partner

Nieuw standpunt verrekening pensioenrechten ex-samenwoners

De staatssecretaris van Financiën heeft een Besluit geactualiseerd inzake lijfrentes en andere periodieke uitkeringen. Een belangrijke wijziging in het Besluit betreft de verrekening van pensioenrechten tussen voormalig samenwonenden.

Onderhoudsverplichting

Schaken

Het geactualiseerde Besluit bevat een goedkeuring die zich kan voordoen als samenwonenden het samenwonen beëindigen en de verplichting tot verevenen van het ouderdomspensioen overeengekomen zijn. Pensioenuitvoerders zijn bij ex-samenwoners niet verplicht om mee te werken aan verevening. In dat geval kan de verplichting ook worden afgekocht.

Als de verplichting wordt afgekocht dan kan de afkoopsom volgens het Besluit onder voorwaarden als aftrekbare onderhoudsverplichting worden aangemerkt. Als voorwaarde geldt dat de verrekening van de pensioenrechten voortvloeit uit een notarieel samenlevingscontract dat tussen de samenwoners is opgesteld.

Gelijkstelling

De goedkeuring volgt uit de wens tot gelijkstelling met gehuwden en geregistreerde partners. Voor hen is een dergelijke afkoopsom die voortvloeit uit de verrekening van pensioenrechten namelijk aftrekbaar, maar voor samenwoners niet. Door het Besluit geldt de aftrekbaarheid nu ook voor hen.

Let op! Een dergelijke afkoopsom is bij de ontvanger ervan ook belast.

En verder

Het Besluit bevat verder een aantal standpunten die al eerder door kennisgroepen van de Belastingdienst kenbaar is gemaakt. Ook zijn enkele standpunten geschrapt die zich in de praktijk nauwelijks nog voor zullen doen. Mocht dit in een bepaald geval zijn belang toch nog niet hebben verloren, dan kan het standpunt zoals verwoord in het ingetrokken Besluit uit 2022 alsnog worden toegepast.

Let op! Dit Besluit vervangt een eerder Besluit uit 2022.

Door |2025-02-20T16:18:02+01:0020 februari 2025|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Nieuw standpunt verrekening pensioenrechten ex-samenwoners

Beleg nog twee jaar groen in box 3

Wil je jouw box 3-vermogen verlagen, denk dan ook eens aan groene beleggingen. Voor groene beleggingen geldt een vrijstelling in box 3. Let wel op want er zijn wijzigingen op komst. Als de Eerste Kamer akkoord gaat, wordt de vrijstelling per 2025 echter sterk verlaagd en wordt per 2027 afgeschaft.

Vrijstelling groene beleggingen

Windmolen

Bedroeg deze vrijstelling per 1 januari 2024 nog maximaal € 71.251, per 1 januari 2025 bedraagt deze nog maar € 26.000 (vóór indexatie). Oorspronkelijk zou dit € 30.000 zijn, maar de Tweede Kamer heeft besloten dat dit nog verder verlaagd wordt naar € 26.000 (vóór indexatie) per 1 januari 2025.

Heb je een fiscale partner, dan bedraagt de vrijstelling voor jou en jouw partner gezamenlijk het dubbele, per 1 januari 2025 dus € 52.000 (vóór indexatie).

Minderjarig kind

Ook een minderjarig kind heeft zelfstandig recht op deze vrijstelling. Het minderjarige kind moet daarvoor wel zelf aangifte inkomstenbelasting doen. Bezit uw kind meer aan groene beleggingen dan de vrijstelling, dan moet je dit meerdere aangeven in jouw eigen aangifte. Voor dit deel bestaat dan geen vrijstelling meer.

Extra heffingskorting

Naast de vrijstelling in box 3 heb je in 2024 ook nog recht op een heffingskorting van 0,7% van het op 1 januari vrijgestelde bedrag in box 3. Ook deze heffingskorting wordt verlaagd en wel naar 0,1% met ingang van 2025.

Let op! De Tweede Kamer heeft ook besloten dat de vrijstelling voor groene beleggingen en de heffingskorting voor groene beleggingen met ingang van 1 januari 2027 helemaal vervalt. Je kunt dus alleen nog in 2025 en 2026 gebruikmaken van de vrijstelling en de heffingskorting.

