administratie

  • Toch nog BTW-aangifte via oude ondernemersportaal

Toch nog BTW-aangifte via oude ondernemersportaal

Ondernemers die nog niet over eHerkenning beschikken, kunnen de BTW-aangifte over het eerste kwartaal 2022 toch nog via het oude ondernemersportaal indienen. Eerder leek het er op dat dit niet meer mogelijk was.

BTW-aangifte vanaf 2022
In principe kun je vanaf 2022 de BTW-aangifte alleen nog indienen via aangifte- of administratiesoftware, via een fiscaal dienstverlener – bijvoorbeeld een accountant of belastingadviseur – of via het nieuwe ondernemersportaal Mijn Belastingdienst Zakelijk.

Let op! Voor het nieuwe ondernemersportaal heb je eHerkenning niveau 3 nodig.

BTW-aangifte via oude ondernemersportaal
Wil je nog via het oude ondernemersportaal aangifte doen, bijvoorbeeld omdat je nog niet over eHerkenning beschikt? Dan kun je bellen met de Belastingtelefoon 0800-0543. Je krijgt dan direct toegang tot het oude ondernemersportaal.

Let op! Deze toegang kun je alleen gebruiken om de BTW-aangifte over het eerste kwartaal 2022 in te dienen. Je ontvangt ook een brief van de Belastingdienst waarin bevestigd wordt dat deze toegang tijdelijk is.

Eherkenning
Het is niet bekend of de Belastingdienst ook bij de BTW-aangifte over het tweede kwartaal 2022 het oude ondernemersportaal weer openzet. De Belastingdienst raadt in ieder geval aan om zo snel mogelijk eHerkenning aan te vragen.

Let op! De rechter besliste onlangs dat geen wettelijke basis bestaat ondernemers te verplichten via eHerkenning aangiftes in te dienen. In antwoord op Kamervragen heeft de staatssecretaris echter aangegeven dat hij vindt dat wél een wettelijke basis bestaat. Hij meent dan ook dat hij ondernemers nog steeds kan dwingen via eHerkenning aangifte te doen.

BTW-ondernemer zonder inschrijving in het Handelsregister
Ondernemers die zich niet kunnen inschrijven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel kunnen overigens hun BTW-aangiftes voorlopig nog via het oude ondernemersportaal blijven doen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-19T13:14:26+02:0019 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Toch nog BTW-aangifte via oude ondernemersportaal

  • Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

Als je als werkgever de zakelijke reiskosten van de werknemers vergoedt, kan dit grotendeels onbelast. Daarvoor is wel vereist dat je de vergoedingen afdoende onderbouwt, anders riskeer je een naheffing met eventueel een boete.

Reiskosten
Zakelijke reiskosten van het personeel kun je veelal belastingvrij vergoeden. Voor reiskosten per auto geldt daarbij de bekende limiet van €0,19 per kilometer.

Onderbouwing
Je moet de verstrekte onbelaste reiskosten wel goed onderbouwen. Zo moet uit de administratie zijn af te leiden voor welke reizen een bepaalde kostenvergoeding is bestemd. Voor de reiskosten in het kader van het woon-werkverkeer kun je daarbij ook gebruikmaken van een forfaitaire regeling, de zogenaamde 128-dagenregeling.

Geen onderbouwing betekent naheffing
Enige tijd geleden kwam een zaak voor de rechtbank in Den Haag, waarbij een schoonmaakbedrijf de aan zijn werknemers betaalde reiskosten niet had onderbouwd. In totaal ging het om onbelaste betalingen ten bedrage van ruim €150.000. Omdat de onderbouwing ontbrak, volgde een naheffing loonheffingen.

Te weinig CAO-toeslag
De inspecteur was er bij de naheffingen vanuit gegaan dat de reiskostenvergoedingen een compensatie vormden voor de onbetaalde CAO-toeslagen waarop de schoonmakers recht hadden. Via deze route werd de toeslag onbelast uitbetaald.

