schenken

Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

Wil je in 2025 jouw kinderen, kleinkinderen of anderen een geldbedrag schenken? Wat zijn dan voor dit jaar de belastingvrije bedragen?

Schenken aan jouw kinderen

Geld

De meeste vrijstellingen bestaan voor schenkingen aan jouw kinderen. In 2025 kan je hun belastingvrij een bedrag van € 6.713 schenken. Tevens mag je aan jouw kind in de leeftijd tussen de 18 en 40 jaar eenmalig een vrij te besteden bedrag van € 32.195 schenken. De dag van de 40e verjaardag telt hiervoor ook nog mee.

Let op! Schenk je dit verhoogde bedrag, dan mag je in dat jaar niet ook nog eens het belastingvrije bedrag van € 6.713 schenken.

Eenmalig voor een dure studie

Je mag ook eenmalig een verhoogde belastingvrije schenking doen aan jouw kind ten behoeve van een dure studie. Deze vrijstelling ligt hoger en bedraagt € 67.064. Deze vrijstelling geldt ook nu weer alleen voor jouw kind met een leeftijd tussen 18 en 40 jaar, inclusief de 40e verjaardag.

Let op! De schenking voor een dure studie is eenmalig én in plaats van de eenmalig verhoogde vrije schenking van € 32.195. Je mag dus niet van beide verhoogde schenkvrijstellingen gebruikmaken voor eenzelfde kind.

Schenkingen aan derden

Voor een schenking aan een derde, dit zijn ook jouw kleinkinderen, geldt in 2025 een vrijstelling van € 2.690. Dit bedrag mag je dus ook belastingvrij schenken aan een goede vriend, neef of andere begunstigde.

Let op! De speciale schenking ten behoeve van de aankoop van een eigen woning is per 2024 afgeschaft.

Schenk je meer dan de vrijstelling?

Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over een bedrag tot € 154.197. Vanaf € 154.197 is het tarief 20%. Voor kleinkinderen en verdere afstammelingen zijn de tarieven 18% tot € 154.197 en 36% vanaf € 154.197. Voor overige personen, bijvoorbeeld een vriend of een willekeurige derde, is het tarief 30% tot € 154.197 en 40% vanaf € 154.197.

Ontvanger betaalt

Bij een schenking betaalt de ontvanger ervan de schenkbelasting. Je kan er als schenker ook voor kiezen zelf de schenkbelasting te betalen, maar houd er dan rekening mee dat ook dit bedrag als schenking wordt gezien.

Voorbeeld

Je schenkt in 2025 jouw kind van 27 jaar € 200.000. Als je nog niet eerder gebruik heeft gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling, is de eerste € 32.195 belastingvrij (je doet dan een beroep op de eenmalige vrijstelling). Over de volgende € 154.197 betaal je 10% belasting en over de laatste € 13.608 20%. Er dient dus door jouw kind € 15.419 + € 2.721 = € 18.140 aan schenkbelasting af te worden gedragen. Neem je de schenkbelasting voor jouw rekening, dan bedraagt deze niet € 18.140 maar € 22.675. Dit omdat het bedrag van de schenkbelasting dan ook als schenking wordt gezien.

Let op! Op 13 december 2024 heeft staatssecretaris Van Oostenbruggen de Tweede Kamer een evaluatierapport gestuurd over de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling en de eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling voor een dure studie. Uit deze evaluatie volgde dat er geen noodzaak bestaat voor beide eenmalig verhoogde schenkingsvrijstellingen. De kabinetsreactie op dit rapport wordt in het voorjaar van 2025 verwacht. Houd er rekening mee dat het kabinet dan mogelijk aankondigt dat deze schenkingsvrijstellingen worden afgeschaft, versoberd of hervormd.

Door |2025-01-09T14:48:28+01:009 januari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Hoeveel mag u in 2025 belastingvrij schenken?

Schenkkring voor AOV belast in box 3

Als alternatief voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) kunnen ondernemers deelnemen in een zogenaamde schenkkring. Hoe wordt volgens de Belastingdienst het aandeel van de ondernemer in de derdengeldenrekening van de schenkkring belast in box 3?

Schenkkring

Sparen

Een schenkkring vormt voor ondernemers een alternatief voor een AOV. De deelnemer van een schenkkring stort de verschuldigde bedragen hiervoor op een derdengeldenrekening die op naam staat van de schenkkring (over het algemeen een stichting). Elke deelnemer heeft een eigen kenmerk.

Arbeidsongeschikte deelnemers ontvangen een uitkering van de schenkkring. Deze uitkeringen verminderen de op derdengeldenrekening gestorte bedragen van alle deelnemers. De deelnemers hebben geen directe toegang tot hun aandeel in de derdengeldenrekening. Zij kunnen hun deelname wel beëindigen. Het overgebleven aandeel wordt dan naar de ex-deelnemer teruggestort.

