partners

Extra betaalde alimentatie niet aftrekbaar

Als partners uit elkaar gaan, is vaak sprake van een alimentatieverplichting. Deze alimentatie is bij de betaler meestal aftrekbaar en bij de ontvanger ervan belast. Wordt echter meer betaald dan overeengekomen, dan is de aftrek van het meerdere onzeker.

Retour Roemenië

Schaken

In een uitspraak van het gerechtshof Den Haag blijkt welke aspecten hierbij bepalend zijn. In deze zaak handelde het om een echtpaar dat gescheiden was. Op basis van het echtscheidingsconvenant zou de vrouw na de scheiding terugkeren naar Roemenië en er werd daarom een alimentatie afgesproken van € 300 per maand. De vrouw keerde na drie jaar echter weer terug naar Nederland, waarop partijen afspraken dat de alimentatie verhoogd zou worden naar ruim € 2.500 per maand.

Wanneer aftrek?

Voor het Hof ging het om de vraag of het meerdere aan alimentatie voor de man aftrekbaar was. Dit is het geval als er rechtstreeks uit het familierecht een wettelijke verplichting tot het betalen van alimentatie volgt. Deze wettelijke verplichting kan blijken uit een gerechtelijke uitspraak, of uit een tussen partijen gemaakte overeenkomst. Aftrek is ook mogelijk bij in rechte vorderbare periodieke betalingen als die berusten op een dringende morele verplichting tot voorziening in het levensonderhoud.

Geen verplichting

Het Hof kwam op basis van de stukken tot de conclusie dat de aanvullende alimentatie niet rust op een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende wettelijke verplichting. Ook bleek dat de extra betalingen niet juridisch afdwingbaar waren. Een naderhand opgestelde aanvulling op de echtscheidingsovereenkomst brengt hierin geen verandering, aldus het Hof. De conclusie is dan ook dat het meerdere aan betaalde alimentatie niet aftrekbaar is.

Door |2025-03-05T11:35:36+01:005 maart 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Extra betaalde alimentatie niet aftrekbaar

Restant persoonsgebonden aftrek na overlijden, hoe zit dat?

Persoonsgebonden aftrekposten kunnen verrekend worden met het inkomen. Fiscale partners mogen de persoonsgebonden aftrekposten onderling verdelen. Op die manier kan dan maximaal geprofiteerd worden van het te behalen belastingvoordeel.

Persoonsgebonden aftrekposten

Rekenen

Persoonsgebonden aftrekposten zijn partneralimentatie, zorgkosten, giften en kosten voor verblijf thuis van ernstig gehandicapten. Deze kostenposten zijn dus onder voorwaarden aftrekbaar van het inkomen voor belasting. Een eventueel overschot kan worden doorgeschoven naar een volgend jaar.

Gevolgen overlijden

Onlangs heeft de Belastingdienst aangegeven wat het gevolg is als een belastingplichtige over een restant persoonsgebonden aftrek beschikt en komt te overlijden. Meer specifiek is ingegaan op de vraag of diens partner het restant in het jaar na overlijden dan nog mag verrekenen met het eigen inkomen.

Geen partners meer

De Belastingdienst geeft aan dat dit niet mogelijk is, omdat er in het jaar na overlijden geen sprake meer is van fiscaal partnerschap. Een restant persoonsgebonden aftrek van de overleden partner kan daarom niet meer met het inkomen van de partner die nog in leven is verrekend worden.

Overlijdensjaar

In het overlijdensjaar kunnen partners er nog wel voor kiezen de persoonsgebonden aftrekposten zo gunstig mogelijk te verdelen. De verdeling kan dus zodanig worden aangepast dat dit maximaal aan de overleden partner wordt toegerekend. Een eventueel overschot komt na het jaar van overlijden namelijk te vervallen. De verdeling kan worden herzien totdat de aanslagen van beide partners definitief vaststaan. Een verzoek om ambtshalve vermindering is daarna niet meer mogelijk.

Tip! Heb je vragen over de persoonsgebonden aftrek, neem dan contact op met jouw adviseur.

Door |2024-09-04T08:57:01+02:004 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Restant persoonsgebonden aftrek na overlijden, hoe zit dat?
  • Minder erf- en schenkbelasting voor samenwonende familieleden

Minder erf- en schenkbelasting voor samenwonende familieleden

Voor samenwonende familieleden kan door de zogenoemde samentelregeling een nadelig effect optreden in erf- en schenkbelasting. Door een goedkeuring van de staatssecretaris blijft deze samentelregeling met terugwerkende kracht soms buiten toepassing voor deze familieleden. Voor wie geldt dit precies en wat is het voordeel?

Partner in de erf- en schenkbelasting
Familieleden die vijf jaar op hetzelfde woonadres staan ingeschreven, kunnen voor de schenk- en erfbelasting elkaars partner zijn. Dit geldt voor alle familieleden, dus bijvoorbeeld broers en zussen en neven en nichten. Dit geldt niet voor zogenaamde bloedverwanten in de rechte lijnen, zoals ouders en kinderen en grootouders en kleinkinderen.

