen kiezen of hij met de overtreding doorgaat of de overtreding van het beding staakt.

Voorbeeld
Een voorbeeld van zo’n situatie is een verwijzing naar activiteiten die in strijd zijn met een concurrentiebeding op een website. De overtreder heeft er immers dagelijks voor kunnen kiezen om die verwijzing te verwijderen van de website of de verwijzing te handhaven. In zo’n geval is de overtreder naast de basisboete ook een boete verschuldigd voor iedere dag dat de verwijzing op de website heeft gestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-08-24T11:31:20+02:0024 augustus 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Boete bij concurrentiebeding?

  • Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Ligt het aantal uren dat een werknemer werkt structureel hoger dan overeengekomen? Dan kan een werknemer deze arbeidsomvang afdwingen bij de werkgever. Ook al zijn er andere uren overeengekomen.

De wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een zogenaamd rechtsvermoeden van arbeidsomvang opgenomen. Als er sprake is van een structureel arbeidspatroon over een periode van drie maanden kan een werknemer daar, behoudens tegenbewijs, rechten aan ontlenen.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang
Het rechtsvermoeden arbeidsomvang speelt vooral een rol bij de zogenaamde nul-urencontracten en min-maxcontracten, die een werkgever enige vrijheid geven voor wat betreft het aantal uren dat hij een werknemer laat werken. Deze vrijheid kan in de praktijk dus heel anders uitpakken. Als een werknemer gedurende drie maanden structureel meer werkt dan is overeengekomen, kan dit betekenen dat de werkgever gehouden is de werknemer ook daarna het bij die gemiddelde arbeidsduur behorende salaris te blijven uitbetalen.

De vlieger gaat niet altijd op…
Er moet wel sprake zijn van een structureel arbeidspatroon. Als een werknemer tijdelijk meer werkt vanwege bijzondere omstandigheden, zoals een piekmoment in de zomer of tijdelijk meerwerk vanwege de ziekte van een andere medewerker, is er geen sprake van een structureel arbeidspatroon. In dat geval is het mogelijk dat deze maanden niet worden meegenomen in de zogeheten referteperiode of dat er wordt uitgegaan van een langere referteperiode.

Tip! Zorg ervoor dat u uw werknemer in het geval van bijzondere omstandigheden schriftelijk laat weten dat u hem vanwege die bijzondere omstandigheden tijdelijk meer uren laat werken dan gebruikelijk.

De praktijk: de zieke horecamedewerkster
Een horecamedewerkster had een arbeidsomvang van vier uren per week. Ze werkte in de praktijk meer uren, maar was ook regelmatig langdurig ziek. In een procedure stelde ze dat haar werkgever ten onrechte uitging van een laag aantal uren (gemiddeld 4,2 uren per week) omdat zij tijdens deze periode vooral ziek was geweest. De rechter ging daarin mee en keek naar de periode voor haar ziekte en stelde vast dat zij gedurende die periode gemiddeld 11,9 uur per week werkte. Haar loon tijdens ziekte moest op basis van die arbeidsomvang worden uitbetaald.

De praktijk: arbeidsomvang bij ontslag
Een medewerkster van een andere onderneming kreeg het bericht dat de werkgever de onderneming ging sluiten vanwege de Coronacrisis. Aangezien de medewerker op basis van een oproepovereenkomst werkte, werd zij niet meer opgeroepen en kreeg geen salaris meer. De rechter keek naar haar gemiddelde maandsalaris en oordeelde dat zij van haar werkgever een aanbod had moeten krijgen voor haar vaste arbeidsomvang. De medewerkster had dan ook recht op salaris op basis van deze gemiddelde arbeidsomvang over de maanden dat ze geen salaris ontving en over de opzegtermijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-19T12:12:19+02:0019 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?