FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1520 blog entries.

Onderzaai maïs kan niet als rustgewas meetellen

Op zand- en lössgrond moet één keer in de vier jaar een rustgewas geteeld worden. De onderzaai van een vanggewas bij maïs wordt niet (langer) geaccepteerd als invulling van deze verplichting. Dit is onlangs bevestigd door RVO.

In principe moet het rustgewas als hoofdteelt geteeld worden. Er zijn tabellen waarin staat welke gewassen tot de rustgewassen behoren. Gewassen die (vroeg) gerooid moeten worden, tellen sowieso niet mee als rustgewas.

Onbemest vanggewas
In één situatie is het rustgewas niet de hoofdteelt. Er kan namelijk gekozen worden voor een korte (groente)teelt of vroeg geoogst gewas, gevolgd door een onbemest vanggewas dat vóór 1 september wordt ingezaaid. De hoofdteelt mag elk gewas zijn. Het vanggewas mag pas na de oogst van de hoofdteelt ingezaaid worden.

Wijziging wetgeving per 1 januari 2024
Dit staat reeds vanaf 1 januari 2024 in de Omgevingsregeling, die per die datum is ingevoerd. Daarvoor stonden de bepalingen over de rustgewassen in de Uitvoeringsregeling gebruik meststoffen, maar zonder de bepaling dat het vanggewas na de hoofdteelt ingezaaid moest worden. Ondanks dat deze overgang beleidsneutraal zou zijn, heeft RVO nu pas officieel bevestigd dat deze voorwaarde is aangepast.

Er zijn echter gevallen bekend waarbij de onderzaai van een vanggewas in 2024 door RVO wel als rustgewas is erkend, terwijl dit volgens de regels niet was toegestaan. In 2025 zal echter rekening moeten worden gehouden met de nieuwe uitleg.

Door |2025-05-07T11:07:29+02:0023 april 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Onderzaai maïs kan niet als rustgewas meetellen

Aanpassing vestigingssteun jonge landbouwers bij pachtbedrijven

Bij de afhandeling van de ontvangen aanvragen in de eerste openstellingsperiode voor subsidie voor de vestiging voor jonge landbouwers in 2024, is gebleken dat bedrijfsovernames gebaseerd op een pachtconstructie onvoldoende werden gedekt door de bestaande subsidievoorwaarden.

Naar aanleiding van ervaringen en door de RVO ontvangen opmerkingen in verband met de overname van een landbouwbedrijf door een jonge landbouwer veelvuldig betrokken pachtvormen, te weten erfpacht en reguliere pacht, bleek het nodig om enkele bepalingen gekoppeld aan het juridische eigendom aan te passen, zodat ook bedoelde pachtvormen geen beletsel zouden vormen bij de toekenning van subsidies voor de vestiging van jonge landbouwers.

Met deze wijziging van de Regeling Europese EZK- en LNV-subsidies 2021 wordt bovengemeld punt aangepast in de subsidiemodule vestiging van jonge landbouwers. Deze aanpassing wordt doorgevoerd alvorens de subsidiemodule wordt opengesteld per 28 april 2025.

Pacht
Beleidsmatig is vastgesteld dat slechts bepaalde pachtvormen in het kader van bedrijfsovernames ook subsidiabel zouden moeten zijn binnen de subsidiemodule voor de vestiging van jonge landbouwers. Hoewel de jonge landbouwer op grond van een pachtconstructie niet het volledige bedrijf met bijbehorende grond en registergoederen ‘in eigendom’ verkrijgt, is dit een veel voorkomende constructie bij de start van een bedrijf of bij bedrijfsovernames. Vaak ook omdat degene die het bedrijf overdraagt zelf niet altijd het bedrijf volledig in eigendom heeft.

De vestigingssteun is nu ook mogelijk wanneer de jonge landbouwer het bedrijf geheel of gedeeltelijk overneemt onder het recht van reguliere pacht of erfpacht, maar niet bij geliberaliseerde pacht.

Bij een reguliere pachtconstructie (pachtoverneming) wordt in de subsidieaanvraag gekeken naar de vereisten van het Burgerlijk Wetboek (artikel 363 van titel 5 van Boek 7). Bij dergelijke constructies wordt gesproken over indeplaatsstelling binnen (langdurige) reguliere pachtconstructies. De overname kan betrekking hebben op bijvoorbeeld percelen landbouwgrond en bedrijfsgebouwen zoals de hoeve, aangezien deze contracten vaak langdurig zijn en automatisch worden verlengd.
 

