MKB Nieuws

Ongebruikelijke transacties: dga aansprakelijk voor bv

Om witwassen en terrorisme te bestrijden, moeten onder andere ongebruikelijke transacties gemeld worden. Hierbij kan de dga van een bv aansprakelijk worden gesteld voor het handelen van de bv.

Wwft

JuridischDe Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) kent een aantal verplichtingen om het in de wet genoemde doel te bereiken. Een van de verplichtingen is het melden van ongebruikelijke transacties.

Wie betreft het?

Niet alleen banken en financiële instellingen zijn verplicht ongebruikelijke transacties te melden, maar bijvoorbeeld ook handelaren in onroerend goed of voertuigen.

Transacties niet gemeld

Onlangs stond de dga van een bv voor de rechter, omdat de bv in 75 gevallen verzuimd had melding te maken van ongebruikelijke transacties. Ook had de bv verzuimd te melden met welke cliënten transacties waren aangegaan.

Aansprakelijkheid dga?

Uit de feiten bleek dat de dga enig aandeelhouder en bestuurder van de bv was. Volgens de rechter betekent dit dat de dga feitelijk leiding gaf aan de bv. De dga had ook zelf aangegeven als bestuurder verantwoordelijk te zijn voor de bv.

Taakstraf

De dga werd uiteindelijk veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur. Dat de bv al naheffingsaanslagen en fiscale boetes had gekregen, speelde geen rol.

Heeft u vragen over de verplichting om ongebruikelijke transacties te melden? Wij informeren u graag.

Door |2019-11-26T11:01:30+01:0026 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ongebruikelijke transacties: dga aansprakelijk voor bv

Haal het maximale uit de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Als ondernemers investeren, bestaat er vaak recht op de kleinschaligheidsaftrek (KIA). Door uw investeringen goed te plannen, kunt u de KIA maximaliseren en voorkomen dat u deze terug moet betalen.

Extra aftrek

Energiezuinig investerenDe KIA is een extra aftrek op de winst. Naast de normale afschrijvingen, mag u een extra percentage van het investeringsbedrag aftrekken.

Omvang KIA

De KIA is bedoeld voor kleinere investeerders. Daarom loopt de KIA vanaf een investeringsbedrag van € 106.150 af naarmate de omvang van de investering toeneemt. De KIA bedraagt maximaal 28%.

Ondergrens en bovengrens

De KIA kent een ondergrens van € 2.300. Alleen als u in een jaar meer investeert dan € 2.300, heeft u recht op de KIA. De bovengrens van de KIA is € 318.449. Investeert u in 2019 meer dan dit bedrag, dan krijgt u geen KIA.

Investeringen clusteren of splitsen

U kunt proberen de ondergrens te mijden door kleinere investeringen door de jaren heen te clusteren. Investeert u bijvoorbeeld in 2019 en 2020 beide jaren voor € 2.000, dan krijgt u geen KIA. Investeert u alleen in 2019 voor € 4.000 en in 2020 niet, dan levert dit € 1.120 aan KIA op.

Andersom kunt u grotere investeringen zo mogelijk beter splitsen. Een investering in 2019 van € 400.000 levert geen KIA op. Investeert u in 2020 niet, dan kunt u beter uw investering splitsen en bijvoorbeeld in 2019 én 2020 ieder jaar € 200.000 investeren. Dit levert bijna € 18.000 aan KIA op.

Voorkom terugbetalen

Als u een investering binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u investeerde, weer afstoot, moet u de KIA over de verkoopopbrengst terugbetalen. U kunt dit dus voorkomen door pas na deze termijn een bedrijfsmiddel af te stoten.

Heeft u vragen over de KIA, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-26T10:59:07+01:0026 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Haal het maximale uit de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Advieswijzer Vakantiewoning en fiscus 2019

Als u een vakantiewoning op het oog heeft in Nederland, krijgt u te maken met fiscale gevolgen die aan de aankoop en het gebruik van de vakantiewoning verbonden zijn. Denk aan inkomstenbelasting en onroerendezaakbelasting en mogelijk ook overdrachtsbelasting, omzetbelasting en forensenbelasting.

HuisÓf u met belastingen te maken krijgt, is afhankelijk van uw (persoonlijke) omstandigheden en de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Deze advieswijzer bevat algemene informatie en kan niet zonder meer uitsluitsel geven over uw eigen specifieke situatie. Laat u voor uw persoonlijke situatie daarom nader informeren door een van onze adviseurs.

