Geen categorie

  • Ongewenste effecten 12% pseudo-eindheffing fossiele auto van de zaak

Ongewenste effecten 12% pseudo-eindheffing fossiele auto van de zaak

Vanaf 2027 geldt een 12% pseudo-eindheffing voor de fossiele personenauto van de zaak. De Tweede Kamer heeft de regering verzocht om te werken aan oplossingen voor ongewenste effecten van deze regeling.

Pseudo-eindheffing voor personenauto met CO2-uitstoot

Met ingang van 1 januari 2027 wordt een 12% pseudo-eindheffing in de loonbelasting ingevoerd. Vanaf dat moment is een werkgever 12% pseudo-eindheffing verschuldigd over de cataloguswaarde van een personenauto met CO2-uitstoot die hij aan een werknemer ter beschikking stelt.

Tip! De heffing geldt niet voor personenauto’s die niet privé gebruikt worden, waarbij woon-werkverkeerkilometers als privé worden aangemerkt. Verder geldt de heffing ook niet voor personenauto’s zonder CO2-uitstoot of voor auto’s die geen personenauto zijn (bijvoorbeeld een bestelauto).

Let op! Voor personenauto’s die een werkgever al vóór 1 januari 2027 ter beschikking heeft gesteld, geldt overgangsrecht. Voor deze personenauto’s geldt de heffing voor de werkgever pas vanaf 18 september 2030. Wijzigt een werknemer van werkgever en neemt hij de personenauto mee, dan vervalt het overgangsrecht voor die personenauto en geldt voor de nieuwe werkgever wel meteen de pseudo-eindheffing.

Heffing bij fossiel vervangend vervoer

De pseudo-eindheffing is de hele maand van toepassing, ook als een fossiele personenauto slechts enkele uren of een dag ter beschikking wordt gesteld in die maand. Dit betekent dat bij een vervangende personenauto met een CO2-uitstoot groter dan nul, de werkgever in die maand 12% eindheffing verschuldigd is over de cataloguswaarde van de vervangende personenauto.

Schadeherstel- en verhuurbedrijven

De Tweede Kamer heeft dit ongewenste effect van de nieuwe eindheffing ook opgemerkt. De pseudo-eindheffing zou schadeherstel- en verhuurbedrijven in de huidige vorm immers min of meer dwingen tot een volledig elektrisch wagenpark met ingang van 2027. Dat is irreëel gezien de lopende afspraken van deze bedrijven met betrekking tot het wagenpark en vanwege onvoldoende laadcapaciteit (en door de netcongestie ook geen zicht op snelle uitbreiding van die capaciteit).

Rijscholen

Daarnaast leidt de pseudo-eindheffing tot extra administratieve lasten voor onder andere rijscholen. Een elektrische personenauto is namelijk een automaat. Om te leren schakelen zal een lesauto daarom altijd een brandstofauto moeten zijn (met een CO2-uitstoot groter dan nul). Het bijhouden van een rittenregistratie om aan te tonen dat er niet privé met de personenauto wordt gereden is gezien het gebruik van de lesauto onwerkbaar. Lesauto’s gaan immers niet van A naar B, maar rijden willekeurig rond tijdens de lessen.

Wegnemen ongewenste effecten

Daarom verzoekt de Tweede Kamer de regering om in overleg met de sector te werken aan oplossingen voor deze ongewenste effecten van de pseudo-eindheffing.

Door |2026-06-19T11:06:27+02:0010 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Ongewenste effecten 12% pseudo-eindheffing fossiele auto van de zaak
  • Uitbetalen 10% pensioen ineens pas vanaf 1 januari 2029

Uitbetalen 10% pensioen ineens pas vanaf 1 januari 2029

De mogelijkheid om 10% pensioen ineens op te nemen is pas mogelijk vanaf 1 januari 2029.

Bedrag ineens

Het staat al jaren op de planning, maar is nog steeds niet ingevoerd: de mogelijkheid om op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit te laten betalen. De gepensioneerde mag dit bedrag vrij besteden, er is dus geen verplicht bestedingsdoel.

Let op! De opname van een bedrag ineens kan wel gevolgen hebben voor het recht op toeslagen.

