cao

Kosten logies werknemer belastingvrij vergoeden?

Als jouw werknemers zakelijk onderweg zijn, kan het voorkomen dat ze kosten moeten maken in verband met een overnachting. Kun je dergelijke kosten dan belastingvrij vergoeden en zo ja, onder welke voorwaarden?

Tijdelijk verblijf

Euro

Een van de voorwaarden die gelden als je kosten voor logies belastingvrij wilt vergoeden aan jouw werknemer, is dat er sprake moet zijn van tijdelijk verblijf. Jouw werknemer is een zogenaamde ambulante werknemer. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een vertegenwoordiger die vrijwel dagelijks onderweg is, steeds naar verschillende adressen. Er is ook sprake van een ambulante werknemer als de werknemer doorgaans op ten minste 1 dag per week heen en weer reist naar dezelfde arbeidsplaats op maximaal 20 dagen (het 20-dagencriterium) of als de werknemer om zakelijke redenen nog niet dichtbij de werkplek woont, bijvoorbeeld omdat er nog geen sprake is van een vaste aanstelling.

Dezelfde regeling als ambtenaren

Voor ambtenaren die een dienstreis maken, geldt volgens hun cao Rijk een eigen regeling inzake de vergoeding van logieskosten. Je mag deze regeling voor jouw werknemers ook toepassen, als ze voor wat betreft hun kosten in vergelijkbare omstandigheden verkeren als ambtenaren die een dienstreis maken. Je hoeft dan geen bonnen te hebben als bewijs, wat niet wil zeggen dat je niet aannemelijk moet kunnen maken dat de kosten daadwerkelijk gemaakt zijn.

Let op! Uit eerdere versies van het Handboek Loonheffingen was af te leiden dat alleen de hoogte van de kosten van belang is. Dit is echter veranderd per 2024. Nu moet je zowel voor de hoogte van de vergoedingen als voor de overige voorwaarden aansluiten bij de afspraken uit de cao Rijk. Voor bestaande situaties gaat deze nieuwe eis per 2025 in.

Onbelaste kostenvergoeding logies binnenland

Volgens de cao Rijk kun je jouw werknemer bij een binnenlandse dienstreis een onbelaste kostenvergoeding voor logies geven van maximaal € 140,57 (2024) per nacht.

Onbelaste kostenvergoeding logies buitenland

Voor buitenlandse dienstreizen gelden andere bedragen, die afhankelijk zijn van het land waar het logies plaatsvindt. Het bedrag voor Curaçao is bijvoorbeeld vastgesteld op € 175 (2024), voor Luxemburg op € 275 (2024). Soms verschilt het bedrag in een land per plaats. Je vindt alle bedragen in de Tarieflijst verblijfkosten buitenlandse dienstreizen.

Let op! Je moet aannemelijk kunnen maken dat de buitenlandse overnachtingen hebben plaatsgevonden. Lukt dat niet, dan mag je geen onbelaste vergoedingen geven voor de overnachting en mag je uitsluitend een beperkte belaste vergoeding geven, namelijk maximaal € 11,34 per nacht gedurende vier nachten per reis voor het werk. Geef je deze vergoeding niet, dan is dat in afwijking met de voorwaarden die voor ambtenaren gelden. De werknemer is dan dus niet vergelijkbaar met een ambtenaar qua vergoedingen en de ambtenarenregeling is niet van toepassing.

Meer vergoeden?

Als je jouw werknemer meer vergoedt dan bovengenoemde vrijgestelde bedragen, dan moet je het meerdere als loon aanmerken of aanwijzen als eindheffingsloon. Ook hier geldt: indien je meer vergoedt dan de standaard voor ambtenaren, dan kan dat ertoe leiden dat de werknemer niet vergelijkbaar is met een ambtenaar en de ambtenarenregeling om die reden niet geldt.

Ook voor de dga

Ook voor de dga geldt dat hij in aanmerking komt voor een vergoeding voor logies als hij reist voor de zaak. Uiteraard gelden dan ook dezelfde voorwaarden. Attentiepunt is wel dat bij een controle kritischer zal worden gekeken naar de zakelijke reden voor de overnachting, om te voorkomen dat privé-uitstapjes als dienstreizen aangemerkt worden.

Tip! Kijk voor alle voorwaarden en bedragen in het Handboek Loonheffingen.

