Agrarisch nieuws

Prognose CBS: overschrijding fosfaatplafond 2026 met 1,3%

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht op basis van de gegevens van het tweede kwartaal van 2026 dat het totale fosfaatplafond van de Nederlandse veestapel (135 miljoen kg) dit jaar met 1,8 miljoen kg fosfaat (1,3%) wordt overschreden. De totale stikstofproductie ligt met 436,2 kg 0,9% lager dan het plafond van 440,0 miljoen kg stikstof.

Sectorale plafonds
De fosfaatplafonds worden overschreden door de varkenshouderij met 1,2 miljoen kg (4,3%), de melkveehouderij met 0,6 miljoen kg fosfaat (1,3%) en de overige diersoorten met 0,8 miljoen kg (5,3%). Bij de pluimveehouderij is sprake van een onderschrijding van 0,9 miljoen kg fosfaat (4,4%).

Het stikstofplafond wordt alleen in de varkenshouderij overschreden, namelijk met 3,9 miljoen kg stikstof (5,5%). In de andere sectoren is sprake van een onderschrijding: de melkveehouderij met 6 miljoen kg (2,2%), de pluimveehouderij met 1,1 miljoen kg (2,3%) en de overige diersoorten met 0,6 miljoen kg (1,1%).

Afroming varkensrechten
Gelet op de verwachte overschrijding van het sectorale mestproductieplafond in de varkenshouderij voor zowel fosfaat als stikstof, heeft de minister van LVVN besloten voorbereidingen te treffen voor de herintroductie van afroming bij overdrachten in de varkenshouderij. De definitieve besluitvorming vindt later dit jaar plaats. Daarbij wordt ook het afromingspercentage vastgesteld. Indien tot afroming wordt besloten, zal de maatregel naar verwachting begin 2027 in werking treden.

Ruweiwitgehalte melkveevoerrantsoen
Met de melkveesector is in het kader van de stikstofproblematiek afgesproken om te streven naar een verlaging van het ruweiwitgehalte (RE) in het melkveevoerrantsoen en dit gehalte in 2026 niet hoger te laten zijn dan 158 gram RE per kilogram droge stof. Volgens de CBS-prognose komt het gehalte dit jaar uit op 161 gram. De onzekerheid is echter groot, omdat de samenstelling van snijmaïs en vers gras nog niet bekend is en van krachtvoer gedeeltelijk.

Door |2026-08-26T12:24:16+02:0026 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Prognose CBS: overschrijding fosfaatplafond 2026 met 1,3%

Vermindering pachtprijs bij extreme omstandigheden

Heeft extreme droogte geleid tot een fors lagere opbrengst? Dan kan een pachter onder voorwaarden aanspraak maken op vermindering van de pachtprijs. Artikel 7:330 BW biedt hiervoor ruimte wanneer sprake is van buitengewone omstandigheden die de opbrengst aanzienlijk hebben verminderd ten opzichte van wat bij het aangaan van de pachtovereenkomst mocht worden verwacht.

Een lagere opbrengst in een normaal slecht jaar is niet voldoende. De droogte moet uitzonderlijk zijn en de gevolgen mogen niet redelijkerwijs door de pachter te voorkomen zijn, bijvoorbeeld door verzekering of andere maatregelen zoals beregening.

De pachtprijs wordt bovendien niet automatisch verlaagd. Komen pachter en verpachter er samen niet uit, dan kan de pachter een verzoek indienen bij de grondkamer. Daarbij ligt de bewijslast in beginsel bij de pachter.

Een goed onderbouwd verzoek is daarom belangrijk. Denk aan gegevens over de droogteperiode, getroffen percelen en gewassen, opbrengstregistraties (per perceel), neerslag- en bodemvochtgegevens, beregening, foto’s en vergelijkingen met normale opbrengsten. Ook moet concreet worden berekend welke tijdelijke vermindering wordt gevraagd.

Let op! Een vordering vervalt zes maanden na het einde van het betreffende pachtjaar of -seizoen.

