woning

Uitzendregeling: wie mogen wel in jouw woning wonen?

Als je tijdelijk niet in jouw eigen woning woont, blijft jouw aftrek hypotheekrente in stand als je gebruik kunt maken van de uitzendregeling. Hiervoor geldt, buiten de wet om, een goedkeuring. Deze goedkeuring wordt nu in de wet opgenomen. Daarnaast vindt er een uitbreiding van de goedkeuring plaats.

Uitzendregeling

Bedrijfspand

De uitzendregeling is van toepassing als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Je of jouw fiscale partner is al minimaal één jaar eigenaar van de woning. Deze woning vormt ook al minimaal één jaar jouw hoofdverblijf op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen in verband met een uitzending of overplaatsing.
  • Na afloop van de uitzending of overplaatsing gaat je weer in de woning wonen.
  • Je gaat tijdens de uitzending of overplaatsing niet in een andere eigen woning als hoofdverblijf wonen.
  • Er mogen in principe geen anderen in jouw woning wonen in de periode dat je elders woont.

Let op! Om gebruik te kunnen maken van de uitzendregeling, moet je een verzoek doen om deze toe te passen.

Personen die wel in uw woning mogen wonen

Buiten de wet om is goedgekeurd dat bepaalde personen toch in jouw woning mogen wonen, zonder dat dit in de weg staat aan toepassing van de uitzendregeling. Voorwaarde is dat zij geen huur of een andere vergoeding aan je betalen. Het gaat om de volgende personen:

  • De kinderen van jou, jouw fiscale partner of een persoon die direct voorafgaand aan jouw uitzending of overplaatsing uw fiscale partner is.
  • Uw fiscale partner of een persoon die door jouw uitzending of overplaatsing niet meer kwalificeert als jouw fiscale partner.
  • Personen die al minimaal één jaar tot jouw huishouden horen op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen (bijvoorbeeld een hulpbehoevende ouder).

Opname in wet en uitbreiding

De goedkeuring dat deze personen toch in uw woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling, wordt opgenomen in de wet. Daarbij vindt een uitbreiding van de goedkeuring plaats. Naast kinderen, wordt in de wet opgenomen dat ook andere bloed- en aanverwanten in de rechte neergaande lijn in de woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook jouw kleinkind of achterkleinkind in jouw woning kan wonen tijdens jouw uitzending.

Fiscale verzamelwet 2026

De aanpassingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026, welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De aanpassingen zijn daarom nog niet definitief.

Door |2025-05-12T22:47:27+02:0012 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitzendregeling: wie mogen wel in jouw woning wonen?

Houd uitgaven zakelijk en privé goed gescheiden

Als ondernemer in de inkomstenbelasting, maar ook als dga van een bv, kunnen zakelijk en privé nogal eens door elkaar lopen. Het is echter van belang deze zaken goed te scheiden, anders kunt u zomaar met naheffingen, navorderingen en boetes geconfronteerd worden.

Kantoor naast woning dga

Rekenen

In een zaak bij rechtbank Zeeland-West-Brabant handelde het om een bv die met een kantoor gevestigd was naast de woning van de dga. De dga had een hovenier opdracht gegeven de tuin aan te leggen, alsmede parkeerplaatsen inclusief bestrating. De werkzaamheden hadden zowel betrekking op de kantoorruimte als op de woning.

Zakelijk en privé gebruikt

Bij een boekencontrole bleek dat twee van de zes facturen op naam van de bv waren gezet voor in totaal ruim € 5.600. Volgens de inspecteur was echter voor een bedrag van € 2.698 ten onrechte de btw verrekend, aangezien het voor dit deel om privéuitgaven van de dga handelde. Dit leverde een naheffing met boete op, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Bedrijfsmatig gebruikt?