Door |2024-09-11T11:29:52+02:0011 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kosten logies werknemer belastingvrij vergoeden?

In ploegendienst werken geen arbeidsvoorwaarde

Regelmatig komt de vraag voorbij wanneer iets een arbeidsvoorwaarde is. In een recente uitspraak ging het om de vraag of het werken in een drieploegendienst een arbeidsvoorwaarde was geworden.

Drieploegendiensten

Juridisch

Bij een werkgever op wie de cao metalektro (grootmetaal) van toepassing was, verrichtten de werknemers tot 1 januari 2023 drieploegendiensten. Er was sprake van een vroege ploeg, een late ploeg en een nachtploeg, waarbij de eerste week nachtdiensten werden gewerkt, de tweede week late diensten en de week daarna vroege diensten. Voor het werken in de drieploegendiensten ontvingen de werknemers een ploegentoeslag van 21% boven op hun vaste brutomaandloon.

Noodzaak tot besparen

Als gevolg van de marktomstandigheden was de werkgever genoodzaakt financiële besparingsmaatregelen te treffen. Een daarvan was het terugbrengen van het aantal productielijnen waarbij in ploegendiensten werd gewerkt. De werkgever had na instemming van de OR en de FNV aan de werknemers (allen 60-plus) laten weten dat ze per 1 januari 2023 in de dagdienst moesten gaan werken. Op grond van de afbouwregeling in de cao werd de ploegentoeslag nog tot 1 juli 2023 doorbetaald.

Verworven recht?

Een aantal werknemers was het er niet mee eens en ging procederen. Ze vorderden dat ze weer in ploegendienst mochten werken en dat met terugwerkende kracht de ploegentoeslag werd uitbetaald. Dit omdat ze van mening waren dat het werken in de drieploegendienst een verworven recht was geworden.

Oordeel rechter

Zowel bij de kantonrechter als in hoger beroep bij het gerechtshof vingen ze bot. Het gerechtshof oordeelde dat in de arbeidsovereenkomsten de mogelijkheid van roosterwijzingen expliciet was opengehouden en dat de werkgever onbetwist had gesteld dat bij collega-productiemedewerkers in de afgelopen jaren wel sprake was geweest van wijzigingen in het rooster. Verder houdt de toepasselijke cao de mogelijkheid van overplaatsing uit de ploegendienst naar de dagdienst open. Dit alles zorgde ervoor dat er geen sprake was van een arbeidsvoorwaarde.

Door |2024-05-22T11:37:42+02:0022 mei 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor In ploegendienst werken geen arbeidsvoorwaarde
  • Urencompensatie als feestdag op parttime dag valt?

Urencompensatie als feestdag op parttime dag valt?

Hoe zit het met een parttimer die tijdens de reguliere feestdagen al vrij had omdat het zijn parttime dag was? Heeft de parttimer dan gewoon pech of zit het wellicht toch iets anders in elkaar?

Onderscheid arbeidsduur
Indien een vaste vrije dag van een parttimer op een feestdag valt, dan heeft hij een vrije dag minder dan andere werknemers. Compenseer je hem als werkgever hier niet voor, dan maak je je schuldig aan ongelijke behandeling, wat niet is toegestaan. Dit heeft het College voor de Rechten van de Mens (CRM) herhaaldelijk bepaald.

Let op! Verhoudingsgewijs vallen veel feestdagen op een maandag, sowieso Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag, wat met name voor deeltijdwerkers die op maandag vrij zijn nadelig kan uitpakken.

Verdeling feestdagen
De werkgever dient dus rekening te houden met de verdeling van de feestdagen over de parttime dagen en te waarborgen dat iedere werknemer, voltijders en deeltijders, een naar verhouding van de arbeidsduur gelijk aantal uren vrij heeft. Door dit niet te doen benadeelt een werkgever de werknemer die parttime werkt. Die profiteert, in vergelijking tot collega’s die fulltime werken, minder van de vrije feestdagen.

CAO?
Soms wijst een CAO ook verplichte vrije dagen aan. Wanneer zo’n dag samenvalt met de vaste vrije dag van een parttimer, wordt deze hierdoor eveneens benadeeld.

Oplossing: pro rato of jaarurensysteem
Je kunt een pro-ratoberekening maken voor alle parttimers of je kunt een jaarurensysteem hanteren.

