wet

Uitzendregeling: wie mogen wel in jouw woning wonen?

Als je tijdelijk niet in jouw eigen woning woont, blijft jouw aftrek hypotheekrente in stand als je gebruik kunt maken van de uitzendregeling. Hiervoor geldt, buiten de wet om, een goedkeuring. Deze goedkeuring wordt nu in de wet opgenomen. Daarnaast vindt er een uitbreiding van de goedkeuring plaats.

Uitzendregeling

Bedrijfspand

De uitzendregeling is van toepassing als u voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Je of jouw fiscale partner is al minimaal één jaar eigenaar van de woning. Deze woning vormt ook al minimaal één jaar jouw hoofdverblijf op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen in verband met een uitzending of overplaatsing.
  • Na afloop van de uitzending of overplaatsing gaat je weer in de woning wonen.
  • Je gaat tijdens de uitzending of overplaatsing niet in een andere eigen woning als hoofdverblijf wonen.
  • Er mogen in principe geen anderen in jouw woning wonen in de periode dat je elders woont.

Let op! Om gebruik te kunnen maken van de uitzendregeling, moet je een verzoek doen om deze toe te passen.

Personen die wel in uw woning mogen wonen

Buiten de wet om is goedgekeurd dat bepaalde personen toch in jouw woning mogen wonen, zonder dat dit in de weg staat aan toepassing van de uitzendregeling. Voorwaarde is dat zij geen huur of een andere vergoeding aan je betalen. Het gaat om de volgende personen:

  • De kinderen van jou, jouw fiscale partner of een persoon die direct voorafgaand aan jouw uitzending of overplaatsing uw fiscale partner is.
  • Uw fiscale partner of een persoon die door jouw uitzending of overplaatsing niet meer kwalificeert als jouw fiscale partner.
  • Personen die al minimaal één jaar tot jouw huishouden horen op het moment dat je tijdelijk ergens anders gaat wonen (bijvoorbeeld een hulpbehoevende ouder).

Opname in wet en uitbreiding

De goedkeuring dat deze personen toch in uw woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling, wordt opgenomen in de wet. Daarbij vindt een uitbreiding van de goedkeuring plaats. Naast kinderen, wordt in de wet opgenomen dat ook andere bloed- en aanverwanten in de rechte neergaande lijn in de woning mogen wonen tijdens toepassing van de uitzendregeling. Dit betekent dat bijvoorbeeld ook jouw kleinkind of achterkleinkind in jouw woning kan wonen tijdens jouw uitzending.

Fiscale verzamelwet 2026

De aanpassingen zijn opgenomen in het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2026, welke onlangs aan de Tweede Kamer is aangeboden. De Tweede en Eerste Kamer moeten nog instemmen met dit wetsvoorstel. De aanpassingen zijn daarom nog niet definitief.

Door |2025-05-12T22:47:27+02:0012 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Uitzendregeling: wie mogen wel in jouw woning wonen?

Wet betaalbare huur vanaf 1 juli 2024 van kracht

Huurders kunnen vanaf 1 juli van dit jaar een beroep doen op de Wet betaalbare huur. Door deze wet wordt de huur van een woning meer in overeenstemming gebracht met de kwaliteit van de betreffende woning. Gemeenten krijgen de opdracht zich tot 1 januari 2025 voor te breiden op de handhaving van de wet en kunnen na die tijd boetes opleggen.

Meer gereguleerde huur

Woning

Door de wet komen woningen tot 186 punten volgens het Woningwaarderingsstelsel onder de gereguleerde huur te vallen. Dit betekent dat zo’n 130.000 woningen extra hier weer onder komen te vallen. Deze woningen mogen maximaal € 1.157,95 aan huur per maand gaan kosten.

Woningwaarderingsstelsel

Met behulp van het Woningwaarderingsstelsel kan de huur van een woning worden berekend op basis van het aantal punten. Zo is onder meer het Energielabel van een woning bepalend voor een aantal punten. Op die manier kan dus voor een energiezuinige woning meer huur worden gevraagd.

Huurverlaging

Door de wet zal voor zo’n 300.000 woningen minder huur betaald hoeven te worden. De verlaging zal gemiddeld zo’n € 190 per maand bedragen.

Maximale huurprijs

Bij nieuwe huurcontracten vanaf 1 juli 2024 moeten verhuurders zich aan de maximumhuurprijs houden. Bij woningen tot en met 143 punten moet in bepaalde gevallen de huur direct of uiterlijk na een jaar worden verlaagd, als deze niet overeenkomt met het aantal punten. Dit geldt ook voor particuliere verhuurders en voor studentenkamers.

Door |2024-07-11T10:35:24+02:0011 juli 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wet betaalbare huur vanaf 1 juli 2024 van kracht

Wetsvoorstel box 3-stelsel vanaf 2027 steeds concreter

Het wetsvoorstel voor het nieuwe box 3-stelsel op basis van het werkelijke rendement dat vanaf 2027 moet ingaan is weer iets concreter. Nu is ook duidelijk op welke wijze onroerende zaken belast worden in het voorgestelde nieuwe stelsel. Dit wetsvoorstel is nu voor advies aangeboden aan de Raad van State.

