FelienDeRidder

Over Felien de Ridder

Deze auteur heeft nog geen informatie verstrekt.
So far Felien de Ridder has created 1745 blog entries.
  • Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?

Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?

De Belastingdienst heeft antwoord gegeven op de vraag of een in het buitenland woonachtige ondernemer recht heeft om de ondernemersaftrek volledig af te trekken van zijn Nederlandse winst.

Ondernemersaftrek

De ondernemersaftrek bestaat uit de zelfstandigenaftrek, de aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk, de meewerkaftrek, de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid en de stakingsaftrek. Genoemde aftrekken mogen op de winst uit onderneming in de inkomstenbelasting in mindering worden gebracht. 

Buitenlands belastingplichtigen

Buitenlands belastingplichtigen worden in Nederland belast voor zover ze Nederlands inkomen genieten. Nederlands inkomen is onder meer de winst die behaald is met een vaste inrichting van de buitenlandse ondernemer in Nederland. De vraag is of de ondernemersaftrek volledig in mindering mag worden gebracht op de winst van deze vaste inrichting of dat een andere toerekening plaats moet vinden?

Wereldwinst is uitgangspunt

Voor het in Nederland te belasten deel van de winst van de buitenlandse ondernemer moet naar de letter van de wet eerst de wereldwinst worden bepaald, ofwel de gehele winst van de buitenlandse ondernemer inclusief de buiten Nederland behaalde winst. De Belastingdienst antwoordt dat op deze wereldwinst de ondernemingsaftrek en mkb-winstvrijstelling volledig in mindering wordt gebracht. De in Nederland belastbare winst is het deel van de wereldwinst na aftrek van de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling, dat valt toe te rekenen aan de Nederlandse vaste inrichting.

De ondernemersaftrek komt dus niet volledig in mindering op de winst van de vaste inrichting, maar naar evenredigheid van de winstverhouding Nederlandse winst versus totale wereldwinst.

Ook mkb-winstvrijstelling

De Belastingdienst geeft aan dat welk deel van de mkb-winstvrijstelling ten laste van de in Nederland te belasten winst kan worden gebracht op dezelfde manier moet worden bepaald als bij de ondernemersaftrek.

Let op! Dat de ondernemersaftrek en de mkb-winstvrijstelling op bovenomschreven manier dienen te worden bepaald, vloeit volgens de Belastingdienst ook voort uit een arrest van de Hoge Raad uit 2010.

Door |2026-09-30T08:07:44+02:0027 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Heeft een buitenlands belastingplichtige recht op volledige ondernemersaftrek?
  • Duurzaam overtollige liquiditeiten onderneming belast in box 3

Duurzaam overtollige liquiditeiten onderneming belast in box 3

Liquide middelen die je als ondernemer in de inkomstenbelasting in je bedrijf gebruikt, behoren tot je ondernemingsvermogen. Dit is niet het geval als deze liquide middelen duurzaam overtollig zijn.

Keuze: ondernemingsvermogen of privévermogen?

De opbrengst van de liquide middelen die tot je ondernemingsvermogen horen behoort tot de winst en wordt belast in box 1. Private liquide middelen behoren daarentegen tot het privévermogen en worden belast in box 3. Je mag in beginsel zelf kiezen of je liquide middelen in je onderneming als ondernemings- of als privévermogen aanmerkt. In bepaalde gevallen kunnen de liquide middelen echter verplicht tot het privévermogen horen. Dat is het geval als de liquide middelen duurzaam overtollig zijn in je onderneming.

Duurzaam overtollig of niet?

In een geschil dat speelde voor de rechtbank Den Haag ging het om de vraag of een deel van de als ondernemingsvermogen aangegeven liquide middelen als ‘duurzaam overtollig’ moest worden aangemerkt. De Belastingdienst vond van wel. De Belastingdienst vond dat dit deel dus niet als ondernemingsvermogen kon worden aangemerkt. De ondernemer had een bedrag van ruim € 450.000 aan liquide middelen als ondernemingsvermogen opgegeven, maar de Belastingdienst accepteerde dit maar voor een bedrag van € 165.000. Het verschil van ruim € 285.000 was duurzaam overtollig en diende in box 3 belast te worden. 