Voor de rechtbank stond de vraag centraal of de geleverde diensten van de hovenier zakelijk werden gebruikt en of de bv als afnemer van deze diensten kon worden aangemerkt. Volgens de rechtbank was dit niet het geval. Zo was de offerte gericht aan en ondertekend door de dga. Bovendien bleken zowel het kantoor als de woning eigendom te zijn van de dga. Dat twee van de zes facturen aan de bv waren gericht, maakte nog niet dat er een rechtsbetrekking tussen de hovenier en de bv bestond. Van belang was ook dat een deel van de diensten tevens privé werd gebruikt, zoals de aanleg van de parkeerplaatsen. Tenslotte speelde een rol dat een specificatie van de zakelijke en privéwerkzaamheden ontbrak en dat hierover tussen de dga en de bv ook geen afspraken waren gemaakt.

De rechtbank liet de naheffing inclusief boete dan ook in stand.

Door |2025-02-20T16:19:02+01:0020 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Houd uitgaven zakelijk en privé goed gescheiden

Wijzigingen toepassing 9% btw bij schilderen en stukadoren

Eind 2024 is een nieuw besluit over onder meer de toepassing van het 9% btw-tarief gepubliceerd. Dit besluit bevat twee wijzigingen voor de toepassing van het 9% btw-tarief bij schilderen en stukadoren van woningen.

9% btw schilderen en stukadoren

Bouw

Het schilderen en stukadoren van oudere woningen is belast met 9% btw in plaats van 21% btw. Het gaat daarbij om woningen die twee jaar of ouder zijn na het tijdstip van de eerste ingebruikname.

Tip! Bij controle of het 9% btw-tarief terecht is toegepast, kijkt de Belastingdienst onder meer naar de gegevens uit de BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) en de BRP (Basisregistratie Personen).

Deel woning/deel bedrijfspand tot 1 juli 2025

In het oude besluit was goedgekeurd dat panden die deels als woning en deels als bedrijfspand gebruikt worden, geheel worden aangemerkt als woning als het pand voor meer dan 50% wordt gebruikt voor particuliere bewoning. Als het pand twee jaar of ouder is, kan dan voor het schilderen en stukadoren van het gehele pand het 9% btw-tarief worden toegepast. Deze goedkeuring uit het oude besluit is in het nieuwe besluit vervallen, maar kan tot 1 juli 2025 nog worden toegepast.

Deel woning/deel bedrijfspand vanaf 1 juli 2025

Vanaf 1 juli 2025 is dat dus niet meer toegestaan. Vanaf die datum mag het 9% btw-tarief alleen nog worden toegepast voor het deel van het pand dat voor particuliere bewoning wordt gebruikt. Voor het schilderen en stukadoren van het andere deel geldt het 21% btw-tarief. Er moet dus een splitsing plaatsvinden.

Let op! Deze splitsing moet tot 1 juli 2025 ook al worden gemaakt als het pand voor 50% of minder gebruikt wordt voor particuliere bewoning.

Gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen

Bij het schilderen en stukadoren van gemeenschappelijk ruimten en voorzieningen in appartementsgebouwen, verzorgingstehuizen/aanleunwoningen, verpleeg- en verzorgingsinstellingen en dergelijke kan ook het 9% btw-tarief toegepast worden als dat voor de woongedeelten ook het geval is. Bij gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen moet u denken aan de hal, het trappenhuis, de lift, de eetzaal, de recreatieruimte en dergelijke.

In het nieuwe besluit is toegevoegd dat een splitsing moet plaatsvinden als de gemeenschappelijke ruimten en voorzieningen behalve voor particuliere bewoning ook voor andere doeleinden wordt gebruikt. De splitsing moet dan plaatsvinden op basis van het deel van het gebouw bestemd voor particuliere bewoningen en het deel bestemd voor andere doeleinden. Bij andere doeleinden moet u bijvoorbeeld denken aan bedrijfsdoeleinden.

Op het aldus berekende deel dat voor andere doeleinden bestemd is, kan het 9% btw-tarief niet worden toegepast.

