#voorjaarsnota

Voorjaarsnota 2025: wat zijn de belangrijke wijzigingen?

Vrijdag 18 april is de Voorjaarsnota 2025 gepresenteerd. In deze plannen staan zowel lastenverlichtingen als lastenverzwaringen. Wat zijn de belangrijke wijzigingen voor de ondernemer, de werkgever en voor huishoudens?

Let op! Onderstaande voorgenomen wijzigingen moeten nog in wetsvoorstellen worden gegoten en worden goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer.

Voorgenomen wijzigingen voor ondernemers en werkgevers

Hofvijver

  • Fiscale regeling medewerkers start-ups en scale-ups
    Er komt een nieuwe fiscale regeling om medewerkersparticipatie voor start-ups en scale-ups te stimuleren. De grondslag van het inkomen uit aandelenopties voor medewerkers van start-ups en scale-ups wordt beperkt tot 65%. Hierdoor wordt over minder inkomen belasting geheven. Ook gaan zij pas belasting betalen als zij hun aandelen verkopen in plaats van op het moment dat de aandelen verhandelbaar worden. Deze plannen worden uitgewerkt in een wetsvoorstel. Deze moet per 2027 in werking treden.
  • Verlaging en afschaffing stakingswinst
    De stakingsaftrek wordt per 2027 verminderd van € 3.630 naar € 908 en wordt per 2030 volledig afgeschaft.
  • Verlaging en afschaffing meewerkaftrek
    De meewerkaftrek wordt per 2027 met 75% verminderd en per 2030 helemaal afgeschaft.
  • Minder inflatiecorrectie inkomstenbelasting
    In de inkomstenbelasting wordt per 1 januari 2026 de inflatiecorrectie voor 46,2% in plaats van 51% toegepast (de tabelcorrectiefactor). Er wordt hierdoor minder gecorrigeerd voor inflatie in de belastingschijven en de heffingskortingen.
  • Verhoogd btw-tarief cultuur, sport en media van de baan
    De voorgenomen verhoging van de btw naar 21% op media, sport en cultuur per 2026 wordt niet doorgevoerd.
  • Verhoging budget MIA en verlaging VAMIL
    De budgetreserve voor de MIA wordt verhoogd met € 35 miljoen. De budgetreserve voor de VAMIL wordt met hetzelfde bedrag verlaagd.
  • Verlaging lage Aof-premie en verhoging hoge Aof-premie
    De hoge Aof-premie wordt met 0,03% verhoogd in 2026 en met 0,04%-punt verhoogd in 2027. De lage Aof-premie wordt daarentegen in 2026 verlaagd met 0,21%-punt en voor 2027 met 0,23%-punt.
  • Fietsregeling versoepeld
    De regeling voor fietsen van de zaak wordt versoepeld. Voor fietsen van de zaak die over het algemeen niet thuis worden gestald, vervalt de bijtelling.

Voorgenomen wijzigingen voor huishoudens en dga

  • Wijzigingen box 3
    In box 3 zal voor de jaren 2026 en 2027 worden uitgegaan van een hoger forfaitair rendement op overige bezittingen. De stijging bedraagt 1,78%-punt per 2026.
    Ook wordt voor 2026 en 2027 het heffingsvrije vermogen verlaagd van € 57.684 (2025) naar € 51.396.
  • Verlaging energiebelasting
    De vermindering van de energiebelasting wordt in 2026 tot en met 2028 verhoogd met € 200 miljoen. Hierdoor wordt de vermindering van energiebelasting in 2026 € 529,10.
  • Verlagen vermogensgrens zorgtoeslag en kindgebonden budget
    Huishoudens hebben bij een vermogen van een bepaalde omvang geen recht meer op enkele toeslagen. Besloten is om voor het recht op zorgtoeslag en het kindgebonden budget deze vermogensgrens te verlagen. Voor alleenstaanden komt de grens op € 113.000 te liggen, voor partners op € 150.000.
  • Constructie erfbelasting
    Door een arrest van de Hoge Raad is het mogelijk om, met aanpassing van de huwelijkse voorwaarden, erfbelasting voor een groot deel te voorkomen. Voorgesteld wordt dat er toch schenk- en erfbelasting kan worden geheven, voor zover er bij een ontbinding van de huwelijkse voorwaarden meer dan 50% van deze gemeenschap wordt verkregen.
  • Schenk- en erfbelasting biologische kinderen
    Biologische kinderen worden wat betreft de schenk- en erfbelasting gelijkgesteld met juridische kinderen. Op deze manier hebben ook biologische kinderen recht op kindvrijstelling en het lagere tarief.
  • Vereenvoudiging toeslagpartnerschap
    Per 2027 wordt het toeslagpartnerschap vereenvoudigd door het afschaffen van het criterium samengestelde gezinnen.

Let op! Er zijn nog meer wijzigingen in de Voorjaarsnota. Deze selectie is dus niet compleet. Voor alle wijzigingen verwijzen wij naar de Voorjaarsnota 2025.

Door |2025-04-23T08:33:39+02:0023 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorjaarsnota 2025: wat zijn de belangrijke wijzigingen?

Akkoord Voorjaarsnota: wat is al bekend?

De coalitie – PVV, VVD, NSC en BBB – bereikte woensdag 16 april jl. een akkoord over de Voorjaarsnota. Het akkoord wordt donderdag 16 april 2025 in de ministerraad besproken en waarschijnlijk vrijdag 17 april aan de Raad van State en de Tweede Kamer aangeboden. Wat is er nu al bekend?

De Voorjaarsnota is nog niet gepubliceerd, maar op basis van uitingen in diverse media door de coalitiepartijen zelf is al een overzicht samen te stellen van een aantal verschillende maatregelen die hierin opgenomen zouden zijn.

Btw en accijns

Binnenhof

Zo is de voorgenomen btw-verhoging voor cultuur, sport en media, die aanvankelijk per 1 januari 2026 in zou moeten gaan, definitief van de baan. De BBB meldt verder dat een geopperde btw-verhoging op zuivel en sojadranken niet doorgaat. Ook de geplande accijnsverhoging op alcohol is geschrapt.

Huren en energiebelasting

De sociale huren gaan in 2025 en 2026 niet omhoog. De VVD meldt dat ook de Wet betaalbare huur wordt versoepeld. Meerdere coalitiepartijen geven verder aan dat de huurtoeslag verhoogd wordt. De BBB meldt hierbij dat hierdoor extra geld beschikbaar komt voor boodschappen. Ook komt er € 200 miljoen beschikbaar voor de verlaging van de energiebelasting.

Lonen, WW, kinderopvang en arbeidsongeschiktheid

Het wettelijk minimumjeugdloon gaat omhoog. De BBB meldt ook nog dat de belastingvrije jubileumuitkering, die werknemers kunnen krijgen als ze 25 of 40 jaar in dienst zijn, niet wordt afgeschaft. Het lijkt er ook op dat de al in het hoofdlijnenakkoord aangekondigde kortere WW-duur in de voorjaarsnota wordt opgenomen. Hierdoor wordt de duur van een WW-uitkering verkort van maximaal 24 maanden naar maximaal 18 maanden. Verder gaan de voorgenomen bezuinigingen op de kinderopvang, waardoor de eigen bijdrage voor ouders omhoog zou gaan, niet door.

De Arbeidsongeschiktheidswet wordt hervormd om deze eerlijker te maken en onrechtvaardigheden uit de regeling te halen. Er komt ook geld vrij voor arbeidsongeschikten die ten onrechte geen uitkering kregen vanwege fouten in het systeem van de WIA. NSC meldt verder dat het acute probleem bij de sociale werkplaatsen wordt aangepakt en er geld geregeld is voor deze groep.

Defensie en asiel

De VVD meldt dat € 1,1 miljard beschikbaar komt voor veiligheid en defensie. Naar de kosten van asiel lijkt € 900 miljoen extra te gaan.

Sociale advocatuur en gemeenten

Voor de sociale advocatuur komt € 30 miljoen extra beschikbaar. En ook voor gemeenten komen miljarden extra beschikbaar.

Stikstof, klimaat en infrastructuur

Over een aantal andere dossiers komt nog weinig naar buiten. Het lijkt erop dat bijvoorbeeld stikstof- en klimaatmaatregelen zijn blijven liggen. De BBB meldt wel dat voor de aanpak van stikstof en het helpen van boeren in totaal € 600 miljoen extra beschikbaar komt voor 2025 en 2026. Ook komt veel geld beschikbaar voor de Nedersaksenlijn, een spoorlijn tussen Enschede en Groningen.

