ondernemen

  • Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

Als je een woning voorziet van zonnepanelen, is de BTW op deze zonnepanelen in beginsel aftrekbaar. Of de BTW op de woning zelf door de plaatsing van de zonnepanelen ook aftrekbaar is, is nog maar de vraag. Dit volgt uit een recent arrest van de Hoge Raad.

BTW zonnepanelen
Dat de btw op de zonnepanelen zelf aftrekbaar kan zijn, volgt uit het feit dat de opgewekte energie wordt teruggekeerd aan de energiemaatschappij. De eigenaar van de zonnepanelen opereert hiermee als ondernemer.

BTW op woning ook aftrekbaar?
Er wordt al jaren gediscussieerd en geprocedeerd over de vraag of ook de BTW op de woning waarop de zonnepanelen zijn bevestigd, aftrekbaar is. De woning is immers noodzakelijk voor de bevestiging van de zonnepanelen en zou daarom ook tot het ondernemingsvermogen voor de BTW moeten kunnen worden gerekend, zo is de redenering.

Hoge Raad akkoord
In 2017 had het hof Arnhem de aftrek van BTW op een woning waarop zonnepanelen waren geplaatst, toegestaan. Deze woning behoorde tot het ondernemingsvermogen van de belastingplichtige. De BTW op het deel van het dak waarop de zonnepanelen waren geplaatst, kwam volgens het hof voor aftrek in aanmerking. De Hoge Raad ging hiermee akkoord.

Hoge Raad niet akkoord
Onlangs besliste de Hoge Raad in een vergelijkbare situatie dat de BTW op een deel van de woning door plaatsing van zonnepanelen niet aftrekbaar is. In deze zaak ging het om een DGA die een werkruimte in zijn woning aan zijn BV verhuurde. De DGA kon de woning dus ook niet tot het ondernemingsvermogen rekenen, wat een mogelijke verklaring voor de andersluidende visie van de Hoge Raad kan zijn.

Rechtstreeks en onmiddellijk verband
Volgens het arrest dient er een ‘rechtstreeks en onmiddellijk verband’ te bestaan tussen de aankoop van de woning en de te leveren zonne-energie. Volgens de Hoge Raad is onvoldoende aangetoond dat dit verband bestaat en dus staat de Hoge Raad de aftrek van de BTW op een deel van het dak niet toe.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-27T09:50:32+02:0027 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Hoge Raad beperkt aftrek BTW op woning met zonnepanelen

  • Hoog of laag BTW-tarief bij parkeerdiensten attractiepark?

Hoog of laag BTW-tarief bij parkeerdiensten attractiepark?

Bied je als ondernemer naast toegang tot bijvoorbeeld een attractiepark, museum of festival ook parkeerdiensten aan, dan moet je daarover BTW rekenen. Hoeveel? Over het algemeen is dat het hoge tarief maar onder omstandigheden kan wellicht het lage tarief van toepassing zijn. Wat precies die omstandigheden zijn wordt langzaamaan duidelijker in de jurisprudentie.

Bijkomende dienst
In 2018 oordeelde de Hoge Raad over de vraag of het verlenen van toegang tot een natuurpark en een parkeerdienst samen één prestatie vormen. Omdat op het verlenen van toegang tot het natuurpark het verlaagde BTW-tarief (6%) van toepassing is, zou dat lage tarief dan ook van toepassing zijn op de parkeerdienst. De Hoge Raad dacht daar anders over: omdat het parkeren vanuit de gemiddelde consument bezien een doel op zich is en geen bijkomende dienst, is sprake van twee losse prestaties. De parkeerdienst kon daarom niet meegetrokken worden in het verlaagde BTW-tarief. Voor parkeren bij een diergaarde, een attractiepark, een museum en een festival werd in latere jurisprudentie eenzelfde oordeel geveld.

