uitzendkracht

Fiscale regels voor kerstpakket uitzendkracht

Binnenkort krijgen jouw werknemers wellicht weer een kerstpakket van jou. Als je ook een kerstpakket aan uitzendkrachten geeft, dan gelden daar andere fiscale regels voor.

Kerstpakket werknemers

Schenken

De fiscale regels rondom een kerstpakket dat je aan jouw werknemers geeft, zijn wel bekend. De waarde van het kerstpakket is bij elke werknemer individueel belast met loonbelasting, tenzij je het kerstpakket aanwijst in jouw vrije ruimte. Werkgevers kiezen meestal voor dit laatste en nemen op die manier de loonbelasting voor hun rekening.

Zolang de vrije ruimte niet wordt overschreden in 2024 bedraagt die belasting overigens nul. Overschrijden alle in de vrije ruimte aangewezen vergoedingen, verstrekkingen en terbeschikkingstellingen de vrije ruimte, dan betaal je over de overschrijding 80% eindheffing.

Kerstpakket uitzendkrachten

Hoe ga je om met kerstpakketten die je aan uitzendkrachten geeft? Ook deze kerstpakketten vormen loon voor de uitzendkrachten. Dit loon kun je echter niet aanwijzen in jouw vrije ruimte omdat de uitzendkrachten geen werknemer van jou zijn.

Je kunt er wel voor kiezen om de belasting over dit loon voor jouw rekening te nemen. Bedraagt de waarde van het kerstpakket maximaal € 136, dan bedraagt de eindheffing 45%. Is de waarde van het kerstpakket hoger, dan bedraagt de eindheffing 75%.

Let op! Als je ervoor kiest om de eindheffing voor jouw rekening te nemen, dan moet je vastleggen wie het kerstpakket ontvangen heeft én aan de ontvanger van het kerstpakket meedelen dat je de eindheffing voor jouw rekening neemt.

Tip! De eindheffing verwerk je in de aangifte loonbelasting in de rubriek ‘Eindheffing publiekrechtelijke uitkeringen en tijdelijke knelpunten van ernstige aard’.

Voor rekening uitzendbureau

Kies je er niet voor de eindheffing van het kerstpakket voor een uitzendkracht voor jouw rekening te nemen, dan is er een aantal mogelijkheden. Het kan zijn dat het uitzendbureau loonheffing moet inhouden op de waarde van het kerstpakket. Als dat zo is, kan het uitzendbureau er ook voor kiezen om het kerstpakket in de vrije ruimte van het uitzendbureau aan te wijzen.

Voor rekening uitzendkracht

Hoeft het uitzendbureau geen loonheffing in te houden op de waarde van het kerstpakket, dan moet de uitzendkracht de waarde van het kerstpakket opgeven als loon in natura in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Let op! Verstrek je een kerstpakket aan een zzp’er, dan kun jeop dezelfde wijze als bij een uitzendkracht de eindheffing (van 45% of 75%, afhankelijk van de waarde van het kerstpakket) voor jouw rekening nemen. Kies je daar niet voor, dan moet de zzp’er het kerstpakket zelf aangeven in zijn aangifte inkomstenbelasting.

Door |2024-12-18T09:37:32+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fiscale regels voor kerstpakket uitzendkracht

Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Sinds 1 januari 2020 tellen ZW-uitkeringen niet altijd meer mee als arbeidsinkomen. Daarmee tellen ZW-uitkeringen dus ook niet altijd meer bij het bepalen van de hoogte van de arbeidskorting. Onlangs werd voor de rechtbank Noord-Nederland de vraag beantwoord hoe dat zit als het een uitzendkracht betreft.

Alleen voor bestaande dienstbetrekkingen

Medisch

Sinds 2020 tellen ZW-uitkeringen alleen nog mee als arbeidsinkomen als de dienstbetrekking nog niet is beëindigd. Is dit wel het geval, dan telt de ZW-uitkering niet meer mee als arbeidsinkomen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin iemand WW ontvangt en ziek wordt.

