MKB Nieuws

Hogere arbeidskorting in 2024, maar niet voor iedereen

De arbeidskorting wordt volgend jaar verhoogd met € 115. Daarnaast vindt een indexatie ter compensatie van de inflatie plaats. Maar juist door die indexatie lijken bepaalde arbeidsinkomens volgend jaar recht te hebben op mínder arbeidskorting. Hoe zit dit?

Opbouw tot maximale arbeidskorting

Typen

De hoogte van de arbeidskorting is afhankelijk van het arbeidsinkomen. Hoe hoger het arbeidsinkomen, des te meer arbeidskorting je krijgt. Hier zit wel een maximum aan. De arbeidskorting bereikt in 2023 het maximum van € 5.052 bij een bruto inkomen van € 37.691. De maximale arbeidskorting komt in 2024 neer op € 5.553 bij een bruto inkomen van € 39.898.

Afbouw arbeidskorting

Vanaf een inkomen van € 37.691 wordt de arbeidskorting in 2023 6,51% lager. Dit betekent dat voor elke euro boven € 37.691 jouw arbeidskorting met 6,51 eurocent wordt afgebouwd. Vanaf een inkomen van € 115.295 heb je dan geen arbeidskorting meer.

In 2024 is het afbouwpercentage nog steeds 6,51% en dus 6,51 eurocent per euro. De afbouw vindt dan echter pas plaats vanaf € 39.898. In 2024 heb je daardoor vanaf een inkomen van € 125.198 geen arbeidskorting meer.

Indexatie kan voor minder arbeidskorting zorgen

De arbeidskorting loopt in 2023 bij arbeidsinkomens tot € 10.741 op met 8,231%. Voor zover het arbeidsinkomen hoger is dan € 10.741, loopt de arbeidskorting echter veel sneller op, namelijk met 29,861%.

Uit de tabellen bij het Belastingplan 2024 lijkt te volgen dat de stijging met 8,231% volgend jaar geldt tot een arbeidsinkomen van € 11.809 en dat daarboven pas de stijging van 29,861% geldt. Dit heeft te maken met de indexatie van de arbeidsinkomensgrenzen.

Door de indexatie van deze arbeidsinkomensgrenzen lijken arbeidsinkomens vanaf € 11.809 tot € 23.201 volgend jaar allemaal recht te hebben op € 231 minder arbeidskorting dan in 2023. Dat is dus voor deze groep zeker geen vooruitgang.

Ook arbeidsinkomens vanaf € 10.741 tot € 11.809 en vanaf € 23.201 tot ongeveer € 24.065 lijken volgend jaar minder arbeidskorting te krijgen, maar de verschillen zijn hier kleiner.

Meer arbeidskorting

Arbeidsinkomens vanaf ongeveer € 24.065 lijken volgend jaar echter wel meer arbeidskorting te krijgen. Hoeveel meer is afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen.
Arbeidsinkomens vanaf € 39.898 tot € 115.295 lijken er volgend jaar het beste uit te komen, namelijk zo’n € 645 meer aan arbeidskorting. Echter, voor arbeidsinkomens tussen de € 24.065 en € 39.898 én boven de € 115.295 is de arbeidskorting in 2024 ook hoger, maar het verschil tussen de arbeidskorting in 2024 en 2023 is voor deze arbeidsinkomens kleiner dan € 645.

De grens vanaf waar de arbeidskorting wordt afgebouwd is gekoppeld aan het minimumloon. Daarom is de grens van € 39.898 nog een inschatting. Deze wordt pas definitief vastgesteld na de vaststelling van het minimumloon in november 2023.

Door |2023-10-06T12:47:50+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hogere arbeidskorting in 2024, maar niet voor iedereen

‘Mijn Cyberweerbare zaak’: cybersubsidie voor kleine bedrijven

Het Digital Trust Center, DTC, introduceert een subsidieregeling voor micro- en kleine ondernemingen ‘Mijn Cyberweerbare Zaak’. Deze subsidie is bedoeld voor de kosten van de aanschaf en implementatie van één of meer cruciale cyberweerbaarheidsmaatregelen.

Wat en hoeveel?

Privacy

Onder de subsidie vallen bijvoorbeeld het inrichten van back-ups, een wachtwoordmanager en het laten uitvoeren van een risico-inventarisatie. De subsidie bedraagt de helft (50%) van de kosten die een IT-dienstverlener rekent, met een maximum van € 1.250 per aanvrager. Het is mogelijk éénmalig een beroep doen op deze subsidieregeling. Het DTC stelt vooralsnog € 300.000 beschikbaar.