Bekostiging

Over de bekostiging van deze plannen is nog weinig tot niets bekend. Duidelijk is dat er op andere plekken bezuinigd moet worden. Minister van Financiën Heinen meldt dat alle begrotingsregels worden nageleefd en dat de schulden niet oplopen. In de media wordt gesproken over de mogelijkheid dat de inkomstenbelasting minder wordt verlaagd dan gepland en dat de algemene heffingskorting en de arbeidskorting niet worden geïndexeerd. Ook zouden de schijven in de inkomstenbelasting niet volledig geïndexeerd worden, waardoor mensen eerder in een hogere belastingschijf komen.

Let op! Bovengenoemde voorgenomen maatregelen zijn niet afkomstig uit de Voorjaarsnota en kunnen dus uiteindelijk afwijken van de werkelijke plannen.

Door |2025-04-17T14:24:01+02:0017 april 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Akkoord Voorjaarsnota: wat is al bekend?
  • Nieuwsbrief april 2024

Nieuwsbrief april 2024

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 15 april 2024, 20:00 uur.


1. Voorjaarsnota 2024: extra uitgaven en dekkingen

Na een verzoek om de voorjaarsbesluitvorming van de informateurs heeft het demissionaire kabinet besloten de Voorjaarsnota 2024 op maandag 15 april 2024 – eerder dan gepland – aan te bieden aan de Tweede en Eerste Kamer.

In de Voorjaarsnota zijn aanpassingen op de begroting voor 2024 opgenomen, evenals een vooruitblik op de begrotingen voor de komende jaren. Door de vervroegde publicatie volgen de doorrekening van de voorjaarsbesluitvorming van het CPB, de voorjaarsrapportage in het kader van het begrotingstoezicht van de Raad van State en de kabinetsreactie op een later moment, uiterlijk 30 april 2024.

Extra uitgaven
De extra uitgaven opgenomen in de Voorjaarsnota bestaan onder meer uit 4,4 miljard euro extra voor militaire en humanitaire steun aan Oekraïne in de jaren 2024-2026, 0,4 miljard euro extra in 2024 en 0,9 miljard euro extra in 2025 voor de hersteloperatie Toeslagen, 0,5 miljard euro extra in 2025 voor bewoners in het aardbevingsgebied in Groningen, structureel 715 miljoen euro extra vanaf 2026 voor decentrale overheden en incidenteel 500 miljoen euro extra in 2028 voor versterking van de luchtverdediging en munitie van de krijgsmacht.

Daarnaast kent de begroting een aantal forse tegenvallers, onder meer 375 miljoen euro extra in 2024 en 700 miljoen euro extra in 2025 voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor nieuwe en bestaande locaties voor (crisis)noodopvang.

Tegenvallende inkomsten
Naast de extra uitgaven zijn er tegenvallende inkomsten, onder meer door het niet afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen en het afschaffen van de energiebelasting voor zware industrie. Daarnaast is een nieuwe afbouw van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb) voor emissievrije personenauto’s afgesproken met een korting op de mrb voor deze auto’s vanaf 2026 van 40%, in 2029 van 35% en in 2030 van 30%.

Dekking
De extra uitgaven worden onder meer gedekt door meevallers op diverse begrotingen. De tegenvallende inkomsten worden gedekt door onder meer:

  • Het verlagen van de mkb-winstvrijstelling naar 12,03% vanaf 2025. De mkb-winstvrijstelling zou vanaf 2025 al verlaagd worden naar 12,7%. Dit wordt dus verder verlaagd naar 12,03%.
  • Het met een bedrag van € 557 lager vaststellen van het aangrijpingspunt van het hoogste tarief (49,5%) in de inkomstenbelasting in 2025(voorgenomen was een verhoging van € 1.000 tot € 1.100 ten opzichte van 2024; deze verhoging wordt dus € 557 lager).
  • Het niet verlengen van de aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personenauto’s (SEPP) vanaf 2025. Voor de periode 2025 tot en met 2029 waren hier middelen voor gereserveerd, maar de verlenging van de SEPP gaat dus niet door.
  • Het laten vervallen van een aparte bpm-tabel voor plug-in hybride aangedreven personenauto’s (PHEV) per 2025. De PHEV wordt vanaf 2025 ondergebracht in de reguliere bpm-tabel.
  • Het corrigeren voor inflatie van het vaste bedrag voor de eindheffing van het privégebruik van de bestelauto van de zaak die afwisselend door meerdere werknemers wordt gebruikt (€ 300). Dit bedrag is sinds de introductie in 2006 niet meer geactualiseerd en zal gecorrigeerd worden voor de inflatie.
  • Het verhogen van het tarief 3e, 4e en 5e schijf in de energiebelasting op aardgas per 2025 met 22,4% en een extra 2,7% per 2030.
  • Het afschaffen van vrijstelling voor duaal en non-energetisch verbruik kolen per 2027.

 

Let op!
In augustus kijkt het kabinet of het nodig is de begroting (nog meer) bij te stellen. Daarbij kan ook de dekking heroverwogen worden.

Opmerkelijke belastingconstructies
In bijlage 10 bij de Voorjaarsnota deelt het kabinet de stand van zaken met betrekking tot een aantal opmerkelijke belastingconstructies. Zo is onder meer opgenomen dat de aanpak van de volgende constructies wordt uitgewerkt als wetsvoorstel in het Belastingplan 2025, de Fiscale verzamelwet 2025 of het Eindejaarsbesluit 2024:

  • Constructies in de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Kortdurende verhuurconstructies in de btw;
  • Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek;
  • Belastingontwijking via niet-reguliere afwikkeling van pensioenaanspraken in de bv.

 

Het kabinet onderzoekt verder nog of aanvullende wetgeving nodig en wenselijk is om de constructies aan te pakken waarbij de heffing in box 3 wordt ontweken via agiostorting en het terugkopen van bezittingen. Over een constructie in de lucratiefbelangregeling waarover op 9 april een motie is aangenomen, wordt de Kamer vóór het zomerreces van 2024 nader geïnformeerd.


2. Voorgestelde btw-herziening vanaf 2026 op kostbare diensten onroerende zaken

Het kabinet wil vanaf 2026 een btw-herzieningsregeling introduceren voor kostbare diensten met betrekking tot onroerende zaken. Door nu al op dit voorstel te anticiperen, kunt u misschien btw besparen.

Btw-herzieningsregeling roerende en onroerende investeringsgoederen
Voor investeringen in roerende en onroerende investeringsgoederen geldt op dit moment al een btw-herzieningsregeling. Door deze regeling wordt het gebruik van roerende investeringsgoederen gedurende vier jaar na het jaar van ingebruikname gevolgd. Voor onroerende investeringsgoederen bedraagt deze termijn negen jaar. Als gedurende die periode het gebruik van het investeringsgoed voor btw-belaste en/of btw-vrijgestelde prestaties (deels) wijzigt, kan dit gevolgen hebben voor de btw-aftrek. De eerder in aftrek gebrachte btw kan dan worden herzien.

Btw-herzieningsregeling diensten
Voor diensten aan onroerende zaken geldt op dit moment nog geen btw-herzieningsregeling. Dit heeft tot gevolg dat bijvoorbeeld voor woningen die fors verbouwd worden en daarna voor een korte periode btw-belast verhuurd worden, volledig recht bestaat op btw-aftrek. Als die woningen daarna btw-vrijgesteld verhuurd worden, wordt die btw-aftrek namelijk niet herzien.

Let op!
In beginsel is de verhuur van een ongemeubileerde woning btw-vrijgesteld. Alleen in zogenaamde short-stay-situaties is de verhuur met 9% btw-belast. Neem voor meer informatie hierover contact op met een van onze adviseurs.

Voorstel btw-herziening kostbare diensten
Het kabinet vindt het niet gewenst dat voor kostbare diensten aan onroerende zaken geen btw-herzieningsregeling geldt. Daarom heeft het een voorstel gedaan waarin vanaf 1 januari 2026 een btw-herzieningsregeling voor het jaar van ingebruikname plus de vier daaropvolgende jaren gaat gelden voor kostbare diensten aan onroerende zaken vanaf € 30.000 exclusief btw.

Let op!
Bij diensten aan onroerende zaken moet u denken aan verbouwingen en onderhoud aan onroerende zaken. Als zo’n dienst vanaf 1 januari 2026 minimaal € 30.000 exclusief btw bedraagt, gaat daar volgens het voorstel een herzieningsregeling voor gelden.

