werkgever

  • Studiekostenbeding: wat verandert er?

Studiekostenbeding: wat verandert er?

Vanaf augustus verandert de regelgeving rondom het overeenkomen van een studiekostenbeding. Dit is het gevolg van de implementatie van de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden in de Nederlandse wetgeving. Wat verandert er voor jou als werkgever?

Tot nu toe
Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het mogelijk is om een studiekostenbeding met de werknemer overeen te komen als voldaan is aan de volgende voorwaarden:

1. je moet als werkgever duidelijk aangeven over welke periode je baat hebt bij de opleiding en de terugbetalingsplicht moet tot die periode worden beperkt;
2. gedurende genoemde periode wordt de terugbetalingsverplichting evenredig verminderd op grond van de glijdende schaal;
3. je moet de werknemer duidelijk vooraf informeren over de inhoud en omvang van de terugbetalingsverplichting.

Beperking bij verplichte scholing
Vanaf augustus 2022 wordt de mogelijkheid om rechtsgeldig een studiekostenbeding overeen te komen aan banden gelegd.
Als je verplicht bent de scholing aan de werknemer aan te bieden, is de scholing voor de werknemer kosteloos én wordt deze als werktijd aangemerkt. Die verplichting kan er zijn op grond van de wet of de cao; denk aan opleidingen op het gebied van veiligheid en vakbekwaamheid. Tot de wettelijk verplichte scholing behoort ook de scholing die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie en de scholing die noodzakelijk is voor het voortzetten van de arbeidsovereenkomst. Denk aan een training of opleiding in het kader van een verbetertraject, als bijvoorbeeld jouw werknemer over te weinig ICT-vaardigheden beschikt om zijn werk goed uit te kunnen voeren. In deze situaties is een studiekostenbeding niet toegestaan.

Let op! Reeds lopende studiekostenbedingen die verplichte scholing betreffen, komen te vervallen.
Let op! De verplichting om scholing aan te bieden, kan voortvloeien uit nationale wetgeving, Europese regelgeving, collectieve arbeidsovereenkomsten of uit rechtspositieregelingen.

Alle kosten
Alle kosten die de werknemer moet maken in verband met het volgen van de scholing, komen voor jouw rekening. Denk hierbij bijvoorbeeld aan reiskosten, boeken en ander studiemateriaal en examengelden. Bij voorkeur moet, indien mogelijk, de scholing onder werktijd worden aangeboden.

Gereglementeerd beroep
Er bestaat een lijst van zogeheten gereglementeerde beroepen, waarin uiteenlopende beroepen staan, zoals registerloods, deskundige asbestverwijderaar, duiker, beëdigde tolk, sportarts of fysiotherapeut. Als het beroep van de werknemer op de lijst staat, is een studiekostenbeding nog mogelijk, tenzij de opleiding alsnog in een cao verplicht wordt gesteld. In die laatste situatie is een studiekostenbeding niet langer geldig.

Wanneer nog meer niet?
Bij scholing gaat het dus niet om beroepsopleidingen of opleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie, zolang de werkgever niet verplicht is deze aan te bieden aan de werknemer op grond van het Unierecht, het nationale recht of een cao.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-04T08:58:02+02:004 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Studiekostenbeding: wat verandert er?

  • Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

Per 1 augustus 2022 wordt de EU-richtlijn Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving. Wat betekent dit voor jou als werkgever ten aanzien van nevenwerkzaamheden?

Tot nu toe was er nog geen wettelijke regeling met betrekking tot het verrichten van nevenwerkzaamheden. In de praktijk komen veel werkgevers nevenwerkzaamhedenbedingen overeen. Daarin wordt een meldingsverplichting opgenomen voor de werknemer om (on)betaalde nevenwerkzaamheden te melden. Daarbij heeft de werkgever dan het recht deze werkzaamheden onder bepaalde voorwaarden te verbieden.