Box 3

De Belastingdienst is van mening dat het aandeel van de deelnemer in een dergelijke schenkkring wordt aangemerkt als overige bezitting in box 3. Dit betekent dat hiervoor het hogere forfaitaire rendementspercentage (voor 2024 vastgesteld op 6,04%) geldt en niet het lagere percentage van banktegoeden (voor 2024 voorlopig vastgesteld op 1,03%).

Let op! Voor een aandeel in een derdengeldenrekening van een notaris of gerechtsdeurwaarder geldt vanaf 1 januari 2023 een uitzondering. Deze gelden worden wel aangemerkt als banktegoed. Voor andere derdengeldenrekeningen geldt deze uitzondering echter niet.

Tip! Er zijn misschien nog schenkkringen die niet werken met een derdengeldenrekening. In die gevallen storten de leden hun bijdragen op een zelf te openen bankrekening. De Belastingdienst geeft aan dat dergelijke rekeningen wel worden aangemerkt als banktegoed en dus niet als overige bezitting in box 3.

Lager werkelijk rendement?

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat als het werkelijke rendement in box 3 lager is dan het forfaitaire rendement, heffing in box 3 plaats kan vinden op basis van het werkelijke rendement. Of je een beroep hierop kunt doen, zal afhankelijk zijn van jouw overige box 3-vermogen.

Formulier OWR

Op dit moment wordt nog een formulier opgaaf werkelijk rendement (OWR) ontwikkeld, waarmee je straks (waarschijnlijk vanaf medio 2025) jouw werkelijke rendement kunt opgeven. Tot die tijd kunt je jouw werkelijke rendement nog niet doorgeven aan de Belastingdienst.

Let op! Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting? Overleg dan met een van onze adviseurs of bezwaar maken zinvol is. Doe dit op tijd, want bezwaar maken moet binnen zes weken na dagtekening van de aanslag.

Door |2024-09-25T09:30:31+02:0025 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Schenkkring voor AOV belast in box 3

Grotere schenkingsvrijstellingen, wat mag of mocht er?

De schenkbelasting kent verschillende vrijstellingen. Wat zijn de gevolgen als er meerdere schenkingen plaatsvinden waarop verschillende vrijstellingen van toepassing zijn?

Fiscaalvrij schenken

Schenken

Jaarlijks mag je fiscaalvrije schenkingen doen. Voor jouw kind geldt voor 2024 een bedrag van € 6.633. Ook mag je een ieder ander, zoals een kleinkind of een goede vriend, een fiscaalvrije schenking doen. Hiervoor geldt een bedrag in 2024 van € 2.658. Deze bedragen worden jaarlijks aangepast.

Voormalige vrijstelling eigen woning

Tot 2024 bestond er een specifieke fiscale vrijstelling voor schenkingen ten behoeve van een eigen woning, destijds beter bekend als de jubelton. Hoewel deze vrijstelling vooral werd toegepast door ouders aan hun kinderen, bleef de vrijstelling hiertoe niet beperkt. Ook schenkingen van anderen dan de ouders waren onder omstandigheden vrijgesteld als ze werden benut voor de aanschaf van een eigen woning.

Eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen

Een al langer bestaande fiscale vrijstelling, en die nog steeds van kracht is, is de eenmalige vrijstelling bij schenkingen van ouders aan hun kinderen in de leeftijd tussen 18 en 40 jaar (of op de dag dat het kind 40 wordt). Deze vrijstelling bedraagt in 2024 € 31.813. Is het bestedingsdoel echter een dure studie, dan bedraagt de vrijstelling € 66.268.

Niet beiden

Een van de voorwaarden van de grotere schenkingsvrijstellingen is dat niet beiden mochten. Er kon bij de grotere schenkingen tot 2024 dus of gebruik worden gemaakt van de ‘jubelton’ of van de eenmalige verhoogde vrijstelling.

Zitten vrijstellingen elkaar in de weg?

In een zaak bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant was sprake van een schenking in 2019 ten behoeve van een eigen woning door een vader aan zijn kind. De vader had het kind in 2011 ook al een bedrag geschonken waarbij gebruik was gemaakt van de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen. De vraag was of de vrijstelling uit 2011 de vrijstelling ten behoeve van de eigen woning in 2019 in de weg zat. Dat bleek inderdaad het geval.

Uitvoerbaarheid doorslaggevend

Voor de rechtbank bleek dat de wetgever op dit punt de uitvoerbaarheid van de wetgeving doorslaggevend achtte. Bepaald was dat degenen die vanaf 2010 de eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen al hadden benut, niet ook van de vrijstelling voor de eigen woning gebruik konden maken. Ook niet als de eenmalig verhoogde vrijstelling maar ten dele was benut. Dat dit onredelijk kon uitpakken, had de wetgever op de koop toe genomen om de uitvoerbaarheid van het geheel aan vrijstellingen niet in gevaar te brengen. De vrijstelling voor de eigen woning kon in dit geval dan ook niet worden toegepast.

