MKB Nieuws

Zzp’er vrijwillig bij pensioenfonds

Zzp’ers kunnen zich mogelijk vrijwillig aansluiten bij een pensioenfonds. Dit is een van de afspraken die in de nieuwe Wet toekomst pensioenen staat.

Pensioenakkoord

Golf

In de Wet toekomst pensioenen (WTP) staan de afspraken uit het Pensioenakkoord. Met de inwerkingtreding van deze wet op 1 juli 2023 is voor zzp’ers ook de mogelijkheid geïntroduceerd om zich vrijwillig aan te sluiten bij een pensioenfonds.

Voorwaarden pensioenfonds

Het moet wel gaan om een pensioenfonds in de branche waarin de zzp’er werkt. Verder moet het pensioenfonds ook de mogelijkheid bieden tot vrijwillige aansluiting. Informeer daarom bij het pensioenfonds of deze mogelijkheid bij hen bestaat.

Let op! Voor 1 juli 2023 konden werknemers zich bij uitdiensttreding al, onder voorwaarden, vrijwillig aansluiten bij het pensioenfonds van hun ex-werkgever. Deze mogelijkheid bestaat nog steeds.

Aftrek in inkomstenbelasting

De zzp’ers die van deze mogelijkheid gebruikmaken, kunnen de aan het pensioenfonds betaalde premies aftrekken in de aangifte inkomstenbelasting.

Let op! Het is goed om te weten dat het om een experiment gaat. Wordt het experiment niet voortgezet of omgezet in een definitieve regeling, dan kan de zzp’er het geld bij het pensioenfonds laten staan of opnemen en onderbrengen bij een bank of verzekeraar.

Verplichte pensioenregeling

Overigens geldt in bepaalde beroepsgroepen en bedrijfstakken voor ondernemers een verplichting om deel te nemen aan de pensioenregeling. Dit bestaat al langer en dus niet pas vanaf de inwerkingtreding van de WTP.

Die verplichting geldt voor ondernemers met een schildersbedrijf, stukadoorsbedrijf, glaszetbedrijf, afwerkingsbedrijf, afbouwbedrijf, natuursteenbedrijf of een terazzo- of vloerenbedrijf. Verder geldt die verplichting voor ondernemers die het beroep uitoefenen van apotheker, fysiotherapeut, huisarts, verloskundige, medisch specialist, dierenarts, notaris of kandidaat-notaris, loods of roeier in het Rotterdamse Havengebied.

Door |2023-09-22T14:09:19+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Zzp’er vrijwillig bij pensioenfonds

Kindgebonden budget en huurtoeslag omhoog per 2024

Het demissionaire kabinet verhoogt per 1 januari 2024 het kindgebonden budget en de huurtoeslag. Dit blijkt uit de voornemens die op Prinsjesdag bekend zijn gemaakt. Mede door deze maatregelen wil het kabinet iets doen aan de armoede.

Kindgebonden budget

Speelgoed

Het kindgebonden budget is een inkomensafhankelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderen. De hoogte van de tegemoetkoming hangt af van het aantal kinderen en hun leeftijd, het huishoudtype, de hoogte van het inkomen en de omvang van het vermogen.

Verhoging kindgebonden budget

De verhoging van het kindgebonden budget houdt een verhoging van het maximumbedrag in voor het eerste kind met € 750,- per jaar, voor het tweede en volgende kind met € 883,- per jaar. Ook wordt het extra kindgebonden budget voor kinderen van 12 jaar tot en met 17 jaar met € 400,- per jaar verhoogd. 

Verlaging kindgebonden budget

Het extra kindgebonden budget voor alleenstaande ouders, de zogenaamde alleenstaande-ouderkop, wordt daarentegen verlaagd met € 619,- per jaar. Ook wordt het kindgebonden budget voor ouderparen sneller afgebouwd bij een stijgend inkomen.

Huurtoeslag

Ook de huurtoeslag wordt verhoogd. Die stijgt in 2024 met ongeveer € 416 per jaar en geldt voor iedereen die huurtoeslag ontvangt. De verhoging krijgt vorm door de basishuur, die de eigen bijdrage bepaalt, te verlagen.