Je mag de vrijstelling voor groene spaartegoeden en beleggingen overigens eerst toerekenen aan de groene beleggingen en daarna aan de groene spaartegoeden. Dat scheelt weer nu er voor beleggingen een hoger forfait geldt dan voor spaartegoeden.

Let op! De vrijstelling geldt niet voor de vermogenstoets in de toeslagen. Groene beleggingen tellen dus voor de toeslagen volledig mee als vermogen.

Door |2024-11-22T15:16:35+01:0022 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Beleg nog twee jaar groen in box 3

Indexatie van alimentatie per 2025 bekend

Personen die alimentatie ontvangen of moeten betalen, krijgen per 2025 te maken met een indexatie van het alimentatiebedrag met 6,5%. Deze verhoging van 6,5% geldt zowel voor partner- als voor kinderalimentatie.

Alimentatie

Schaken

Alimentatie is bedoeld als tegemoetkoming in de kosten van levensonderhoud en is vaak verplicht bij ex-echtgenoten, ex-geregistreerde partners en bij kinderen tot de leeftijd van 21 jaar.

Berekening percentage

Alimentatiebedragen worden jaarlijks automatisch geïndexeerd om te voorkomen dat partijen hierover gedwongen worden te onderhandelen. Het percentage wordt geïndexeerd aan de hand van de gemiddelde stijging van de lonen.

Alimentatie aftrekbaar?

Alimentatie betaald aan ex-echtgenoten en ex-geregistreerde partners is onder voorwaarden aftrekbaar van het inkomen voor de betaler ervan. De ontvanger moet de alimentatie opgeven als inkomen. Alimentatie is ook onder voorwaarden aftrekbaar als partijen afspreken de alimentatieplicht af te kopen tegen een eenmalig bedrag.

Let op! Kinderalimentatie is niet aftrekbaar voor diegene die de alimentatie betaalt. Deze is ook niet belast bij de ontvanger.

Tip! Lees hier alles over alimentatie en de voorwaarden betreft aftrekbaarheid.

Door |2024-11-14T08:28:26+01:0014 november 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Indexatie van alimentatie per 2025 bekend

Restant persoonsgebonden aftrek na overlijden, hoe zit dat?

Persoonsgebonden aftrekposten kunnen verrekend worden met het inkomen. Fiscale partners mogen de persoonsgebonden aftrekposten onderling verdelen. Op die manier kan dan maximaal geprofiteerd worden van het te behalen belastingvoordeel.

Persoonsgebonden aftrekposten

Rekenen

Persoonsgebonden aftrekposten zijn partneralimentatie, zorgkosten, giften en kosten voor verblijf thuis van ernstig gehandicapten. Deze kostenposten zijn dus onder voorwaarden aftrekbaar van het inkomen voor belasting. Een eventueel overschot kan worden doorgeschoven naar een volgend jaar.

Gevolgen overlijden

Onlangs heeft de Belastingdienst aangegeven wat het gevolg is als een belastingplichtige over een restant persoonsgebonden aftrek beschikt en komt te overlijden. Meer specifiek is ingegaan op de vraag of diens partner het restant in het jaar na overlijden dan nog mag verrekenen met het eigen inkomen.

Geen partners meer

De Belastingdienst geeft aan dat dit niet mogelijk is, omdat er in het jaar na overlijden geen sprake meer is van fiscaal partnerschap. Een restant persoonsgebonden aftrek van de overleden partner kan daarom niet meer met het inkomen van de partner die nog in leven is verrekend worden.

Overlijdensjaar

In het overlijdensjaar kunnen partners er nog wel voor kiezen de persoonsgebonden aftrekposten zo gunstig mogelijk te verdelen. De verdeling kan dus zodanig worden aangepast dat dit maximaal aan de overleden partner wordt toegerekend. Een eventueel overschot komt na het jaar van overlijden namelijk te vervallen. De verdeling kan worden herzien totdat de aanslagen van beide partners definitief vaststaan. Een verzoek om ambtshalve vermindering is daarna niet meer mogelijk.