Let op! Als je gebruikmaakt van de eenmalige verhoogde schenkingsvrijstelling voor jouw kind (in 2024 € 31.813), mag je in dat jaar niet ook nog het reguliere bedrag (in 2024 € 6.633) fiscaalvrij schenken.

Door |2024-08-29T11:53:45+02:0029 augustus 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Grotere schenkingsvrijstellingen, wat mag of mocht er?
  • Nieuwsbrief januari 2023

Nieuwsbrief januari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 16 januari 2023, 20:00 uur.


1. Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Vorig jaar kondigde het kabinet een pakket aan ondersteunende maatregelen aan voor het MKB voor de jaren 2023 tot en met 2027. Een van de maatregelen betreft de mogelijkheid om in 2023 willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen.

Welke bedrijfsmiddelen?
Je kan willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor je:

  • de verplichting voor de aanschaf van deze bedrijfsmiddelen in 2023 aangaat, of
  • de voortbrengingskosten in 2023 maakt.

Je kan alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die niet eerder al in gebruik zijn genomen. Bovendien moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 in gebruik worden genomen.

Let op!
De regeling voor de willekeurige afschrijving geldt zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Maximaal 50% in 2023 afschrijven
Als voldaan is aan de voorwaarden, mag je tot maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten ineens afschrijven in 2023. Het restant moet je in de jaren ná 2023 normaal afschrijven.

Uitgesloten bedrijfsmiddelen
Bepaalde bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de regeling. Op onder meer de volgende bedrijfsmiddelen kan je daarom niet willekeurig afschrijven:

  • gebouwen;
  • schepen en vliegtuigen;
  • bromfietsen en motorrijwielen;
  • personenauto’s;
  • immateriële activa;
  • dieren.

Let op!
Personenauto’s die bestemd zijn voor het beroepsvervoer over de weg én personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer (onder meer elektrische personenauto’s) zijn niet uitgesloten van de regeling. Op deze auto’s kan je dus wel willekeurig afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Geen willekeurige afschrijving
Op bedrijfsmiddelen die bestemd zijn om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden kan je ook niet willekeurig afschrijven. Dit betreft bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die je verhuurt aan een ander. Verhuur je deze bedrijfsmiddelen echter voor korte duur aan telkens andere huurders? Dan kan je hier wel willekeurig op afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Let op!
Als je door een andere regeling al willekeurig afschrijft op een bedrijfsmiddel, kan je geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.


2. Schenken: wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan jouw kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan jouw kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Jouw kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als de jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan jouw kinderen.

Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan jouw kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip!
Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders-kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op!
Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kan je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

  • echtgenoot of partner: €723.526;
  • kind, kleinkind: €22.918;
  • invalide kind: €68.740;
  • ouders (samen): €54.270;
  • overig: €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.


3. Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betaalde je in 2022 bedragen aan iemand die niet bij jou in dienstbetrekking was of als ondernemer bij jou werkte? Dan moet je die bedragen deze maand, dus in januari 2023, aan de Belastingdienst doorgeven.

Renseigneringsverplichting
Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren tot en met 2021 hoefde je alleen bedragen door te geven als de Belastingdienst daarom vroeg. Voor de jaren vanaf 2022 ben je verplicht dit uit eigen beweging te doen. De verplichting geldt voor twee groepen administratieplichtigen:

  • inhoudingsplichtigen, ofwel (rechts)personen met een loonheffingennummer, en
  • bepaalde collectieve beheersorganisaties (CBO’s).

Uitgesloten betalingen
Bepaalde betalingen hoef je niet door te geven. Het gaat hier onder meer om betalingen voor werkzaamheden die zijn verricht als vrijwilliger, werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met omzetbelasting, de werkzaamheden en diensten die zijn verricht als werknemer en de vergoedingen voor een auteursrecht.

Tip!
De renseigneringsverplichting geldt niet voor een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever die in Nederland geen inhoudingsplichtige is.

Aan te leveren gegevens
Het aanleveren van de gegevens moet digitaal. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

  • naam, adres, BSN en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
  • de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief eventuele kostenvergoedingen;
  • datum waarop je de uitbetaling hebt gedaan.

Uiterste datum 31 januari 2023
De in 2022 aan een derde betaalde bedragen moet je in de maand januari 2023 (uiterlijk 31 januari 2023!) aan de Belastingdienst doorgeven. Dit moet je dus uit eigen beweging doen, je kan niet wachten tot de Belastingdienst hierom vraagt.

Let op!
Naast betalingen in geld moet je ook betalingen in natura doorgeven.


4. Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je jouw laatste BTW-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste BTW-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

BTW privégebruik auto
De BTW die betrekking heeft op auto’s van de zaak trek je gedurende het jaar af in jouw BTW-aangiften. In de laatste BTW-aangifte van het jaar moet je daarom BTW afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

De BTW-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je in beginsel op basis van de verhouding tussen het zakelijk gebruik en privégebruik. Kan je die verhouding niet aantonen met een kilometeradministratie of anders? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

Tip!
Heb je bij aankoop van de auto geen BTW afgetrokken? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik 1,5% van de catalogusprijs. Je gaat in 2022 ook uit van 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die je in 2017 of eerder in gebruik hebt genomen.

