werknemer

  • Maximale transitievergoeding verhoogd naar €89.000

Maximale transitievergoeding verhoogd naar €89.000

De maximale transitievergoeding is voor 2023 vastgesteld op €89.000. Dit is een verhoging van €3.000 ten opzichte van het maximum van vorig jaar.

Transitievergoeding
Bij ontslag heeft een werknemer in de meeste gevallen recht op een transitievergoeding. Deze vergoeding is te zien als tegemoetkoming voor de periode waarin de werknemer als gevolg van het ontslag minder inkomen heeft. In bepaalde gevallen bestaat er geen recht op een transitievergoeding, bijvoorbeeld als een werknemer ontslagen wordt vanwege ernstig verwijtbaar handelen, zoals het plegen van fraude of diefstal.

Nieuw maximum
Het maximum wordt ieder jaar opnieuw vastgesteld. Voor 2023 is dit €89.000. Bedraagt een jaarsalaris meer dan €89.000, dan geldt dit hogere jaarsalaris als maximum.

Waarop is transitievergoeding gebaseerd?
De hoogte van de transitievergoeding die bij ontslag betaald wordt, is afhankelijk van twee factoren. Dit zijn de omvang van het maandsalaris en de duur van het dienstverband.

Let op! Een werknemer heeft tegenwoordig vanaf de eerste dag van het dienstverband recht op een transitievergoeding, dus ook in de proeftijd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-26T15:31:04+01:0027 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Maximale transitievergoeding verhoogd naar €89.000

  • Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

Als je werknemers in dienst hebt met een laag loon, kun je recht hebben op het lage-inkomensvoordeel (LIV). Een belangrijke voorwaarde voor het LIV is dat de werknemer minstens 1.248 uur per kalenderjaar werkt. Een verandering van alleen de rechtsvorm heeft daarop geen invloed.

LIV
Je hebt recht op het LIV voor werknemers die in 2022, gebaseerd op het wettelijk minimumloon, een gemiddeld uurloon tussen €10,73 en €13,43 verdienen. Het LIV bedraagt €0,49 per uur, met een maximum van €960 per werknemer per jaar.

VOF wordt BV
In de zaak die onlangs speelde voor de rechtbank Groningen ging een VOF over in een BV. De overgang had plaats op 9 april. De inspecteur kende het LIV weliswaar toe, maar slechts voor de periode vanaf 9 april. Dat betekende dat de uren die werknemers gewerkt hadden bij de VOF, niet meetelden.

Verschillende werkgevers
De rechtbank stelde allereerst vast dat er naar de letter van de wet inderdaad sprake is van twee verschillende werkgevers. De rechtbank stelde echter ook vast dat doel en strekking van de wet er niet toe leiden dat in gevallen als deze, waarbij alleen de rechtsvorm wijzigt, de gewerkte uren in het kader van het LIV niet bij elkaar mogen worden opgeteld. Een belangrijk argument voor de rechter daarbij is dat arbeidsrechtelijk alle rechten en verplichtingen van de werknemer behouden blijven.

Substantiële banen
De eis dat een werknemer in een kalenderjaar minstens 1.248 uur moet hebben gewerkt, is volgens de rechter bedoeld om alleen substantiële banen voor het LIV in aanmerking te laten komen. Ook een onderbreking van de dienstbetrekking bij dezelfde werkgever hoeft immers niet tot verlies van het LIV te leiden. De rechtbank zag dan ook niet in waarom dit wel zo zou zijn als alleen de rechtsvorm gewijzigd wordt en kende het LIV over het volledige aantal uren toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-10T09:07:38+01:0011 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Andere rechtsvorm niet van invloed op LIV

  • Zorg voor tijdige en juiste administratieve verwerking werkkostenregeling

Zorg voor tijdige en juiste administratieve verwerking werkkostenregeling

Maak je gebruik van de vrije ruimte in de werkkostenregeling, de WKR, dan moet je zorgen dat jouw administratie hieromtrent op orde is. Anders loop je het risico dat datgene wat je daarin onderbrengt, belast wordt bij jouw werknemer.