Omzetbelasting

Omzetbelasting bij aankoop

Koopt u een nieuwe – nog niet eerder gebruikte – vakantiewoning, dan zal hierover 21% omzetbelasting (btw) berekend worden. Koopt u een vakantiewoning die al meer dan twee jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen, dan zal hierover geen btw berekend worden. Op verzoek van zowel koper als verkoper kan in een dergelijk geval toch btw berekend worden als u de vakantiewoning voor 90% of meer gaat gebruiken voor met btw belaste activiteiten. U moet hiervoor toestemming vragen aan uw Belastingkantoor of uw keuze vastleggen in de notariële akte van levering.

Let op! De hiervoor beschreven gevolgen voor de btw gelden als de vakantiewoning als onroerend wordt aangemerkt. De vakantiewoning is onroerend als deze duurzaam met de grond verenigd is of in ieder geval naar aard en inrichting bestemd is om duurzaam ter plaatse te blijven. In sommige situaties zal een vakantiewoning roerend kunnen zijn en kunnen andere gevolgen voor de btw gelden.

De btw die bij de aankoop berekend wordt, kunt u in sommige gevallen terugvragen bij de Belastingdienst. Dit is afhankelijk van de wijze van gebruik van de vakantiewoning. Koopt u de vakantiewoning alleen voor eigen gebruik of verhuurt u deze ook (gedeeltelijk)?

Eigen gebruik vakantiewoning

Indien u de vakantiewoning alleen zelf gebruikt en niet verhuurt aan anderen, kunt u de btw die bij de aankoop berekend is niet terugvragen bij de Belastingdienst.

Verhuur vakantiewoning

Indien u de vakantiewoning verhuurt aan anderen, dan kunt u mogelijk de btw die bij de aankoop berekend is (gedeeltelijk) terugvragen bij de Belastingdienst. De verhuur van de vakantiewoning moet dan zodanig zijn dat sprake is van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Hiervan is volgens beleid van de Belastingdienst in ieder geval sprake als de vakantiewoning voor minimaal 140 dagen per jaar wordt verhuurd.

Tip! Verhuurt u de vakantiewoning voor minder dan 140 dagen per jaar, dan kan er nog steeds sprake zijn van exploitatie van een vermogensbestanddeel om er duurzaam opbrengsten uit te verkrijgen. Neem voor uw persoonlijke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Of u de btw geheel dan wel gedeeltelijk terug kunt vragen, is afhankelijk van uw eigen gebruik van de vakantiewoning. Gebruikt u de vakantiewoning zelf niet maar wordt deze alleen verhuurd, dan kunt u de volledige btw over de aankoop terugvragen. Gebruikt u de vakantiewoning ook voor eigen gebruik, dan kunt u slechts het deel dat betrekking heeft op de verhuur terugvragen.

Voorbeeld

U koopt in 2019 een vakantiewoning voor € 121.000 (inclusief btw). De vakantiewoning wordt in 2019 voor 70% verhuurd en voor 30% door u zelf gebruikt. Van de btw bij aankoop (€ 21.000) kunt u dan in 2019 € 14.700 (70%) terugvragen bij de Belastingdienst.

Let op! Om btw te kunnen terugvragen, dient u zich als ondernemer voor de omzetbelasting aan te melden bij de Belastingdienst. Inschrijven als ondernemer bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel is niet nodig.

Indien de Belastingdienst van mening is dat u voor de verhuur van de vakantiewoning ondernemer bent voor de btw en u dus uw btw kunt terugvragen, dient u 9% btw over de huur te berekenen en af te dragen aan de Belastingdienst. Dit lijkt financieel nadelig, maar hier staat tegenover dat u de btw bij aankoop alsmede de btw met betrekking tot de bij u in rekening gebrachte kosten voor de vakantiewoning in aftrek kunt brengen (na toepassing van een correctie voor het eigen gebruik van de vakantiewoning).

Voorbeeld

In 2019 ontvangt u € 5.450 (inclusief 9% btw) uit de verhuur van de vakantiewoning. U betaalt € 1.210 (inclusief 21% btw) aan kosten voor de vakantiewoning. In 2019 draagt u € 450 btw af. Van de € 210 btw over de kosten die u heeft gemaakt kunt u 70% (€ 147) terugvragen, omdat de woning voor 70% wordt verhuurd. Per saldo bedraagt uw teruggaaf in 2019 € 14.397 (€ 14.700 btw + € 147 btw – € 450 btw).