Tip! Heb je vragen over de persoonsgebonden aftrek, neem dan contact op met jouw adviseur.

Door |2024-09-04T08:57:01+02:004 september 2024|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Restant persoonsgebonden aftrek na overlijden, hoe zit dat?
  • Maak bezwaar tegen aanslag met box 3-heffing

Maak bezwaar tegen aanslag met box 3-heffing

Ontvang je een definitieve aanslag inkomstenbelasting met een box 3-heffing? Laat dan beoordelen of bezwaar maken zinvol is. Op dit moment geldt voor deze aanslagen geen zogenaamde massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat je individueel moet procederen en niet kunt aansluiten bij andere gerechtelijke procedures.

Automatisch rechtsherstel
De Belastingdienst legt op dit moment volop definitieve aanslagen inkomstenbelasting op waarin box 3-inkomen is opgenomen. Dit betreft aanslagen over de jaren tot en met 2021. Later dit jaar volgen ook de aanslagen over 2022.
Bij het opleggen van de aanslagen vergelijkt de Belastingdienst het box 3-inkomen berekend volgens de wet met het box 3-inkomen berekend volgens het rechtsherstel. Met de laagste uitkomst van deze twee wordt in jouw definitieve aanslag inkomstenbelasting gerekend. Op die manier wordt het rechtsherstel automatisch toegepast.

Beoordelen van de aanslagen is belangrijk!
Het beoordelen van de definitieve aanslagen inkomstenbelasting is belangrijk. Zo kan jouw werkelijke behaalde rendement bijvoorbeeld (sterk) afwijken van het door de Belastingdienst berekende box 3-inkomen. En soms kan een andere verdeling van het box 3-inkomen tussen jou en jouw partner tot een gunstiger resultaat leiden. Laat jouw definitieve aanslagen daarom altijd beoordelen. Doe dit wel snel, je hebt namelijk vanaf de dagtekening van de aanslag maar zes weken om een bezwaar in te dienen.

Tip! Als zes weken te kort is om een goed gemotiveerd bezwaar in te dienen, kan ook een zogenaamd pro-forma bezwaar worden ingediend. Een dergelijk bezwaar wordt wel op tijd ingediend (dat wil zeggen binnen zes weken), maar hierin wordt om uitstel gevraagd voor de motivatie van het bezwaar.

Individueel procederen
Op dit moment geldt voor de vragen die spelen rondom het rechtsherstel box 3 geen zogenaamde massaalbezwaarprocedure. Dit betekent dat je individueel moet procederen en niet kunt aansluiten bij andere gerechtelijke procedures. Wat dit voor jouw situatie betekent, bespreken wij graag met je.

Let op! De verwachting is dat er bijzonder veel bezwaarschriften tegen de box 3-heffing ingediend gaan worden. Het is mogelijk dat het ministerie daarom op een later tijdstip alsnog besluit om een massaalbezwaarprocedure in te richten.

Vragen?
Heb je vragen over jouw eigen specifieke situatie? Neem dan contact op met een van onze adviseurs.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-02-03T07:34:34+01:003 februari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Maak bezwaar tegen aanslag met box 3-heffing

  • Nieuwsbrief januari 2023

Nieuwsbrief januari 2023

Let op!
Wij willen voldoen aan de wens om actueel te zijn. Het overzicht in deze MKB-Nieuwsbrief is geschreven met de kennis tot en met maandag 16 januari 2023, 20:00 uur.


1. Willekeurig afschrijven mogelijk in 2023

Vorig jaar kondigde het kabinet een pakket aan ondersteunende maatregelen aan voor het MKB voor de jaren 2023 tot en met 2027. Een van de maatregelen betreft de mogelijkheid om in 2023 willekeurig af te schrijven op bepaalde bedrijfsmiddelen.

Welke bedrijfsmiddelen?
Je kan willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen waarvoor je:

  • de verplichting voor de aanschaf van deze bedrijfsmiddelen in 2023 aangaat, of
  • de voortbrengingskosten in 2023 maakt.

