werkgever

  • Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?

Vanwege Corona werkt Nederland zoveel mogelijk thuis. Maar kun je als werkgever het personeel hiervoor ook een onbelaste vergoeding geven? En zo ja, onder welke voorwaarden?

Is thuis fiscaal gezien een werkplek?

Voor het antwoord op bovenstaande vraag is allereerst van belang of de werknemer thuis een ruimte heeft die fiscaal als ‘werkplek’ aangemerkt kan worden. Er moet dan sprake zijn van een eigen in- of opgang met eigen sanitair en je moet de werknemer voor het gebruik ervan huur betalen. Meestal is aan deze voorwaarden niet voldaan.

Mag: PC’s, mobieltjes en gereedschap
Je mag PC’s, mobieltjes, gereedschap en soortgelijke apparatuur onbelast vergoeden of verstrekken als je in alle redelijkheid vindt dat deze spullen nodig zijn voor het werk. Hieronder valt ook een internetabonnement.

Mag: Inrichting werkkamer
Als werkgever ben je volgens de Arbowet verantwoordelijk voor de werkplek van de werknemers, ook als zij thuiswerken. Dit betekent dat je daarom Arbovoorzieningen belastingvrij ter beschikking mag stellen of vergoeden. Hieronder vallen ook een bureau, stoel en lampen die de werknemer in zijn werkkamer nodig heeft. De werknemer mag hier geen eigen bijdrage voor betalen.

Mag niet: koffie / thee / toiletpapier
Het vergoeden of verstrekken van koffie, thee, toiletpapier en dergelijke vanwege het verplichte thuiswerken is belast. Je kunt deze vergoedingen en verstrekkingen wel onderbrengen in de werkkostenregeling.

Einde thuiswerken, wat dan?
Komt het personeel weer naar kantoor, dan moet de werknemer de spullen weer inleveren of er een vergoeding op basis van de dagwaarde voor betalen. Belastingvrije vergoedingen van bijvoorbeeld het internetabonnement moeten worden stopgezet. Zo niet, dan is het voordeel belast.

Werkkostenregeling
Vergoedingen en verstrekkingen die niet belastingvrij zijn, kun je desgewenst onder brengen in de werkkostenregeling. Bijvoorbeeld €10 per dag voor bijkomende kosten, zoals verwarming. Allereerst kun je natuurlijk kijken of je deze kosten kunt betalen onder de noemer van een belastingvrije vergoeding die je niet al geeft. Deze bestemming moet je van tevoren benoemen. Als dat niet meer mogelijk is, komt de vrije ruimte in beeld. De vrije ruimte van de werkkostenregeling is ook in 2021 verruimd en bedraagt 3% van de loonsom tot €400.000 en 1,18% over het meerdere. Zodoende word je als werkgever minder snel met de eindheffing van 80% geconfronteerd die je moet betalen voor zover je over de vrije ruimte heen schiet.

Vergoeding woon-werkverkeer
Kregen de werknemers al vóór 13 maart 2020 een onbelaste vergoeding voor het woon-werkverkeer, dan mag je die in ieder geval tot 1 april van dit jaar onbelast blijven doorbetalen. Op die manier kun je toch tegemoet komen in de extra kosten van thuis werken. Het kabinet beraadt zich op een nieuwe regeling voor thuiswerkers vanaf 1 april 2021.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-31T09:18:57+02:0031 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Thuiswerken: wat is onbelast en wat niet?
  • Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli

Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli

Werkgevers kunnen hun thuiswerkende werknemers een onbelaste vaste reiskostenvergoeding blijven doorbetalen, tot in ieder geval 1 juli 2021.

Thuiswerken
Vanwege Corona wordt er meer thuisgewerkt. Een onbelaste vaste vergoeding voor woon-werkverkeer is dan eigenlijk niet mogelijk, omdat er geen of veel minder reiskosten worden gemaakt. Omdat een onbelaste vaste kostenvergoeding voor thuiswerken veelal niet mogelijk is, vindt het kabinet het gerechtvaardigd de onbelaste vaste reiskostenvergoeding te verlengen.

Let op! De verlenging geldt onder de voorwaarde dat de reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 was toegekend.