• Pro-ratoberekening
Het pro-ratodeel bereken je door jaarlijks de feestdagen die op een doordeweekse dag vallen op te tellen en dit aantal te vermenigvuldigen met het fte-percentage van de werknemer. Telt een jaar zes doordeweekse feestdagen waarop de werknemers vrij zijn, dan heeft een parttimer met 0,6 fte dus recht op 6 x 0,6 = 3,6 vrije dagen. Deze uren kun je in jouw administratie als extra vakantie-uren verwerken.

• Jaarurensysteem
Met het jaarurensysteem ontvangt iedere werknemer naar rato van het aantal uren dat de desbetreffende werknemer per week werkt hetzelfde aantal vrije (feest)dagen. Bij dit systeem bepaalt de werkgever ieder jaar het aantal werkdagen op jaarbasis. Het aantal werkdagen wordt berekend door het totale aantal dagen per jaar te verminderen met de weekeinden en de door de werkgever erkende feestdagen die niet in het weekeinde vallen. Door dit aantal werkdagen te delen door vijf ontstaat het aantal werkweken per jaar. Dit aantal werkweken wordt vervolgens weer vermenigvuldigd met de gemiddelde arbeidsduur per werknemer per week. Deze uitkomst is het aantal uren dat een werknemer per jaar moet werken (jaarurenomvang).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-05T09:11:30+01:002 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Urencompensatie als feestdag op parttime dag valt?

  • Ook transitievergoeding over overuren?

Ook transitievergoeding over overuren?

Bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer moet je als werkgever een transitievergoeding betalen. Soms bestaat er onduidelijkheid over de wijze van totstandkoming van de hoogte van de transitievergoeding, bijvoorbeeld als een werknemer veel overuren maakte.

Overuren
In een zaak ontsloeg een werkgever een langdurig arbeidsongeschikte vrachtwagenchauffeur en betaalde hem vervolgens een transitievergoeding uit. Hij richtte zich daarna tot het UWV om daar compensatie te krijgen. Het UWV compenseerde echter niet het hele bedrag aan uitbetaalde transitievergoeding. Het UWV ging namelijk uit van de contractueel overeengekomen arbeidsduur van 40 uur per week en hield in tegenstelling tot de werkgever geen rekening met de door de werknemer gemaakte overuren.

Hoe is het wettelijk geregeld?
Nadere regelgeving is te vinden in het Besluit vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding. Daarin staat dat bij de bepaling van de transitievergoeding het bruto uurloon vermenigvuldigd moet worden met het aantal overeengekomen arbeidsuren per maand. Bij een wisselende arbeidsduur moet daarentegen worden uitgegaan van een gemiddeld aantal gewerkte uren per maand, berekend over een periode van twaalf maanden. Tot het loon behoren de vakantiebijslag, de eindejaarsuitkering, de vaste looncomponenten (op basis van het gemiddelde van de laatste twaalf maanden voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst) en de overeengekomen variabele looncomponenten op basis van het gemiddelde van de laatste drie jaar voor het eindigen van de arbeidsovereenkomst, maar zonder daarbij perioden van arbeidsongeschiktheid mee te tellen.

Welke periode telt?
In de Regeling looncomponenten en arbeidsduur staat te lezen dat overwerkvergoedingen en ploegentoeslag tot de vaste looncomponenten behoren. Daarover bestond geen discussie. Wel over de vraag op welke wijze het brutoloon met de overwerkvergoeding moest worden vermeerderd. Met andere woorden: van welke periode moet worden uitgegaan? Het UWV berekende de overwerkvergoeding over een periode van twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt was. De werknemer ontving gedurende deze periode op grond van de toepasselijke CAO een (lagere) vervangende overwerkvergoeding tijdens ziekte.

Oordeel rechter
Het UWV had naar het oordeel van de rechter deze periode van arbeidsongeschiktheid buiten beschouwing moeten laten en had uit moeten gaan van de gemiddelde overwerkvergoeding in de eerste twaalf maanden voorafgaand aan de ziekmelding. De periode van ziekte mag namelijk niet van invloed zijn op de hoogte van de in aanmerking te nemen overwerkvergoeding.