Bewijslast bij Belastingdienst

De bewijslast dat liquide middelen duurzaam overtollig zijn, ligt bij de Belastingdienst. Voor de rechtbank diende de Belastingdienst daarom de feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken dat sprake was van duurzaam overtollige liquide middelen.

Geringe omzet

De Belastingdienst voerde om te beginnen aan dat sprake was van een eenmanszaak van geringe omvang met slechts een beperkte omzet van € 6.298 in het voorgaande jaar en € 7.855 in het jaar zelf. Die omzet zou naar verwachting in de toekomst niet veel stijgen.

Investering laat op zich wachten

De Belastingdienst voegde hieraan toe dat niet aannemelijk was dat er op korte termijn extra liquide middelen nodig waren voor een investering in kantoorruimte, zoals de ondernemer beweerde. Een niet door de verkoper ondertekende koopovereenkomst voor een kavel grond was daarvoor onvoldoende. Tekenend was bovendien dat ten tijde van de procedure voor de rechtbank in 2026 de kantoorruimte nog steeds niet was gerealiseerd, zodat niet aannemelijk was dat hiervoor in 2020 liquide middelen gereserveerd dienden te worden.

Parallel met 2018

De ondernemer had in 2018 ook over de omvang van zijn ondernemingsvermogen geprocedeerd. Daarbij was toen een bedrag van € 165.000 aan ondernemingsvermogen door het gerechtshof geaccepteerd. Dit bedrag diende als dekking voor de fiscale oudedagsreserve en als reservering voor een aan te schaffen bedrijfsauto en zonnepanelen. 

Rechtbank laat correctie in stand

Uit bovenstaande feiten leidde de rechtbank af dat de Belastingdienst in de bewijslast was geslaagd dat sprake was van duurzaam overtollige liquide middelen. De Belastingdienst had daarom terecht een deel van het aangegeven ondernemingsvermogen als duurzaam overtollig aangemerkt en overgeheveld naar box 3. De correctie bleef dan ook in stand. 

Let op! Of de liquide middelen in jouw onderneming in de inkomstenbelasting duurzaam overtollig zijn of niet, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden in jouw situatie. Zorg er in ieder geval voor dat je kunt onderbouwen waarom de liquide middelen in je onderneming nodig zijn. Op die manier wordt het voor de Belastingdienst lastiger om aan de bewijslast te voldoen dat sprake is van duurzaam overtollige liquide middelen.

Door |2026-09-30T08:07:45+02:0027 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Duurzaam overtollige liquiditeiten onderneming belast in box 3

Droogtemaatregelen: verlenging uitrijdperiode mest, versoepeling GLB-voorwaarden

De minister van LVVN heeft naar aanleiding van de aanhoudende droogte een aantal maatregelen genomen voor de uitrijdperiode van dierlijke mest op grasland, het GLB en de eco-regeling.

Uitrijdperiode dierlijke mest
De uitrijdperiode voor drijfmest op grasland wordt voor alle grondsoortregio’s verlengd tot en met 15 september. Voor vaste dierlijke mest op graslandpercelen op zand- en lössgronden wordt de uitrijdperiode eveneens verlengd naar 15 september.

De minister wil hiermee voorkomen dat eind augustus nog veel mest wordt uitgereden op verdroogde grond. Volgens een advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM) brengt het uitrijden van (veel) mest op verdroogde grond risico’s op uit- en afspoeling met zich mee. Een verlenging van de uitrijdperiode voor dierlijke mest op grasland tot half september leidt volgens de CDM echter niet tot een betekenisvolle toename van de uit- en afspoeling van nitraat ten opzichte van de reguliere uitrijdperiode.

Maatregelen GLB en/of eco-regeling
De minister heeft besloten om overmacht toe te kennen voor twee conditionaliteitsvoorwaarden en een aantal subsidievoorwaarden binnen de eco-regeling. Als gevolg van de overmacht zullen deze voorwaarden, ongeacht wat er naar voren komt bij een eventuele controle, als voldaan worden beschouwd.