Objectieve redenen
De nieuwe wetgeving houdt onder meer in dat jij als werkgever de werknemer in het kader van het recht op vrije arbeidskeuze niet mag verbieden buiten zijn werkrooster voor een andere werkgever te werken. Een verbod is alleen gerechtvaardigd als je daarvoor zogenaamde objectieve redenen kunt aanwijzen. Onder objectieve redenen worden verstaan:

• gezondheid en veiligheid;
• bescherming van vertrouwelijkheid en bedrijfsinformatie;
• integriteit van overheidsdiensten;
• vermijden van belangenconflicten.

Doelmatig en noodzakelijk
Bij een objectieve rechtvaardigingsgrond moet getoetst worden of het verbieden van de nevenwerkzaamheden doelmatig (passend en geschikt) en noodzakelijk (proportioneel) is om het zwaarwegende belang van de werkgever te beschermen. Daarbij worden ook de belangen van de werknemer meegewogen. Beoordeeld moet worden of het belang van de werkgever dusdanig is dat het belang van de werknemer om elders te kunnen werken daarvoor moet wijken.

Geen overgangsrecht
Er moet dus een objectieve reden zijn aan te voeren om een beroep te kunnen doen op het nevenwerkzaamhedenbeding. Dit geldt ook voor nevenwerkzaamheden die al vóór 1 augustus 2022 zijn overeengekomen.

Let op! Het is niet nodig om genoemde objectieve redenen in de arbeidsovereenkomst op te nemen.

Pas op het moment dat je een beroep wilt doen op het nevenwerkzaamhedenbeding, moet je de objectieve redenen onderbouwen. Denk aan de situatie dat een werknemer als gevolg van de nevenwerkzaamheden de maximale toegestane arbeidstijd overschrijdt. Dan is een objectieve reden gelegen in een mogelijk gevaar voor de gezondheid en de veiligheid. Bovendien ben je als werkgever verplicht toe te zien op naleving van de Arbeidstijdenwet.

Omgekeerde bewijslast
Op het moment dat de werknemer aannemelijk maakt dat hij is ontslagen vanwege het verrichten van nevenwerkzaamheden, zal de werkgever moeten bewijzen dat dit niet het geval is. Er geldt dus een omgekeerde bewijslast. Als er discussie bestaat over de aanwezigheid van een objectieve reden is het uiteindelijk de burgerlijke rechter die bepaalt of het verbod gerechtvaardigd is. De werknemer is overigens ook op grond van de Arbeidstijdenwet verplicht om nevenwerkzaamheden te melden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-30T09:27:58+02:0030 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nevenwerkzaamheden: de situatie na 1 augustus 2022

  • Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

De Regeling Werktijdverkorting (WTV) regelt een WW-uitkering voor werknemers voor de door hen niet-gewerkte uren tijdens een korte periode dat een onderneming minder werk heeft. Tot 1 oktober 2021 konden werkgevers geen gebruikmaken van de WTV. Deze was tijdelijk vervangen door de NOW. Vanaf 1 oktober 2021 is het echter weer mogelijk om een beroep te doen op de WTV.

Minder werk door uitzonderlijke situatie
Een werkgever kan alleen een beroep doen op de WTV als de reden voor het feit dat er minder werk is, veroorzaakt wordt door een uitzonderlijke situatie. Denk bijvoorbeeld aan brand of blikseminslag.

Let op! Omstandigheden die tot het normale ondernemersrisico vallen, geven geen recht op WTV. Ook de (nasleep van de) Coronacrisis valt niet onder de WTV.

De werktijdverkorting mag niet korter dan twee weken, maar ook niet langer dan 24 weken zijn.

Aanvraag
Een werkgever moet eerst een ontheffing aanvragen met het formulier Aanvraag werktijdverkorting. Na ontvangst van deze ontheffing, kan de werkgever bij het UWV voor de niet-gewerkte uren een WW-uitkering aanvragen voor de werknemers.