Belasten onroerende zaken

Straatbeeld

In het nieuwe stelsel wordt zowel het directe rendement als het indirecte rendement op onroerende zaken belast in box 3.

Direct rendement

Het directe rendement is het rendement dat jaarlijks behaald wordt, bijvoorbeeld huur en pacht, maar ook het rendement in natura door eigen gebruik van de onroerende zaak. De wijze van belastingheffing is afhankelijk van de categorie waarin de onroerende zaak wordt ingedeeld.

  1. Bij een onroerende zaak die minimaal 328 dagen (of 329 dagen in een schrikkeljaar) in het jaar verhuurd wordt:
    a. is de ontvangen huur- of pacht belast, en
    b. zijn onderhouds- en andere kosten hierop  aftrekbaar.
  2. Bij een onroerende zaak die het gehele jaar niet verhuurd wordt:
    a. is 2,65 % van de WOZ-waarde (de zogenaamde vastgoedbijtelling die het voordeel in natura van het eigen gebruik vertegenwoordigd) belast, en
    b. zijn onderhouds- en andere kosten niet apart aftrekbaar, maar verdisconteerd in de vastgoedbijtelling.
  3. Bij een onroerende zaak die voor minder dan 328 dagen (of 329 dagen in een schrikkeljaar) in het jaar verhuurd wordt, worden de twee hiervoor beschreven berekeningen met elkaar vergeleken en:
    a. is de ontvangen huur- of pacht verminderd met de onderhouds- en andere kosten belast, of
    b. is, als dit tot een hoger bedrag leidt, 2,65 % van de WOZ-waarde belast.

Let op! Verschuldigde rente over schulden kunt u wel in aftrek brengen, ook als u de vastgoedbijtelling toe moet passen.

Onderhoudskosten en verbeteringskosten

In het nieuwe voorgestelde stelsel is het onderscheid tussen onderhouds- en verbeteringskosten van belang. Onderhoudskosten zijn in het jaar aftrekbaar of verdisconteert in de vastgoedbijtelling. Verbeteringskosten worden pas verrekend bij het realiseren van het indirecte rendement.

Let op! Heel kort omschreven zijn onderhoudskosten kosten voor het repareren van bestaande elementen van de onroerende zaak, denk aan schilderen. Bij verbetering worden kosten gemaakt die iets toevoegen aan de onroerende zaak, denk aan een aanbouw.

Indirect rendement

Het indirecte rendement is belast volgens de vermogenswinstbelasting. Dit betreft de winst die behaald wordt door de waardeontwikkeling tijdens de periode dat een belastingplichtige onroerend goed bezit. De belastingheffing vindt plaats aan het einde van de bezitsduur, bijvoorbeeld bij verkoop. De wijze van belastingheffing vindt voor alle onroerende zaken op dezelfde wijze plaats. Het maakt hierbij dus niet uit of de onroerende zaak voor minimaal 328 dagen per jaar verhuurd wordt, voor minder dagen of helemaal niet.

Let op! De verbeteringskosten worden bij de berekening van het indirecte rendement wel verrekend. Een heel simpel voorbeeld:  kosten van aankoop van een onroerende zaak € 500.000, verbeteringskosten door de jaren heen € 250.000, opbrengst bij verkoop € 900.000. De vermogenswinst bedraagt dan € 150.000 (€ 900.000 -/- € 500.000 -/- € 250.000).

Andere parameters

In het aan de Raad van State aangeboden wetsvoorstel zijn nog meer parameters opgenomen die nog niet eerder bekend waren. Zo wordt voorgesteld om het heffingsvrije inkomen vast te stellen op € 1.250, een verliesdrempel van € 500 te hanteren en een belastingtarief van 36%.

Let op! Het nieuwe kabinet uiteraard ook nog andere keuzes maken voor de diverse parameters.

Niet voor periode 2017-2026

Het is de bedoeling van de wetgever om het nieuwe stelsel per 1 januari 2027 in te laten gaan. De hiervoor beschreven berekening van bijvoorbeeld het werkelijke rendement op onroerende zaken geldt dan ook pas als de wetsvoorstellen ongewijzigd worden aangenomen en per 1 januari 2027 worden ingevoerd.

Raad van State

Door het nu aanbieden van het wetsvoorstel aan de Raad van State kan invoering van het nieuwe stelsel per 1 januari 2027 misschien nog gehaald worden. Na ontvangst van het advies van de Raad van State kan het nieuwe kabinet beslissen of ze het wetsvoorstel, met of zonder wijzigingen, indienen bij de Tweede Kamer.

Door |2024-06-21T16:25:37+02:0021 juni 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Wetsvoorstel box 3-stelsel vanaf 2027 steeds concreter

Wet toekomst pensioenen definitief!

De Wet toekomst pensioenen is op 30 mei definitief geworden. De Eerste Kamer stemde in grote meerderheid voor.

Ingangsdatum

De wet gaat per 1 juli 2023 in, maar er geldt wel een overgangsregime voor bestaande pensioenregelingen tot 2028 (dat was in het wetsvoorstel eerst nog 2027).

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen?

