btw

Digitaal medisch consult vrijgesteld van btw?

Ook in de medische wereld wordt steeds meer gebruikgemaakt van digitale technieken. Onlangs kwam de vraag aan de orde of ook digitale consulten kunnen delen in de btw-vrijstelling voor medische diensten. Wat vond de rechter hiervan?

Vrijstelling medische diensten

Medisch

De omzetbelasting kent een vrijstelling voor medische diensten. Dit betekent dat medische dienstverleners geen btw in rekening hoeven te brengen, maar ook de door hen betaalde btw niet in aftrek kunnen brengen. Omdat de afnemers veelal particulieren zijn, werkt de vrijstelling prijsverlagend voor de consument.

Digitaal consult

Onlangs werd voor de rechtbank Noord-Holland ingegaan op de vraag of ook online gegeven medische consulten vrijgesteld zijn voor de heffing van btw. Een vrouw bezat een website waarop medische consulten konden worden aangevraagd met een medisch specialist.

BIG-geregistreerde artsen

De dame in kwestie had hiervoor contact gelegd met een aantal BIG-geregistreerde artsen die deze consulten gaven en hiervoor een beloning ontvingen. Via de website kon via de specialist informatie uitgewisseld worden over diagnoses en mogelijke behandelingen voor de specifieke medische situatie van de klant.

Breed begrip

De rechtbank overwoog dat ‘medische verzorging’ een breed begrip is. Ook diensten gericht op het behoud en herstel van de gezondheid vallen eronder. Alleen het geven van informatie over de gezondheid is echter onvoldoende. Voor een digitaal consult is echter niet van belang dat er vooraf een medisch voorschrift is verstrekt of achteraf behandeling heeft plaatsgevonden.

Btw vrijgesteld

Overwegende dat bij het digitale consult meestal een diagnose en behandeling werden getoetst en dat de informatie hierover werd verkregen uit de gegevens die de patiënten zelf aanleverden, oordeelde de rechtbank dat deze consulten vrijgesteld dienen te zijn van btw. De digitale consulten gingen verder dan slechts het verstrekken van informatie, zo werd ook door een viertal artsen bevestigd die via de website hun diensten verleenden.

Door |2024-05-02T09:39:20+02:002 mei 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Digitaal medisch consult vrijgesteld van btw?

Vraag voor 1 oktober in EU betaalde btw terug

Heb je vorig jaar btw betaald in een ander EU-land en betreft het een zakelijke aankoop, dan kun je onder voorwaarden deze btw digitaal terugvragen. Doe dit vóór 1 oktober 2023.

Voorwaarden voor het terugvragen van btw
Om btw terug te kunnen vragen die u in een ander EU-land heeft betaald, gelden in ieder geval drie voorwaarden:

1. Jouw onderneming is gevestigd in Nederland;
2. Je doet geen btw-aangifte in het EU-land; en
3. Je gebruikt de goederen of diensten voor bedrijfsactiviteiten die met btw belast zijn.
Om zeker te weten dat u in aanmerking komt om btw terug te vragen, kunt u ook gebruikmaken van een tool van de Belastingdienst.

Welke btw betreft het?
De terug te vragen btw betreft btw op aankopen in een ander EU-land, zoals btw op getankte brandstof. Het dient te gaan om zakelijke goederen of diensten die u gedeeltelijk of geheel gebruikt voor bedrijfsactiviteiten die met btw belast zijn.

Inloggegevens
Als je de btw digitaal terug wilt vragen, dan kan dat via deze site. Je hebt hiervoor inloggegevens nodig. Heb je al eerder btw uit een EU-land teruggevraagd, dan gebruik je de destijds verstrekte inloggegevens. Ben je deze eerder verstrekte inloggegevens kwijt, neem dan contact op met de Belastingtelefoon. Heb je nog niet eerder btw uit een EU-land teruggevraagd, vraag dan inloggegevens aan via de site van de Belastingdienst (belastingdienst.nl zoekterm ‘btw buitenland aftrekken’).

Let op!
Vraag de inloggegevens op tijd aan, want het verstrekken van deze gegevens kan maximaal vier weken duren. Zorg dus dat je hierdoor de termijn van 1 oktober niet overschrijdt.


Voorwaarden

Als je btw terugvraagt die je in een ander EU-land hebt betaald, gelden er voorwaarden die per land kunnen verschillen. Zo moet je in veel gevallen de facturen meesturen van de zaken waarvoor je de btw terugvraagt. Ook dit moet digitaal, dus zul je de facturen moeten scannen als je deze op papier hebt. Op een speciale site van de Belastingdienst vindt je alle informatie. Voor brandstof geldt voor de meeste landen de verplichting een factuur mee te sturen vanaf een bedrag van € 250 excl. btw. Voor overige goederen dien je in de meeste landen een factuur mee te sturen vanaf een bedrag van € 1.000 excl. btw.