Let op! Deze voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2023-09-22T14:08:13+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Kindgebonden budget en huurtoeslag omhoog per 2024

Fors meer belastingdruk door lagere indexatie van box 1

De belastingdruk in box 1 van de inkomstenbelasting wordt voor 2024 flink verhoogd. Dit gebeurt onder meer door een lichte stijging in eerste tariefschijf, maar met name door een forse beperking van de indexatie van de tweede tariefschijf. Een en ander blijkt uit het Belastingplan 2024, dat op Prinsjesdag is gepresenteerd.

Stijging tarief eerste tariefschijf

Belastingdienst

In de voorstellen wordt het tarief van de eerste tariefschijf in box 1 iets verhoogd van 36,93% naar 36,97%. Dit tarief geldt in 2024 tot een inkomen van € 75.624. Deze tariefsverhoging gaat maximaal € 30 meer aan belasting kosten. 

Indexatie tariefschijf fors beperkt

De tariefschijf in box 1 word jaarlijks gecorrigeerd aan de hand van de inflatie. Vanwege de actuele hoge inflatie zou de tweede tariefschijf volgend jaar in eerste instantie met 9,9% worden aangepast. Het kabinet stelt echter voor deze schijf slechts met 3,55% te verhogen. Dit betekent dat het toptarief van 49,5% al betaald moet worden vanaf een inkomen van € 75.625 in plaats van € 80.262. Dit kan een belastingplichtige maximaal € 581 extra aan belasting per jaar gaan kosten. 

Let op! Ook voor AOW-gerechtigden worden de tweede en derde schijf in box 1 met 3,55% geïndexeerd in plaats van 9,9%.

Wat levert het op?

De tariefstijging in box 1 is slechts beperkt, maar geldt voor iedere belastingbetaler en brengt daarom toch nog € 272 miljoen op. Het beperkt indexeren van de schijflengte brengt maar liefst € 1.869 miljoen op. 

Let op! Deze plannen moeten nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Door |2023-09-22T14:09:44+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fors meer belastingdruk door lagere indexatie van box 1

Top 10 Prinsjesdag 2023

Welke belangrijke fiscale voorstellen voor ondernemers kwamen op Prinsjesdag 2023 uit het koffertje van minister Kaag van Financiën? Wij zetten de tien belangrijkste voor u op een rij.

1. Eerste stap in aanscherping bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) gezet

Torentje

Het doel van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) en de doorschuifregeling (DSR) is de belemmeringen van een normale (hoge) belastingdruk bij bedrijfsopvolging zo veel mogelijk weg te nemen. U kunt dus met een fiscale stimulans het stokje doorgeven aan de volgende generatie. Daarmee speelt de BOR een belangrijke rol bij de overdracht van familiebedrijven. De BOR en het bestaansrecht ervan hebben veel aandacht gekregen en er is dan ook een verscherping aangekondigd.

Per 1 januari 2024 valt verhuurd vastgoed niet meer onder het ondernemingsvermogen, maar onder beleggingsvermogen. Verhuurd vastgoed schenken met toepassing van de BOR is dan niet meer mogelijk.

Let op! Deze aanpassing werkt door naar de omvang van het ondernemingsvermogen bij de doorschuifregeling in de inkomstenbelasting. Dit betekent dat de schenker de box 2-belastingclaim die rust op de aandelen voor dat gedeelte niet meer kan doorschuiven.

Let op! Voor 2025 en 2026 zijn verdere aanscherpingen aangekondigd, zoals het afschaffen van de doelmatigheidsmarge van 5% van het bedrijfsvermogen, dat uit beleggingen mag bestaan.

Tip! Overweegt u om uw bedrijf met toepassing van de BOR te schenken? Dan kan het raadzaam zijn dit proces te versnellen.

2. Twee schijven in box 2

Per 1 januari 2024 wordt het uniforme tarief van box 2 van 26,9% vervangen door twee tarieven. Voor ontvangen dividenden tot € 67.000 gaat een tarief van 24,5% gelden. Voor het bedrag daarboven wordt het percentage 31. Fiscale partners profiteren twee keer van de lage schijf, wat betekent dat bijvoorbeeld een dividenduitkering van € 134.000 belast wordt tegen het lage tarief van 24,5%.

Met deze maatregel wil de regering aanmerkelijkbelanghouders stimuleren vaker (jaarlijks) winsten uit te keren en niet de winsten te blijven oppotten in de bv.

