winst

  • De bouw laat in 2021 opnieuw solide groeicijfers zien

De bouw laat in 2021 opnieuw solide groeicijfers zien

De bouw heeft ook in 2021 groei laten zien, maar door het relatief sterke voorgaande jaar steekt die wat magertjes af bij het MKB-gemiddelde. Absoluut gezien blijft de bouw echter goed draaien, al zijn de onzekerheid en de bouwkosten inmiddels sterk toegenomen. De netto-omzet is in 2021 met bijna 5% gestegen en de winstgroei is uitgekomen op ruim 7%.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Goede ontwikkeling omzet en winst
De omzetgroei van bijna 5% is nog iets sterker dan in 2020 (bijna 4%). Dit geldt ook voor de groei van de winst (ruim 7%, tegenover 5,5% een jaar eerder). Het groeitempo van zowel de omzet als de winst in de bouw blijft wel achter bij het MKB-gemiddelde (omzet +10%, winst bijna +38%). De ontwikkeling van de brutomarge is opnieuw positief: +7,3%, versus +10,7% voor het MKB als geheel.

In vergelijking met 2019, voor het begin van de Coronacrisis, laat de bouw een sterke groei zien. De omzet is met ruim 18% gestegen (bijna 16% voor het MKB als geheel). De winst is ruim 22% hoger. Daarmee blijft de bouw wel achter bij het MKB-gemiddelde van ruim 82%.

Groei breed gedragen
Binnen de bouw is het in 2021 in bijna alle segmenten beter gegaan dan in 2020. Zo is het deel van de bouwbedrijven dat de omzet stabiel heeft zien blijven of heeft zien toenemen, gestegen van bijna 55% in 2020 naar ruim 64% in 2021. Tegelijkertijd heeft ruim 60% van de bouwbedrijven de winst zien stabiliseren of stijgen (tegenover bijna 54% in 2020).

Loodgieters en installateurs blinken uit
Wat betreft deelbranches is de omzetontwikkeling vooral sterk bij de algemene burgerlijke en utiliteitsbouw. Dit segment profiteert onder meer van de sterke woningmarkt, maar ook van de sterke groei van logistieke gebouwen. Ook loodgieters, fitters en installateurs van bijvoorbeeld verwarmings- en luchtbehandelingsapparatuur laten een sterke omzetgroei zien. Zij behalen ook een sterk resultaat voor belasting. De algemene burgerlijke en utiliteitsbouw blijft wat betreft winstontwikkeling ten opzichte van 2020 juist achter bij het branchegemiddelde.

Hogere personeelskosten
De personeelskosten in de bouw zijn vorig jaar met bijna 8% gestegen. De loonkosten zijn met bijna 4% toegenomen, iets minder sterk dan in 2020. De stijging van de personeelskosten is in lijn met de gemiddelde ontwikkeling in het MKB, de loonkosten zijn in de bouw iets minder sterk dan gemiddeld gestegen.

Grafiek Branches in Zicht 2022

Financiële positie licht verbeterd
Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage bouwondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op ruim 89. Dit betekent een kleine verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (ruim 87).

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-15T09:21:01+02:0015 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

De bouw laat in 2021 opnieuw solide groeicijfers zien

  • Horeca herpakt zich in 2021 enigszins dankzij steunpakketten

Horeca herpakt zich in 2021 enigszins dankzij steunpakketten

De horeca heeft over 2021 een positieve ontwikkeling van de omzet en winst laten zien, maar flinke kanttekeningen zijn op hun plaats. De steunpakketten waren in 2021 veel beter dan in 2020 en deze vertekenen het beeld. Daarnaast is de branche wat betreft omzet nog lang niet terug op het niveau van voor de crisis en zijn de onderlinge verschillen groot.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetverbetering breed gedragen
De horeca heeft zich na 2020 weer enigszins opgericht. In 2021 wist de branche als geheel uit de rode cijfers te komen. De omzet is met ruim 11% toegenomen en dat betekent een iets sterkere groei voor de horeca dan voor het MKB als geheel (+10,1%). Hiermee is de branche echter nog ver verwijderd van het niveau van voor de Coronacrisis; de omzet ligt ruim 13% lager dan in 2019.