Minimumteruggave
Het minimum terug te vragen bedrag aan btw bedraagt per land per kalenderjaar € 50. Bij een lager bedrag beslist het betreffende land zelf of men de btw restitueert. Ook als je jouw verzoek te laat indient, beslist het betreffende EU-land zelf of je jouw btw al dan niet terugkrijgt. Overigens mag je ook al in de loop van het jaar de btw terugvragen, als het bedrag aan btw minstens € 400 per kwartaal betreft.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T21:14:26+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vraag voor 1 oktober in EU betaalde btw terug

Verhuur opslagboxen niet per definitie BTW-vrij

De verhuur van opslagboxen in een onroerende zaak is BTW-vrijgesteld als deze verhuur kan worden aangemerkt als verhuur van een onroerende zaak. Dat verhuur van opslagboxen niet per definitie onder deze BTW-vrijstelling valt, ontdekte een verhuurder van zogenaamde ‘boxx on wheels’.

Verhuur onroerende zaak
Voor verhuur van onroerende zaken geldt een BTW-vrijstelling. Dit kan prettig zijn bij verhuur aan particulieren, maar de BTW-vrijstelling betekent ook dat de verhuurder geen recht heeft op aftrek van de BTW die betrekking heeft op de verhuur.

Let op! Dit kan betekenen dat de verhuurder wel met BTW wil verhuren. Onder voorwaarden is het voor huurder en verhuurder mogelijk om te kiezen voor BTW-belaste verhuur. Een van die voorwaarden is dat de huurder het gehuurde voor ten minste 90% (in sommige gevallen 70%) gebruikt voor met BTW belaste prestaties. Bij verhuur aan particulieren is deze keuze dus niet mogelijk.

Verhuur opslagboxen BTW-vrijgesteld
Vraag is of de verhuur van opslagboxen onder de BTW-vrijstelling van de verhuur van onroerende zaken kan vallen. De Hoge Raad besliste in 2018 dat in de volgende casus de BTW-vrijstelling in ieder geval wel van toepassing was:
In een afgebakend deel van een onroerende zaak zijn zeecontainers geplaatst op de begane grond en houten boxen op de eerste verdieping. De zeecontainers vormen de draagvloer voor de houten boxen en vormen dus een integrerend deel van de onroerende zaak. De zeecontainers en houten boxen worden verhuurd voor opslag. De verhuurder verricht ook nog andere diensten (onder meer permanente bewaking van het pand en het ter beschikking stellen van het gratis gebruik van transportwagentjes, een bestelbus of een aanhangwagen). Deze diensten zijn echter, naar het oordeel van Hof ’s-Hertogenbosch, van ondergeschikt belang bij de verhuur van de containers en boxen. Het hof oordeelt dan ook terecht dat sprake is van verhuur van (een deel van) een onroerende zaak, aldus de Hoge Raad. De verhuur is BTW-vrijgesteld.

Verhuur boxx on wheels BTW-belast
De verhuur van opslagboxen is echter niet per definitie BTW vrijgesteld. In de volgende casus was hiervan naar het oordeel van Rechtbank Noord-Holland én Hof Amsterdam in ieder geval geen sprake:
In een opslagloods worden verplaatsbare houten kisten geplaatst. Een huurder bewaart de sleutel van de gehuurde box, maar heeft geen toegang tot de opslagloods waarin ook boxen van andere huurders staan. Na een afspraak kan de huurder op andere een plek waar de verhuurde de box plaatst, voor een korte periode in de box. Daarna plaatst de verhuurder de box weer terug in de opslagloods. Indien gewenst kan de huurder gebruikmaken van diverse aanvullende diensten die belast worden tegen 21% BTW. De rechtbank en het hof oordelen dat de boxen niet een integrerend deel vormen van de opslagloods en daar niet blijvend zijn geplaatst. De huurder heeft weliswaar exclusief recht van toegang tot de box, maar niet tot het deel van de opslagloods waar de box normaal staat. Daarmee wordt geen onroerende zaak ter beschikking gesteld. Ook de bijkomende diensten die de verhuurder verleent, zijn niet bijkomstig, maar hebben een toegevoegde waarde van betekenis. De rechtbank en het hof oordelen dan ook dat geen sprake is van verhuur van (een deel van) een onroerende zaak. De verhuur is dus niet BTW-vrijgesteld.

Let op! Of de verhuur van opslagboxen btw-vrijgesteld is of btw-belast, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Overleg met onze adviseurs wat dit betekent voor uw situatie.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-20T14:19:36+02:0023 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhuur opslagboxen niet per definitie BTW-vrij

  • Nieuwsbrief juni 2023

Nieuwsbrief juni 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 5 juni 2023, 20:00 uur.