Voor de conditionaliteitsvoorwaarden gaat het om de goede landbouw en milieuconditie 6 (GLMC) ‘Minimale bodembedekking’ en de onderdelen daarbinnen die een minimale bodembedekking voorschrijven van 80 procent. In de zomer voor percelen die uit productie zijn gehaald en voor kleigronden de minimale periode voor de bedekking in de herfst. Ook bij de eco-activiteit ‘groene braak’ gaat het om de voorwaarde om een minimale zichtbare bedekking te hebben van 80 procent. Voor de eco-activiteit ‘onderzaai vanggewas’ gaat het eveneens om de voorwaarde voor een minimale zichtbare bedekking van 80 procent en de voorwaarde dat deze direct na de oogst van de hoofdteelt aanwezig moet zijn.

Voor de eco-activiteit ‘vroeg ras rooigewas’ wordt de uiterste rooidatum van 1 september gelijkgesteld met de huidige uiterlijke inzaaidatum van vanggewassen op zand- of lössgrond van 1 oktober.

Door |2026-08-26T18:56:25+02:0026 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Droogtemaatregelen: verlenging uitrijdperiode mest, versoepeling GLB-voorwaarden

Nieuwe openstelling SABE-regeling 2026

De Subsidiemodule Agrarische Bedrijfsadvisering en Educatie (SABE), vallend onder het nieuwe Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB), wordt jaarlijks opengesteld. Het doel is het ondersteunen van landbouwondernemers die individueel of samen hun kennis over verduurzaming van de bedrijfsvoering willen vergroten.

Openstelling 2026
De modules betreffende advies- en bedrijfsplanvouchers voor landbouwondernemers worden in de periode 7 oktober tot en met 18 november 2026 opnieuw opengesteld. Met deze vouchers kunnen agrarische ondernemers onafhankelijk advies inwinnen gericht op duurzaamheidsopgaven, kringlooplandbouw en klimaatneutrale landbouw. Met een adviesvoucher kan een landbouwer een bedrijfsspecifiek bedrijfsadvies verkrijgen op één bepaald aandachtsgebied. Met een bedrijfsplanvoucher kan een geheel bedrijfsplan worden verkregen gericht op omschakeling naar duurzame landbouw.

Budget en volgorde behandeling aanvragen
Het budget bedraagt € 4,5 miljoen voor adviesvouchers en € 2,1 miljoen voor bedrijfsplanvouchers. Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, waarbij het principe geldt ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’. Gezien de grote belangstelling in de vorige openstellingsperiodes zal een aanvraag daarom direct op de eerste dag van de openstellingsperiode ingediend moeten worden.

Door |2026-08-26T12:24:17+02:0026 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe openstelling SABE-regeling 2026

Prognose CBS: overschrijding fosfaatplafond 2026 met 1,3%

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht op basis van de gegevens van het tweede kwartaal van 2026 dat het totale fosfaatplafond van de Nederlandse veestapel (135 miljoen kg) dit jaar met 1,8 miljoen kg fosfaat (1,3%) wordt overschreden. De totale stikstofproductie ligt met 436,2 kg 0,9% lager dan het plafond van 440,0 miljoen kg stikstof.

Sectorale plafonds
De fosfaatplafonds worden overschreden door de varkenshouderij met 1,2 miljoen kg (4,3%), de melkveehouderij met 0,6 miljoen kg fosfaat (1,3%) en de overige diersoorten met 0,8 miljoen kg (5,3%). Bij de pluimveehouderij is sprake van een onderschrijding van 0,9 miljoen kg fosfaat (4,4%).

Het stikstofplafond wordt alleen in de varkenshouderij overschreden, namelijk met 3,9 miljoen kg stikstof (5,5%). In de andere sectoren is sprake van een onderschrijding: de melkveehouderij met 6 miljoen kg (2,2%), de pluimveehouderij met 1,1 miljoen kg (2,3%) en de overige diersoorten met 0,6 miljoen kg (1,1%).