Aanwijzen
Binnen de WKR bestaat de mogelijkheid om vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen onder te brengen in de vrije ruimte. Dit is belastingvrij zolang het totaal binnen de vrije ruimte blijft. Daarboven ben je als werkgever 80% eindheffing verschuldigd.
Om gebruik te maken van de vrije ruimte moet je desbetreffende vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen wel vooraf aanwijzen aan die vrije ruimte.

Let op! Doe je dat niet, dan is jouw werknemer hierover loonheffing verschuldigd.

Vormvrij
Het is niet expliciet vastgelegd hoe je moet aanwijzen aan de vrije ruimte. Zo’n aanwijzing kan bijvoorbeeld blijken uit arbeidsrechtelijke afspraken of uit de vastlegging hiervan in de administratie.

Goedkeuring: aanwijzing in het kalenderjaar
Om discussie te voorkomen over de vraag of aanwijzing vooraf heeft plaatsgevonden, gaat de Belastingdienst ervan uit dat aanwijzing heeft plaatsgevonden als de werkgever de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling niet bij de werknemer in de loonheffing heeft betrokken.

Let op! Deze zogenaamde goedkeuring voor de aanwijzing geldt alleen gedurende het kalenderjaar. De Belastingdienst gaat er dus in 2022 nog van uit dat bijvoorbeeld vergoedingen die je in 2022 niet bij jouw werknemers in de loonheffing betrekt, zijn aangewezen aan de vrije ruimte. Heb je deze aanwijzing in 2023 echter nog niet geregeld, dan worden de vergoedingen alsnog in 2022 bij jouw werknemers in de loonheffing betrokken.

Per abuis niet in loonheffing bij werknemer
De goedkeuring geldt niet als uit andere gegevens naar voren komt dat het jouw bedoeling was om de vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling bij de werknemer in de loonheffing te betrekken, maar je dit per abuis niet hebt gedaan. Je kunt dan dus niet met terugwerkende kracht alsnog kiezen voor aanwijzing aan de vrije ruimte.

Goedkeuring: gerichte vrijstelling
Voldoet een vergoeding, verstrekking of terbeschikkingstelling aan de voorwaarden en grensbedragen voor een gerichte vrijstelling? Dan gaat de Belastingdienst er ook van uit dat aanwijzing aan de vrije ruimte heeft plaatsgevonden.

Tip! Om discussie met de Belastingdienst te voorkomen, is het altijd aan te raden om gewoon vooraf aan te wijzen aan de vrije ruimte. Is dat per abuis niet gebeurd, dan kun je je beroepen op de goedkeuringen. Controleer in ieder geval tegen het einde van het kalenderjaar of je aan jouw aanwijzingsplicht hebt voldaan. Hiermee voorkom je dat je alsnog loonheffing bij jouw werknemers moet inhouden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-09T09:31:47+01:0010 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zorg voor tijdige en juiste administratieve verwerking werkkostenregeling

  • Kan een renteloze lening aan een werknemer onbelast?

Kan een renteloze lening aan een werknemer onbelast?

Wil je een renteloze lening aan een werknemer verstrekken? Dan kan dat onder voorwaarden belastingvrij.

Rentevoordeel in principe belast
Bij een lening aan een werknemer is het rentevoordeel in beginsel belast met loonbelasting. Is bijvoorbeeld het marktconforme rentepercentage op een lening van €10.000 3% en bereken je geen rente? Dan moet je over het rentevoordeel van €300 per jaar loonbelasting inhouden op het loon van jouw werknemer.

Lening aan werknemer voor (elektrische) fiets of elektrische scooter
Dit geldt niet voor leningen die je verstrekt voor een (elektrische) fiets of elektrische scooter. Het rentevoordeel voor deze leningen wordt op nul gesteld. Je hoeft dan geen loonbelasting in te houden op het loon van jouw werknemer. Jouw werknemer geniet dit rentevoordeel dus belastingvrij.