1. Wet toekomst pensioenen definitief!

De Wet toekomst pensioenen is op 30 mei definitief geworden. De Eerste Kamer stemde in grote meerderheid voor.

Ingangsdatum
De wet gaat per 1 juli 2023 in, maar er geldt wel een overgangsregime voor bestaande pensioenregelingen tot 2028 (dat was in het wetsvoorstel eerst nog 2027).

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?
De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige pensioenstelsel zijn:

  1. alle pensioenregelingen worden premieovereenkomsten, met een flatratepremie (= eenzelfde premie voor iedere werknemer, ongeacht de leeftijd) van maximaal 30%. Uiterlijk derhalve per 2028, eerder mag;
  2. bestaande beschikbare premieregelingen met een stijgende staffel mogen in stand blijven voor alle werknemers die per 1 januari 2028 al in dienst zijn. Nieuwe werknemers krijgen vanaf die datum wel een flatratepremie;
  3. er moet adequaat gecompenseerd worden voor werknemers die er mogelijk op achteruitgaan. Dit is globaal de groep 45-68 jaar. Wat precies adequaat is, is niet vastgelegd en zal derhalve uitonderhandeld moeten worden per werkgever. De compensatie mag in extra pensioen (de flatrate wordt daartoe 33% tot 2037) of via extra salaris. In geval van extra pensioen geldt dat ook voor nieuwe werknemers gedurende de compensatieperiode;
  4. pensioenfondsen mogen kiezen tussen de solidaire premieovereenkomst of de flexibele premieovereenkomst (doorbeleggen). De eerste voorziet onder andere in beschermingsrendement voor gepensioneerden en mag een buffer kennen van 15% van het pensioenvermogen om mogelijke verlagingen van ingegane pensioenen op te vangen;
  5. opgebouwde (middel- of eindloon)pensioenen bij een verzekeraar mogen gewoon in stand blijven. Lopende middelloonregelingen mogen nog tot 2028 omgezet worden in een stijgende, beschikbare premiestaffel (die dan weer voortgezet mag worden voor zittende werknemers);
  6. het partnerpensioen wordt gestandaardiseerd en mag maximaal 50% van het salaris bedragen en wordt per definitie op risicobasis verzekerd;
  7. de mogelijkheid om 10% op de pensioeningangsdatum in één keer uit te laten keren (dit was al wet), gaat waarschijnlijk per 2024 in. Deze uitkering wordt dan belast in het jaar volgend op de AOW-ingang als de uitkering in het eerste jaar waarin AOW wordt ontvangen, wordt genoten. Op die manier hoeft daarover geen AOW-premie betaald te worden;
  8. de lijfrenteaftrek gaat ook naar 30% (nu 13,3%) en de tijdelijke oudedagslijfrente blijft bestaan;
  9. het pensioen mag nog maar vanaf 10 jaar voor AOW-datum ingaan. Er hoeft dan geen verklaring meer te worden overgelegd dat uit het arbeidsproces wordt gestapt. Nu is de ingangsdatum nog helemaal vrij, maar er moet bij meer dan 5 jaar voor AOW-datum wel een verklaring overgelegd worden dat gestopt wordt met werken;
  10. tot slot mogen sociale partners verder praten over een regeling voor zware beroepen. Het huidige boetevrije Recht op Vervroegde Uittreding (vanaf 3 jaar voor AOW-datum) loopt per 2025 af.

Transitie
Uiteraard moet de hele pensioentransitie goed vastgelegd worden door middel van een transitieplan (waarin alle keuzes en gevolgen worden uitgelegd), een communicatieplan en een compensatieplan. Daarmee moeten zowel interne als externe toezichthouders instemmen. Het individuele bezwaarrecht van artikel 85 Pensioenwet is tijdelijk buiten werking gesteld. Nu kan een individuele werknemer bezwaar maken bij een collectieve waardeoverdracht. Om te bewerkstelligen dat iedereen overgaat naar het nieuwe systeem, is besloten dat hiertegen geen bezwaar mogelijk is.

Let op!
Als blijkt dat de transitie niet per 2028 lukt, kan de termijn verlengd worden met een jaar voor individuele pensioenfondsen. De Nederlandsche Bank als toezichthouder geef hiervoor dan toestemming. Mocht blijken dat het voor heel veel uitvoerders geldt, dan kan er uiteraard een generaal pardon komen vanuit de wetgever.


2. Kabinetsplannen met betrekking tot zelfstandigen

Het kabinet wil schijnzelfstandigheid tegengaan. Dit vergt een aanpak langs drie lijnen: een meer gelijk speelveld tussen contractvormen, meer duidelijkheid over de vraag wanneer gewerkt wordt als werknemer dan wel als zelfstandige en verbetering van handhaving op schijnzelfstandigheid.