Tip! Moet u in een jaar per saldo btw betalen, dan kunt u mogelijk gebruikmaken van de kleineondernemersregeling (de KOR). Bedraagt het in 2019 af te dragen bedrag per saldo € 1.345 of minder, dan hoeft u niets te betalen. Ligt dit bedrag tussen € 1.345 en € 1.883, dan mag u 2,5 keer het verschil tussen € 1.883 en het te betalen bedrag op dit te betalen bedrag in mindering brengen. U kunt door toepassing van de kleineondernemersregeling het te betalen bedrag maximaal terugbrengen naar nul.

Voorbeeld

In 2019 ontvangt u € 21.800 (inclusief 9% btw) uit de verhuur van de vakantiewoning. U betaalt € 1.210 (inclusief 21% btw) aan kosten voor de vakantiewoning. De woning wordt nog steeds voor 70% verhuurd. In 2019 draagt u € 1.800 btw af. Van de € 210 btw over de kosten kunt u 70% (€ 147) in aftrek brengen. Per saldo moet u in 2019 € 1.653 (€ 1.800 min € 147) betalen. Door toepassing van de kleineondernemersregeling mag u hierop € 575 (2,5 maal € 1.883 min € 1.653) in mindering brengen, zodat u per saldo € 1.078 betaalt.

Let op! U kunt de kleineondernemersregeling maar één keer toepassen. Heeft u daarom meerdere vakantiewoningen of andere ondernemingen, dan moet u de berekening toepassen op de gezamenlijke btw.

Let op! De kleineondernemersregeling wordt per 2020 gewijzigd. U kunt er tot een omzet van € 20.000 voor kiezen geen btw in rekening te brengen. In dat geval kunt u ook geen btw terugvragen.

Ondernemers die in 2020 de nieuwe regeling willen toepassen, dienen dit te melden bij de inspecteur. De melding moet uiterlijk 20 november 2019 binnen zijn, anders gaat de nieuwe regeling pas in op 1 april 2020. U vindt een aanmeldformulier op de website van de Belastingdienst (zoekterm ‘aanmelden kor’).

Let op! U moet wellicht een deel van de afgetrokken btw op de vakantiewoning terugbetalen als u in 2020 kiest om deel te nemen aan de kleineondernemersregeling. Dit is het geval als er na het jaar van aankoop van de vakantiewoning minder dan negen jaar zijn verstreken. Neem dit mee bij uw keuze of neem hierover contact op met ons.

Ontvangen of terugbetalen btw bij gewijzigd gebruik of verkoop

Als het eigen gebruik van de vakantiewoning wijzigt, wordt de btw die u in aftrek heeft gebracht herzien. Wordt het eigen gebruik groter, dan zult u mogelijk btw terug moeten betalen. Daalt het eigen gebruik, dan krijgt u mogelijk (extra) btw terug. Deze herziening moet u gedurende de negen jaar volgend op het jaar van aanschaf jaarlijks uitvoeren. De herziening vindt plaats op 1/10 deel van de aankoop-btw. Herziening blijft achterwege als deze minder dan 10% bedraagt van de aan het jaar toe te rekenen al in aftrek gebrachte btw.

Voorbeeld

In 2019 wordt de vakantiewoning voor 60% verhuurd en voor 40% door u zelf gebruikt. U moet een herziening toepassen op 1/10 van € 21.000 = € 2.100. Van deze € 2.100 heeft u 70% (= € 1.470) terugontvangen. In 2019 heeft u echter maar recht op 60% (= € 1.260). Het verschil bedraagt € 210. Dit is hoger dan 10% van de aan 2019 toe te rekenen al in aftrek gebrachte btw (10% van € 1.470 = € 147). De herziening blijft daarom niet achterwege en u moet in 2019 € 210 aan btw terugbetalen.

Let op! Als u de aankoop-btw heeft teruggevraagd, wordt uw vakantiewoning in het jaar van aankoop en de negen jaren daaropvolgend voor de btw gevolgd. Herziening van btw vindt niet alleen plaats bij wijziging in het gebruik zoals in het voorbeeld hiervoor, maar ook als u bijvoorbeeld de woning alleen nog maar zelf gebruikt (en dus niet meer verhuurt) of als u de woning verkoopt zonder btw. In de laatste twee gevallen zult u de volledige btw over de nog resterende jaren in één keer moeten terugbetalen.