Advies, aanbod en subsidie in 3 stappen

Stap 1 is te weten waar de cyberveiligheid van jouw bedrijf nog tekortschiet. Met de CyberVeilig Check maak je binnen tien minuten jouw eigen actielijst (PDF) met te nemen cybermaatregelen. Stap 2 is het benaderen van een leverancier van IT-beveiligingsdiensten die kan ondersteunen bij één of meer maatregelen van de actielijst. Stap 3, de laatste stap ,bestaat uit de aanvraag van de subsidie en het uploaden van de actielijst en offerte(s) bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

Aanvragen van 2 oktober tot 1 november

Het aanvragen van deze investeringssubsidie kan van 2 oktober tot 1 november 2023, 17.00 uur. Het beschikbare subsidiebudget voor Mijn Cyberweerbare Zaak is dus € 300.000 en wordt verdeeld op volgorde van binnenkomst van aanvraag totdat het subsidiebudget op is.

Meer informatie over ‘Mijn weerbare zaak’ vindt je hier.

Door |2023-10-06T12:47:45+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor ‘Mijn Cyberweerbare zaak’: cybersubsidie voor kleine bedrijven

Dividend- en aandelenvervreemding in 2023 of vanaf 2024?

Vorig jaar is al besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 te introduceren. De Tweede Kamer heeft onlangs een motie aangenomen met het voorstel om de hoogste van die twee tarieven nog eens met 2%-punt extra te verhogen. Reden om na te denken over een dividenduitkering of mogelijk versnelde vervreemding van jouw aandelen in 2023?

Box 2

Aandelen

In box 2 betaal je belasting over inkomsten uit aanmerkelijk belang. Dit betreft enerzijds het dividend dat de bv uitkeert aan aanmerkelijk belang aandeelhouders-natuurlijke personen en anderzijds de winst die zo’n aandeelhouder haalt met de verkoop van zijn aandelen. In geval van overlijden wordt de aandeelhouder geacht zijn aandelen te hebben verkocht en treedt dus ook heffing op.

Vanaf 2024 twee tarieven

Het tarief in box 2 bedroeg vanaf de invoering in 2001 tot en met 2019 25% (met uitzondering van 2007 en 2014 toen bij een inkomen in box 2 van € 250.000 een tarief van 22% gold). Nadat het tarief in 2020 al was verhoogd van 25 naar 26,25%, volgde vanaf 2021 een verdere verhoging naar 26,9%. Vervolgens is in 2022 besloten om vanaf 2024 twee tarieven in box 2 in te voeren: voor het inkomen in box 2 tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) een tarief van 24,5% en voor het inkomen daarboven 31%.

Aangenomen motie

De Tweede Kamer heeft onlangs echter een motie aangenomen met het voorstel om het tarief van 31% met ingang van 2024 nog verder te verhogen naar 33%. Als de motie wordt opgenomen in een wetsvoorstel en de Tweede en Eerste Kamer daarmee instemmen, ziet het box 2-tarief er vanaf volgend jaar (2024) als volgt uit:

Inkomen in box 2  Tarief
Tot en met € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 24,5%
Boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) 33%

Let op! De nieuwe tarieven gaan ook gelden voor reserves die tot en met 2023 al zijn opgebouwd in de vennootschap!

Minder én meer belasting in box 2

Door de verlaging van het box 2-tarief voor de eerste € 67.000 (fiscale partners € 134.000) van 26,9 naar 24,5%, betaal je over dividend of de verkoopwinst van jouw aandelen tot € 67.000 (of € 134.000) in 2024 bijna 9% minder belasting in box 2 dan in 2023.

Door de verhoging van het box 2-tarief voor bedragen boven € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000 gezamenlijk) van 26,9% naar 33%, betaal je over dividend of de verkoopwinst van jouw aandelen boven € 67.000 (of € 134.000) in 2024 echter bijna 23% meer belasting in box 2 dan in 2023.

De introductie van twee tarieven in box 2 is al definitief aangenomen. Dat geldt niet voor de verhoging van het bovenste tarief van 31% naar 33%. Dit moet nog in een wetsvoorstel worden opgenomen en daarna door de Tweede én Eerste Kamer worden aangenomen.

2023 of vanaf 2024 gunstiger?