Krachtig winstherstel, maar zeker niet voor iedereen
De brutomarge is met ruim 16% toegenomen, tegenover een daling van ruim 22% een jaar eerder. De winstontwikkeling voor de horeca als geheel komt over 2021 uit op maar liefst +210%. De onderlinge verschillen zijn echter groot. Voor bijna 54% van de ondernemers is de winst namelijk gelijk gebleven of toegenomen. Ruim 46% van de ondernemers in de horeca moet het dus doen met een daling van de winst. Voor bijna 31% van de bedrijven gaat het dan zelfs om een krimp van 50% of meer.

Vertekend beeld
De extreem sterke winstgroei voor de horeca als geheel verdient verdere nuancering. Op de eerste plaats gaat het hier om een vergelijking met het extreem slechte 2020, toen de winst van de horeca kelderde met 21,5%. Daarnaast waren de Coronasteunpakketten van de overheid in 2021 van een betere kwaliteit dan in het eerste Coronajaar. Hierdoor is het onderaan de streep beter gegaan.

Relatief veel aanspraak NOW
Aan de kostenkant valt op dat de personeelskosten met bijna 6% zijn gestegen, iets lager dan het MKB-gemiddelde (bijna 8%). Een jaar eerder was er nog een forse daling van bijna 20% zichtbaar. Ten opzichte van het pre-Coronajaar 2019, is in 2021 een daling van de personeelskosten te zien van bijna 18%. Dit kwam deels door de aftrek van de NOW-regeling. Horecaondernemers hebben relatief vaak van deze loonsubsidie gebruikgemaakt. De NOW mocht administratief gezien ook worden opgeteld bij ‘overige bedrijfsopbrengsten’, waar ook de TVL is geboekt. Deze post is in de horeca in 2021 opnieuw sterk gestegen (+105%).


Kredietwaardigheid verbeterd
Het percentage horecaondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen (een PD-rating <1%), is uitgekomen op bijna 86. Dit betekent een sterke verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (bijna 76). De branche presteert nu min of meer in lijn met het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%. Ook hier zijn de verschillen binnen de horeca echter groot.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T09:51:49+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Horeca herpakt zich in 2021 enigszins dankzij steunpakketten

  • Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Als het aan het kabinet ligt, kunnen ondernemers in de inkomstenbelasting vanaf volgend jaar geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer opbouwen. Dit is een van de voorstellen die gepresenteerd zijn in de Voorjaarsnota.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)
Ondernemers in de inkomstenbelasting mogen jaarlijks een deel van de winst reserveren voor hun oude dag, de zogenaamde fiscale oudedagsreserve (FOR). Over dit deel van de winst hoeft dan dat jaar geen belasting te worden betaald. Voor het jaar 2022 is de FOR 9,44% van de winst met een maximum van €9.632.

Belasting betalen over FOR
Over de gereserveerde FOR moet je op een gegeven moment wel belasting betalen. Meestal is dit bij het einde van jouw onderneming. Maar je kunt ook tussentijds een of meer lijfrentes kopen die je op de FOR kunt afboeken. De FOR betekent dus in feite uitstel van betaling over een deel van de winst. Ook kun je vaak profiteren van het lage belastingtarief voor AOW-gerechtigden.

Einde FOR
In de Voorjaarsnota is voorgesteld de FOR per 2023 af te schaffen. Dit betekent dat er vanaf 2023 niet meer aan de FOR kan worden gedoteerd. Over opgebouwde FOR’s hoeft echter niet direct te worden afgerekend volgens het voorstel. De maatregel is onder meer bedoeld om een verhoging van de AOW te kunnen betalen.

