stijging

Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

De Belastingdienst heeft de nieuwe normbedragen voor de loonheffingen voor 2025 gepubliceerd. Onder andere blijft (vooralsnog) het gebruikelijk loon voor de dga gehandhaafd op hetzelfde niveau. Wat valt nog meer op ten opzichte van de normbedragen in 2024?

Let op! Alle genoemde bedragen voor 2025 zijn nog niet 100% definitief. Er kunnen voor het einde van het jaar nog wijzigingen worden doorgevoerd. Kijk hier voor alle cijfers.

Normbedrag gebruikelijk loon blijft gelijk

Horeca

Opmerkelijk is dat het normbedrag voor het gebruikelijk loon voor de dga in 2025 (vooralsnog) niet verandert en gehandhaafd blijft op € 56.000. Een gebruikelijk loon van € 56.000 is overigens lang niet altijd voldoende. Een dga moet namelijk een gebruikelijk loon genieten dat minimaal gelijk is aan het hoogste loon van de overige werknemers van de bv of daarmee verbonden vennootschappen (lichamen) of, als dit hoger is, het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Tip! Als het vastgestelde gebruikelijk loon vervolgens hoger is dan het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, dan mag u het gebruikelijk loon vaststellen op dit loon. De discussie met de Belastingdienst hierbij zal met name gaan over de vraag of het door jou gestelde loon inderdaad het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking is.

Reiskostenvergoeding onveranderd

De onbelaste vergoeding voor zakelijke reiskosten met eigen vervoer, waaronder woon-werkverkeer, blijft in 2025 € 0,23 per kilometer.

Vergoeding thuiswerken stijgt licht

Voor werknemers die thuiswerk verrichten, kan in 2025 – onder voorwaarden – een onbelaste vergoeding verstrekt worden van € 2,40 per dag. Dit is een lichte stijging ten opzichte van 2024 (€ 2,35 per dag).

Waardering maaltijden op bedrijfslocatie iets omhoog

Als een werkgever aan zijn personeel een maaltijd verstrekt in een bedrijfskantine of een soortgelijke ruimte of tijdens personeelsfeesten op de bedrijfslocatie, wordt dit in 2025 gewaardeerd op € 3,95 per maaltijd. In 2024 is dit bedrag nog € 3,90. Overigens hoef je met deze waardering geen rekening te houden als de maaltijd een meer dan bijkomstig karakter heeft. Dit is bijvoorbeeld het geval als een werknemer vanwege het werk tussen 17.00 uur en 20.00 uur niet thuis kan eten, bij werk op koopavonden en bij therapeutisch mee-eten. In zo’n geval is de maaltijd op de bedrijfslocatie onbelast.

Huisvesting op de werkplek licht omhoog

Voor huisvesting en inwoning op de werkplek geldt in 2024 nog een normbedrag van € 6,70 per dag. Dit bedrag gaat in 2025 licht omhoog, naar € 6,80 per dag.

Let op! Er gelden verschillende voorwaarden. In bepaalde gevallen hoef je bijvoorbeeld geen normbedragen te hanteren (er geldt dan een nihilwaardering) en als sprake is van een dienstwoning, geldt een andere waardering. Laat je daarom goed informeren wat in jouw situatie van toepassing is.

Onbelaste vergoeding vrijwilligers blijft gelijk

De vrijwilligersvergoeding die je per jaar of per maand kunt geven, wijzigt in 2025 niet en blijft gehandhaafd op € 2.100 per jaar en € 210 per maand. Een van de andere voorwaarden is dat de vrijwilliger de werkzaamheden niet bij wijze van beroep mag verrichten. Als de maximale vergoeding per uur in 2025 € 5,60 (in 2024: € 5,50) bedraagt voor vrijwilligers vanaf 21 jaar oud en € 3,30 (in 2024: € 3,25) voor vrijwilligers tot en met 20 jaar oud, gaat de Belastingdienst er in ieder geval van uit dat de werkzaamheden niet bij wijze van beroep worden verricht.