Voorbeeld

Op 1 januari 2021 verkoopt u de vakantiewoning aan een particulier die deze gaat gebruiken voor eigen gebruik. Volgens de wettelijke regels kunt u geen btw berekenen over deze verkoop. U moet wel de in 2016 in aftrek gebrachte btw over de nog resterende periode herzien. Op 1 januari 2021 zijn vier van de negen herzieningsjaren verlopen. Dit betekent dat u nog voor vijf jaren 1/10 van
€ 14.700 moet terugbetalen aan de Belastingdienst, tezamen € 7.350 (= vijfmaal € 1.470).

Tip! Verkoopt u de vakantiewoning uit het voorbeeld na 31 december 2025, dan heeft dit geen gevolgen meer voor de in 2016 in aftrek gebrachte btw bij aankoop.

Daarnaast zijn er nog andere mogelijkheden waardoor u de btw die u bij aankoop heeft teruggekregen, niet hoeft terug te betalen. Gaat de koper de woning bijvoorbeeld voor meer dan 90% voor met btw belaste activiteiten gebruiken, dan kunt u mogelijk op verzoek de vakantiewoning toch met btw verkopen. Het voordeel hiervan is dat u dan niet de aankoop-btw hoeft te herzien. Ook bij verkoop binnen twee jaar na de eerste ingebruikname van de vakantiewoning wordt de verkoop met btw belast en treedt hetzelfde effect op. Zet de koper van uw vakantiewoning uw activiteiten van verhuur ongewijzigd voort, dan is het misschien zelfs mogelijk om de woning zonder btw te verkopen en hetzelfde effect te bereiken. Hiervoor moet de verkoop van de woning kunnen worden aangemerkt als overdracht van een algemeenheid van goederen.

Tip! De verkoop van uw vakantiewoning kan diverse btw-gevolgen hebben. Laat u, voordat tot verkoop wordt overgegaan, daarom altijd eerst adviseren.

Overdrachtsbelasting

Bij verkoop van een onroerende zaak is overdrachtsbelasting verschuldigd. Koopt u een nieuwe, nog niet eerder gebruikte vakantiewoning, dan zal hierover 21% omzetbelasting (btw) berekend worden en geldt een vrijstelling voor de overdrachtsbelasting. In alle overige gevallen zal over het algemeen wel 2% overdrachtsbelasting verschuldigd zijn. Koopt u een vakantiewoning inclusief inventaris, dan wordt over het aandeel van de inventaris in de koopsom geen overdrachtsbelasting berekend.

Inkomstenbelasting

De vakantiewoning zal over het algemeen belast zijn in box 3. In box 3 betaalt u geen belasting over de ontvangen huur, maar over de WOZ-waarde van de vakantiewoning. Vanaf 1 januari 2017 geldt een belastingtarief van 30% en wordt gerekend met een forfaitair rendement dat wordt bepaald aan de hand van een vermogensmix en drie schijven, met elk een eigen, jaarlijks wisselend forfaitair rendementspercentage. Voor het jaar 2019 bedraagt het forfaitair rendement 1,94% tot een belastbaar vermogen van € 71.650, 4,45% tussen de € 71.650 en de € 989.736 en daarboven 5,6%. Er geldt in 2019 een vrijstelling voor het gehele vermogen in box 3 van € 30.360 per persoon.

Let op! Als de exploitatie van uw vakantiewoning dusdanige vormen aanneemt dat deze het normale actieve vermogensbeheer te buiten gaat, wordt de vakantiewoning niet belast in box 3, maar in box 1.

Onroerendezaakbelasting (OZB)

Voor de heffing van de onroerendezaakbelasting (OZB) is bij vakantiewoningen de vraag van belang of ze ook als woning kunnen worden aangemerkt. De rechter heeft beslist dat niet van belang is of een vakantiewoning al dan niet permanent bewoond mag worden en als dit niet is toegestaan, of dit bewonen al dan niet gedoogd wordt. Wel van belang is of de woning beschikt over eigen voorzieningen, zoals een badkamer, sanitair en kookgelegenheid. Zo ja, dan is de woning bestemd om daarin te verblijven, te slapen en de overige woonfaciliteiten en voorzieningen te gebruiken. De vakantiewoning is dan naar aard en inrichting bestemd en geschikt om enigszins duurzaam voor bewoning te dienen en wordt dan als woning aangemerkt.