Kosten eigen auto / private lease
De verlenging betekent ook een tegemoetkoming in de kosten voor werknemers die minder reizen, maar nog wel met kosten geconfronteerd worden. Staatssecretaris Vijlbrief noemt in dit kader de vaste kosten van de eigen auto of de kosten van een auto via private lease.

Thuiswerkvergoeding
Het kabinet denkt nog na over een onbelaste thuiswerkvergoeding. Volgens de staatssecretaris wordt die echter naar verwachting dit jaar niet meer ingevoerd. Als alternatief is daarom ook dit jaar de vrije ruimte in de werkkostenregeling verruimd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-30T13:21:36+02:0030 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Onbelaste vaste reiskostenvergoeding thuiswerker verlengd tot 1 juli
  • ‘Lager gebruikelijk loon dan minimumloon ook mogelijk’

‘Lager gebruikelijk loon dan minimumloon ook mogelijk’

Een DGA moet jaarlijks een zogeheten ‘gebruikelijk loon’ uit de BV opnemen. Dit moet in beginsel minstens €47.000 bedragen, maar volgens de rechter is soms zelfs een gebruikelijk loon dat lager is dan het minimumloon ook mogelijk.

Hoogte gebruikelijk loon
Het gebruikelijk loon dient te worden vastgesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking of op het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn bij de BV, indien een van deze bedragen meer is dan €47.000. Is het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager dan €47.000, dan wordt het gebruikelijk loon vastgesteld op dit bedrag.

Bijzondere omstandigheden
Onder bijzondere omstandigheden kan ook een lager gebruikelijk loon worden vastgesteld, bijvoorbeeld bij verlieslijdende BV’s. De Belastingdienst stelt zich dan echter op het standpunt dat het gebruikelijk loon ten minste gelijk moet zijn aan het wettelijk minimumloon.

Rechter staat loon onder minimumloon toe
In een recente uitspraak besliste de rechter in Arnhem dat ook een gebruikelijk loon kan worden toegekend dat onder het wettelijk minimumloon ligt. In de voorliggende casus had een BV de DGA in de eerste drie maanden van het eerste boekjaar een gebruikelijk loon toegekend conform de fiscale voorschriften. Wegens aanhoudende verliezen was de BV dit gebruikelijk loon grotendeels schuldig gebleven en werd de rest van het boekjaar geen loon meer uitbetaald. De rechter achtte dit juist.

Oud besluit
De rechter baseerde dit oordeel op een besluit uit 2006. Hierin werd bepaald dat een lager loon dan een gebruikelijk loon acceptabel is als men aannemelijk kan maken dat de continuïteit van de BV in gevaar komt bij het uitbetalen van een gebruikelijk loon.

Geen recht aan de realiteit
Het vasthouden aan het minimumloon als ondergrens voor het gebruikelijk loon, doet volgens de rechter in dit soort situaties geen recht aan de realiteit. De wet minimumloon is niet voor deze situatie geschreven, aldus het oordeel.

Corona
Vanwege Corona mag het gebruikelijk loon in 2020 en 2021 ook lager worden vastgesteld dan wettelijk voorgeschreven. Het omzetverlies moet in 2021 wel minstens 30% zijn, voor 2020 is dit niet vereist. Het gebruikelijk loon mag worden afgeleid van dat in 2019 en evenredig aangepast worden voor het omzetverlies. Voor 2020 ga je daarbij uit van het omzetverlies in de eerste vier maanden vergeleken met de omzet in de eerste vier maanden van 2019, voor 2021 ga je uit van het omzetverlies over het hele jaar in vergelijking met de omzet over het hele jaar 2019.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-29T09:14:18+02:0029 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor ‘Lager gebruikelijk loon dan minimumloon ook mogelijk’
  • WBSO uiterlijk 31 maart melden

WBSO uiterlijk 31 maart melden

Heb je in 2020 WBSO aangevraagd, dan dien je uiterlijk 31 maart van dit jaar het aantal uren en eventueel de kosten te melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Ben je te laat, dan krijg je een boete.

WBSO
Via de WBSO (Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk) kan een fiscale subsidie verkregen worden voor innoverende activiteiten. De subsidie moet vooraf bij de RVO worden aangevraagd. Na afloop van het jaar volgt de eindafrekening.