 

Door |2026-08-19T14:46:41+02:0019 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Vermindering pachtprijs bij extreme omstandigheden

Hof: bestemming bedrijfswoning weegt zwaar voor WOZ-waarde

Het Gerechtshof Amsterdam heeft geoordeeld dat bij de WOZ-waardering van een bedrijfswoning de publiekrechtelijke gebruiksbeperking een doorslaggevende rol speelt. De zaak betrof een bedrijfswoning bij een manege. De gemeente verlaagde de WOZ-waarde na bezwaar van € 653.000 naar € 552.000. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna de eigenaar hoger beroep instelde. De eigenaar stelde dat de WOZ-waarde nog steeds te hoog was, omdat de woning uitsluitend als bedrijfswoning mocht worden gebruikt. Volgens het bestemmingsplan mocht de woning alleen worden bewoond door personen van wie huisvesting noodzakelijk is voor de exploitatie van de manege.

Het Hof benadrukt dat voor de Wet WOZ wordt uitgegaan van volle eigendom, maar dat wél rekening moet worden gehouden met publiekrechtelijke beperkingen, zoals een bestemmingsplan. Door de bestemming ‘bedrijfswoning’ is de kring van potentiële kopers zeer beperkt. Een bedrijfswoning kan helemaal niet afzonderlijk verkocht worden. Daardoor zijn verkoopprijzen van reguliere woningen niet geschikt als referentie voor de waardering van bedrijfswoningen.

De gemeente kon niet aannemelijk maken dat de door haar vastgestelde WOZ-waarde juist was. Tegelijkertijd was ook het taxatierapport van de eigenaar niet rechtstreeks bruikbaar, omdat dit zag op de waarde van het volledige manegecomplex en was opgesteld voor financieringsdoeleinden. Omdat geen van beide partijen de juiste waarde aannemelijk maakte, stelde het Hof de WOZ-waarde in goede justitie vast op € 275.000.

Belang voor de praktijk
Deze uitspraak onderstreept dat een bedrijfswoning met een functionele binding aan een (agrarisch) bedrijf aanzienlijk minder waard kan zijn dan een vergelijkbare reguliere woning. Bij bezwaar tegen een WOZ-beschikking is het daarom van belang om de gebruiksbeperkingen uit het bestemmingsplan expliciet te betrekken en kritisch te beoordelen of de gemeente gebruikmaakt van passende referentieobjecten. Referenties van vrij verhandelbare woningen zijn daarvoor niet zonder meer geschikt. Een juiste WOZ-waarde is niet alleen van belang voor de hoogte van de OZB, maar kan ook doorwerken in diverse andere belastingen.

Door |2026-08-12T00:13:37+02:0012 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hof: bestemming bedrijfswoning weegt zwaar voor WOZ-waarde

Hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen 2026-2040

Het kabinet heeft het Hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen 2026–2040 aangeboden aan de Tweede Kamer. Overheid, landbouworganisaties, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties hebben hierin afspraken gemaakt om de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen te verminderen. Tegelijk moet de plantaardige landbouw economisch rendabel blijven.

Afspraken
De belangrijkste afspraken zijn:

  • Minder milieubelasting: Er komt een landelijk doel voor het terugdringen van de milieubelasting van gewasbeschermingsmiddelen. Op termijn wordt ook op bedrijfsniveau gemeten hoe bedrijven presteren.
  • Water en leefomgeving: Er komen extra maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren en om natuurgebieden en gevoelige locaties, zoals scholen en woningen, beter te beschermen.
  • Meer duurzame alternatieven: Het kabinet wil de ontwikkeling en toelating van groene en laag-risicomiddelen versnellen. Ook wordt geïnvesteerd in kennis en weerbare teeltsystemen.
  • Meer toezicht: Er wordt gewerkt aan een betere registratie van het middelengebruik en aan strengere controle op de naleving van de regels.
     