Je kan alleen willekeurig afschrijven op bedrijfsmiddelen die niet eerder al in gebruik zijn genomen. Bovendien moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2026 in gebruik worden genomen.

Let op!
De regeling voor de willekeurige afschrijving geldt zowel voor ondernemers in de inkomstenbelasting als in de vennootschapsbelasting.

Maximaal 50% in 2023 afschrijven
Als voldaan is aan de voorwaarden, mag je tot maximaal 50% van de aanschaffings- of voortbrengingskosten ineens afschrijven in 2023. Het restant moet je in de jaren ná 2023 normaal afschrijven.

Uitgesloten bedrijfsmiddelen
Bepaalde bedrijfsmiddelen zijn uitgesloten van de regeling. Op onder meer de volgende bedrijfsmiddelen kan je daarom niet willekeurig afschrijven:

  • gebouwen;
  • schepen en vliegtuigen;
  • bromfietsen en motorrijwielen;
  • personenauto’s;
  • immateriële activa;
  • dieren.

Let op!
Personenauto’s die bestemd zijn voor het beroepsvervoer over de weg én personenauto’s met een CO2-uitstoot van 0 gram per kilometer (onder meer elektrische personenauto’s) zijn niet uitgesloten van de regeling. Op deze auto’s kan je dus wel willekeurig afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Geen willekeurige afschrijving
Op bedrijfsmiddelen die bestemd zijn om hoofdzakelijk ter beschikking te worden gesteld aan derden kan je ook niet willekeurig afschrijven. Dit betreft bijvoorbeeld bedrijfsmiddelen die je verhuurt aan een ander. Verhuur je deze bedrijfsmiddelen echter voor korte duur aan telkens andere huurders? Dan kan je hier wel willekeurig op afschrijven als je aan de voorwaarden voldoet.

Let op!
Als je door een andere regeling al willekeurig afschrijft op een bedrijfsmiddel, kan je geen gebruikmaken van de regeling voor willekeurige afschrijving die voor 2023 geldt.


2. Schenken: wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan jouw kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan jouw kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Jouw kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als de jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan jouw kinderen.

Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan jouw kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip!
Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders-kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op!
Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kan je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen jouw kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

  • echtgenoot of partner: €723.526;
  • kind, kleinkind: €22.918;
  • invalide kind: €68.740;
  • ouders (samen): €54.270;
  • overig: €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.


3. Betalingen aan derden verplicht opgeven in januari 2023

Betaalde je in 2022 bedragen aan iemand die niet bij jou in dienstbetrekking was of als ondernemer bij jou werkte? Dan moet je die bedragen deze maand, dus in januari 2023, aan de Belastingdienst doorgeven.

Renseigneringsverplichting
Het verplicht doorgeven van de betaalde bedragen aan de Belastingdienst wordt ook wel de renseigneringsverplichting genoemd. Voor de jaren tot en met 2021 hoefde je alleen bedragen door te geven als de Belastingdienst daarom vroeg. Voor de jaren vanaf 2022 ben je verplicht dit uit eigen beweging te doen. De verplichting geldt voor twee groepen administratieplichtigen:

  • inhoudingsplichtigen, ofwel (rechts)personen met een loonheffingennummer, en
  • bepaalde collectieve beheersorganisaties (CBO’s).

Uitgesloten betalingen
Bepaalde betalingen hoef je niet door te geven. Het gaat hier onder meer om betalingen voor werkzaamheden die zijn verricht als vrijwilliger, werkzaamheden en diensten waarvoor een factuur is uitgereikt met omzetbelasting, de werkzaamheden en diensten die zijn verricht als werknemer en de vergoedingen voor een auteursrecht.

Tip!
De renseigneringsverplichting geldt niet voor een niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever die in Nederland geen inhoudingsplichtige is.

Aan te leveren gegevens
Het aanleveren van de gegevens moet digitaal. Het gaat hierbij om de volgende gegevens:

  • naam, adres, BSN en geboortedatum van de ontvanger van de betaling;
  • de in het kalenderjaar betaalde bedragen inclusief eventuele kostenvergoedingen;
  • datum waarop je de uitbetaling hebt gedaan.