Toekomstige wijzigingen
Allereerst worden de fiscale verschillen tussen werknemers in loondienst en zelfstandigen verkleind. Daarmee is al begonnen. Zo is opbouw van de fiscale oudedagsreserve (FOR) al niet meer mogelijk vanaf 2023 en wordt de zelfstandigenaftrek versneld afgebouwd tot €900 in 2027. Andere maatregelen staan op de planning, zoals een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen (AOV), verduidelijking van het werken ‘in dienst van’ en een rechtsvermoeden van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Hiervoor is een wetswijziging nodig.

Let op!
De bedoeling is om de parlementaire behandeling van het betreffende wetsvoorstel in 2024 te laten plaatsvinden. Tevens bestaat het voornemen om het huidige handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 volledig op te heffen.

Verplichte AOV
De verplichte AOV gaat vooralsnog alleen gelden voor IB-ondernemers (en meewerkende partners) en niet voor DGA’s en resultaatgenieters. Wanneer het in de toekomst uitvoeringstechnisch wel haalbaar is om een onderscheid te maken tussen zelfstandigen met en zonder personeel, kan een verzekeringsplicht voor de DGA’s zonder personeel worden ingevuld.

In dienst van
Om nadere invulling te geven aan de open norm ‘werken in dienst van’ worden drie hoofdelementen benoemd: materiële ondergeschiktheid (toezicht, instructies etc.), de organisatorische inbedding van het werk en – als contra-indicatie voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst – zelfstandig ondernemerschap binnen de betreffende arbeidsrelatie.

Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst
Ook is het de bedoeling om het ‘civielrechtelijke rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’, te koppelen aan een maximaal uurtarief. De tariefgrens hiervan wordt nog nader bepaald (mogelijk tarief tussen de 30 en 35 euro).

Het betreft hier overigens een weerlegbaar rechtsvermoeden. Dit betekent dat er bij werken tegen een vergoeding tot maximaal het uurtarief geacht wordt een arbeidsovereenkomst te zijn. Tegenbewijs waaruit blijkt dat niet sprake is van een arbeidsovereenkomst is echter mogelijk.

Let op!
De uiteindelijke toets of sprake is van een arbeidsovereenkomst zal dus gebaseerd blijven op arbeid, loon en werken in dienst van (gezag).

Aanvullende maatregelen specifieke sectoren
Het kabinet vindt de schijnzelfstandigheidsproblematiek in de sectoren kinderopvang, onderwijs en zorg dusdanig urgent dat er eerder ingegrepen moet worden. Een aanvullende aanpak is hiervoor noodzakelijk. Voor de zomer zal de Tweede Kamer hierover geïnformeerd worden. Bij deze aanvullende maatregelen moet waarde gehecht worden aan het belang van goed werkgeverschap in deze sectoren. Dit kan door het stimuleren van modern werkgeverschap, het bieden van meer flexibiliteit binnen een arbeidsovereenkomst door bijvoorbeeld meer ruimte te geven om de eigen werktijden te kiezen of het bieden van meer autonomie voor de werkende.


3. Voorgenomen hervormingen concurrentiebeding

Het kabinet is van plan om het concurrentiebeding te hervormen om zo onnodige beperkingen van zo’n beding en rechterlijke procedures tegen te gaan.

Concurrentiebeding
Een concurrentiebeding legt de vrijheid van de werknemer aan banden om na afloop van zijn dienstverband elders in dienstbetrekking dan wel als zelfstandige te gaan werken. Om die reden is het met de nodige waarborgen omgeven. Zo is het alleen rechtsgeldig als het schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer en mag het als hoofdregel alleen worden afgesproken bij arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd. Het kabinet is van plan om het concurrentiebeding met nog meer waarborgen te omgeven.

Gebruik concurrentiebeding
Uit onderzoek is gebleken dat inmiddels naar schatting circa 37% van de werknemers aan een concurrentiebeding is gebonden. Eén op de drie werkgevers hanteert een concurrentiebeding, vrijwel altijd als een standaardclausule in het arbeidscontract. Deze werknemers hebben echter vaak geen toegang tot kennis en/of relaties die de concurrentiepositie van de werkgever kunnen schaden. De vraag is dan reëel of het nog wel zinvol is om deze werknemers aan een concurrentiebeding te binden.

Ook geeft ongeveer een derde van de werkgevers aan dat ze het concurrentiebeding gebruiken als manier om werknemers aan zich te binden, terwijl de Hoge Raad in de zomer van 2022 expliciet heeft bepaald dat een concurrentiebeding daar niet voor is bedoeld.