Door |2025-01-22T11:33:38+01:0022 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wijzigingen toepassing 9% btw bij schilderen en stukadoren

Bedrag grens startersvrijstelling overdrachtsbelasting 2025 en 2026

Starters op de woningmarkt van 18 tot 35 jaar oud kunnen bij aankoop van een eigen woning onder voorwaarden een beroep doen op de startersvrijstelling overdrachtsbelasting. Voor 2025 is de maximale waarde van de woning verhoogd van € 510.000 (2024) naar € 525.000.

Voorwaarden

Bouw

Behalve de maximale waarde van de woning, de woningwaardegrens en de leeftijd van de koper(s) gelden nog meer voorwaarden. Zo moet de koper onder meer de woning zelf voor langere tijd gaan bewonen en dit ook verklaren bij de notaris.

Let op! Een koper kan maar één keer een beroep doen op de startersvrijstelling.

Woningwaardegrens

De woningwaardegrens wordt elk jaar opnieuw vastgesteld en is over het algemeen een jaar van tevoren al bekend. Koop je in 2025 een woning, dan kun je uitgaan van een woningwaardegrens van € 525.000. Ook voor 2026 is de woningwaardegrens al bekend, deze bedraagt € 555.000.

Let op! Voor toepassing van de vrijstelling is de datum van levering van de woning bij de notaris bepalend. Kocht je in 2024 een woning die pas in 2025 door de notaris geleverd wordt, dan geldt een woningwaardegrens van € 525.000 en dus niet van € 510.000 (de grens in 2024).

Door |2025-01-17T08:58:44+01:0017 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Bedrag grens startersvrijstelling overdrachtsbelasting 2025 en 2026

Wanneer eindigt de kamerverhuurvrijstelling?

Als de kamerverhuurvrijstelling van toepassing is, betaal je in box 1 geen belasting over jouw huuropbrengsten. Vraag is vanaf wanneer de kamerverhuurvrijstelling niet meer van toepassing is, als in een jaar de maximale huurgrens wordt overschreden.

Kamerverhuurvrijstelling

Bedrijfspand

Als je een kamer in jouw eigen woning verhuurt, bijvoorbeeld aan een student, kun je onder voorwaarden gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling. Je betaalt dan geen belasting over de ontvangen huur. Daarnaast heeft de kamerverhuur bij toepassing van de kamerverhuurvrijstelling geen invloed op jouw recht op hypotheekrenteaftrek.

Voorwaarden

Je kunt alleen gebruikmaken van de kamerverhuurvrijstelling als de kamer die je verhuurt onderdeel is van jouw eigen woning. Het mag geen zelfstandige woning zijn. Jij en de huurder moeten ook gedurende de verhuur ingeschreven staan op het adres van de woning.

Verder mogen de totale huuropbrengsten in 2024 niet meer bedragen dan € 5.998. Dit betreft niet alleen de kale huur, maar alle vergoedingen die de huurder aan u betaalt die betrekking hebben op de huur, zoals voor energiekosten.

Let op! Verhuurde je in 2023 ook al een kamer, dan gelden voor dat jaar dezelfde voorwaarden. Alleen het bedrag van maximale de totale huuropbrengsten bedroeg in 2023 geen € 5.998 maar € 5.881.

Niet voldoen aan voorwaarden?

Voldoet je niet aan de voorwaarden, dan verhuist de kamerverhuur naar box 3. Of je in box 3 daarover belasting betaalt, is afhankelijk van jouw overige bezittingen en schulden in box 3. Het betekent ook dat je de hypotheekrente die betrekking heeft op de verhuurde kamer niet meer in box 1 in aftrek kunt brengen.
Vanaf wanneer voldoe je niet meer aan de voorwaarden?

Als ke in een jaar de maximale huuropbrengstengrens overschrijdt, geldt de kamerverhuurvrijstelling al niet meer vanaf het begin van het jaar.

Voorbeeld
Stel je verhuurt vanaf 1 oktober 2023 een kamer in jouw woning voor € 700 per maand. De totale huuropbrengsten bedragen in 2023 € 2.100. Daarmee blijf je onder de grens van € 5.881. Je kunt de kamerverhuurvrijstelling daarom in 2023 toepassen. Loopt de huur in heel 2024 door, dan overschrijd je na ontvangst van de huur over september 2024 de grens van € 5.998. De kamerverhuurvrijstelling is dan vanaf 1 januari 2024 niet meer van toepassing.

