Nieuws

Voorkom intrekken betalingsregeling coronabelastingschulden

Tijdens de coronacrisis konden bedrijven ervoor kiezen om de betaling van hun belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moeten ondernemers deze schulden aflossen. Als zij niet aan de voorwaarden van die betalingsregeling voldoen, heeft de Belastingdienst de mogelijkheid om de betalingsregeling in te trekken. De Belastingdienst heeft daar nog even mee gewacht, maar zal binnenkort dit proces opstarten.

Flink aantal ondernemers
Ruim 266.000 ondernemers moesten vanaf 1 oktober 2022 met de aflossing van de coronabelastingschulden starten. Eind maart 2023 liepen ongeveer 95.000 ondernemers achter met die aflossingen. Ongeveer 39.000 van hen liepen op dat moment ook achter op de betaling van de lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022.

Voorwaarden betalingsregeling coronabelastingschulden
De opgebouwde coronabelastingschulden moeten sinds oktober 2022 in beginsel in maandelijkse, gelijke termijnen worden afgelost. Je hebt hiervoor vijf jaar de tijd. Voorwaarde voor de betalingsregeling is dat je zich ook aan die maandelijkse aflossing houdt.
Andere voorwaarden zijn dat je tijdig de juiste belastingaangiften – onder meer btw en loonheffing – indient voor belastingen vanaf 1 oktober 2022, en dat u tijdig en volledig de betalingen doet die daaruit voortvloeien.

Brief ‘Achterstanden betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis’
Als je een betalingsachterstand had, dan ontving je daarover eerder al een brief van de Belastingdienst. Heb je nu nog steeds een betalingsachterstand, dan ontvang je vanaf 11 april 2023 de brief ‘Achterstanden betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis’ (en aangifte- en betalingsverplichtingen) van de Belastingdienst. Deze brief ontvangt je als:
• Je een of meer van de termijnen van de betalingsregeling niet of niet volledig heeft betaald, en/of
• Je niet voldaan heeft aan alle aangifte- en betalingsverplichtingen voor lopende verplichtingen vanaf 1 oktober 2022.
Let op! De Belastingdienst maant jou in deze brief voor de laatste keer aan om jouw betalingsachterstanden in te lopen.
Achterstand zelf uitrekenen
In de brief staat niet hoe hoog jouw betalingsachterstand precies is, maar wel hoe je dat kunt berekenen. Lukt jou dat niet, dan kun je hiervoor contact opnemen met de Belastingtelefoon. Het is ook mogelijk jouw vraag per post te stellen. Als de Belastingdienst jouw brief heeft ontvangen, worden er geen vervolgstappen ondernomen totdat jouw vraag door de Belastingdienst is beantwoord. Uiteraard kunnen onze adviseurs jou hierbij helpen.

Let op! Als je nog helemaal niets heeft afgelost, worden in de brief wel het aantal termijnen dat je achterloopt én jouw termijnbedrag genoemd. Daarmee kun je berekenen wat jouw betalingsachterstand is.

Schuldenoverzicht ieder kwartaal
Eind maart 2023 hebben alle ondernemers met een coronabetalingsregeling een schuldenoverzicht ontvangen met de openstaande belastingaanslagen die vallen onder de betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis en met de overige openstaande betalingsverplichtingen die hier niet onder vallen. Dit overzicht wordt vanaf nu elk kwartaal verstrekt.
Je ontvangt dit overzicht ook als je geen betalingsachterstanden heeft. Het overzicht geeft dan ook geen inzicht in het bedrag van de betalingsachterstand, maar je hebt dit wel nodig om jouw eventuele betalingsachterstand te berekenen. Hiertoe heb je begin april 2023 ook een betalingsoverzicht ontvangen (met de titel ‘Invorderingsrente bij betalingsregeling bijzonder uitstel’), met daarin onder meer een overzicht van de betalingen die u vanaf 1 september 2022 heeft gedaan.

Intrekken betalingsregeling

In de brief ‘Achterstanden betalingsregeling bijzonder uitstel vanwege de coronacrisis (en aangifte- en betalingsverplichtingen)’ die je vanaf 11 april 2023 kunt ontvangen, wordt je gemaand om binnen 14 dagen na dagtekening van de brief uw betalingsachterstand in te lopen.