Voorgenomen wijzigingen
De minister van SZW wil daarom een wetsvoorstel voorbereiden dat als doel heeft het concurrentiebeding te moderniseren. Ze is van plan de volgende voorgenomen wijzigingen verder uit te werken in een wetsvoorstel:

  • het wettelijk begrenzen van het concurrentiebeding in tijdsduur;
  • het verplicht opnemen in een concurrentiebeding van een geografisch bereik, gespecificeerd en gemotiveerd;
  • het, evenals bij arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, bij een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd verplicht vermelden van een motivatie van ‘het zwaarwichtig bedrijfsbelang’;
  • het door de werkgever, bij het succesvol inroepen van het concurrentiebeding, in beginsel betalen van een vergoeding, vastgesteld op een bij wettelijk voorschrift bepaald percentage van het laatst verdiende salaris van de werknemer.

Let op!
Het is nog niet bekend vanaf wanneer de voorgenomen wijzigingen in zouden moeten gaan. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel eind 2023 ter internetconsultatie wordt aangeboden.


4. BTW-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Ondernemers die een verleggingsregeling in de BTW toepassen, dienen de identiteit van de afnemer vast te stellen. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat dit noodzakelijk is vanwege een effectieve controle op heffing en inning van de BTW bij de afnemer.

Verleggingsregeling
Als een verleggingsregeling van toepassing is, dient niet de leverancier van goederen BTW te berekenen en af te dragen, maar de afnemer. Nederland kent een aantal verleggingsregelingen die bedoeld zijn om fraude tegen te gaan en die met name zien op fraudegevoelige artikelen, zoals mobiele telefoons, laptops, oude metalen en lompen.

Afnemer onbekend
In bovengenoemde zaak had een handelaar oude metalen geleverd aan een afnemer, zonder dat de identiteit van de afnemer was vastgesteld. Bij het afhalen van de oude metalen was weliswaar een BTW-identificatienummer verstrekt, maar dit bleek niet te kloppen. Toch waren facturen verstrekt waarop de BTW was verlegd. De inspecteur legde een naheffing op aan de handelaar vanwege het ten onrechte verleggen van de BTW, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Identiteit vereist?
In deze zaak was de vraag met name of voor toepassing van de verleggingsregeling de identiteit van de afnemer bekend moest zijn. Hof Den Bosch oordeelde dat het voldoende is als duidelijk is dat de afnemer een ondernemer is, maar volgens de Hoge Raad is dit niet genoeg. Zonder de identiteit is immers niet gegarandeerd dat de verschuldigde BTW ook geheven en afgedragen wordt.

Verschillende verleggingsregelingen
In de zaak bij de Hoge Raad ging het om de levering van oude metalen. In de wet zijn echter nog meer verleggingsregelingen opgenomen om fraude tegen te gaan. Het oordeel van de Hoge Raad geldt ook voor die verleggingsregelingen. Het gaat hierbij onder meer om de BTW-verleggingsregelingen bij:

  • onderaanneming en personeel uitlenen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaakbedrijven en hoveniers;
  • levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets;
  • levering van goud, en
  • levering van afval en oude materialen.

Speel op zeker!
De uitspraak maakt duidelijk dat leveranciers die een verleggingsregeling toepassen, er goed aan doen op zeker te spelen. Wie een verleggingsregeling toepast zonder zekerheid te hebben over de identiteit van de afnemer, loopt het risico zelf via een naheffing voor de af te dragen BTW op te moeten draaien.


5. Kom nu in actie bij achterstand aflossing Coronabelastingschulden

Tijdens de Coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moeten ondernemers deze schulden aflossen. Voor deze betalingsregeling gelden wel voorwaarden. Zo moeten ondernemers in principe maandelijks aflossen op de schulden en nieuw opkomende belastingen tijdig betalen. Voldoen zij hier niet aan, dan zal de Belastingdienst vanaf half juli 2023 aankondigen dat de betalingsregeling wordt ingetrokken. Eerder kondigde de Belastingdienst aan in die gevallen vanaf 13 juni 2023 de betalingsregeling in te trekken, maar dat is dus uitgesteld. Het gaat hierbij met name om ondernemers die meer dan één termijn op de betalingsregeling achterlopen en/of een structurele achterstand hebben op de lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022. Geldt dat voor jou, kom dan snel in actie. Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Neem daarvoor contact op met onze adviseurs.


6. Vraag BTW zonnepanelen 2022 uiterlijk 30 juni terug

Als je in 2022 zonnepanelen kocht en op jouw woning liet installeren, berekende de leverancier/installateur jou 21% BTW. Deze BTW kan je terugvragen. Hoeveel BTW, is afhankelijk van het soort zonnepanelen (niet-geïntegreerd of geïntegreerd), het opwekvermogen en het BTW-bedrag dat je betaalde. Heb je de BTW over 2022 nog niet teruggevraagd, vraag de Belastingdienst dan uiterlijk 30 juni 2023 om uitreiking van een BTW-aangifte. Met deze BTW-aangifte kan je vervolgens de BTW terugvragen. Voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de nabijheid van woningen geldt vanaf 2023 0% BTW. Koop je in 2023 zonnepanelen voor op jouw woning, dan hoef je dus geen BTW meer terug te vragen.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0012 juni 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juni 2023

Btw-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Ondernemers die een verleggingsregeling in de btw toepassen, dienen de identiteit van de afnemer vast te stellen. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat dit noodzakelijk is vanwege een effectieve controle op heffing en inning van de btw bij de afnemer.