Let op! Dividenduitkeringen hebben ook effect op de algemene heffingskorting, box 3-vermogen en excessief lenen. Overleg met uw adviseur of het voordelig is om nu dividend uit te keren, of het beter is om te wachten tot 2024 of om later in één keer een hoger bedrag aan dividend uit te keren.

Tip! Heeft uw partner geen inkomen? Keer dan dividend uit om de algemene heffingskorting te kunnen benutten.

3. Verlagen mkb-winstvrijstelling

De mkb-winstvrijstelling is een aftrekpost op de fiscale winst in de inkomstenbelasting. Het percentage van de mkb-winstvrijstelling voor ondernemers wordt per 1 januari 2024 verlaagd van 14 (2023) naar 12,7. Door deze maatregel betalen ondernemers in de inkomstenbelasting, zoals eenmanszaken, vof’s en zzp’ers, vanaf 2024 meer belasting. Ondernemers met de hoogste winsten gaan er het meest op achteruit door deze aanpassing.

Tip! Stem met uw fiscaal adviseur af of ondernemen in de inkomstenbelasting voor u nog steeds de beste keuze is.

Tip! Bekijk of u bepaalde kosten kunt uitstellen naar 2024, zodat de winst lager is en u minder belasting betaalt over deze winst.

4. Diverse wijzigingen box 3

Vooralsnog is het streven dat vanaf 2027 het daadwerkelijke rendement in box 3 wordt belast. Tot die tijd blijven fictieve rendementen het uitgangspunt. Er zijn drie categorieën: bank- en spaargelden, beleggingen en schulden. 

Vanaf 2024 is wettelijk bepaald dat aandelen in verenigingen van eigenaren (vve’s) tot de categorie bank- en spaargeld behoren. Bezit u een appartement? Dan betaalt u daardoor mogelijk minder box 3 belasting. Deze ‘herkwalificatie’ geldt ook voor gelden op derdenrekeningen bij de notaris.

Het heffingsvrij vermogen in box 3 wordt niet gecorrigeerd voor de inflatie. Daarnaast gaat het tarief in box 3 van 32% (2023) naar 34% in 2024. 

Tip! Op 18 september 2023 heeft de advocaat-generaal geconcludeerd dat ook de Wet rechtsherstel box 3 het discriminatieverbod en het eigendomsrecht schendt. Als de Hoge Raad dit advies overneemt, kan dit gevolgen hebben voor uw box 3-inkomen. Teken daarom tijdig bezwaar aan om uw rechten veilig te stellen.

Let op! Schulden en vorderingen tussen fiscale partners en tussen ouders en minderjarige kinderen behoren in 2024 tot geen enkele categorie, omdat deze worden gedefiscaliseerd. Deze vallen dus helemaal buiten de aangifte.<

5. Diverse wijzigingen box 1

De belastingheffing over inkomen uit werk en woning wordt op diverse punten verhoogd: 

  • De inkomstenbelasting in box 1 kent twee schijven. Vanaf 2024 wordt de tweede schijf minder geïndexeerd dan de inflatie. De indexatie is 3,55% in plaats van 9,9%. Voor gepensioneerden bestaat de inkomstenbelasting voor inkomen uit pensioen uit drie schijven. De tweede en derde schijf worden ook met 3,55% geïndexeerd in plaats van met 9,9%.
  • Het tarief in de eerste belastingschijf neemt toe met 0,04% van 36,93% (2023) naar 36,97% (2024). 
  • De arbeidskorting wordt met € 115 verhoogd voor inkomens rond het wettelijk minimumloon. Werkenden met een salaris tot bijna € 40.000 gaan er hierdoor op vooruit.

6. Energie-investeringsaftrek (EIA) versoberd

Investeert u als ondernemer in energievriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan is het mogelijk om een bepaald percentage over het investeringsbedrag direct af te trekken van de winst via de energie-investeringsaftrek (EIA). Doordat de winst daarmee lager uitvalt, bespaart u als ondernemer belasting. Voor het jaar 2023 is het percentage 45,5. Dit percentage wordt in 2024 verlaagd naar 40. Daarnaast wordt de Energielijst aangepast. De exacte invulling wordt in het vierde kwartaal van 2023 vastgesteld.

Tip! Overweegt u een investering in energievriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan is het interessant om dit nog in 2023 te doen. Zorg wel dat u uw investering tijdig meldt bij de RVO.