Tegemoetkoming werkgevers
Werkgevers kunnen een tegemoetkoming krijgen voor de personeelskosten. Daarnaast kunnen ze een tegemoetkoming in de overige kosten krijgen. Voor personeelskosten en overige kosten gelden forfaits. Werkgevers kunnen hiervan echter afwijken. In dat geval moeten ze de werkelijke kosten doorgeven aan de RVO.

Aftrek zelfstandigen
Zelfstandigen die zelf innovatieve werkzaamheden uitvoeren, komen ook in aanmerking voor de WBSO, in de vorm van een aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Hiervoor is vereist dat de zelfstandige minstens 500 uren in een jaar innovatief bezig is. Haalt de zelfstandige die 500 uren niet, dan moet hij dit uiterlijk 31 maart aan de RVO doorgeven.

Correctie
Wijkt het aantal aangevraagde WBSO-uren af van de realisatie, dan ontvang je een correctie. Die kan positief of negatief uitpakken, afhankelijk van de vraag of je meer of minder uren aan innovatie hebt besteed dan gepland.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-26T10:49:04+01:0026 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor WBSO uiterlijk 31 maart melden
  • Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart

Wil je per 1 juli 2021 eigenrisicodrager worden voor de WGA of ZW? Of ben je al eigenrisicodrager en wil je opzeggen? Dan moet je dat uiterlijk 31 maart aanvragen bij de Belastingdienst.

Wat is eigenrisicodragerschap?
Werkgevers vallen voor de kosten van arbeidsongeschiktheid van werknemers doorgaans onder de publieke verzekering van het UWV. Hier gaat het om de Regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de Ziektewet (ZW). Je draagt daarvoor WGA- en ZW-premies af.

Je betaalt deze premies werknemersverzekeringen echter niet als je eigenrisicodrager bent. In dat geval betaal je alleen de basispremie. Is het risico dat de (ex-)werknemer een beroep moet doen op een WGA- of ZW-uitkering laag? Dan kan het dus gunstig zijn om eigenrisicodrager te worden. Maar wordt de (ex-)werknemer ziek, dan moet je de uitkering en (re-integratie)kosten zelf betalen. Je blijft hiervoor maximaal tien jaar verantwoordelijk. Voor dit risico kun je je wel verzekeren bij verschillende verzekeraars. Na tien jaar neemt het UWV de betaling van de uitkering over. Ook wordt het UWV verantwoordelijk voor de re-integratie.

Let op! Eigenrisicodragerschap voor de WW is verplicht voor werkgevers in de sector Overheid en Onderwijs. Voor werkgevers in andere sectoren is dat niet mogelijk.

Twee maal per jaar wijzigingen doorgeven
Twee keer per jaar kun je ervoor kiezen om eigenrisicodrager te worden. Dat kan op 1 januari en op 1 juli. Het eigenrisicodragerschap opzeggen kan ook. De aanvraag moet 13 weken van tevoren bij de Belastingdienst ingediend worden. Wil je per 1 juli 2021 de wijziging in laten gaan, dan moet je dat dus vóór 1 april doorgeven.

Let op! Bij de aanvraag voor het eigenrisicodragerschap moet een garantieverklaring meegestuurd worden van de bank of verzekeraar. Hiervoor is een modelgarantieverklaring beschikbaar op de site van de Belastingdienst en op de site van het UWV.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-19T10:03:08+01:0019 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Eigenrisicodrager WGA of ZW? Let op deadline van 31 maart
  • Subsidie generieke werkgeversvoorziening per 1 juli verruimd

Subsidie generieke werkgeversvoorziening per 1 juli verruimd

De zogenaamde pilot generieke werkgeversvoorziening is een regeling waarbij werkgevers subsidie kunnen aanvragen voor werkplekaanpassingen voor werknemers met een structurele functionele beperking. Deze subsidieregeling bestaat sinds 1 maart 2020. De voorwaarden voor het aanvragen van de subsidie worden volgens een conceptbesluit met ingang van 1 juli 2021 verruimd.