Afroming varkensrechten
Gelet op de verwachte overschrijding van het sectorale mestproductieplafond in de varkenshouderij voor zowel fosfaat als stikstof, heeft de minister van LVVN besloten voorbereidingen te treffen voor de herintroductie van afroming bij overdrachten in de varkenshouderij. De definitieve besluitvorming vindt later dit jaar plaats. Daarbij wordt ook het afromingspercentage vastgesteld. Indien tot afroming wordt besloten, zal de maatregel naar verwachting begin 2027 in werking treden.

Ruweiwitgehalte melkveevoerrantsoen
Met de melkveesector is in het kader van de stikstofproblematiek afgesproken om te streven naar een verlaging van het ruweiwitgehalte (RE) in het melkveevoerrantsoen en dit gehalte in 2026 niet hoger te laten zijn dan 158 gram RE per kilogram droge stof. Volgens de CBS-prognose komt het gehalte dit jaar uit op 161 gram. De onzekerheid is echter groot, omdat de samenstelling van snijmaïs en vers gras nog niet bekend is en van krachtvoer gedeeltelijk.

Door |2026-08-26T12:24:16+02:0026 augustus 2026|Agrarisch nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Prognose CBS: overschrijding fosfaatplafond 2026 met 1,3%
  • WGA-hiaatverzekering aftrekbaar van brutoloon

WGA-hiaatverzekering aftrekbaar van brutoloon

Als een werkgever de verschuldigde premie voor een WGA-hiaatverzekering in rekening brengt bij een werknemer, dan is deze aftrekbaar van het brutoloon. Dit in tegenstelling tot een werknemer verhaalde gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). Hoe zit dat?

Premie Werkhervattingskas (Whk)

Werkgevers zijn verplicht tot het betalen van een gedifferentieerde premie Werkhervattingskas (Whk). De premie voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) is onderdeel van deze premie Whk. 

De werkgever mag maximaal 50% van de gedifferentieerde premie Whk op de werknemer verhalen. Als een werkgever dat doet, is deze verhaalde premie niet aftrekbaar van het brutoloon. Dit is expliciet zo opgenomen in de wet (artikel 11c van de Wet op de loonbelasting). De werknemer betaalt deze verhaalde premie dus uit zijn nettoloon.

Premie WGA-hiaatverzekering

De WGA-uitkering is over het algemeen onvoldoende om de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid te dekken. Om die reden is in veel cao’s de verplichting opgenomen voor werkgevers om aan hun werknemers een WGA-hiaatverzekering aan te bieden. Deze verzekering voorziet in een aanvulling op de WGA-uitkering.

Als de werkgever (een deel van) de premie voor de WGA-hiaatverzekering op de werknemer verhaalt, is deze verhaalde premie wel aftrekbaar van het brutoloon. Deze verhaalde premie is namelijk niet expliciet in de wet uitgezonderd van aftrek. De werknemer betaalt deze dus niet uit zijn nettoloon maar uit zijn brutoloon. De Belastingdienst heeft dit bevestigd.

Door |2026-09-30T08:07:46+02:0026 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor WGA-hiaatverzekering aftrekbaar van brutoloon
  • Toch dwangsom bij werkelijke schade toeslagen?

Toch dwangsom bij werkelijke schade toeslagen?

De Raad van State besliste op 3 juni 2026 dat de Dienst Toeslagen tot 3 juni 2027 geen dwangsommen hoeft te betalen als ze niet of te laat beslissen op verzoeken om vergoeding van de werkelijke schade in de toeslagenaffaire. Rechtbank Midden-Nederland en rechtbank Gelderland gaan hier niet in mee en leggen toch dwangsommen op, maar gevenwel een langere beslistermijn.

Compensatie werkelijke schade

Bij de compensatie van gedupeerden van de toeslagenaffaire werd in beginsel uitgegaan van standaard berekeningen en bedragen. Kan je aantonen dat jouw werkelijke schade groter was, dan kun je de Commissie Werkelijke Schade laten beoordelen of je recht hebt op meer compensatie. De Dienst Toeslagen neemt hierover een besluit na een wettelijk verplicht advies van deze commissie.