Let op!
In tegenstelling tot de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting, zijn de kilometers woon-werkverkeer voor de BTW privé en niet zakelijk. Dit betekent dat ook voor een auto die niet tot een bijtelling leidt in de loon- of inkomstenbelasting – omdat met deze auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden wordt – BTW over het privégebruik van de auto verschuldigd kan zijn.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2022 meer dan €227 (excl. BTW) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste BTW-aangifte een BTW-correctie toepassen.

Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een BTW-correctie toepassen in de laatste BTW-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% BTW kan aftrekken én de waarde meer dan €227 (exclusief BTW) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten BTW-belast en BTW-vrijgesteld
Verkoop je goederen en/of verricht je diensten die deels met BTW belast en deels van BTW vrijgesteld zijn? Dan mag je de BTW die betrekking heeft op de BTW vrijgestelde goederen en diensten niet in aftrek brengen. Gedurende het jaar 2022 heb je in jouw aangiften BTW al een inschatting gemaakt van de niet-aftrekbare BTW. In jouw laatste BTW-aangifte van 2022 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op!
Een vergelijkbare berekening pas je ook toe voor in 2022 ingekochte diensten en roerende zaken die je deels privé hebt gebruikt.

Let op!
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop je voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.


5. Invorderingsrente 2% vanaf 1 januari 2023

De invorderingsrente op belastingschulden is vanaf 1 januari 2023 verhoogd van 1 naar 2%. Per 1 juli 2023 volgt een stijging naar 3%, waarna vanaf 1 januari 2024 de invorderingsrente weer uitkomt op het oude niveau van vóór de coronacrisis, namelijk 4%. Heb je op de uiterste betaaldatum jouw belastingen nog niet betaald? Dan ben je invorderingsrente verschuldigd vanaf de dag na de uiterste betaaldatum tot de dag waarop jouw betaling door de Belastingdienst ontvangen is. Je bent ook invorderingsrente verschuldigd over jouw belastingschulden waarvoor je langdurig uitstel van betaling kreeg in verband met de coronacrisis. Deze schulden worden vanaf 1 oktober 2022 in principe in 60 gelijke maandelijkse termijnen afgelost. De verhoging van de invorderingsrente kan misschien reden zijn om deze schulden eerder al af te lossen, mits dit uiteraard tot de mogelijkheden behoort.


6. Vraag subsidie emissieloze bedrijfsauto aan

Ondernemers en non-profitinstellingen kunnen vanaf 10 januari weer de subsidie emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA) aanvragen voor de koop of financial lease van een nieuwe elektrische bedrijfsauto. De regeling geldt alleen voor bedrijfsauto’s die zijn gemaakt voor het vervoer van goederen in de voertuigcategorie N1 of N2 tot een maximumgewicht van 4.250 kg. De netto catalogusprijs (bij N1) of de verkoopprijs zonder BTW (bij N2) moet minimaal €20.000 bedragen en de bedrijfsauto mag bij aanvraag van de subsidie nog niet op jouw naam staan. Ook mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Vaak wordt in de niet-definitieve overeenkomst daarom een bepaling opgenomen dat deze definitief wordt als positief besloten is op de aanvraag van SEBA-subsidie. De subsidie bedraagt maximaal €5.000.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0016 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2023
  • Schenken, wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Schenken, wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan je kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan je kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Je kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan je kinderen.
Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan je kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip! Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders/kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op! Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats, en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kun je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen je kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

– echtgenoot of partner €723.526;
– kind, kleinkind €22.918;
– invalide kind €68.740;
– ouders (samen) €54.270;
– overig €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-13T08:40:03+01:0013 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Schenken, wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

  • Denk na over jouw bedrijfsopvolging

Denk na over jouw bedrijfsopvolging

Het kabinet heeft onlangs gereageerd op een evaluatie van de fiscale tegemoetkomingen voor bedrijfsopvolgingen. Uit de reactie komt naar voren dat deze tegemoetkomingen niet volledig worden afgeschaft, maar waar nodig wel worden aangepast.

Bedrijfsopvolgingsregelingen
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen, in de praktijk ook wel BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (bedrag 2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.
Daarnaast is in de inkomstenbelasting een doorschuifregeling opgenomen, in de praktijk ook wel DSR genoemd. Deze regeling voorziet in de mogelijkheid om de winst die bij schenken of vererven van een onderneming ontstaat, door te schuiven naar de opvolgers.

Evaluatie CPB bedrijfsopvolgingsregelingen
Vorig jaar publiceerde het CPB een evaluatie van fiscale regelingen gericht op bedrijfsoverdracht. Onderdeel van deze evaluatie waren met name de BOR en de DSR. Het kabinet heeft hierop onlangs gereageerd. In de reactie geeft het kabinet aan nog steeds achter de doelstelling van de fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen te staan. Te weten: het voorkomen dat de continuïteit van een onderneming bij een reële bedrijfsoverdracht in gevaar komt door belastingheffing.