Ook is het UWV ten onrechte uitgegaan van een vaste arbeidsduur. Het UWV had rekening moeten houden met het vele feitelijke en structurele overwerk. Het UWV moet daarom de transitievergoeding herberekenen op basis van de gemiddelde arbeidsduur van de werknemer in de twaalf maanden die voorafgaan aan het moment waarop de werknemer arbeidsongeschikt werd.

Tip! Als werkgever kun je mogelijk compensatie krijgen bij het UWV voor de transitievergoeding. Kijk hier voor de voorwaarden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T14:50:52+01:0029 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ook transitievergoeding over overuren?

  • Belastingvrije kilometervergoeding omhoog in 2023 én 2024

Belastingvrije kilometervergoeding omhoog in 2023 én 2024

Vanaf volgend jaar kunnen werkgevers een iets hogere kilometervergoeding geven voor zakelijke reiskosten, waaronder woon-werkverkeer. De vergoeding, die fiscaalvrij mag worden verstrekt, stijgt per 1 januari 2023 van €0,19 per km naar €0,21 per km. Dit heeft het kabinet op Prinsjesdag bekendgemaakt.

Forse prijsstijging vervoer
De kilometervergoeding is voor het laatst in 2006 verhoogd, van €0,18 naar €0,19 per km. Uit cijfers blijkt dat de kosten van vervoer sindsdien fors zijn gestegen. Zo is alleen al de benzineprijs sinds 2010 met bijna 20% gestegen. Daarom is de verhoging van de onbelaste vergoeding gerechtvaardigd, aldus het kabinet.

Verdere verhoging in 2024
De onbelaste kilometervergoeding wordt in 2024 verder verhoogd naar €0,22 per km.

Keuze werkgever
Het is de keuze van de werkgever om wel of geen reiskosten te vergoeden. Hiervoor geldt geen verplichting. Dit kan anders zijn als de werkgever gebonden is aan bepaalde afspraken, zoals een CAO, waarin de verplichting tot een reiskostenvergoeding is opgenomen.
Werkgevers zijn in beginsel ook niet verplicht hun bestaande reiskostenvergoeding te verhogen naar €0,21 per km.

Meerdere via werkkostenregeling
Het bedrag van €0,21 per kilometer is geen absoluut maximum. Werkgevers kunnen ervoor kiezen om meer te vergoeden. Bijvoorbeeld als werknemers ondanks de vergoeding van €0,21 tekortkomen. Het bedrag boven €0,21 is dan wel belast. Werkgevers kunnen dit in beginsel ook onderbrengen in de werkkostenregeling. Op die manier blijft de vergoeding voor de werknemer onbelast. Wel moet de werkgever 80% belasting betalen als hij binnen de werkkostenregeling de vrije ruimte overschrijdt.

Tip! De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt volgens de nieuwe belastingplannen per 1 januari 2023 verruimd van 1,7% naar 1,92% over de eerste €400.000 van de loonsom.

Doorwerking
De onbelaste kilometervergoeding werkt fiscaal ook verder door. Zo kunnen ondernemers en resultaatgenieters voor zakelijke reiskosten ook de genoemde bedragen in aftrek brengen.
Tevens wordt de aftrek van specifieke zorgkosten voor reiskosten in verband met ziekenbezoek verhoogd naar €0,21 per km, evenals de aftrek voor weekenduitgaven inzake gehandicapten en de giftenaftrek als een vrijwilliger afziet van zijn reiskostenvergoeding.

Let op! Het voorstel om de kilometervergoeding te verhogen, moet nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-09-28T15:45:06+02:0028 september 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Belastingvrije kilometervergoeding omhoog in 2023 én 2024
  • Studiekostenbeding: wat verandert er?

Studiekostenbeding: wat verandert er?

Vanaf augustus verandert de regelgeving rondom het overeenkomen van een studiekostenbeding. Dit is het gevolg van de implementatie van de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wetgeving. Wat verandert er voor jou als werkgever?

Tot nu toe
Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het mogelijk is om een studiekostenbeding met de werknemer overeen te komen als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1. je moet als werkgever duidelijk aangeven over welke periode je baat hebt bij de opleiding en de terugbetalingsplicht moet tot die periode worden beperkt;
2. gedurende genoemde periode wordt de terugbetalingsverplichting evenredig verminderd op grond van de glijdende schaal;
3. je moet de werknemer duidelijk vooraf informeren over de inhoud en omvang van de terugbetalingsverplichting.