Door |2024-08-21T11:24:05+02:0021 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wanneer eindigt de kamerverhuurvrijstelling?

Belastingplannen 2025: wat staat er al op stapel?

Het Regeerakkoord is nog niet gepubliceerd, maar volgende maand is het al wel weer Prinsjesdag. Op die dag worden onder meer de nieuwe belastingplannen voor volgend jaar gepresenteerd. Wat staat er al op stapel voor 2025, uitgaande van het Hoofdlijnenakkoord en de publicatie van een internetconsultatie?

1. Meer wijzigingen bedrijfsopvolgingsregelingen

Binnenhof

Eind 2023 is al een flink aantal wijzigingen in de bedrijfsopvolgingsregelingen (BOR in de schenk- en erfbelasting en doorschuifregeling en de DSR in de inkomstenbelasting) door de Tweede en Eerste Kamer aangenomen die met ingang van 2025 ingaan. Zo wijzigt de vrijstelling van de BOR naar 100% tot € 1.500.000 (in 2024 nog € 1.325.253) en 75% daarboven (in 2024 nog 83%). Verder moet voor toepassing van de BOR en de DSR van aandelen de verkrijger minimaal 21 jaar oud zijn en vervalt de dienstbetrekkingseis in de DSR van aandelen. Ook mag vanaf 2025 niet langer 5% van het beleggingsvermogen als ondernemingsvermogen meetellen voor de vrijstelling van de BOR en kunnen bedrijfsmiddelen met een waarde vanaf € 100.000 die ook voor andere dan zakelijke doeleinden worden gebruikt (bijvoorbeeld voor privé) niet altijd meer geheel tot het ondernemingsvermogen worden gerekend.

In een internetconsultatie zijn nog meer wijzigingen aangekondigd. Zo is voorgesteld om vanaf 1 januari 2025 de verplichte voortzettingstermijn te verkorten van vijf naar drie jaar. Als dit voorstel wordt aangenomen, betekent dit dat voor verkrijgingen die zich voordoen vóór 1 januari 2025 een voortzettingstermijn blijft gelden van vijf jaar, terwijl voor verkrijgingen vanaf 1 januari 2025 dan een voortzettingstermijn van drie jaar geldt.

2. Opheffen handhavingsmoratorium zzp’er

Al veel langer aangekondigd en onlangs nog bevestigd: met ingang van 1 januari 2025 wordt het handhavingsmoratorium opgeheven en gaat de Belastingdienst handhaven op het gebied van de zzp’er die mogelijk bij u in dienstbetrekking is. In het Hoofdlijnenakkoord is ook opgenomen dat de wetsbehandeling van de Wet verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR) en de Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten (WTTA) gewoon wordt voortgezet. Invoering van de VBAR vindt waarschijnlijk niet plaats vóór 2026, maar handhaving vanaf 1 januari 2025 kan plaatsvinden aan de hand van de huidige wettelijke bepalingen en rechtspraak.

3. Verlaging mkb-winstvrijstelling

Al bekend was dat de mkb-winstvrijstelling wordt verlaagd van 13,31% in 2024 naar 12,7% in 2025. In de Voorjaarsnota 2024 was door het toenmalige kabinet nog een verdere verlaging aangekondigd naar 12,03%. In het Hoofdlijnenakkoord is echter opgenomen dat die verdere verlaging niet doorgaat. Desondanks betekent dit toch nog een verlaging van de vrijstelling met ruim 4,5%, waardoor ondernemers van wie de winst belast wordt in de inkomstenbelasting, meer belasting over dezelfde winst gaan betalen.

4. Verlaging tarief box 2

Box 2 kent per 1 januari 2024 twee tarieven. Een tarief van 24,5% over de eerste € 67.000 (bij fiscale partners € 134.000) aan inkomen in box 2 en een tarief van 33% over het meerdere. Volgens het Hoofdlijnenakkoord (budgettaire bijlage) wordt dit tweede tarief over het meerdere per 2025 verlaagd naar 31%. In 2023 kende box 2 nog één tarief van 26,9%.