Vanaf 1 januari 2026
De btw-herzieningsregeling gaat gelden voor kostbare diensten die vanaf 1 januari 2026 in gebruik worden genomen. Neemt u deze diensten dus vóór 1 januari 2026 in gebruik, dan worden ze niet geraakt door de voorgestelde regeling.

Voordelig óf nadelig?
De voorgestelde regeling kan nadelig uitwerken als de btw-herziening ertoe leidt dat u afgetrokken btw deels terug moet betalen. Als het gebruik van uw onroerend goed wijzigt van btw-vrijgesteld naar (deels) btw-belast, dan kan de voorgestelde regeling ook positief uitwerken. In dat geval heeft u namelijk recht op meer btw-aftrek.

Let op!
In het eerste geval kunt u de diensten aan onroerende zaken misschien beter vóór 1 januari 2026 plannen. In het tweede geval is ingebruikname van de diensten vóór 1 januari 2026 misschien wel ongunstiger.

Internetconsultatie
Een en ander is uiteraard afhankelijk van de vraag of het conceptwetsvoorstel doorgaat. Als dit zo is, speelt bij de beoordeling wat u zou kunnen doen onder meer het voorgenomen gebruik in het jaar van ingebruikname van de diensten en de vier jaren daarna een rol.

Het voorstel lag ter internetconsultatie tot en met 2 april 2024. Iedereen die dat wilde, kon tot en met die datum een reactie geven op het voorstel.


3. Huwelijkse voorwaarden of een schenking?

Het afspreken van huwelijkse voorwaarden houdt geen schenking in, ook niet als de echtgenoten een ongelijke verdeling van gemeenschappelijke goederen overeenkomen. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als de huwelijkse voorwaarden kunnen worden aangemerkt als wetsontduiking, kan dit als schenking worden belast.

Schenking?
De Hoge Raad oordeelde in een zaak dat ten onrechte een aanslag erfbelasting was opgelegd. In deze zaak speelde het volgende. Man en vrouw waren in september 2015 getrouwd in gemeenschap van goederen. In oktober 2017 werden alsnog huwelijkse voorwaarden gesloten, waarbij de vrouw gerechtigd werd tot 90% van de goederen van de gemeenschap en de man tot 10%. De man (erflater) overleed in december 2017, dus binnen 180 dagen na het aangaan van de huwelijkse voorwaarden. De vrouw was de enige erfgenaam van de man.

In geschil was of het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden was aan te merken als een schenking voor de Successiewet. De inspecteur van de Belastingdienst stelde dat sprake was van een schenking ter grootte van 40% van de omvang van de huwelijksgoederengemeenschap, de vrouw kreeg immers 90% daarvan in plaats van 50%.

Geen schenking?
Het Gerechtshof oordeelde dat het aangaan van deze huwelijkse voorwaarden geen schenking was, maar dat wel sprake was van wetsontduiking (fraus legis). Daarom was toch erfbelasting verschuldigd. Naar het oordeel van het Gerechtshof was namelijk niet aannemelijk geworden dat voor het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een andere reden was dan het vermijden van de erfbelasting.

Er was volgens het Gerechtshof sprake van strijd met het doel en de strekking van de Successiewet. Het Gerechtshof woog mee dat op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden geen sprake was van enigszins gelijke levens- en sterftekansen, omdat erflater toen al ernstig ziek was. Hierdoor vormde het aangaan van de huwelijkse voorwaarden een bevoordeling van belanghebbende, die op één lijn moet worden gesteld met een schenking binnen 180 dagen voor het overlijden van erflater. Een dergelijke schenking wordt belast alsof zij op grond van het erfrecht is verkregen.

Uitzonderlijk gevallen
De Hoge Raad stelde als eerste voorop dat het aangaan van huwelijkse voorwaarden geen schenking inhoudt, ook niet als de echtgenoten door de huwelijkse voorwaarden een ongelijk aandeel krijgen in de goederen van de huwelijksgemeenschap. Alleen in uitzonderlijke gevallen, als het aangaan van huwelijkse voorwaarden als wetsontduiking kan worden aangemerkt, is de daaruit voortvloeiende vermogensverschuiving een verkrijging volgens het erfrecht. De Hoge Raad oordeelde daarom dat het Gerechtshof een onjuist criterium had gehanteerd.

De Hoge Raad heeft in haar arrest van 16 februari 2024 de voorwaarden opgesomd wanneer zo’n uitzonderlijk geval kan worden aangenomen. Het aangaan van huwelijkse voorwaarden kan wel wetsontduiking (fraus legis) opleveren indien:

a. het ontgaan van erfbelasting het doorslaggevende motief is geweest, en bovendien
b. het in strijd zou komen met doel en strekking van de Successiewet wanneer de vermogensverschuiving tussen de echtgenoten en het vervolgens overlijden van een van hen niet zou worden aangemerkt als een verkrijging krachtens erfrecht.

Een zodanige strijd doet zich, naar het oordeel van de Hoge Raad, voor indien op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden zo goed als zeker is dat de echtgenoot die daardoor voor het kleinste deel is gerechtigd tot het gemeenschappelijke vermogen, eerder zal overlijden dan de andere echtgenoot. Dan moet worden aangenomen dat de wijziging geen andere praktische betekenis kon hebben dan het vermijden van erfbelasting.

Geen bewijs van bevoordeling
De belastinginspecteur had geen feiten of omstandigheden aangevoerd op basis waarvan, indien bewezen, geconcludeerd kon worden dat op het moment van aangaan van de huwelijkse voorwaarden zo goed als zeker was dat de man vóór de vrouw zou overlijden. Er bestond naar het oordeel van de Hoge Raad daarom geen reden om de bevoordeling van de vrouw als gevolg van het aangaan van de huwelijkse voorwaarden, met toepassing van fraus legis, als een verkrijging krachtens erfrecht aan te merken.


4. Versterking positie platformwerker

Er is een akkoord bereikt over nieuwe Europese regels voor platformwerk. De belangrijkste wijziging uit het akkoord is de zogenaamde ‘omgekeerde bewijslast’.

Zzp’er of in loondienst?
De meeste platformwerkers in de EU, zoals taxichauffeurs, huishoudelijk personeel en voedselbezorgers, zijn formeel zelfstandig. Onder druk van een algoritme worden ze min of meer gedwongen bepaalde diensten of tarieven te hanteren. Ook kunnen ze via een app ontslagen worden. Dit gaat veranderen als het aan het Europese Parlement ligt. Platformwerkers gaan namelijk te maken krijgen met dezelfde regels en beperkingen als een werknemer in loondienst.

Omgekeerde bewijslast
Nu nog moet een zzp’er die voor bijvoorbeeld Uber werkt en vindt dat hij eigenlijk werknemer is, daarvoor zelf bewijs verzamelen voor de rechter. Straks wordt de bewijslast omgedraaid, in die zin dat het platform voortaan moet aanvoeren waarom de werkende wél zzp’er zou zijn.

Wat staat er in het akkoord?
Er is sprake van loondienst als aan twee van de vijf indicatoren uit de Europese Richtlijn wordt voldaan. Te denken valt aan beperkte zeggenschap over werkuren en vergoedingen en het hanteren van gedragsregels.

De vijf indicatoren:

  • er is een maximumbedrag dat platformwerkers kunnen ontvangen;
  • er is toezicht op hun prestaties, ook langs elektronische weg;
  • er is controle over de verdeling of toewijzing van taken;
  • er is controle op de arbeidsvoorwaarden en beperkingen bij de keuze van de werktijden;
  • er zijn beperkingen qua vrijheid om het werk te organiseren en regels voor verschijning of gedrag.

 

Let op!
Lidstaten kunnen uit hoofde van hun nationale recht nog andere indicatoren aan deze lijst toevoegen.

Verdere afspraken
In het akkoord zijn onder meer ook afspraken gemaakt over het gebruik van algoritmes. Ook mag een werkende straks niet langer ontslagen worden via de app. Daarnaast wordt in de wet ook geregeld dat platformwerkers inzage krijgen in de wijze waarop algoritmes de prijs van een opdracht bepalen en de klussen verdelen.

Gevolgen?
Een en ander kan wel betekenen dat de producten die platformwerkers bezorgen duurder worden, omdat de platforms de loonkosten van de bezorgers – als er vaker sprake is van loondienst – wellicht doorberekenen in de prijs.