Of de CAP-toeslagen al dan niet in het loon waren inbegrepen, kon volgens de rechtbank in het midden blijven. Van belang was dat de reiskosten niet waren onderbouwd en daarom ook niet onbelast mochten worden uitbetaald. Ook ontbrak de steekproef die een werkgever moet uitvoeren als hij een vaste vergoeding onbelast wil uitbetalen. Via deze steekproef kan worden aangetoond dat een vergoeding terecht onbelast kan blijven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-07T15:58:59+01:007 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zorg voor registratie reiskostenvergoedingen

  • Vereenvoudiging BTW-regels voor EU-ondernemer

Vereenvoudiging BTW-regels voor EU-ondernemer

Voor afstandsverkopen kunnen ondernemers tegenwoordig voor de BTW gebruik maken van het OSS-systeem (One Stop Shop). De Belastingdienst gaat dit systeem voor buitenlandse ondernemers die in Nederland afstandsverkopen hebben, vereenvoudigen.

Wijziging BTW op afstandsverkopen
Dit jaar is op 1 juli het systeem van BTW op afstandsverkopen gewijzigd. Er geldt nog maar één omzetdrempel van €10.000 per kalenderjaar. Ondernemers met een omzet boven de €10.000 dienen BTW te berekenen van het EU-land waaraan men goederen of digitale diensten levert.

OSS-systeem
Om administratieve lasten te beperken, kunnen ondernemers bij afstandsverkopen, zoals via een webshop, gebruik maken van het éénloketsysteem (One Stop Shop) van de Belastingdienst. Hiermee kan de BTW-aangifte over verkopen aan particulieren in andere EU-landen worden gedaan. Dit systeem voorkomt dat in ieder EU-land apart BTW-aangifte moet worden gedaan.

Wijziging voor negatieve aangifte
Het kan voorkomen dat een buitenlandse ondernemer meer BTW uit Nederland terugkrijgt dan hij moet afdragen. Bijvoorbeeld wanneer hij in het tijdvak veel retouren heeft. Bekend is gemaakt dat in die gevallen de buitenlandse ondernemer geen apart teruggaveverzoek hoeft in te dienen. De versoepeling heeft terugwerkende kracht tot 1 juli van dit jaar.

Let op! Dit betekent dat de Nederlandse Belastingdienst een negatieve OSS-aangifte als teruggaveverzoek in aanmerking zal nemen. Dit scheelt de buitenlandse leverancier dus de administratieve rompslomp van een apart teruggaveverzoek.

Nog niet in hele EU
De toezegging is nog niet in alle andere EU-landen gedaan. Dat wil zeggen dat Nederlandse ondernemers bij een negatief BTW-bedrag zelf moeten uitzoeken of in het betreffende EU-land een teruggaveverzoek moet worden gedaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-10-25T16:17:09+02:0025 oktober 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vereenvoudiging BTW-regels voor EU-ondernemer

  • Nieuwsbrief juli 2021

Nieuwsbrief juli 2021

1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen
De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van NV’s en BV’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de NV en BV, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders
De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang
Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden
In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming
Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.


2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.


3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget
Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen
Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister
Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:

  • is erkend door het ministerie van OCW of
  • beschikt over het NRTO-keurmerk of
  • opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of
  • is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Ben je (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kun je daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie ben je er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor een opleiding aanvragen als je de gegevens hebt aangevuld en de scholingsactiviteiten hebt geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vind je ook meer informatie over het scholingsregister.


4. Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.


5. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.


6. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0013 juli 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2021
  • Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een andere over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen ook bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op! Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-14T10:42:56+02:0014 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

  • Andere berekeningsmethode BTW bloemist

Andere berekeningsmethode BTW bloemist

Bloemisten die voor de BTW het zogenaamde kasstelsel mogen toepassen, moeten vanaf 1 januari van dit jaar de BTW anders berekenen. Dit vanwege het feit dat het convenant hieromtrent dat met de Vereniging Bloemist-Winkeliers was afgesloten, eerder is ingetrokken.