7. Minder onbelaste vergoedingen voor personeel

De werkkostenregeling biedt u als werkgever de mogelijkheid om uw personeel onbelast allerlei zaken te vergoeden en verstrekken. De vrije ruimte in de werkkostenregeling is in 2023 eenmalig verruimd naar 3%, tot een loonsom van € 400.000. Deze verruiming wordt in 2024 beperkt tot 1,92% bij een loonsom tot € 400.000 en 1,18% voor het meerdere.

Let op! De belasting- en premievrije kilometervergoeding van € 0,21 per kilometer stijgt per 1 januari 2024 naar € 0,23 per kilometer.

8. Aanschaf (bestel)auto wordt duurder

Het aanschaffen van een nieuwe auto wordt in 2025 duurder. De vaste voet van de bpm gaat dan met € 200 omhoog. De bpm is een belasting die is verschuldigd bij de aanschaf van een nieuwe auto of motor. Voor elektrische auto’s geldt volgend jaar nog een vrijstelling voor de bpm. In 2025 wordt deze vrijstelling geschrapt, waardoor de aanschafprijs van elektrische auto’s in 2025 hoger zal zijn ten opzichte van 2024.

Daarnaast komt per 1 januari 2025 de bpm-vrijstelling voor bestelauto’s te vervallen. 

Tip! Wilt u nog gebruikmaken van de bpm-vrijstelling voor btw-plichtige ondernemers bij de aanschaf van een bestelauto? Bestel deze dan tijdig, zodat u in 2024 nog gebruik kunt maken van de vrijstelling!

Tip! De hoogte van de bpm op bestelauto’s is afhankelijk van de CO2-uitstoot. Het is dus bij vervanging van bestelauto’s na 1 januari 2025 fiscaal voordelig om uw bestelauto’s te vervangen door emissievrije varianten.

9. Introductie minimumuurloon

Nederland kent een wettelijk minimumloon. Dit minimumloon wordt per maand vastgesteld. Vanaf 2024 gaat dit veranderen en wordt het minimumloon per uur vastgesteld. Daarmee krijgt iedereen in de leeftijd van 21 jaar en ouder die werkzaam is voor het minimumloon dezelfde uurvergoeding. Een maand-, week- of dagloon is niet toegestaan.

Let op! Het minimummaandloon wordt omgerekend naar een uurloon op basis van een arbeidsduur van 36 uur per week. Dit betekent dat werkgevers te maken krijgen met een lastenverzwaring als zij werknemers hebben die, tegen een minimumuurloon, contractueel meer dan 36 uur per week werken.

10. Meer rapportageverplichtingen

Vanaf 1 januari 2024 gaat een aantal nieuwe rapportageverplichtingen in. Zo worden werkgevers met meer dan 100 werknemers verplicht om de CO2-uitstoot van hun personeel bij te houden. Daarnaast worden betalingsdienstaanbieders verplicht om onder voorwaarden alle betaaldata van grensoverschrijdende transacties te delen met de Belastingdienst, met als doel om btw-fraude tegen te gaan. Ten slotte moeten digitale platformen voor het eerst rapporteren over hun verkopers. 

Door |2023-09-22T14:10:37+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Top 10 Prinsjesdag 2023

Lagere premies Werkhervattingskas in 2024

Jaarlijks draagt u als werkgever sociale premies af voor de Werkhervattingskas (Whk). Het gemiddeld premiepercentage van de WGA daalt van 0,87% in 2023 naar 0,77% in 2024. Het gemiddelde percentage van de Ziektewet daalt van 0,66% naar 0,45%.

Voor het eerst sinds jaren daling

Belastingdienst

U draagt de gedifferentieerde premie Whk af als onderdeel van de premies werknemersverzekeringen. Hiermee verzekert u uw werknemers tegen de financiële gevolgen van ziekte en arbeidsongeschiktheid. De premies voor zowel de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) als de Ziektewet (Zw) dalen in 2024 voor het eerst sinds jaren. In 2024 is de minimumpremie voor werkgevers 0,19% en de maximumpremie 3,08%.