Aanwijzen in de vrije ruimte
Als je het rentevoordeel aanwijst in de vrije ruimte van de werkkostenregeling hoef je ook geen loonbelasting in te houden op het loon van jouw werknemer. Ook in zo’n geval geniet jouw werknemer dus het rentevoordeel belastingvrij.
Zolang het totaal aan vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen in een jaar de vrije ruimte niet overschrijdt, betaal je ook geen belasting. Vindt wel een overschrijding plaats, dan betaal je over het meerdere 80% eindheffing.

Tip! Ook een (gedeeltelijke) kwijtschelding van een lening aan een werknemer, kun je aanwijzen in de vrije ruimte.

Geen aanwijzing voor lening eigen woning
Een rentevoordeel op een lening voor een eigen woning waarvoor de rente in aftrek kan worden gebracht in de aangifte inkomstenbelasting, kun je nooit aanwijzen in de vrije ruimte. In dat geval moet je dus altijd over het rentevoordeel loonbelasting inhouden op het loon van jouw werknemer.

Tip! Jouw werknemer kan in zo’n geval het rentevoordeel wel als rente voor de eigen woning in aftrek brengen onder de voorwaarden die voor die aftrek gelden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-03T15:13:12+01:005 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kan een renteloze lening aan een werknemer onbelast?

  • Wanneer mag je arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen?

Wanneer mag je arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen?

Wil je als werkgever een of meerdere wijzigingen doorvoeren met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden van jouw werknemers? De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan wat de mogelijkheden zijn.

Wijzigingsbeding
In een arbeidsovereenkomst kan een zogeheten eenzijdig wijzigingsbeding worden opgenomen. Dit houdt in dat de werkgever expliciet schriftelijk bepaalt dat hij zich de bevoegdheid voorbehoudt de arbeidsovereenkomst eenzijdig aan te passen als hij daarvoor een zodanig zwaarwichtig belang heeft dat het belang van de werknemer daarvoor moet wijken. Er dient dan dus een belangenafweging plaats te vinden.

Ontbreken eenzijdig wijzigingsbeding?
Heb je als werkgever geen eenzijdig wijzigingsbeding schriftelijk afgesproken met de werknemer? Dan moet je, om een wijziging af te dwingen, terugvallen op de algemene norm van het goed werkgever- en werknemerschap. De Hoge Raad heeft in het zogenaamde Stoof/Mammoet-arrest geoordeeld dat die norm de werknemer ertoe kan verplichten een wijziging te accepteren, als

– sprake is van gewijzigde omstandigheden;
– de werkgever een redelijk wijzigingsvoorstel doet én;
– de werknemer dat voorstel redelijkerwijs niet kan weigeren.

Collectieve wijzigingen
Er werd in dit arrest wel vanuit gegaan dat het eenzijdig wijzigingsbeding specifiek bedoeld was voor collectieve wijzigingen en de norm van het goed werkgever- en werknemerschap meer voor individuele wijzigingen. Recentelijk heeft de Hoge Raad hierover uitsluitsel gegeven en bepaald dat de criteria uit het Stoof/Mammoet-arrest ook kunnen worden ingeroepen om collectieve wijzigingen af te dwingen. Ook als je verzuimd hebt een eenzijdig wijzigingsbeding overeen te komen, kun je hier dus een beroep op doen.

Mag een werknemer een wijziging weigeren?
Verder heeft de Hoge Raad bepaald dat niet geldt dat een werknemer een wijzigingsvoorstel van de werkgever alleen mag weigeren indien het voorstel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, maar dat hiervoor ook de lichtere toetsnorm geldt. De norm van de onaanvaardbaarheid is te streng. Het gaat om de vraag of de werknemer het door de werkgever gedane voorstel redelijkerwijs mag weigeren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-01T10:25:05+01:002 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer mag je arbeidsvoorwaarden eenzijdig wijzigen?

  • Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

Een zieke werknemer die in staat is om te re-integreren is ook in staat om vakantiedagen op te nemen. Hij is dan gedurende de vakantieperiode vrijgesteld van zijn re-integratieverplichting waardoor er invulling kan worden gegeven aan de herstelfunctie van vakantie.

Hoogte loon tijdens vakantie
Inmiddels is duidelijk geworden dat ook al is de zieke werknemer in salaris teruggegaan naar bijvoorbeeld 70%, hij tijdens de opname van vakantie toch recht heeft op 100% van zijn salaris. Dit heeft het Europese Hof van Justitie expliciet bepaald. Zieke werknemers moeten namelijk een vergelijkbare positie hebben als werknemers die werken. Zou er uitgegaan worden van een lager loon, dan zou dit mogelijk een beletsel vormen om vakantie op te nemen en dat is uiteraard niet de bedoeling.

Geen verval vakantiedagen
Voor wat betreft de wettelijke vakantiedagen – vier keer de overeengekomen arbeidsduur per week – geldt dat deze een half jaar na afloop van het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd komen te vervallen. Dus de wettelijke vakantiedagen van 2022 komen per 1 juli 2023 te vervallen. Wel geldt dan dat de werkgever de werknemer expliciet hierover tijdig moet informeren, zodat de werknemer de gelegenheid heeft deze dagen alsnog op te nemen. Voor wat betreft de bovenwettelijke vakantiedagen, dus de extra vakantiedagen, geldt dat deze vijf jaar na afloop van het vakantiejaar waarin ze zijn opgebouwd komen te verjaren. Dus de bovenwettelijke vakantiedagen over 2022 verjaren met ingang van 1 januari 2028.

Wat als de werknemer ernstig ziek is?
Maar wat nu als de werknemer zodanig ziek is dat hij niet in staat is om de vakantiedagen feitelijk te genieten? Komen deze dan toch te vervallen? Het Europese Hof van Justitie heeft uitgemaakt dat verworven vakantierechten in een periode van arbeidsongeschiktheid in beginsel niet kunnen komen te vervallen of verjaren.

Let op! Het is voor de werkgever van belang een deugdelijke verlofadministratie bij te houden van de wettelijke en de bovenwettelijke vakantiedagen en werknemers expliciet te wijzen op de mogelijkheid van verval en hen aan te sporen de vakantiedagen feitelijk te genieten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-26T09:31:34+01:0029 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Hoe zit het met vakantiedagen bij re-integratie?

  • Herinvesteringsreserve van toepassing op fosfaatrechten?

Herinvesteringsreserve van toepassing op fosfaatrechten?

Zijn fosfaatrechten een bedrijfsmiddel? Op deze vraag heeft de rechtbank Gelderland onlangs antwoord gegeven in een procedure waarin het ging om toepassing van een herinvesteringsreserve.

Herinvesteringsreserve (HIR)
De HIR is een faciliteit waarbij je de boekwinst bij verkoop van een bedrijfsmiddel reserveert en deze afboekt op een ander aan te schaffen bedrijfsmiddel. De boekwaarde van het nieuwe bedrijfsmiddel wordt daardoor verlaagd met de HIR, wat betekent dat je er minder op kunt afschrijven. Zodoende betaal je toch belasting over de boekwinst, maar nu gespreid.

Bedrijfsmiddel of niet?
In bovengenoemde zaak boog de rechtbank zich eerst over de vraag of fosfaatrechten wel aangemerkt kunnen worden als bedrijfsmiddel. Volgens de rechtbank is dit het geval. Uit de wetsgeschiedenis blijkt namelijk dat ook onlichamelijke zaken, zoals octrooien, een bedrijfsmiddel kunnen zijn. Dit geldt volgens de rechtbank ook voor fosfaatrechten.