Uiterste datum 31 januari 2023
De in 2022 aan een derde betaalde bedragen moet je in de maand januari 2023 (uiterlijk 31 januari 2023!) aan de Belastingdienst doorgeven. Dit moet je dus uit eigen beweging doen, je kan niet wachten tot de Belastingdienst hierom vraagt.

Let op!
Naast betalingen in geld moet je ook betalingen in natura doorgeven.


4. Belangrijke punten bij jouw laatste BTW-aangifte 2022

Uiterlijk 31 januari 2023 moet je jouw laatste BTW-aangifte over 2022 indienen en de verschuldigde BTW aan de Belastingdienst betalen. Besteed in deze laatste BTW-aangifte in ieder geval aandacht aan de jaarlijkse terugkerende mogelijke afdrachten en correcties.

BTW privégebruik auto
De BTW die betrekking heeft op auto’s van de zaak trek je gedurende het jaar af in jouw BTW-aangiften. In de laatste BTW-aangifte van het jaar moet je daarom BTW afdragen over het privégebruik van de auto’s van de zaak. Dit geldt zowel voor personenauto’s als bestelauto’s.

De BTW-afdracht over het privégebruik van de auto bereken je in beginsel op basis van de verhouding tussen het zakelijk gebruik en privégebruik. Kan je die verhouding niet aantonen met een kilometeradministratie of anders? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik van de auto 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief BTW en BPM.

Tip!
Heb je bij aankoop van de auto geen BTW afgetrokken? Dan bedraagt de BTW-afdracht voor het privégebruik 1,5% van de catalogusprijs. Je gaat in 2022 ook uit van 1,5 in plaats van 2,7% voor auto’s die je in 2017 of eerder in gebruik hebt genomen.

Let op!
In tegenstelling tot de bijtellingsregels in de loon- of inkomstenbelasting, zijn de kilometers woon-werkverkeer voor de BTW privé en niet zakelijk. Dit betekent dat ook voor een auto die niet tot een bijtelling leidt in de loon- of inkomstenbelasting – omdat met deze auto aantoonbaar niet meer dan 500 kilometer privé gereden wordt – BTW over het privégebruik van de auto verschuldigd kan zijn.

Personeelsvoorzieningen en relatiegeschenken
Personeelsvoorzieningen zijn zaken die je aan jouw werknemers ter beschikking stelt. Denk aan fitness, ontspanning en loon in natura (waaronder een kerstpakket of een jubileumgeschenk). Gaf je in 2022 meer dan €227 (excl. BTW) per werknemer aan personeelsvoorzieningen uit? Dan moet je in de laatste BTW-aangifte een BTW-correctie toepassen.

Gaf je in 2022 goederen en diensten cadeau of tegen een symbolisch bedrag, bijvoorbeeld aan een zakenrelatie? Dan moet je een BTW-correctie toepassen in de laatste BTW-aangifte als de ontvanger van het cadeau minder dan 30% BTW kan aftrekken én de waarde meer dan €227 (exclusief BTW) per ontvanger bedraagt.

Verkoop/diensten BTW-belast en BTW-vrijgesteld
Verkoop je goederen en/of verricht je diensten die deels met BTW belast en deels van BTW vrijgesteld zijn? Dan mag je de BTW die betrekking heeft op de BTW vrijgestelde goederen en diensten niet in aftrek brengen. Gedurende het jaar 2022 heb je in jouw aangiften BTW al een inschatting gemaakt van de niet-aftrekbare BTW. In jouw laatste BTW-aangifte van 2022 bereken je of deze inschatting juist is geweest en pas je, waar nodig, een correctie toe.

Let op!
Een vergelijkbare berekening pas je ook toe voor in 2022 ingekochte diensten en roerende zaken die je deels privé hebt gebruikt.

Let op!
Voor investeringsgoederen gelden afwijkende regels. Investeringsgoederen zijn onroerende zaken, bijvoorbeeld een bedrijfspand, of roerende zaken waarop je voor de inkomstenbelasting afschrijft, bijvoorbeeld een computer.