De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het huidige pensioenstelsel zijn:
1. Alle pensioenregelingen worden premieovereenkomsten, met een flatratepremie (= eenzelfde premie voor iedere werknemer, ongeacht de leeftijd) van maximaal 30%. Uiterlijk derhalve per 2028, eerder mag.
2. Bestaande beschikbare premieregelingen met een stijgende staffel mogen in stand blijven voor alle werknemer die per 1 januari 2028 al in dienst zijn. Nieuwe werknemers krijgen vanaf die datum wel een flatratepremie.
3. Er moet adequaat gecompenseerd worden voor werknemers die er mogelijk op achteruitgaan. Dit is globaal de groep 45-68 jaar. Wat precies adequaat is, is niet vastgelegd en zal derhalve uitonderhandeld moeten worden per werkgever. De compensatie mag in extra pensioen (de flatrate wordt daartoe 33% tot 2037) of via extra salaris. In geval van extra pensioen geldt dat ook voor nieuwe werknemers gedurende de compensatieperiode.
4. Pensioenfondsen mogen kiezen tussen de solidaire premieovereenkomst of de flexibele premieovereenkomst (doorbeleggen). De eerste voorziet onder andere in beschermingsrendement voor gepensioneerden en mag een buffer kennen van 15% van het pensioenvermogen om mogelijke verlagingen van ingegane pensioenen op te vangen.
5. Opgebouwde (middel- of eindloon)pensioenen bij een verzekeraar mogen gewoon in stand blijven. Lopende middelloonregelingen mogen nog tot 2028 omgezet worden in een stijgende beschikbare premiestaffel (die dan weer voortgezet mag worden voor zittende werknemers).
6. Het partnerpensioen wordt gestandaardiseerd en mag maximaal 50% van het salaris bedragen en wordt per definitie op risico-basis verzekerd.
7. De mogelijkheid om 10% op de pensioeningangsdatum in één keer uit te laten keren (dit was al wet), gaat waarschijnlijk per 2024 in. Deze uitkering wordt dan belast in het jaar volgend op de AOW-ingang als de uitkering in het eerste jaar waarin AOW wordt ontvangen, wordt genoten. Op die manier hoeft daarover geen AOW-premie betaald te worden.
8. De lijfrente-aftrek gaat ook naar 30% (nu 13,3%) en de tijdelijke oudedagslijfrente blijft bestaan.
9. Het pensioen mag nog maar vanaf 10 jaar voor AOW-datum ingaan. Er hoeft dan geen verklaring meer te worden overgelegd dat uit het arbeidsproces wordt gestapt. Nu is de ingangsdatum nog helemaal vrij, maar er moet bij meer dan 5 jaar voor AOW-datum wel een verklaring overgelegd worden dat gestopt wordt met werken.
10. Tot slot mogen sociale partners verder praten over een regeling voor zware beroepen. Het huidige boetevrije Recht op Vervroegde Uittreding (vanaf 3 jaar voor AOW-datum) loopt per 2025 af.

Transitie

Uiteraard moet de hele pensioentransitie goed vastgelegd worden door middel van een transitieplan (waarin alle keuzes en gevolgen worden uitgelegd), een communicatieplan en een compensatieplan. Daarmee moeten zowel interne als externe toezichthouders instemmen. Het individuele bezwaarrecht van artikel 85 Pensioenwet is tijdelijk buiten werking gesteld. Nu kan een individuele werknemer bezwaar maken bij een collectieve waardeoverdracht. Om te bewerkstelligen dat iedereen overgaat naar het nieuwe systeem is besloten dat hiertegen geen bezwaar mogelijk is.

Let op! Als blijkt dat de transitie niet per 2028 lukt, kan de termijn verlengd worden met een jaar voor individuele pensioenfondsen. De Nederlandsche Bank als toezichthouder geef hiervoor dan toestemming. Mocht blijken dat het voor heel veel uitvoerders geldt, dan kan er uiteraard een generaal pardon komen vanuit de wetgever.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-02T20:06:04+02:002 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wet toekomst pensioenen definitief!

Handhaving btw-vrijstelling zorg, jeugdhulp, maatschappelijk werk en schuldhulp

Door een arrest van de Hoge Raad zouden instellingen die winst beogen met leveringen en diensten van sociale en culturele aard 21% btw moeten afdragen. Het kabinet vindt dat onwenselijk. Daarom is in een beleidsbesluit voorlopig geregeld dat zij een btw-vrijstelling mogen blijven toepassen.

Instellingen van sociale en culturele aard

Voor instellingen die leveringen en diensten van sociale en culturele aard aanbieden is in de wet een btw-vrijstelling opgenomen. Voorwaarde is onder meer dat zij geen winst beogen. Voor bepaalde instellingen die wel winst beogen, was in lagere regelgeving voor bepaalde diensten van sociale en culturele aard ook een btw-vrijstelling opgenomen. Het gaat hierbij om de leveringen en diensten verricht door:
1. instellingen van wijkverpleging voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen;
2. dagverblijven voor gehandicapten, die beschikken over een indicatiebesluit;
3. aanbieders van preventie gericht op jeugd (als bedoeld in artikel 1.1. van de Jeugdwet), mede voor het ter beschikking stellen van personeel;
4. samenwerkingsverbanden op het gebied van multidisciplinaire eerstelijns- en geboortezorg bekostigd door de Zorgverzekeringswet;
5. instellingen voor algemeen maatschappelijk en bedrijfsmaatschappelijk werk;
6. jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet, mede voor het verstrekken van spijzen en dranken en het ter beschikking stellen van personeel;
7. instellingen die werkzaam zijn op het gebied van schuldhulpverlening, met uitzondering van bewindvoering in het kader van de wettelijke schuldregeling, voor zover de diensten niet onder een andere btw-vrijstelling vallen.