Uitzendkrachten met of zonder uitzendbeding

Voor uitzendkrachten is in verband met het bovenstaande van belang of er al dan niet een uitzendbeding is. Is dit beding niet van toepassing, dan blijft de dienstbetrekking gewoon bestaan. In dat geval moet de ZW-uitkering dus tot het arbeidsinkomen worden gerekend, met onder meer een hogere arbeidskorting als gevolg.

Eerst WW, dan ZW

In bovengenoemde zaak handelde het om een uitzendkracht die eerst een WW-uitkering ontving en daarna een ZW-uitkering. Volgens de inspecteur moest de ZW-uitkering dan ook niet als arbeidsinkomen worden aangemerkt.

Seizoensgebonden werk

In deze zaak lag dat echter anders. De uitzendkracht verrichtte seizoensgebonden werk en kreeg alleen betaald als hij werkte. Was er geen werk, dan kreeg hij niet betaald. Echter, de arbeidsovereenkomst liep wel gewoon door. De conclusie was dan ook dat in dit geval de ZW-uitkering wél tot het arbeidsinkomen moest worden gerekend. Belastingplichtige werd dan ook in het gelijk gesteld, waardoor de arbeidskorting hoger uitviel.

Door |2024-09-06T16:29:30+02:006 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Bij zieke uitzendkrachten loon doorbetalen

Uitzendbureaus die gebonden zijn aan een uitzendcao moeten vanaf 1 juli 2023 het loon van een zieke uitzendkracht doorbetalen tot de einddatum van het contract. Tot 1 juli moet het uitzendbureau het loon van een zieke uitzendkracht ook doorbetalen, tenzij de inlener expliciet schriftelijk een beroep doet op het overeengekomen uitzendbeding.

Uitzendbeding

Tot een arrest van de Hoge Raad van 17 maart jl. was in de beide uitzendcao’s (de ABU cao en de NBBU cao) bepaald dat indien een uitzendbeding was overeengekomen in de uitzendovereenkomst deze overeenkomst ten einde kwam op het moment dat de uitzendkracht ziek werd. De uitzendkracht had dan recht op een Ziektewet-uitkering van het UWV. Er werd uitgegaan van de fictie dat de inlener bij ziekte een beroep had gedaan op het uitzendbeding ongeacht of dit feitelijk zo was ja of nee.

Actieve handeling inlener vereist

De Hoge Raad heeft op 17 maart 2023 echter bepaald dat deze fictie niet rechtsgeldig is, maar dat de inlener om de uitzendovereenkomst te beëindigen expliciet een beroep moet doen op het overeengekomen uitzendbeding. Heeft de inlener dat niet gedaan, dan komt de uitzendovereenkomst bij ziekte niet automatisch ten einde maar moet het uitzendbureau het loon van de uitzendkracht doorbetalen. Het UWV kan van het uitzendbureau verlangen dat deze een schriftelijke verklaring laat zien waaruit blijkt dat de inlener een beroep heeft gedaan op het uitzendbeding.

Wijziging situatie per 1 juli 2023

Als gevolg van een wijziging van de beide uitzendcao’s geldt vanaf 1 juli aanstaande dat voor uitzendbureaus die zijn gebonden aan een uitzendcao inleners niet langer de mogelijkheid hebben een beroep te doen op het uitzendbeding bij ziekte. Dit betekent dat deze uitzendbureaus gehouden zijn om het loon van de zieke uitzendkrachten door te betalen tot de einddatum van het contract. Hiermee gaan de uitzendcao’s nog een stap verder dan uit het arrest van de Hoge Raad naar voren is gekomen.