Onbenut
Het kabinet is van mening dat de FOR zonder al te veel bezwaren afgeschaft kan worden, omdat de FOR nu ook al weinig door ondernemers benut wordt. Bovendien wordt met de Wet toekomst pensioenen ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting de ruimte vergroot om fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen.

Let op! Het voorstel is nog niet definitief en moet nog door het parlement worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T09:27:49+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

  • Winstgroei in de detailhandel, maar niet voor iedereen

Winstgroei in de detailhandel, maar niet voor iedereen

Ondanks opnieuw tijdelijke sluitingen in verband met Corona heeft de detailhandel in 2021 over het geheel genomen behoorlijk gepresteerd. De consumentenbestedingen zijn aangetrokken en in veel segmenten van de branche was sprake van een inhaalvraag. De omzet en winst zijn gestegen, maar binnen de detailhandel zijn de verschillen behoorlijk.

Dit blijkt uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Groei omzet en winst, maar niet over de hele linie
Voor de detailhandel als geheel is de omzetgroei in 2021 uitgekomen op ruim 5%, tegenover bijna 10% een jaar eerder. De winstgroei bedraagt 22,5%, ten opzichte van ruim 42% in 2020. Zowel qua winst- als omzetontwikkeling blijft de branche achter bij het MKB-gemiddelde, maar de onderlinge verschillen binnen de retail zijn zoals gezegd erg groot. Zo heeft ruim de helft (51%) van de retailondernemers de winst met 50% of meer zien toenemen, terwijl 32% de winst juist met 50% of meer heeft zien kelderen.
Als we vergelijken met de situatie voor de Coronacrisis, dan heeft de detailhandel het goed gedaan. Zowel de omzet- (+22%) als de winstontwikkeling (+77%) was in 2021 aanzienlijk beter dan in 2019. In deze vergelijking presteert de branche zowel qua omzet als winst beter dan het MKB-gemiddelde.

NOW drukt stijging personeelskosten
De personeelskosten zijn in 2021 met 3,4% opnieuw minder hard gestegen dan in voorgaande jaren. Dit kan te maken hebben met de NOW-regeling die op deze post in mindering is gebracht. De NOW kan ook worden geboekt bij overige bedrijfsopbrengsten. Die post is in de detailhandel dan ook flink gestegen (ruim 106%). Het lijkt er dus op dat relatief veel detaillisten van de steunmaatregelen van de overheid gebruik hebben gemaakt. De loongroei is uitgekomen op 3,3% (tegenover +4,9% in het MKB) en vooral de pensioenpremies kwamen hoger uit.

Vermogenspositie vertekend
Het eigen vermogen in de detailhandel is opnieuw fors gestegen, veel steviger nog dan in de jaren voor Corona: +26,3%. Verder zijn de langlopende schulden met bijna 5% gedaald en de kortlopende schulden met bijna 5% toegenomen. De vermogenspositie is weliswaar verbeterd, maar in bepaalde segmenten van de detailhandel moet relatief veel uitgestelde belastingschuld worden terugbetaald. Dit is een punt van zorg, zeker gezien alle onzekerheid die nog boven de markt hangt.

Financiële positie verbeterd
De financiële positie van bedrijven in de detailhandel is duidelijk verbeterd. Uit de analyse van SRA-BiZ blijkt dat het percentage ondernemingen dat aan de financiële verplichtingen kan voldoen, is uitgekomen op bijna 86. De branche presteert daarmee min of meer in lijn met het MKB-gemiddelde, dat licht verbeterde naar ruim 86%. Wel merken we op dat de verschillen binnen de branche ook op dit vlak aanzienlijk zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-09T16:13:54+02:009 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Winstgroei in de detailhandel, maar niet voor iedereen

  • Het MKB staat voor grote uitdagingen

Het MKB staat voor grote uitdagingen

Het MKB heeft in 2021 financieel over de breedte goed gepresteerd, mede dankzij de Coronasteun van de overheid. Niet alleen de omzet en de winst stegen, ook de vermogenspositie en de kredietwaardigheid staan op grote hoogte. Maar de onderlinge verschillen tussen MKB-ondernemingen zijn groot. Waar sommige ondernemers plussen behalen, zijn er ook bedrijven waar dit nog lang niet het geval is. Bovendien zijn de opgebouwde buffers keihard nodig in het licht van de grote uitdagingen waar het MKB nu voor staat.