Tip! De brief heeft een dagtekening in de toekomst. Je hebt dus meer dan 14 dagen de tijd om te reageren. De reactietermijn verloopt hierdoor waarschijnlijk rond 6 mei 2023.

Loop je de betalingsachterstand niet in, dan ontvang je vanaf eind mei 2023 een beschikking van de Belastingdienst waarin de betalingsregeling wordt ingetrokken. Om invorderingsmaatregelen en bijkomende (veelal hoge) kosten te voorkomen, heb je daarna nog 14 dagen de tijd om in een keer het hele bedrag van jouw coronabelastingschuld te betalen.

Let op! Vanaf half juni 2023 start de Belastingdienst de invordering dan op.

Mogelijkheden coronabelastingschulden

Lukt het niet om aan de voorwaarden van de betalingsregeling te voldoen, dan zijn er nog mogelijkheden. Hiermee kun je misschien voorkomen dat de Belastingdienst de betalingsregeling intrekt. Zo kun je onder meer verzoeken de schuld in zeven in plaats van vijf jaar af te lossen. Ook kun je verzoeken niet maandelijks, maar per kwartaal af te mogen lossen. Tot slot kun je ook eenmalig verzoeken om een betaalpauze van maximaal zes maanden. Het gevolg van zo’n verzoek is wel dat jouw af te lossen maandbedragen die daarna nog volgen, hoger worden.

Let op! Voor deze mogelijkheden gelden ook voorwaarden. Onze adviseurs kunnen jou hierover informeren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T19:48:51+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorkom intrekken betalingsregeling coronabelastingschulden

Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vindt je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend

Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.
2022 2023
Bank- en spaartegoeden 0,00% 0,36%*
Schulden 2,28% 2,57%
Overige bezittingen 5,53% 6,17%
*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan

De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:
• volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van uw vermogen, en
• volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.
Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.
Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijk behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op! De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van uw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.
Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op! De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).
Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T19:44:34+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Geen belastingkorting zonder beschikking verlies uit aanmerkelijk belang

Als je verlies uit aanmerkelijk belang lijdt, kun je dit gedurende een bepaalde periode verrekenen met winsten uit aanmerkelijk belang. Heb je echter geen aanmerkelijk belang meer, dan kunt u verzoeken jouw verlies om te zetten in een belastingkorting. Daarvoor is wel vereist dat jouw verlies uit aanmerkelijk belang bij beschikking is vastgesteld.

Verlies uit aanmerkelijk belang

Je kunt bijvoorbeeld verlies uit aanmerkelijk belang lijden, als je een deel van jouw aandelen onder de verkrijgingsprijs verkoopt. Verkoop je later een deel weer met winst of keert de bv dividend uit, dan kun je hiermee het verlies verrekenen. Heb je geen aanmerkelijk belang meer, dan kan het verlies omgezet worden in een belastingkorting die je kunt verrekenen met inkomsten in box 1.

Let op! Als je aandelen of winstbewijzen vervreemdt, maar daarna nog voor 90% of meer belang bij de activiteiten van de bv behoudt, wordt er geen verlies in aanmerking genomen. Hetzelfde geldt als je een deel van uw aandelen of winstbewijzen vervreemdt aan jouw fiscale partner of aan bloed- en aanverwanten in de rechte lijn. In beide gevallen wordt dit niet in aanmerking genomen verlies bij jouw verkrijgingsprijs van uw aandelen opgeteld, zodat het bij latere verkoop van aandelen alsnog in aanmerking kan worden genomen.

Vaststellen verlies

Het verlies moet bij beschikking worden vastgesteld. Je moet dus ook zelf jouw verlies uit aanmerkelijk belang berekenen en aangeven in jouw aangifte inkomstenbelasting. Het verlies wordt dan vermeld op jouw aanslag.