Raad van State: bij niet tijdig beslissen geen dwangsom

Bij het niet tijdig nemen van een besluit op een verzoek om vergoeding van de werkelijke schade, kunnen in principe dwangsommen worden opgelegd. De Raad van State besliste hierover op 3 juni 2026 dat de normale wettelijke termijn geldt. Ofwel de Dienst Toeslagen moet alsnog een besluit nemen binnen twee weken nadat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is verzonden. Wanneer deze termijn wordt overschreden hoeft er van de Raad van State tot 3 juni 2027 echter geen dwangsom betaald te worden. 

Reden hiervoor is dat de dwangsom er niet toe leidt dat de Dienst Toeslagen eerder op het verzoek om vergoeding van de werkelijke schade gaat beslissen. De besluitvorming van de Dienst Toeslagen hierover is namelijk volledig vastgelopen en de capaciteit om dit te veranderen schiet enorm tekort, aldus de afdeling bestuursrechtspraak.

Rechtbanken Midden-Nederland en Gelderland: wel een dwangsom

Rechtbank Midden-Nederland wijkt op 27 juli 2026 in drie uitspraken hiervan af en legt toch dwangsommen op aan de Dienst Toeslagen. Hoewel de rechtbank de problemen bij de Dienst Toeslagen herkent, oordeelt de rechtbank dat de wet aan de rechter geen mogelijkheid geeft om geen dwangsom op te leggen in een procedure over niet tijdig beslissen.

Rechtbank Midden-Nederland houdt daarbij wel een langere beslistermijn aan dan de Raad van State. De Dienst Toeslagen krijgt in deze drie zaken van de rechtbank een beslistermijn van 66 weken na het verstrijken van de wettelijke beslistermijn van 52 weken. Haalt de Dienst Toeslagen deze termijn niet, dan is de dwangsom € 50 per dag met een maximum van totaal € 15.000.

Let op! In casu betekent dit in de drie zaken die bij rechtbank Midden-Nederland dat de uiterste beslistermijn van de Dienst Toeslagen voordat de dwangsom gaat lopen 6 juli 2027, 15 juli 2027 en 3 augustus 2027 is. Al met al gaat de dwangsom dus in deze drie zaken niet eerder lopen dan 3 juni 2027, de datum waarop de dwangsomloze periode van de Raad van State eindig

Let op!Tegen de uitspraken van rechtbank Midden-Nederland is inmiddels hoger beroep ingesteld. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelt op 16 september 2026 het hoger beroep van de Dienst Toeslagen tegen één van de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland.

Let op!Op 27 augustus 2026 volgde rechtbank Gelderland en op 14 september 2026 volgde rechtbank Amsterdam de beslissing van rechtbank Midden-Nederland en weken daarmee ook af van de Raad van State. Rechtbank Amsterdam bepaalde de dwangsom echter niet op € 50 per dag maar op € 100 per dag met een maximum van totaal € 15.000.

Door |2026-09-30T08:07:47+02:0025 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Toch dwangsom bij werkelijke schade toeslagen?
  • Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027

Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027

Betaal je naast loon ook een uitkering aan een werknemer? Houd er dan rekening mee dat je vanaf 2027 geen arbeidskorting meer mag berekenen over die uitkering.

Arbeidskorting

De arbeidskorting is een korting op de te betalen belasting waarop iemand recht heeft als hij werkt. De hoogte van de korting is onder meer afhankelijk van de hoogte van het arbeidsinkomen en bedraagt in 2026 maximaal € 5.685.

Arbeidskorting op uitkering

In bepaalde situaties ontvangt een werknemer behalve loon ook een uitkering. Deze kan rechtstreeks door het UWV betaald worden of via de werkgever.

Het UWV kan op de belasting die geheven wordt over de uitkering geen arbeidskorting inhouden omdat de arbeidskorting alleen geldt als iemand werkt. Werkgevers kunnen op de belasting over de uitkering, onder voorwaarden, wel arbeidskorting inhouden. Op 15 november 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit verschil in behandeling in strijd is met het discriminatieverbod.