Herhaaldelijk uitstel inwerkingtreding

Oorspronkelijk was het plan om deze mogelijkheid per 1 januari 2023 in te laten gaan, maar de ingangsdatum is keer op keer uitgesteld. De laatste stand van zaken was dat het niet eerder dan 1 juli 2026 zou ingaan. In januari 2026 werd al duidelijk dat ook deze ingangsdatum niet gehaald zou worden.

De regering besloot onlangs, in overleg met de Pensioenfederatie, om de inwerkingtreding uit te stellen tot na de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. Om die reden is de ingangsdatum verschoven naar 1 januari 2029.

Tip! De mogelijkheid 10% ineens op te nemen komt dan ook beschikbaar voor lijfrentes.

Door |2026-06-19T11:06:28+02:009 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Uitbetalen 10% pensioen ineens pas vanaf 1 januari 2029
  • European Commission proposes new EU Inc.

European Commission proposes new EU Inc.

The European Commission (EC) aims to make it possible to quickly establish a European limited liability company without initial capital: the EU Inc. The EU Inc. can operate in multiple countries, thereby enhancing the competitiveness of European companies.

Simplicity Is Key

The simplicity of the plan is key. Currently, anyone wishing to operate in multiple EU member states often has to set up a separate company in each member state, such as a subsidiary. Each member state has its own conditions and rules regarding matters such as start-up capital and registration. An EU Inc. would greatly simplify this process through a harmonized set of rules. Choosing an EU Inc. is optional.

Fast and affordable

The incorporation of an EU Inc. can be completed entirely digitally within 48 hours for less than €100. There is also no capital requirement. Furthermore, a central EU registry containing company data will be introduced, and companies will automatically receive tax and VAT numbers upon registration. Bankruptcy proceedings will also be conducted entirely digitally. 

Stock option plans

EU Inc. companies can launch stock option plans for their employees, with tax obligations to the tax authorities only arising upon the sale of the options. Investing is simplified by eliminating formal procedures and intermediaries in share transactions. Member states can decide for themselves whether to grant EU Inc. access to the stock market, whereby protection can be offered against hostile takeovers.

Several new initiatives

The EU announced several new initiatives, such as digitizing communication beatween businesses and the government as much as possible. There are also plans to establish separate judicial chambers for EU Inc. companies. Furthermore, the goal is to enable fully cross-border remote work for startups and scale-ups. Other initiatives include improving access to capital and evaluating European venture capital funds, creating equal tax frameworks, and reducing administrative burdens.

Implementation via regulation

The EU Inc. will be introduced via a regulation. The advantage is that this will have direct effect in all member states. A disadvantage is that unanimous support is required for a regulation. This carries the risk that countries will seek to add exceptions during the negotiations. The goal is to finalize decision-making on the EU Inc. by 2026.

Door |2026-06-19T11:06:29+02:009 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor European Commission proposes new EU Inc.
  • Europese Commissie stelt nieuw vennootschapsmodel voor

Europese Commissie stelt nieuw vennootschapsmodel voor

De Europese Commissie (EC) wil het mogelijk maken om snel en zonder startkapitaal een Europese bv op te richten: de EU Inc. De EU Inc. kan in meerdere landen activiteiten verrichten, zodat het concurrentievermogen van Europese bedrijven verbetert.

Eenvoud belangrijkst

De eenvoud van het plan is het belangrijkst. Wie momenteel in verschillende EU-lidstaten actief wil zijn, moet vaak in iedere lidstaat een apart bedrijf oprichten in de vorm van bijvoorbeeld een dochtermaatschappij. Daarvoor gelden in iedere lidstaat aparte voorwaarden en regels met betrekking tot onder meer startkapitaal en registratie. Via een EU Inc. wordt dit met een geharmoniseerd aantal regels sterk vereenvoudigd. De keuze voor een EU Inc. is optioneel.

Snel en goedkoop

De oprichting van een EU Inc. kan binnen 48 uur volledig digitaal plaatsvinden voor minder dan € 100. Er is ook geen kapitaalvereiste. Verder wordt er een centraal EU-register met bedrijfsgegevens ingevoerd en ontvangen de bedrijven na registratie automatisch belasting- en btw-nummers. Ook faillissementsprocedures verlopen volledig digitaal. 

Optieplannen

EU Inc.-bedrijven kunnen optieplannen voor hun werknemers starten, waarbij pas bij verkoop van de opties met de Belastingdienst hoeft te worden afgerekend. Investeren wordt vereenvoudigd door formele procedures en tussenpersonen bij aandelentransacties af te schaffen. Lidstaten kunnen zelf beslissen of ze de EU Inc. toegang verlenen tot de beurs, waarbij bescherming kan worden geboden tegen vijandige overnames. 