Verleggingsregeling

Als een verleggingsregeling van toepassing is, dient niet de leverancier van goederen btw te berekenen en af te dragen, maar de afnemer. Nederland kent een aantal verleggingsregelingen die bedoeld zijn om fraude tegen te gaan en die met name zien op fraudegevoelige artikelen, zoals mobiele telefoons, laptops, oude metalen en lompen.

Afnemer onbekend

In bovengenoemde zaak had een handelaar oude metalen geleverd aan een afnemer, zonder dat de identiteit van de afnemer was vastgesteld. Bij het afhalen van de oude metalen was weliswaar een btw-identificatienummer verstrekt, maar dit bleek niet te kloppen. Toch waren facturen verstrekt waarop de btw was verlegd. De inspecteur legde een naheffing op aan de handelaar vanwege het ten onrechte verleggen van de btw, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Identiteit vereist?

In deze zaak was de vraag met name of voor toepassing van de verleggingsregeling de identiteit van de afnemer bekend moest zijn. Hof Den Bosch oordeelde dat het voldoende is als duidelijk is dat de afnemer een ondernemer is, maar volgens de Hoge Raad is dit niet genoeg. Zonder de identiteit is immers niet gegarandeerd dat de verschuldigde btw ook geheven en afgedragen wordt.

Verschillende verleggingsregelingen

In de zaak bij de Hoge Raad ging het om de levering van oude metalen. In de wet zijn echter nog meer verleggingsregelingen opgenomen om fraude tegen te gaan. Het oordeel van de Hoge Raad geldt ook voor die verleggingsregelingen. Het gaat hierbij onder meer om de btw-verleggingsregelingen bij:
• onderaanneming en personeel uitlenen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaakbedrijven en hoveniers,
• levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets.
• levering van goud, en
• levering van afval en oude materialen.

Speel op zeker!

De uitspraak maakt duidelijk dat leveranciers die een verleggingsregeling toepassen er goed aan doen op zeker te spelen. Wie een verleggingsregeling toepast zonder zekerheid te hebben over de identiteit van de afnemer, loopt het risico zelf via een naheffing voor de af te dragen btw op te moeten draaien.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-09T12:56:37+02:0010 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Btw-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Vraag BTW zonnepanelen 2022 uiterlijk 30 juni terug

Kocht je in 2022 zonnepanelen voor op jouw woning? En vroeg je de BTW die je hierbij betaalde nog niet terug? Kom dan snel in actie. Je hebt hier nog tot 30 juni 2023 de tijd voor.

BTW zonnepanelen
Als je in 2022 zonnepanelen kocht en op jouw woning liet installeren, dan berekende de leverancier/installateur je 21% BTW. Deze BTW kun je terugvragen. Hoeveel BTW is afhankelijk van het soort zonnepanelen (niet-geïntegreerd of geïntegreerd), het opwekvermogen en het BTW-bedrag dat je betaalde.

Let op! Kocht je vóór 2022 ook al zonnepanelen, dan bestaat de kans dat je de BTW over de zonnepanelen uit 2022 niet terug kunt vragen. Onze adviseurs kunnen je hierover meer vertellen.

Deadline 30 juni 2023
Heb je de BTW over 2022 nog niet teruggevraagd, vraag de Belastingdienst dan uiterlijk 30 juni 2023 om uitreiking van een BTW-aangifte. Met deze BTW-aangifte kun je vervolgens de BTW terugvragen.

Ambtshalve vermindering
Vraag je na 30 juni 2023 pas om de uitreiking van een BTW-aangifte, dan ben je eigenlijk te laat. Je kunt de Belastingdienst dan nog wel verzoeken om met een zogenaamde ambtshalve vermindering de BTW aan je te betalen. Over het algemeen zal de Belastingdienst hieraan meewerken. Als dat niet gebeurt, kun je daar echter niet tegen in bezwaar of beroep bij een rechter. Daarom is het verstandig om gewoon op tijd om uitreiking van een BTW-aangifte te vragen.

Tip! Kocht je in de jaren 2018 tot en met 2021 zonnepanelen en vroeg je daar de BTW nog niet van terug? Dan kun je voor die jaren in 2023 ook nog verzoeken om een ambtshalve vermindering. Voor jaren tot en met 2017 is dat in 2023 niet meer mogelijk.