Aanpak knelpunten en oneigenlijk gebruik
Het kabinet wil echter wel diverse knelpunten en oneigenlijk gebruik van de regelingen aanpakken. Hierbij wil het kabinet niet alleen oog hebben voor de knelpunten die de Belastingdienst ervaart, maar ook voor de knelpunten die de ondernemer ervaart. Het doel is onder meer eenvoudigere regels en minder juridische procedures.

Verhuur onroerende zaken
Zo wil het kabinet in de toekomst alle aan derde verhuurde onroerende zaken aanmerken als beleggingsvermogen in de BOR en DSR. Gevolg is dan dat hierop niet de gunstige regelingen kunnen worden toegepast. De precieze uitwerking van deze maatregel is nog niet bekend, maar zal onderdeel zijn van het wetsvoorstel Belastingplan 2025, met waarschijnlijke ingangsdatum 1 januari 2024.

Baby-BV’s
Het kabinet onderzoekt verder de mogelijkheden voor nieuw beleid om constructies met baby-BV’s aan te pakken.

Verdere wijzigingen nog niet bekend
Verdere wijzigingen zijn nog niet bekend. De komende periode onderzoekt het kabinet hiertoe een aantal vragen over onder meer het onderscheid tussen ondernemingsvermogen en beleggingsvermogen, de mogelijke aanpassing van de dienstbetrekkingseis in de DSR en de mogelijke aanpassing van de bezits- en voortzettingseis in de BOR. Het kabinet zal eventuele wijzigingen daarna opnemen in het wetsvoorstel Belastingplan 2024, met waarschijnlijke ingangsdatum 1 januari 2024.

Tip! Gezien de mogelijke wijzigingen die plaats gaan vinden in de bedrijfsopvolgingsregelingen is het verstandig om met jouw adviseur te overleggen wat je nu nog kan doen om gebruik te maken van de huidige regelingen.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-01T10:52:39+01:003 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Denk na over jouw bedrijfsopvolging

  • BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

Met de bedrijfsopvolgingsregeling kun je jouw onderneming fiscaal vriendelijk schenken of laten vererven bij jouw overlijden. Na toepassing van de regeling vervalt deze met terugwerkende kracht als jouw onderneming niet lang genoeg blijft bestaan. Verhuur van jouw onderneming laat de regeling echter niet per definitie vervallen, aldus de Hoge Raad.

Bedrijfsopvolgingsregeling
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsregeling opgenomen, in de praktijk ook wel BOF of BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (bedrag 2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.

Voortzettingsvereiste
Als de onderneming met toepassing van de bedrijfsopvolgingsregeling door schenken of vererven is overgegaan, moet de onderneming gedurende tenminste vijf jaren door de ontvanger worden voortgezet, het zogenaamde voortzettingsvereiste.

De Belastingdienst meende dat per definitie niet aan dit voortzettingsvereiste is voldaan als de onderneming binnen die vijf jaar wordt verhuurd. De Hoge Raad was het daar niet mee eens. Verhuur van de onderneming betekent naar het oordeel van de Hoge Raad niet automatisch dat de onderneming is gestaakt. Daarmee kan dus nog steeds aan het voortzettingsvereiste worden voldaan.

Beoordeling aan de hand van de inkomstenbelasting
Of bij verhuur van de onderneming niet langer aan het voortzettingsvereiste wordt voldaan, moet naar het oordeel van de Hoge Raad beoordeeld worden aan de hand van voorwaarden die voor staking en vervreemding gelden in de inkomstenbelasting.

In de inkomstenbelasting betekent verhuur van de onderneming ook niet per definitie staking van de onderneming. Als een ondernemer zijn onderneming verhuurt, kan dat namelijk ook onder voorwaarden beschouwd worden als voortzetting van de onderneming.

Let op! Of sprake is van voortzetting van de onderneming of van staking, is sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden. Onder meer de voorwaarden waaronder de verhuur plaatsvindt, spelen hierbij een rol.

Tip! Denk je na over verhuur van jouw onderneming, neem dan contact op met een van onze adviseurs voor nader advies.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-12-23T09:25:21+01:0028 december 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

BOR vervalt niet per definitie door verhuur onderneming

  • Meer duidelijkheid over waardering verhuurde woning vanaf 2023

Meer duidelijkheid over waardering verhuurde woning vanaf 2023

Eerder berichtten wij al dat je bij het bezit van een verhuurde woning of het erven of schenken van een verhuurde woning vanaf volgend jaar meer belasting betaalt. Dit komt door de verhoging van de zogenaamde leegwaarderatio voor verhuurde woningen en het stellen van meer voorwaarden. Wat betekent dit in praktijk en is er een mogelijkheid van tegenbewijs?

Leegwaarderatio
Door toepassing van de leegwaarderatio wordt rekening gehouden met de verhuurde staat van jouw woning. Hierdoor wordt de WOZ-waarde verlaagd. Deze waarde is van belang voor jouw vermogen in box 3 en bij erven en schenken in de erf- en schenkbelasting.