Door |2025-05-07T11:07:30+02:0023 april 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanpassing vestigingssteun jonge landbouwers bij pachtbedrijven

Stimuleren organische stofrijke meststoffen

Meststoffen met veel organische stof tellen minder zwaar mee voor de fosfaatgebruiksnorm. Bij het gebruik van strorijke vaste mest (met een duidelijk zichtbare hoeveelheid stro) of champost telt 75% van de hoeveelheid fosfaat mee voor de fosfaatgebruiksnorm. Het gaat om strorijke vaste mest van rundvee, geiten, paarden en schapen. Bij het gebruik van gft-compost of groencompost telt 25% van de hoeveelheid fosfaat mee. Deze regeling geldt zowel voor bouw- als grasland.

Biologisch bedrijf
Biologische bedrijven mogen naast genoemde mestsoorten ook strorijke vaste mest van varkens gebruiken.

Voorwaarden
Er gelden enkele voorwaarden:

  • Op een perceel moet ten minste 20 kilogram per hectare van de organische stofrijke meststof gebruikt worden;
  • Per hectare mag niet meer dan fosfaat van de organische stofrijke meststof gebruikt worden dan de maximale fosfaatgebruiksnorm.
Door |2025-03-28T15:47:52+01:0026 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Stimuleren organische stofrijke meststoffen

Extra organische mest op bouwland met hoge fosfaattoestand

Op bouwlandpercelen met de fosfaattoestand ‘hoog’ mag extra organische mest uitgereden worden. De fosfaatnorm wordt met 5 kg per hectare verhoogd, indien minimaal 20 kg fosfaat uit organische mest per hectare wordt gebruikt. Het gaat om de volgende mestsoorten of een mengsel daarvan:

  • Strorijke vaste mest van rundvee, schapen, geiten of paarden;
  • Dikke fractie van rundvee;
  • Champost;
  • Gft-compost;
  • Groencompost.

Biologische bedrijven
Voor biologische bedrijven geldt dat de fosfaatnorm met 10 kg fosfaat per hectare wordt verhoogd. Zij mogen ook strorijke vaste mest van varkens gebruiken. Het perceel moet dan zo kort mogelijk voor het inzaaien of poten van het gewas bemest worden.

Aanmelden
Het extra gebruik van organische mest moet uiterlijk 31 december gemeld worden op Mijn RVO onder vermelding van het perceel waarop extra fosfaat is gebruikt.

Door |2025-03-28T15:47:53+01:0026 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Extra organische mest op bouwland met hoge fosfaattoestand

Opgeven fosfaattoestand percelen in Gecombineerde opgave

Op gronden met een lagere fosfaattoestand mag, af­hankelijk van de fosfaattoestand van het perceel, extra fosfaat gebruikt worden (fosfaatdifferentiatie). Daar­voor moet de fosfaattoestand van de percelen uiterlijk 15 mei opgegeven worden in de Gecombineerde op­gave. Dit speelt met name bij bouwlandpercelen.

Voorbeeld
Op een bouwlandperceel mag zonder bemonstering van de fosfaattoestand 170 kg stikstof en 40 kg fosfaat uit dierlijke mest worden aangewend. Stel het bedrijf wil hiervoor rundveedrijfmest gebruiken dat (forfaitair) 4,0 kg stikstof en 1,5 kg fosfaat per ton bevat. Op basis van stikstof zou er dan maximaal 42,5 ton per hectare uitgereden mogen worden, op basis van fosfaat echter maar 26,6 ton. Fosfaat is dan de beperkende factor, waardoor een deel van de stikstofruimte voor dierlijke mest onbenut blijft. Wanneer dit bedrijf nu door middel van een grondmonster kan aantonen dat de fosfaattoestand laag is, kan extra fosfaat gebruikt worden en kan ook een groter deel van de stikstofruimte benut worden met dierlijke mest.

Geldigheid analyserapport
De analyse van de fosfaattoestand mag, uitgaande van de dag van bemonsteren, op 15 mei 2025 niet ouder zijn dan vier jaar.

Invullen fosfaattoestand
Om te kunnen deelnemen aan fosfaatdifferentiatie dient in de Gecombineerde opgave de fosfaattoestand per perceel ingevuld te worden. Daarvoor moet het P-CaCl2-getal, het P-Al-getal en de datum van bemonsteren ingevuld worden. Wanneer dit niet gebeurt of wanneer een onjuiste fosfaattoestand wordt ingevuld, mag geen gebruik gemaakt worden van fosfaatdifferentiatie.