Feitelijke omstandigheden
Dat er niet snel sprake is van één prestatie werd duidelijk in een zaak over een slecht bereikbaar attractiepark. Het begon gunstig voor de ondernemer: het gerechtshof oordeelde dat sprake was van één prestatie waarop het verlaagde BTW-tarief van toepassing was. Het hof kwam tot dat oordeel omdat het vond dat de consument wegens de slechte bereikbaarheid van het park geen andere keuze had dan met de auto te komen en te parkeren op het parkeerterrein. De Hoge Raad zag dat anders. Omdat het beschikken over een auto in het park voor bezoekers geen rol speelt, is ook hier het parkeren een doel op zich. Dat een grote groep bezoekers vanwege de omstandigheden met de auto naar het park komt maakt dat niet anders.

Beschikken over auto speelt voor bezoekers een rol
Zijn er dan nog wel situaties waarin sprake kan zijn van één prestatie? Er zal niet gauw sprake van zijn gezien de stand van de jurisprudentie op dit moment. Maar op basis van het laatste arrest van de Hoge Raad kan de situatie anders zijn in het geval het gaat om een park waarin het beschikken over een auto voor bezoekers een rol speelt. Wellicht dat te denken valt aan een safaripark?

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-21T10:58:36+02:0021 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Hoog of laag BTW-tarief bij parkeerdiensten attractiepark?
  • Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

Er wordt, nu Corona opnieuw oplaait, weer veel thuis gewerkt. Misschien wil je iets extra’s voor de werknemers doen en een online borrel organiseren? Hoe zit dat precies?

Online borrel
Bij een online borrel stuurt de werkgever zijn werknemers enkele drankjes en hapjes om er al dan niet gezamenlijk van te genieten. Een dergelijk pakket is in beginsel niet vrijgesteld en dus belast als loon. Je kunt het wel onderbrengen in de werkkostenregeling.

Vrije ruimte
Breng je het onder in de werkkostenregeling, dan blijft het borrelpakket onbelast voor de werknemer. Blijf je dit jaar met de vergoedingen en verstrekkingen binnen de vrije ruimte van de werkkostenregeling, dan hoef je ook geen belasting te betalen. Schiet je over de vrije ruimte heen, dan betaal je als werkgever 80% eindheffing over het meerdere.

Wanneer onbelast?
Het borrelpakket is alleen onbelast als de werkruimte thuis voldoet aan de fiscale eisen. Er moet dan sprake zijn van een werkruimte thuis die zelfstandig is en dus over een eigen ingang en sanitair beschikt. Ook moet je de werkruimte van de werknemer huren en moet de werknemer in die ruimte werken. Is aan al deze voorwaarden voldaan, dan is het borrelpakket onbelast.

Verzendkosten
Ook de verzendkosten van het borrelpakket tellen mee voor de belastingheffing. Een borrelpakket van €40 plus €10 verzendkosten betekent dus een totale waarde van €50, die je desgewenst kunt onderbrengen in de werkkostenregeling.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-21T09:43:40+02:0021 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Online borrelen, hoe zit het fiscaal?

  • Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen

Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen

Een gerechtshof heeft eerder geoordeeld dat er geen overdrachtsbelasting is verschuldigd over de aankoop van aandelen in een opslagbedrijf. Het gerechtshof vond dat niet was voldaan aan alle voorwaarden om overdrachtsbelasting te heffen. Dat biedt mogelijkheden voor bezwaar.

Gebruik in eigen bedrijfsproces
De aankoop van aandelen in een rechtspersoon met onroerende zaken kan worden belast in de overdrachtsbelasting. Het gerechtshof oordeelde dat het gebruik van de onroerende zaken plaatsvindt in het eigen bedrijfsproces en het bedrijf is gericht op een ander doel dan alleen de exploitatie van de onroerende zaken. Het ging namelijk om een opslagbedrijf dat daarbij aanvullende dienstverlening biedt. Over de aankoop van de aandelen in het opslagbedrijf was daarom geen overdrachtsbelasting verschuldigd. Tegen de uitspraak van het gerechtshof ging de staatssecretaris in cassatie bij de Hoge Raad.