Wat houdt de pilot generieke werkgeversvoorzieningen in?
Als werkgever kun je subsidie aanvragen voor het aanpassen van werkplekken als je de intentie hebt om een of meerdere mensen met een vergelijkbare functiebeperking in dienst te nemen en bij voorkeur drie jaar in dienst te houden. Voor het ontvangen van de subsidie gelden onder andere de volgende voorwaarden:

  • de voorziening moet noodzakelijk zijn;
  • de voorziening kost maximaal € 1.000.000;
  • je hebt in de drie jaar dat de proef duurt minimaal één werknemer in dienst voor wie de aanpassing noodzakelijk is.

Op welke punten verruiming?
In eerste instantie gold ook een aantal voorwaarden die met name de rol van het UWV betroffen, onder andere bij het bepalen van de doelgroep van deze subsidie. Hierin komt verandering:

  • per 1 juli 2021 hoef je bij het UWV pas aan te geven om welke werknemer het gaat, zodra je de werkplek aangepast hebt. Op dit moment moet je de naam van de betreffende werknemer veel eerder doorgeven, namelijk al bij de subsidieaanvraag. Dat hoeft straks niet meer. Je moet in de aanvraag nog wel aangeven wat je gaat aanpassen aan de werkplek, voor welke functiebeperkingen deze aanpassingen bedoeld zijn en hoeveel werknemers van de werkplekaanpassing gebruik kunnen maken;
  • nu is de subsidieaanvraag alleen nog voor blijvende werkplekaanpassingen, dus niet voor voorzieningen die de werknemers mee kunnen nemen zodra ze van baan wisselen. Ook dat gaat veranderen. De subsidie kun je per 1 juli 2021 ook aanvragen voor voorzieningen die werknemers mee kunnen nemen als ze het bedrijf verlaten;
  • verder kun je nu alleen subsidie aanvragen voor werknemers met een functiebeperking vanuit de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Per 1 juli 2021 wordt deze voorwaarde verruimd en kun je ook subsidie aanvragen voor werknemers uit de doelgroepen banenafspraak en loonkostensubsidie of beschut werk.

Meewerken aan evaluatie is verplicht
De pilot duurt tot en met 31 december 2023. Het UWV zal door middel van onder meer bedrijfsbezoeken en interviews met werkgevers de pilot evalueren. Ook zal het UWV onderzoeken of met de pilot meer werknemers met een functiebeperking aan het werk komen én blijven. Wanneer je de subsidie aanvraagt, ben je verplicht om aan deze evaluatie mee te werken. Op basis van de evaluatie wordt besloten over de voortzetting van de generieke werkgeversvoorziening.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-18T09:35:10+01:0018 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Subsidie generieke werkgeversvoorziening per 1 juli verruimd
  • NL leert door: sectoraal maatwerk mogelijk

NL leert door: sectoraal maatwerk mogelijk

Het kabinet wil werknemers ondersteunen in hun kansen op nieuw werk. In 2020 zijn de regelingen ‘NL leert door’ met inzet van ontwikkeladvies en ‘NL leert door’ met inzet van scholing in werking getreden. Binnenkort wordt de derde regeling van kracht: ‘NL leert door’ met inzet van sectoraal maatwerk.

Sectoraal maatwerk
Wat houdt sectoraal maatwerk precies in? Samenwerkingsverbanden van werkgevers-, werknemersorganisaties en andere betrokken partijen binnen een bepaalde sector kunnen een subsidieverzoek indienen om binnen de sector activiteiten te ontplooien gericht op het behoud dan wel het vinden van ander werk. De volgende vier activiteiten kunnen worden aangeboden:

  • ontwikkeladvies;
  • scholing;
  • EVC, of
  • begeleiding naar ander werk.

Het is niet nodig dat de partijen genoemde activiteiten allemaal zelf aanbieden. Er kan ook gebruik worden gemaakt van externe aanbieders. Het subsidiebedrag bedraagt minimaal €300.000 per aanvraag en de binnen een subsidieaanvraag aangevraagde trajecten hebben een gemiddelde waarde van ten hoogste €2.000 per deelnemer. In totaal is €71,5 miljoen beschikbaar voor deze regeling.