Let op! Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor perioden die vóór de datum liggen van aanvraag van de ontheffing. Zorg daarom dat je tijdig de ontheffing aanvraagt.

De WTV geldt alleen voor werknemers waarvoor de werkgever een loondoorbetalingsplicht heeft. Hieronder vallen dus geen oproepkrachten met een nul-urencontract of uitzendkrachten.

Na de aanvraag
Bij toekenning van de WTV maakt het UWV de WW-uitkering over naar de werkgever. De werkgever betaalt de werknemers vervolgens hun reguliere loon.

Let op! Zolang een werkgever gebruikmaakt van de WTV, kost dat de werknemer zijn WW-aanspraken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-22T10:19:33+02:0022 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Tijdelijk minder werk voor jouw werknemers?

  • Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

Een werkgever met jonge werknemers heeft ook in 2022 mogelijk recht op jeugd-lage-inkomensvoordeel (jeugd-LIV). De uurloonbandbreedtes voor 2022 zijn onlangs bekendgemaakt.

Jeugd-LIV
Om in aanmerking te komen voor jeugd-LIV moet een werkgever in 2022 werknemers in dienst hebben die op 31 december 2021 18, 19 of 20 jaar oud waren. Deze werknemers moeten een loon hebben dat hoort bij het wettelijke minimumjeugdloon voor hun leeftijd en blijft binnen de gemiddelde uurloonbandbreedtes.

Gemiddelde uurloonbandbreedtes 2022
De gemiddelde uurloonbandbreedtes zijn gebaseerd op het wettelijk minimumloon over het hele jaar 2022. Voor 2022 zijn de gemiddelde uurloonbandbreedtes daarom onlangs pas bekendgemaakt.

Leeftijd op 31-12-2021 Ondergrens Bovengrens
20 jaar                                €8,67           €10,73
19 jaar                                 €6,50           €9,65
18 jaar                                 €5,42           €7,24

Juiste aangifte loonheffingen
Voor de berekening van jouw recht op jeugd-LIV is het belangrijk dat de juiste gegevens (waaronder het aantal verloonde uren) in de aangifte loonheffingen over 2022 zijn ingevuld. Het recht op jeugd-LIV wordt namelijk afgeleid uit de aangifte loonheffingen.

Hoogte jeugd-LIV
De tegemoetkoming bedraagt voor de werknemer, die op 31 december 2021 18 jaar oud was, €0,07 per verloond uur met een maximum van €135,20 per werknemer per jaar. Voor de werknemer die op 31 december 2021 19 of 20 jaar oud was, bedraagt de tegemoetkoming €0,08 respectievelijk €0,30 per verloond uur met een maximum van €166,40 respectievelijk €613,60 per werknemer per jaar.

Let op! Het jeugd-LIV wordt net als het LIV altijd achteraf uitbetaald. Heb je recht op jeugd-LIV 2022, houd er dan rekening mee dat uitbetaling dus in de tweede helft van 2023 plaatsvindt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-21T12:26:36+02:0021 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe bedragen jeugd-LIV bekend

  • Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

Ontvangt een werknemer een vergoeding voor immateriële schade en verlies aan arbeidskracht van zijn werkgever? Dan zal deze vaak belastingvrij zijn.

Letselschadevergoeding door werkgever
Een werknemer die in dienst was bij een Veiligheidsregio werd door zijn werkgever aangesteld als vrijwilliger bij de brandweer. Tijdens die werkzaamheden raakte hij betrokken bij een ongeval. Hij hield daaraan blijvend letsel en bewegingsbeperking over. Zijn werkgever had een ongevallenverzekering afgesloten.
Deze ongevallenverzekering betaalde een letselschadevergoeding van circa €33.000 uit. De werkgever hield daarop circa € 13.000 belasting in en betaalde circa €20.000 aan de werknemer door.