De vraag is of het nu raadzaam is om in 2023 al dividend uit te keren of te wachten tot 2024 en latere jaren. Eenzelfde vraag kan gesteld worden voor een volgend jaar geplande vervreemding van aandelen. Is het raadzaam om die vervreemding, waar mogelijk, naar voren te halen en in 2023 uit te voeren?

Vuistregel lijkt in ieder geval dat voor bedragen rond € 67.000 (voor fiscale partners € 134.000) het raadzaam is te wachten tot 2024. In 2024 kan je immers gebruikmaken van het lagere tarief van 24,5%. Gaat het om hogere bedragen, dan kan het financieel weleens aantrekkelijker zijn om de transactie nog in 2023 te laten plaatsvinden.

Individuele beoordeling

Of uitkeren in 2023 of vanaf 2024 gunstiger is, is niet alleen afhankelijk van het box 2-tarief maar ook van andere individuele omstandigheden. Zo kan het bestedingsdoel van invloed zijn op de beslissing om in 2023 of op een later moment pas dividend uit te keren. Verder zullen onder meer de hoogte van de nog uit te keren reserves en het moment waarop je dividend moet of wilt gaan uitkeren of de verkoop van jouw aandelen gepland heeft, een rol spelen.

Daarnaast speelt ook de toekomstige winstverwachting een rol: indien je verwacht de komende jaren een nettowinst in de bv te behalen waarmee je bij een dividenduitkering het laagste tarief al benut, dan zal iedere verder uitkering belast zijn tegen het hogere tarief. Het lijkt dan aantrekkelijk om in 2023 belastingheffing actief op te zoeken. Uiteraard moeten er dan wel voldoende liquide middelen aanwezig zijn om de verschuldigde dividend- en inkomstenbelasting te voldoen.

De beoordeling is niet eenvoudig en leidt helaas ook niet tot een duidelijke uitkomst. Onze adviseurs kunnen de diverse scenario’s van jouw individuele situatie voor je beoordelen en met u bespreken om zo een keuze te kunnen maken om wel of niet in 2023 nog actie te ondernemen.

Door |2023-10-06T12:47:40+02:006 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Dividend- en aandelenvervreemding in 2023 of vanaf 2024?

Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024

De vrije ruimte in de werkkostenregeling wordt volgend jaar verlaagd naar 1,92% van de loonsom tot een bedrag van € 400.000. Voor zover de loonsom hoger is, blijft over het meerdere de vrije ruimte 1,18%, net als in 2023. Dit staat in het Belastingplan 2024.

Werkkostenregeling

Rekenen

Via de werkkostenregeling kan je als werkgever diverse zaken belastingvrij vergoeden of verstrekken aan jouw personeel. Een bekend voorbeeld is het kerstpakket of een bonus. Blijven de vergoedingen binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’, dan hoeft ook de werkgever hier geen belasting over te betalen.

Bij overschrijding van de vrije ruimte betaal je als werkgever 80% over het meerdere via de eindheffing.

Vrije ruimte

De vrije ruimte bedraagt in 2023 nog 3% van de loonsom en 1,18% over het meerdere. Voor 2024 stelt het kabinet voor de vrije ruimte te verlagen naar 1,92% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% van het meerdere.

Omvang vrije ruimte

Een en ander betekent dat de vrije ruimte in 2023 maximaal 3% x € 400.000 = € 12.000 bedraagt, plus 1,18% over het meerdere van de loonsom. In 2024 wordt dit dus maximaal 1,92% x € 400.000 = € 7.680 plus 1,18% over het meerdere van de loonsom. Dit betekent een verlaging van de vrije ruimte van maximaal € 4.320.

Mogelijke effecten

Werkgevers kunnen anticiperen op de maatregel door minder te besteden aan vergoedingen en verstrekkingen. Doen ze dit niet, dan zullen ze eerder te maken krijgen met een belastingheffing van 80% over vergoede of verstrekte zaken.

Door |2023-09-29T17:26:19+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minder vrije ruimte werkkostenregeling in 2024

Giftenaftrek vennootschapsbelasting vervalt

Een bv of een andere vpb-plichtige kan een gift aan een ANBI, onder voorwaarden, aftrekken van de winst. Het kabinet stelt voor om deze giftenaftrek in de vpb volledig te laten vervallen vanaf 2024. Daar staat tegenover dat die gift ook niet meer als uitdeling aan een aandeelhouder wordt aangemerkt.