Laat tijdig beoordelen of aan voorwaarden is voldaan
De Hoge Raad oordeelde in cassatie dat het gerechtshof de zaak niet duidelijk heeft gemotiveerd. Het was niet duidelijk genoeg waarom sprake is van de uitzondering. De zaak is verwezen naar een ander gerechtshof dat de zaak opnieuw moet beoordelen.

Mogelijk komt dat andere gerechtshof tot hetzelfde oordeel. Laat daarom tijdig beoordelen of in jouw geval sprake is van een ander doel dan alleen de exploitatie van de onroerende zaken om zo eventueel overdrachtsbelasting te voorkomen.

Tip! Heeft de aandelenoverdracht al plaatsgevonden en is de overdrachtsbelasting al betaald? Maak dan in afwachting van de uitspraak van het andere gerechtshof alvast bezwaar tegen die betaling. De termijn daarvoor is zes weken nadat de overdrachtsbelasting op aangifte is voldaan.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-20T10:55:10+02:0020 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor Bespaar overdrachtsbelasting bij aankoop aandelen
  • Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

Ligt het aantal uren dat een werknemer werkt structureel hoger dan overeengekomen? Dan kan een werknemer deze arbeidsomvang afdwingen bij de werkgever. Ook al zijn er andere uren overeengekomen.

De wetgever heeft in het Burgerlijk Wetboek een zogenaamd rechtsvermoeden van arbeidsomvang opgenomen. Als er sprake is van een structureel arbeidspatroon over een periode van drie maanden kan een werknemer daar, behoudens tegenbewijs, rechten aan ontlenen.

Rechtsvermoeden arbeidsomvang
Het rechtsvermoeden arbeidsomvang speelt vooral een rol bij de zogenaamde nul-urencontracten en min-maxcontracten, die een werkgever enige vrijheid geven voor wat betreft het aantal uren dat hij een werknemer laat werken. Deze vrijheid kan in de praktijk dus heel anders uitpakken. Als een werknemer gedurende drie maanden structureel meer werkt dan is overeengekomen, kan dit betekenen dat de werkgever gehouden is de werknemer ook daarna het bij die gemiddelde arbeidsduur behorende salaris te blijven uitbetalen.

De vlieger gaat niet altijd op…
Er moet wel sprake zijn van een structureel arbeidspatroon. Als een werknemer tijdelijk meer werkt vanwege bijzondere omstandigheden, zoals een piekmoment in de zomer of tijdelijk meerwerk vanwege de ziekte van een andere medewerker, is er geen sprake van een structureel arbeidspatroon. In dat geval is het mogelijk dat deze maanden niet worden meegenomen in de zogeheten referteperiode of dat er wordt uitgegaan van een langere referteperiode.

Tip! Zorg ervoor dat u uw werknemer in het geval van bijzondere omstandigheden schriftelijk laat weten dat u hem vanwege die bijzondere omstandigheden tijdelijk meer uren laat werken dan gebruikelijk.

De praktijk: de zieke horecamedewerkster
Een horecamedewerkster had een arbeidsomvang van vier uren per week. Ze werkte in de praktijk meer uren, maar was ook regelmatig langdurig ziek. In een procedure stelde ze dat haar werkgever ten onrechte uitging van een laag aantal uren (gemiddeld 4,2 uren per week) omdat zij tijdens deze periode vooral ziek was geweest. De rechter ging daarin mee en keek naar de periode voor haar ziekte en stelde vast dat zij gedurende die periode gemiddeld 11,9 uur per week werkte. Haar loon tijdens ziekte moest op basis van die arbeidsomvang worden uitbetaald.