Kan een vakantiewoning als woning worden aangemerkt, dan betekent dit dat voor de OZB alleen een aanslag eigenarenheffing kan worden opgelegd. Een aanslag gebruikersheffing kan de gemeente dan niet opleggen. Bovendien geldt voor woningen meestal een lager OZB-tarief dan voor niet-woningen. Bij een vakantiewoning die aan bovengenoemde eisen voldoet, krijgt u dus slechts één heffing opgelegd en is op deze heffing veelal een lager tarief van toepassing.

Verbod op permanente bewoning

Is permanente bewoning verboden, dan drukt dit wel de WOZ-waarde, zo besliste de rechter in het verleden. Ga dus na of een eventueel verbod op permanente bewoning in de WOZ-waarde is meegenomen.

Forensenbelasting

Een gemeente heeft de mogelijkheid forensenbelasting te heffen. Dit kan als u in een andere plaats dan uw woonplaats een woning voor minstens 90 dagen per jaar ter beschikking heeft. Het is niet van belang of u ook daadwerkelijk 90 dagen of meer in de woning verblijft. Verblijft u permanent in uw vakantiewoning, dan is forensenbelasting niet van toepassing.

Dagen dat u de woning verhuurt dan wel de woning gebruikt om de woning beschikbaar te maken of te houden voor verhuur, tellen dus niet mee. Bij beschikbaar maken of houden voor verhuur kunt u bijvoorbeeld denken aan het plegen van onderhoud, zoals het verven van het houtwerk. Verhuurt u de woning voor een bepaalde periode via een derde, maar kunt u zelf gebruikmaken van de woning als deze in de betreffende periode niet verhuurd wordt, dan tellen deze dagen wel mee. De woning staat u dan immers ter beschikking.

Tot slot

Met betrekking tot de aankoop en het gebruik van een vakantiewoning kunt u met verschillende belastingen te maken krijgen. In deze advieswijzer hebben wij geprobeerd een algemeen beeld te schetsen. Neem voor de fiscale gevolgen in uw specifieke situatie contact op met een van onze adviseurs.

Door |2019-11-21T12:04:32+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Vakantiewoning en fiscus 2019

Ook afvalstoffenheffing bij leegstand bedrijfspand

Voor het verwijderen van huishoudelijk afval, mag een gemeente afvalstoffenheffing in rekening brengen. Dit mag ook bij leegstand van een gebouw. Of er daadwerkelijk afval wordt aangeboden, blijkt namelijk niet van belang.

Gebruiker belastingplichtig

KlikosVolgens de Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing is de gebruiker van een pand belastingplichtig. Verder is van belang dat er ten aanzien van het pand voor de gemeente een verplichting moet bestaan tot het inzamelen van huishoudelijk afval.

Leegstand

Onlangs vocht een ondernemer zijn aanslag afvalstoffenheffing bij de rechter aan omdat het betreffende pand waarvoor een aanslag was opgelegd, leegstond in de periode waarop de aanslag betrekking had.

Verplichting

Volgens de rechtbank is niet van belang dat een pand onbewoond is. Als er een verplichting voor de gemeente bestaat om huishoudelijk afval af te voeren, kan een aanslag worden opgelegd. Of er ook daadwerkelijk afval wordt aangeboden, is niet van belang.

Kamer van Koophandel

Uit gegevens van de Kamer van Koophandel werd bovendien duidelijk dat het bedrijf van de belastingplichtige op het betreffende adres stond ingeschreven. De aanslag werd dan ook gehandhaafd.

Heeft u vragen over aanslagen afvalstoffenheffing, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-21T12:05:27+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Ook afvalstoffenheffing bij leegstand bedrijfspand

Herstelkosten niet volledig in aftrek bij BPM schadeauto.

Bij de waarde van een schadeauto voor de BPM mag rekening worden gehouden met de herstelkosten. Maar niet iedere euro aan kosten komt op de waarde in mindering.

BPM bij invoer

AutoAls een auto in Nederland vanuit een ander EU-land wordt ingevoerd, dient BPM te worden afgedragen. De verschuldigde BPM is afhankelijk van de waarde van de auto, waarbij bij schadeauto’s rekening mag worden gehouden met de herstelkosten van de schade.

Niet overdrijven

Bij het vaststellen van de schade mag men niet overdrijven. Het is dan ook niet toegestaan om iedere euro aan herstelkosten op de waarde in mindering te brengen.