Arrest Hoge Raad

De Hoge Raad besliste op 14 april 2023, kort omschreven, dat de lagere regelgeving in strijd was met de wet. Dit heeft tot gevolg dat alle hiervoor genoemde instellingen die winst beogen ten onrechte de btw-vrijstelling toepassen. Zij zouden 21% btw moeten berekenen en afdragen.

Toch btw-vrijstelling

Het kabinet vindt dit onwenselijk en heeft daarom in een beleidsbesluit opgenomen dat deze instellingen vooralsnog toch de btw-vrijstelling mogen toepassen, ondanks dat zij winst beogen. Dit geldt ook voor het verleden.
Let op!De btw-vrijstelling geldt alleen als voldaan wordt aan de voorwaarden zoals die voorheen ook in de lagere regelgeving waren opgenomen. Het beleidsbesluit betekent dus geen uitbreiding van de btw-vrijstelling.

Aanpassing in de wet

Het kabinet gaat onderzoeken of de wet moet worden aangepast. Het beleidsbesluit blijft in ieder geval van kracht tot een permanente oplossing gevonden is.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-26T20:51:00+02:0026 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Handhaving btw-vrijstelling zorg, jeugdhulp, maatschappelijk werk en schuldhulp

  • Nieuwsbrief april 2023

Nieuwsbrief april 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 10 april 2023, 20:00 uur.


1. Nieuwe maatregelen voor de arbeidsmarkt

Minister van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een pakket aan maatregelen gepresenteerd om de arbeidsmarkt vlot te trekken. Het pakket is bedoeld om werkenden meer inkomenszekerheid te bieden en om ondernemers meer flexibiliteit te geven. Zelfstandigen moeten zich bij tegenslag beter beschermd weten.

Zekerheid voor werkenden
Het vaste contract moet weer de norm worden. Dit betekent onder meer dat nulurencontracten worden verboden. Werknemers met een oproepcontract dienen een vast basiscontract te krijgen voor het aantal uren waarvoor ze ten minste standaard worden ingeroosterd. Dit moet hun een stuk zekerheid gaan bieden. Ook uitzendkrachten krijgen dan sneller een contract met meer zekerheid.

Onderbrekingstermijn naar vijf jaar
De onderbrekingstermijn na drie tijdelijke contracten wordt opgerekt van zes maanden naar vijf jaar. Pas na vijf jaar mag de werkgever een nieuw contract aanbieden. Draaideurconstructies worden hierdoor een halt toegeroepen.

Verplichte AOV
Zelfstandigen krijgen te maken met een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering. Het kabinet verkent de mogelijkheid van een ‘opt-out’. Dat wil zeggen de optie om uit de publieke verzekering te stappen als de zelfstandige een private verzekering afsluit met ten minste dezelfde dekking en premie als de publieke variant. Het doel van de opt-out is dat zelfstandigen de keuze hebben om zelf te bepalen welke verzekering voor hen passend is, zodat deze tegemoetkomt aan de verzekeringsbehoefte die de zelfstandige heeft.

Verlenging IOW
De Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) wordt nogmaals met een periode van vier jaar verlengd. Deze wet verstrekt aan werknemers die ouder zijn dan 60 jaar en 4 maanden, aansluitend aan de verlengde WW- of de WGA-uitkering, een uitkering op bijstandsniveau zonder een partner- en vermogenstoets.

Flexibiliteit voor ondernemers
Ondernemerschap moet worden gestimuleerd, ook als het gaat om kleine organisaties. De re-integratie van zieke werknemers zal zich in het tweede ziektejaar primair richten op re-integratie in spoor 2, dus bij een andere werkgever. Hierdoor krijgen kleine en middelgrote werkgevers (tot en met 100 werknemers) al na één ziektejaar van een werknemer duidelijkheid over de mogelijkheid van duurzame vervanging van deze medewerker, zodat zij hun bedrijfsvoering kunnen voortzetten.

Crisisregeling
Werkgevers die te maken krijgen met een crisis of calamiteit die buiten het reguliere ondernemersrisico valt (denk aan de Coronacrisis), kunnen een beroep doen op de Crisisregeling Personeelsbehoud (voorheen Deeltijd WW). Die regeling maakt het mogelijk dat werknemers maximaal zes maanden op een andere plek in het bedrijf kunnen werken of tijdelijk minder gaan werken met behoud van hun WW-rechten. Verlenging van deze regeling is niet mogelijk.

Minder werk?
De werkgever kan ervoor kiezen werknemers minimaal 20% minder te laten werken. Over het aantal niet-gewerkte uren wordt 80% loon betaald, waarbij het totale loon niet meer dan 10% mag dalen. Ook mag het inkomen van de werknemer niet lager zijn dan het wettelijk minimumloon. Als de werkgever hiervoor kiest, kan deze een tegemoetkoming van 60% voor de loonkosten van de niet-gewerkte uren aanvragen.