Meerdere nieuwe initiatieven

De EU kondigde meerdere nieuwe initiatieven aan, zoals het zoveel mogelijk digitaliseren van de communicatie tussen bedrijven en overheid. Ook is het de bedoeling dat er aparte gerechtelijke Kamers komen voor EU Inc. bedrijven. Verder streeft men naar volledig grensoverschrijdend telewerken voor start-ups en scale-ups. Andere initiatieven betreffen het verbeteren van toegang tot kapitaal en een evaluatie van Europese durfkapitaalfondsen, het scheppen van gelijke fiscale kaders en een vermindering van de administratieve lasten.

Invoering via verordening

De EU Inc. zal via een verordening worden ingevoerd. Het voordeel is dat dit een directe werking heeft in alle lidstaten. Een nadeel is dat unanieme steun voor een verordening vereist is. Dit brengt het risico mee dat landen tijdens de onderhandelingen uitzonderingen willen toevoegen. Het streven is de besluitvorming inzake de EU Inc. nog in 2026 af te ronden.

Door |2026-06-19T11:06:30+02:009 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Europese Commissie stelt nieuw vennootschapsmodel voor
  • Nieuwe fiscale regelingen voor startups en scale-ups

Nieuwe fiscale regelingen voor startups en scale-ups

Het kabinet wil startups en scale-ups fiscaal stimuleren met twee maatregelen: belastingheffing in box 3 door middel van vermogenswinst (in plaats van vermogensaanwas) én een lagere loonheffing op het inkomen uit aandelenopties voor werknemers. Ter financiering worden de meewerkaftrek en stakingsaftrek in de IB afgeschaft.

Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3

In het door de Tweede Kamer al aangenomen wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 wordt het werkelijke rendement volgens de hoofdregel belast volgens een vermogensaanwasbelasting. Dit betekent dat zowel de gerealiseerde als de ongerealiseerde waardeontwikkelingen tot het werkelijke rendement horen.

Op de hoofdregel geldt een uitzondering voor onroerende zaken en startups en scale-ups. Het werkelijke rendement wordt voor die vermogensbestanddelen berekend volgens een vermogenswinstbelasting: alleen gerealiseerde waardeontwikkelingen (bijvoorbeeld bij verkoop) horen dan tot het werkelijke rendement.

Let op! De beoogde inwerkingtreding van het wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is 1 januari 2028. De Eerste Kamer moet nog stemmen over het wetsvoorstel.

Definitie startup en scale-up

In het oorspronkelijke wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 is opgenomen dat de vermogenswinstbelasting geldt voor startende ondernemingen. Dit wordt gewijzigd in startups en scale-ups. In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen startups en scale-ups is een definitie opgenomen van een startup en een scale-up: een bedrijf dat een onderneming drijft die gericht is op snelle groei door middel van een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel dat zijn oorsprong vindt in innovatie.

Let op! Onder een schaalbaar en herhaalbaar verdienmodel wordt verstaan het vermogen van een onderneming om de omzet snel te laten groeien zonder lineaire inzet van meer mensen, meer middelen of hogere kosten, door gebruik te maken van technologie die tot lagere marginale kosten leidt en schaalvoordelen biedt. Onder innovatie wordt verstaan het ontwikkelen of verbeteren van producten, diensten, processen of technologieën, waarbij sprake is van technische vernieuwing of significante functionele verbetering ten opzichte van de sector.

Om een startup of scale-up te zijn in de definitie mogen de aandelen of winstbewijzen niet verhandeld worden op een gereguleerde markt of voor meer dan 25 procent in handen zijn van een lichaam waarvan de aandelen of winstbewijzen worden verhandeld op een gereguleerde markt.

Let op!Bij de RVO kan straks een beschikking aangevraagd worden of sprake is van een startup of scale-up.

Lagere loonheffing aandelenopties

In het wetsvoorstel Wet fiscale maatregelen startups en scale-ups is ook een maatregel opgenomen die medewerkersparticipatie bij startups en scale-ups stimuleert door een lagere loonheffing. 
Op inkomen uit aandelenopties voor werknemers van startups en scale-ups wordt hiertoe een korting van 35% toegepast, waardoor de grondslag waarover loonheffing wordt berekend 65% van het inkomen bedraagt. Het effectieve loonheffingentarief wordt daarmee ongeveer 32% waarmee het ongeveer gelijk is aan het tarief in box 2.