Let op! Verliezen vanaf het jaar 2019 zijn slechts verrekenbaar met de winst uit aanmerkelijk belang van het voorafgaande jaar of van zes, op het verliesjaar, volgende jaren.
Belastingkorting
Als je geen aanmerkelijk belang meer hebt, valt er ook geen verlies uit aanmerkelijk belang meer te verrekenen. Als je dit niet verloren wilt laten gaan, kun je verzoeken het om te zetten in een belastingkorting. De belastingkorting bedraagt dit jaar (2023) 26,9% van het verlies.

Geen beschikking dus geen korting

In een zaak die onlangs speelde voor het Hof Arnhem-Leeuwarden, moest het Hof zich uitspreken over de vraag of een beschikking nodig is om een verlies uit aanmerkelijk belang om te kunnen zetten in een belastingkorting. Rechtbank Noord-Nederland had geoordeeld dat een beschikking niet nodig was. Het Hof kwam echter tot de conclusie dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat een beschikking wel vereist is.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T19:50:08+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Geen belastingkorting zonder beschikking verlies uit aanmerkelijk belang

Schenden van privacy kan een werkgever veel geld kosten

Een werknemer spande een rechtszaak aan tegen zijn werkgever voor het schenden van zijn privacy. Het Gerechtshof stelde hem in het gelijk en veroordeelde de werkgever tot het betalen van de proceskosten en duizenden euro’s aan vergoedingen.


In dienst bij vrienden

Een werknemer treedt in 2019 in dienst bij een bevriend echtpaar. Na ongeveer een jaar verbreekt de werknemer het contact met zijn ouders. Zijn werkgever kent de ouders. De werknemer vraagt zijn werkgever zijn beslissing te respecteren en niet te reageren op verzoeken door zijn ouders om contact. De werknemer gaat rechtszaken aan met zijn ouders, ook wegens stalking omdat zij via zijn werkgever daadwerkelijk proberen contact te zoeken.

Ziekmelding mondt uit in arbeidsconflict
Eerst wordt de werknemer vrijgesteld van werkzaamheden, maar later meldt hij zich ziek. De werkgever schakelt de Arbodienst in. De werkgever geeft aan het contact met de werknemer voortaan alleen nog via de casemanager van de Arbodienst te laten verlopen. Later blijkt dat de werkgever kort voor die officiële schriftelijke mededeling contact heeft gehad met de ouders van de werknemer, maar spreekt daarover niet de waarheid. De arbeidsrelatie raakt hierdoor verstoord. Dat is ook het oordeel van de bedrijfsarts, en zijn advies is mediation. Na een moeizaam traject wordt in juni 2021, bijna twee jaar na indiensttreding, de mediation als definitief mislukt beschouwd.

Deskundigenoordeel UWV in het voordeel van werknemer
Uiteindelijk beoordeelt de bedrijfsarts de werknemer weer arbeidsgeschikt en de werkgever meldt hem hersteld. Maar het arbeidsconflict is er nog steeds. De werknemer vecht de hersteldmelding door de werkgever aan bij het UWV door een deskundigenoordeel aan te vragen. Het UWV stelt hem in het gelijk, en de werknemer krijgt in het voorjaar van 2022 een Ziektewetuitkering.

Ontslagaanvraag bij kantonrechter
De werkgever stapt daarop naar de kantonrechter voor ontbinding van het arbeidscontract en is bereid om € 4.968,75 bruto aan transitievergoeding te betalen. Daarnaast eist de werkgever ook compensatie van de proceskosten. De werknemer verzoekt de kantonrechter eveneens om ontbinding van het arbeidscontract, maar wegens een verstoorde arbeidsrelatie, de ‘g-grond’. Hij eist een geldbedrag van ruim € 500.000 aan vergoedingen en advocaatkosten.
Het vonnis is voor beide partijen teleurstellend. De kantonrechter wijst de vordering voor ontslag op g-grond toe met de toewijzing van een transitievergoeding van € 6.458,01 bruto en compensatie van de proceskosten.