Definitief?
Volgens minister Van Gennip van SZW sluit de Europese aanpak van schijnzelfstandigheid goed aan bij de nationale plannen, waaronder het opheffen van het geldende handhavingsmoratorium per 1 januari 2025 en de nieuwe zzp-wetgeving.

Het Europees Parlement moet in april 2024 nog een laatste keer hierover stemmen en daarna zal de wet over twee jaar in werking treden.


5. Extra verhoging minimumloon met 1,2% gaat niet door

Het op 19 maart 2024 nog in de Tweede Kamer aangenomen wetsvoorstel waarmee het wettelijk minimumloon per 1 juli 2024 met 1,2% extra verhoogd zou worden, gaat niet door. In de Eerste Kamer is hier geen meerderheid voor. De afgelopen jaren steeg het minimumloon al flink: van € 1.653,60 per maand in januari 2020 naar € 1.756,20 per 1 juli 2022. In januari 2023 volgde een stijging naar € 1.934,40 per maand (afgerond 10,15%) en in juli 2023 naar € 1.995 (afgerond 3,13%). Door de invoering van het minimumuurloon per 1 januari 2024 – door de indexatie van 3,75% per die datum vastgesteld op € 13,27 per uur – steeg het minimumloon per maand bij een 36-urige werkweek naar € 2.069,40 (afgerond 3,73%) bij een 38-urige werkweek naar € 2.185,13 (afgerond 9,53%) en voor een 40-urige werkweek naar € 2.300 (afgerond 15,29%). Per 1 juli 2024 bedraagt de voorgenomen reguliere indexatie 3,09%. Door de minderheid voor het voorstel in de Eerste Kamer komt daar op die datum dus geen extra verhoging van 1,2% bij.


6. Controleer de beschikking Wtl 2023 op tijd!

Had u in 2023 recht op LIV, jeugd-LIV en/of een LKV, dan had u uiterlijk 14 maart 2024 een voorlopige berekening Wtl 2023 moeten ontvangen. Het is belangrijk dat u deze voorlopige berekening Wtl 2023 goed controleert. Klopt de berekening niet of heeft u ten onrechte geen voorlopige berekening ontvangen, dan heeft u nog maar tot en met 1 mei 2024 om dit te corrigeren. Alle correcties na 1 mei 2024 worden namelijk niet meer meegenomen in de definitieve berekening van uw rechten op LIV, jeugd-LIV en LKV voor het jaar 2023. Corrigeren kan via correctieberichten op de ingediende aangiften loonheffingen. Neem daarvoor contact op met uw loonadviseur.

Door |2024-05-30T15:09:36+02:0017 april 2024|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief april 2024

Voorjaarsnota 2024: extra uitgaven en dekkingen

Na een verzoek om de voorjaarsbesluitvorming van de informateurs heeft het demissionaire kabinet besloten de Voorjaarsnota 2024 op maandag 15 april 2024 – eerder dan gepland – aan te bieden aan de Tweede en Eerste Kamer.

In de Voorjaarsnota zijn aanpassingen op de begroting voor 2024 opgenomen, evenals een vooruitblik op de begrotingen voor de komende jaren. Door de vervroegde publicatie volgen de doorrekening van de voorjaarsbesluitvorming van het CPB, de voorjaarsrapportage in het kader van het begrotingstoezicht van de Raad van State en de kabinetsreactie op een later moment, uiterlijk 30 april 2024.

Extra uitgaven

Binnenhof

De extra uitgaven opgenomen in de Voorjaarsnota bestaan onder meer uit 4,4 miljard euro extra voor militaire en humanitaire steun aan Oekraïne in de jaren 2024-2026, 0,4 miljard euro extra in 2024 en 0,9 miljard euro extra in 2025 voor de hersteloperatie Toeslagen, 0,5 miljard euro extra in 2025 voor bewoners in het aardbevingsgebied in Groningen, structureel 715 miljoen euro extra vanaf 2026 voor decentrale overheden en incidenteel 500 miljoen euro extra in 2028 voor versterking van de luchtverdediging en munitie van de krijgsmacht.

Daarnaast kent de begroting een aantal forse tegenvallers, onder meer 375 miljoen euro extra in 2024 en 700 miljoen euro extra in 2025 voor het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) voor nieuwe en bestaande locaties voor (crisis)noodopvang.

Tegenvallende inkomsten

Naast de extra uitgaven zijn er tegenvallende inkomsten, onder meer door het niet afschaffen van de salderingsregeling voor zonnepanelen en het afschaffen van de energiebelasting voor zware industrie. Daarnaast is een nieuwe afbouw van de vrijstelling motorrijtuigenbelasting (mrb) voor emissievrije personenauto’s afgesproken met een korting op de mrb voor deze auto’s vanaf 2026 van 40%, in 2029 van 35% en in 2030 van 30%.

Dekking

De extra uitgaven worden onder meer gedekt door meevallers op diverse begrotingen. De tegenvallende inkomsten worden gedekt door onder meer:

  • Het verlagen van de mkb-winstvrijstelling naar 12,03% vanaf 2025. De mkb-winstvrijstelling zou vanaf 2025 al verlaagd worden naar 12,7%. Dit wordt dus verder verlaagd naar 12,03%.
  • Het met een bedrag van € 557 lager vaststellen van het aangrijpingspunt van het hoogste tarief (49,5%) in de inkomstenbelasting in 2025(voorgenomen was een verhoging van € 1.000 tot € 1.100 ten opzichte van 2024; deze verhoging wordt dus € 557 lager).
  • Het niet verlengen van de aanschafsubsidie voor tweedehands elektrische personenauto’s (SEPP) vanaf 2025. Voor de periode 2025 tot en met 2029 waren hier middelen voor gereserveerd, maar de verlenging van de SEPP gaat dus niet door.
  • Het laten vervallen van een aparte bpm-tabel voor plug-in hybride aangedreven personenauto’s (PHEV) per 2025. De PHEV wordt vanaf 2025 ondergebracht in de reguliere bpm-tabel.
  • Het corrigeren voor inflatie van het vaste bedrag voor de eindheffing van het privégebruik van de bestelauto van de zaak die afwisselend door meerdere werknemers wordt gebruikt (€ 300). Dit bedrag is sinds de introductie in 2006 niet meer geactualiseerd en zal gecorrigeerd worden voor de inflatie.
  • Het verhogen van het tarief 3e, 4e en 5e schijf in de energiebelasting op aardgas per 2025 met 22,4% en een extra 2,7% per 2030.
  • Het afschaffen van vrijstelling voor duaal en non-energetisch verbruik kolen per 2027.

Let op! In augustus kijkt het kabinet of het nodig is de begroting (nog meer) bij te stellen. Daarbij kan ook de dekking heroverwogen worden.

Opmerkelijke belastingconstructies

In bijlage 10 bij de Voorjaarsnota deelt het kabinet de stand van zaken met betrekking tot een aantal opmerkelijke belastingconstructies. Zo is onder meer opgenomen dat de aanpak van de volgende constructies wordt uitgewerkt als wetsvoorstel in het Belastingplan 2025, de Fiscale verzamelwet 2025 of het Eindejaarsbesluit 2024:

  • Constructies in de kavelruilvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Kortdurende verhuurconstructies in de btw;
  • Belastingontwijking via de splitsingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting;
  • Opknipgedrag bij vastgoed-bv’s om maximaal te profiteren van renteaftrek;
  • Belastingontwijking via niet-reguliere afwikkeling van pensioenaanspraken in de bv.

Het kabinet onderzoekt verder nog of aanvullende wetgeving nodig en wenselijk is om de constructies aan te pakken waarbij de heffing in box 3 wordt ontweken via agiostorting en het terugkopen van bezittingen. Over een constructie in de lucratiefbelangregeling waarover op 9 april een motie is aangenomen, wordt de Kamer vóór het zomerreces van 2024 nader geïnformeerd.

Door |2024-04-16T11:12:05+02:0016 april 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Voorjaarsnota 2024: extra uitgaven en dekkingen
  • Nieuwsbrief mei 2023

Nieuwsbrief mei 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 8 mei 2023, 20:00 uur.


1. Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

In de op vrijdag 28 april 2023 aangeboden Voorjaarsnota 2023 valt een aantal fiscale maatregelen op die het kabinet voor ogen heeft. Zonder compleet te willen zijn, hebben wij een top 5 voor je samengesteld. We sluiten af met een opsomming van een aantal andere fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023.