Criteria van invloed op schade en waarde

Aan de hand van diverse criteria, zoals merk en type auto, soort schade en verkrijgbaarheid van de onderdelen, moet het effect van een schade op de waarde van de auto worden bepaald. In een zaak bij het gerechtshof ging het om een drie jaar oude Jaguar.

Geen verbetering

Bij het bedrag aan herstelkosten mag de auto uiteindelijk ook niet in een betere staat worden gebracht.

Let op! Voor het bepalen van de verschuldigde BPM mag dan ook met normale gebruiksschade geen rekening worden gehouden. Het gaat er volgens het hof slechts om dat de waarde van een auto met schade in de juiste verhouding staat tot vergelijkbare auto’s zonder schade. Die zullen immers ook gebruikssporen hebben.

Extra toets in de maak

Omdat de import van schadeauto’s onevenredig toeneemt, is het kabinet van plan een extra toets door een onafhankelijke derde in te voeren ter goedkeuring van de aangegeven BPM.

Heb je vragen over de BPM bij invoer van schadeauto’s, neem dan contact met ons op.

 

Door |2024-04-10T13:29:06+02:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Herstelkosten niet volledig in aftrek bij BPM schadeauto.

Haal het maximale uit de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Als ondernemers investeren, bestaat er vaak recht op de kleinschaligheidsaftrek (KIA). Door uw investeringen goed te plannen, kunt u de KIA maximaliseren en voorkomen dat u deze terug moet betalen.

Extra aftrek

Energiezuinig investerenDe KIA is een extra aftrek op de winst. Naast de normale afschrijvingen, mag u een extra percentage van het investeringsbedrag aftrekken.

Omvang KIA

De KIA is bedoeld voor kleinere investeerders. Daarom loopt de KIA vanaf een investeringsbedrag van € 106.150 af naarmate de omvang van de investering toeneemt. De KIA bedraagt maximaal 28%.

Ondergrens en bovengrens

De KIA kent een ondergrens van € 2.300. Alleen als u in een jaar meer investeert dan € 2.300, heeft u recht op de KIA. De bovengrens van de KIA is € 318.449. Investeert u in 2019 meer dan dit bedrag, dan krijgt u geen KIA.

Investeringen clusteren of splitsen

U kunt proberen de ondergrens te mijden door kleinere investeringen door de jaren heen te clusteren. Investeert u bijvoorbeeld in 2019 en 2020 beide jaren voor € 2.000, dan krijgt u geen KIA. Investeert u alleen in 2019 voor € 4.000 en in 2020 niet, dan levert dit € 1.120 aan KIA op.

Andersom kunt u grotere investeringen zo mogelijk beter splitsen. Een investering in 2019 van € 400.000 levert geen KIA op. Investeert u in 2020 niet, dan kunt u beter uw investering splitsen en bijvoorbeeld in 2019 én 2020 ieder jaar € 200.000 investeren. Dit levert bijna € 18.000 aan KIA op.

Voorkom terugbetalen

Als u een investering binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar waarin u investeerde, weer afstoot, moet u de KIA over de verkoopopbrengst terugbetalen. U kunt dit dus voorkomen door pas na deze termijn een bedrijfsmiddel af te stoten.

Heeft u vragen over de KIA, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-21T12:06:57+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Haal het maximale uit de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek

Hoe viert u een fiscaal vriendelijk sinterklaasfeest?

Sinterklaas is afgelopen weekend in ons land aangekomen. Bezoekt hij ook dit jaar weer uw bedrijf om de kinderen van uw werknemers te trakteren? Of trakteert hij uw werknemers? Doe dit dan fiscaal vriendelijk.

Op de werkplek?

SinterklaasjesDe bijdrage van de fiscus aan uw sinterklaasfeest is het grootst als u het organiseert op de werkplek. Dat is bijvoorbeeld uw kantine. Heeft u die niet, dan kunt het feest bijvoorbeeld ook in het magazijn organiseren. Ook dit is fiscaal gezien een werkplek.

Onbelast

Een sinterklaasfeest op de werkplek is onbelast. Dat geldt ook voor de consumpties, zoals chocolademelk, pepernoten en een drankje voor vader en moeder.