Dit komt naar voren uit het nieuwe SRA-rapport ‘Branches in Zicht 2022, de harde cijfers van Nederlandse ondernemingen’.

Omzetstijging ruim 10%, winststijging bijna 38%
In 2021 heeft het MKB ten opzichte van 2020 een omzetstijging van ruim 10% laten zien en een winststijging van bijna 38%. Dit zijn weliswaar gemiddelden en er zijn behoorlijke verschillen tussen en in de branches. Als we bijvoorbeeld de cijfers van de horeca vergelijken met het pre-Coronajaar 2019, zien we dat de sector nog lang niet op het oude niveau zit. Maar in het algemeen geven de cijfers een positief beeld. Gemiddeld genomen hebben de steunmaatregelen van de overheid goed gewerkt.

Zorgen over toegang tot financiering
Het MKB staat voor grote uitdagingen. Daarbij valt te denken aan de sterk gestegen energieprijzenoorlog – mede door de oorlog in Oekraïne –, de schaarste aan grondstoffen, de personeelstekorten en de koopkrachtdaling. En dat terwijl het MKB volgens Harry Marissen, bestuurslid SRA, en Jacco Vonhof, voorzitter van MKB-Nederland, steeds moeilijker aan financiering kan komen. “Dat vind ik een zorgwekkende ontwikkeling”, zegt Marissen. “Bedrijven moeten zich wapenen voor de toekomst en blijven innoveren en investeren, ook in de energietransitie.”
Wat moet het kabinet nu doen voor een gunstig ondernemersklimaat? Vonhof: “We mogen trots zijn op de prestaties van ondernemers. Voor veel sectoren is vorig jaar een goed jaar geweest. Het MKB in bijvoorbeeld de industrie heeft de buffers ook nodig om de crisis vanwege de oorlog in Oekraïne aan te kunnen. We maken ons zorgen over de ondernemers die met forse Coronaschulden overeind moeten blijven. Het kabinet moet voor deze groep aandacht houden. We staan als ondernemers voor forse innovatie en dus investeringsuitdagingen. Digitalisering en robotisering zullen, gegeven de krappe arbeidsmarkt, een impuls krijgen. Investeringen om te voldoen aan de duurzaamheidseisen vragen sowieso veel van het MKB. Het is heel mooi nieuws dat het eigen vermogen gemiddeld in het MKB op peil is gebleven in 2021. Dat de toegang tot financiering niet is verbeterd, is een flinke tegenvaller. Als we dit niet oplossen, gaan we onze ambities niet halen.”

Omzetontwikkeling over 2021
De omzet is het sterkst gestegen in de industrie (+20,8%), gevolgd door de specialistische zakelijke dienstverlening (+12%), de logistieke branche (+11,6%) en de horeca (+11,4%). De bouw (+4,8%) en de detailhandel (+5,3%) blijven achter bij het gemiddelde. De omzetstijging van de horeca in 2021 moet worden gezien in de context van een omzetdaling in 2020.
De omzetontwikkeling in het MKB heeft in 2021 gemiddeld een verbetering laten zien ten opzichte van het voorgaande jaar (10,1%, tegenover +0,6% in 2020). De groei werd vooral gedreven door het herstel van de economie, al hebben lockdowns ervoor gezorgd dat niet alle bedrijven hier (even sterk) van hebben kunnen profiteren. Per saldo heeft bijna 73% van de MKB-bedrijven de omzet zien stabiliseren of stijgen.

