uitkering

Fout UWV niet voor rekening uitkeringsgerechtigde

Als door een fout van het UWV ten onrechte geen loonbelasting wordt ingehouden op een uitkering, hoeft de uitkeringsgerechtigde hiervoor niet automatisch op te draaien. Daarbij is wel van belang dat de uitkeringsgerechtigde te goeder trouw was.

Te goeder trouw

Juridisch

Dit blijkt uit een arrest van het gerechtshof in Den Bosch. Dat belanghebbende te goeder trouw was, leidde het Hof af uit de feiten. Het Hof was ook van mening dat de man ervan uit had mogen gaan dat het UWV de inhoudingsverplichting wel was nagekomen. Dat dit niet was gebeurd, was ook niet opgevallen, omdat het slechts om een bedrag van zo’n € 60 per maand ging. Ook ontving de man niet automatisch loonstroken of jaaropgaven.

Naheffen bij UWV

Het Hof vindt het gelet op deze omstandigheden redelijker dat het risico dan voor rekening van de Belastingdienst komt. Bovendien kan het UWV de verschuldigde loonheffing ook naheffen bij het UWV. Het Hof houdt er daarbij geen rekening mee dat het UWV de verschuldigde loonbelasting wellicht zal verhalen op de uitkeringsgerechtigde. Ook dat deze de verschuldigde loonheffing in dat geval niet kan betalen, laat het Hof buiten beschouwing. Over eventuele kwijtschelding dient namelijk het UWV te beslissen.

Evenredigheidsbeginsel

Het Hof komt – alle omstandigheden afwegende – dan ook tot de conclusie dat de gevolgen van het foutief handelen van het UWV niet voor rekening van de uitkeringsgerechtigde moeten komen. Dit betekent dat ook op grond van het evenredigheidsbeginsel de aanslagen niet in stand kunnen blijven. Volgens dit beginsel mogen de nadelige gevolgen van een besluit immers niet onevenredig hoog zijn.

Door |2025-03-05T11:38:37+01:005 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Fout UWV niet voor rekening uitkeringsgerechtigde

Hoe is een overlijdensuitkering van de werkgever belast?

Werkgevers betalen bij het overlijden van een werknemer meestal een overlijdensuitkering aan de nabestaanden. Is een dergelijke uitkering ook belast als loon en/of met erfbelastingen zo ja, hoe?

Overlijdensuitkeringen

Euro

De Belastingdienst heeft duidelijkheid verschaft op deze vraag met een voorbeeld waarbij van twee partners met een notarieel samenlevingscontract één van hen komt te overlijden. De partner verkrijgt via de werkgever drie maandsalarissen als overlijdensuitkering. Is hierover loonbelasting verschuldigd, erfbelasting of wellicht beide?

Eén maandsalaris belastingvrij

Van de uitkering is één maandsalaris belastingvrij, zowel voor de loonbelasting als voor de erfbelasting. Een werkgever is namelijk wettelijk verplicht bij overlijden van een werknemer één maandsalaris uit te keren. De langstlevende partner verkrijgt deze of de minderjarige kinderen verkrijgen deze. Men verkrijgt deze uitkering dus volgens de wet en niet volgens het erfrecht. De erfbelasting is daarom niet van toepassing. Ook loonbelasting blijft achterwege, omdat volgens de wet bij overlijden maximaal drie maandsalarissen zijn vrijgesteld.

Erfbelasting voor tweede en derde maandsalaris

Over het tweede en derde maandsalaris is dus geen loonbelasting verschuldigd (drie maandsalarissen zijn immers vrijgesteld van loonbelasting), maar wel erfbelasting. Deze uitkeringen vloeien namelijk voort uit de arbeidsovereenkomst en worden daarom verkregen volgens een zogenaamd derdenbeding. Over dergelijke verkrijgingen dient erfbelasting te worden betaald.

Hogere uitkering dan drie maandsalarissen, wat nu?

De Belastingdienst gaat ook in op de situatie waarin meer dan drie maandsalarissen worden uitgekeerd. Volgens de letter van de wet zou dan zowel erf- als loonbelasting verschuldigd zijn. De vrijstelling voor de loonbelasting bedraagt namelijk maximaal drie maanden. Dubbele heffing (zowel loonbelasting als erfbelasting) is in deze situatie echter te veel van het goede. Daarom wordt goedgekeurd dat geen erfbelasting wordt geheven, maar alleen loonbelasting.

Door |2024-10-04T12:37:00+02:004 oktober 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoe is een overlijdensuitkering van de werkgever belast?

Tozo 1-uitkering deels bij partner belast

Ondernemers die tijdens de coronacrisis in financiële moeilijkheden kwamen, konden een beroep doen op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers, Tozo. Volgens de rechtbank Zeeland-West-Brabant dient de inkomensondersteuning van de Tozo over de eerste periode (Tozo-1) bij partners aan beiden te worden toegerekend.

Tozo

Juridisch

De Tozo voorzag in inkomensondersteuning en in een lening voor bedrijfskapitaal. De Tozo kende tal van voorwaarden, die gedurende de periode van toekenning verschillend waren. De Tozo was gebaseerd op het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en werd uitgevoerd door de gemeentes.

Gezamenlijk recht

Voor de Tozo-1 was bepaald dat partners er gezamenlijk recht op hadden. Om de Tozo-1 uitvoerbaar te houden, was onder meer bepaald dat er geen rekening werd gehouden met het inkomen van de partner en dat ook de zogenaamde kostendelersnorm niet werd toegepast. Dit betekent dat wanneer meerdere volwassenen samenwoonden, de Tozo niet lager werd vanwege het feit dat de kosten gedeeld werden.

Deels bij partner belast

Omdat er een gezamenlijk recht op de Tozo-1 bestond, werd de helft van de uitkering ook bij de partner belast. In bovengenoemde zaak oordeelde de rechtbank dat dit terecht is. In deze zaak had een vrouwelijke ondernemer de Tozo-1 gekregen, terwijl haar partner voor de helft werd belast. Naar zijn mening was dit onterecht, maar de rechtbank dacht hier anders over.

Nu de man mede-rechthebbende was, diende hij ook over zijn aandeel belasting te betalen. Dat de man zelf geen deel van de Tozo op zijn rekening had ontvangen, deed niet ter zake.

Door |2024-09-13T16:09:47+02:0013 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Tozo 1-uitkering deels bij partner belast

Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?

Sinds 1 januari 2020 tellen ZW-uitkeringen niet altijd meer mee als arbeidsinkomen. Daarmee tellen ZW-uitkeringen dus ook niet altijd meer bij het bepalen van de hoogte van de arbeidskorting. Onlangs werd voor de rechtbank Noord-Nederland de vraag beantwoord hoe dat zit als het een uitzendkracht betreft.

Alleen voor bestaande dienstbetrekkingen

Medisch

Sinds 2020 tellen ZW-uitkeringen alleen nog mee als arbeidsinkomen als de dienstbetrekking nog niet is beëindigd. Is dit wel het geval, dan telt de ZW-uitkering niet meer mee als arbeidsinkomen. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin iemand WW ontvangt en ziek wordt.

Uitzendkrachten met of zonder uitzendbeding

Voor uitzendkrachten is in verband met het bovenstaande van belang of er al dan niet een uitzendbeding is. Is dit beding niet van toepassing, dan blijft de dienstbetrekking gewoon bestaan. In dat geval moet de ZW-uitkering dus tot het arbeidsinkomen worden gerekend, met onder meer een hogere arbeidskorting als gevolg.

Eerst WW, dan ZW

In bovengenoemde zaak handelde het om een uitzendkracht die eerst een WW-uitkering ontving en daarna een ZW-uitkering. Volgens de inspecteur moest de ZW-uitkering dan ook niet als arbeidsinkomen worden aangemerkt.

Seizoensgebonden werk

In deze zaak lag dat echter anders. De uitzendkracht verrichtte seizoensgebonden werk en kreeg alleen betaald als hij werkte. Was er geen werk, dan kreeg hij niet betaald. Echter, de arbeidsovereenkomst liep wel gewoon door. De conclusie was dan ook dat in dit geval de ZW-uitkering wél tot het arbeidsinkomen moest worden gerekend. Belastingplichtige werd dan ook in het gelijk gesteld, waardoor de arbeidskorting hoger uitviel.

Door |2024-09-06T16:29:30+02:006 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Is ZW-uitkering van invloed op arbeidskorting?
  • Is schadevergoeding bij een bedrijfsongeval belast?

Is schadevergoeding bij een bedrijfsongeval belast?

Als je als ondernemer zelf een bedrijfsongeval krijgt, dekt de verzekering vaak de schade. Maar is een dergelijke uitkering ook belast en zo ja, waar hangt dit vanaf?

Sportieve ondernemer legt het bijltje erbij neer
In een rechtszaak handelde het om een ondernemer die op een aantal terreinen actief was. Ze verrichtte onder meer sportactiviteiten, fotografeerde en werkte in de horeca, totdat een vallende bijl haar voet ernstig blesseerde en ze de werkzaamheden niet meer kon uitvoeren.

Schadevergoeding
Met de verzekeraar van haar klant werd na de nodige onderhandelingen een schadevergoeding overeen gekomen van €480.000. Deze bestond deels uit een vergoeding voor verlies aan arbeidsvermogen, voor immateriële schade, voor gemaakte kosten en voor gederfde winst. De vraag rees of een deel ervan belast was en zo ja, hoeveel?

Bewijslast
De rechtbank was van mening dat de bewijslast bij de ondernemer lag. Die toonde aan dat uit de stukken bleek dat van de schadevergoeding ruim €388.000 was toegekend vanwege het verlies aan arbeidsvermogen. Duidelijk was ook dat €15.000 was toegekend voor immateriële schade, ofwel smartengeld. Het restant zag op overige kosten en gederfde winst, maar was niet duidelijk gespecificeerd.

Verlies aan arbeidsvermogen onbelast
De vergoeding vanwege blijvende arbeidsongeschiktheid was volgens de rechtbank onbelast, evenals het smartengeld. Voor zover werkelijk gemaakte kosten aantoonbaar waren, zoals voor fysiotherapie, waren ook die onbelast. Een vergoeding voor gederfde winst, in  totaal €41.000, was daarentegen wel belast.

Tip! Zorg in soortgelijke situaties voor een specificatie van een overeengekomen schadevergoeding. Dit voorkomt discussie met de fiscus.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-13T09:55:04+01:0014 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is schadevergoeding bij een bedrijfsongeval belast?

  • Belasting over broodfonds

Belasting over broodfonds

Een broodfonds is een particulier initiatief van zelfstandig ondernemers om bij langdurige ziekte elkaar financieel te ondersteunen. Over de vraag of een deelnemer aan een broodfonds belasting verschuldigd is, is meer duidelijkheid verstrekt.

Broodfonds
Grofweg werkt een broodfonds als volgt. De deelnemende ondernemer legt maandelijks een bedrag in. Daarnaast betaalt de deelnemer eenmalig inschrijfkosten en een maandelijkse contributie.

Als een ondernemer ziek wordt, krijgt deze – over het algemeen na een wachttijd van een maand –gedurende maximaal twee jaar schenkingen van de andere aangesloten ondernemers. Het bedrag van de schenking is afhankelijk van de maandelijkse inleg van de ondernemer.

Inkomstenbelasting box 1: uitkeringen uit en betalingen aan broodfonds
Als een ondernemer schenkingen uit een broodfonds ontvangt vanwege zijn ziekte, zijn deze volgens de Belastingdienst niet belast in box 1. De bedragen die de ondernemer maandelijks inlegt, zijn daarentegen ook niet aftrekbaar in box 1.

Inkomstenbelasting box 3: aandeel in broodfonds
Het aandeel van de ondernemer in het broodfonds moet volgens de Belastingdienst voor box 3 gewaardeerd worden op het saldo van de ingelegde bedragen, verminderd met de contributie en de gedane uitkeringen.

Tip! Het recht op een ingegane uitkering, maar ook het recht op een niet-ingegane uitkering, heeft een waarde die eigenlijk in box 3 opgegeven zou moeten worden. Uit praktisch oogpunt geeft de Belastingdienst aan dat deze waarde op nihil kan worden gesteld. De waarde van een verplichting om uitkeringen te doen, wordt voor box 3 echter ook niet in aanmerking genomen.

Schenkbelasting
De Belastingdienst geeft aan dat bij deelname aan een broodfonds geen schenkbelasting verschuldigd is, omdat sprake is van een kansovereenkomst. De Belastingdienst merkt daarbij wel op dat bij afwijkende regels in een broodfonds de beoordeling mogelijk anders kan zijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-12T11:05:04+01:0013 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belasting over broodfonds

  • Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

Tijdens het aanvullend geboorteverlof en betaald ouderschapsverlof ontvangt jouw werknemer een uitkering van het UWV. In een handreiking van de Belastingdienst op Forum Salaris staat hoe je deze uitkering moet verwerken in de aangifte loonheffingen wanneer je die uitkering betaalt aan jouw werknemer.

Werkgeversbetaling
Sinds 1 juli 2020 is het recht op aanvullend geboorteverlof ingevoerd en sinds 2 augustus 2022 ook het recht op betaald ouderschapsverlof. Dit is geregeld in de Wet Arbeid en Zorg (WAZO). Werknemers kunnen dan een uitkering krijgen van het UWV. Je kunt als werkgever deze uitkering ontvangen van het UWV en uitbetalen aan de werknemer. Dat is de ‘werkgeversbetaling’.
De uitkering moet je verwerken in de aangifte loonheffingen. Op Forum Salaris, een online forum van de Belastingdienst, wordt in een handreiking uitgelegd hoe je dat moet doen. Daarnaast wordt uitgelegd hoe je een aanvulling op de uitkering verwerkt.

Witte tabel toepassen
Alle uitkeringen die onder de WAZO vallen en die je aan jouw werknemer betaalt, moeten op dezelfde manier in de aangifte loonheffingen verwerkt worden. Zo pas je de witte tabel toe. Zolang de werknemer bij jou in dienst is, is de uitkering namelijk loon uit tegenwoordige dienstbetrekking. Voor de uitkering geldt altijd de lage premie voor de Werkloosheidswet (WW) en de hoge premie voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof).

Vanaf 1 januari 2025 loon en uitkering in aparte inkomstenverhouding
Je mag de uitkering in de aangifte loonheffingen nu nog verwerken in dezelfde inkomstenverhouding (IKV) als het normale loon. Vanaf 1 januari 2025 moet je de werkgeversbetaling verwerken in een aparte inkomstenverhouding. Hoe je dit moet doen staat ook in de handreiking uitgelegd.

Let op! Om de handreiking van de Belastingdienst op het Forum Salaris te kunnen inzien, heb je een account nodig.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-10T14:50:45+01:0014 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaald ouderschapsverlof in aangifte loonheffingen

  • Premie Aof bij uitkering aanvullend geboorteverlof

Premie Aof bij uitkering aanvullend geboorteverlof

Op welke manier verwerk je de gedifferentieerde premie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) in de aangifte loonheffingen bij aanvullend geboorteverlof van jouw werknemer? De Belastingdienst heeft daarover nieuwe informatie gepubliceerd.

Hoge of lage premie Aof toepassen?
Voor een uitkering aanvullend geboorteverlof geldt altijd de hoge premie Aof.
Wanneer je de uitkering voor aanvullend geboorteverlof in een aparte inkomstenverhouding verwerkt, dan geef je in deze inkomstenverhouding de hoge premie Aof aan. Je vermeldt de grondslagaanwas en de premie Aof in de rubrieken voor ‘Aof-uitkering’. Je gebruikt dan ‘Code soort Inkomstenverhouding 31’.

Verwerk je de uitkering voor aanvullend geboorteverlof in dezelfde inkomstenverhouding als het reguliere loon? Dan vul je de premie Aof als volgt in:

• Voor het reguliere loon en een aanvulling op de uitkering vermeld je de grondslagaanwas en de premie Aof in de rubrieken voor ‘Aof laag’ of ‘Aof hoog’.
Als kleine werkgever (totale loonsom lager dan €882.500) betaal je de lage premie. Als middelgrote of grote werkgever betaal je de hoge premie.
• Voor de uitkering aanvullend geboorteverlof vermeld je de grondslagaanwas en de premie Aof in de rubrieken voor ‘Aof-uitkering’.

Handreiking met voorbeelden en uitleg
De Belastingdienst heeft informatie over de premie Aof toegevoegd aan de handreiking ‘Hoe aanvullend geboorteverlof aangeven in aangifte?’. In deze handreiking was al eerder beschreven hoe je moet omgaan met de premie Werkloosheidswet (WW) en het aanvullend geboorteverlof. In het document vind je voorbeelden met uitleg over hoe je deze premies verwerkt in de aangifte loonheffingen. De handreiking is gepubliceerd op Forum Salaris, een online platform van de Belastingdienst voor salarisadministrateurs.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-07-19T10:29:49+02:0020 juli 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premie Aof bij uitkering aanvullend geboorteverlof

  • BMKB-regeling verlengd

BMKB-regeling verlengd

De Borgstellingsregeling MKB-kredieten (BMKB-regeling) is verlengd tot 1 juli 2023. Uit een evaluatie is namelijk gebleken dat deze regeling doelmatig en doeltreffend is.

Overheid staat borg
Via de BMKB-regeling staat de overheid borg voor een deel van een lening die een MKB-ondernemer afsluit bij een financiële instelling. Daardoor wordt eerder krediet verstrekt wanneer een ondernemer over onvoldoende onderpand beschikt.

Omvang borg
In de BMKB-regeling staat de overheid borg voor 90% van het borgstellingskrediet van maximaal €1,5 miljoen. Het aandeel van het borgstellingskrediet in het totale krediet is afhankelijk van de bedrijfssoort.

Drie bedrijfssoorten
Er zijn drie bedrijfssoorten voor het borgstellingskrediet te onderscheiden. Voor starters is het aandeel borgstellingskrediet maximaal driekwart met een maximum van €200.000.
Voor innovatieve bedrijven is het aandeel tweederde, terwijl in reguliere gevallen het aandeel borgstellingskrediet de helft bedraagt. De kredietverstrekker moet dus zelf altijd een deel van het krediet verstrekken.

Tip! Vanwege de Coronacrisis is de omvang van het maximale borgstellingskrediet in de reguliere BMKB-regeling, dus de derde groep uit de vorige alinea, tijdelijk verhoogd. Het aandeel borgstellingskrediet bedraagt tot die tijd maximaal driekwart in plaats van de helft. Deze tijdelijke uitbreiding loopt tot 1 juli 2022.

Hefboomwerking
De BMKB-regeling heeft als belangrijk voordeel de grote hefboomwerking. De uitkering aan schades is namelijk vele malen lager dan het totaalbedrag waarvoor borg wordt gestaan. De BMKB heeft daarom een duidelijke meerwaarde boven een subsidie.

Provisie
Ondernemers die van de regeling gebruikmaken, betalen eenmalig een provisie. De provisie loopt op naarmate de looptijd van het krediet toeneemt en loopt uiteen van 3,9 tot 5,85%.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-06-16T12:14:41+02:0016 juni 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BMKB-regeling verlengd

  • Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig

Ondernemers die tijdens de Coronacrisis onder het sociaal minimum terecht kwamen, konden een beroep doen op de TOZO-regeling (Tijdelijke Overbruggingsregeling Zelfstandig Ondernemers). Om voor de TOZO in aanmerking te komen, moest een ondernemer met een bedrijf in Nederland, ook in Nederland wonen. Volgens de rechter is deze voorwaarde onrechtmatig.

TOZO
De TOZO voorzag in een uitkering voor levensonderhoud en de mogelijkheid tot het afsluiten van een lening voor bedrijfskapitaal. Voor het recht op een uitkering voor levensonderhoud was vereist dat men ook in Nederland woonde.

Beperking vrijheid van vestiging
Volgens de rechtbank betekent deze voorwaarde een beperking van de vrijheid van vestiging. Wie immers met een bedrijf in Nederland woonde, had wél recht op de TOZO.

Onvoldoende onderbouwing
Volgens de rechtbank is de eis ook onvoldoende onderbouwd. De groep TOZO-gerechtigden is beperkt en dat geldt ook voor de uitkeringsduur. Volgens de rechtbank leidt het loslaten van de voorwaarde dus niet tot onevenredige belasting van het bijstandsstelsel. Ook ziet de rechtbank niet in waarom de voorwaarde nodig is voor de controle op de rechtmatigheid van een uitkering. Deze controle kan immers ook met medewerking van buitenlandse autoriteiten plaatsvinden.

Gevolgen?
De gevolgen van de uitspraak zijn nog niet duidelijk en afhankelijk van de vraag of deze beperkt is tot de ondernemers die zelf ook bezwaar tegen de weigering tot verstrekking van TOZO hebben gemaakt. Zodra er meer duidelijkheid is, informeren we je zo snel mogelijk.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-19T11:58:47+02:0019 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Woonplaatsvoorwaarde in Nederland bij TOZO onrechtmatig