Aangeboden activiteiten
Het is de bedoeling om maatwerk aan te bieden aan personen. Zo kunnen in een traject alle vier genoemde activiteiten worden ingezet, maar dit zal zeker niet altijd nodig zijn en afhankelijk zijn van de individuele behoefte. Ook kan de inzet beperkt blijven tot bijvoorbeeld alleen een ontwikkeladvies. Per traject zal bekeken worden wat nodig is.

Aanvragen subsidie
De subsidie kan worden aangevraagd vanaf 15 maart 2021, 9.00 uur tot en met 26 april 2021, 17.00 uur. De uitvoering is in handen van Uitvoering van Beleid (www.uitvoeringvanbeleidszw.nl), onderdeel van het ministerie van SZW. De beslissing over een subsidieaanvraag wordt zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen 13 weken, genomen.

Indienen subsidieaanvraag
Samenwerkingsverbanden van sectoren, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties, brancheorganisaties, O&O-fondsen en andere betrokkenen, kunnen een subsidieaanvraag indienen. Als uitgangspunt geldt dat zowel een werkgevers- als een werknemersorganisatie onderdeel moeten uitmaken van het samenwerkingsverband, zodat het helder is dat het gaat om een in de sector breed gedragen aanvraag. Behoort een gezamenlijk ondertekende aanvraag niet tot de mogelijkheden, dan moet de aanvraag voor een advies worden voorgelegd aan de Stichting van de Arbeid.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-17T09:29:36+01:0017 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor NL leert door: sectoraal maatwerk mogelijk
  • Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW

Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW

Werkgevers met een omzetverlies door Corona kunnen vanaf 15 maart de definitieve aanvraag indien voor de tweede NOW-periode (juni t/m september 2020). De oorspronkelijke aanvraagperiode is met een maand vervroegd. Werkgevers hebben ruimschoots de tijd voor de aanvraag, namelijk tot en met 5 januari 2022.

Omvang NOW
De omvang van de tegemoetkoming voor de tweede NOW-periode (juni t/m september) is 90% van de loonkosten. Bij minder omzetverlies wordt ook de NOW evenredig verminderd. Dus bijvoorbeeld bij 50% omzetverlies krijg je 45% van de loonkosten vergoed. Hiervan is 80% als voorschot uitbetaald.

Vier maanden
De tweede aanvraagperiode betreft als enige een periode van vier maanden, namelijk juni t/m september 2020. Ook het percentage omzetverlies wordt over een periode van vier maanden berekend.

Definitieve berekening
Voor de definitieve berekening is een definitieve aanvraag bij het UWV nodig. Op basis van de definitieve aanvraag wordt het restant uitbetaald. Is het omzetverlies echter te royaal geschat, dan kan het zijn dat je een deel van het voorschot weer terug moet betalen.

Betalingsregelingen
Wanneer het terugbetalen van het voorschot tot financiële moeilijkheden leidt, kan een betalingsregeling worden afgesproken. Daarbij zijn in bepaalde situaties uitstel van betaling of betaling over een periode van een jaar of langer ook mogelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-15T12:00:17+01:0015 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vanaf 15 maart definitieve aanvraag tweede periode NOW
  • Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?

Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?

De regeling voor de fiets, die vanaf 2020 geldt, maakt een einde aan allerlei administratieve ballast door de invoering van een vast bijtellingspercentage van 7%. In deze bijdrage zoomen we in op de vraag welke BTW-aftrek er geldt voor een fiets van de zaak. Daarbij gaan wij uit van een ondernemer die op de eigen bedrijfsactiviteiten geen BTW-vrijstelling toepast.

Voor de BTW geldt een speciale regeling die de BTW-aftrek voor een aantal personeelsvoorzieningen beperkt: het Besluit Uitsluiting Aftrek Omzetbelasting (BUA). Ook de ter beschikking gestelde (de werkgever blijft eigenaar) fiets of e-bike valt daar onder als deze voor woon-werkverkeer ter beschikking is gesteld. De BTW is dan aftrekbaar voor zover de aanschafprijs van de fiets niet meer bedraagt dan €749 inclusief BTW. Dat betekent concreet dat er dan €130 aftrekbaar is.