Ondernemers in Groningen, Friesland en Drenthe presteerden in 2021 opnieuw beter dan de rest van het land. In deze regio zag ruim 55% van de MKB-bedrijven de omzet relatief sterk toenemen. Uit de SRA-verdeling naar jaaromzet blijkt dat vooral microbedrijven (tot 1 miljoen euro) de omzet vorig jaar zagen stabiliseren of groeien (75%). Van de grote bedrijven (> 10 miljoen) wist bijna 69% de omzet gelijk te houden of te verhogen.

Winstontwikkeling over 2021
De winst is in 2021 met bijna 38% toegenomen. Dit is erg sterk ten opzichte van het voorgaande jaar (+9%) en ook in vergelijking met de omzetgroei. De verschillen waren echter groot. Per saldo liet bijna 54% van de ondernemers een stabiele of hogere winst zien ten opzichte van een jaar eerder. Bij micro-ondernemingen, minder dan 10 fte, was dat 45%. Dat komt omdat zij minder gebruik konden maken van de NOW-steunmaatregel in vergelijking met grotere ondernemingen.
De winstontwikkeling was het sterkst in de horeca, op afstand gevolgd door de automotive. Daarbij moet voor de horeca wel worden vermeld dat 2020 een extreem slecht jaar was, waardoor de winstontwikkeling in 2021 sterk lijkt. Wel zijn de verschillen binnen deze branches groot en werd de winstontwikkeling sterk beïnvloed door de Coronasteunmaatregelen. De winstgroei in de bouw was met 7,3% relatief beperkt, een branche die naar verhouding weinig gebruik heeft gemaakt van de steunmaatregelen.
Op regioniveau was het beeld het positiefst in Groningen, Friesland en Drenthe. In deze provincies zag bijna 55% van de bedrijven de winst gelijk blijven of stijgen. Uit de verdeling naar jaaromzet blijkt dat vooral bedrijven met een omzet van 10 miljoen euro of meer de winst vorig jaar hebben zien stabiliseren of groeien (bijna 83%).

Grafiek Branches in Zicht 2022

Ontwikkeling eigen vermogen
Het eigen vermogen is in het MKB in totaal met bijna 17% toegenomen. Een jaar eerder was er een stijging van bijna 13%. De groei van het eigen vermogen in 2021 zal voor een groot deel verband houden met de stevige winstgroei die is toegevoegd aan het eigen vermogen. Daarnaast heeft de Coronasteun van de overheid voorzien in liquiditeit.

Kredietwaardigheid op recordhoogte
Uit berekeningen van SRA-BiZ komt naar voren dat gemiddeld 86,4% van het MKB vorig jaar een PD-rating van onder de 1% liet zien; dit is opnieuw een verbetering ten opzichte van het voorgaande jaar (83,5%). Vanaf 2015 is consistent een stijging van dit percentage zichtbaar. Bij het cijfer over 2021 merken we op dat de schulden als gevolg van de steun en uitgestelde belastingen nog geen rentelasten geven. Op het moment dat dit rentedragende leningen worden, met een wettelijke rente, zal dit snel doorwegen op de PD-rating. De industrie, bouw en de medische zorg hebben het hoogste percentage kredietwaardige bedrijven.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-08T09:53:23+02:008 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Het MKB staat voor grote uitdagingen

  • Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

Personen met een zogeheten ‘aanmerkelijk belang’, zoals DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven voor hun inkomsten in box 2. Nu is dat nog één tarief van 26,9%. Dit voorstel maakt onderdeel uit van de Voorjaarsnota die het kabinet 20 mei 2022 presenteerde.

Box 2
In box 2 wordt belasting geheven over inkomsten uit een aanmerkelijk belang. Van een aanmerkelijk belang is sprake als je minstens 5% van de aandelen in een bepaalde rechtspersoon bezit. Meestal betreft dit een BV. De inkomsten kunnen bestaan uit dividend of uit de voor- en nadelen bij verkoop van de aandelen.

Tarieven
Het tarief in box 2 bedraagt nu 26,9%. Volgens het kabinetsvoorstel wordt dit vanaf 2024 een tarief van 26% voor inkomsten tot €67.000 en een tarief van 29,5% over het meerdere. Dit betekent dus een verlaging van het tarief met 0,9%-punt respectievelijk een verhoging met 2,6%-punt.