De praktijk: arbeidsomvang bij ontslag
Een medewerkster van een andere onderneming kreeg het bericht dat de werkgever de onderneming ging sluiten vanwege de Coronacrisis. Aangezien de medewerker op basis van een oproepovereenkomst werkte, werd zij niet meer opgeroepen en kreeg geen salaris meer. De rechter keek naar haar gemiddelde maandsalaris en oordeelde dat zij van haar werkgever een aanbod had moeten krijgen voor haar vaste arbeidsomvang. De medewerkster had dan ook recht op salaris op basis van deze gemiddelde arbeidsomvang over de maanden dat ze geen salaris ontving en over de opzegtermijn.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-19T12:12:19+02:0019 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Meer uren werken dan vastgelegd? Waar moet je op letten?

  • Corona? Geen verdere versoepeling excessief lenen DGA

Corona? Geen verdere versoepeling excessief lenen DGA

Vanaf 2023 mogen DGA’s niet meer dan €500.000 lenen bij hun eigen BV. Het wetsvoorstel waarin dit geregeld wordt, zal niet verder worden versoepeld vanwege de Coronacrisis. Dit meldde staatssecretaris Vijlbrief eerder aan de Tweede kamer.

Wet excessief lenen
Het wetsvoorstel excessief lenen wil bovenmatige leningen van DGA’s bij hun BV’s tegengaan. Daarom wordt vanaf 2023 een bovenmatige lening belast in Box 2. Een DGA mag dan nog maximaal €500.000 bij zijn BV lenen plus een hypotheek voor de eerste eigen woning bij de BV afsluiten.

Coronacrisis
De Tweede Kamer had gevraagd of verdere versoepelingen van het wetsvoorstel nodig zijn vanwege de Coronacrisis. Volgens de staatssecretaris is het nog te vroeg om aan te kunnen geven of dit nodig is. Hij geeft wel aan dat in 2019 ongeveer €13,6 miljard aan extra dividend is uitgekeerd. Of dit is vanwege het toen nog geldende tarief van 25% (nu 26,9%) of vanwege anticipatie op het wetsvoorstel, is onbekend.

Uitstel met één jaar
De staatssecretaris geeft aan dat vanwege de Coronacrisis de ingangsdatum van de wet al met één jaar is uitgesteld tot 1 januari 2023. Dit betekent dat een DGA pas op 31 december 2023 aan de nieuwe eisen van de wet hoeft te voldoen en ook pas op dat moment zijn schulden aan de BV teruggebracht moet hebben tot maximaal €500.000.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-16T10:56:45+02:0016 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Corona? Geen verdere versoepeling excessief lenen DGA

  • Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen?

Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen?

Als je zaken aan het personeel vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, is dit in de regel belast. Maar niet altijd en daarbij kan het verschil maken of je een zaak vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt. Maar wat is het onderscheid?

Wie wordt eigenaar?
Als je een zaak vergoedt aan een werknemer, koopt de werknemer de zaak en betaal je het aankoopbedrag aan hem terug. De werknemer is dan ook de eigenaar. Bij verstrekken koop je de zaak en geef je deze aan de werknemer. Ook dan wordt de werknemer de eigenaar. Bij ter beschikking stellen is dat niet zo. Je koopt de zaak en de werknemer mag de betreffende zaak slechts gebruiken. Je blijft ook de eigenaar.

Let op! Stel je een zaak ter beschikking, dan moet de werknemer deze teruggeven als hij uit dienst gaat. Je bent immers de eigenaar. Hij kan ook de restwaarde vergoeden.

Belast of niet?
Het kan fiscaal nogal wat verschil maken of je een zaak aan een werknemer vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt. Daarom is het van belang hier vooraf rekening mee te houden. Vergoed of verstrek je bijvoorbeeld werkkleding, zoals de overal van een schilder, dan is dit belast. Stel je de werkkleding ter beschikking, dan is het onbelast.