Cadeau in de werkkostenregeling

Eventuele cadeautjes zijn wel belast bij de werknemer. Natuurlijk wilt u niet dat uw werknemers belasting betalen over het cadeautje van hun kroost. U voorkomt dit door de cadeautjes onder te brengen in de werkkostenregeling. Het cadeautje is dan belastingvrij.

Vrije ruimte

Blijft de waarde van alle cadeautjes samen met alle andere vergoedingen en verstrekkingen dit jaar binnen de vrije ruimte van 1,2% van de loonsom, dan betaalt u als werkgever ook geen belasting. Dat is anders als de waarde boven deze grens uitkomt. U betaalt dan 80% belasting via de eindheffing.

Niet op de werkplek?

Organiseert u het sinterklaasfeestje niet op de werkplek, dan is het hele feest belast loon. U zult dan de kosten over de deelnemende werknemers moeten verdelen en hen hiervoor belasten. Wilt u dit niet, dan zult u het hele feest moeten onderbrengen in de werkkostenregeling. U betaalt dan 80% eindheffing als de kosten van het feest, inclusief alle andere vergoedingen en verstrekkingen dit jaar, meer dan 1,2% van de loonsom bedragen.

Aftrekbaar van de winst?

Is het sinterklaasfeest belast loon, dan zijn de kosten voor u 100% aftrekbaar. Dit is ook zo als u het onderbrengt in de werkkostenregeling. Is het feest niet belast, dan zijn de kosten slechts beperkt aftrekbaar. Voor niet-rechtspersonen, zoals een eenmanszaak, bedraagt de aftrek in beginsel 80% en voor rechtspersonen, zoals een bv, in beginsel 73,5%.

Door |2019-11-21T12:06:50+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoe viert u een fiscaal vriendelijk sinterklaasfeest?

WAB: nieuwe regels oproepkrachten

Per 1 januari 2020 treedt een groot deel van de Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) in werking, waaronder de regels voor oproepkrachten en oproepovereenkomsten. Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

Een oproepovereenkomst

BoekenIn de nieuwe wet is er sprake van een oproepovereenkomst als de arbeidsomvang niet (geen afgesproken aantal uren, maar vaak een nuluren- of een min/max-urencontract) en de tijdseenheid (geen duidelijkheid tot wanneer de overeenkomst loopt) is afgesproken. Een oproepkracht heeft alleen recht op loon over de uren dat daadwerkelijk wordt gewerkt, waardoor de omvang van het loon telkens kan wisselen.

Termijn oproep

Een oproepkracht moet minstens vier dagen van tevoren, schriftelijk of elektronisch worden opgeroepen voor de werkzaamheden. Gebeurt dit op een kortere termijn dan vier dagen, dan hoeft de oproepkracht geen gehoor te geven aan de oproep. In een cao kan een kortere termijn worden afgesproken, maar wel ten minste 24 uur van tevoren. De oproepkracht dient voor ten minste drie uur aaneensluitend werk te worden opgeroepen, tenzij hij al een minimumurengarantie heeft van 15 uur per week.

De oproepkracht houdt het recht op loon over de duur van de oproep als de werkzaamheden (geheel of gedeeltelijk) minder dan vier dagen van tevoren worden afgezegd. Dit geldt ook indien het tijdstip wijzigt voor de werkzaamheden waarvoor de oproepkracht was opgeroepen. De oproepkracht houdt dan het recht op loon over de periode waarvoor deze in eerste instantie was opgeroepen.

Aanbod vaste uren

Na twaalf maanden is de werkgever verplicht om binnen een maand een aanbod te doen voor een arbeidsovereenkomst met vaste uren. Deze uren moeten zijn gebaseerd op minimaal het gemiddeld aantal gewerkte uren over de afgelopen twaalf maanden. Alleen de uren die elkaar binnen zes maanden tijd opvolgden, tellen mee.

Voorbeeld: een oproepkracht is per 1 januari 2019 begonnen. In januari 2019 heeft de oproepkracht gemiddeld 36 uur per week gewerkt, maar in de maanden februari tot en met augustus is er niet gewerkt. Vervolgens heeft de oproepkracht van september tot en met 31 december 2019 gemiddeld 32 uur per week gewerkt. De werkzaamheden in januari 2019 tellen niet mee bij de berekening, want daarna is er zeven maanden niet gewerkt waardoor er geen sprake is van werkzaamheden die elkaar binnen zes maanden tijd hebben opgevolgd. Voor de berekening van het gemiddeld aantal uren tellen de uren vanaf september tot en met december 2019. De oproepkracht zal een aanbod moeten krijgen voor een arbeidscontract van minimaal 32 uur per week. 