Beperking bij verplichte scholing
Vanaf augustus 2022 wordt de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding overeen te komen aan banden gelegd.
Als je verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, is de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. Die verplichting kan er zijn op grond van de wet of de cao; denk aan opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid. Tot de wettelijk verplichte scholing behoort ook de scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie en de scholing die noodzakelijk is voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Denk aan een training of opleiding in het kader van een verbetertraject, als bijvoorbeeld jouw werknemer over te weinig ICT-vaardigheden beschikt om zijn werk goed uit te kunnen voeren. In deze situaties is een studiekostenbeding niet toegestaan.

Let op! Reeds lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen te vervallen.
Let op! De verplichting om scholing aan te bieden, kan voortvloeien uit nationale wetgeving, Europese regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten of uit rechtspositieregelingen.

Alle kosten
Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de scholing, komen voor jouw rekening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reiskosten, boeken en ander studiemateriaal en examengelden. Bij voorkeur moet, indien mogelijk, de scholing onder werktijd worden aangeboden.

Gereglementeerd beroep
Er bestaat een lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, waarin uiteenlopende beroepen staan, zoals registerloods, deskundige asbestverwijderaar, duiker, beëdigde tolk, sportarts of fysiotherapeut. Als het beroep van de werknemer op de lijst staat, is een studiekostenbeding nog mogelijk, tenzij de opleiding alsnog in een cao verplicht wordt gesteld. In die laatste situatie is een studiekostenbeding niet langer geldig.

Wanneer nog meer niet?
Bij scholing gaat het dus niet om beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unierecht, het nationale recht of een cao.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-04T08:58:02+02:004 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Studiekostenbeding: wat verandert er?

  • Huidige reiskostenvergoedingen onder de loep

Huidige reiskostenvergoedingen onder de loep

Het ministerie van Financiën gaat dit jaar, 2022, nog onderzoek doen naar de reiskostenvergoedingen van werknemers. Dit blijkt uit antwoord op Kamervragen over de invloed van de gestegen brandstofprijzen op het woon-werkverkeer.

Reiskostenvergoeding in CAO
Bekend is dat een reiskostenvergoeding voor het woon-werkverkeer in 51 van de 98 grootste CAO’s is opgenomen. De vergoeding ligt vaker op of boven,
dan onder de vrijgestelde vergoeding van €0,19 per kilometer. De vergoeding in de betreffende CAO’s varieert van 8 tot 40 eurocent per kilometer.

Onderzoek
In het aangekondigde onderzoek zal worden bekeken welk deel van de werkgevers een onbelaste reiskostenvergoeding geeft aan werknemers met vervoerskosten en tot welk bedrag. Ook wordt meegenomen hoe dit is verdeeld over verschillende kilometerklassen, inkomensklassen, soort werk en soort vervoermiddel. De uitkomsten van het onderzoek zullen nog in 2022 verschijnen.

Verlaging accijns en BTW
Het ministerie heeft met betrekking tot de Kamervragen ook gewezen op de accijnsverlaging en de aangekondigde BTW-verlaging op brandstoffen per 1 juli 2022. Gewezen wordt verder op het feit dat in het coalitieakkoord al het voornemen is opgenomen de belastingvrije vergoeding voor reiskosten te verhogen. De Tweede Kamer heeft er via een motie al op aangedrongen deze verhoogde vrijstelling eerder in te voeren dan de geplande datum van 1 januari 2024.

Tip! Een hogere onbelaste vergoeding dan €0,19 per kilometer kan wel via de werkkostenregeling worden verstrekt.

Afspraak werkgever en werknemer
Het kabinet wijst er wel op dat de verhoging van de belastingvrije vergoeding slechts de mogelijkheid biedt aan werkgevers en werknemers om hierover afspraken te maken en dat het kabinet zelf hierover niets heeft te zeggen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-16T10:24:52+02:0016 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Huidige reiskostenvergoedingen onder de loep

  • Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

Als je als werkgever de zakelijke reiskosten van de werknemers vergoedt, kan dit grotendeels onbelast. Daarvoor is wel vereist dat je de vergoedingen afdoende onderbouwt, anders riskeer je een naheffing met eventueel een boete.

Reiskosten
Zakelijke reiskosten van het personeel kun je veelal belastingvrij vergoeden. Voor reiskosten per auto geldt daarbij de bekende limiet van €0,19 per kilometer.