Tijdelijke huurcontracten
Op dit moment geldt als voorwaarde voor toepassing van de leegwaarderatio al dat voor de verhuurde woning wettelijke huurbescherming moet gelden. Vanaf 2023 komt daar als extra voorwaarde bij dat er geen sprake mag zijn van een wettelijk tijdelijk huurcontract.
Een wettelijk tijdelijk huurcontract is een contract van maximaal twee jaar. De huurder heeft dan beperkte huurbescherming. Wordt zo’n wettelijk tijdelijk huurcontract voor een kortere periode afgesloten (bijvoorbeeld voor een jaar) en wordt aansluitend met dezelfde huurder weer een huurcontract afgesloten, dan wordt dit tweede huurcontract geacht te zijn afgesloten voor onbepaalde tijd. De huurder heeft dan volledige huurbescherming. In dat geval kan op de verhuurde woning vanaf het tweede huurcontract wel de leegwaarderatio weer worden toegepast.

Gelieerde partijen
Ook bij verhuur aan gelieerde partijen is de leegwaarderatio vanaf 2023 niet meer van toepassing. De staatssecretaris heeft aangegeven dat sprake is van een gelieerde partij als sprake is of kan zijn van een onzakelijke (te lage) huurprijs vanwege de band tussen partijen. Het zal hier bijvoorbeeld gaan om ouders die een woning verhuren aan hun kind.

Let op! Ook als je een zakelijke huurprijs met jouw kind of een andere gelieerde partij hebt afgesproken, kun je de leegwaarderatio niet meer toepassen. Het gaat erom of er mogelijk van een onzakelijke (te lage) huurprijs sprake kan zijn vanwege de band tussen jou en de huurder.

Tegenbewijs
Door het aanpassen van de tabel van de leegwaarderatio en de extra voorwaarden zal de waarde van de verhuurde woningen in box 3 en voor de erf- en schenkbelasting omhoog gaan. Kun je aannemelijk maken dat deze waarde 10% of meer hoger is dan de waarde in het economische verkeer van jouw verhuurde woning op de WOZ-peildatum? Dan kun je je beroepen op een arrest van de Hoge Raad uit 2015 en kan de waarde worden vastgesteld op de waarde in het economische verkeer op de WOZ-peildatum.

Tip! Heb je vragen over de waarde van een verhuurde woning? Neem dan contact met ons op. Wij kijken graag even met je mee.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-14T08:57:26+01:0015 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer duidelijkheid over waardering verhuurde woning vanaf 2023

  • Straks geen BOR/BOF meer voor verhuurd vastgoed

Straks geen BOR/BOF meer voor verhuurd vastgoed

Met de bedrijfsopvolgingsregeling kun je jouw onderneming fiscaal vriendelijk schenken of laten vererven bij jouw overlijden. Het kabinet heeft aangekondigd dat deze mogelijkheid voor verhuurd vastgoed komt te vervallen.

Bedrijfsopvolgingsregeling
In de Successiewet is voor het fiscaal vriendelijke schenken of vererven van een onderneming een bedrijfsopvolgingsfaciliteit opgenomen, in de praktijk ook wel BOF of BOR genoemd. Deze regeling voorziet in een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde van de onderneming niet meer bedraagt dan €1.134.403 (2022). Voor het meerdere is de vermindering 83%.
Naast deze regeling is in de inkomstenbelasting een doorschuifregeling opgenomen, waarmee een onderneming fiscaal vriendelijk – zo veel mogelijk zonder onmiddellijke belastingheffing – kan worden doorgeschoven naar de opvolgers.

Ondernemingsvermogen versus beleggingsvermogen
Deze regelingen gelden op dit moment alleen voor het zogenaamde ondernemingsvermogen. Al het vermogen in jouw onderneming dat als belegging kan worden aangemerkt, valt buiten deze gunstige regelingen.

Verhuurd vastgoed
Met betrekking tot verhuurd vastgoed speelt in de praktijk vaak de discussie met de Belastingdienst of dit ondernemingsvermogen of beleggingsvermogen vormt. De Belastingdienst vindt eigenlijk dat al het verhuurde vastgoed beleggingsvermogen vormt, de rechter denkt daar in bepaalde gevallen weleens anders over.

Let op! Verhuurd vastgoed vormt pas ondernemingsvermogen als sprake is van meer dan normaal actief vermogensbeheer. Over het algemeen zal hier niet snel sprake van zijn.
Waarschijnlijk om elke discussie uit te sluiten, heeft het kabinet aangekondigd dat straks de BOF en de doorschuifregeling niet meer gelden voor verhuurd vastgoed. Dit voorstel moet nog nader worden uitgewerkt en de precieze ingangsdatum is ook nog niet bekend.