5. Invorderingsrente 2% vanaf 1 januari 2023

De invorderingsrente op belastingschulden is vanaf 1 januari 2023 verhoogd van 1 naar 2%. Per 1 juli 2023 volgt een stijging naar 3%, waarna vanaf 1 januari 2024 de invorderingsrente weer uitkomt op het oude niveau van vóór de coronacrisis, namelijk 4%. Heb je op de uiterste betaaldatum jouw belastingen nog niet betaald? Dan ben je invorderingsrente verschuldigd vanaf de dag na de uiterste betaaldatum tot de dag waarop jouw betaling door de Belastingdienst ontvangen is. Je bent ook invorderingsrente verschuldigd over jouw belastingschulden waarvoor je langdurig uitstel van betaling kreeg in verband met de coronacrisis. Deze schulden worden vanaf 1 oktober 2022 in principe in 60 gelijke maandelijkse termijnen afgelost. De verhoging van de invorderingsrente kan misschien reden zijn om deze schulden eerder al af te lossen, mits dit uiteraard tot de mogelijkheden behoort.


6. Vraag subsidie emissieloze bedrijfsauto aan

Ondernemers en non-profitinstellingen kunnen vanaf 10 januari weer de subsidie emissieloze bedrijfsauto’s (SEBA) aanvragen voor de koop of financial lease van een nieuwe elektrische bedrijfsauto. De regeling geldt alleen voor bedrijfsauto’s die zijn gemaakt voor het vervoer van goederen in de voertuigcategorie N1 of N2 tot een maximumgewicht van 4.250 kg. De netto catalogusprijs (bij N1) of de verkoopprijs zonder BTW (bij N2) moet minimaal €20.000 bedragen en de bedrijfsauto mag bij aanvraag van de subsidie nog niet op jouw naam staan. Ook mag op het moment dat je de subsidie aanvraagt de koop- of financial leaseovereenkomst nog niet definitief zijn. Vaak wordt in de niet-definitieve overeenkomst daarom een bepaling opgenomen dat deze definitief wordt als positief besloten is op de aanvraag van SEBA-subsidie. De subsidie bedraagt maximaal €5.000.

Door |2024-05-31T09:27:55+02:0016 januari 2023|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief januari 2023
  • Schenken, wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Schenken, wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

Wat mag je in 2023 fiscaalvrij schenken? De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning is dit jaar beperkt tot €28.947. Daarnaast zijn er nog andere schenkingsvrijstellingen. De mogelijkheden voor 2023 zetten wij voor je op een rij.

Algemene vrijstellingen
De algemene vrijstelling voor schenkingen aan je kind bedraagt dit jaar €6.035. Voor schenkingen aan een ander is dit €2.418. Een schenking aan je kind die aantoonbaar gebruikt wordt voor een dure studie, is vrijgesteld tot €60.298. Je kind moet voor deze laatste schenking de leeftijd hebben tussen de 18 en 40 jaar.

Eigen woning of vrij besteedbaar?
De schenkingsvrijstelling voor de eigen woning, ook wel bekend als jubelton, is dit jaar beperkt tot €28.947. Dit vrijgestelde bedrag geldt zowel voor een schenking aan derden als voor een schenking aan je kinderen.
Eenzelfde vrijstelling geldt ook voor een eenmalige schenking aan je kinderen, die vrij besteedbaar is. Maar let op: je mag echter maar één van beide vrijstellingen eenmalig gebruiken. Het is daarom verstandig om als ouder vanaf 2023 voor de vrij besteedbare schenking te kiezen. Hiervoor gelden namelijk minder voorwaarden.

Tip! Kies je per abuis als ouder toch voor de vrijstelling eigen woning? Dan heeft de staatssecretaris toegezegd dat een schenking in de relatie ouders/kinderen, waarbij in de aangifte schenkbelasting 2023 een beroep wordt gedaan op de eenmalige verhoogde vrijstelling eigen woning, hetzelfde wordt behandeld als de eenmalige verhoogde vrijstelling zonder bestedingseis.

Let op! Ook de ontvanger van de schenking, of zijn of haar partner, moet voor de verhoogde vrijstelling van €28.947 tussen de 18 en 40 jaar zijn. De dag van de 40e verjaardag telt nog mee.