Premieplichtig loon

Hoe de gedifferentieerde premie Whk wordt berekend, hangt af van de grootte van uw onderneming. Op basis van de loonsom in 2022 wordt bepaald in welke categorie u als werkgever in 2024 valt. De basis hiervoor is het gemiddeld premieplichtig loon. Volgens het Centraal Planbureau (CPB) is het gemiddeld premieplichtig loon in 2024 € 37.700. 

Indeling grootte werkgevers voor berekening premie

De grens tussen kleine en middelgrote werkgevers ligt bij een loonsom van maximaal € 942.500 (25 x € 37.700). Werkgevers met een loonsom van meer dan € 3.770.000 (100 x € 37.700) vallen in 2024 in de categorie grote werkgever. 

Eind 2023 bericht van Belastingdienst

U ontvangt eind 2023 een beschikking van de Belastingdienst over de hoogte van de premie wanneer u een grote of middelgrote werkgever bent. De hoogte daarvan hangt voor grote en middelgrote werkgevers namelijk af van de instroom van werknemers in de ZW en WGA. Kleine werkgevers krijgen in december een mededeling van de Belastingdienst. Als kleine werkgever betaalt u een premie afhankelijk van de sector waarin u werkzaam bent.

Door |2023-09-22T14:09:04+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Lagere premies Werkhervattingskas in 2024

Recht op doorbetaling ‘zwart’ uitbetaald loon bij ziekte

In praktijk komt het voor dat een werknemer zijn loon gedeeltelijk of volledig ‘zwart’ ontvangt. Met andere woorden: er worden op het loon geen loonheffingen ingehouden. Wat nu als een dergelijke werknemer ziek wordt? Heeft hij dan recht op doorbetaling van dit ‘zwart’ uitbetaalde loon?

Loon over alle uren?

Geld

Een werknemer die als chauffeur werkt, ontvangt een deel van zijn loon op eigen verzoek ‘zwart’. Op enig moment wordt hij ziek. De werkgever betaalt hem alleen het loon over de ‘wit’ gewerkte uren. De werknemer kan zich hier niet in vinden en stapt naar de rechter om alsnog het loon over de ‘zwart’ uitbetaalde uren te krijgen. 

Contant uitbetaald

De kantonrechter oordeelt dat het feit dat er geen belasting wordt afgedragen over het contant uitbetaalde loon, niet maakt dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het maakt niet uit dat het initiatief hiervoor bij de werknemer ligt, omdat de werkgever blijkbaar met deze handelwijze heeft ingestemd. De kantonrechter acht het dan ook niet in strijd met redelijkheid en billijkheid dat de werknemer al zijn loon krijgt doorbetaald tijdens zijn ziekteperiode.

Geen schriftelijke overeenkomst

De werknemer had 100% doorbetaling van zijn loon gevorderd, maar vanwege het ontbreken van een schriftelijke overeenkomst moet ten aanzien van het ‘zwart’ uitbetaalde loon worden teruggevallen op de wet. Die bepaalt dat een werknemer bij ziekte recht heeft op 70% van zijn loon en gedurende het eerste ziektejaar in ieder geval het wettelijk minimumloon.  

Bruto of netto

Dan is nog de vraag interessant of de nabetaling bruto of netto moet plaatsvinden. De rechter oordeelt dat als hij een netto bedrag zou toewijzen, hij zou meewerken aan belastingontduiking. Nu hij daartoe uiteraard niet bereid is, zal hij alleen bruto bedragen toewijzen. De werkgever moest de ontbrekende uren daarom alsnog volgens de wet bruto verwerken en loonbelasting afdragen.

Let op! Dit is een dure les voor de werkgever. Het is zaak als werkgever er alert op te zijn niet akkoord te gaan met verzoeken om ‘zwart’ loon dan wel netto contante uitbetalingen.

Door |2023-09-22T14:10:27+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Recht op doorbetaling ‘zwart’ uitbetaald loon bij ziekte

Aftrek voor ANBI of SBBI met vrijwilligers

Een algemeen nut beogende instelling (ANBI) of een sociaal belang behartigende instelling (SBBI) kan, onder voorwaarden, extra kosten in aftrek brengen als er vrijwilligers werkzaam zijn. Dit wordt ook wel de fictieve loonkostenaftrek genoemd.

Vrijwilligers

Typen

Een vrijwilliger is in dit verband een natuurlijke persoon die arbeid voor de ANBI of SBBI verricht zonder daar een beloning voor te ontvangen of tegen een beloning die in belangrijke mate (= 30% of meer) lager is dan in het economische verkeer gebruikelijk is.