5. Verlaging tarief box 3?

De belastingheffing over uw vermogen bedraagt nu nog 36% over een forfaitair bepaald rendement. De forse verhoging per 2024 van 32 naar 36% wordt per 2025 deels teruggedraaid. Onduidelijk is nog hoeveel lager het nieuwe tarief zal worden vastgesteld.

Let op! In het Hoofdlijnenakkoord was voor het lagere tarief € 100 miljoen gereserveerd. Het is nog niet duidelijk of de budgettaire gevolgen van de box 3-arresten van de Hoge Raad van 6 juni 2024 mogelijk tot een andere beslissing leiden.

6. Toch geen afschaffing inkoopfaciliteit

In het Hoofdlijnenakkoord is aangekondigd dat het eind 2023 aangenomen voorstel om vanaf 2025 de inkoopfaciliteit van eigen aandelen in de dividendbelasting af te schaffen, niet doorgaat.

7. Minder giftenaftrek

De giftenaftrek in de inkomstenbelasting vanaf 2025 wordt beperkt, zo is opgenomen in het Hoofdlijnenakkoord, evenals de giftenaftrek in de vennootschapsbelasting en het geven vanuit de vennootschap.

8. Eigen woning

Wat betreft de eigen woning is in het Hoofdlijnenakkoord aangekondigd dat de fiscale positie niet wijzigt. U blijft dus (voorlopig) nog recht houden op hypotheekrenteaftrek. Wel wil het kabinet de onroerendezaakbelasting maximeren. Daarnaast is een belasting op onbebouwde grond met een woonfunctie aangekondigd.

Let op! De meeste plannen moeten nog nader worden uitgewerkt, in wetsvoorstellen worden opgenomen en daarna nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Wij houden u op de hoogte over de ontwikkelingen wat betreft deze plannen.

Door |2024-08-14T09:32:59+02:0014 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Belastingplannen 2025: wat staat er al op stapel?

Wet betaalbare huur vanaf 1 juli 2024 van kracht

Huurders kunnen vanaf 1 juli van dit jaar een beroep doen op de Wet betaalbare huur. Door deze wet wordt de huur van een woning meer in overeenstemming gebracht met de kwaliteit van de betreffende woning. Gemeenten krijgen de opdracht zich tot 1 januari 2025 voor te breiden op de handhaving van de wet en kunnen na die tijd boetes opleggen.

Meer gereguleerde huur

Woning

Door de wet komen woningen tot 186 punten volgens het Woningwaarderingsstelsel onder de gereguleerde huur te vallen. Dit betekent dat zo’n 130.000 woningen extra hier weer onder komen te vallen. Deze woningen mogen maximaal € 1.157,95 aan huur per maand gaan kosten.

Woningwaarderingsstelsel

Met behulp van het Woningwaarderingsstelsel kan de huur van een woning worden berekend op basis van het aantal punten. Zo is onder meer het Energielabel van een woning bepalend voor een aantal punten. Op die manier kan dus voor een energiezuinige woning meer huur worden gevraagd.

Huurverlaging

Door de wet zal voor zo’n 300.000 woningen minder huur betaald hoeven te worden. De verlaging zal gemiddeld zo’n € 190 per maand bedragen.

Maximale huurprijs

Bij nieuwe huurcontracten vanaf 1 juli 2024 moeten verhuurders zich aan de maximumhuurprijs houden. Bij woningen tot en met 143 punten moet in bepaalde gevallen de huur direct of uiterlijk na een jaar worden verlaagd, als deze niet overeenkomt met het aantal punten. Dit geldt ook voor particuliere verhuurders en voor studentenkamers.

Door |2024-07-11T10:35:24+02:0011 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wet betaalbare huur vanaf 1 juli 2024 van kracht

Verdeel je de hypotheekrenteaftrek over jezelf en jouw partner?