1. Aanpassingen in de BOR en DSR
Al eerder kondigde het kabinet aan dat het de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling in schenk- en erfbelasting (hierna: BOR) en de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting (DSR) wil verbeteren. Ook wil het zo veel mogelijk knelpunten voor ondernemers wegnemen. Hiertoe is in de voorjaarsnota een aantal fiscale maatregelen genoemd:

  1. vanaf 2024 worden aan derden verhuurde onroerende zaken standaard aangemerkt als beleggingsvermogen in de BOR en DSR;
  2. vanaf 2025 wordt de vrijstelling in de BOR 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot 1,5 miljoen euro en 70% over het meerdere aan ondernemingsvermogen. Nu ligt de grens bij 1,2 miljoen en bedraagt het percentage boven die 1,2 miljoen nog 83%;
  3. de doelmatigheidsmarges in de BOR en in de DSR worden afgeschaft. Door deze doelmatigheidsmarges wordt nu nog beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen aangemerkt als ondernemingsvermogen;
  4. bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt, kwalificeren straks alleen nog voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt voor de BOR en de DSR;
  5. alleen reguliere aandelen met een belang van 5% die volledig meedelen in de winstgerechtigheid en liquidatieopbrengst komen straks nog in aanmerking voor de BOR en de DSR;
  6. de bezits- en voortzettingseis in de BOR worden in bepaalde situaties versoepeld en de dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft;
  7. constructies met de BOR (dubbel gebruik van de BOR en oneigenlijk gebruik van de BOR door constructies met personen op hoge leeftijd, ook wel rollatorinvesteringen genoemd) worden aangepakt.

Let op!
Over deze maatregelen zijn nog weinig details bekend. De planning is dat deze maatregelen eind juni 2023 in een Kamerbrief uitgebreider worden toegelicht.

2. Verfijningen in box 3 vanaf 2023
Het kabinet is voornemens om de volgende verfijningen in box 3 vanaf 2023 te realiseren:

  1. een aandeel in het vermogen van een VvE wordt in de categorie banktegoeden geplaatst (in plaats van in de categorie overige bezittingen tegen een veel hoger forfait van 6,17% in 2023);
  2. een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris wordt ook in de categorie banktegoeden geplaatst in plaats van in de categorie overige bezittingen;
  3. onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.

Tip!
Al eerder bekend, maar nu ook in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, is het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (naar op zijn vroegst 2027).

3. Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) bij stoppersregelingen
Als een HIR gevormd is, kan deze later worden afgeboekt bij de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel. Hiervoor gelden allerlei voorwaarden. Voor het toepassen van een HIR bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen gelden nu al soepelere voorwaarden. Deze voorwaarden worden per 2024 verruimd, zodat de HIR ook toegankelijker wordt voor onder andere stoppende agrariërs.

4. Afschaffen betalingskorting inkomstenbelasting
Als een voorlopige aanslag gedurende het lopende jaar in een keer wordt betaald, kan in de inkomstenbelasting een betalingskorting worden toegepast. Vanaf 2023 is deze betalingskorting voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting al afgeschaft. Vanaf 2024 wordt deze betalingskorting ook voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting afgeschaft.

5. Afschaffing of versobering laag BTW-tarief voor sierteelt, arbeidsintensieve diensten, cultuur en logies?
Het kabinet geeft in de Voorjaarsnota 2023 aan dat het in de aanloop naar de augustusbesluitvorming gaat kijken naar de doelmatigheid van het lage BTW-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% BTW-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Vóór Prinsjesdag 2023 beslist het kabinet welke vervolgstappen het neemt. Als het kabinet beslist tot afschaffing van het 9%-BTW-tarief voor een of meer van deze groepen of voor versobering, neemt het kabinet de impact op specifieke groepen daarin mee.

Andere fiscale maatregelen
In de Voorjaarsnota zijn nog meer fiscale maatregelen opgenomen. Zonder compleet te willen zijn, noemen wij:

  • afschaffen STAP-budget vanaf 2024; de aanvraagronde die op 1 mei 2023 start, staat in ieder geval wel nog open;
  • afschaffen loonkostenvoordelen voor ouderen per 1 januari 2026; de uitbetaling van het loonkostenvoordeel 2025 vindt nog wel in 2026 plaats;
  • de huidige twee regelingen voor het onbelast verstrekken van ov-abonnementen door werkgevers worden vervangen door één vrijstelling;
  • vanaf 2024 worden het aftrekpercentage van de EIA en het maximale investeringsbedrag structureel verlaagd;
  • vanaf 1 januari 2025 is bij culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht BTW verschuldigd in de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer;
  • medio juni 2023 komt het kabinet met voorstellen om een aantal bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te beëindigen of te versoberen.

Let op!
De maatregelen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.


2. Ontwikkelingen box 3 afgelopen maand

Ook afgelopen maand gebeurde er weer voldoende rondom box 3. Zo werd er meer bekend over de bezwaren en definitieve aanslagen met box 3-inkomen, maakte de staatssecretaris voorgenomen en mogelijke aanpassingen in box 3 vanaf 2023 en 2024 bekend en werd bekend welke wijzigingen waarschijnlijk niet gaan plaatsvinden. In dit artikel vind je een overzicht.

Aanhouden bezwaren en definitieve aanslagen box 3
Op dit moment lopen er meerdere procedures bij de Hoge Raad. Centrale vraag in deze procedures is of het rechtsherstel box 3 in lijn is met het Kerstarrest. De Belastingdienst houdt bezwaren box 3 over de jaren 2017 tot en met 2022 daarom aan, in afwachting van de uitkomst van de procedures. Ook worden geen definitieve aanslagen met box 3-inkomen over de jaren 2021 en 2022 opgelegd. Na de arresten van de Hoge Raad handelt de Belastingdienst dit verder af.

Let op!
Bestaat jouw box 3-inkomen alleen uit bank- en spaartegoeden, dan houdt de Belastingdienst jouw definitieve aanslag of bezwaar niet aan. Ook legt de Belastingdienst wel een definitieve aanslag inkomstenbelasting met box 3-inkomen op voor de jaren tot en met 2020. Ontvang je daarom toch een definitieve aanslag, dan moet je in bezwaar om jouw rechten veilig te stellen. Het bezwaar zal de Belastingdienst vervolgens wel aanhouden in afwachting van de arresten van de Hoge Raad.

De Belastingdienst legt wel voorlopige aanslagen met box 3-inkomen op. Dit betreft zowel voorlopige aanslagen waaruit een teruggaaf volgt als voorlopige aanslagen waaruit een te betalen bedrag volgt.

Verfijningen in box 3 vanaf 2023
De staatssecretaris maakte in een Kamerbrief en in de Voorjaarsnota bekend vanaf 2023 een aantal verfijningen in box 3 te willen realiseren. Zo wil het kabinet het aandeel in het vermogen van een VvE en het aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris in de categorie banktegoeden plaatsen in plaats van in de categorie overige bezittingen. Gevolg is dat hiervoor het lagere forfait van de categorie banktegoeden gaat gelden in plaats van het veel hogere forfait van 6,17% in 2023 van de categorie overige bezittingen.

Verder hoeven onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting worden opgenomen, niet in de aangifte inkomstenbelasting in box 3 te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend. Gevolg is dat fiscale partners en ouders niet in één aangifte de vordering tegen het forfait van 6,17% moeten aangeven en de corresponderende schuld tegen het veel lagere forfait dat hoort bij de categorie schulden.

Let op!
De verfijningen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.

Mogelijke aanpassingen box 3-heffing vanaf 2024
Naast deze verfijningen is het kabinet met de Tweede Kamer in overleg over een aantal aanpassingen in box 3 vanaf 2024, te weten:

  • verhoging van de heffingskorting voor groen beleggen van 0,7% naar 1,1%;
  • introductie van een apart forfait voor vorderingen dat gelijk is aan het forfait voor schulden. Het kabinet onderzoekt nog of deze categorie vorderingen beperkt moet worden tot alleen geldleningen of zelfs tot alleen geldleningen tussen natuurlijke personen;
  • verdere uitsplitsing van de categorie overige bezittingen in de categorieën effecten, onroerende zaken, kapitaalverzekeringen, periodieke uitkeringen, belastbaar nettopensioen en belastbare nettolijfrentes en overige bezittingen, met elk hun eigen forfaitaire rendement.

Let op!
Het overleg gaat over de mogelijke aanpassingen, maar ook over de budgettaire dekking die hiervoor nodig is. Om deze aanpassingen te kunnen doorvoeren, is het namelijk wel noodzakelijk dat hiervoor budgettaire dekking wordt gevonden. Bij die dekking denkt het kabinet aan een verlaging van het heffingsvrije vermogen of een verdere verhoging van het tarief in box 3.