Onderbouwing
Je moet de verstrekte onbelaste reiskosten wel goed onderbouwen. Zo moet uit de administratie zijn af te leiden voor welke reizen een bepaalde kostenvergoeding is bestemd. Voor de reiskosten in het kader van het woon-werkverkeer kun je daarbij ook gebruikmaken van een forfaitaire regeling, de zogenaamde 128-dagenregeling.

Geen onderbouwing betekent naheffing
Enige tijd geleden kwam een zaak voor de rechtbank in Den Haag, waarbij een schoonmaakbedrijf de aan zijn werknemers betaalde reiskosten niet had onderbouwd. In totaal ging het om onbelaste betalingen ten bedrage van ruim €150.000. Omdat de onderbouwing ontbrak, volgde een naheffing loonheffingen.

Te weinig CAO-toeslag
De inspecteur was er bij de naheffingen vanuit gegaan dat de reiskostenvergoedingen een compensatie vormden voor de onbetaalde CAO-toeslagen waarop de schoonmakers recht hadden. Via deze route werd de toeslag onbelast uitbetaald.

Of de CAP-toeslagen al dan niet in het loon waren inbegrepen, kon volgens de rechtbank in het midden blijven. Van belang was dat de reiskosten niet waren onderbouwd en daarom ook niet onbelast mochten worden uitbetaald. Ook ontbrak de steekproef die een werkgever moet uitvoeren als hij een vaste vergoeding onbelast wil uitbetalen. Via deze steekproef kan worden aangetoond dat een vergoeding terecht onbelast kan blijven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-07T15:58:59+01:007 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

  • Wijziging verrekening loonkostensubsidie bij ziekte

Wijziging verrekening loonkostensubsidie bij ziekte

Per 1 januari 2022 is de werkwijze rond ziekmelding en de verrekening van loonkostensubsidie bij ziekte gewijzigd. Hierdoor wordt het voor de werkgever eenvoudiger om iemand met loonkostensubsidie in dienst te nemen.

Hoe was het voorheen geregeld?
Tot en met 31 december 2021 moest een werkgever een werknemer voor wie hij loonkostensubsidie ontvangt bij ziekte, bij twee loketten ziek- en betermelden: bij het UWV (vanwege de no-riskpolis) én bij de gemeente (vanwege het stopzetten en hervatten van de loonkostensubsidie). Dit systeem leidde tot allerlei verrekeningen tussen gemeenten, UWV en werkgevers vanwege de samenloop van de no-riskpolis en loonkostensubsidie. Dit is nu vereenvoudigd.

Loonkostensubsidie loopt per 2022 door
Per 1 januari 2022 blijft de loonkostensubsidie bij ziekte gewoon doorlopen. Gemeenten en uitvoerders hoeven achteraf geen loonkostensubsidie terug te vorderen. Het UWV past de no-risk Ziektewetuitkering aan op basis van de vastgestelde loonwaarde. Werkgevers hoeven iemand die met loonkostensubsidie werkt voortaan alleen nog maar bij het UWV ziek te melden en niet langer ook bij de gemeente.

Berekening
Het UWV berekent de uitkering voor de betreffende werknemer door het uitkeringsbedrag met het loonwaardepercentage dat de gemeente aan het UWV doorgeeft te vermenigvuldigen. De uitkomst is de uitkering voor de werknemer. Het loonwaardepercentage is de arbeidsprestatie van een werknemer uitgedrukt in een percentage van de arbeidsprestatie van een gewone, vergelijkbare werknemer in die functie. De gemeente stelt het loonwaardepercentage vast. Dit is een percentage van het wettelijk minimumloon. De loonwaarde voor de berekening is minimaal 30%. Dit is wettelijk vastgelegd. Per 1 juli 2021 geldt er één uniforme systematiek voor de bepaling van de loonwaarde.

Let op! De nieuwe regels gelden per 1 januari 2022 bij aanvragen voor een Ziektewet- of een zwangerschaps- en bevallingsuitkering.

Voor wie was het ook weer bedoeld?
Gemeenten kunnen het instrument loonkostensubsidie inzetten voor personen die niet in staat zijn het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Het gaat om personen voor wie de gemeente verantwoordelijk is hen te ondersteunen bij het vinden van werk. Denk hierbij aan mensen die bijstand ontvangen, mensen die een IOAW- of IOAZ-uitkering ontvangen, mensen die met behulp van een andere voorziening van de gemeente al aan het werk zijn, maar ook aan de niet-uitkeringsgerechtigden (‘nuggers’).