Eerdere schenking eigen woning
De schenking voor een eigen woning die voor het eerst in 2022 plaatsvond maar waarvoor toen nog niet het maximum van de vrijstelling is benut, mag in 2023 nog vrijgesteld worden aangevuld tot en met €106.671. Vond de schenking voor het eerst in 2021 plaats, en is in 2022 het maximum van de vrijstelling nog niet benut, dan kun je in 2023 nog vrijgesteld aanvullen tot en met €105.302. Voorwaarde voor de aanvullingen is wel dat in het jaar van de eerdere schenking(en) een beroep gedaan is op de vrijstelling voor de eigen woning in de aangifte schenkbelasting voor dat jaar.

Tarief
Schenk je meer dan de genoemde bedragen, dan betalen je kinderen 10% belasting over het meerdere tot €138.642. Boven dit bedrag is het tarief 20% over het meerdere. Voor kleinkinderen zijn de tarieven 18% tot €138.642 en 36% over het meerdere. Voor willekeurige derden is het tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Erfbelasting
Ook bij een erfenis gelden de nodige vrijstellingen en verschillende tarieven. De vrijstellingen voor 2023 zijn:

– echtgenoot of partner €723.526;
– kind, kleinkind €22.918;
– invalide kind €68.740;
– ouders (samen) €54.270;
– overig €2.418.

Tarief erfbelasting
Het tarief over het belaste deel bedraagt voor echtgenoten, partners en kinderen tot €138.642 10%, over het meerdere 20%. Voor kleinkinderen is dit tarief 18% tot €138.642, over het meerdere 36%. Voor overige erfgenamen is dit tarief 30% tot €138.642 en 40% over het meerdere.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-01-13T08:40:03+01:0013 januari 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Schenken, wat zijn in 2023 de mogelijkheden?

  • Aantal gewerkte uren niet meer bepalend voor toeslag kinderopvang

Aantal gewerkte uren niet meer bepalend voor toeslag kinderopvang

Het aantal uren dat een ouder werkt, is vanaf 2023 niet meer bepalend voor de kinderopvangtoeslag. Nu is het recht op kinderopvangtoeslag nog gekoppeld aan het aantal uren van de partner die het minst werkt (140 procent). Het besluit waarin dit geregeld is, wordt per 1 januari 2023 gewijzigd.

Kalendermaanden bepalend
In plaats van het aantal uren, is voortaan het aantal kalendermaanden bepalend. Het aantal uren kinderopvang dat op jaarbasis in aanmerking komt voor kinderopvangtoeslag neemt evenredig toe met het aantal kalendermaanden waarin arbeid is verricht. De koppeling tussen arbeid en kinderopvangtoeslag blijft dus wel behouden, maar zonder directe koppeling aan het aantal gewerkte uren.

Tegemoetkoming met name voor ondernemers
De tegemoetkoming is met name bedoeld voor ondernemers. Zij werken vaak onregelmatig, waardoor het moeilijk is in te schatten hoeveel uren ze in een maand werken. Door de tegemoetkoming wil het kabinet forse terugbetalingen van de toeslag voorkomen.

Uitgangspunt minst werkende ouder
Voor de bepaling van het recht op kinderopvang, wordt uitgegaan van het aantal gewerkte maanden van de minst werkende ouder. Per kalendermaand waarin arbeid is verricht, kan er aanspraak worden gemaakt op ten hoogste 230 uren kinderopvangtoeslag. In een jaar kan vanaf 2023 zodoende maximaal aanspraak worden gemaakt op 12 x 230 = 2.760 uren.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-11-21T10:57:37+01:0022 november 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Aantal gewerkte uren niet meer bepalend voor toeslag kinderopvang

  • Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

Houders van een aanmerkelijk belang, waaronder DGA’s, krijgen vanaf 2024 te maken met twee tarieven in box 2. In box 2 worden de inkomsten uit een aanmerkelijk belang belast. Daarbij gaat het met name om dividenduitkeringen en om de winst behaald bij verkoop van een aanmerkelijk belang. Dit voorstel staat in het Belastingplan 2023.