Geen lager forfait verpachte landbouwgronden en obligaties box 3
Het kabinet acht een apart (lager) forfait voor vermogensbestanddelen waarvoor een wettelijk maximum geldt (verpachte landbouwgronden) en laag renderende beleggingen (obligaties) niet wenselijk. Tot deze conclusie komt het kabinet na onderzoek. Het kabinet onderzocht ook de mogelijkheid van een tegenbewijsregeling waardoor belastingplichtigen kunnen aantonen dat hun werkelijke rendement lager is dan het forfaitaire rendement. Zo’n tegenbewijsregeling vindt het kabinet echter ook niet verstandig.


3. Extra klimaatmaatregelen: reductie CO2-uitstoot

Met een pakket aan extra maatregelen wil het kabinet de CO2-reductie verder terugbrengen. Het pakket is verdeeld over een flink aantal sectoren binnen de maatschappij. In totaal wordt er € 28,0 miljard vrijgemaakt voor klimaatuitgaven.

Elektriciteitssector
Het streven is de elektriciteitssector uitstootvrij te maken door zonne-energie op zee te realiseren, gascentrales om te bouwen voor gebruik van waterstof en een batterijverplichting voor zonneparken in te voeren. Voor de batterijverplichting wordt ruim €416 miljoen uitgetrokken.

Energie-intensieve industrie
De energie-intensieve industrie moet verder vergroenen. Afvalverbrandingscentrales moeten minder afval verbranden en meer recyclen. Daarnaast komt een verbod op fossiele warmteopwekking voor nieuwe en te vervangen industriële productie-installaties. Vanaf 2027 moeten alle plastics voor minimaal 25 tot 30% bestaan uit hergebruikt of biomateriaal.

Bouw
Gebouwen worden uitstoot- en aardgasvrij gemaakt, onder meer door extra geld voor verduurzaming van woningen in kwetsbare wijken waar energie-armoede voorkomt en door subsidie voor zonnepanelen op huurwoningen. Verder wordt het vanaf 2026 in woningen, winkels, scholen en kantoren verplicht om een warmtepomp te installeren als de cv-ketel vervangen moet worden. Deze verplichting geldt alleen niet voor monumenten en appartementen en voor gebouwen waarvoor binnen 10 jaar een collectieve wijkoplossing (zoals een warmtenet) gerealiseerd wordt.

Het kabinet wil ook de energiebesparingsplicht per 2025 aanscherpen door de terugverdientijd te verlengen naar 7 jaar. Dit betekent dat bedrijven en instellingen die onder de energiebesparingsplicht vallen vanaf 2025 alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 7 jaar of minder verplicht zijn uit te voeren. Nu ligt die grens nog op 5 jaar. Hierdoor zal ook het MKB naar verwachting meer energiebesparende maatregelen moeten nemen. Er wordt een instrument ontwikkeld om het MKB hierbij te ontlasten.

Er wordt €25 miljoen uitgetrokken om Verenigingen van Eigenaren te activeren tot verduurzaming en ze bij de uitvoering te ondersteunen.

Vervoer
Elektrisch rijden wordt verder gestimuleerd, onder meer via een subsidie op elektrische occasions. Ook wordt er geïnvesteerd in extra laadpalen. Het gaat hierbij om onder meer (opschaling) slim laden, laden voor logistiek en laden voor bussen en taxi’s. Daarnaast worden werkgevers geprikkeld om het gebruik van elektrische auto’s, het openbaar vervoer en de fiets door werknemers te stimuleren. Dit gebeurt door het CO2-doel voor werkgebonden mobiliteit, waarover werkgevers met 100 of meer werknemers vanaf (waarschijnlijk) 2024 moeten rapporteren, te verhogen.

Landbouw
Het kabinet wil de landbouw verder verduurzamen. Voor de glastuinbouw wordt een CO2-belasting ingevoerd in combinatie met de uitrol van warmtenetten en SDE++-subsidie voor de toepassing van warmtepompen.

Energiebelasting
Om verduurzaming te laten lonen en de vervuiler meer te laten betalen, wordt de energiebelasting aangepast. Zo komt er een nieuw verlaagd tarief tot een bepaald gasverbruik van huishoudens, de tarieven boven de nieuwe schijf worden verhoogd. Daarnaast komt er een apart, lager belastingtarief voor waterstof. Het fiscale voordeel voor kolen wordt per 1 januari 2028 afgeschaft.

Let op!
Alle bovengenoemde plannen moeten nog nader worden uitgewerkt en door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd.


4. Vrijstelling Vpb voor stichting en vereniging, zo werkt het

Ook verenigingen en stichtingen zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting voor het gedeelte waarmee ze een onderneming drijven. Als de winst niet al te hoog is, geldt wel een vrijstelling. Hoe kun je hiervan gebruikmaken?

Vrijstelling bij relatief geringe winst
De winst van een stichting of vereniging kan in een jaar worden vrijgesteld van vennootschapsbelasting als de winst niet meer dan €15.000 bedraagt. Bedraagt de winst in een jaar meer dan €15.000, dan is de vrijstelling toch van toepassing als de winst van dat jaar zelf, opgeteld met de winsten van de vier voorafgaande jaren niet meer bedraagt dan €75.000.

Let op!
Ook als een vereniging of stichting nog geen vijf jaar bestaat, blijft de winstgrens van €75.000 van toepassing. Bij een winst in startjaar 1 van €30.000 en jaar 2 van €35.000 en jaar 3 van €5.000 is de vrijstelling gewoon van toepassing, omdat het totaal niet hoger is dan €75.000.

Automatische toepassing
Als een vereniging of stichting voor de vrijstelling in aanmerking komt, past de Belastingdienst deze automatisch toe. Als aangifte is gedaan, volgt een nihilaanslag.

Liever geen vrijstelling?
Soms is het voor een vereniging of stichting voordeliger om niet onder de vrijstelling te vallen, bijvoorbeeld om een verlies te kunnen verrekenen of om een eindafrekening (nadat er eerst wel belastingplicht was) te voorkomen. Men kan er dan voor kiezen om niet te worden vrijgesteld.

Let op!
De keuze om niet onder de vrijstelling te vallen, geldt voor een periode van vijf jaar.

Let erop dat dit niet automatisch gaat en tijdig moet gebeuren. Beoordeel daarom ieder jaar of het verstandig is om de vrijstelling toe te passen. Je moet voor het niet toepassen van de vrijstelling namelijk een brief sturen naar het belastingkantoor. Dit moet voordat de aangifte vennootschapsbelasting over het eerste jaar van de periode van vijf jaar is afgehandeld.

Expliciete uitspraak Belastingdienst
De Belastingdienst beveelt stichtingen en verenigingen aan om bij de aangifte te vermelden dat de vrijstelling van toepassing is. Dit kan door bij het punt ‘expliciet uitspraak Belastingdienst gevraagd’ te vermelden ‘vrijgesteld op grond van artikel 6 Wet Vpb’.


5. Uiterlijk 2 juni definitieve NOW 5 en 6 aanvragen

Je kunt tot en met 2 juni 2023 de definitieve berekening aanvragen voor de NOW 5 (zevende periode betreffende november en december 2021) en NOW 6 (achtste periode betreffende januari, februari en maart 2022). Ligt jouw voorschot of definitieve tegemoetkoming NOW tussen €40.000 en €125.000, dan moet je bij de definitieve berekening een derdenverklaring overleggen. Zijn deze bedragen €125.000 of meer, dan moet dit een accountantsverklaring zijn. Wacht je nog op deze verklaringen, vraag dan uiterlijk 2 juni 2023 uitstel aan tot en met 3 november 2023. Blijkt dat je NOW moet terugbetalen, dan kun je maximaal 12 maanden uitstel van betaling krijgen van het UWV en/of een betalingsregeling krijgen van maximaal 60 maanden.


6. Minimumloon ruim 3% omhoog per 1 juli 2023

Alle werknemers die het minimumloon betaald krijgen, gaan er 3,13% op vooruit. Het wettelijk minimumloon wordt per 1 juli 2023 namelijk bij een fulltime dienstverband verhoogd naar €1.995,00 bruto per maand, €460,40 per week en €92,08 per dag. Of sprake is van een fulltime dienstverband is afhankelijk van de normale arbeidsduur bij de werkgever. Ook de hoogte van het minimumloon per uur is daarvan afhankelijk en is als gevolg daarvan hoger bij een normale arbeidsduur van 36 uur dan bij een normale arbeidsduur van 38 of 40 uur per week. Dit verandert als de Wet invoering minimumloon wordt ingevoerd (beoogd per 1 januari 2024). Vanaf dat moment is het minimumloon per uur voor iedere werknemer hetzelfde, ongeacht de normale arbeidsduur.