Een werknemer heeft een maand de tijd om dit aanbod al dan niet te aanvaarden. Aanvaardt de werknemer het aanbod dan geldt vanaf dat moment de nieuwe arbeidsomvang en is er geen sprake meer van een oproepovereenkomst.

Recht op loon bij uitblijven aanbod

Indien het aanbod voor een contract met vaste uren uitblijft dan heeft de oproepkracht recht op het loon van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week gedurende de afgelopen twaalf maanden, ongeacht of de werknemer wordt opgeroepen voor de werkzaamheden.

Let op: overgangsregeling Voor oproepkrachten die per 1 januari 2020 langer dan een jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn geldt dat deze oproepkrachten vóór  1 februari 2020 een aanbod dienen te krijgen voor een vast contract. Elke werkgever die op dit moment al met oproepkrachten werkt krijgt dus in 2020, zodra de oproepkracht twaalf maanden werkzaamheden verricht, te maken met deze nieuwe regels.

Door |2019-11-21T12:05:50+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor WAB: nieuwe regels oproepkrachten

Aangiftebrief Loonheffingen verstuurd

De Belastingdienst heeft onlangs de aangiftebrief loonheffingen verstuurd naar alle werkgevers. De brief valt naar verwachting half november in de bus.

Aangiftetijdvak

De aangiftebrief bevat het aangiftetijdvak van de betreffende werkgever. Dit is in beginsel een periode van een maand of van vier weken.

Let op!  Wilt u dit aangiftetijdvak voor het jaar 2020 wijzigen, dan moet u een wijzigingsformulier naar de Belastingdienst sturen en zorgen dat dit uiterlijk 14 december 2019 bij de Belastingdienst binnen is. Het wijzigingsformulier vindt u op de site van de Belastingdienst.

Data

LoonheffingenDe aangiftebrief bevat verder de uiterste data waarop de loonaangifte en de betaling ervan bij de Belastingdienst binnen moeten zijn. Ook het betalingskenmerk staat erin vermeld.

Eenmalig

De Belastingdienst verstrekt de aangiftebrief één keer, dus zal een werkgever er zelf voor moeten zorgen dat degene die zijn loonaangifte verzorgt, voorzien wordt van de noodzakelijke gegevens.

Heeft u vragen over de aangiftebrief, neem dan contact met ons op.

Door |2019-11-21T12:05:41+01:0021 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aangiftebrief Loonheffingen verstuurd

1 april verbod rookruimte horeca

Het verbod op de rookruimtes in de horeca wordt vanaf 1 april 2020 gehandhaafd. Door een uitspraak van de Hoge Raad van eind september zijn al deze rookruimtes per direct verboden. Een overtreding levert straks een boete op van 600 euro.

SigarettenDe uitspraak geldt voor alle horeca-inrichtingen, zoals cafés, discotheken, coffeeshops, shishalounges, concertzalen, hotels en restaurants. Bij elke overtreding wordt de boete voor de horecaondernemer verhoogd, tot uiteindelijk € 4.500 bij de vierde overtreding.

Blokhuis: zorgvuldige afweging

Aanvankelijk had staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid met de branche afgesproken dat de horecaondernemingen tot 2022 de tijd hadden, maar dat kan door de uitspraak niet meer. Blokhuis eerder: “Na een zorgvuldige afweging heb ik gekozen voor 1 april als startdatum voor de handhaving. Horecaondernemers hebben daarmee de tijd om de nodige aanpassingen te maken en afspraken te maken met gemeenten over eventuele overlast van rokers op straat.”

Reguliere controles

De komende tijd gaan de NVWA, KHN en andere brancheorganisaties een flyer uitdelen waarin vragen en antwoorden staan over de toepassing van het rookverbod. Ook gaat de NVWA straks bij reguliere controles ondernemers aanspreken die nog een rookruimte hebben. Zij kunnen na 1 april opnieuw bezoek verwachten.

Blokhuis gaat ook onderzoeken of een sluiting van rookruimtes op werkplekken in 2022 haalbaar is. Ook laat hij onderzoeken of rookruimtes in de (semi-)publieke sector en openbare gebouwen vanaf 2021 kunnen worden afgeschaft.

Door |2019-11-11T15:03:14+01:0011 november 2019|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor 1 april verbod rookruimte horeca