Let op! De zieke uitzendkracht heeft, zolang de uitzendovereenkomst voortduurt, recht op 90% van zijn loon gedurende de eerste 52 weken en op 80% gedurende de 53ste t/m de 104e week.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-02T19:56:17+02:002 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Bij zieke uitzendkrachten loon doorbetalen

  • Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

Het aantal flexwerkers, zoals uitzendkrachten en werknemers met een tijdelijk dienstverband, neemt in Nederland steeds verder toe. Om ervoor te zorgen dat ook werknemers met korte of tijdelijke dienstverbanden aanspraak kunnen maken op medezeggenschapsrechten is de WOR (Wet op de ondernemingsraden) per 1 januari 2022 op dit punt gewijzigd.

Verkorting termijnen kiesrecht
Doel van de wijzigingen van de WOR is dat meer werknemers (juist ook jongeren en flexkrachten) eerder en vaker bij de medezeggenschap worden betrokken. Onderstaand een opsomming van de wijzigingen:

  • verkorting van de termijnen voor het actief kiesrecht (het recht om te mogen stemmen) van zes naar drie maanden;
  • verkorting van de termijn voor het passief kiesrecht (het recht van een werknemer om zich kandidaat te stellen voor de OR) van twaalf naar drie maanden;
  • uitzendkrachten gaan al na vijftien maanden (in plaats van na 24 maanden) medezeggenschapsrechten opbouwen in de onderneming van de inlener en verwerven na achttien maanden actief en passief kiesrecht (15 + 3 = 18 maanden).

Tip! Deze aanpassingen kunnen leiden tot het wijzigen van het OR-reglement.

Het blijft mogelijk in het OR-reglement (ten positieve) af te wijken van de wet, door nog kortere termijnen op te nemen. Daarnaast blijft het mogelijk om de groep ‘in de onderneming werkzame personen’ uit te breiden met bijvoorbeeld uitzendkrachten die nog geen vijftien maanden werkzaam zijn in de organisatie.

Vaste commissies en niet-OR-leden
Naast dat flexkrachten meer zeggenschapsrechten krijgen, kan per 2022 ook worden afgeweken van de hoofdregel dat een vaste commissie voor de meerderheid uit OR-leden moet bestaan. Een vaste commissie kan bijvoorbeeld worden ingesteld om meer expertise voor de OR in huis te halen. Wel geldt dat als een vaste commissie voor een minderheid uit OR-leden bestaat, het advies- en instemmingsrecht bij de OR blijft liggen. Zo kunnen meer commissieleden van buiten de OR worden gevraagd om in een OR-commissie zitting te nemen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-03-25T19:47:16+01:0025 maart 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Flexkracht krijgt eerder medezeggenschapsrechten

  • Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

Zorgaanbieders en PGB-budgethouders kunnen vanaf 15 juni de zorgbonus voor 2021 aanvragen. De zorgbonus is bestemd voor werkenden in de zorg die vanwege Corona een uitzonderlijke prestatie hebben verricht.

Omvang afhankelijk van aantal aanvragen
De omvang van de zorgbonus voor 2021 is afhankelijk van het aantal aanvragen. Naar verwachting zal de bonus tussen de €200 en €240 netto bedragen.

Uitzonderlijke prestatie
Voorwaarde voor de bonus is dat de medewerker in de zorg in de periode 1 oktober 2020 tot 15 juni 2021 een uitzonderlijke prestatie heeft geleverd vanwege Corona, door onder uitzonderlijke omstandigheden zorg te bieden. Het voortzetten van de normale werkzaamheden, al dan niet in aangepaste vorm, is niet als uitzonderlijke prestatie aan te merken.

Voorbeeld van uitzonderlijke prestatie: overwerk
Medewerkers die extra uren hebben gewerkt als direct gevolg van de strijd tegen Corona en daardoor bijvoorbeeld geen vakantie of verlof konden opnemen, komen bijvoorbeeld in aanmerking voor de bonus.

Voorwaarden
Verder geldt als voorwaarde dat de medewerker niet meer dan twee keer modaal mag verdienen. Een medewerker kan maximaal één keer voor de bonus in aanmerking komen. De aanvrager van de bonus mag geen extra voorwaarden aan de bonus stellen.