Werkkostenregeling
Als zaken belast zijn, kun je belastingheffing bij de werknemer voorkomen door ze onder te brengen in de werkkostenregeling. Als je in een jaar binnen de zogenaamde ‘vrije ruimte’ blijft, hoef je als werkgever ook geen belasting te betalen. Daarboven betaal je 80% belasting via de eindheffing. Daarom is het belangrijk zoveel mogelijk gebruik te maken van onbelaste mogelijkheden.

Tip! Op de site van de Belastingdienst tref je het Handboek loonheffingen aan. Hierin staat welke zaken je onbelast kunt vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen.

BTW-aspecten
Houd bij de vraag of je zaken vergoedt, verstrekt of ter beschikking stelt, ook de BTW in de gaten. Zo kun je bijvoorbeeld vakliteratuur belastingvrij vergoeden, verstekken of ter beschikking stellen. Vergoed je echter de vakliteratuur, dan kun je alleen de BTW terugkrijgen als de factuur op naam van het bedrijf staat.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-14T11:47:42+02:0014 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen?

  • Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

De Belastingdienst vindt dat dat het vergoeden of verstrekken van accessoires die verband houden met een ter beschikking gestelde fiets onbelast is. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld een extra slot, het vergoeden van reparatiekosten of om een fietsverzekering.

Fiets van de zaak
De overheid wil fietsen naar het werk stimuleren, reden waarom sinds 2020 een fiscaal vriendelijke regeling is getroffen voor de ter beschikking gestelde fiets van de zaak. Voor een ter beschikking gestelde fiets moet jaarlijks een bijtelling van 7% van de cataloguswaarde als loon worden aangemerkt.

Let op! De regeling geldt alleen als een fiets ter beschikking wordt gesteld en dus eigendom van de werkgever blijft. Bij het vergoeden of verstrekken van een fiets geldt de regeling niet, maar is de werkelijke waarde belast.

Accessoires
De Handreiking bijtelling fiets van de zaak van de Belastingdienst vermeldt dat het vergoeden of verstrekken van accessoires die verband houden met een ter beschikking gestelde fiets onbelast is. Het gaat dan bijvoorbeeld over een extra slot of het vergoeden van reparatiekosten. De accessoires leiden ook niet tot een hogere bijtelling.

Verzekering
Het bovenstaande geldt ook voor een fietsverzekering. De Belastingdienst gaat er namelijk van uit dat het hier intermediaire kosten betreft, aangezien de fiets eigendom is van de werkgever.

Regenpak
De handreiking van de Belastingdienst meldt ook dat het vergoeden, verstrekken of ter beschikking stellen van een regenpak in beginsel wel belast is en dat je dit kunt voorkomen door het regenpak onder te brengen in de werkkostenregeling.

Tip! Belastingheffing kun je ook voorkomen door het regenpak ter beschikking te stellen en te laten bedrukken met een bedrijfslogo van minstens 70 cm2, omdat het regenpak dan als werkkleding wordt aangemerkt.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-13T12:08:15+02:0013 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Extra slot of reparatie fietsregeling belast of onbelast?

  • Nieuwsbrief juli 2021

Nieuwsbrief juli 2021

1. Per 1 juli extra regels voor bestuur vereniging en stichting

Besturen van verenigingen en stichtingen krijgen met ingang van 1 juli van dit jaar met extra regels te maken. Dit is het gevolg van de invoering van de Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen (WBTR).

Wet Bestuur en Toezicht Rechtspersonen
De WBTR is bedoeld om wanbestuur binnen verenigingen en stichtingen zo veel mogelijk te voorkomen. Met de WBTR wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de regels die al gelden voor besturen van NV’s en BV’s. Overigens bevat de WBTR ook een aantal aanpassingen voor de NV en BV, maar daar gaan wij hier aan voorbij.

Aansprakelijkheid bestuurders
De bestaande aansprakelijkheid van bestuurders wordt in de WBTR uitgebreid. De aansprakelijkheid wordt uitgebreid met aansprakelijkheid bij faillissement als er sprake is van ernstig verzuim.