Oordeel Gerechtshof in hoger beroep
In hoger beroep stelt ook het Gerechtshof in Amsterdam de werknemer in het gelijk, maar kent een veel ruimere vergoeding toe. Volgens het Gerechtshof heeft de werkgever ernstig verwijtbaar gehandeld door de privacy van de werknemer te schenden, en daarin deels de initiator te zijn door vertrouwelijke informatie te delen met de ouders van de werknemer. Daarnaast is hij daarover niet eerlijk geweest. Vervolgens is hij alle communicatie met de werknemer uit de weg gegaan. De verstoorde arbeidsrelatie is door deze handelwijze veroorzaakt door de werkgever, aldus het Gerechtshof. De werknemer krijgt in totaal zo’n € 60.000 toegekend, het verloren salaris tijdens de conflictperiode minus de verkregen Ziektewet-uitkering. Verder wordt de werkgever veroordeeld tot het betalen van alle proceskosten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T19:51:13+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Schenden van privacy kan een werkgever veel geld kosten

Wanneer zijn liquiditeiten duurzaam overtollig?

Als ondernemer in de inkomstenbelasting, dus als zelfstandig ondernemer, mag je in jouw bedrijf over niet te veel liquiditeiten beschikken. Duurzaam overtollige liquiditeiten moet je verplicht naar privé overbrengen. Maar wanneer is er sprake van ‘duurzaam overtollig’?

Box 1 of box 3?
Als je vermogen moet overhevelen naar privé heeft dit mogelijk consequenties voor het totaal aan belasting dat je betaalt. De opbrengst van uw ondernemersvermogen is namelijk belast in box 1, die van jouw privévermogen in box 3. En dat kan een behoorlijk verschil uitmaken.

Redelijkheid
Als ondernemer mag je in beginsel zelf weten hoeveel liquiditeiten je in jouw onderneming aanhoudt, zo lang je de redelijkheid in het oog houdt. Dit betekent dat je liquide middelen aan mag houden voor de financiering van jouw lopende bedrijfsuitgaven en te verwachten investeringen, maar ook voor het dekken van risico’s, voor de opbouw van reserves en voor de versteviging van uw onderneming. De aard en omvang van een onderneming zijn hierbij bepalend.

Duurzaam overtollig?
In een zaak die onlangs speelde voor de rechtbank in Den Haag had een consultant in 2017 en 2018 € 850.000, respectievelijk € 625.000 aan liquiditeiten in zijn bedrijf zitten. Volgens de inspecteur en ook de rechter, was een groot deel hiervan duurzaam overtollig. Uiteindelijk besliste de rechter dat een bedrag van € 185.000 (2017) respectievelijk € 165.000 (2018) nog redelijkerwijs als ondernemingsvermogen aangemerkt kon worden. De rest verhuisde naar box 3.

Wat waren de motieven?
Voor de rechtbank was van belang dat er al jaren sprake was van een omzetdaling. Ook speelde mee dat de ondernemer al op leeftijd was en dat plannen om te investeren in onroerend goed al jaren niet werden uitgevoerd. Daarbij kwam dat het volgens de rechtbank ook niet aannemelijk was dat er binnen afzienbare tijd nog grote investeringen gedaan zouden worden.

Tip! Om te voorkomen dat u liquiditeiten vanuit jouw bedrijf moet overhevelen naar privé, kun je overwegen om een bv op te richten. Aangezien dit ook zijn voors en tegens heeft, adviseren wij je graag bij een dergelijke afweging.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T19:41:52+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer zijn liquiditeiten duurzaam overtollig?

NOW versoepeld bij 100% overname

Als er sprake is van een 100% overname van een bedrijf, kunnen voor het recht op de NOW de regels met betrekking tot de omzet en loonsom worden versoepeld. In die situaties kan onder voorwaarden gebruik worden gemaakt van de omzet- en looncijfers van het overgenomen bedrijf.

Dit blijkt uit antwoord op Kamervragen.

Geen omzet- en looncijfers

Formeel heeft het overnemende bedrijf meestal geen recht op NOW, omdat er voor de referentieperiode geen omzet- en looncijfers beschikbaar zijn. De omzet- en looncijfers van het overgenomen bedrijf mogen hier immers niet voor worden gebruikt.