Naast de lagere loonheffing wordt ook het heffingsmoment verplaatst naar het moment van daadwerkelijke verkoop van de aandelen die verkregen zijn bij de uitoefening van het aandelenoptierecht.

Let op! De regeling gaat ook gelden voor aandelenopties die zijn uitgegeven op of na 17 april 2025 mits de loonheffing over het inkomen uit de aandelenopties zich nog niet heeft voorgedaan.

Afschaffing meewerkaftrek en stakingsaftrek

Om de hiervoor gemelde fiscale stimulatie van de startups en scale-ups te financieren wordt de meewerkaftrek en de stakingsaftrek in de inkomstenbelasting per 1 januari 2027 met 75% versoberd en per 1 januari 2030 volledig afgeschaft.

Internetconsultatie

Het wetsvoorstel ligt nu ter internetconsulatie. Tot en met 29 april 2026 kan iedereen hierop reageren. In het kader van eventuele staatssteun moet de lagere loonheffing op aandelenopties nog voor goedkeuring voorgelegd worden aan de Europese Commissie. De staatssecretaris van Financiën is voornemens om het wetsvoorstel in september bij de Tweede Kamer in te dienen. Het streven is om de lagere loonheffing op aandelenopties per 1 januari 2027 in werking te laten treden.

Door |2026-06-19T11:06:31+02:008 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe fiscale regelingen voor startups en scale-ups
  • Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten

Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten

In een internetconsultatie is het voorstel opgenomen om vanaf 2028 de btw op sierteeltproducten van 9 naar 21% btw te verhogen.

Sierteeltproducten

Bij sierteeltproducten moet gedacht worden aan bloembollen, snijbloemen, planten en boomkwekerijproducten. Deze producten vallen nu nog onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Het kabinet wil echter dat deze producten vanaf 1 januari 2028 onder het normale btw-tarief van 21% vallen.

Waarom?

Vanaf 1975 geldt het verlaagde btw-tarief op de levering sierteeltproducten. Het doel was om de betaalbaarheid van sierteeltproducten voor lagere inkomens te bevorderen en de werkgelegenheid in de sierteelt te stimuleren. Uit een evaluatie komt naar voren dat het btw-verlaagde btw-tarief niet geschikt is voor dit doel.

Internetconsultatie

Het kabinet begrijpt de impact van de voorgenomen btw-verhoging en wil iedereen de kans geven om te reageren op het voorstel. Daarom kan iedereen die dat wil tot en met 7 mei 2026 reageren op de internetconsultatie.

Door |2026-06-19T11:06:32+02:008 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 2028 21% btw op sierteeltproducten
  • Nieuwe wijziging youngtimerregeling per 2027

Nieuwe wijziging youngtimerregeling per 2027

Eind vorig jaar is de youngtimerregeling gewijzigd. De Tweede Kamer heeft de regering onlangs echter verzocht de verhoging van de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling niet in een keer, maar geleidelijk te laten plaatsvinden.

Youngtimerregeling in 2026

Met ingang van 2026 is de youngtimerregeling gewijzigd. In 2026 bedraagt daardoor de bijtelling voor privégebruik van een auto die zestien jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen 35% van de waarde in het economisch verkeer. In 2025 lag de leeftijdsgrens voor deze regeling nog op vijftien jaar.

Overgangsregeling in 2026

Is de auto in 2026 jonger dan zestien jaar, maar vóór 1 januari 2017 voor het eerst in gebruik genomen, dan bedraagt de bijtelling in 2026 25% van de cataloguswaarde. Heeft een dergelijke auto geen CO2-uitstoot, dan kan tot een cataloguswaarde van € 30.000 in 2026 een bijtellingspercentage van 21% worden toegepast.

Voor de auto die in 2025 al aan dezelfde werknemer ter beschikking werd gesteld en die in 2025 vijftien jaar of ouder was, geldt een overgangsregeling. Voor deze auto mag heel 2026 nog uitgegaan worden van een bijtelling van 35% van de waarde in het economisch verkeer.