De loonkostensubsidie
Als loonkostensubsidie is toegekend ontvangt de werknemer het wettelijk minimumloon (WML) voor de uren die hij werkt of het CAO-loon als dat hoger is. De werknemer ontvangt zo nodig een aanvullende uitkering van de gemeente, in het geval het aantal uren dat hij werkt te weinig is om op het sociaal minimum uit te komen. De werkgever krijgt loonkostensubsidie ter hoogte van het verschil tussen het WML en de (lagere) loonwaarde van zijn werknemer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-01-25T16:20:46+01:0025 januari 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wijziging verrekening loonkostensubsidie bij ziekte

  • Welke CAO is van toepassing?

Welke CAO is van toepassing?

In de praktijk komt het regelmatig voor dat ondernemingen hun bedrijfsactiviteiten wijzigen. Vaak wordt er vergeten dat wijzigingen invloed kunnen hebben op de toepasselijkheid van de CAO. Pas je de juiste CAO toe? Voorkom onaangename verrassingen.

Bij ondernemen hoort dat er soms wijzigingen plaatsvinden in de activiteiten van een onderneming. Dit geldt bij het afstoten of uitbreiden van bepaalde bedrijfsactiviteiten of het starten van nieuwe activiteiten, maar ook na bijvoorbeeld een overname. Let op dat je de juiste CAO toepast. Het tijdig controleren van de werkingssfeerbepaling voorkomt vorderingen op basis van het toepassen van de verkeerde CAO. Dit geldt ook als er een nieuwe CAO wordt afgesloten.

Op welke activiteiten is de CAO van toepassing?
Een vast onderdeel van iedere CAO is een bepaling waarin is opgenomen op welke bedrijfsactiviteiten de CAO van toepassing is. Deze bepaling wordt ook wel de werkingssfeerbepaling genoemd. Zeker bij wijziging van de bedrijfsactiviteiten is het daarom van belang om te controleren of de CAO eigenlijk nog wel van toepassing is.

Tip! Controleer de werkingssfeerbepaling ook als er in de branche een nieuwe CAO wordt afgesloten. Het is mogelijk dat de werkingssfeer vanwege ontwikkelingen in de branche is aangepast. Dit geldt ook als je je bij een andere werkgeversorganisatie aansluit of als er CAO’s worden samengevoegd.

Vorderingen
Als de werkingssfeer niet tijdig wordt gecontroleerd, wordt een werkgever meestal pas hiermee geconfronteerd als een werknemer, een sociaal fonds of een pensioenfonds zich meldt met een vordering, bijvoorbeeld omdat er een te laag loon is betaald of als er niet voldaan is aan de afdrachtverplichting op basis van de wel toepasselijke pensioenregeling.

Let op! Alle vorderingen op basis van het toepassen van de verkeerde CAO verjaren pas na vijf jaar, zodat deze flink kunnen oplopen.

Plan van aanpak
Om onaangename verrassingen te voorkomen, is het verstandig om na wijzigingen in de organisatie of bij aanvang van een nieuwe CAO altijd de werkingssfeerbepaling van de toegepaste CAO er op na te slaan. Daarbij is het van belang kritisch te kijken naar de uren die er binnen de organisatie aan de verschillende bedrijfsactiviteiten wordt besteed. Bij veel CAO’s is dat een belangrijk criterium. Vooral pensioenfondsen en sociale fondsen maken daarnaast gebruik van de bedrijfsomschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Zorg er dus voor dat deze overeenstemt met de daadwerkelijke activiteiten. Als het onduidelijk is of een CAO wel of niet van toepassing is, is het verstandig een externe partij te vragen dit te onderzoeken.

Conflictsituatie
Het komt in de praktijk soms voor dat er twee CAO’s van toepassing zijn op een onderneming. In dat geval bieden de CAO’s soms zelf uitkomst door een bepaling over eventuele voorrang van de ene CAO boven de andere. Vaak kunnen ook de werkgeversorganisaties die betrokken zijn bij de CAO’s aangeven hoe er met deze situatie moet worden omgegaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-19T11:32:46+02:0019 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Welke CAO is van toepassing?