Voorgenomen verkoop
De inspecteur probeerde de vorming van een HIR op de verkoopwinst van de fosfaatrechten verder nog te voorkomen door aan te geven dat de belastingplichtige het voornemen had de fosfaatrechten niet te gebruiken. Volgens de inspecteur was het doel slechts de rechten te verkopen. De rechtbank ging hierin niet mee, omdat uit de feiten bleek dat het teruglopen van de veestapel voortvloeide uit de bedrijfsuitoefening. De intentie om een melkveehouderij te exploiteren en zelfs uit te breiden was er wel degelijk geweest en dus was de vorming van een HIR toegestaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T09:40:08+01:0028 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Herinvesteringsreserve van toepassing op fosfaatrechten?

  • BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

Met de bedrijfsopvolgingsregeling kun je jouw onderneming fiscaal vriendelijk schenken of laten vererven bij jouw overlijden. Na toepassing van de regeling vervalt deze met terugwerkende kracht als jouw onderneming niet lang genoeg blijft bestaan. Verhuur van jouw onderneming laat de regeling echter niet per definitie vervallen, aldus de Hoge Raad.

Bedrijfsopvolgingsregeling
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen, in de praktijk ook wel BOF of BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (bedrag 2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.

Voortzettingsvereiste
Als de onderneming met toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling door schenken of vererven is overgegaan, moet de onderneming gedurende tenminste vijf jaren door de ontvanger worden voortgezet, het zogenaamde voortzettingsvereiste.

De Belastingdienst meende dat per definitie niet aan dit voortzettingsvereiste is voldaan als de onderneming binnen die vijf jaar wordt verhuurd. De Hoge Raad was het daar niet mee eens. Verhuur van de onderneming betekent naar het oordeel van de Hoge Raad niet automatisch dat de onderneming is gestaakt. Daarmee kan dus nog steeds aan het voortzettingsvereiste worden voldaan.

Beoordeling aan de hand van de inkomstenbelasting
Of bij verhuur van de onderneming niet langer aan het voortzettingsvereiste wordt voldaan, moet naar het oordeel van de Hoge Raad beoordeeld worden aan de hand van voorwaarden die voor staking en vervreemding gelden in de inkomstenbelasting.

In de inkomstenbelasting betekent verhuur van de onderneming ook niet per definitie staking van de onderneming. Als een ondernemer zijn onderneming verhuurt, kan dat namelijk ook onder voorwaarden beschouwd worden als voortzetting van de onderneming.

Let op! Of sprake is van voortzetting van de onderneming of van staking, is sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Onder meer de voorwaarden waaronder de verhuur plaatsvindt, spelen hierbij een rol.

Tip! Denk je na over verhuur van jouw onderneming, neem dan contact op met een van onze adviseurs voor nader advies.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T09:25:21+01:0028 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

  • Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

De Hoge Raad heeft onlangs uitspraak gedaan inzake de no-riskpolis voor een werknemer die in de tweede periode weer in dienst is getreden. Maak tijdig bezwaar bij de Belastingdienst, mocht je vermoeden dat ZW-uitkeringen en eventuele WGA-uitkeringen aansluitend aan de tweede dienstbetrekking aan jou als werkgever zijn toegerekend als uitkeringslast.

Ziektewet-uitkering in de no-risk polis
Bij de no-riskpolis bestaat er voor een werknemer die medische beperkingen heeft, in bepaalde situaties recht op een Ziektewet-uitkering. Deze ZW-uitkering wordt vaak via de werkgever betaalbaar gesteld (werkgeversbetaling), zodat hij deze in mindering kan brengen op zijn loondoorbetalingsverplichting bij ziekte. Het is dus een schade beperkende maatregel die werkgevers over de streep moet trekken om een werknemer met een beperking aan te nemen, dan wel in dienst te houden. Mocht de werknemer uiteindelijk in de WGA terechtkomen, dan wordt deze werknemer niet meegerekend bij de bepaling van de gedifferentieerde premie Werkhervattingskas. Dit staat bekend als de no-riskpolis. Ook voor werknemers die geen recht hebben op een WIA-uitkering, de zogeheten 35-minners, kan er onder bepaalde voorwaarden recht bestaan op een ZW-uitkering.