Belast of belastvrij
De werkgever hield belasting in omdat hij meende dat de letselschadevergoeding voortkwam uit de dienstbetrekking en dus loon vormde. De werknemer was echter van mening dat de vergoeding geen loon vormde en dus belastingvrij was. De werknemer meende dat de volle €33.000 aan hem uitbetaald had moeten worden.

Oordeel Hoge Raad
De Hoge Raad was het, tot op zekere hoogte, eens met de werknemer. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat vergoedingen van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht in principe geen loon vormen en dus belastingvrij zijn. Dit is alleen anders als de werkgever een hogere vergoeding betaalt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit.
Was de aansprakelijkheid van de werkgever bijvoorbeeld beperkt tot €25.000? Dan had de werkgever alleen over het meerdere (€8.000) belasting in moeten houden.

Nog even geduld
De werknemer moet nog even geduld hebben. De Hoge Raad heeft een gerechtshof gevraagd om uit te zoeken hoe hoog de vergoeding is die rechtstreeks uit de aansprakelijkheid van de werkgever voortvloeit. Is dat een bedrag hoger of gelijk aan de circa €33.000? Dan is de gehele letselschadevergoeding onbelast.

Tip! Voordat de Hoge Raad het betreffende oordeel uitsprak, werd aangenomen dat een vergoeding van immateriële schade en verlies aan arbeidskracht belast was als deze zou rusten op bepaalde afspraken daarover in de arbeidsovereenkomst. De Hoge Raad heeft nu uitgelegd dat dit anders ligt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T13:55:28+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Immateriële schadevergoeding vaak belastingvrij

  • Wanneer zijn kosten van maaltijden aftrekbaar?

Wanneer zijn kosten van maaltijden aftrekbaar?

Als ondernemer ben je waarschijnlijk ook af en toe onderweg. Zijn de kosten van je maaltijden dan aftrekbaar en zo ja, waar hangt dit vanaf?

Zakelijk of niet?
Of jouw maaltijden aftrekbaar zijn, is afhankelijk van de vraag of de maaltijden al dan niet zakelijk zijn. Dit is bijvoorbeeld het geval als er gegeten wordt met zakenrelaties, bijvoorbeeld om een offerte te bespreken.

Eigen verteer
In een zaak voor het hof Den Haag ging het om een ondernemer die veel op locatie bij de klant werkte en in de buurt dan tijdelijk een ruimte huurde, zodat hij niet dagelijks op en neer hoefde te rijden. Op deze locaties ging de man ook uit eten en hij bracht deze kosten voor 80% ten laste van de winst. De inspecteur accepteerde dit echter niet.

Onzakelijk
De rechters waren het met de inspecteur eens en vonden dat het hier kosten betrof die in de privésfeer lagen en daarom niet aftrekbaar waren. Als de ondernemer thuis zou overnachten zou hij ook moeten eten en dus kosten voor voedsel en drank maken. Dat hij ervoor koos om bij verblijf buitenshuis uit eten te gaan, was een persoonlijke keuze. Anders dan bij etentjes met relaties, was er van een zakelijk belang geen sprake en dus waren de kosten niet aftrekbaar.

Verschil met werknemer en DGA
Dat er in vergelijkbare situaties voor werkgevers wel een mogelijkheid bestaat om dit soort etentjes onbelast te vergoeden, doet volgens het hof niet ter zake. Volgens het hof is een ondernemer nu eenmaal niet te vergelijken met een werknemer.

Let op! Omdat de DGA fiscaal voor dit soort situaties als werknemer wordt aangemerkt, komt hij wel in aanmerking voor een onbelaste vergoeding voor maaltijden.

Overnachtingskosten wel aftrekbaar
Volgens het hof is ook niet van belang dat overnachtingskosten wel aftrekbaar zijn. Hieraan ligt namelijk een zakelijk motief ten grondslag en deze kosten zouden zich niet voordoen als de ondernemer vanuit huis zou werken.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-30T12:00:46+02:0030 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Wanneer zijn kosten van maaltijden aftrekbaar?

  • Nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022

Nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022

De nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof (WBO) gaat in 2022 van kracht. Daarin is geregeld dat vanaf 2 augustus 2022 jouw werknemers recht hebben op een uitkering van UWV als zij ouderschapsverlof opnemen. Deze wet is een wijziging van de Wet Arbeid en Zorg (WAZO).

Hoe ziet betaald ouderschapsverlof eruit?
De totale omvang van ouderschapsverlof bedraagt 26 maal de wekelijkse arbeidsduur. Het verlof kan opgenomen worden tot aan de dag waarop het kind de leeftijd van acht jaar bereikt.
In de WBO is nu geregeld dat de werknemer die ouderschapsverlof opneemt, gedurende negen weken recht heeft op een uitkering van UWV ter hoogte van 70% van het maximumdagloon.
Jouw werknemer heeft alleen recht op deze uitkering als het verlof wordt opgenomen vóór de datum waarop het kind de leeftijd van één jaar bereikt.

Welke werknemers komen in aanmerking?
Voor de WBO komen in aanmerking:

• de werknemer die in familierechtelijke betrekking tot het kind staat;
• de werknemer die volgens de basisregistratie personen op hetzelfde adres woont als het kind en duurzaam de verzorging en opvoeding van het kind als een eigen kind op zich heeft genomen.

Voor het aanvragen van een uitkering van het UWV is het noodzakelijk dat de werknemer een arbeidsovereenkomst of een publiekrechtelijke aanstelling heeft (ambtenaren). De aanvraag loopt dan via de werkgever.

Ook voor de DGA!
Met de wijziging van de WAZO komen directeur-grootaandeelhouders, alfahulpen en particuliere huishoudelijke hulpen ook in aanmerking voor betaald ouderschapsverlof. Zij kunnen de aanvraag rechtstreeks indienen bij het UWV.

Europese richtlijn
Betaald ouderschapsverlof was nog niet eerder geregeld. Het is de uitwerking van een Europese richtlijn om het evenwicht tussen werk en privéleven voor ouders en mantelzorgers te bevorderen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-12T11:29:43+02:0012 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Nieuwe Wet betaald ouderschapsverlof vanaf 2 augustus 2022

  • Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Als jouw partner in de eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of jouw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Jouw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij uw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

• Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
• Wordt een vergoeding betaald?
• Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt gaat over de gezagsverhouding.

Let op! Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip! Werkt jouw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als de andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-21T19:59:11+02:0021 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

  • Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

Vanaf 1 augustus 2022 geldt een aantal nieuwe rechten en opzegverboden voor arbeidsovereenkomsten. De Nederlandse wetgeving moet uiterlijk op die datum voldoen aan een Europese richtlijn voor transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden.

Wetsvoorstel bij Tweede Kamer
Nederland moet op uiterlijk 1 augustus 2022 de EU-richtlijn in de eigen wetgeving hebben verwerkt. Het voorstel voor de Wet implementatie EU-richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden ligt nu bij de Tweede Kamer. De EU-richtlijn legt aan werkgevers aanvullende verplichtingen op en heeft gevolgen voor verschillende arbeidsvoorwaarden en bedingen. De bedoeling van deze richtlijn is het beter beschermen van werknemersrechten.

Uitbreiding rechten werknemers
De EU-richtlijn beschrijft een aantal extra rechten en opzegverboden. De opzegverboden hebben als doel dat je als werkgever de arbeidsovereenkomst niet kunt opzeggen als een werknemer zich beroept op de nieuwe rechten. Deze nieuwe rechten hebben te maken met onder meer het studiekostenbeding, het nevenwerkzaamhedenbeding, het recht op voorspelbare arbeid en een informatieplicht van de werkgever.

1. Verbod studiekostenbeding voor noodzakelijke opleidingen
Er kan geen studiekostenbeding meer worden overeengekomen voor studiekosten die gemaakt worden voor de noodzakelijke uitoefening van de functie (en die door de wet of cao worden voorgeschreven). Die scholing moet kosteloos aan de werknemer worden aangeboden en moet indien mogelijk plaatsvinden onder werktijd.