Meerdere BTW-tarieven
Bloemisten hebben te maken met zowel het 9% BTW-tarief als met het 21% BTW-tarief. Is op grond van de bedrijfsadministratie niet vast te stellen welk tarief op welke goederen betrekking heeft, dan kan dit vanaf 1 januari 2021 op drie manieren forfaitair worden vastgesteld.

Drie methodes

  • Methode 1: de ontvangsten worden naar de verschillende tarieven gesplitst. De inkopen moeten dan naar de winkelwaarde worden herleid. Dit geldt ook voor de verhouding van goederen belast met 9% en 21% BTW. Deze verhouding wordt vervolgens gebruikt voor het bepalen van de af te dragen BTW.
  • Methode 2: voor groepen van goederen die aan hetzelfde tarief zijn onderworpen, worden de ontvangsten gesteld op de tot winkelwaarde herleide inkopen van die goederen. Het overblijvende deel van de ontvangsten wordt toegerekend aan de tot de andere tariefgroep behorende goederen.
  • Methode 3: voor alle goederen worden de ontvangsten gesteld op de tot winkelwaarde herleide inkopen van de goederen, gesplitst naar de van toepassing zijnde tarieven.

Let op! Je moet jouw keuze melden bij het belastingkantoor. Je moet de gekozen methode blijven toepassen tot aan het (boek)jaar dat volgt op het jaar waarin je de toepassing van de methode opzegt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-10T09:31:54+02:0010 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Andere berekeningsmethode BTW bloemist

  • Woningcorporatie? Per 1 juli 2021 weer subsidie voor verduurzamen

Woningcorporatie? Per 1 juli 2021 weer subsidie voor verduurzamen

De Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming (RVV Verduurzaming) gaat per 1 juli 2021 weer open. Er is €150 miljoen beschikbaar. De Regeling Vermindering Verhuurderheffing Verduurzaming (RVV Verduurzaming) biedt fiscaal voordeel bij het verduurzamen van sociale huurwoningen in heel Nederland.

Voorbeeld van verduurzamen van sociale huurwoningen is ze aardgasvrij te maken. Je kunt de vermindering verhuurderheffing aanvragen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) via mijn.rvo.nl. De verhuurderheffing is een heffing die zich richt op verhuurders van 50 of meer huurwoningen in de gereguleerde sector.

Tip! Een voorgenomen investering al vóór 1 juli 2019 aangemeld? En is deze inmiddels gerealiseerd? Dan is het mogelijk om deze aan te melden via mijn.rvo.nl.

Heffingsvermindering RVV Verduurzaming 2021
Verhuurders met meer dan 50 sociale huurwoningen komen onder voorwaarden in aanmerking voor de RVV Verduurzaming 2021. Je kunt dan een bedrag in mindering brengen op de verhuurderheffing. De hoogte van dat bedrag is gebaseerd op verbeteringen in de energieprestaties van sociale huurwoningen. Dit gebeurt door het vergelijken van het niveau voor en na de renovatie. De energielabelklasse van de NTA8800 moet met minimaal drie stappen verbeterd zijn.

Let op! Krijg je voor de verduurzaming één of meerdere subsidies? Dan komen deze in mindering op de investeringskosten.

Voorwaarden
Om in aanmerking te komen moet je als verhuurder met meer dan 50 sociale huurwoningen aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • je bent een woningcorporatie of particuliere verhuurder;
  • je moet verhuurderheffing betalen;
  • de woningen worden verbeterd met tenminste drie stappen in de energielabelklasse van de NTA8800;
  • de woningen krijgen allemaal een energielabelklasse B of hoger;
  • een minimale investering per woning, afhankelijk van het aantal stappen in de energielabelklassen van de NTA8800;
  • de renovatiewerkzaamheden zijn binnen drie jaar na de aanvraag afgerond;
  • de woningen zijn als gerealiseerde investering aangemeld.

Let op! Het bijhouden van een administratie is nodig voor het verkrijgen van de heffingsvermindering. Deze kan steekproefsgewijs worden aangevraagd of wanneer daarvoor aanleiding is.