Wijziging WW-premie
Ook ten aanzien van de WW-premie komen er wijzigingen. Zo worden bij grote vaste contracten van minimaal 30 uur (thans: 35 uur) de kosten in de WW-premie voor overwerk beperkt. Het vaste basiscontract gaat onder de lage WW-premie vallen.

Let op!
Dit pakket aan maatregelen moet nog verder worden uitgewerkt en voorgelegd worden aan de Tweede en Eerste Kamer.


2. Bezorgers Deliveroo zijn werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat bezorgers van Deliveroo in Nederland werkzaam waren op basis van een arbeidsovereenkomst, met als consequentie dat zij werknemersbescherming hebben. Dit houdt in dat zij recht hebben op ontslagbescherming, loondoorbetaling bij ziekte, vakantiegeld en vakantiedagen.

Drie eisen van de arbeidsovereenkomst
De Hoge Raad deed onlangs uitspraak in de zaak van de bezorgers van het inmiddels uit Nederland vertrokken platform Deliveroo. Volgens de Hoge Raad is voldaan aan de drie eisen die de wet aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst verbindt, te weten:

  • persoonlijke arbeidsverrichting door de werknemer;
  • loonbetaling door de werkgever; en
  • het werken onder gezag van de werkgever.

Dat de bezorgers de vrijheid hadden om al dan niet in te loggen op de app waarmee zij maaltijdritten konden accepteren en het feit dat zij de vrijheid hadden zich te laten vervangen, waren in deze zaak onvoldoende om niet van een arbeidsovereenkomst te spreken.

Omstandigheden van het geval
Het al dan niet aanwezig zijn van een arbeidsovereenkomst hangt volgens de Hoge Raad namelijk af van alle omstandigheden van het geval, in onderling verband bezien. Om het onderlinge verband van alle genoemde omstandigheden te bepalen, gaat de Hoge Raad uit van een zogenaamde holistische benadering. Hierbij wordt gekeken vanuit diverse gezichtspunten. Van belang kunnen onder meer zijn:

  • de aard en duur van de werkzaamheden;
  • de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald;
  • de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht;
  • het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren;
  • de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand is gekomen;
  • de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd;
  • de hoogte van deze beloningen;
  • de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt.

Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld het verwerven van een reputatie, het plegen van acquisitie en de fiscale behandeling, mede gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Wetgever aan zet
Het is nu aan de wetgever om een en ander tot uitdrukking te brengen in nieuwe wetgeving. Met name de nadere invulling van het begrip ‘organisatorische inbedding’ is van belang voor bedrijven die werken met zzp’ers die werkzaamheden verrichten die tot de normale bedrijfsvoering behoren.


3. Wet toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen

Op 14 maart 2023 heeft de Tweede Kamer de wet Toezicht gelijke kansen werving en selectie aangenomen. Hierin is onder meer opgenomen dat werkgevers verplicht zijn een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten, zodanig dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen.

Let op!
Deze wet zal waarschijnlijk in mei 2024 in werking treden.

Onbewuste vooroordelen
Veel werkgevers selecteren kandidaten op basis van een eerste indruk. Dit betekent in veel gevallen dat de kandidaat gelijkenissen vertoont met degene die hem of haar aanneemt. Hierdoor neemt de kans op een organisatie met een divers personeelsbestand af. Daarom is het van belang stil te staan bij deze onbewust levende (voor)oordelen.

Verplichte werkwijze opstellen
Om bedrijven actief na te laten denken over de vaak onbewuste discriminatie, is de wet Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie in het leven geroepen. Werkgevers zijn op grond van deze wet verplicht een werkwijze op te stellen waarin zij aangeven hoe zij hun werving- en selectieproces inrichten en ervoor zorgen dat arbeidsmarktdiscriminatie geen rol kan spelen. Deze verplichting gaat gelden voor alle werkgevers.

Vastleggen door ‘grotere’ werkgevers
Uit de ‘werkwijze’ moet blijken dat er uitsluitend geworven wordt op basis van relevante functie-eisen. De werkwijze moet controleerbaar en systematisch ingericht zijn. Organisaties met meer dan 25 werknemers moeten deze werkwijze op schrift uitwerken.

Kleinere werkgevers
Werkgevers met ten hoogste 25 werknemers hoeven dit pas op schrift te stellen als de Arbeidsinspectie dit eist of als de werkgever gerechtelijk is veroordeeld voor een verboden onderscheid of als er een oordeel is van het College voor de Rechten van de Mens in verband met een verboden onderscheid.

Inspectie
De Nederlandse Arbeidsinspectie is de handhavende instantie. Signaleert deze tekortkomingen, dan krijgt de werkgever een mogelijkheid om deze te herstellen. Als deze niet hersteld worden, kan de Arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen van maximaal €4.500.

Meldplicht intermediairs
Er gaat een meldplicht gelden voor intermediairs. Deze meldplicht houdt in dat intermediairs moeten beschikken over een ‘procedure’ hoe met verzoeken die (vermoedelijk) tot arbeidsmarktdiscriminatie (kunnen) leiden, wordt omgegaan. Zij moeten deze procedure ook toepassen. Er geldt weliswaar geen schriftelijkheidseis, maar het is aan te raden de procedure schriftelijk vast te leggen.