Twee tarieven
De voorgestelde tarieven vanaf 2024 bedragen 24,5% voor inkomsten tot €67.000 en 31% over het meerdere. Nu kent box 2 nog één tarief van 26,9%. Het voorstel betekent dat over een dividend tot €67.000 vanaf 2024 bijna 9% minder belasting hoeft te worden betaald. Wordt meer dividend uitgekeerd, dan betaalt men ruim 15% méér belasting in box 2 over het meerdere.

Voordeel partners
Belastingplichtigen met een partner kunnen inkomsten uit een aanmerkelijk belang in de aangifte verdelen. Ze kunnen zo een voordeel behalen door een dividenduitkering van meer dan €67.000 deels aan de partner toe te rekenen. Op deze manier kunnen zij straks maximaal 2 x €67.000, ofwel €134.000 aan dividend opnemen tegen het lage tarief van 24,5%.

Oppotten tegengaan
Het wetsvoorstel is onder meer bedoeld om het eindeloos oppotten van winstreserves in de BV tegen te gaan. DGA’s hebben er straks immers voordeel bij om jaarlijks dividend uit te keren voor zover het tarief hierover 24,5% bedraagt. Het wetsvoorstel is ook bedoeld ter financiering van de herziene belastingheffing over vermogensinkomsten in box 3.

Aanpassing aan inflatie
De nieuwe tariefschijven zullen jaarlijks aangepast worden aan de inflatie. Dit betekent dat het lage tarief van 24,5% jaarlijks toegepast wordt over een bedrag van de eerste schijf (€ 67.000), plus of min de inflatiecorrectie.

Let op! De voorstellen moeten nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen en zijn dus nog niet definitief.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-10-17T11:37:16+02:0019 oktober 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vanaf 2024 twee tarieven in box 2

  • Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?

Als jouw partner in de eenmanszaak of VOF werkt, komt de vraag aan de orde of jouw partner verplicht verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er sprake is van een dienstbetrekking.

Dienstbetrekking
Jouw partner is verplicht verzekerd voor werknemersverzekeringen als hij of zij werkt in dienstbetrekking bij uw eenmanszaak of VOF. Bij de beoordeling of sprake is van een dienstbetrekking spelen drie elementen een rol:

• Bestaat een verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten?
• Wordt een vergoeding betaald?
• Is sprake van een gezagsverhouding?

Als alle drie de vragen met ja beantwoord worden, spreken we van een dienstbetrekking en dus verzekeringsplicht voor de werknemersverzekeringen.

Gezagsverhouding
De verplichting om persoonlijk arbeid te verrichten en het betalen van een vergoeding is al snel aan de orde. De vraag die daarom meestal voorligt gaat over de gezagsverhouding.

Let op! Soms wordt nog weleens gedacht dat een familie- of persoonlijke band per definitie betekent dat geen gezagsverhouding aanwezig is. Dit is niet juist. Voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding is het namelijk voldoende dat de werkgever bevoegd is om de werknemer bindende aanwijzingen over het werk te geven. De familie- of persoonlijke band wordt wel betrokken in de beoordeling of sprake is van een gezagsverhouding, maar sluit deze dus niet per definitie uit.

Meer dan alleen aanwijzingen
Het geven van aanwijzingen betekent overigens niet dat meteen een gezagsverhouding ontstaat. Een opdrachtgever maakt met zijn opdrachtnemer immers ook afspraken over het resultaat van de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Een gezagsverhouding kan wel ontstaan als ook over de invulling (hoe, wanneer, waarmee et cetera) van de werkzaamheden aanwijzingen worden gegeven. Het antwoord op de vraag of een gezagsverhouding en dus een dienstbetrekking aanwezig is, is dus sterk afhankelijk van de feiten en omstandigheden.

Tip! Werkt jouw partner onder vergelijkbare omstandigheden en voorwaarden als de andere werknemers? Dan is waarschijnlijk sprake van een dienstbetrekking.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2022-04-21T19:59:11+02:0021 april 2022|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Is een meewerkend partner verplicht verzekerd?