Giftenaftrek

Schenken

Giften aan een ANBI zijn momenteel in de vennootschapsbelasting (vpb) aftrekbaar tot maximaal 50% van de winst, met een maximum van € 100.000.

Uitdeling

Doet een bv een gift vanuit de persoonlijke vrijgevigheid van de aandeelhouder? Dan wordt deze gift aangemerkt als een ‘uitdeling aan de aandeelhouder’. De gift is dan niet aftrekbaar en deze uitdeling wordt dan in box 2 én met dividendbelasting belast.

Om het geven van grote periodieke giften vanuit een vennootschap aan een ANBI aantrekkelijker te maken, stelt het kabinet voor om de gift die als zo’n uitdeling kan worden aangemerkt, vanaf 2024 niet meer te belasten in box 2 of met dividendbelasting.

Er is nog wel sprake van een uitdeling die belast is in box 2 en met dividendbelasting als de vennootschap de gift niet rechtstreeks doet, maar bijvoorbeeld het bedrag eerst uitkeert aan de aandeelhouder. In dat geval kan de aandeelhouder eventueel wel gebruikmaken van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting.

Goedkeuring beleidsbesluit

In een beleidsbesluit is overigens vanaf 2016 al een goedkeuring opgenomen waardoor een gift vanuit de persoonlijke vrijgevigheid van de aandeelhouder, onder voorwaarden, niet als uitdeling wordt aangemerkt voor box 2 en de dividendbelasting. Deze goedkeuring geldt echter alleen voor zover de giften niet groter zijn dan het maximaal in aftrek te brengen bedrag in de vpb. Voor het meerdere is onder de goedkeuring dus op dit moment wel sprake van een uitdeling die niet aftrekbaar is in de vpb, maar wel belast is in box 2 en voor de dividendbelasting. In zoverre is het wetsvoorstel dus een verruiming.

Geen giftenaftrek in vennootschapsbelasting meer

Als tegenhanger van dit voorstel om geen uitdeling meer aan te nemen, wil het kabinet echter de giftenaftrek in de vpb vanaf 2024 voor alle lichamen laten vervallen. Giften zijn vanaf 2024 dus niet langer meer aftrekbaar van de winst in de vpb.

Sponsoring blijft mogelijk

Het steunen van goede doelen door sponsoring of reclame blijft, ook vanaf 2024, wel mogelijk. Dit zijn zakelijke kosten die aftrekbaar zijn van de winst voor de vpb.

Geen schenkbelasting

Als een ANBI of steunstichting SBBI een gift van een lichaam ontvangt, dan is daarover geen schenkbelasting verschuldigd. Dat is nu al zo en dat blijft ook zo.

Deze plannen moeten nog door de Tweede én Eerste kamer worden goedgekeurd en zijn dus nog niet definitief.

Door |2023-09-29T11:22:55+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Giftenaftrek vennootschapsbelasting vervalt

Belastingdienst stuurt aanmaningen na intrekken betalingsregeling coronabelastingschulden

Is de betalingsregeling die u kreeg voor uw coronabelastingschulden door de Belastingdienst ingetrokken? En heeft u nog steeds een betalingsachterstand? Dan stuurt de Belastingdienst u vanaf eind september 2023 aanmaningen voor al uw coronabelastingschulden.

Betalingsregeling coronabelastingschulden

Belastingdienst

Tijdens de coronacrisis kon u ervoor kiezen om de betaling van uw belastingschulden tijdelijk uit te stellen. Sinds 1 oktober 2022 moet u deze coronabelastingschulden in beginsel in maandelijkse, gelijke termijnen aflossen. U heeft hiervoor vijf jaar de tijd.

Andere voorwaarden zijn dat u tijdig de juiste belastingaangiften – onder meer btw en loonheffing – indient voor belastingen vanaf 1 oktober 2022 en dat u tijdig en volledig de betalingen doet die daaruit voortvloeien.

Intrekking betalingsregeling

Als u niet aan al deze voorwaarden voldeed, ontving u in juli 2023 een brief waarin de Belastingdienst de betalingsregeling introk. Liep u maar maximaal één termijn achter in de coronabetalingsregeling, dan heeft u niet zo’n brief gekregen. De betalingsregeling is wel ingetrokken voor ondernemers die meer dan één termijn achterliepen en/of een structurele achterstand hadden op de nieuwe betalingsverplichtingen vanaf 1 oktober 2022.