Let op! Betaalde verhuurderheffing is aftrekbaar in de Vennootschapsbelasting. Momenteel loopt er een procedure bij de Hoge Raad over de vraag of de heffingsvermindering de aftrekbare verhuurderheffing verlaagt of niet.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-08T09:51:43+02:008 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Woningcorporatie? Per 1 juli 2021 weer subsidie voor verduurzamen

  • Vermindering administratieve lasten rond NOW-controles

Vermindering administratieve lasten rond NOW-controles

De administratieve lasten in het kader van de controles rond de NOW worden verminderd. Dit schrijft minister Koolmees aan de Tweede Kamer. De aanpassingen zijn een reactie op een advies van onder meer SRA.

Derdenverklaring
In de brief geeft de minister aan dat de controle op een zestal punten zal worden verlicht. De belangrijkste lastenreductie vloeit voort uit het verhogen van de drempel voor het vereiste van een zogenaamde derdenverklaring. Die is nu nog vereist bij een voorschot van minstens €20.000 en een definitieve subsidie van minstens €25.000. Voor de NOW 3 en 4 wordt deze drempel verhoogd naar €40.000, zodat minder bedrijven een derdenverklaring nodig zullen hebben.

Accountantsverklaring
Verder wordt een echte accountantsverklaring voortaan pas vereist als zowel het voorschot als de subsidie meer dan €125.000 bedraagt. Nu nog is dat vanaf een voorschot van €100.000 en een definitieve subsidie van €125.000.

Dubbel werk voorkomen
Ook wordt voorgesteld de werkzaamheden te beperken wanneer de financiële administratie al door een deskundige derde wordt gevoerd en zo dubbel werk te voorkomen. Dit is nu al mogelijk, maar kennelijk is dit onvoldoende duidelijk. Daarom zal hier bij de NOW 3 en 4 nogmaals op worden gewezen.

Controles samenvoegen
Administratieve lastenverlichting wordt verder bereikt door controles voor de verschillende tranches van de NOW3 en eventueel ook de NOW 4 samen te voegen. De accountant hoeft dan maar één keer te controleren, na afloop van de laatste tranche.

Aanpassing standaard
Daarnaast zal de door de NBA voor de NOW ontwikkelde standaard worden aangepast. Hierdoor hoeft een accountant bijvoorbeeld maar één opdrachtbevestiging af te geven.

Gebruik controles groepsaccountant
Er wordt ook een verlichting doorgevoerd waardoor het voortaan toegestaan is dat werkzaamheden die door de groepsaccountant van een concern worden uitgevoerd, voor de controle van de NOW kunnen worden gebruikt. Dit voorkomt dat de accountant op werkmaatschappijniveau zelf deze controles hoeft uit te voeren.

Verlichting concernregeling
Voor alle aanvragen waarbij de omzetdaling op het niveau van een werkmaatschappij wordt vastgesteld, dus waarbij er op concernniveau geen omzetdaling is van minimaal 20%, is op dit moment een accountantsverklaring met een ‘redelijke mate van zekerheid’ vereist. Als de definitief vastgestelde subsidie lager is dan €375.000 zal deze controle voortaan worden verlicht door slechts een verklaring met ‘beperkte mate van zekerheid’ te eisen.
Naar verwachting van de minister zullen de aanpassingen een ‘aanzienlijke’ lastenverlichting voor de betreffende bedrijven opleveren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-04T08:47:08+02:004 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vermindering administratieve lasten rond NOW-controles

  • Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?

Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?

De regeling voor de fiets, die vanaf 2020 geldt, maakt een einde aan allerlei administratieve ballast door de invoering van een vast bijtellingspercentage van 7%. In deze bijdrage zoomen we in op de vraag welke BTW-aftrek er geldt voor een fiets van de zaak. Daarbij gaan wij uit van een ondernemer die op de eigen bedrijfsactiviteiten geen BTW-vrijstelling toepast.

Voor de BTW geldt een speciale regeling die de BTW-aftrek voor een aantal personeelsvoorzieningen beperkt: het Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA). Ook de ter beschikking gestelde (de werkgever blijft eigenaar) fiets of e-bike valt daar onder als deze voor woon-werkverkeer ter beschikking is gesteld. De BTW is dan aftrekbaar voor zover de aanschafprijs van de fiets niet meer bedraagt dan €749 inclusief BTW. Dat betekent concreet dat er dan €130 aftrekbaar is.