Voorwaarden

Voorwaarden voor de aftrek zijn:

  • De ANBI/SBBI specificeert in zijn administratie hoeveel uren de vrijwilligers hebben gewerkt en tegen welke werkelijke beloning (per vrijwilliger).
  • De ANBI/SBBI neemt in zijn administratie de NAW-gegevens van de vrijwilligers op.

Let op! Voor een SBBI geldt nog een extra voorwaarde. De SBBI moet zijn winst hoofdzakelijk (= voor 70% of meer) behalen met de inzet van de vrijwilligers.

Aftrek fictieve loonkosten tegen minimumloon

Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan de ANBI of SBBI fictieve loonkosten in aftrek brengen tot een bedrag van het aantal door de vrijwilligers gewerkte uren, verrekend met het wettelijk minimumloon.

Let op! Van het bedrag van deze fictieve loonkosten moet nog wel de daadwerkelijke beloning die de vrijwilligers ontvangen worden afgetrokken. Van het bedrag van deze fictieve loonkosten moet daarnaast ook een eventuele aftrek van kenbaar fondswervende activiteiten worden afgetrokken.

Aftrek fictieve loonkosten tegen hoger bedrag

Als de ANBI of SBBI aannemelijk kan maken dat in het economische verkeer voor de arbeid van de vrijwilliger een hoger loon dan het minimumloon gebruikelijk is, mogen de fictieve loonkosten tegen dit hogere loon berekend worden. Dat levert dan dus een hogere aftrekpost op.

Let op! De aftrek van fictieve loonkosten kan nooit leiden tot een verlies.

Door |2023-09-22T14:09:27+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aftrek voor ANBI of SBBI met vrijwilligers

Verkoopverlies auto niet van invloed op bijtelling

Als aan u een auto van de zaak ter beschikking staat, is de bekende bijtelling van toepassing. Voor ondernemers in de inkomstenbelasting kan die bijtelling niet hoger zijn dan de werkelijke autokosten in een jaar.

Bijtelling te hoog

Auto

In een zaak die was voorgelegd aan de Hoge Raad had een ondernemer navorderingsaanslagen ontvangen, omdat volgens de inspecteur de werkelijke kosten voor de bijtelling op het inkomen vanwege het privégebruik van auto’s van de zaak te laag waren aangegeven. De ondernemer bestreed dit en gaf aan dat de werkelijke autokosten lager waren dan het bedrag van de bijtellingen.

Boekverlies

De inspecteur stelde dat de werkelijke autokosten door de ondernemer niet juist waren berekend. Gedurende de jaren waarin de auto’s ter beschikking stonden, waren enkele ervan met boekverlies verkocht. Dit boekverlies was niet in de werkelijke autokosten meegenomen, dat had volgens de inspecteur wel gemoeten.

Incidenteel resultaat

De Hoge Raad oordeelt in het arrest dat boekverliezen in principe niet tot de werkelijke autokosten behoren. Volgens de Hoge Raad is dit boekverlies aan te duiden als een incidenteel resultaat dat geen invloed heeft op de kosten van het privégebruik.

Uitzondering

Volgens de Hoge Raad bestaat er op dit uitgangspunt een uitzondering wanneer het auto’s betreft die behoren tot de bedrijfsvoorraad van een onderneming en er dus op de auto’s niet wordt afgeschreven. Hierover heeft de Hoge Raad in 2005 beslist dat een waardevermindering wegens gebruik of een verkoopverlies dan wél tot de werkelijke kosten behoort. In dat geval zijn die kosten dus wel van belang om te kunnen bepalen of de werkelijke autokosten hoger zijn dan de bijtelling.

Door |2023-09-22T14:09:36+02:0022 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verkoopverlies auto niet van invloed op bijtelling

Persoonsbeveiliging van werknemer belastingvrij?

Agressie en geweld tegen mensen in een bepaalde beroepsgroep komt tegenwoordig helaas steeds vaker voor. Kunnen werknemers die wat dit betreft aantoonbaar een risico lopen, belastingvrij beschermd worden via een persoonsbeveiliger? Zo ja, wat zijn dan de voorwaarden?