Let op! Zorgaanbieders kunnen de bonus ook aanvragen voor ingehuurde ZZP’ers. Ook voor uitzendkrachten kan de bonus worden aangevraagd.

Waar aanvragen?
Zorgaanbieders kunnen de bonus voor hun medewerkers aanvragen bij het loket van DUS-I. PGB-budgethouders kunnen een aanvraag indienen bij de SVB. Hier is ook meer info beschikbaar.

Zorgbonus
Vanwege Corona hadden werkenden in de zorg ook in 2020 recht op een zorgbonus. Die bedroeg €1.000 netto. Omdat die bonus voor meer werkenden werd aangevraagd dan verwacht, is er voor de bonus in 2021 minder geld beschikbaar.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-06-18T11:29:29+02:0018 juni 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aanvragen zorgbonus per 15 juni gestart

  • Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding

Hoe moet bij uitzendkrachten het arbeidsverleden worden bepaald voor de berekening van de hoogte van de transitievergoeding? Die vraag stond onlangs centraal bij een zaak die diende voor de kantonrechter Zaanstad. De uitzendkrachten kregen door de rechtszaak een veel hogere transitievergoeding.

Het ging hier om zes uitzendkrachten die als buschauffeur werkten en na een half jaar hun baan kwijt raakten. Het uitzendbureau betaalde daarop een kleine transitievergoeding van een paar honderd euro. De uitzendkrachten waren het hier niet mee eens. Ze verrichtten datzelfde werk namelijk al veel langer, sommigen zelfs al sinds 2009, voor verschillende opeenvolgende uitzendbureaus én onderaannemers van Connexxion. Ze spanden dan ook een procedure aan.

Uitzendkrachten krijgen gelijk
De chauffeurs vonden de kantonrechter aan hun zijde, die bepaalde dat het totale arbeidsverleden moest worden meegeteld. Dat geldt in het kader van opvolgend werkgeverschap sowieso voor de diensttijd bij de vorige werkgevers vanaf 1 juli 2015. De definitie van opvolgend werkgeverschap is met ingang van 1 juli 2015 verruimd. Van opvolgend werkgeverschap is nu sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moet worden elkaars opvolger te zijn.

Recht op hogere transitievergoeding
Voor het opvolgend werkgeverschap gold voor 1 juli 2015 een beperkter begrip. Voor de werkgeverswisselingen die hebben plaatsgevonden voor 1 juli 2015 geldt dat niet alleen sprake moet zijn van dezelfde werkzaamheden, maar ook dat tussen de nieuwe werkgever en de vorige werkgevers zodanige banden bestaan dat het door de vorige werkgever op grond van zijn ervaringen met de werknemer verkregen inzicht in diens hoedanigheden en geschiktheid in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan de nieuwe werkgever. De buschauffeurs hebben vervolgens voldoende toegelicht en aangetoond dat zij vanaf 2009, 2010, 2011 en 2013 altijd op dezelfde manier en (nagenoeg) onafgebroken hebben gewerkt als buschauffeur voor Connexxion. Dit betekende dat ze recht hadden op een veel hogere transitievergoeding. De brutobedragen variëren tussen €8.398 en €11.111. In totaal gaat het om een nabetaling van €58.781.

In geval van faillissement
Interessant is dat het niet uitmaakt dat het uitzendbureau Workbus de chauffeurs in maart 2020 heeft overgenomen van het failliete vervoersbedrijf TCR (onderaannemer van Connexxion). De wet maakt voor opvolgend werkgeverschap geen uitzondering in geval van faillissement. De bedoeling van de wet is juist dat ook sprake is van opvolgend werkgeverschap na een faillissement van een vorige werkgever en een ‘doorstart’.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-04-26T10:07:54+02:0026 april 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Recht uitzendkracht op hogere transitievergoeding