Huidige wettelijke regels youngtimerregeling vanaf 2027

Met ingang van 1 januari 2027 gaat, onder de huidige wettelijke regels, de leeftijdsgrens in de youngtimerregeling in een keer naar 25 jaar. Er geldt dan geen overgangsrecht meer.

Nieuwe wijziging youngtimerregeling vanaf 2027

De Tweede kamer meent dat de korte overgangsperiode in de huidige youngtimerregeling voor onbedoelde neveneffecten zorgt voor verkopers en gebruikers van youngtimers. De Tweede Kamer vindt dan ook dat de regering moet afzien van de verhoging van de leeftijdsgrens in een keer naar 25 jaar met ingang van 1 januari 2027.

De Tweede Kamer verzoekt de regering om de verhoging naar 25 jaar vanaf 1 januari 2027 geleidelijk te laten plaatsvinden. Dit zou dan gecombineerd kunnen worden met een hoger bijtellingspercentage dan 35% over de waarde in het economische verkeer.

E-timerregeling?

De Tweede Kamer doet ook het verzoek om een e-timerregeling uit te werken om te voorkomen dat elektrische leaseauto’s die na vier of vijf jaar vrijkomen uit de lease massaal naar het buitenland worden geëxporteerd.

Door |2026-06-19T11:06:34+02:007 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe wijziging youngtimerregeling per 2027
  • Voorkom belastingrente met tijdige aangifte of voorlopige aanslag

Voorkom belastingrente met tijdige aangifte of voorlopige aanslag

De Belastingdienst berekent 5% belastingrente als een (voorlopige) aanslag inkomstenbelasting (IB) of vennootschapsbelasting (Vpb) 2025 vanaf 1 juli 2026 wordt opgelegd. Dit kunt u voorkomen met een tijdige aangifte of een tijdige aanvraag voorlopige aanslag.

Belastingrente

De belastingrente bedraagt in 2026 zowel voor de IB als voor de Vpb 5%. Als de Belastingdienst met een dagtekening vanaf 1 juli 2026 een (voorlopige) aanslag IB of Vpb 2025 oplegt, wordt belastingrente berekend over de periode die begint op 1 juli 2026 en die eindigt zes weken na dagtekening van de (voorlopige) aanslag.

Let op! Als de Belastingdienst te lang doet over het opleggen van de (voorlopige) aanslag, kan het zijn dat de periode eerder eindigt. De periode eindigt namelijk altijd uiterlijk veertien weken na een verzoek om een voorlopige aanslag en negentien weken na ontvangst van de aangifte.

Voorkom belastingrente IB

U kunt de belastingrente voor de IB voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 mei 2026 uw aangifte IB 2025 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2026 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag IB 2025. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente over uw (voorlopige) aanslag IB berekenen.

Voorkomen belastingrente Vpb

Ook voor de Vpb kunt u de belastingrente voorkomen. Hiervoor moet u vóór 1 juni 2026 uw aangifte Vpb 2025 juist en volledig indienen of vóór 1 mei 2026 verzoeken om een juiste en volledige voorlopige aanslag Vpb 2025. In die gevallen zal de Belastingdienst geen belastingrente over uw (voorlopige) aanslag Vpb berekenen.

Wel belastingrente bij afwijkende aanslag

De Belastingdienst berekent overigens wel belastingrente vanaf 1 juli 2026 als de aanslag afwijkt van het verzoek om een voorlopige aanslag of de ingediende aangifte. Het is daarom belangrijk dat uw aangifte juist en volledig is en het verzoek om een voorlopige aanslag zo goed mogelijk is ingeschat.

Geen belastingrente bij dagtekening vóór 1 juli 2026

Heeft de (voorlopige) aanslag 2025 een dagtekening vóór 1 juli 2026, dan berekent de Belastingdienst nooit belastingrente. Dus ook niet als de aangifte is ingediend vanaf 1 mei 2026 (voor de IB) of 1 juni 2026 (voor de Vpb) of de voorlopige aanslag is aangevraagd vanaf 1 mei 2026.

Belastingrente Vpb bij gebroken boekjaar

Heeft uw bv een gebroken boekjaar, dan berekent de Belastingdienst belastingrente voor een (voorlopige) aanslag Vpb over een periode die aanvangt zes maanden na afloop van het boekjaar.