Salarisnorm 30%-regeling iets hoger

Als de 30%-regeling van toepassing is, kan onder strikte voorwaarden maximaal 30% van het loon onbelast worden uitbetaald aan werknemers die uit het buitenland zijn aangetrokken. Een van de voorwaarden is dat de werknemer een specifieke deskundigheid moet hebben die op de Nederlandse markt niet of nauwelijks te vinden is. De werknemer wordt geacht die specifieke deskundigheid te hebben als het loon hoger is dan de salarisnorm. Bedraagt die salarisnorm in 2024 nog € 46.107, in 2025 is die norm met € 46.660 iets hoger. Voor werknemers jonger dan 30 jaar met een masterdiploma bedraagt de salarisnorm in 2024 € 35.048. Ook deze salarisnorm is in 2025 met € 35.468 iets hoger.

Let op! Het loon voor de 30%-regeling is afgetopt op de WNT-norm. Deze norm bedraagt in 2025 € 246.000 (in 2024: € 233.000). In 2025 kan daarom maximaal € 73.800 onder de 30%-regeling onbelast worden uitbetaald (in 2024: € 69.900).

Door |2024-12-18T09:29:26+01:0018 december 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwe normbedragen loonheffingen 2025 gepubliceerd

Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

Het maximumpremieloon en de percentages voor de premie Zvw voor 2025 zijn bekend. Hoewel de percentages dalen ten opzichte van 2024, levert dit niet altijd een besparing op vanwege de stijging van het maximumpremieloon.

Maximumpremieloon

Kantoor

Het maximumpremieloon is het maximale loon waarover premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn. In 2024 steeg dit maximumpremieloon al flink van € 66.956 in 2023 naar € 71.628 in 2024.

Ook in 2025 krijgen werkgevers een flinke stijging voor de kiezen. Het maximumpremieloon bedraagt in 2025 namelijk € 75.864. Deze stijging betekent dat werkgevers voor werknemers met een premieloon vanaf € 71.628 volgend jaar mogelijk meer premies werknemersverzekeringen verschuldigd zijn.

Premies Zvw

De premie Zvw wordt in de meeste gevallen door de werkgever betaalt. Het percentage dat werkgevers in 2024 over het loon van de werknemer verschuldigd is, bedraagt in 2024 6,57%. In 2025 daalt dit percentage naar 6,51%.

Er zijn ook gevallen waarin de werkgever niet de premie Zvw betaalt, maar waar de verzekeringsplichtige zelf de premie Zvw betaalt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij dga’s die niet verzekerd zijn voor de werknemersverzekeringen. Het percentage dat de verzekeringsplichtige in 2024 over zijn bijdrage-inkomen verschuldigd is, bedraagt in 2024 5,32%. Ook dit percentage daalt in 2025 en wel naar 5,26%.

Stijging maximale premie Zvw

Het maximale bijdrageloon is gelijk aan het maximumpremieloon. Dit betekent dat in 2024 tot maximaal € 71.628 premie Zvw verschuldigd is, in 2025 tot maximaal € 75.864. Ondanks de daling van de premiepercentages Zvw kan daarom toch meer premie Zvw verschuldigd zijn.

Bedraagt de maximale door de werkgever verschuldigde premie in 2024 nog € 4.705, bedraagt deze in 2025 namelijk € 4.938. De maximale door de verzekeringsplichtige verschuldigde premie bedraagt in 2024 nog € 3.810, terwijl deze in 2025 € 3.990 bedraagt.

Door |2024-11-27T16:04:07+01:0027 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Maximumpremieloon en percentages Zvw 2025

Minimumuurloon stijgt met 2,78% per 1 januari 2025

Het wettelijk minimumloon stijgt per 1 januari 2025 van € 13,68 naar € 14,06 per uur. Dit is een stijging van 2,78%. De stijging van het minimumuurloon werkt ook door in de minimumjeugduurlonen.

Koppeling aan ontwikkeling contractlonen

Sparen

De verhoging vloeit voort uit de koppeling die bestaat met de ontwikkeling van de contractlonen. Hiervan kan worden afgeweken, maar op grond van de feiten is dit niet nodig.

Minimumuurloon

Sinds 1 januari 2024 wordt het minimumloon uitgedrukt in een wettelijk minimumuurloon. Dit betekent dat er geen vaste minimumdag-, -week- en -maandlonen meer voorgeschreven kan worden door de wet.

Let op! Per sector kan de omvang van een voltijds dienstverband verschillen, bijvoorbeeld 36, 38 of 40 uur per week. 

Referentiemaandloon

Er wordt nog wel een referentiemaandloon vastgesteld om de hoogte en indexatie van een aantal uitkeringen vast te stellen. Dit referentiemaandloon gaat per 1 januari 2025 € 2.191,80 bruto bedragen.