Voorwaarden BTW-aftrek
Aan deze aftrek zijn in het BUA nog wel voorwaarden verbonden. Die houden in dat je als werkgever in dit kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren aan de werknemer niet eerder een fiets hebt verstrekt of ter beschikking gesteld. Daarnaast mag je voor deze BTW-aftrek vanaf het verstrekken (werknemer wordt eigenaar van de fiets) of ter beschikking stellen van de fiets tot het einde van het kalenderjaar en in elk van de twee volgende kalenderjaren niet voor 50% of meer van het aantal dagen een reiskostenvergoeding verstrekken of op een andere manier voorzien in woon-werkverkeer.

Praktisch bezien betekent dit dus bijvoorbeeld géén BTW-aftrek als de medewerker naast de fiets ook een auto van de zaak heeft, maar bijvoorbeeld wel BTW-aftrek als de medewerker alle dagen per fiets reist en geen reiskostenvergoeding meer krijgt.

Operational lease
Kies je er als werkgever voor om de fiets niet te kopen maar te leasen via operational lease, dan gelden bovenstaande bedragen ook. Onder dezelfde voorwaarden als bij aanschaf kun je dan de BTW aftrekken op de maandelijkse leasetermijnen voor zover de totale leasetermijnen inclusief BTW niet hoger zijn dan €749 inclusief BTW. Dat levert dan een aftrek op van €130.

Eigen bijdrage
Vraag je van de medewerker een eigen bijdrage voor de verstrekte of ter beschikking gestelde fiets, al dan niet via een cafetariaregeling, dan is dat voor de BTW een belaste levering of dienst.

Voor de bovengenoemde BTW-aftrek van maximaal €130 beoordeel je vervolgens of de inkoopprijs minus de eigen bijdrage hoger of lager is dan €749 inclusief BTW. Als het saldo niet hoger is dan €749 inclusief BTW, komt de voor de inkoop van de fiets aan de ondernemer in rekening gebrachte BTW volledig voor aftrek in aanmerking.

Als de inkoopprijs van de aan de werknemer verstrekte fiets na aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer hoger is dan €749 inclusief BTW, is de aftrek van btw uitgesloten voor het bedrag dat uitkomt boven €749.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-05T08:57:46+01:005 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?
  • Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari

Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari

De eindheffing voor de werkkostenregeling moet je dit jaar uiterlijk meenemen in het tweede aangiftetijdvak voor de loonheffing. Voor veel ondernemers zal dit de aangifte van februari zijn, die je in maart moet indienen en betalen.

Werkkostenregeling
Via de WKR kun je zaken belastingvrij vergoeden en verstrekken aan de werknemers. Vergoedingen en verstrekkingen die binnen de vrije ruimte blijven, zijn ook voor jou belastingvrij. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je 80% belasting over het meerdere via de eindheffing.

Let op! De vrije ruimte over het jaar 2020 bedraagt 3% over de eerste €400.000 van de loonsom van het bedrijf en 1,2% over het meerdere.

Eindheffing 80%
Heb je meer uitgegeven aan vergoedingen en verstrekkingen dan de vrije ruimte, dan betaal je over het meerdere 80% eindheffing. Dit moet je aangeven in het tweede aangiftetijdvak, wat voor veel ondernemers februari zal zijn. Deze aangifte dien je in maart in en betaal je ook in maart.

Administratie
Het bedrag van de eindheffing moet ook blijken uit de administratie. Daartoe is het noodzakelijk dat je bijhoudt welke vergoedingen en verstrekkingen je onderbrengt in de werkkostenregeling. Vervolgens vergelijk je dit bedrag met de beschikbare vrije ruimte en weet je of je eindheffing verschuldigd bent.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-02-16T09:35:29+01:0016 februari 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vergeet eindheffing WKR niet in loonaangifte februari