Uitzondering bij 100% overname

Omdat dit in de praktijk onbedoeld negatief kan uitwerken, stelt het UWV zich uitsluitend bij een 100% overname soepel op. Het UWV hanteert dan voor de NOW de omzet- en looncijfers van het overgenomen bedrijf. Een 100% overname betekent dat de bedrijfsactiviteiten en het personeelsbestand na overname ongewijzigd blijven, en dat alleen de eigenaar wijzigt.

Alleen via bezwaar

Omdat de uitvoering bij het UWV vergaand gedigitaliseerd is, kan alleen via bezwaar en eventueel beroep het recht op NOW bij een 100% overname verkregen worden. Men zal dan aan moeten tonen dat er voldaan wordt aan de eisen inzake een 100% overname. Lukt dit niet, dan wordt er geen NOW  toegekend.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T15:59:40+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

NOW versoepeld bij 100% overname

Aftrekpost in 2023 meestal naar partner met laagste inkomen

Fiscale partners kunnen in de inkomstenbelasting bepaalde aftrekposten naar eigen keuze aan elkaar toedelen. Vanaf 2023 is toedeling aan de partner met het laagste inkomen meestal het voordeligst.

Aftrekposten tegen 36,93%
De volgende aftrekposten zijn in 2023 nog maar aftrekbaar tegen maximaal 36,93%:
• aftrekbare kosten (waaronder hypotheekrente) voor de eigen woning,
• aftrek van alimentatie, van ziektekosten en van giften.

Tip!Het aftrektarief is maximaal 36,93%. Dit betekent dat de aftrek tegen 36.93% gaat als jouw inkomen in 2023 onder het 49,50%-of het 36,93%-tarief valt. Een AOW-gerechtigde betaalt tot een inkomen van € 37.149 echter een tarief van 19,03%. De aftrek gaat bij een AOW-gerechtigde daarom tot een inkomen van € 37.149 tegen 19,03% en dus niet tegen 36,93%.


Geen tariefvoordeel meer

Voor AOW-gerechtigde zou in 2023 nog een tariefvoordeel behaald kunnen worden bij toedeling van een aftrekpost aan het hoogste inkomen (mits dat inkomen hoger is dan € 37.149). Voor mensen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet hebben bereikt, is dit voordeel vanaf 2023 verdwenen.

Tariefstructuur

Door de complexe tariefstructuur in de inkomstenbelasting, is het vanaf 2023 meestal het voordeligst om de aftrekpost toe te delen aan de partner met het laagste inkomen. In die tariefstructuur is de te betalen belasting namelijk niet alleen afhankelijk van het toegepaste tarief (in 2023 voor een niet-AOW-gerechtigde 36,93% tot € 73.031 en 49,50% vanaf € 73.031), maar ook van de heffingskortingen.
Heffingskortingen kunnen hoger zijn bij een lager inkomen. Zo daalt de algemene heffingskorting van maximaal € 3.070 vanaf een inkomen uit werk en woning van € 22.660 in 2023 met 6,095%. Vanaf een inkomen van € 73.031 bestaat dan geen recht meer op algemene heffingskorting. Voor AOW-gerechtigden daalt de ouderenkorting van maximaal € 1.835 vanaf een verzamelinkomen van € 40.888 in 2023 met 15%. Vanaf een inkomen van € 53.122 bestaat dan geen recht meer op ouderenkorting.

Meest gunstige verdeling
De afbouw van de heffingskortingen zorgen ervoor dat het meestal voordeliger kan zijn om de aftrekpost aan de partner met het laagste inkomen toe te delen. Voor AOW-gerechtigde kan dit anders als de minstverdienende partner belast wordt tegen het tarief van 19,03% (bij een inkomen tot € 37.149). De berekening welke toedeling het meest gunstig is, is niet eenvoudig. Onze adviseur zullen bij het verzorgen van uw aangifte inkomstenbelasting 2023 uiteraard de meest voordelige verdeling toepassen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T15:48:28+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aftrekpost in 2023 meestal naar partner met laagste inkomen

Digitale berichtgeving naheffing parkeerbelasting is voldoende

Als je ermee instemt, kun je post van de overheid veelal digitaal ontvangen. Betreft het een naheffing parkeerbelasting, dan is het voldoende als deze digitaal aan jou bekend is gemaakt. Dit moet wel aannemelijk zijn.