Verhoging opbrengst box 2
Het kabinet schat in dat het voorstel jaarlijks €70 miljoen oplevert. Omdat DGA’s naar verwachting op de maatregel zullen anticiperen, zal dit effect naar verwachting al vanaf 2023 optreden.

Voor- of nadelig?
Of het voorstel per saldo voor- of nadelig voor een DGA uitpakt, hangt af van de omvang van de uitgedeelde winst. Tot €67.000 treedt een voordeel op, daarna een nadeel. Door de maatregel zal de winst echter ook vaker dan nu gespreid worden opgenomen.

Let op! Het voorstel moet nog door het parlement worden aanvaard en is dus nog niet zeker.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-30T12:45:55+02:0030 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven voor box 2

  • Voorjaarsnota: forse beperking eerste tariefschijf VPB

Voorjaarsnota: forse beperking eerste tariefschijf VPB

De eerste belastingschijf van de vennootschapsbelasting (VPB) wordt vanaf 2023 fors ingekort. Nu nog betalen bedrijven over de eerste €395.000 winst een tarief van 15%. Vanaf 2023 wordt die grens verlaagd naar de eerste €200.000. Dit voorstel staat in de Voorjaarsnota.

Tarieven vennootschapsbelasting
Het tarief van de eerste schijf in de vennootschapsbelasting is vooral van belang voor het MKB. De eerste schijf was juist dit jaar verhoogd van €245.000 naar €395.000. Het voorstel betekent dat over de winst vanaf €200.000 voortaan 25,8% belasting moet worden betaald. Voor de winst tussen €200.000 en €395.000 betekent dat dus een verhoging van het tarief met maar liefst
10,8%-punt.

Let op! Het voorstel is nog niet definitief en moet nog door het parlement worden aangenomen. Dit betekent dat er ook nog wijzigingen kunnen plaatsvinden.

Tarief na uitdeling ook hoger
Ondernemingen in de vennootschapsbelasting betalen over de behaalde winst vennootschapsbelasting. Wordt deze winst vervolgens uitgedeeld aan de aandeelhouder, dan wordt deze nogmaals belast in box 2 als er sprake is van een aanmerkelijk belang. Dit tarief bedraagt tot 2024 26,9%. Daardoor wordt het samengestelde tarief over uitgedeelde winst ook hoger, voor zover het winstniveau tussen €200.000 en €395.000 ligt.

Niet voor inkomstenbelasting
Mkb-ondernemers in de inkomstenbelasting, zoals eenmanszaken en vennootschappen onder firma, worden niet door de belastingverhoging getroffen, maar krijgen met andere lastenverhogende maatregelen te maken. Met name BV’s zijn de dupe van deze maatregel.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-25T10:49:34+02:0025 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Voorjaarsnota: forse beperking eerste tariefschijf VPB

  • TVL onbelast, maar wel opgeven

TVL onbelast, maar wel opgeven

Als je tijdens de Coronacrisis omzetverlies hebt geleden, heb je onder voorwaarden recht op de Tegemoetkoming Vaste Lasten, de TVL. Deze TVL is onbelast.
Je moet de ontvangen TVL echter wel aangeven in je aangifte inkomstenbelasting.

TVL onbelast
De TVL is onbelast en heeft dus geen invloed op de hoogte van je winst. Daarentegen kun je de vaste lasten wel gewoon voor het volle bedrag van de winst aftrekken.

Aangifte 2021
Heb je uitstel vóór 1 mei 2022 van betaling aangevraagd voor je inkomstenbelasting 2021, dan heb je nog enige tijd om je aangifte voor deze belasting in te dienen.
Heb je over 2021 TVL ontvangen, dan hoef je daar dus geen belasting over te betalen, je moet deze wel aangeven.