Aanmaningen

Is uw betalingsregeling ingetrokken en heeft u nu nog steeds een betalingsachterstand, dan kunt u vanaf eind september tot uiterlijk in november 2023 aanmaningen van de Belastingdienst verwachten.

De Belastingdienst stuurt voor elke (naheffings)aanslag die onder de betalingsregeling viel apart een aanmaning. Doet u bijvoorbeeld per maand btw-aangifte en heeft u twee jaar lang uitstel gekregen voor deze btw? Dan ontvangt u dus 24 aanmaningen!

De aanmaningen voor eenzelfde belastingsoort ontvangt u allemaal op hetzelfde moment. Had u ook belastinguitstel voor een andere belastingsoort, dan kan het zijn dat u de aanmaningen voor die belastingsoort op een andere dag ontvangt.

Invorderingsmaatregelen

Betaalt u na ontvangst van de aanmaning niet, dan ontvangt u van de Belastingdienst een dwangbevel. Betaalt u daarna nog steeds niet, dan neemt de Belastingdienst verdere maatregelen. Dit kan betekenen dat de Belastingdienst beslag legt op bijvoorbeeld uw inventaris, auto of bankrekening en deze daarna verkoopt. De Belastingdienst kan ook een faillissement aanvragen.

Houd er rekening mee dat aan een dwangbevel hoge kosten verbonden kunnen zijn. De hoogte van deze kosten hangen namelijk af van de hoogte van de belastingschulden. Ook de kosten van een beslaglegging kunnen flink in de papieren lopen.

Ontving u vóór 1 oktober 2022 al een of meer aanmaningen van de Belastingdienst en heeft u deze nog niet betaald? Houd er dan rekening mee dat de Belastingdienst dan niet langer wacht, maar meteen een dwangbevel kan sturen. De Belastingdienst kondigt aan dat u dit dwangbevel uiterlijk in december 2023 zult ontvangen.

Herleven betalingsregeling

De betalingsregeling voor uw coronabelastingschulden herleeft weer als u vóór 29 augustus 2023 al uw betalingsachterstand heeft ingelopen. De Belastingdienst stuurt u hierover dan nog een brief waarin dit officieel wordt bevestigd.

Door |2023-09-29T11:29:05+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingdienst stuurt aanmaningen na intrekken betalingsregeling coronabelastingschulden

Meer vrachtwagens betalen bzm per 1 oktober 2023

Voor sommige vrachtauto’s moet u naast motorrijtuigenbelasting (mrb) ook belasting zware motorrijtuigen (bzm) betalen. Dat gaat vanaf 1 oktober van dit jaar voor meer vrachtauto’s gelden, want het aantal uitzonderingen wordt verminderd.

Bzm

Snelweg

U moet bzm betalen als uw vrachtauto bestemd is voor het vervoer van goederen, u ermee op de snelweg wilt rijden en als de toegestane maximummassa van de vrachtauto(combinatie) 12.000 kg is of meer.

Dit betekent dat het gewicht van de vrachtauto(combinatie) samen met de toegestane maximumlading 12.000 kg of meer is.

Minder uitzonderingen

Van alle bestaande uitzonderingen voor de heffing van bzm gaat er per 1 oktober 2023 een aantal verdwijnen. Onder meer de volgende voertuigen moeten dus, als zij voldoen aan de eerder gestelde richtlijnen, vanaf 1 oktober 2023 bzm gaan betalen: bergingsvoertuigen, bibliotheekbussen, huisvuilauto’s, kraakperswagens, landbouwwerktuigen, rijdende werkplaatsen, schooltandverzorgingsbussen, strooiauto’s, telecommunicatie-auto’s, tentoonstellingsvoertuigen, winkelwagens, motorrijtuigen voor rioolreinigingswerkzaamheden (hogedrukwagens, vacuümwagens en combiwagens) en lesvoertuigen.

Hoeveel bzm?

Het bedrag aan bzm dat betaald moet worden, is afhankelijk van het aantal assen en van de milieuklasse van het voertuig. Voor een combinatie met drie assen of minder bedraagt de bzm momenteel € 750 per jaar voor het schoonste type. Dit bedrag loopt op tot € 1.407 per jaar voor het meest vervuilende type. Bij vier assen of meer variëren deze bedragen momenteel van € 1.250 tot € 2.359.