Tip! Valt jouw verhuurd vastgoed nu misschien al buiten de BOF en de doorschuifregeling omdat het is aan te merken als beleggingsvermogen? Meer aanpassingen op de BOF en doorschuifregelingen hangen in de lucht. Overleg daarom met onze adviseurs over jouw bedrijfsopvolging. Door voorbereid te zijn, kan op eventuele aanpassingen misschien nog op tijd geanticipeerd worden.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-25T10:58:13+02:0025 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Straks geen BOR/BOF meer voor verhuurd vastgoed

  • Top 10 Eindejaartips

Top 10 Eindejaartips

Welke fiscale maatregelen kun je als ondernemer dit jaar nog treffen die voordelig voor je kunnen uitpakken? Hoe kun je nu al slim inspelen op wijzigingen die vanaf 2023 gaan gelden? Tien praktische tips.

Let op! Een aantal van deze tips komt uit het Belastingplan 2023 en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer worden goedgekeurd. Ook worden er door het kabinet steeds nieuwe plannen bekendgemaakt of worden plannen herzien, derhalve is het belangrijk om altijd even contact op te nemen met jouw adviseur om te overleggen.

1. Koop dit jaar nog een elektrische auto
Was je al van plan op korte termijn een elektrische auto te kopen die meer kost dan €30.000 en deze op de zaak te zetten, koop die auto dan – indien mogelijk – nog dit jaar. Vanaf 2023 wordt de verlaagde bijtelling van 16% namelijk nog slechts berekend over een cataloguswaarde van maximaal €30.000 in plaats van €35.000 nu. Het scheelt je 6%-punt aan bijtelling (16% i.p.v. 22%) over de cataloguswaarde van €30.000 tot €35.000, gedurende maximaal vijf jaar.

2. Optimaliseer de samenstelling van jouw box 3-vermogen
Over de heffing over vermogen, oftewel de box 3-heffing, is de afgelopen periode zeer veel te doen geweest. Vanaf 2026 moet er heffing over het werkelijk rendement gaan plaatsvinden. Tot die tijd wordt vanaf 2023 het inkomen nog steeds bepaald aan de hand van fictieve rendementen. Hierbij wordt echter uitgegaan van de werkelijke samenstelling van iemands vermogen verdeeld over drie verschillende categorieën: 1. bank- en spaartegoeden, deposito, contant geld; 2. alle overige bezittingen; 3. alle schulden. Elke categorie kent een eigen fictief rendement. De hoogte van categorie 1 en 3 is nog onbekend, maar categorie 2 zal (met 6,17% in 2023) beduidend hoger zijn dan categorie 1. Omdat de peildatum van het vermogen op 1 januari ligt, heb je nog slechts kort de tijd om je daarop voor te bereiden. Houd er daarbij rekening mee dat heen en weer schuiven van vermogen binnen drie maanden rond de jaarwisseling genegeerd kan worden door anti-misbruikwetgeving.

3. Gebruik de vrije ruimte binnen de werkkostenregeling
De vrije ruimte in de werkkostenregeling bedraagt dit jaar 1,7% tot een loonsom van €400.000 en 1,18% over het meerdere. Tot dit bedrag kun je jouw personeel onbelast allerlei zaken vergoeden en verstrekken, zoals het bekende kerstpakket, terwijl ook jij als werkgever geen belasting betaalt zolang je binnen de vrije ruimte blijft. Gebruik de vrije ruimte dus nog dit jaar, want ongebruikte vrije ruimte kun je niet doorschuiven naar 2023.

4. Koop in 2022 nog een zakenpand, vakantiewoning of beleggingspand
De aankoop van een zakenpand, vakantiewoning of beleggingspand wordt in 2023 duurder. Dit vanwege de verhoging van de overdrachtsbelasting voor deze panden. Was je van plan op korte termijn zo’n pand te kopen, doe dat dan nog in 2022. Je betaalt nu nog 8%, in 2023 10,4%. Dit betekent dat je daardoor 30% meer overdrachtsbelasting betaalt.

5. Schenk voor eigen woning
Wil je jouw kinderen of een derde een bedrag schenken in verband met de aankoop van een eigen woning, dan is deze schenking dit jaar nog onbelast tot een bedrag van €106.671. De vrijstelling wordt in 2023 verminderd naar €28.947 en vanaf 2024 geheel afgeschaft. Je kan alleen in 2022 dus nog volledig van de vrijstelling profiteren. In de huidige regeling heeft de ontvanger van de schenking drie jaar om de schenking voor de eigen woning te besteden. Voor schenkingen gedaan in 2022 blijft deze regeling gehandhaafd: deze kunnen dus nog tot uiterlijk 2024 worden besteed aan de eigen woning.
De vrijstelling kon tot nu toe onder voorwaarden gespreid over drie opeenvolgende jaren benut worden. Schenkingen die in 2021 zijn gedaan en waarbij een beroep is gedaan op de vrijstelling voor de eigen woning, behouden deze mogelijkheid: in 2022 en 2023 kan dus nog onder de vrijstelling nader geschonken worden. Schenkingen die in 2022 zijn gedaan, kunnen alleen nog in 2023 worden aangevuld tot het maximumbedrag dat voor 2022 gold. Vanaf 2023 is spreiding niet meer mogelijk.