Deelconvenanten
De afspraken moeten dit jaar nog worden uitgewerkt in deelconvenanten.

Wat betekent dit voor uw bedrijf?
Een goede registratie van het middelengebruik wordt steeds belangrijker. Ook neemt de aandacht toe voor emissiebeperking, geïntegreerde gewasbescherming en het gebruik van duurzame alternatieven. Lukt het de sector niet om de afgesproken doelen te halen, dan kan het kabinet aanvullende maatregelen invoeren.

Door |2026-08-12T00:13:37+02:0012 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoofdlijnenconvenant gewasbeschermingsmiddelen 2026-2040

Stimuleringsmaatregel teelt vanggewassen op zand- en lössgrond

Landbouwers op zand- en lössgrond krijgen een korting op de stikstofgebruiksnorm als er niet uiterlijk op 1 oktober een vanggewas is ingezaaid na een hoofdteelt. Er geldt een uitzondering voor winter­teelten.

Korting stikstofgebruiksnorm
De korting op de stikstofgebruiksnorm is hoger naar­mate het vanggewas later wordt ingezaaid:

  • Inzaai vanggewas van 2 t/m 14 oktober: 5 kg stikstof per ha;
  • Inzaai vanggewas van 15 t/m 31 oktober: 10 kg stikstof per ha;
  • Inzaai vanggewas na 31 oktober: 20 kg stikstof per ha.

Wanneer er geen vanggewas wordt ingezaaid, geldt de maximale korting van 20 kg stikstof per ha. De kor­ting wordt in mindering gebracht op de stikstofnorm van het volgende jaar.

Eventuele bufferstroken tellen mee als landbouwgrond. Indien de hoofdteelt op de bufferstrook heeft gestaan, zal ook deze grond ingezaaid moeten worden. Dit is niet nodig wanneer de hoofdteelt op de bufferstrook blijft staan.

Winterteelten
Bij diverse gewassen hoeft geen vanggewas inge­zaaid te worden en geldt er daarom ook geen korting. Op de lijst met zogenaamde winterteelten staan:

  • Gewassen die vrijwel uitsluitend na 1 november worden geoogst;
  • Gewassen die na 1 oktober evenveel of meer stikstof opnemen dan het in te zaaien vanggewas;
  • Meerjarige gewassen;
  • Gewassen die in het najaar worden ingezaaid.

Toegestane vanggewassen
Een lijst met de toegestane vanggewassen is te vin­den op de website van RVO. Het is raadzaam er bij de keuze van het vanggewas op te letten of het vang­gewas ook ingezet kan worden voor de eco-activiteit ‘groenbedekking’. Bij de meeste vanggewassen is dit het geval.

Vanggewas vernietigen vanaf 1 februari
Het vanggewas moet in ieder geval blijven staan tot en met 31 januari. Zo niet, dan wordt de stikstofgebruiksnorm met 20 kg stikstof per ha gekort. Wordt het vanggewas vóór 1  februari, dan moet dit op zijn laatst één dag na de vernietiging gemeld worden bij RVO.

Eco-activiteit groenbedekking
Wanneer u het vanggewas wilt gebruiken voor de eco-activiteit groenbedekking, mag dit gewas niet vóór 1 maart vernietigd worden. Om deze eco-activiteit te kunnen toepassen, moet het perceel tussen 1 januari en 1 maart voor minimaal 80% bedekt zijn met het aangegeven vanggewas.
 

Door |2026-08-11T13:48:04+02:0011 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Stimuleringsmaatregel teelt vanggewassen op zand- en lössgrond

CBb: onbetrouwbare BEX leidt tot forfaitaire mestberekening

Een melkveehouder werd door de NVWA gecontroleerd op de naleving van de mestgebruiksnormen en derogatievoorwaarden in 2018. Op basis van de verstrekte gegevens werd geconcludeerd dat de gebruiksnormen voor dierlijke mest, stikstof en fosfaat waren overschreden. Dat leidde tot een forse mestboete en intrekking van de derogatievergunning. De mestproductie was hierbij gebaseerd op de forfaitaire productienormen. In de hoger beroepszaak ging het over de vraag of de BEX-berekeningen van de melkveehouder terecht buiten beschouwing waren gelaten door de minister.