Het gaat er concreet om dat bij een (mogelijk) discriminerend verzoek door een opdrachtgever – denk bijvoorbeeld aan een werkervaringseis – de intermediair eerst hierover het gesprek moet gaan voeren met de opdrachtgever om het verzoek aan te passen. Leidt dit niet tot een oplossing, dan moet de intermediair dit melden bij de Arbeidsinspectie. Op basis van deze melding kan de Arbeidsinspectie de werkwijze voor het wervings- en selectiebeleid van de opdrachtgever controleren.

Vervolg
De Eerste Kamer moet nog instemmen met deze wet. De eisen aan de werkwijze worden verder uitgewerkt en vastgelegd in nadere regels. Ook worden hulpmiddelen voor werkgevers ontwikkeld. De wet treedt naar verwachting vanaf medio 2024 in werking.


4. Box 3: wat gebeurde er afgelopen maand?

Box 3 houdt de gemoederen nog volop bezig. Ook afgelopen maand verscheen weer voldoende berichtgeving. In dit artikel vind je een overzicht.

Forfaits 2022 bekend
Zo maakte staatssecretaris Van Rij de definitieve forfaits voor bank- en spaartegoeden en schulden voor het jaar 2022 bekend. Voor het jaar 2023 worden deze definitieve forfaits pas begin 2024 vastgesteld, behalve voor de overige bezittingen. Dat forfait is al vastgesteld.

Nieuwsbrief april 2023

*Voorlopig percentage

Belastingdienst houdt box 3-bezwaren 2017-2021 aan
De Belastingdienst doet momenteel geen uitspraak op bezwaar als het bezwaar gericht is tegen de box 3-heffing voor de jaren 2017 tot en met 2021. Tot de staatssecretaris duidelijk heeft gemaakt wat de aanpak wordt van deze bezwaren, houdt de Belastingdienst deze aan.

Let op!
Dat geldt niet als je in jouw bezwaar ook in verweer komt tegen ander zaken dan box 3.

Jouw box 3-inkomen over de jaren 2017 tot en met 2022 wordt op twee manieren berekend:

  • volgens de oude manier van box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en een fictieve verdeling van jouw vermogen, en
  • volgens de nieuwe manier van het rechtsherstel box 3, waarbij wordt uitgegaan van forfaits en de daadwerkelijke verdeling van jouw vermogen.

Bij de vaststelling van de box 3-heffing houdt de Belastingdienst in jouw definitieve aanslag automatisch alleen rekening met de laagste uitkomst van deze twee berekeningen.

Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting over de jaren 2017 tot en met 2021, overleg dan met onze adviseurs of bezwaar maken verstandig is. Zo kan jouw werkelijke behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. Inmiddels is ook al enige rechtspraak verschenen over de vraag of recht bestaat op verdere verlaging van de box 3-heffing als het werkelijke rendement lager is. Bezwaar maken kan daarom zinvol zijn. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Let op!
De rechtspraak ligt momenteel niet allemaal op één lijn en de Hoge Raad heeft ook nog geen oordeel uitgesproken. Voorlopig is het daarom nog niet duidelijk of je ook recht hebt op verdere verlaging van jouw box 3-heffing als jouw werkelijke rendement lager is dan waarmee in jouw definitieve aanslag is gerekend.

Box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement pas vanaf 2027
Tot slot liet staatssecretaris Van Rij onlangs weten dat een box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement op zijn vroegst vanaf 2027 kan worden ingevoerd.

Vanaf 2023 wordt box 3 geheven op basis van de Overbruggingswet box 3. Deze heffing is grotendeels gelijk aan de wijze waarop het rechtsherstel voor de jaren tot en met 2023 berekend wordt. De bedoeling was dat deze Overbruggingswet zou gelden tot en met 2025. Vanaf 2026 zou dan een box 3-heffing op basis van werkelijk rendement ingevoerd worden. Dat gaat dus niet lukken. Dit betekent dat de Overbruggingswet ook in 2026 waarschijnlijk nog van kracht is.

Let op!
De verwachting is dat de Overbruggingswet box 3 nog wordt aangepast op een aantal punten. De Kamer heeft het kabinet hiertoe al meerdere malen opgeroepen, bijvoorbeeld om te onderzoeken of een fijnmaziger rendement op overige beleggingen mogelijk is (in plaats van één rendement voor deze grote diverse groep, dat voor 2023 is vastgesteld op 6,17%).


5. Voorkom belastingrente inkomsten- en vennootschapsbelasting

Als de Belastingdienst een aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting aan je oplegt met een te betalen bedrag, berekent de Belastingdienst in beginsel ook belastingrente. Deze rente bedraagt 4% voor de inkomstenbelasting en 8% voor de vennootschapsbelasting. Je kan deze belastingrente voorkomen. De Belastingdienst berekent namelijk geen belastingrente over jouw aanslag inkomstenbelasting 2022 als je voor 1 mei 2023 jouw aangifte indient of om een voorlopige aanslag vraagt. Over jouw aanslag vennootschapsbelasting 2022 berekent de Belastingdienst geen belastingrente als je voor 1 juni 2023 jouw aangifte indient of voor 1 mei 2023 om een voorlopige aanslag vraagt.