U moet zelf aangifte doen voor de bzm voordat u met uw vrachtauto(combinatie) op de snelweg gaat rijden. Dit kan via internet of een aangiftepunte.

Door |2023-09-29T11:26:00+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Meer vrachtwagens betalen bzm per 1 oktober 2023

Lagere energie-investeringsaftrek (EIA) in 2024

Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2023 voorgesteld de energie-investeringsaftrek te verlagen. Als de plannen doorgaan wordt de extra aftrek verlaagd van 45,5 naar 40%.

Energie-investeringsaftrek

Windmolen

De energie-investeringsaftrek (EIA) is een extra fiscale aftrek op de winst die ondernemers krijgen als ze investeren in energiezuinige bedrijfsmiddelen. De extra aftrek komt bovenop de normale afschrijvingsbedragen. De bedrijfsmiddelen waarvoor bedrijven de EIA aan kunnen vragen, moeten wel zijn opgenomen in de zogenaamde Energielijst.

Energielijst

De Energielijst wordt jaarlijks gepubliceerd op RVO.nl en bevat energiezuinige bedrijfsmiddelen die op dat moment nog onvoldoende renderend zijn. Via de EIA worden de kosten voor de ondernemer lager, waardoor een bedrijfsmiddel eerder renderend is. Innovatieve bedrijven kunnen jaarlijks voorstellen doen om hun bedrijfsmiddelen op de Energielijst te plaatsen, zodat deze aantrekkelijker worden om in te investeren.

Omvang verlaging

De EIA wordt in 2024 verlaagd van 45,5 naar 40%. Dit betekent voor bedrijven een korting op de subsidie van 13,75% (45,5/40). De EIA wordt verleend over een maximuminvesteringsbedrag per bedrijf van € 118 miljoen. Dit maximumbedrag blijft in 2024 hetzelfde.

Voorbeeld

Een bv investeert voor € 1.000.000 in energiezuinige bedrijfsmiddelen die op de Energielijst staan. Dit levert in 2023 nog € 455.000 aan extra aftrek op, in 2024 nog € 400.000. Bij een belastingtarief van 25,8% bedraagt het netto voordeel in 2023 25,8% x € 455.000 = € 117.390, en in 2024 25,8% x € 400.000 = € 103.200.

Overweegt u een investering te doen in energievriendelijke bedrijfsmiddelen? Dan is het wellicht interessant dit in 2023 nog te doen.

Door |2023-09-29T11:35:18+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Lagere energie-investeringsaftrek (EIA) in 2024

Mkb-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek in 2024 fors lager

De mkb-winstvrijstelling en de zelfstandigenaftrek worden in het Belastingplan 2024 volgend jaar fors verlaagd. Wat de mkb-winstvrijstelling zou worden, is nu pas bekendgemaakt. De verlaging van de zelfstandigenaftrek was al eerder in wetgeving opgenomen.

De verlagingen vloeien onder meer voort uit de wens de verschillen in fiscale behandeling tussen zelfstandigen en werknemers te verkleinen.

Verlaging mkb-winstvrijstelling

Euro

De mkb-winstvrijstelling wordt in de plannen van het (demissionaire) kabinet verlaagd van 14% in 2023 naar 12,7% in 2024. Dit betekent een verlaging van zo’n 10% ten opzichte van 2023. De mkb-winstvrijstelling geldt voor iedere ondernemer, los van de vraag of deze voldoet aan het urencriterium. Ook ondernemers die minder dan 1.225 uren per jaar in hun bedrijf werken, komen er dus voor in aanmerking.

Dit voorstel moet nog door de Tweede en de Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Verlaging zelfstandigenaftrek

De zelfstandigenaftrek wordt volgens plan verder verlaagd van € 5.030 in 2023 naar € 3.750 in 2024, ofwel een verlaging van ruim 34%. De verlaging zet de komende jaren in stappen door naar € 900 in 2027.

Aftrek tegen 36,97%

Zowel de mkb-winstvrijstelling als de zelfstandigenaftrek zijn aftrekbaar tegen het tarief van de eerste schijf, dat in 2024 36,97% gaat bedragen. Doordat dit tarief in 2024 iets hoger is dan in 2023 (36,93%), leveren beide aftrekken dus ietsje meer op.

Forse daling netto inkomen

Beide wijzigingen hakken er voor de ondernemer in de inkomstenbelasting fors in en betekenen dat zijn netto inkomen in 2024 nauwelijks zal toenemen.