6. Speel in op hogere bijtelling na 5 jaar
De percentages aan bijtelling voor de auto van de zaak gelden voor een periode van 60 maanden. Daarna geldt het voor dat jaar geldende percentage. Dit betekent dat voor elektrische auto’s die in 2018 voor het eerst op naam zijn gesteld, de bijtelling van 4% over de hele cataloguswaarde in de loop van 2023 wijzigt in een bijtelling van 16% over de eerste €30.000 en 22% over het meerdere. Bezit je zo’n auto, dan kun je wellicht de hogere bijtelling voorkomen. Bijvoorbeeld door de auto naar privé te halen. Deze optie is met name interessant voor de DGA. Voor de ondernemer in de inkomstenbelasting is dit alleen mogelijk als de auto in 2023 niet meer dan 10% zakelijk gebruikt gaat worden. Een andere optie is de auto nog maximaal 500 km privé te gebruiken. Je krijgt dan geen bijtelling meer.

7. Cluster jouw zorgkosten
Zorgkosten zijn nog steeds aftrekbaar. Dit jaar kan dat nog tegen maximaal 40%, volgend jaar tegen maximaal 36,93%. Er geldt wel een drempel, wat betekent dat alleen de zorgkosten boven deze drempel aftrekbaar zijn. Heb je bijvoorbeeld dit jaar een fors bedrag aan de tandarts uitgegeven en wil je bijvoorbeeld een nieuw hoortoestel aanschaffen, overweeg dit dan nog dit jaar te doen. Waarschijnlijk schiet je dan voor een groter bedrag over de drempel heen, wat je belastingbesparing oplevert.

8. Beoordeel hoogte gebruikelijk loon in combinatie met kostenvergoedingen en auto van de zaak
Als DGA ben je verplicht jaarlijks een gebruikelijk loon op te nemen dat belast wordt in box 1. Kostenvergoedingen tellen, mits deze individualiseer zijn, mee voor het gebruikelijk loon. Daardoor hoef je misschien minder brutoloon op te nemen. Het maakt niet uit of de kostenvergoedingen belast of onbelast zijn. Denk bijvoorbeeld aan een onbelaste vergoeding voor maaltijden of reiskosten. Ook de bijtelling vanwege privégebruik van de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon. Bij een auto van bijvoorbeeld €60.000 en een bijtelling van 22%, kun je het brutoloon dus €60.000 x 22% = € 13.200 lager vaststellen.

9. Optimaliseer KIA, let op wijzigingen VPB
Als je dit jaar meer dan €2.400 investeert, heb je mogelijk recht op de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA). Dit is een extra aftrek op de winst. De aftrek loopt af naarmate je meer investeert vanaf een bedrag van €110.999. Overschrijden jouw investeringen dit bedrag, overweeg dan investeringen op het eind van dit jaar uit te stellen, als je daarmee in 2022 en 2023 een hogere KIA krijgt. Heb je voor de investering ook recht op energie-investeringsaftrek (EIA) of milieu-investeringsaftrek (MIA), beoordeel dan of het verstandig is om de investering uit te stellen. Pas aan het einde van 2022 wordt namelijk duidelijk welke investeringen in 2023 voor EIA en MIA in aanmerking komen. Mogelijk komt jouw investering in 2023 dan niet meer in aanmerking, maar het kan ook zijn dat de EIA en/of MIA in 2023 tot een hogere aftrek leidt. In verband met de geplande verlaging van de tariefschijf en de verhoging van het tarief in de vennootschapsbelasting, kan het wel weer raadzaam zijn om investeringen uit te stellen. Investeer je dit jaar €2.400 of minder, overweeg dan juist een voorgenomen investering in 2023 naar voren te halen.

10. Heroverweeg fiscale eenheid
Het tarief in de vennootschapsbelasting bedraagt 15% tot een winst van €395.000. Volgend jaar geldt een tarief van 19% tot €200.000. Boven genoemde winsten bedraagt het tarief 25,8%. Je betaalt in 2023 in de eerste schijf dus meer belasting. Bovendien is deze schijf een stuk korter en valt je winst sneller in het tarief van 25,8%. Bezit je meerdere BV’s, dan kun je via een fiscale eenheid winsten en verliezen onderling verrekenen. Tegenover dit voordeel staat het nadeel dat je slechts één keer van de lage tariefschijf profiteert. Hoewel het belastingvoordeel vanaf 2023 een stuk minder is dan in 2022 (maximaal €13.600 vanaf 2023 tegenover €42.660 in 2022), wil je wellicht toch nog jouw fiscale eenheid heroverwegen. Als je een verbreking per 2023 wilt realiseren, moet het verzoek hiertoe vóór 1 januari 2023 zijn ontvangen door de Belastingdienst.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:14:28+02:0018 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Top 10 Eindejaartips