Let op! Op de loonstrook moet u het geldende wettelijke minimumuurloon vermelden voor de betreffende leeftijd van de werknemer en de periode waar de loonstrook betrekking op heeft.

Tip! De brutobedragen van het minimumuurloon met ingang van 1 januari 2025 voor alle leeftijdscategorieën vind je hier.

Door |2024-11-07T11:50:43+01:007 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Minimumuurloon stijgt met 2,78% per 1 januari 2025
  • Extra verhoging uurprijs kinderopvangtoeslag

Extra verhoging uurprijs kinderopvangtoeslag

De maximumuurprijzen in de kinderopvangtoeslag worden extra verhoogd. De verhoging is een gevolg van de gestegen inflatie. De nieuwe tarieven gaan gelden vanaf 2023. Wanneer deze actief worden doorgevoerd is nog niet bekend.

Nieuwe prijzen
Door de verhoging zullen de maximale uurprijzen van kinderopvang per 2023 met 1,74% extra stijgen. Hierdoor worden de uurprijzen voor dagopvang en buitenschoolse opvang in totaal met 7,32% verhoogd. De maximumuurprijzen komen daarmee op €9,12 respectievelijk €7,85. De maximumuurprijs voor gastouderopvang wordt met 5,06% verhoogd tot €6,85.

Tijdstip doorvoering onzeker
De kinderopvangtoeslag over de maand januari 2023 is op 20 december 2022 al uitbetaald. Hierin is de stijging nog niet verwerkt. Het is nog niet bekend wanneer deze stijging met terugwerkende kracht voor 2023 kan worden doorgevoerd. Ouders ontvangen bij de eerstvolgende betaling na invoering van de wijziging een nabetaling over de eerder overgemaakte toeslagen over 2023. Het uitgekeerde bedrag ligt die maand dan eenmalig hoger.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-10T10:13:35+01:0011 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra verhoging uurprijs kinderopvangtoeslag

  • Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog

De gemiddelde werkgeverspremies voor de ziektewet (ZW) en voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WGA) gaan volgend jaar omhoog. Dit heeft het UWV bekendgemaakt.

Stijging gemiddeld 17,2% en 7,7%
De ZW-premie stijgt volgend jaar gemiddeld van 0,58% naar 0,68%. Dit komt neer op een gemiddelde premiestijging van 17,2%. De WGA-premie stijgt van 0,78% naar 0,84%, een gemiddelde stijging van 7,7%.

Verschil per sector
De ZW-premie en de WGA-premie verschillen per sector en naar bedrijfsgrootte. Daardoor kunnen individuele verschillen afwijken. Zo bedraagt bijvoorbeeld volgend jaar de ZW-premie voor de taxisector 1,62%, terwijl deze premie voor de verzekeringssector slechts 0,11% bedraagt. Eenzelfde beeld zien we bij de WGA-premie die voor de taxisector 2,26% is en voor de verzekeringssector 0,38%.

De hoogte van de premies voor de WGA en Ziektewet is verder mede afhankelijk van de grootte van de werkgever. Voor kleine werkgevers is een sectorale premie van toepassing.

Oorzaken
De WGA-premie stijgt met name door een toename van uitkeringsgerechtigden, onder meer door een verhoging van de pensioenleeftijd. De verhoging van de ZW-premie wordt met name veroorzaakt door een grotere stijging van de lasten dan verwacht.

Wijziging loonsomgrens
Een andere wijziging betreft de loonsomgrens tussen kleine en middelgrote werkgevers die met ingang van 1 januari 2022 wordt verlegd van 10 naar 25 maal het gemiddelde loon per werknemer. Door deze wijziging neemt het aantal kleine werkgevers toe en het aantal middelgrote werkgevers af.

Let op! De Belastingdienst stuurt voor aanvang van het nieuwe premiejaar een beschikking of mededeling aan elke werkgever met de voor de werkgever geldende premiepercentages WGA en Ziektewet.

Let op! Een werkgever kan ook voor de beide ZW- en WGA-verzekeringen eigenrisicodrager worden. Dat kan per 1 januari en 1 juli. Die aanvraag moet dan wel drie maanden van te voren bij de Belastingdienst zijn ingediend.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-27T09:14:03+02:0027 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Premies ZW en WGA volgend jaar omhoog