6. Welke verplichtingen heb je bij loonbeslag?

Als beslag op het loon van jouw werknemer wordt gelegd, heb je als werkgever een aantal verplichtingen. Zo ben je verplicht de vragenlijst over onder meer de arbeidsovereenkomst en het salaris van de werknemer (het verklaringsformulier derdenbeslag) in te vullen en terug te sturen naar de deurwaarder. Dit moet na ten minste twee weken na dagtekening van het beslag, maar uiterlijk binnen vier weken. Doe je dit niet, dan loop je het risico schade te moeten vergoeden en/of het bedrag waarvoor beslag is gelegd zelf te moeten betalen. Daarna moet je een bedrag ter grootte van het nettoloon na aftrek van de beslagvrije voet maandelijks aan de beslaglegger betalen. Als je weigert, kan de rechter je veroordelen tot nakoming van deze verplichting. De beslagvrije voet is het deel van het inkomen dat jouw werknemer mag houden voor de vaste lasten en om van te leven. Je kan dit bedrag samen met jouw werknemer narekenen via www.uwbeslagvrijevoet.nl. Als het niet klopt, kan jouw werknemer daartegen bezwaar maken.

Door |2024-05-31T09:26:50+02:0011 april 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2023
  • Akkoord over Wet bescherming klokkenluiders

Akkoord over Wet bescherming klokkenluiders

De Eerste Kamer heeft op 23 januari 2023 ingestemd met het wetsvoorstel Wet bescherming klokkenluiders. Deze wet implementeert de Europese Klokkenluidersrichtlijn en vervangt de Wet Huis voor Klokkenluiders. De wet is op 18 februari jl. in werking getreden.

Europese richtlijn
Richtlijnen moeten in beginsel altijd worden omgezet in nationale wetgeving. Nederland is daarmee met betrekking tot deze richtlijn voor klokkenluiders te laat geweest. Dit heeft tot gevolg dat overheidswerkgevers al vanaf 17 december 2021 met terugwerkende kracht zijn gebonden aan de nieuwe bepalingen door de verticale doorwerking van de EU-richtlijn. Voor kleine werkgevers (50-249 werknemers) gelden vanaf 17 december 2023 de nieuwe bepalingen. De nieuwe wet gaat ook gelden voor grote werkgevers (meer dan 250 werknemers).

Wat moet je doen?
Het is van belang te zorgen voor een interne meldregeling of de bestaande regeling aan te passen aan de nieuwe wetgeving.
Als werkgever moet je vastleggen op welke manier een melding kan worden gedaan. Op een interne melding moet binnen zeven dagen een ontvangstbevestiging volgen, met registratie daarvan in een daarvoor ingericht register. Binnen drie maanden na de ontvangstbevestiging moet je als werkgever informatie geven over de beoordeling van de melding en de eventuele opvolging daarvan. Klokkenluiders mogen volledig anoniem melding maken van een (vermoedelijke) misstand.

Let op! Bij deze wijzigingen dient de personeelsvertegenwoordiging/ondernemingsraad betrokken te worden die een instemmingsrecht heeft. Is er geen sprake van een medezeggenschapsorgaan, dan moet de meerderheid van het personeel instemmen.

Klokkenluiden extern
Het is niet langer verplicht eerst intern een melding te doen, alhoewel dit wel wenselijk is en ook zal worden gestimuleerd. Klokkenluiders kunnen echter ook direct melden bij bevoegde autoriteiten, zoals het Huis voor Klokkenluiders, de Autoriteit Persoonsgegevens of de Autoriteit Financiële Markten. Deze instanties moeten ook bescherming bieden aan de klokkenluider bij een melding van een vermoedelijke misstand.

Uitbreiding definitie misstand en kring beschermden
De definitie ‘misstand’ wordt uitgebreid naar:

• schending/gevaar schending Unierecht;
• handeling/nalatigheid waarbij het maatschappelijk belang in het geding is.

Er vindt een uitbreiding plaats van het begrip ‘werkenden’ die beschermd worden naar ‘iedereen die in een werk gerelateerde context in aanraking komt met bepaalde informatie’. Naast (ex) werknemers zijn dat ook zzp’ers, aandeelhouders, vrijwilligers etc.

Bescherming van de klokkenluider
De werknemer die een melding doet van een vermoeden van een misstand, krijgt bescherming in zijn rechtspositie tegen élke vorm van benadeling (en pogingen en bedreigingen daartoe). In de nieuwe wet ligt de bewijslast bij eventuele benadeling bij de werkgever in plaats van bij de melder. De werkgever moet dus aantonen dat de benadeling niets met de melding te maken heeft.
Tevens geldt dat de werkgever geen zwijgverbod mag opleggen aan de melder om over een misstand uitlatingen te doen. Het is nog steeds mogelijk een geheimhoudingsbeding in de arbeidsovereenkomst op te nemen, maar een verbod om een vermoeden van misstand te melden of te openbaren is nietig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-27T16:14:42+01:0028 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Akkoord over Wet bescherming klokkenluiders
  • Pas vanaf 2024 uitbetalen 10% pensioen ineens

Pas vanaf 2024 uitbetalen 10% pensioen ineens

Werknemers die met pensioen gaan, kunnen straks maximaal 10% van hun pensioen in één keer laten uitbetalen. Deze mogelijkheid zou oorspronkelijk per 1 januari 2023 ingaan, maar was al met een half jaar uitgesteld. Inmiddels is de beoogde ingangsdatum nog verder uitgesteld naar 1 januari 2024.