Voorwaarden BTW-aftrek
Aan deze aftrek zijn in het BUA nog wel voorwaarden verbonden. Die houden in dat je als werkgever in dit kalenderjaar en de twee voorafgaande kalenderjaren aan de werknemer niet eerder een fiets hebt verstrekt of ter beschikking gesteld. Daarnaast mag je voor deze BTW-aftrek vanaf het verstrekken (werknemer wordt eigenaar van de fiets) of ter beschikking stellen van de fiets tot het einde van het kalenderjaar en in elk van de twee volgende kalenderjaren niet voor 50% of meer van het aantal dagen een reiskostenvergoeding verstrekken of op een andere manier voorzien in woon-werkverkeer.

Praktisch bezien betekent dit dus bijvoorbeeld géén BTW-aftrek als de medewerker naast de fiets ook een auto van de zaak heeft, maar bijvoorbeeld wel BTW-aftrek als de medewerker alle dagen per fiets reist en geen reiskostenvergoeding meer krijgt.

Operational lease
Kies je er als werkgever voor om de fiets niet te kopen maar te leasen via operational lease, dan gelden bovenstaande bedragen ook. Onder dezelfde voorwaarden als bij aanschaf kun je dan de BTW aftrekken op de maandelijkse leasetermijnen voor zover de totale leasetermijnen inclusief BTW niet hoger zijn dan €749 inclusief BTW. Dat levert dan een aftrek op van €130.

Eigen bijdrage
Vraag je van de medewerker een eigen bijdrage voor de verstrekte of ter beschikking gestelde fiets, al dan niet via een cafetariaregeling, dan is dat voor de BTW een belaste levering of dienst.

Voor de bovengenoemde BTW-aftrek van maximaal €130 beoordeel je vervolgens of de inkoopprijs minus de eigen bijdrage hoger of lager is dan €749 inclusief BTW. Als het saldo niet hoger is dan €749 inclusief BTW, komt de voor de inkoop van de fiets aan de ondernemer in rekening gebrachte BTW volledig voor aftrek in aanmerking.

Als de inkoopprijs van de aan de werknemer verstrekte fiets na aftrek van de eigen bijdrage van de werknemer hoger is dan €749 inclusief BTW, is de aftrek van btw uitgesloten voor het bedrag dat uitkomt boven €749.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-05T08:57:46+01:005 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Welke BTW-aftrek geldt voor de fiets van de zaak?
  • Vraag op tijd subsidie SLIM aan

Vraag op tijd subsidie SLIM aan

De stimuleringsregeling leren en ontwikkelen in MKB-ondernemingen (SLIM) die in 2020 werd geïntroduceerd, geldt ook in 2021. Aangezien er zeer korte aanvraagperiodes gelden, is het voor organisaties van belang zich goed voor te bereiden.

Aanvraagmomenten
MKB-werkgevers kunnen dit jaar op twee momenten de SLIM-regeling aanvragen:

  • van 2 tot en met 31 maart 2021;
  • van 1 tot en met 30 september 2021.

De aanvraag kan gedaan worden via het subsidieportaal van Uitvoering van Beleid.

Ook samenwerkingsverbanden van MKB-ondernemingen en van grootbedrijven in de horeca, landbouw en recreatie kunnen van 1 juni tot en met 30 juni 2021 een beroep doen op de SLIM-regeling.

Doel SLIM-regeling
De SLIM-regeling beoogt werkgevers te ondersteunen bij initiatieven voor leren en ontwikkelen in de breedste zin van het woord. Dit betekent dat het mogelijk is om, als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, SLIM-subsidie aan te vragen voor:

  • de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de onderneming;
  • het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere MKB-ondernemingen;
  • het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming die werkenden in de onderneming stimuleert hun kennis, vaardigheden en beroepshouding verder te ontwikkelen tijdens het werk; of
  • het gedurende enige tijd bieden van praktijkleerplaatsen ten behoeve van een beroepsopleiding of een deel daarvan in de derde leerweg bij een erkend leerbedrijf.

Subsidieaanvraag
In de subsidieaanvraag wordt onder meer vermeld:

  • een beschrijving van het initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
  • het bedrag waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
  • de startdatum van het initiatief, de verwachte datum van afronding van het initiatief en een planning van de te ondernemen activiteiten.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-03-03T09:57:25+01:003 maart 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Vraag op tijd subsidie SLIM aan