Naheffing parkeerbelasting niet ontvangen
Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de rechter, omdat hij aanmaningskosten moest betalen voor een naheffing parkeerbelasting. Naar eigen zeggen had hij zich niet voor digitale communicatie met de gemeente aangemeld en had hij de naheffing helemaal niet ontvangen.

MijnOverheid

Talloze gemeentes en andere overheidsorganen communiceren tegenwoordig digitaal met de burger via MijnOverheid. In bovengenoemde zaak was de naheffingsaanslag parkeerbelasting digitaal verstuurd via MijnOverheid. Omdat door degene aan wie de naheffing was opgelegd ontkend werd dat hij deze had ontvangen, onderzocht de rechtbank de aannemelijkheid ervan.

Bezwaar

Uit de stukken bleek dat twee dagen voordat de naheffing was opgelegd, belanghebbende al bezwaar tegen de naheffing had gemaakt. Dit was afgewezen en hiertegen was geen beroep ingesteld. Voor de rechtbank stond dan ook vast dat belanghebbende de naheffing wel degelijk tijdig had ontvangen. Het is namelijk bekend dat naheffingen vaak al worden verstuurd vóór de datum van de dagtekening.

Aanmaningskosten terecht

Nu vast stond dat de naheffing tijdig was ontvangen en dat het hiertegen ingediende bezwaar was afgewezen, stond de naheffing vast. Aangezien deze niet tijdig betaald was, was ook de aanmaning terecht verzonden en waren ook de hieraan verbonden aanmaningskosten terecht berekend. De rechtbank stelde de gemeente dan ook in het gelijk.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-04-14T15:47:16+02:0014 april 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Digitale berichtgeving naheffing parkeerbelasting is voldoende

  • Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in

Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in

Innovatieve ondernemers die de WBSO voor 2022 hebben aangevraagd en een S&O-verklaring hebben gekregen, moeten uiterlijk 31 maart 2023 de ‘mededeling van de realisatie’ indienen. Je dient deze in via het aanvraagportaal op de site van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (rvo.nl).

WBSO
De Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk (WBSO) voorziet in een tegemoetkoming in de loonkosten voor ondernemers met personeel die speur- en ontwikkelingswerkzaamheden verrichten en in een tegemoetkoming voor de hiermee verband houdende overige kosten.
Zelfstandig ondernemers zonder personeel die zelf minstens 500 uren aan S&O-werkzaamheden besteden, krijgen via de WBSO een vaste aftrek op de winst voor de uren én overige kosten samen.

Let op! Starters hebben recht op een verhoogde aftrek.

Melding ondernemer met personeel
Ondernemers met personeel moeten het totaal aantal uren melden dat aan speur- en ontwikkelingswerkzaamheden is besteed. Ook als er geen uren zijn gemaakt, moet je dit doorgeven. Voor de overige kosten die hiermee samenhangen, kon u als ondernemer met personeel bij jouw aanvraag kiezen voor een vast bedrag per uur (forfait). Heeft u dit niet gedaan, dan moet je nu ook de werkelijke kosten doorgeven.

Tip! Als dga bent u ook een personeelslid van jouw onderneming. Jouw uren tellen dus ook mee als je speur- en ontwikkelingswerkzaamheden verricht.

Melding zelfstandig ondernemer zonder personeel
Zelfstandig ondernemers zonder personeel die een vaste aftrek op de winst claimen, dus de WBSO hebben aangevraagd voor eigen gemaakte uren en kosten, hoeven alleen hun werkelijke uren te melden als ze in 2022 niet aan de minimale 500 uren aan speur- en ontwikkelingswerk zijn toegekomen.

Let op!Als je gedurende jouw WBSO-traject genoodzaakt bent om jouw bedrijf te beëindigen, bent je verplicht om binnen één maand de gerealiseerde uren en eventuele kosten en uitgaven aan de RVO door te geven.