Waar vul je de TVL in je aangifte in?
De TVL geef je op bij de rubrieken ‘Vrijgestelde winstbestanddelen’ en ‘Buitengewone baten en lasten’.

Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL)
De Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) is een financiële tegemoetkoming voor de vaste lasten voor ondernemers die tijdens de Coronacrisis een fors omzetverlies hebben geleden.

Vragen?
Heb je vragen bij het invullen van je aangifte inkomstenbelasting? Neem dan contact met ons op.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-09T10:38:49+02:009 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

TVL onbelast, maar wel opgeven

  • Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

Verenigingen en stichtingen met een relatief geringe winst kunnen vrijgesteld worden van het betalen van vennootschapsbelasting. Onder meer deze vrijstelling is in een recent arrest van de Hoge Raad verruimd voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan.

Hoe is de winstvrijstelling geregeld?
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld als deze minder dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, samen met de winsten van de vier voorafgaande jaren, niet meer bedraagt dan €75.000.

Twee zaken uit bovengenoemd arrest zijn onlangs in een Besluit verwerkt. Wat verandert er?

Minder dan vijf jaar bestaan?
In genoemd arrest van de Hoge Raad is besloten dat de winstgrens van €75.000 niet tijdsevenredig hoeft te worden toegepast voor verenigingen en stichtingen die minder dan vijf jaar bestaan. Bij een bestaan van bijvoorbeeld drie jaar hoort nog steeds een winstgrens van €75.000 en niet van 3/5 x €75.000 = €45.000.

Winstgrens maar één keer per jaar beoordelen
Het Besluit geeft ook aan dat de winstgrenzen maar één keer per jaar worden beoordeeld. Als een stichting of vereniging belastingplichtig is en vervolgens vanaf enig jaar wordt vrijgesteld, betekent dit dat er stakingswinst kan ontstaan. Deze moet worden opgenomen in de winst van het jaar dat aan het vrijgestelde jaar voorafgaat. Dit is echter niet meer van invloed op de hoogte van de winstgrenzen, aldus het Besluit.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-22T19:31:47+02:0022 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Ruimere winstvrijstelling verenigingen en stichtingen

  • Nieuw investeringsfonds voor kennisintensieve bedrijven

Nieuw investeringsfonds voor kennisintensieve bedrijven

Er komt een nieuw investeringsfonds dat specifiek gericht is op kennisintensieve bedrijven. Hierdoor moet de technologische kennis van Nederland een boost krijgen om zodoende de concurrentiepositie te verbeteren.

Deep Tech Fonds
Het nieuwe ‘Deep Tech Fonds’ (DTF) krijgt een omvang van €250 miljoen. Het fonds is met name bedoeld voor investeringen in innovatieve en complexe technologieën. Voor de ontwikkeling hiervan blijkt financiering vaak een probleem.

Start-ups en scale-ups
Het DTF richt zich dan ook op start-ups en scale-ups, dus nog jonge bedrijven, die vaak in de technische sector actief zijn en willen doorgroeien. Zij richten zich daarbij veelal op de ontwikkeling van nieuwe technologieën.

Een probleem van ‘jonge’ technologische bedrijven is vaak dat zij zich nog niet bewezen hebben en er dus relatief grote risico’s aan kleven, waardoor het vinden van investeerders een probleem kan zijn. Zijn ze echter succesvol, dan zijn ze ook erg winstgevend.

Mede-investeringsfonds
DTF zal opereren als mede-investeerder als onafhankelijk onderdeel van Invest-NL. Dit is een instelling van het Rijk die zich bezighoudt met ontwikkeling en financiering van bedrijven en projecten die de transitie naar de circulaire economie versnellen. Invest-NL beschikt over een investeringsvermogen van €2,5 miljard.

Bindend advies
DTF heeft een onafhankelijk fondsmanagement en een onafhankelijk Investment Committee. Deze organen zorgen voor een bindend advies inzake investeringsprojecten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-31T15:54:53+02:0031 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuw investeringsfonds voor kennisintensieve bedrijven