Ben je eigenaar van een woning waarop hypotheek rust en heb je een fiscale partner, dan kun je de aftrek van de hypotheekrente onderling verdelen. Blijkt die verdeling achteraf niet optimaal te zijn geweest, dan kun je die nog herzien. Maar tot wanneer?

Aftrek hypotheekrente

Woning

De rente die je op een hypothecaire lening betaalt, kan onder voorwaarden maximaal 30 jaar worden afgetrokken. De aftrek is de laatste jaren wel beperkt en nu nog slechts mogelijk tegen het tarief van de eerste schijf, in 2024 36,97%.

Verdeling herzien

Voor het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden kwam de vraag aan de orde of de verdeling van de aftrek van de hypotheekrente tussen partners na indiening van de aangifte nog kan worden herzien. Bij een positief antwoord was de vraag hoe lang dit mogelijk is.

Definitief

Het Hof kwam tot de conclusie dat de verdeling van de aftrek tussen partners nog kan worden herzien zo lang de aanslag of naheffingsaanslag van beide partners nog niet definitief vaststaat. In de betreffende situatie hadden een belastingplichtige en zijn partner in eerste instantie bijna € 13.000 aan hypotheekrente in aftrek gebracht, maar een half jaar na vaststelling van de aanslag de aftrek in een herziene aangifte teruggebracht naar bijna € 5.000.

Navorderingen

De herziening leverde twee navorderingsaanslagen op, waarbij de inspecteur vasthield aan de oorspronkelijke verdeling van de aftrek tussen de partners onderling. Volgens het Hof is dit niet correct en kan voor een andere verdeling worden gekozen zo lang de aanslagen of navorderingsaanslagen nog niet definitief vaststaan. Nu dit nog niet het geval was, kon nog voor een andere verdeling worden gekozen en werd de Belastingdienst in het ongelijk gesteld.

Aftrek bij hoogste inkomen?

Bij partners die met hun inkomen in een andere tariefgroep vallen, is aftrek bij de partner die in de hoogste tariefgroep valt overigens meestal niet voordelig. Dit vanwege het feit dat de aftrek van hypotheekrente in 2024 beperkt is tot maximaal 36,97%, maar dit niet geldt voor de bijtelling van het eigenwoningforfait én de aftrek bij de partner met de laagste tariefgroep bovendien leidt tot een hogere heffingskorting.

Tip! Herzie jouw aangiftes uit het verleden indien dit voordeliger is, zo lang dit nog kan. 

Door |2024-04-23T16:07:17+02:0023 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Verdeel je de hypotheekrenteaftrek over jezelf en jouw partner?

Zijn zonnepanelen zelfstandig bedrijfsmiddel?

Als je als ondernemer investeert in zonnepanelen, kun je hierop afschrijven. Maar kun je op de zonnepanelen afschrijven als zelfstandig bedrijfsmiddel, of als onderdeel van het gebouw waarop ze geplaatst zijn? Welke factoren zijn daarvoor van belang?

Zelfstandig of niet?
Of zonnepanelen als zelfstandig bedrijfsmiddel zijn aan te merken, is volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant afhankelijk van het antwoord op de vraag of de zonnepanelen naar de opvattingen die leven in de maatschappij onderdeel uitmaken van de woning. Hierbij moeten alle omstandigheden van het geval in ogenschouw genomen worden. De rechtbank leidt dit af uit een arrest van de Hoge Raad. In de zaak die onlangs speelde had een woningcorporatie op door haar verhuurde woningen zonnepanelen laten plaatsen. De woningcorporatie wilde op de zonnepanelen zelfstandig afschrijven, maar hier ging de Belastingdienst niet mee akkoord.