0% BTW vanaf 2023
Voor de levering en installatie van zonnepanelen op en in de nabijheid van woningen geldt vanaf 2023 0% BTW. Koop je in 2023 zonnepanelen voor op jouw woning, dan hoef je dus geen BTW meer terug te vragen.

Let op! Deed je in 2022 een vooruitbetaling voor zonnepanelen die in 2023 aan je geleverd zijn en op jouw woning geïnstalleerd zijn? Dan is op die vooruitbetaling wel 21% BTW berekend. Deze BTW kun je terugvragen bij de Belastingdienst. Vraag daarvoor ook uiterlijk 30 juni 2023 aan de Belastingdienst om een BTW-aangifte uit te reiken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-30T15:39:13+02:002 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vraag BTW zonnepanelen 2022 uiterlijk 30 juni terug

BTW over vergoeding voor waarneming tandarts?

Als je bij jouw eigen tandarts niet terecht kunt, bijvoorbeeld in het weekend, is deze verplicht ervoor te zorgen dat je met spoedeisende klachten elders kunt aankloppen. Meestal wordt hiervoor een waarnemingspraktijk ingeschakeld. Onlangs kwam de vraag aan de orde of over de hiervoor verschuldigde vergoeding BTW geheven dient te worden.

Aparte factuur
In een zaak die speelde voor de rechtbank Gelderland verrichtte een waarnemingspraktijk behandelingen voor spoedgevallen van een aantal tandartsen in de regio. Daartoe was de praktijk buiten de normale openingstijden geopend. De tandartsen waarvoor de waarnemingsdienst werd verricht, ontvingen hiervoor een aparte factuur. De patiënten betaalden na afloop van de behandeling zelf het voor de behandeling in rekening gebrachte bedrag.

Wel of geen BTW?
Bij het antwoord op de vraag of over de waarnemingsdienst zelf BTW moest worden geheven, was volgens de rechtbank van belang dat er sprake was van verschillende diensten die aan verschillende afnemers in rekening werden gebracht. De waargenomen tandartsen waren namelijk geen partij bij de gesloten behandelovereenkomst met de patiënt.

Geen bijkomende dienst
De rechtbank was dan ook van mening dat niet gezegd kon worden dat de waarnemingsvergoeding voor de BTW als bijkomende dienst moest worden gezien van de behandeling door de tandarts. Het was ook niet kunstmatig om beide diensten voor de omzetbelasting te splitsen.

Waarnemingsdienst niet vrijgesteld
De waarnemingsdienst was als afzonderlijke dienst evenmin zelf vrijgesteld van BTW. Deze dienst heeft namelijk niet ‘de bescherming van de gezondheid of genezing door middel van diagnose en behandeling van ziekten of andere gezondheidsproblemen’ tot doel. De rechtbank oordeelde dan ook dat over de vergoeding voor het waarnemen van de praktijk gewoon BTW geheven diende te worden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-11T18:31:10+02:0012 mei 2023|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

BTW over vergoeding voor waarneming tandarts?

  • Voorkom belastingrente met btw-suppletie

Voorkom belastingrente met btw-suppletie

Ga nog deze maand na of je over 2022 nog btw moet afdragen aan de Belastingdienst. Als je deze btw namelijk vóór 1 april 2023 met een suppletie aangeeft bij de Belastingdienst, berekent de Belastingdienst geen rente.

Btw-suppletie

Als je te weinig btw hebt aangegeven in jouw btw-aangiften, ben je  verplicht dit te corrigeren met een btw-suppletie. Dit moet je doen zodra je constateert dat je te weinig btw heeft aangegeven.

Tip! Als je te veel btw heeft aangegeven in uw btw-aangifte, corrigeer je dit ook met een btw-suppletie.

Correctie € 1.000 of minder

Is de correctie € 1.000 of minder, dan corrigeer je dit niet met een btw-suppletie. In plaats daarvan verwerk je deze correctie in uw eerstvolgende btw-aangifte.

Naheffingsaanslag

Doe je een btw-suppletie omdat je te weinig btw aangaf, dan ontvang je binnen 8 weken na indiening een naheffingsaanslag van de Belastingdienst. Wacht met betalen van de btw totdat je die naheffingsaanslag heeft ontvangen.

Tip! Door de btw-suppletie over 2022 vóór 1 april 2023 in te dienen, voorkom je belastingrente. Dien je de btw-suppletie 2022 vanaf 1 april 2023 in, dan berekent de Belastingdienst 4% belastingrente vanaf 1 januari 2023.

Teruggaafbeschikking

Doe je een btw-suppletie omdat je te veel btw aangaf, dan ontvangt u binnen 8 weken na indiening een teruggaafbeschikking. Als de Belastingdienst vragen heeft over jouw btw-suppletie, kan dit overigens langer duren. De Belastingdienst stort de teruggaaf daarna op jouw rekening of verrekent dit met openstaande belastingschulden.