Wat het werkelijke effect is van deze maatregelen voor jou, hangt uiteraard af van jouw individuele omstandigheden. Wij rekenen graag voor jou uit wat dit voor je zou kunnen betekenen.

Door |2023-09-29T17:28:14+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Mkb-winstvrijstelling en zelfstandigenaftrek in 2024 fors lager

Geen lagere proceskosten voor WOZ- en bpm-zaken of toch wel?

Als u het niet eens bent met een belastingaanslag, kunt u bezwaar en beroep aantekenen. Wordt u in het gelijk gesteld, dan heeft u recht op een vergoeding van uw proceskosten. De Hoge Raad heeft onlangs nogmaals beslist dat hierbij geen onderscheid gemaakt mag worden tussen geschillen die de WOZ of bpm betreffen, en overige belastingsoorten. Echter, er liggen nieuwe plannen op tafel.

Vergoeding proceskosten

Auto

Als u een vergoeding van uw proceskosten krijgt, wordt uitgegaan van vaste bedragen. U krijgt in beginsel dus niet uw werkelijke proceskosten vergoed. Dit is alleen anders als u kosten heeft moeten maken omdat de inspecteur – soms tegen beter weten in – heeft vastgehouden aan zijn standpunt.

Onderscheid WOZ, bpm en overige belastingen

Bij de standaardvergoedingen wordt sinds 1 juli 2021 onderscheid gemaakt tussen geschillen inzake de WOZ en bpm en overige belastingen. Daarbij wordt voor de WOZ en bpm een lagere vergoeding toegekend.

Afhankelijk van de zwaarte van een zaak, worden hieraan punten toegekend. Zo bedraagt dit jaar in zaken waarbij het handelt om beroep of hoger beroep bij WOZ- en bpm-geschillen de vergoeding € 597 per punt, terwijl de vergoeding in overige belastingzaken € 837 per punt bedraagt.

Discriminatieverbod

Onlangs bracht een belastingplichtige zijn zaak voor de Hoge Raad, omdat de rechtbank Gelderland ter bepaling van zijn schadevergoeding in deze bpm-zaak was uitgegaan van het hiervoor geldende, lagere tarief. De Hoge Raad was het met de man eens dat er sprake is van schending van het discriminatieverbod. De Hoge Raad stelde de man dan ook in het gelijk en besliste dat de kostenvergoeding gebaseerd moet worden op de vergoeding die ook in andere belastingzaken geldt.

Rechtbank hardleers

Uit het arrest blijkt dat de Hoge Raad ongeveer een jaar geleden al tot precies hetzelfde oordeel kwam. Rechtbank Gelderland blijkt dan ook behoorlijk hardleers door desondanks toch uit te gaan van de lagere proceskostenvergoeding. De Hoge Raad verwijst voor de argumentatie dan ook gemakshalve naar de in de vorige zaak genoemde argumentatie. Hieruit blijkt dat de lagere proceskostenvergoeding is ingegeven door de vrees van gemeentes dat de toenemende inzet van no cure, no pay-adviesbureaus tot een enorme toename van WOZ- en bpm-zaken zal gaan leiden. Volgens de Hoge Raad is deze argumentatie niet overtuigend genoeg.

Belastingplannen 2023: wetswijzigingen in aantocht

Het kabinet heeft op Prinsjesdag 2023 nu een voorstel ingediend om de proceskostenvergoeding in WOZ- en bpm-zaken fors te verminderen. Het plan is om deze vergoeding conform de huidige wettelijke voorschriften te berekenen en vervolgens te vermenigvuldigen met 25, dan wel 10% als de belastingplichtige niet in het gelijk wordt gesteld.

Daarnaast wordt voorgesteld om immateriële schadevergoedingen wegens overschrijding van de redelijke termijn voor wat betreft de behandeling van een WOZ- of bpm-zaak, te beperken tot € 50 per termijnoverschrijding van een half jaar. Aangezien deze schadevergoedingen nu € 500 per half jaar bedragen, is er in de voorstellen nog slechts sprake van een schadevergoeding van 10% van de thans geldende bedragen.

Ten slotte wordt voorgesteld proces- en schadevergoedingen voortaan rechtstreeks aan belanghebbenden uit te betalen en niet meer aan hun no cure, no pay-adviseur.

Deze wetsvoorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Door |2023-09-29T11:33:20+02:0029 september 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Geen lagere proceskosten voor WOZ- en bpm-zaken of toch wel?