Bedrag ineens
Elke pensioengerechtigde kan straks op de pensioeningangsdatum maximaal 10% van het opgebouwde pensioen in één keer uit laten betalen.

Let op! Door het uitstel van de beoogde ingangsdatum naar 1 januari 2024, komt deze mogelijkheid dus niet beschikbaar als de pensioeningangsdatum vóór 1 januari 2024 ligt.

Uitstel uitbetaling
De pensioengerechtigde kan er straks voor kiezen om de uitbetaling van de (maximaal) 10% pensioen later te laten uitbetalen dan op de pensioeningangsdatum. Deze mogelijkheid staat alleen open als de pensioeningangsdatum in de maand ligt waarin de pensioengerechtigde de AOW-leeftijd bereikt of als die pensioeningangsdatum op de eerste dag volgend op die maand ligt.
Kiest de pensioengerechtigde voor latere uitbetaling, dan vindt deze plaats in de maand januari volgend op het jaar waarin de AOW-gerechtigde leeftijd wordt bereikt.

Let op! Deze mogelijkheid tot latere uitbetaling staat straks dus niet open voor iedereen die voor de AOW-datum al met pensioen gaat.

Bestedingsdoel is vrij
Wat een gepensioneerde met het bedrag ineens wil gaan doen, staat vrij. Er is in de wet geen verplicht bestedingsdoel opgenomen.

Tip! De mogelijkheid om maximaal 10% in één keer uit te laten betalen, staat straks ook open voor andere oudedagsvoorzieningen, zoals lijfrenteverzekeringen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-18T09:56:49+01:0020 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Pas vanaf 2024 uitbetalen 10% pensioen ineens
  • Controleverklaring accountant bij financiële zorgen ook naar OR

Controleverklaring accountant bij financiële zorgen ook naar OR

Accountants die zich financiële zorgen maken over een onderneming en betwijfelen of de onderneming kan worden voortgezet, moeten hun verklaring vanaf 2023 ook aan de ondernemingsraad sturen. Deze verplichting vloeit voort uit een wijziging van de Wet op de ondernemingsraden.

Faillissement voorkomen
Door de verplichting moeten accountants hun verklaring in die gevallen ook ‘onverwijld’ naar de ondernemingsraad sturen. De bedoeling van de wetswijziging is om de ondernemingsraad tijdig te informeren, zodat een mogelijk faillissement eerder kan worden voorkomen.

Vertrouwelijk!
De nieuwe wet ontheft de accountant voor dit aspect van zijn geheimhoudingsplicht. De ondernemingsraad is echter wel verplicht om vertrouwelijk met de geleverde informatie om te gaan.

Verplichtingen bestuurder
De nieuwe wet staat naast de verplichtingen die een bestuurder van een onderneming nu al heeft om de ondernemingsraad te informeren inzake de financiële positie van het bedrijf. Omdat deze verplichting niet altijd goed wordt nageleefd heeft het parlement besloten de ondernemingsraad via de accountantsverklaring te informeren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-13T10:39:57+01:0014 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Controleverklaring accountant bij financiële zorgen ook naar OR

  • Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Als je werknemers in dienst hebt met een laag loon, kun je recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een belangrijke voorwaarde voor het LIV is dat de werknemer minstens 1.248 uur per kalenderjaar werkt. Een verandering van alleen de rechtsvorm heeft daarop geen invloed.

LIV
Je hebt recht op het LIV voor werknemers die in 2022, gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een gemiddeld uurloon tussen €10,73 en €13,43 verdienen. Het LIV bedraagt €0,49 per uur, met een maximum van €960 per werknemer per jaar.

VOF wordt BV
In de zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Groningen ging een VOF over in een BV. De overgang had plaats op 9 april. De inspecteur kende het LIV weliswaar toe, maar slechts voor de periode vanaf 9 april. Dat betekende dat de uren die werknemers gewerkt hadden bij de VOF, niet meetelden.

Verschillende werkgevers
De rechtbank stelde allereerst vast dat er naar de letter van de wet inderdaad sprake is van twee verschillende werkgevers. De rechtbank stelde echter ook vast dat doel en strekking van de wet er niet toe leiden dat in gevallen als deze, waarbij alleen de rechtsvorm wijzigt, de gewerkte uren in het kader van het LIV niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Een belangrijk argument voor de rechter daarbij is dat arbeidsrechtelijk alle rechten en verplichtingen van de werknemer behouden blijven.

Substantiële banen
De eis dat een werknemer in een kalenderjaar minstens 1.248 uur moet hebben gewerkt, is volgens de rechter bedoeld om alleen substantiële banen voor het LIV in aanmerking te laten komen. Ook een onderbreking van de dienstbetrekking bij dezelfde werkgever hoeft immers niet tot verlies van het LIV te leiden. De rechtbank zag dan ook niet in waarom dit wel zo zou zijn als alleen de rechtsvorm gewijzigd wordt en kende het LIV over het volledige aantal uren toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-10T09:07:38+01:0011 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV