studiekosten

Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Als directeur-grootaandeelhouder (dga) bent u in de unieke positie om zaken te doen met uw eigen bv. Partijen moeten dan wel zakelijk met elkaar omgaan en afspraken moeten goed zijn vastgelegd. Wie de regels in acht neemt, kan aantrekkelijk zakendoen met zijn eigen bv. Denk bijvoorbeeld aan het sluiten van een geldlening met de bv of het ter beschikking stellen van een bedrijfspand.

Let op! In deze advieswijzer worden op diverse plaatsen procentuele belastingtarieven benoemd. Dit betreft de percentages die in beginsel gelden. Een aantal heffingskortingen is inkomensafhankelijk en daalt of stijgt juist als uw inkomen stijgt. Dat betreft sinds dit jaar (2025) niet alleen het box 1-inkomen, maar ook het box 2- en box 3-inkomen. Met de invloed van deze inkomensafhankelijkheid is bij het benoemen van de percentages geen rekening gehouden. Het effectieve (marginale) belastingtarief bij extra inkomen kan daardoor afwijken van het genoemde percentage.

Rekening-courant

Handen schudden

In de praktijk hebben veel dga’s een rekening-courantverhouding met de bv. Bij een rekening-courant met afwisselende debet- en creditstanden heeft de staatssecretaris van Financiën goedgekeurd dat er – onder voorwaarden – geen rente in box 1 in aanmerking hoeft te worden genomen als het saldo van de rekening-courantverhouding gedurende het kalenderjaar niet hoger is dan € 17.500 positief en niet lager is dan € 17.500 negatief. De bv mag in dat geval de rente niet in aanmerking nemen. U mag een eventuele rekening-courantschuld in dat geval ook niet in box 3 opnemen. Een eventuele rekening-courantvordering valt in box 1 en dus niet ook in box 3.

Let op! Zodra het saldo op de rekening-courant hoger is dan € 17.500, moet er over het hele jaar over het hele bedrag rente worden berekend.

De goedkeuring van de staatssecretaris geldt niet voor leningen, dus ook niet voor leningen waarvan het saldo niet hoger is dan € 17.500.

Wet ‘dga-tax’

Sinds 1 januari 2023 bestaat een maatregel om excessief lenen van de dga bij de eigen bv te ontmoedigen, in de volksmond de ‘dga-tax’ genoemd. De maatregel houdt in 2025 kort gezegd in dat het bedrag dat boven € 500.000 van de bv is geleend, bij de dga als inkomen uit aanmerkelijk belang wordt gerekend. De drempel van € 500.000 geldt voor de dga en zijn partner gezamenlijk, en ook voor alle bv’s tezamen waarin de dga en de partner een aanmerkelijk belang houden. Deze maatregel geldt voor alle directe en indirecte schulden, ongeacht waarvoor deze zijn aangegaan. Als een bv gelden onderbrengt bij een dga onder voorbehoud van de economische eigendom, tellen deze gelden naar de mening van de Belastingdienst ook als schuld mee. Alleen eigenwoningschulden die voldoen aan de wettelijke bepalingen om renteaftrek te krijgen in de inkomstenbelasting zijn uitgezonderd. Er moet wel ook een recht van hypotheek verstrekt zijn aan de bv, tenzij de eigenwoningschuld op 31 december 2022 al aan de bv verschuldigd was.

Als uw bloed- en aanverwanten in de rechte lijn (groot)ouders en (klein)kinderen) ook schulden hebben aan uw bv, dan tellen deze schulden over het algemeen ook mee voor het deel dat boven de € 500.000 uitkomt. Wel heeft iedere bloed- of aanverwant nog een ‘eigen’ drempel van € 500.000. Slechts het meerdere is dan belast, maar wel bij de dga en dus niet bij de betreffende bloed- of aanverwant. Dat is niet het geval als de bloed- en aanverwanten zelf een aanmerkelijk belang hebben in uw bv.

Let op! De peildatum voor dit jaar is 31 december 2025. Heeft u dus voor meer dan € 500.000 aan schulden bij uw eigen bv, dan kunt u belastingheffing in box 2 nog voorkomen door het meerdere boven € 500.000 uiterlijk op 31 december 2025 af te lossen. Overleg met onze adviseurs wat u eventueel kunt doen.

Sparen en beleggen in de bv

U kunt ook sparen en beleggen in uw bv en privékapitaal als vermogen in de bv brengen. Het werkelijke rendement is dan bij de bv belast, in plaats van een forfaitair rendement dat bij u in box 3 belast is.

Let op! Sparen of beleggen in de bv kan ook aantrekkelijk zijn als u toeslagen krijgt. Vermogen in uw bv telt immers niet mee voor de vermogenstoets die bij toeslagen geldt en die als gevolg heeft dat u vanaf een bepaald vermogen geen recht meer heeft op de meeste toeslagen.

Geldleningen

Iedere transactie tussen u en de bv moet zakelijk verlopen. Dat geldt ook voor de geldverstrekking tussen de dga en de bv. Denk hierbij aan een schriftelijke leningsovereenkomst met daarin in ieder geval een aflossingsschema en een zakelijk rentepercentage. Bovendien zal het over het algemeen zakelijk zijn om zekerheden te stellen. Om te beoordelen of de overeenkomst zakelijk is, moet u zichzelf afvragen of u of de bv een dergelijke leningsovereenkomst tegen dezelfde voorwaarden ook zou zijn aangegaan met een onafhankelijke derde.

Borgstelling

Als dga kunt u zich ook borg stellen voor schulden van uw bv. Soms is dit vereist om voor de bv een lening van de bank te verkrijgen. Zorg ervoor dat wanneer u zich borg stelt, u dit doet op zakelijke voorwaarden. Houd er rekening mee dat wanneer u als borg wordt aangesproken voor een lening van uw bv, dit verlies voor u in beginsel alleen aftrekbaar is als er zakelijke voorwaarden zijn gehanteerd. Ook hierbij geldt dat dit voorwaarden moeten zijn, waaronder u zich ook voor de schuld van een willekeurige derde borg bij de bank zou willen stellen. De vergoeding die u van uw bv ontvangt voor de borgstelling, is bij u belast in box 1 (voor 88%) en is voor de bv aftrekbaar.

Tip! Heeft u al een lenings- of borgstellingsovereenkomst, laat deze dan regelmatig door ons checken. Zo bent u er zeker van dat alles nog steeds in orde is.

Lenen aan de bv

Leent u geld aan uw bv, dan is de zakelijke rente die de bv aan u betaalt als bedrijfslast aftrekbaar in de vennootschapsbelasting. Uzelf krijgt te maken met de regeling omtrent het ter beschikking stellen van vermogensbestanddelen (hierna: TBS-regeling). Dat betekent dat de rente op de geldlening in box 1 progressief is belast. Ook hiervoor geldt de TBS-vrijstelling van 12% tegen maximaal een tarief van 37,48%. Wordt er een onzakelijk hoge rente afgesproken? Dan wordt voor de aftrekbare rente (bij de bv) en de belastbare rente (bij de dga) uitgegaan van een normale, zakelijke rente. Het meerdere, niet-zakelijke voordeel wordt mogelijk gezien als een vermomde winstuitdeling en is bij u belast in box 2 (aanmerkelijk belang) en bij de bv (als verkapt dividend) niet aftrekbaar.

Lenen van de bv

Leent u geld van uw bv, dan kunt u dit doen in uw hoedanigheid als werknemer of als aandeelhouder. Het is belangrijk om dit van tevoren vast te stellen, omdat de fiscale gevolgen in beide situaties anders (kunnen) zijn.

Let op! Voorkom bij het lenen dat de bv in financiële problemen kan komen. De bv moet aan haar (betalings)verplichtingen kunnen blijven voldoen. Dit is van nog groter belang als de bv ook een pensioen of stamrecht in eigen beheer heeft.

Bij een personeelslening – u leent in uw hoedanigheid als werknemer – kan sprake zijn van een rentevoordeel. Dat is het geval als u geen of minder rente betaalt over de lening dan bij een kredietverlener. Het rentevoordeel vormt voor de waarde in het economisch verkeer belastbaar loon. Deze waarde kunt u bepalen door de rente van verschillende banken te vergelijken. Het belaste rentevoordeel kan worden aangewezen en eventueel opgenomen in de ‘vrije ruimte’ van de werkkostenregeling. Die bedraagt in 2025 2% van de loonsom tot € 400.000 en 1,18% over het meerdere daarvan. Voor zover de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen meer bedragen dan de vrije ruimte, is de werkgever 80% heffing verschuldigd. Let daarbij wel op: voorwaarde voor gebruik van deze regeling is dat een inkomensbestanddeel (in dit geval het rentevoordeel) uitdrukkelijk wordt aangewezen in de administratie. Bovendien mag het totaal van alle aangewezen vergoedingen en verstrekkingen aan een werknemer niet hoger zijn dan gebruikelijk, waarbij de werkgever dit moet bewijzen. Als de aangewezen vergoedingen en verstrekkingen maximaal € 2.400 per persoon bedragen, zal de Belastingdienst  ̶  met uitzondering van bijzondere gevallen  ̶  de gebruikelijkheid niet ter discussie stellen.

Er is een uitzondering als u de personeelslening gebruikt voor de eigen woning. Het rentevoordeel van een dergelijke lening moet tot uw belastbaar loon worden gerekend. Het voordeel is loon in natura, waarover uw bv als werkgever verplicht loonheffingen moet berekenen. Het belaste rentevoordeel mag dus niet worden opgenomen in de vrije ruimte van de werkkostenregeling. Wel mag u het belastbare eigenwoningrentevoordeel in aftrek brengen binnen de eigenwoningregeling in uw aangifte inkomstenbelasting. Het maximum aftrekpercentage is voor 2025 bepaald op 37,48%.

Tip! Gebruikt u de lening voor het kopen van een (elektrische) fiets of elektrische scooter, dan is het mogelijk om geen of een lagere rente te rekenen. Het rentevoordeel blijft dan onbelast.

Let op! Soms kan de Belastingdienst zich op het standpunt stellen dat een personeelslening voor een dga niet mogelijk is. Dit is met name het geval als de mogelijkheid van een personeelslening alleen openstaat voor de dga zelf en niet voor andere werknemers van de bv.

Als u als aandeelhouder leent, staat ook hier het zakelijk handelen voorop. Leent u voor consumptieve doeleinden of bijvoorbeeld om hiermee in privé te beleggen, dan valt de lening als schuld bij u in box 3. De door u aan de bv betaalde rente is bij u niet aftrekbaar, maar bij de bv als ontvangen rente wel belast. Deze lening telt dan uiteraard ook mee voor de regeling van het excessief lenen (zie hiervoor).

Let op! Geld lenen van de bv voor beleggingen in privé is in 2025 waarschijnlijk niet meer aantrekkelijk. Voor de beleggingen geldt in 2025 in box 3 namelijk een forfaitair rendement van 5,88%, terwijl de schulden maar aftrekbaar zijn tegen waarschijnlijk 2,62%. Dit percentage is voorlopig, het definitieve percentage is pas begin 2026 bekend.

Let op! In box 3 mag u volgens de tegenbewijsregeling ook uitgaan van uw werkelijk behaalde rendement, maar dit is niet altijd voordeliger. Dit wordt onder meer veroorzaakt door het feit dat u bij gebruik van deze regeling geen rekening mag houden met het heffingsvrije vermogen, dat in 2025 € 57.684 bedraagt en voor degene met een partner € 115.368.

Lenen voor de eigen woning

De bv kan u ook een lening verstrekken voor de aanschaf, verbouwing of het onderhoud van een eigen woning. Uitgaande van een zakelijke leningsovereenkomst is de rente voor u als eigenwoningrente aftrekbaar in box 1 tegen maximaal een tarief van 37,48% (2025) en bij de bv belast. Met ingang van 2013 moet een nieuwe eigenwoninglening aan aflossingseisen voldoen om voor renteaftrek in aanmerking te komen. Heeft u uw bestaande eigenwoninglening bij de bv sindsdien verhoogd, dan moet u voor deze verhoging ook rekening houden met de nieuwe regels. Voor het nieuwe deel van de lening is de rente dan alleen nog aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Let op! Heeft u sinds 1 januari 2013 geld geleend voor de eigen woning bij de bv, dan geldt voor u een informatieplicht. U moet de Belastingdienst tijdig informeren over deze hypothecaire geldlening. Gegevens van de eigenwoninglening bij de bv kunt u doorgeven via uw jaarlijkse aangifte inkomstenbelasting.

Let op! De aftrek van de hypotheekrente in de hoogste belastingschijf is dit jaar (2025) beperkt tot 37,48%.

Investeren in eigen bedrijfspand

In de huidige markt is het investeren in en het financieren van eigen vastgoed bepaald geen sinecure. Mocht u wel de mogelijkheden hebben om te investeren in een eigen bedrijfsruimte, dan is het de vraag wie gaat investeren. U als dga? Het bedrijfspand komt dan op uw naam te staan. Of kunt u beter kiezen voor een investering vanuit de bv?

Let op! Investeren vanuit privé of vanuit de bv wordt fiscaal verschillend behandeld. Wat in uw situatie het voordeligst is, kunnen wij u voorrekenen.

Op naam van de bv

De keuze om het eigen bedrijfspand vanuit de bv aan te houden, wordt – naast de fiscaliteit – ook bepaald door de aanwezige bedrijfsrisico’s en uw toekomstplannen. We zien vaak dat het bedrijfspand wordt afgezonderd van de risico’s van de onderneming. Zeker als het pand tevens dient als beleggingsobject. Vanuit de bv wordt het pand vervolgens verhuurd aan de werkmaatschappij. De huuropbrengsten – na aftrek van onder meer afschrijvingen en (financierings)kosten – zijn als winst onderworpen aan de heffing van vennootschapsbelasting. Een latere winst of verlies bij verkoop behoort eveneens tot de fiscale winst.

Tip! Het onderbrengen van het bedrijfspand in een aparte bv maakt een toekomstige bedrijfsoverdracht gemakkelijker te structureren en te financieren.

Op naam van de dga

Kiest u ervoor om vanuit privé te investeren in een pand en verhuurt u dit privépand aan uw bv, dan valt het pand onder de terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling). De huurinkomsten, afschrijvingen, exploitatielasten alsmede boekwinsten en verliezen op het pand behoren tot uw box 1-inkomen. Let wel: bent u gehuwd en behoort het pand tot de algehele of beperkte gemeenschap van goederen, dan wordt dit box 1-inkomen voor 50/50 aan u en uw echtgeno(o)t(e) toegerekend.

Voor de hoogte van de fiscaal aftrekbare afschrijvingslasten moet u rekening houden met een beperking. Dat geldt ook als de bv het bedrijfspand aanhoudt. Afschrijving is niet meer mogelijk als de boekwaarde van het pand de bodemwaarde heeft bereikt. Deze bodemwaarde is sinds 1 januari 2024 zowel in de vennootschapsbelasting als in de inkomstenbelasting beperkt tot 100% van de WOZ-waarde van het pand. Voor bedrijfspanden waarop vóór 1 januari 2024 al is afgeschreven, maar waarop nog geen drie volledige jaren zijn afgeschreven, geldt overgangsrecht. In die gevallen is de bodemwaarde, onder voorwaarden, nog niet beperkt tot 100% van de WOZ-waarde, maar tot 50% van die waarde.

Tip! Onder de TBS-regeling worden de opbrengsten weliswaar belast tegen het progressieve IB-tarief tot maximaal 49,5%, maar door toepassing van de TBS-vrijstelling is het effectieve tarief voor de dga lager. Door de TBS-vrijstelling is namelijk 12% van het resultaat vrijgesteld. Let wel dat deze 12% vrijstelling geldt tegen maximaal een tarief van 37,48%.

Belastingtarief in box 2

Als uw bv dividend aan u uitkeert, bent u belasting verschuldigd in box 2. Dat kan ook het geval zijn in andere situaties, waarvan er een aantal hiervoor beschreven staan. Het tarief in box 2 is in 2025 anders dan in de voorgaande jaren. In 2025 gelden twee tarieven in box 2. Over de eerste € 67.804 aan box 2-inkomen (voor fiscale partners geldt het dubbele bedrag) bent u 24,5% belasting verschuldigd in box 2. Over het meerdere bedraagt de belasting 31%.

Bv studiekosten laten betalen

De bv kan voor u als werknemer, net als voor ‘gewone’ werknemers, onbelast studiekosten compenseren voor uw huidige werk of inkomen in de toekomst. In dat laatste geval is het wel belangrijk dat het gaat om realiseerbaar inkomen. Loopt u bijvoorbeeld tegen pensioenleeftijd en duurt de opleiding lang? Dan is het de vraag of u daadwerkelijk inkomen gaat realiseren.

Naast voor uzelf, kunt u bijvoorbeeld ook uw kinderen in dienst nemen en hun opleidingskosten betalen. Let hierbij wel op: als uw eigen kind hierbij heel anders behandeld wordt dan andere werknemers of de opleiding heeft geen verband met de (toekomstige) werkzaamheden van het kind bij uw bedrijf, dan zal de Belastingdienst de kosten al gauw onzakelijk vinden. De kosten zijn dan niet meer aftrekbaar bij de bv en daarnaast kan de studiekostenvergoeding zelf ook nog belastbaar zijn.

Kopen van en verkopen aan de bv

Regelmatig komt het voor dat een dga spullen koopt van of verkoopt aan zijn bv. Denk aan een auto, beleggingen of onroerende zaken. Dergelijke transacties zullen altijd kritisch bekeken worden om te zien of u wel zakelijk handelt. In een dergelijk geval is het handig om de waarde te kunnen bewijzen, denk bijvoorbeeld aan een taxatie door een onafhankelijke partij of een aanbieding voor een vergelijkbaar bedrag. Zorg dat u deze bewijsmiddelen goed bewaard en voorkom dat u bijvoorbeeld een uitdeling in aanmerking moet nemen (geen aftrek van Vpb en wel belasting over de uitkering).

Tot slot

U kunt voordelig uit zijn als u zakendoet met uw eigen bv. In deze advieswijzer staan slechts enkele mogelijkheden genoemd. Wij vertellen u er graag meer over.

Disclaimer
Hoewel bij de samenstelling van deze Advieswijzer de uiterste zorg is nagestreefd, wordt geen aansprakelijkheid aanvaard voor onvolledigheden of onjuistheden. Vanwege het brede en algemene karakter van de Advieswijzer, is deze niet bedoeld om alle informatie te verschaffen die noodzakelijk is voor het nemen van financiële beslissingen.

Door |2025-05-28T08:59:31+02:0028 mei 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Advieswijzer Zakendoen met uw eigen bv

Door onder meer functienaam ‘in opleiding’ toch studiekostenbeding

Mag je als werkgever overgaan tot verrekening van de studiekosten met de te betalen transitievergoeding als je het dienstverband beëindigt? Belangrijk zijn jouw afspraken over opleiding, de titel van de functie en jouw verslaglegging van het functioneren van de werknemer.

Om wie ging het?

Boeken

Deze vraag stond centraal in een onlangs gevoerde procedure. Het ging hier om een werkneemster die was aangenomen als ‘pedagogisch medewerker in opleiding’ op grond van een BBL-arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Werkgever en werknemer sloten hierbij ook een studiekostenbeding voor de opleiding Gespecialiseerd Pedagogisch Medewerker (GPM4).

Wat was de situatie?

De werkgever beëindigde het dienstverband en ging over tot verrekening van de studiekosten – bijna € 1.000 – met de transitievergoeding. De werkneemster kon zich hier niet in vinden en startte een procedure. In de wet is bepaald dat de werkgever verplichte scholing moet betalen. Een uitzondering hierop vormen startkwalificaties en beroepsopleidingen die werknemers verplicht moeten volgen voor het verkrijgen, behouden of vernieuwen van een beroepskwalificatie. Die moet de werknemer betalen. De rechter oordeelde dat de opleiding in deze casus geldt als een beroepsopleiding tot het verkrijgen van een beroepskwalificatie, maar dat de werkneemster hier voor haar functie niet over hoefde te beschikken omdat dit nergens schriftelijk was vastgelegd. Bovendien ging het om de toevoeging ‘in opleiding’ in haar functietitel.

Geen verplichte opleiding

Dat de werkneemster de opleiding niet voor haar functie nodig had en dat zij nog een functie in opleiding had, impliceert dat de werkgever niet verplicht was de opleiding aan te bieden. Aangezien het hier een beroepsopleiding betrof, is het studiekostenbeding geldig. Verder stond in het studiekostenbeding dat de werknemer alleen studiekosten terug hoeft te betalen als zij op eigen initiatief het dienstverband eindigt. Dit was hier niet aan de orde omdat de werkgever haar tijdelijke contract niet had verlengd. Dit omdat zij een verkeerde werkhouding had, regelmatig te laat kwam en haar afspraken over de opleiding niet nakwam. Ter onderbouwing was een rapport van de praktijkopleider ingebracht.

Verrekening geoorloofd

De rechter kon dit betoog volgen en was van oordeel dat de werkneemster door haar houding er ten minste mede toe heeft bijgedragen dat de arbeidsovereenkomst niet is verlengd. Daarom mag de werkgever toch een beroep doen op het studiekostenbeding en een deel van de studiekosten in rekening brengen van de werkneemster. Een mogelijkheid was om dit te verrekenen met de te betalen transitievergoeding.

Subsidie voor opleiding

De werkneemster voerde nog aan dat de werkgever subsidie heeft gekregen voor haar opleiding en dat met die subsidie bij de hoogte van de opleidingskosten rekening gehouden moet worden. De werkgever bracht hiertegen in dat de subsidie voor gemaakte begeleidingskosten was en niet voor de opleidingskosten. De werknemer weersprak dit standpunt onvoldoende. Dit leidde dus ook niet tot een beperking van de verrekening.

Door |2024-08-23T09:54:37+02:0023 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Door onder meer functienaam ‘in opleiding’ toch studiekostenbeding

Betaling studiekosten kind soms een schenking

Als je de studiekosten voor jouw kind betaalt, zal dit over het algemeen niet aangemerkt worden als een schenking. In sommige gevallen kan dit anders zijn. De Belastingdienst heeft zijn standpunt hierover onlangs bekendgemaakt.

Studiekosten kind onder 21 jaar
Op grond van de wet zijn ouders verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun kinderen onder de 21 jaar. Bij het betalen van de studiekosten van jouw kind onder de 21 jaar kan dan ook geen sprake zijn van vrijgevigheid en dus niet van een schenking.

Kinderen vanaf 21 jaar
De Belastingdienst geeft aan dat in reguliere gevallen ook bij betalen van de studiekosten en het levensonderhoud van een kind van 21 jaar of ouder geen sprake hoeft te zijn van een schenking. Voorwaarde hierbij is wel dat het kind de studie vóór de 21e verjaardag is begonnen. Onder reguliere gevallen worden de situaties verstaan waarin:

  • niet sprake is van een bovenmatige studietoelage,
  • er behoeftigheid is bij het kind,
  • de tegemoetkoming in de studiekosten voortkomt uit de gegoedheid van de ouders, en
  • het kind voldoende studievoortgang maakt.

De Belastingdienst geeft aan dat je dan voldoet aan jouw morele verplichtingen die verbonden zijn aan het hebben en opvoeden van kinderen. De schenking is dan vrijgesteld.

Let op! De beoordeling of sprake is van een regulier geval en dus een vrijgestelde schenking ligt bij de inspecteur. Is niet sprake van een regulier geval, dan zal de betaling van de studiekosten doorgaans een belaste schenking zijn.

Tip !Als jouw kind niet in staat is om zijn/haar schulden te betalen en jouw schenking bedoeld is voor deze schulden, kun je een beroep doen op een schenkingsvrijstelling. Voorwaarde is wel dat jouw kind zelf geen eigen vermogen (meer) heeft waarmee hij/zij de schulden zou kunnen betalen.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-30T16:49:00+02:0030 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Betaling studiekosten kind soms een schenking

  • Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

Als je als werkgever de studiekosten van een kind van een van jouw werknemers rechtstreeks aan het kind vergoedt of verstrekt, zal het kind zelf de belasting moeten betalen. Dit is vaak voordeliger dan wanneer je de studiekosten als loon aan de ouder van het kind, jouw werknemer, uitkeert. De Belastingdienst maakte onlangs een voorbehoud bekend voor zover het studiekosten van een kind van de DGA betreft.

Voorbehoud
Het voorbehoud houdt in dat het bovenstaande niet van toepassing is als de personal holding van een DGA overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie een studietoelage uitkeert aan de kinderen van de DGA. Dan kan de vergoeding niet worden aangemerkt als loon uit een bestaande dienstbetrekking van een ander omdat de vergoeding vanuit de rol van aandeelhouder wordt uitgekeerd. De Belastingdienst wil hier mee aangeven dat er dan sprake kan zijn van een uitdeling aan de aandeelhouder, die ook bij deze aandeelhouder belast wordt in box 2.

Overleg mogelijk
Bij twijfel kan overlegd worden om een standpunt te bepalen. Naar verwachting zal dan beoordeeld worden in hoeverre een vergoeding van studiekosten ‘overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie’ is of zal worden toegekend. Het is namelijk de vraag wanneer een studietoelage overwegend op grond van de aandeelhoudersrelatie wordt uitgekeerd. In de praktijk zien we veelal dat de Belastingdienst dit oordeel velt als voor de kinderen van de DGA andere regels gelden dan in zakelijke verhoudingen.

Let op! Overleg bij twijfel vooraf met de Belastingdienst. Op die manier kun je naheffingen en boetes voorkomen. Kom je niet tot een akkoord, dan kun je de zaak altijd nog voorleggen aan de rechter.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-29T15:18:45+01:0030 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Oppassen met vergoeden studiekosten kind DGA

  • Gebruik in 2021 de ruimere vrije ruimte in de WKR

Gebruik in 2021 de ruimere vrije ruimte in de WKR

Vanwege de Coronacrisis bestonden in 2020 al ruimere mogelijkheden om werknemers onbelast een vergoeding of verstrekking te geven. Voor het jaar 2021 gelden dezelfde verruimingen. Maak hiervan in 2021 nog gebruik. Vanaf 2022 wordt namelijk weer teruggekeerd naar het oude niveau.

Verhoging vrije ruimte
De vrije ruimte is bedoeld voor onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers. Zolang de totale vergoedingen en verstrekkingen deze vrije ruimte niet overstijgen, betaalt de werkgever geen loonheffing. Bij overschrijding bedraagt de loonheffing ten laste van de werkgever 80% over het gedeelte boven de vrije ruimte.

In 2021 bedraagt de vrije ruimte nog 3% van de eerste €400.000 van de loonsom van alle werknemers samen plus 1,18% van deze loonsom voor zover hoger dan €400.000. Is de totale loonsom van alle werknemers bijvoorbeeld €1.000.000, dan bedraagt de vrije ruimte in 2021 €19.080 (3% van €400.000 plus 1,18% van €600.000).

Let op! Vanaf 2022 gaat de vrije ruimte weer omlaag en bedraagt deze 1,7% van de eerste €400.000 loonsom en 1,18% van het meerdere. Bij een loonsom van €1.000.000 bedraagt de vrije ruimte in 2022 dan €13.880, dus €5.200 minder.

Gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen
Voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen heeft de werkgever de vrije ruimte niet nodig. Deze zogenaamde gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen kunnen gegeven worden buiten de vrije ruimte en verkleinen het potentieel van de vrije ruimte dus niet.

Tip! Er bestaan verschillende gerichte vrijstellingen en nihilwaarderingen. Denk bijvoorbeeld aan de gerichte vrijstelling voor reiskostenvergoeding van €0,19 per gereden zakelijke kilometer, voor studiekosten, arbovoorzieningen en de nihilwaarderingen voor consumpties en voorzieningen op de werkplek.

Voorwaarden gebruik vrije ruimte
Als een werkgever een vergoeding of verstrekking onbelast in de vrije ruimte wil onderbrengen, moet hij deze wel aanwijzen als eindheffingsloon in deze vrije ruimte. Dit kan bijvoorbeeld blijken uit de administratie.

Een andere voorwaarde is dat de vergoedingen of verstrekkingen niet meer dan 30% mogen afwijken van wat in vergelijkbare omstandigheden gebruikelijk is (de zogenaamde gebruikelijkheidstoets). Is de afwijking groter, dan mag de werkgever het meerdere niet aanwijzen in de vrije ruimte. Dat deel is dan als loon belast bij de werknemer.

Tip! De beoordeling of een vergoeding of verstrekking voldoet aan de gebruikelijkheidstoets is over het algemeen lastig. Gelukkig beschouwt de Belastingdienst alle vergoedingen, verstrekkingen of terbeschikkingstellingen van maximaal €2.400 per persoon per jaar als gebruikelijk.

Tot €2.400 per persoon per jaar hoef je je dus geen zorgen te maken over de zogenaamde gebruikelijkheidstoets.

Let op! Het bedrag van €2.400 geldt in alle redelijkheid. De Belastingdienst geeft aan dat je hiervan geen gebruik mag maken als het loon van de werknemer (hierdoor) lager is dan het wettelijke minimumloon.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-13T10:50:33+02:0013 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Gebruik in 2021 de ruimere vrije ruimte in de WKR