Door |2024-05-31T09:06:04+02:009 mei 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief mei 2023

Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

In de op vrijdag 28 april (2023) aangeboden Voorjaarsnota 2023 valt een aantal fiscale maatregelen op die het kabinet voor ogen heeft. Zonder compleet te willen zijn, hebben wij een top 5 voor u samengesteld. We sluiten af met een opsomming van een aantal andere fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023.

1. Aanpassingen in de BOR en DSR

Al eerder kondigde het kabinet aan dat het de doelmatigheid en uitvoerbaarheid van de bedrijfsopvolgingsregeling in schenk- en erfbelasting (hierna: BOR) en de doorschuifregeling bij bedrijfsopvolgingen in de inkomstenbelasting (DSR) wil verbeteren. Ook wil het zo veel mogelijk knelpunten voor ondernemers wegnemen. Hiertoe is in de voorjaarsnota een aantal fiscale maatregelen genoemd:
1. Vanaf 2024 worden aan derden verhuurde onroerende zaken standaard aangemerkt als beleggingsvermogen in de BOR en DSR.
2. Vanaf 2025 wordt de vrijstelling in de BOR 100% van de goingconcernwaarde van de onderneming tot 1,5 miljoen euro en 70% over het meerdere aan ondernemingsvermogen. Nu ligt de grens bij 1,2 miljoen en bedraagt het percentage boven die 1,2 miljoen nog 83%.
3. De doelmatigheidsmarges in de BOR en in de DSR worden afgeschaft. Door deze doelmatigheidsmarges wordt nu nog beleggingsvermogen tot 5% van het ondernemingsvermogen aangemerkt als ondernemingsvermogen.
4. Bedrijfsmiddelen die ook buiten de onderneming worden gebruikt, kwalificeren straks alleen nog voor het deel dat in de onderneming wordt gebruikt voor de BOR en de DSR.
5. Alleen reguliere aandelen met een belang van 5% die volledig meedelen in de winstgerechtigheid en liquidatieopbrengst komen straks nog in aanmerking voor de BOR en de DSR.
6. De bezits- en voortzettingseis in de BOR worden in bepaalde situaties versoepeld en de dienstbetrekkingseis wordt afgeschaft.
7. Constructies met de BOR (dubbel gebruik van de BOR en oneigenlijk gebruik van de BOR door constructies met personen op hoge leeftijd, ook wel rollatorinvesteringen genoemd) worden aangepakt.

Let op!Over de maatregelen zijn nog weinig details bekend. De planning is dat deze maatregelen eind juni 2023 in een Kamerbrief uitgebreider worden toegelicht

2. Verfijningen in box 3 vanaf 2023

Het kabinet is voornemens om de volgende verfijningen in box 3 vanaf 2023 te realiseren:
1. Een aandeel in het vermogen van een VvE wordt in de categorie banktegoeden geplaatst (in plaats van in de categorie overige bezittingen tegen een veel hoger forfait van 6,17% in 2023).
2. Een aandeel in het vermogen op een derdenrekening bij een notaris wordt ook in de categorie banktegoeden geplaatst in plaats van in de categorie overige bezittingen.
3. Onderlinge vorderingen en schulden tussen fiscale partners die in een gezamenlijke aangifte inkomstenbelasting opgenomen zouden moeten worden, hoeven niet meer in de aangifte te worden vermeld. Datzelfde geldt voor onderlinge vorderingen en schulden tussen ouders en een minderjarig kind in situaties waarin het inkomen van het minderjarige kind aan de ouders wordt toegerekend.”

Tip!Al eerder bekend, maar nu ook in de Voorjaarsnota 2023 opgenomen, is het uitstel van het nieuwe box 3-stelsel op basis van werkelijk rendement (naar op zijn vroegst 2027).

3. Verruiming herinvesteringsreserve (HIR) bij stoppersregelingen

Als een HIR gevormd is, kan deze later worden afgeboekt bij de aanschaf van een nieuw bedrijfsmiddel. Hiervoor gelden allerlei voorwaarden. Voor het toepassen van een HIR bij een gedeeltelijke staking van een onderneming door overheidsingrijpen gelden nu al soepelere voorwaarden. Deze voorwaarden worden per 2024 verruimd, zodat de HIR ook toegankelijker wordt voor onder andere stoppende agrariërs.

4. Afschaffen betalingskorting inkomstenbelasting

Als een voorlopige aanslag gedurende het lopende jaar in een keer wordt betaald, kan in de inkomstenbelasting een betalingskorting worden toegepast. Vanaf 2023 is deze betalingskorting voor de voorlopige aanslag vennootschapsbelasting al afgeschaft. Vanaf 2024 wordt deze betalingskorting ook voor de voorlopige aanslag inkomstenbelasting afgeschaft.

5. Afschaffing of versobering laag btw-tarief voor sierteelt, arbeidsintensieve diensten, cultuur en logies?

Het kabinet geeft in de Voorjaarsnota 2023 aan dat het in de aanloop naar de augustusbesluitvorming gaat kijken naar de doelmatigheid van het lage btw-tarief (9%). In het bijzonder kijkt het kabinet daarbij naar het 9% btw-tarief in de sierteelt, arbeidsintensieve diensten (zoals schilders, kappers en schoenmakers), cultuur (zoals boeken, musea en bioscopen) en logies (zoals hotels en campings). Vóór Prinsjesdag 2023 beslist het kabinet welke vervolgstappen het neemt. Als het kabinet beslist tot afschaffing van het 9%-btw-tarief voor een of meer van deze groepen of voor versobering, neemt het kabinet de impact op specifieke groepen daarin mee.

Andere fiscale maatregelen

In de Voorjaarsnota zijn nog meer fiscale maatregelen opgenomen. Zonder compleet te willen zijn, noemen wij:
• Afschaffen STAP-budget vanaf 2024; de aanvraagronde die op 1 mei 2023 start, staat in ieder geval wel nog open.
• Afschaffen loonkostenvoordelen voor ouderen per 1 januari 2026; de uitbetaling van het loonkostenvoordeel 2025 vindt nog wel in 2026 plaats.
• De huidige twee regelingen voor het onbelast verstrekken van ov-abonnementen door werkgevers worden vervangen door één vrijstelling.
• Vanaf 2024 worden het aftrekpercentage van de EIA en het maximale investeringsbedrag structureel verlaagd.
• Vanaf 1 januari 2025 is bij culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve of vermakelijkheidsdiensten die virtueel worden verricht btw verschuldigd in de lidstaat van de woon- of vestigingsplaats van de afnemer.
• Medio juni 2023 komt het kabinet met voorstellen om een aantal bijzondere regelingen in de motorrijtuigenbelasting (MRB) en de belasting personenauto’s en motorrijwielen (BPM) te beëindigen of te versoberen.

Let op!De maatregelen zijn nog voorstellen. Ze moeten nog in wetsvoorstellen worden opgenomen, die vervolgens nog door zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moeten worden aangenomen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-05-04T21:01:53+02:004 mei 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 5 fiscale maatregelen uit de Voorjaarsnota 2023

  • Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

Als het aan het kabinet ligt, kunnen ondernemers in de inkomstenbelasting vanaf volgend jaar geen fiscale oudedagsreserve (FOR) meer opbouwen. Dit is een van de voorstellen die gepresenteerd zijn in de Voorjaarsnota.

Fiscale oudedagsreserve (FOR)
Ondernemers in de inkomstenbelasting mogen jaarlijks een deel van de winst reserveren voor hun oude dag, de zogenaamde fiscale oudedagsreserve (FOR). Over dit deel van de winst hoeft dan dat jaar geen belasting te worden betaald. Voor het jaar 2022 is de FOR 9,44% van de winst met een maximum van €9.632.

Belasting betalen over FOR
Over de gereserveerde FOR moet je op een gegeven moment wel belasting betalen. Meestal is dit bij het einde van jouw onderneming. Maar je kunt ook tussentijds een of meer lijfrentes kopen die je op de FOR kunt afboeken. De FOR betekent dus in feite uitstel van betaling over een deel van de winst. Ook kun je vaak profiteren van het lage belastingtarief voor AOW-gerechtigden.