Ook bij een gebroken boekjaar kunt u de belastingrente voorkomen. U moet dan uw aangifte Vpb juist en volledig indienen binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar of verzoeken om een voorlopige aanslag Vpb binnen vier maanden na afloop van het boekjaar.

Door |2026-06-19T11:06:35+02:007 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Voorkom belastingrente met tijdige aangifte of voorlopige aanslag
  • Is slotuitkering bij hertrouwen aan te merken als afkoop pensioen?

Is slotuitkering bij hertrouwen aan te merken als afkoop pensioen?

Pensioenlichamen zijn onder voorwaarden vrijgesteld van vennootschapsbelasting. Een van de voorwaarden is dat het pensioen niet mag worden afgekocht. De Belastingdienst is ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering bij hertrouwen van de nabestaande van een pensioengerechtigde ook is aan te merken als afkoop.

Verzoekteruggaaf dividendbelasting

In de casus bij de Belastingdienst wordt uitgegaan van een buitenlands pensioenlichaam dat belegt in Nederlandse aandelen. Het pensioenlichaam wil de ingehouden dividendbelasting terugontvangen en dient daartoe een verzoek in. Teruggave is mogelijk als het pensioenlichaam vrijgesteld zou zijn van vennootschapsbelasting als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd.

Brengt slotuitkering vrijstelling in gevaar?

De Belastingdienst is daarom ingegaan op de vraag of een beperkte slotuitkering die een nabestaande van een pensioengerechtigde ontvangt als hij of zij hertrouwt, is aan te merken als afkoop. Vanuit de verzorgingsgedachte zijn er namelijk pensioenlichamen waarbij het pensioen bij hertrouwen komt te vervallen. In de vraagstelling wordt uitgegaan van een slotuitkering van 24 keer het maandbedrag.

Slotuitkering aan te merken als overgangsregeling

De Belastingdienst is van mening dat een slotuitkering bij hertrouwen is aan te merken als een overgangsregeling. De slotuitkering is daarom niet te vergelijken met het afkopen van een pensioen en staat de vrijstelling van vennootschapsbelasting niet in de weg als het pensioenlichaam in Nederland is gevestigd. Het pensioenlichaam kan de dividendbelasting dus ook met succes terugvragen.

Door |2026-06-19T11:06:36+02:003 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Is slotuitkering bij hertrouwen aan te merken als afkoop pensioen?
  • Belasting Zware Motorrijtuigen nu al terug te vragen

Belasting Zware Motorrijtuigen nu al terug te vragen

Vanaf 1 juli 2026 vervalt de Belasting Zware Motorrijtuigen (bzm). Hiervoor in de plaats komt de vrachtwagenheffing. Heeft u met een Eurovignet dat geldig is tot na 30 juni 2026 bzm betaald, dan kunt u nu al de bzm terugvragen. U hoeft dus niet te wachten tot 1 juli 2026.

Bzm vervangen door vrachtwagenheffing

U moet in Nederland bzm betalen als uw vrachtwagen bestemd is en/of gebruikt wordt voor het vervoer van goederen en u ermee op de snelweg wilt rijden. Dit gaat veranderen. Vanaf 1 juli 2026 moeten vrachtwagens uit binnen- en buitenland bij gebruik van de Nederlandse snelwegen en van enkele mogelijke uitwijkroutes een heffing per kilometer betalen. Deze vrachtwagenheffing gaat elektronisch gebeuren via speciale apparatuur.

Verzoek indienen

Als u bzm wilt terugvragen, moet u hiertoe een verzoek indienen met het formulier Verzoek teruggaaf bzm. U dient dit in te vullen en op te sturen (Belastingdienst/Centrale administratieve processen, Postbus 9051, 7300 GN, Apeldoorn) of te mailen naar bca.euromail@belastingdienst.nl.

Reden van teruggave vermelden

Als reden voor het teruggaveverzoek vult u bij vraag 3 op het formulier in dat dit het einde van de bzm per 1 juli 2026 is. Houd er rekening mee dat er € 25 aan administratiekosten wordt ingehouden op het terug te krijgen bedrag.

Let op!In de andere Eurovignet lidstaten, Zweden en Luxemburg is een Eurovignet na 1 juli 2026 nog wel verplicht voor vrachtauto’s.

Door |2026-06-19T11:06:37+02:002 april 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Belasting Zware Motorrijtuigen nu al terug te vragen