Boetes

Moet je een mededeling realisatie van jouw WBSO indienen en doe je dit niet voor 1 april 2023, dan ontvangt je een boete. Via een herinnering krijg je dan tevens de gelegenheid alsnog een mededeling in te dienen. Doe je dit dan niet, dan gaat de RVO ervan uit dat er geen speur- en ontwikkelingswerkzaamheden zijn verricht en moet je de volledig toegekende tegemoetkoming terugbetalen. Bovendien ontvang je dan nogmaals een boete.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-17T10:33:36+01:0029 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Dien uiterlijk 31 maart mededeling realisatie WBSO 2022 in
  • Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?

Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?

Sinds de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet is de administratie rond loonbeslag van jouw werknemers minder omslachtig geworden. Een aantal zaken hoef je als werkgever niet meer te doen. Maar welke verplichtingen heb je als werkgever wel?

Verzoek om informatie van de deurwaarder
Voordat er een beslag op het loon van de werknemer wordt gelegd, ontvang je als werkgever van een deurwaarder een verzoek om informatie, een ‘verklaringsformulier derdenbeslag’. Dat is een vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer. Als werkgever ben je verplicht om deze informatie te geven. Je ontvangt bij het verzoek om informatie ook een ‘beslagexploot’ van de deurwaarder. Dat is een proces-verbaal van het beslag.

De vragenlijst moet je pas na tenminste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken terugsturen. Als je de vragenlijst niet (juist) invult en terugstuurt, kun je mogelijk aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade van de deurwaarder of van de schuldeiser. Het gaat dan om kosten (voor bijvoorbeeld beslaglegging) die door het ‘niet-doen van verklaring’ voor niets zijn gemaakt. Ook loop je het risico dat je wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag waarvoor beslag is gelegd.

Let op!Je dient de ingevulde vragenlijst dus pas na twee weken op te sturen. Zo heb je tijd om contact op te nemen met jouw werknemer. Er kan wellicht op dat moment nog een betalingsregeling getroffen worden met de schuldeiser om het loonbeslag te voorkomen.

De beslagvrije voet
In het beslagexploot staat de beslagvrije voet. Dat is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Voor het bepalen van de beslagvrije voet wordt een automatische rekenmodule gebruikt. De informatie voor de berekening wordt uit de basisregistratie personen, de gegevens van de Belastingdienst en de polisadministratie van het UWV gehaald. Jouw werknemer ontvangt een ‘modelmededeling beslagvrije voet’. Hierin staat de hoogte van de beslagvrije voet en hoe deze is berekend.

Tip! Je kunt samen met jouw werknemer berekenen of de hoogte van de beslagvrije voet wel klopt. Dit kan via www.uwbeslagvrijevoet.nl.

Bezwaar

Als jouw werknemer het niet eens is met de hoogte van de beslagvrije voet, kan hij binnen vier weken bezwaar maken. Wordt dit toegekend, dan gaat de nieuwe beslagvrije voet direct vanaf het begin van het loonbeslag gelden. Maakt jouw werknemer pas bezwaar na vier weken? Dan hoeft de deurwaarder, indien het ingediende bezwaar wordt toegekend, pas vanaf dat moment de beslagvrije voet aan te passen naar het nieuwe bedrag.

De afdracht
Het nettoloon dat overblijft na aftrek van de beslagvrije voet en de onkostenvergoedingen, zoals bijvoorbeeld reiskosten van de werknemer, moet je als werkgever overmaken aan de deurwaarder. Ook het vakantiegeld en een eventuele eindejaarsuitkering moet je overmaken naar de deurwaarder. Maak je geen geld over naar de beslaglegger, dan kunt u door de rechter worden veroordeeld tot nakoming van die verplichting.

Meerdere loonbeslagen voor dezelfde werknemer
Je betaalt in principe alleen aan de eerste beslaglegger. Dat doe je tot deze vordering is ingelost. Je verwijst een latere beslaglegger door naar de eerste beslaglegger. Die is verantwoordelijk voor de verdeling van het beslag onder de verschillende beslagleggers. Soms wordt er een tweede beslag gelegd voor een schuld die voorrang heeft. In dat geval legt de eerste beslaglegger aan jou uit aan wie je welk bedrag moet betalen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-31414 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder

Door |2023-03-15T16:38:12+01:0027 maart 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Welke verplichtingen heeft u bij loonbeslag?