Boete

Als je de btw-suppletie 2022 vóór 1 april 2023 indient, betaal je geen belastingrente, je kunt wel een boete krijgen van 5% met een maximum van € 5.514. Gelukkig legt de Belastingdienst deze boete alleen op bij grotere bedragen. De Belastingdienst legt namelijk geen boete op als:

  • de te betalen btw op de suppletie maximaal € 20.000 is, of
  • de te betalen btw op de suppletie kleiner is dan 10% van de btw die u over heel 2022 per saldo al betaalde dan wel ontving.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

 

Door |2023-03-15T12:51:38+01:0024 maart 2023|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voorkom belastingrente met btw-suppletie
  • Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?

Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?

Moet een stichting die diensten verricht met betrekking tot tuchtrechtspraak in de advocatuur BTW in rekening brengen over de verrichte diensten? Hof Den Haag vindt van wel, onder meer omdat de diensten verricht worden in het economische verkeer.

Tuchtrechtspraak
In de betreffende zaak handelde het om een stichting die de organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak met betrekking tot de advocatuur op zich nam. De stichting ontving hiervoor bijdragen van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). De vraag was of de stichting over deze bijdragen BTW dient af te dragen.

Optreden in economisch verkeer?
Volgens de rechter worden er diensten verricht in het economisch verkeer. De stichting stelt namelijk onder meer personeel, kantoorruimte en kantoorbenodigdheden ter beschikking. Ook begeeft de stichting zich hiermee op een algemene markt. Het enkele feit dat er maar één afnemer is, betekent volgens de rechters nog niet dat er niet in het economisch verkeer wordt opgetreden.

Bezwarende titel?
De stichting ontvangt voor de verrichte werkzaamheden ook een vergoeding. Voor de BTW-plicht is daarvoor niet vereist dat de tegenprestatie van de dienstverrichting rechtstreeks wordt verkregen van degene voor wie zij bestemd is, zoals in dit geval.

Besloten kring?
De rechters gingen ook nog in op de vraag of er in besloten kring wordt opgetreden en of de stichting in feite deel uitmaakt van de tuchtcolleges. Het Hof vindt van niet. Er wordt namelijk in eigen naam, voor eigen rekening en onder eigen verantwoordelijkheid gehandeld en dus ook onafhankelijk gehandeld van de tuchtcolleges. De stichting sluit op eigen naam contracten af met leveranciers en onderhandelt daarbij zelf over de contractvoorwaarden. Ook heeft zij haar eigen werknemers in dienst. Verder geldt dat de stichting en tuchtcolleges ieder een eigen begroting hebben. Ook vanuit deze optiek is er daarom sprake van BTW-plicht.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-03-13T14:41:25+01:0020 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Diensten voor tuchtcollege met BTW belast?
  • Forfait zonnepanelen verruimd: ook voor privéwoning ondernemer

Forfait zonnepanelen verruimd: ook voor privéwoning ondernemer

Wie energie opwekt met zonnepanelen en deze deels teruglevert aan zijn energiemaatschappij, moet hierover BTW betalen. De af te dragen BTW kan worden berekend via een forfait. De toepassing van dit forfait wordt per direct uitgebreid. Ook mogen ondernemers vanaf nu van het forfait gebruikmaken voor hun privéwoning.

Verhoging opwekvermogen
Het forfait voor de af te dragen BTW was tot nu toe alleen van toepassing als het opwekvermogen van de zonnepanelen niet hoger was dan 10.000 Wattpiek. Omdat het opwekvermogen ook hoger kan liggen, is besloten deze grens te verhogen naar 15.000 Wattpiek. Op die manier kan het forfait vaker worden gebruikt.

Let op! De verruiming van het forfait geldt zowel voor losse zonnepanelen als voor zonnepanelen die geïntegreerd zijn in het dak. Het forfait is voor beide soorten panelen wel verschillend.

Ook voor woning ondernemers
Het forfait kon tot nu toe niet worden gebruikt door ondernemers, zoals zzp’ers, met zonnepanelen op hun privéwoning. Zij moesten de geleverde stroom en de daarop te betalen BTW apart bijhouden. Vanaf nu geldt het forfait echter ook voor hen. Dit scheelt hen en de Belastingdienst een hoop administratieve rompslomp.

Registratiedrempel
De zogenaamde registratiedrempel blijft ongewijzigd. Dit betekent dat particulieren die een omzet hebben van niet meer dan €1.800, zich niet bij de Belastingdienst hoeven aan te melden als ondernemer. Als het opwekvermogen van de zonnepanelen niet meer is dan 15.000 Wattpiek, hoeven particulieren zonder andere omzet geen BTW te betalen en dus ook geen aangifte te doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-03-13T14:35:12+01:0017 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Forfait zonnepanelen verruimd: ook voor privéwoning ondernemer