1 april verbod rookruimte horeca
Het verbod op de rookruimtes in de horeca wordt vanaf 1 april 2020 gehandhaafd. Door een uitspraak van de Hoge Raad van eind september zijn al deze rookruimtes per direct verboden. Een overtreding levert straks een boete op van 600 euro.

Blokhuis: zorgvuldige afweging
Aanvankelijk had staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid met de branche afgesproken dat de horecaondernemingen tot 2022 de tijd hadden, maar dat kan door de uitspraak niet meer. Blokhuis eerder: “Na een zorgvuldige afweging heb ik gekozen voor 1 april als startdatum voor de handhaving. Horecaondernemers hebben daarmee de tijd om de nodige aanpassingen te maken en afspraken te maken met gemeenten over eventuele overlast van rokers op straat.”
Reguliere controles
De komende tijd gaan de NVWA, KHN en andere brancheorganisaties een flyer uitdelen waarin vragen en antwoorden staan over de toepassing van het rookverbod. Ook gaat de NVWA straks bij reguliere controles ondernemers aanspreken die nog een rookruimte hebben. Zij kunnen na 1 april opnieuw bezoek verwachten.
Blokhuis gaat ook onderzoeken of een sluiting van rookruimtes op werkplekken in 2022 haalbaar is. Ook laat hij onderzoeken of rookruimtes in de (semi-)publieke sector en openbare gebouwen vanaf 2021 kunnen worden afgeschaft.

In de nieuwe KOR is uw omzet bepalend voor de vraag of u van de regeling gebruik mag maken. Deze mag maximaal € 20.000 bedragen. Op dit moment is bepalend of u per saldo niet meer dan € 1.883 per jaar aan btw moet afdragen.
Keer ook dit jaar vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers belastingvrij uit tot een bedrag van 1,2% van de loonsom van uw bedrijf. Benut deze vrije ruimte optimaal en houd er rekening mee dat deze vrije ruimte volgend jaar voor de eerste € 400.000 van uw loonsom 1,7% bedraagt en 1,2% over het meerdere. Komt u dit jaar vrije ruimte tekort, dan kunt u vergoedingen en verstrekkingen wellicht beter doorschuiven naar 2020. Overschrijdt u de vrije ruimte, dan betaalt u als werkgever namelijk 80% belasting over het meerdere. Ook als dga mag u gebruikmaken van de vrije ruimte in de WKR.
Betaalt u alimentatie aan uw ex-partner, dan is dit bedrag voor u aftrekbaar en bij uw ex belast. Vanaf volgend jaar kunt u de alimentatie nog maar aftrekken tegen een maximum van 46%, tegen 51,75% nu.
Het tarief in box 2, waartegen onder andere uitgekeerd dividend belast wordt, bedraagt 25% in 2019. In 2020 stijgt dit naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%.
Het uitgangspunt is dat een door u vergoede of verstrekte maaltijd tot het loon behoort. Daarom is deze in beginsel ook belast en moet u er loonbelasting over inhouden.
De nieuwe meetmethode ter vaststelling van de CO2-uitstoot, vervangt vanaf 2017 langzaam de oude meetmethode. De nieuwe methode zou de CO2-uitstoot nauwkeuriger vaststellen.
Voor het privégebruik van de fiets geldt vanaf 2020 een forfaitaire bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs. Net als bij de auto van de zaak wordt de bijtelling bij het loon geteld en moet u hierover loonbelasting inhouden. Wat het gebruik van de fiets de werknemer uiteindelijk kost, is mede afhankelijk van de hoogte van zijn loon. Hoe hoger het belastingtarief, des te meer kost het.
Volgens de bekendgemaakte aanpassingen tellen bezorgkosten niet mee bij de grens van € 25 voor kleine geschenken. Verder wordt onder meer verduidelijkt wanneer over RVU-uitkeringen Zvw-premies betaald of ingehouden moeten worden.
Omdat de inspecteur uw aangifte moet kunnen controleren, bent u wettelijk verplicht alle gevraagde informatie te verstrekken die van belang kan zijn voor uw belastingheffing. Ondernemers zijn zelfs verplicht deze informatie ook te verstrekken als het de belastingheffing van een derde betreft.