De melkveehouder had meerdere BEX-berekeningen over 2018 overgelegd, met onderlinge verschillen over de beweiding en grasopname. Ook weken deze af van gegevens die waren verstrekt aan de melkafnemer, de KringloopWijzer en de Gecombineerde opgave. Daarnaast legde de melkveehouder wisselende verklaringen af over de weidegang.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelde dat een bedrijfsspecifieke BEX alleen bruikbaar is wanneer de gegevens gedurende het jaar juist zijn vastgelegd en met bewijsstukken kunnen worden onderbouwd. Een achteraf aangepaste BEX kan tegenstrijdigheden in de administratie en de verklaringen niet herstellen.

Het College liet daarom de BEX-berekening buiten beschouwing. De op de forfaitaire mestproductie gebaseerde mestboete bleef in stand. Ook waren de intrekking van de derogatievergunning en het opleggen van een randvoorwaardenkorting van 3% op de GLB-steun vanwege de overschrijdingen van de gebruiksnormen terecht.

 

Door |2026-08-05T11:47:03+02:005 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor CBb: onbetrouwbare BEX leidt tot forfaitaire mestberekening

Welke staloppervlakte telt mee voor stoppersregelingen?

Bij deelname aan stoppersregelingen, bijvoorbeeld Lbv en Lbv-plus, is de oppervlakte van het dierenverblijf belangrijk voor de hoogte van de subsidie. In de praktijk ontstaan regelmatig vragen over welke delen van een stal wel en niet meetellen.

Niet alleen het gebruik van een ruimte bepaalt of deze subsidiabel is. Ook de bouwkundige ligging speelt een rol. Een ruimte kan meetellen wanneer deze onderdeel is van het dierenverblijf en binnen de buitenmuren van de stalromp ligt. Dit kan bijvoorbeeld gelden voor ondersteunende ruimten zoals een voergang, centrale gang, machinekamer of tanklokaal.

Ruimten die buiten de buitenmuren van de stal liggen, tellen in principe niet mee. Dat geldt ook als deze ruimten fysiek met de stal verbonden zijn, bijvoorbeeld doordat zij op dezelfde fundering staan.

Bij een subsidieaanvraag is het daarom belangrijk om niet alleen naar de functie van een ruimte te kijken, maar ook naar de bouwtekeningen en de feitelijke situatie op het bedrijf. Een juiste bepaling van de subsidiabele oppervlakte voorkomt discussies achteraf en kan invloed hebben op het uiteindelijke subsidiebedrag.

Door |2026-08-05T11:47:02+02:005 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Welke staloppervlakte telt mee voor stoppersregelingen?

Einde subsidieregeling opruimen drugsafval

Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID’s op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.


Door |2025-10-30T00:07:42+01:0030 oktober 2025|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Einde subsidieregeling opruimen drugsafval

Nieuwe prijsbepaling bij faunaschade

Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID’s op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.


Door |2025-10-29T09:19:54+01:0029 oktober 2025|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe prijsbepaling bij faunaschade

CBb: RVO mag gehalten afgevoerde mest gebruiken voor eindvoorraad

Om de beste ervaringen te bieden, gebruiken wij technologieën zoals cookies om informatie over je apparaat op te slaan en/of te raadplegen. Door in te stemmen met deze technologieën kunnen wij gegevens zoals surfgedrag of unieke ID’s op deze site verwerken. Als je geen toestemming geeft of uw toestemming intrekt, kan dit een nadelige invloed hebben op bepaalde functies en mogelijkheden.


Door |2025-10-29T09:19:53+01:0029 oktober 2025|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor CBb: RVO mag gehalten afgevoerde mest gebruiken voor eindvoorraad