Twee periodes van vijf jaar
De wet geeft aan dat er voor wat betreft de no-riskpolis twee periodes van vijf jaar zijn. De eerste periode vangt bij de 35-minner vijf jaar na einde wachttijd aan en de tweede periode vangt vijf jaar na datum indiensttreding aan. De uitval moet binnen die periode hebben plaatsgevonden om er een beroep op te doen.

Weer in dienst?
Stel nu dat de werknemer binnen die tweede periode weer opnieuw in dienst is getreden bij de werkgever. Kan er dan wel of geen beroep worden gedaan op de no-riskpolis? De Hoge Raad heeft hier inmiddels recentelijk uitsluitsel over gegeven en bepaald dat de no-riskpolis ook geldt voor ZW-uitkeringen aan een werknemer die:

• met een no-riskpolis bij de werkgever in dienst was, én
• ziek uit dienst ging, én
• binnen vijf jaar na de startdatum van de eerst dienstbetrekking voor de tweede keer bij de werkgever in dienst kwam, én
• opnieuw ziek uit dienst is gegaan.

Premiebeschikking Werkhervattingskas
Aangezien de Hoge Raad pas op 28 oktober 2022 uitspraak heeft gedaan, kon de Belastingdienst bij het bepalen van de premies in het kader van de onlangs verzonden premiebeschikking Werkhervattingskas hier geen rekening mee houden. Dit kan betekenen dat de ZW-uitkeringen en eventuele WGA-uitkeringen aansluitend aan de tweede dienstbetrekking, aan jou als werkgever zijn toegerekend als uitkeringslast.

Maak tijdig bezwaar
Het is dus zaak om tijdig bezwaar te maken als je vermoedt dat dit bij jou het geval zou kunnen zijn. Je kunt daarmee ook de instroomlijsten opvragen zodat je inzichtelijk hebt welke uitkeringen aan jou zijn toegerekend, waarna je kunt controleren of dat al dan niet terecht is.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T08:57:09+01:0027 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Controleer premiebeschikking Werkhervattingskas bij no-riskpolis

  • Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023

Per 1 januari 2023 stijgt het wettelijk minimumloon van €1.756,20 naar €1.934,40 per maand. Diverse uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon. Deze worden daarom ook aangepast.

Minimumjeugdloon ook omhoog
Het wettelijk minimumloon stijgt met 10,15 procent. Ook de minimumjeugdlonen stijgen met hetzelfde percentage.

Uitkeringsbedragen
Daarnaast worden de bedragen van de volgende uitkeringen aangepast:

• Participatiewet;
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
• Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
• Algemene Ouderdomswet (AOW);
• Algemene Nabestaandenwet (Anw);
• Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong);
• Werkloosheidswet (WW);
• Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA);
• Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO);
• Ziektewet (ZW;)
• Toeslagenwet (TW).

Participatiewet
De bijstandsuitkeringen stijgen per 1 januari 2023. Verder wordt per 1 januari 2023 de kostendelersnorm gewijzigd: alleen medebewoners van 27 jaar of ouder tellen mee als kostendeler voor de uitkering van huisgenoten.

WW, WIA, WAO en ZW
De bestaande bruto-uitkeringen in de WW, WIA, WAO en ZW worden per 1 januari 2023 ook met 10,15 procent verhoogd. Het maximumdagloon stijgt van bruto €232,90 naar €256,54.

Tip! De uitkeringsbedragen per 1 januari 2023 kun je hier vinden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-22T21:00:53+01:0023 december 2022|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Uitkeringen stijgen mee met minimumloon per 1 januari 2023