Tot en met 2026

Vanwege het discriminatieverbod is vorig jaar al besloten dat 2026 het laatste jaar is waarin een werkgever een arbeidskorting kan inhouden op de belasting over een uitkering. Vanaf 2027 mag dat dus niet meer.

Let op! Deze aanpassing treft ongeveer 11.000 werknemers die een van de volgende uitkeringen via hun werkgever krijgen uitgekeerd: WAO, WAZ, Wajong, WIA, ZW die is ingegaan voordat de werknemer bij je in dienst kwam, WAMIL en WW bij onwerkbaar weer en vanwege werktijdverkorting.

Lager nettoloon

Door het niet meer toepassen van de arbeidskorting wordt het nettoloon van de werknemer waarschijnlijk lager. Hoeveel lager is afhankelijk van de hoogte van het loon en de uitkering. De extra belasting die een werkgever moet gaan inhouden door het niet meer toepassen van de arbeidskorting kan oplopen tot maximaal 31% van de bruto-uitkering.

Let op! Dit geldt alleen voor werknemers die de uitkering via hun werkgever krijgen uitbetaald. Voor werknemers die de uitkering van het UWV ontvangen, verandert er vanaf 2027 niets.

Tip! De Belastingdienst geeft in de Nieuwsbrief Loonheffingen 2027, uitgave 1, 19 augustus 2026, meer uitleg over het niet meer toepassen van de arbeidskorting. Hierin zijn een stappenplan voor 2026 en 2027 en diverse voorbeelden opgenomen.

Door |2026-09-30T08:07:48+02:0025 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Geen arbeidskorting over uitkering vanaf 2027
  • Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?

De behandelingen van een schoonheidsspecialist zijn in principe met btw belast. De Belastingdienst heeft echter aangegeven dat in uitzonderingssituaties bepaalde behandelingen zonder btw verricht kunnen worden.

Behandelingen

Aan de Belastingdienst is gevraagd of een schoonheidsspecialist op de volgende behandelingen de medische btw-vrijstelling kan toepassen:

  1. Het ontharen met laserapparatuur of IPL bij hirsutisme (= overmatige haargroei bij vrouwen volgens een mannelijk beharingspatroon)
  2. Het behandelen van acné
  3. Camouflagebehandeling/permanente make-up

De Belastingdienst heeft geantwoord dat deze behandelingen door de schoonheidsspecialist in principe niet onder de medische btw-vrijstelling vallen. Alleen onder strikte voorwaarden kan dit wel.

Therapeutisch doel

Voor de medische btw-vrijstelling moet allereerst het therapeutische doel van de behandeling aantoonbaar vaststaan. De behandeling mag dus niet alleen een cosmetisch doel hebben, maar moet aantoonbaar therapeutisch van aard zijn.

Het is onvoldoende dat bijvoorbeeld een aandoening als hirsutisme een psychosociale impact kan hebben of dat acné kan leiden tot chronische en/of terugkerende ontstekingen en infecties. Het therapeutische doel moet objectief aangetoond worden aan de hand van een medische diagnose.

Let op! De schoonheidsspecialist mag dit therapeutische doel niet zelf vaststellen. Dit moet blijken uit bijvoorbeeld een diagnose door een BIG-geregistreerde medicus. De diagnose moet de schoonheidsspecialist in de administratie vastleggen.

Tip! De Belastingdienst heeft aangegeven dat het therapeutische doel kan worden aangenomen als een tepel en tepelhof met permanente make-up worden gereconstrueerd na een borstverwijdering.

Kwaliteitsniveau vergelijkbaar met BIG-medicus

Als het therapeutische doel aantoonbaar vaststaat, is de medische btw-vrijstelling alleen van toepassing als de behandeling van de schoonheidsspecialist qua kwaliteitsniveau vergelijkbaar is met een BIG-geregistreerde medicus.

De schoonheidsspecialist moet daarvoor aantonen dat hij/zij minimaal beschikt over een afgeronde gezondheidskundige beroepsopleiding gecombineerd met relevante kennis en ervaring.

Let op! Voornoemde behandelingen zouden vergelijkbaar kunnen zijn met de behandelingen van een Wet-BIG huidtherapeut.

De Belastingdienst zal van geval tot geval beoordelen of sprake is van een gelijkwaardig kwaliteitsniveau. Van belang daarbij zijn de diploma’s en certificaten en het aantal jaren kennis en ervaring van de schoonheidsspecialist.

Door |2026-09-30T08:07:50+02:0024 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Kan een schoonheidsspecialist de medische btw-vrijstelling toepassen?
  • Bij welke bv moet je gebruikelijk loon genieten?

Bij welke bv moet je gebruikelijk loon genieten?

Heb je een holding en een werk-bv, dan is het afhankelijk van de feiten en omstandigheden bij welke bv’s je gebruikelijk loon zou moeten genieten. De Belastingdienst heeft twee situaties nader toegelicht.

Dienstbetrekking bij de holding

Ben je in dienstbetrekking bij de holding, dan moet de holding jou een gebruikelijk loon betalen. Het gebruikelijk loon moet in 2026 vastgesteld worden op het hoogste bedrag van een van de volgende bedragen:

  • het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, of
  • het loon van de meest verdienende werknemer in je bv of de verbonden bv’s, of
  • € 58.000.

Let op! Kun je aannemelijk maken dat het berekende gebruikelijk loon hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking? Dan mag je het gebruikelijk loon vaststellen op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Reële managementovereenkomst met de werk-bv

Heeft de holding een managementovereenkomst gesloten met de werk-bv? En verricht jij op basis van die managementovereenkomst werkzaamheden bij de werk-bv? Als de managementovereenkomst een reële overeenkomst is, dan ben jij niet in dienstbetrekking bij de werk-bv. De vergoeding die de werk-bv betaalt aan de holding vormt dan ook geen (doorbetaald) loon voor jou.

Let op! Voor de beoordeling van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking in de holding moet je wel de voor de werk-bv verrichte werkzaamheden meenemen.

Niet-reële managementovereenkomst met de werk-bv

Verricht je werkzaamheden voor de werk-bv. en is de managementovereenkomst geen reële overeenkomst, dan ben jij waarschijnlijk wel in dienstbetrekking bij de werk-bv. De Belastingdienst heeft aangegeven dat in zo’n geval de vergoeding die de werk-bv betaalt, het uitgangspunt vormt voor het vaststellen van het loon in de werk-bv.

Let op! Waarschijnlijk kan in deze situatie de doorbetaaldloonregeling worden toegepast. De doorbetaaldloonregeling betekent dat je dan geen loon hoeft te genieten uit de werk-bv, maar alleen uit de holding. De hoogte van het loon bij de holding wordt bepaald door de gebruikelijkloonregeling.

Wanneer reëel?

Helaas geeft de Belastingdienst in de twee casussen geen inzicht in wanneer de Belastingdienst de managementovereenkomst reëel vindt en wanneer niet. In grote lijnen gaat het erom dat jijzelf niet rechtstreeks gebonden wordt maar dat de afspraken gelden tussen de holding en de werk-bv. Als jij zelf wel rechtstreeks gebonden wordt, zou dat een indicatie kunnen zijn dat de managementovereenkomst niet reëel is.

Let op! Overleg met onze adviseurs hoe het risico op een niet-reële managementovereenkomst verkleind kan worden.

Streef naar een reële managementovereenkomst. Een niet-reële managementovereenkomst met als gevolg een dienstbetrekking bij de werkmaatschappij kan tot (ongewenste) verzekeringsplicht en premieplicht voor de werknemersverzekeringen leiden. De doorbetaaldloonregeling geldt in zo’n geval meestal niet voor de werknemersverzekeringen.

Door |2026-09-30T08:07:51+02:0024 augustus 2026|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor Bij welke bv moet je gebruikelijk loon genieten?