Einde FOR
In de Voorjaarsnota is voorgesteld de FOR per 2023 af te schaffen. Dit betekent dat er vanaf 2023 niet meer aan de FOR kan worden gedoteerd. Over opgebouwde FOR’s hoeft echter niet direct te worden afgerekend volgens het voorstel. De maatregel is onder meer bedoeld om een verhoging van de AOW te kunnen betalen.

Onbenut
Het kabinet is van mening dat de FOR zonder al te veel bezwaren afgeschaft kan worden, omdat de FOR nu ook al weinig door ondernemers benut wordt. Bovendien wordt met de Wet toekomst pensioenen ook voor ondernemers in de inkomstenbelasting de ruimte vergroot om fiscaal gefaciliteerd pensioen op te bouwen.

Let op! Het voorstel is nog niet definitief en moet nog door het parlement worden aangenomen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-13T09:27:49+02:0013 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2023 geen opbouw fiscale oudedagsreserve meer mogelijk

  • Kabinet wil vrijstelling BPM bestelauto afschaffen

Kabinet wil vrijstelling BPM bestelauto afschaffen

Het kabinet wil de vrijstelling van BPM voor bestelauto’s afschaffen. Dit plan is onderdeel van het eerdere coalitieakkoord en staat ook vermeld in de Voorjaarsnota.

BPM
De BPM is een extra belasting die wordt geheven bij de aankoop van een auto of motorfiets. Voor bestelauto’s die minstens 10% zakelijk worden gebruikt, bestaat voor ondernemers een vrijstelling.

Tarieven
De te betalen BPM wordt voor een personenauto bepaald door de CO2-uitstoot. Voor een bestelauto, kampeerauto of een motor is de catalogusprijs minus de BTW bepalend. Voor een bestelauto met benzinemotor bedraagt de BPM dit jaar 37,7% van de catalogusprijs zonder BTW, minus €1.283. Voor bestelauto’s op diesel geldt 37,7% van de catalogusprijs zonder BTW plus €273.

Vrijstelling vervalt in stappen
De vrijstelling komt volgens de voorstellen in stappen te vervallen, te beginnen in 2024. In 2026 bestaat de vrijstelling dan niet meer. Afhankelijk van de catalogusprijs betekent dit dat bestelauto’s voor ondernemers vele duizenden euro’s meer gaan kosten.

Geen BPM voor elektrische bestelauto
Voor bestelauto’s zonder CO2-uitstoot bestaat een vrijstelling van BPM. Deze vrijstelling moet er volgens het kabinet toe leiden dat meer ondernemers zullen overstappen op een elektrische bestelauto.

MIA en subsidie
Voor een elektrische bestelauto heb je ook recht op 45% milieu-investeringsaftrek (MIA). Het bedrijfsmiddel komt echter voor ten hoogste het investeringsbedrag minus €11.000 in aanmerking voor de MIA. Voor een elektrische bestelauto van bijvoorbeeld €50.000 krijg je dus MIA over €39.000. Voor een waterstofbestelauto heb je ook recht op 45% MIA. Je krijgt dan MIA over een investeringsbedrag van maximaal €125.000.

Tip! Ook kun je, onder voorwaarden, tot €5.000 subsidie krijgen bij aanschaf van een dergelijke, nieuwe auto.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-07T09:35:06+02:007 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kabinet wil vrijstelling BPM bestelauto afschaffen

  • Zonnepanelen: saldering en BTW

Zonnepanelen: saldering en BTW

Het kabinet maakte in de Voorjaarsnota recent een aantal wijzigingen met betrekking tot zonnepanelen bekend. Zo zal de zogeheten salderingsregeling op een later moment worden afgebouwd en gaat de BTW op zonnepanelen bij woningen naar nul. Verder is meer zon op daken en andere objecten een van de speerpunten van het beleid van het kabinet.

Salderingsregeling
Door de salderingsregeling is de prijs van door de zonnepanelen terug geleverde elektriciteit gelijk aan de prijs van de van de energieleverancier afgenomen elektriciteit. Het was de bedoeling dat deze regeling vanaf 1 januari 2023 geleidelijk zou worden afgebouwd tot en met 2030. In de Voorjaarsnota is echter bekendgemaakt dat de afbouw pas op 1 januari 2025 start. De einddatum blijft wel op 2030 gehandhaafd.

Let op! De latere ingang van de afbouw wordt in 2025 helaas wel ingehaald. In plaats van de oorspronkelijk voorgestelde 73% die in 2025 nog te salderen zou zijn, is nu 63% voorgesteld.

Tip! Vanaf 2031 ontvangt de zonnepaneeleigenaar alleen nog een vergoeding van de energieleverancier voor de terug geleverde elektriciteit. De energieleverancier is wel verplicht om elke kleinverbruiker een redelijke vergoeding te betalen.

BTW op zonnepanelen
Al eerder aangekondigd, maar in de Voorjaarsnota bevestigd, is de invoering van een zogenaamd nultarief op zonnepanelen op en in de onmiddellijke nabijheid van woningen vanaf 2023. Dit betekent dat over deze zonnepanelen dan geen BTW meer berekend hoeft te worden. De precieze uitwerking van deze maatregel is overigens nog niet bekend.

Meer zon op daken en andere objecten
Het kabinet zet in op grootschalige installatie van zonnepanelen op daken en andere objecten en onderzoekt daarvoor meerdere maatregelen. Onlangs stuurde Minister Jetten aan de Tweede Kamer hierover een brief met de speerpunten en randvoorwaarden voor het beleid.
Een van de aangekondigde maatregelen is een verplichting om vanaf 2025 te beschikken over een dakconstructie die zonnepanelen kan dragen. Deze verplichting gaat gelden voor alle nieuwe bedrijfspanden met een oppervlakte groter dan 250 vierkante meter. Onderzocht wordt nog of de regels voor nieuwe kleinere bedrijfspanden of woningen ook aangescherpt worden. Verder onderzoekt het kabinet of financiering vanuit het Klimaatfonds mogelijk is voor het vergoeden van constructieve aanpassingen aan bestaande daken om deze geschikt te maken voor zonnepanelen of het toepassen van lichtgewicht zonnepanelen.

Tip! Voor nadere details van deze en andere aangekondigde maatregelen wordt verwezen naar de zonnebrief.

Let op! De hiervoor besproken maatregelen betreffen nog slechts plannen die eerst nog in wetsvoorstellen moeten worden opgenomen. Daarna moeten de Tweede en Eerste Kamer nog akkoord gaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-03T09:16:19+02:003 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Zonnepanelen: saldering en BTW

  • Tarief overdrachtsbelasting beleggings- en bedrijfspand fors hoger

Tarief overdrachtsbelasting beleggings- en bedrijfspand fors hoger

Het tarief van de overdrachtsbelasting voor beleggings- en bedrijfspanden gaat volgend jaar fors omhoog. Dit stelt het kabinet voor in de onlangs bekend gemaakte Voorjaarsnota.

Overdrachtsbelasting
Overdrachtsbelasting wordt geheven bij de overdracht van panden, dus meestal bij verkoop ervan. Voor beleggings- en bedrijfspanden, maar ook voor een tweede woning, zoals een vakantiewoning, bedraagt de overdrachtsbelasting nu 8%. Eerder was al bekendgemaakt dat het tarief volgend jaar zou stijgen naar 9%. Dit is nu gewijzigd in 10,1%. De aanschaf van een beleggings- of bedrijfspand of tweede woning wordt daardoor fors duurder.

Let op! De overdrachtsbelasting komt voor rekening van de koper van een pand.

Overige tarieven ongewijzigd
De overdrachtsbelasting kent een tarief voor eigen woningen van 2% indien deze door de eigenaar zelf bewoond worden. Daarnaast bestaat er in deze gevallen een vrijstelling voor jongeren die minstens 18 jaar zijn maar nog geen 35 jaar zijn. Zij kunnen maar één keer van de vrijstelling van overdrachtsbelasting gebruik maken. Een en ander blijft ongewijzigd.

Beleggen in woningen aan banden
Met het voorstel het tarief van de overdrachtsbelasting te verhogen, wil het kabinet het beleggen in woningen verder aan banden leggen. Op deze manier hoopt het kabinet de forse stijging van de prijs van woningen af te kunnen remmen.

Goedkeuring parlement
De Voorjaarsnota waarin het voorstel staat, moet nog wel door het parlement worden goedgekeurd. De verhoging van het tarief is dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-31T11:19:28+02:0031 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Tarief overdrachtsbelasting beleggings- en bedrijfspand fors hoger