Zonnepanelen zijn onderdeel van woning
Volgens de rechtbank zijn de zonnepanelen geen zelfstandig bedrijfsmiddel maar maken ze onderdeel uit van de woningen. De rechtbank overwoog dat de zonnepanelen gemonteerd zijn op de daken, maar zonder schade op andere daken kunnen worden gelegd. De zonnepaneleninstallatie is gekoppeld aan de stroomvoorziening van die woningen en voor het laten functioneren ervan zijn er aanpassingen nodig aan de elektrotechnische installatie van de woning. Daarnaast kwam de met de zonnepanelen opgewekte stroom ten goede aan de huurder van de woning. Op grond hiervan maken de zonnepanelen volgens de rechtbank naar de opvattingen die leven in de maatschappij deel uit van de woningen.

Geen werktuig
Werktuigen kunnen wel als zelfstandig bedrijfsmiddel worden aangemerkt. De rechtbank oordeelt echter dat de zonnepanelen ook niet als werktuig kunnen worden aangemerkt en dus deel uitmaken van de woningen. Om voor de werktuigenvrijstelling in aanmerking te komen, moet er met betrekking tot de werktuigen in hoofdzaak sprake zijn van dienstbaarheid aan het (productie)proces dat in het gebouw plaatsvindt. Een werktuig dat een gebouw slechts beter geschikt maakt voor gebruik, valt niet onder de vrijstelling.

Let op!
Het is nog niet bekend of tegen de uitspraak nog hoger beroep wordt aangetekend. Bovendien betekent deze uitspraak niet dat zonnepanelen per definitie in alle gevallen onderdeel zijn van het gebouw waarop zij geplaatst zijn. Andere feiten en omstandigheden kunnen tot een andere beoordeling leiden. In een eerdere uitspraak van Rechtbank Zeeland-West-Brabant, met andere feiten en omstandigheden, lijkt de rechtbank in ieder geval niet tot het oordeel te komen dat de zonnepanelen onderdeel zijn van de schuur waarop zij geplaatst zijn.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:39:09+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zijn zonnepanelen zelfstandig bedrijfsmiddel?

Wanneer zijn inkomsten uit tijdelijke verhuur eigen woning belast?

Als je jouw eigen woning of een deel ervan tijdelijk verhuurt, bijvoorbeeld via AirBnb, zijn de voordelen hiervan voor 70% belast in box 1. De rechtbank Noord-Holland heeft in een uitspraak duidelijk gemaakt welke voorwaarden hiervoor gelden en wanneer de woning u als hoofdverblijf ter beschikking staat.

Verhuur aanbouw
In de betreffende zaak had de eigenaar van een eigen woning deze uitgebreid met een aanbouw. Deze aanbouw werd tijdelijk verhuurd via Airbnb, hetgeen ruim € 2.600 aan huur had opgeleverd. De vraag was of deze inkomsten minus de kosten belast waren in box 1.

Is aanbouw deel van woning?
De rechtbank diende als eerste te oordelen over de vraag of de aanbouw als deel van de eigen woning kon worden gezien. Volgens de rechtbank was dit het geval, nu de aanbouw aan de woning was gebouwd en ook kadastraal daartoe behoorde. Dat de aanbouw een eigen ingang had en over eigen nutsvoorzieningen beschikte, deed niet ter zake.

Heeft het als hoofdverblijf ter beschikking gestaan?

De verhuurder was ook van mening dat het gastenverblijf hem niet ter beschikking stond, maar ook hierin ging de rechtbank niet mee. De eigenaar kon namelijk zelf beslissen of hij de aanbouw al dan niet verhuurde en kon, in de periodes dat de aanbouw niet verhuurd werd, zelf over de aanbouw beschikken. Dat de verhuurder de aanbouw zelf niet gebruikte, was niet van belang.

Tijdelijke terbeschikkingstelling?
De rechtbank oordeelde ten slotte dat er ook sprake was van tijdelijke terbeschikkingstelling. Daarvoor is namelijk bepalend dat de aanbouw na de verhuur weer ter beschikking van de eigenaar komt. Aangezien dit het geval was omdat de aanbouw alles bij elkaar slechts twee maanden was verhuurd, bleef de aanslag overeind en werd de inspecteur in het gelijk gesteld.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-16T20:16:06+02:0016 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer zijn inkomsten uit tijdelijke verhuur eigen woning belast?