Door |2025-03-28T15:47:53+01:0026 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Opgeven fosfaattoestand percelen in Gecombineerde opgave

Afdekplicht aardappelafvalhopen vervroegd naar 1 april

Phytophthora infestans is een pseudo-schimmel die de aardappelziekte veroorzaakt. Een besmetting zorgt voor grote economische schade in de teelt van aardappelen. Met teeltvoorschriften worden ziektebronnen en verspreiding ervan voorkomen. De sector heeft de afdekplicht voor aardappelafvalhopen vervroegd naar 1 april.

Voorschrift
Aardappelafvalhopen zijn met name in het begin van het seizoen een belangrijke potentiële besmettingsbron voor de verspreiding van Phytophthora, ongeacht of de planten groen zijn of niet. Het bestrijden van groene delen op de hopen is hierbij niet voldoende. Bij overtreding van de afdekplicht kan een dwangsom van € 500 per dag worden opgelegd.

Er gelden wettelijke maatregelen voor:

  • Aardappelafvalhopen;
  • Ziektehaarden in aardappelpercelen;
  • Aardappelopslagplanten in andere gewassen.

Toezicht en melding
De NAK ziet, in opdracht van de NVWA, toe op naleving van deze voorschriften. Vermoedelijke overtredingen van de voorschriften kunnen gemeld worden bij de NAK.

Door |2025-03-28T15:47:54+01:0019 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Afdekplicht aardappelafvalhopen vervroegd naar 1 april

Voorstel tijdelijke en vrijwillige extensivering melkveehouderij

Zeven organisaties uit de melkveesector stellen een tijdelijke en vrijwillige extensivering in de melkveehouderij voor. De extensivering op een melkveebedrijf van minimaal 10% en maximaal 20% van het aantal melkkoeien is mogelijk, indien de ondernemer gesteund wordt door een subsidie die een bijdrage levert aan de netto gederfde inkomsten enerzijds en een financiële bijdrage, verleend door de zuivelsector, anderzijds. De vrijvallende fosfaatrechten moet de melkveehouder daarbij permanent laten doorhalen, waarvoor deze een marktconforme vergoeding krijgt van de overheid.

Door de doorgehaalde fosfaatrechten daalt het aantal melkkoeien dat in Nederland gehouden mag worden. Deze daling vertaalt zich zo door in het doelbereik voor de klimaatopgave van de melkveehouderij en draagt eraan bij dat de mestproductie van de sector onder het voor 2025 vastgestelde productieplafond blijft, ook in daaropvolgende jaren. De regeling kan een structurele verlichting bieden op de mestmarkt. Het effect op de stalemissie zal naar verwachting beperkt zijn doordat het emitterend stalvloeroppervlak gelijk blijft.

Omdat de fosfaatrechten definitief worden doorgehaald, zal de melkveehouder fosfaatrechten moeten kopen van een andere (stoppende) melkveehouder om zijn dieraantallen, indien hij daarvoor kiest, weer aan te vullen na de looptijd van de regeling. Er zal dus ook een reductie effect voor ammoniakemissies als gevolg van de het doorhalen van de fosfaatrechten op de langere termijn zijn.

De overheid zal aan een subsidie voor extensivering een aantal verplichtingen moeten verbinden om de regeling passend te maken binnen de geldende staatssteunkaders. Daarmee wordt geborgd dat daadwerkelijk sprake is van extensivering op de locatie tijdens de looptijd van de regeling.

Er zullen nog wel financiële middelen gevonden moeten worden door de overheid en de sector. Verder zal de Europese Commissie haar goedkeuring aan de regeling moeten geven.
 

Door |2025-03-28T15:47:55+01:0019 maart 2025|Agrarisch nieuws, MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorstel tijdelijke en vrijwillige extensivering melkveehouderij

Advieswijzer Auto: zakelijk of privé?

Zet ik de auto op de zaak of houd ik hem liever privé? Wat is fiscaal de beste optie? Wat zijn voor mij de belangrijkste voor- en nadelen van zakelijk rijden en wat weegt dan het zwaarst? Vragen waar veel ondernemers mee worstelen. In deze advieswijzer zetten we een aantal regels voor u op een rij, zodat u voor uzelf gemakkelijker de balans kunt opmaken.

Door |2025-03-28T09:59:12+01:0018 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Auto: zakelijk of privé?
  • Begunstigend beleid WOZ-waarde niet willekeurig toe te passen

Begunstigend beleid WOZ-waarde niet willekeurig toe te passen

Als een gemeente ten aanzien van de waardering van panden voor de WOZ een begunstigend beleid voert, mag dit niet willekeurig worden toegepast. Degenen bij wie het begunstigende beleid niet is toegepast, kunnen zich dan met succes beroepen op het gelijkheidsbeginsel.

Door |2025-03-13T08:37:32+01:0013 maart 2025|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Begunstigend beleid WOZ-waarde niet willekeurig toe te passen