Persoonsbeveiliging is loon

Sleutel

Om te beginnen is van belang dat het verschaffen van persoonsbeveiliging aan de werknemer als loon moet worden aangemerkt. De werknemer geniet namelijk een voordeel, omdat hij zelf geen beveiliging hoeft in te huren. Ook is er een verband met de dienstbetrekking, althans, als de bedreigingen samenhangen met de werkzaamheden die voor het bedrijf worden verricht. Tevens is de werkgever zich bewust van het verstrekte voordeel in de vorm van de persoonsbeveiliger.

Vrijstelling mogelijk?

Omdat er sprake is van loon, is dit in beginsel belast. Er bestaat echter een aantal vrijstellingen, onder meer voor Arbovoorzieningen. Werkgevers zijn namelijk verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving. Een te voeren arbobeleid dient hiervoor te zorgen. Een belangrijk onderdeel hiervan is een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), waarin de werkgever alle risico’s in kaart brengt. Als de risico’s voor een betreffende werknemer hieruit blijken, is het aannemelijk dat de beveiliging aangemerkt kan worden als arbovoorziening.

Extra voorwaarden

Er gelden wel extra voorwaarden voor het alsdan belastingvrij kunnen verstrekken van arbovoorzieningen. Zo moet de beveiliging op de werkplek worden genoten. De beveiliging moet dus stoppen nadat de werknemer thuis is afgezet en mag ook geen betrekking hebben op beveiliging tijdens privéafspraken. Tenslotte mag er aan de werknemer ook geen eigen bijdrage worden gevraagd voor de beveiligingskosten. Is aan deze voorwaarden voldaan, dan kan persoonsbeveiliging belastingvrij worden verstrekt.

Werkkostenregeling

Als niet aan de voorwaarden wordt voldaan, is het belastingvrij verstrekken van persoonsbeveiliging in beginsel nog mogelijk door gebruik te maken van de werkkostenregeling. De verstrekking is dan voor de werknemer belastingvrij. De werkgever betaalt in die situatie alleen belasting als hij de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling overschrijdt.

Door |2023-09-15T16:08:31+02:0015 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Persoonsbeveiliging van werknemer belastingvrij?

Achteraf opgestelde urenstaat aanvaardbaar bewijs?

Ondernemers hebben recht op een aantal fiscale faciliteiten. Voor enkele daarvan geldt de eis dat de ondernemer moet voldoen aan het urencriterium. Dit betekent dat men in beginsel minstens 1.225 uur in het jaar werkzaam moet zijn geweest in de eigen onderneming. Maar mag de ondernemer dat aantonen met een achteraf opgestelde urenstaat?

Leverde schoonheidsspecialiste voldoende bewijs?

Geld

In een zaak die speelde voor rechtbank Noord-Holland was een schoonheidsspecialiste van mening dat ze voldeed aan het urencriterium. Ze had dan ook de zelfstandigenaftrek en de startersaftrek geclaimd. Omdat de inspecteur de aftrekken schrapte, belandde de zaak voor de rechter.

Achteraf opgemaakt

Voor de rechter werd duidelijk dat de urenregistratie achteraf was opgesteld. De inspecteur vond de urenstaat niet aanvaardbaar, maar de rechter dacht hier anders over. De achteraf opgestelde urenstaat was weliswaar minder krachtig als bewijs, maar dit werd gecompenseerd door de specificatie ervan en door de steun voor de urenstaat die voortvloeide uit de overige stukken.

Tip! Hieruit blijkt dat een achteraf opgestelde urenstaat niet altijd volstaat. Het is daarom in uw voordeel als u gewoon dagelijks een urenstaat bijhoudt.

Aanvullend bewijs slechts beperkt noodzakelijk

De rechtbank voegde nog toe dat slechts aannemelijk gemaakt hoeft te worden dat aan het urencriterium wordt voldaan. Dit betekent een minder zware bewijsvoering. Niet alle afzonderlijke uren hoeven daarom volledig uit de administratie te blijken. Ook hoeft niet voor alle afzonderlijke uren, naast de vermelding in de urenstaat, aanvullend bewijs overlegd te worden. De rechtbank stelde de schoonheidsspecialiste dan ook in het gelijk.

Door |2023-09-15T16:08:51+02:0015 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Achteraf opgestelde urenstaat aanvaardbaar bewijs?