Voordelen
Als familieleden fiscaal elkaars partner zijn kan dat bepaalde voordelen hebben, zoals hogere vrijstellingen in de schenk- en erfbelasting.

Nadeel door samentelregeling
Nadeel is echter dat voor partners de zogenoemde samentelregeling in de erf- en schenkbelasting van toepassing is. Partners worden dan voor de berekening van deze belastingen als één persoon aangemerkt. Voor partners die tevens familielid van elkaar zijn, zoals twee broers, kan dit vervelend uitpakken.

Voorbeeld samentelregeling
Stel, een vader schenkt aan zijn beide zoons in 2022 een bedrag van €5.000. Dan valt dit bedrag voor beide zoons in principe onder de jaarlijkse vrijstelling van in 2022 €5.677. Zij betalen dan geen schenkbelasting. Zijn beide zoons meerderjarig en wonen zij samen – bijvoorbeeld nog thuis -, dan is de kans aanwezig dat zij elkaars partner zijn voor de schenkbelasting. In dat geval is slechts één keer de jaarlijkse vrijstelling van €5.677 van toepassing en moet over een bedrag van €4.323 10% schenkbelasting betaald worden.
Eenzelfde nadeel kan zich voordoen in de erfbelasting.

Goedkeuring staatssecretaris
Daarom heeft de staatssecretaris onlangs goedgekeurd dat partners die een schenking of erfenis krijgen van dezelfde schenker of uit dezelfde nalatenschap voor de samentelregeling onder voorwaarden niet als één persoon worden aangemerkt.

Voorwaarden goedkeuring
Een voorwaarde voor de goedkeuring is dat het partnerschap uitsluitend ontstaan is doordat zij minimaal vijf jaar op hetzelfde woonadres staan ingeschreven. Er mag dus niet op andere gronden, bijvoorbeeld door een notarieel samenlevingscontract, al een partnerschap zijn. Verder moeten de partners familieleden van elkaar zijn (bloedverwant of aanverwant) en moet er tussen de schenker/overleden persoon en de ontvangers van de schenking/erfenis eenzelfde graad van bloedverwantschap of aanverwantschap bestaan.

Terugwerkende kracht goedkeuring
De goedkeuring geldt vanaf 23 april 2022 maar heeft een terugwerkende kracht van vijf jaar. Ontving je de afgelopen vijf jaar een schenking of erfenis waarover je meer belasting betaalde door de samentelregeling? Dan kun je de Belastingdienst verzoeken om een teruggaaf.

Let op! Als het al bijna vijf jaar geleden is dat je de schenking of erfenis kreeg, moet je snel in actie komen. Jouw verzoek moet namelijk binnen vijf jaar na het moment van de schenking of erfenis bij de Belastingdienst binnen zijn.

Betaalde je in de afgelopen vijf jaar (meer) erf- of schenkbelasting omdat een samenwonend familielid eenzelfde schenking of erfenis ontving? Overleg dan met onze adviseurs of je mogelijk een beroep kunt doen op de goedkeuring van de staatssecretaris.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-05-09T08:48:47+02:009 mei 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Minder erf- en schenkbelasting voor samenwonende familieleden

  • Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

Sparen en beleggen iets minder zwaar belast

Sparen en beleggen wordt volgend jaar iets minder zwaar belast. Dit blijkt uit de stukken die op Prinsjesdag zijn gepresenteerd.

Belasting box 3
De belasting op sparen en beleggen vindt plaats via een heffing op het privévermogen dat zich in box 3 bevindt. In deze box wordt voor sparen en beleggen uitgegaan van een forfaitair rendement, los van de vraag of dit rendement ook daadwerkelijk wordt behaald.

Heffingsvrij vermogen
Belastingplichtigen hebben in box 3 ieder ook recht op een vrijstelling van een deel van het vermogen. Voor 2022 bedraagt dit €50.650 per persoon, zodat fiscale partners samen recht hebben op een vrijstelling van €101.300. Dit is €1.300 ofwel 1,3% meer vanwege de inflatiecorrectie.

Rendement lager
Vanwege het feit dat de rendementen de afgelopen tijd zijn gedaald, is ook het forfaitaire rendement lager vastgesteld. Box 3 kent drie schijven, waarvoor het forfaitaire rendement is bepaald op 1,82%, 4,37% en 5,53%. De eerste schijf is van toepassing op de eerste €50.000 van het belastbare vermogen, de tweede schijf op de volgende €900.000 en de derde schijf op het meerdere van het vermogen.

Wat scheelt dat nu?
Hoeveel minder belasting in box 3 je gaat betalen, hangt af van de omvang van je vermogen. Zo betalen fiscale partners met een vermogen van €500.000 nu €4.774 aan belasting in box 3 en volgend jaar €4.596, ofwel €178 minder. Bezitten ze een vermogen van €1.500.000, dan betalen ze nu €18.728 en in 2022 €18.132, ofwel €596 minder.

Let op! Alle plannen moeten nog door het parlement worden goedgekeurd.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-09-29T09:16:32+02:0029 september 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Sparen en beleggen iets minder zwaar belast