2. Beperking verbod op nevenwerkzaamheden
Het nevenwerkzaamhedenbeding is op dit moment niet wettelijk geregeld. In het nieuwe wetsvoorstel wordt een verbod op nevenwerkzaamheden aan belangrijke beperkingen onderworpen. Een verbod op nevenwerkzaamheden zal niet meer rechtsgeldig kunnen worden bedongen. Uitzonderingen zijn beperkt en alleen op grond van objectieve redenen.

3. Verzoek voorspelbare arbeid
De werknemer mag een schriftelijk verzoek indienen om werk met meer voorspelbare en zekere arbeidsvoorwaarden als de werknemer op het moment van aanpassing van de arbeidsvoorwaarden minstens 26 weken in dienst is. Heb je tien werknemers of meer in dienst, dan moet je binnen een maand op dit verzoek reageren; heb je minder werknemers, dan binnen drie maanden. Als je niet op tijd schriftelijk en gemotiveerd reageert, mag de werknemer dit opeisen.

4. Uitbreiding van informatieplicht
Extra informatie zal moeten worden verstrekt aan werknemers over de eventuele uitzendconstructie, over de eventuele proeftijd, over het scholingsrecht en het verschaffen van aanvullende informatie over regels en procedures bij ontslag.

Let op! Het wetsvoorstel moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-15T14:23:33+02:0015 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Medio 2022 nieuwe rechten en opzegverboden arbeidsovereenkomst

  • Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024

Per 1 januari 2024 wil het kabinet het wettelijk minimumloon verhogen met 7,5%. Het betreft hier een buitengewone verhoging. Een wetsvoorstel hiertoe wordt momenteel uitgewerkt.

Koopkrachtdaling
Als gevolg van de negatieve ontwikkeling van de koopkracht, onder meer door de stijgende energie- en grondstofprijzen, is door het kabinet gekeken naar mogelijkheden voor een verhoging van het minimumloon. Een wetsvoorstel voor een buitengewone verhoging van het wettelijk minimumloon wordt nu uitgewerkt. De Tweede Kamer ontvangt voor de zomer van dit jaar een brief over de vormgeving en het verdere wetgevingsproces.

Ingrijpende en uitzonderlijke wijziging
Volgens de Wet op het minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml) is er een mogelijkheid om minimaal eens per vier jaar na te gaan of sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon wenselijk maken. Als daar naar het oordeel van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) sprake van is, kan de hoogte van het minimumloon worden aangepast middels een Algemene maatregel van Bestuur (AMvB).

Let op! Aanpassing van de hoogte van het minimumloon heeft gevolgen voor een zeer groot aantal regelingen in de sociale zekerheid, fiscaliteit en toeslagen en ook voor andere regelingen zoals de studiefinanciering.

Voordeel voor lage en middeninkomens
Bij een uitzonderlijke wijziging van het minimumloon is het mogelijk om de minimumloonverhoging te richten op werknemers met lage en middeninkomens. Dat vergt echter grote aanpassingen van de bestaande systematiek. Een buitengewone minimumloonverhoging gaat veel verder dan de gebruikelijke indexatie met de gemiddelde contractloonstijging. Dan zouden namelijk ook regelingen verhoogd worden die niet uitsluitend gericht zijn op lage en middeninkomens.

Per 2024
Omdat dit alles zorgvuldig moet gebeuren en de consequenties voor andere regelingen groot zijn, is het niet mogelijk de uitzonderlijke wijziging van het minimumloon eerder dan 1 januari 2024 te laten ingaan.

Let op! De bijzondere verhoging van 7,5% moet dus nog worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel moet vervolgens ook nog worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-13T21:03:32+02:0013 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Verhoging wettelijk minimumloon van 7,5% in 2024