Tegenstrijdig belang
Een van de zaken die in de WBTR geregeld wordt, is het voorkomen van tegenstrijdige belangen. Daarom is in de nieuwe wet bepaald dat een bestuurder van een vereniging of stichting niet mag deelnemen aan vergaderingen over een bepaald onderwerp als hij ook een persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de vereniging of stichting. Ook mag hij in die gevallen niet deelnemen aan de besluitvorming.

Stemrecht aan banden
In de WBTR kan een bestuurder nooit meer stemmen uitbrengen dan de rest van het bestuur samen. Een bestaande afwijkende statutaire regeling is geldig tot 1 juli 2026 of tot de eerstvolgende statutenwijziging, als dit eerder is.

Alternatieve besluitvorming
Als in een vereniging of stichting met een klein bestuur geen van de bestuursleden nog in functie is of afwezig, kunnen formeel geen besluiten meer worden genomen. Volgens de WBTR dienen dan de statuten te bepalen hoe besluiten dan toch genomen kunnen worden, bijvoorbeeld via een commissie.


2. Betaling transitievergoeding in termijnen? Mag dat?

Over de hoogte van de te betalen transitievergoeding kan discussie ontstaan. Zeker als een bedrijf op een later moment is overgenomen. Wat zegt de kantonrechter in Amsterdam hierover? En mocht de werkgever door de Coronacrisis de transitievergoeding in termijnen betalen?

In een aan de kantonrechter in Amsterdam voorgelegde zaak ging het om een werknemer die claimde al vanaf 1993 bij de werkgever werkzaam te zijn. Zijn huidige werkgever had de zaak overgenomen in 2017 en was van mening dat hij pas vanaf dat moment een transitievergoeding hoefde te betalen. Bijkomend punt was dat de werkgever aangaf vanwege de slechte financiële situatie de transitievergoeding niet te kunnen betalen.

Opvolgend werkgeverschap
De rechter oordeelde hier dat de werknemer inderdaad vanaf 1993 in dienst was en dat sprake was van opvolgend werkgeverschap waardoor de werkgever dus ook de dienstjaren vóór de overname moest meerekenen. Dit betekende dat de werknemer recht had op een transitievergoeding berekend vanaf 1993. De financiële situatie vormde geen reden voor de rechter om af te zien van de transitievergoeding.

Wanneer sprake van opvolgend werkgeverschap?
Van opvolgend werkgeverschap is volgens de wet sprake bij op elkaar volgende arbeidsovereenkomsten tussen een werknemer en verschillende werkgevers die, ongeacht of inzicht bestaat in de hoedanigheid en geschiktheid van de werknemer, ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijs geacht moeten worden elkaars opvolger te zijn. Het opvolgend werkgeverschap is een bepaling van driekwart dwingend recht, wat betekent dat er in een CAO van mag worden afgeweken ten nadele van een werknemer. Het is dus raadzaam de eventueel toepasselijke CAO erop na te slaan.

Let op!
Om te constateren dat sprake is geweest van opvolgend werkgeverschap moet het gaan om dezelfde verrichte arbeid. Is de arbeid gewijzigd, dan is opvolgend werkgeverschap niet aan de orde.

Betaling in termijnen
De kantonrechter vond het wel aannemelijk dat de slechte financiële situatie van de werkgever een gevolg was van de door de overheid opgelegde beperkende Coronamaatregelen en niet te wijten was aan de werkgever zelf. Om die reden stond de kantonrechter het de werkgever toe de verschuldigde transitievergoeding in 16 termijnen van een maand te betalen.

Dit is op zich een bijzondere uitspraak, omdat deze afwijkt van de bepaling over gespreide betaling als neergelegd in de Ontslagregeling. De Ontslagregeling bepaalt dat indien de betaling van de transitievergoeding ineens leidt tot onaanvaardbare gevolgen voor de bedrijfsvoering van de werkgever, deze over maximaal zes maanden kan worden gespreid. Deze zes maanden beginnen te lopen vanaf het moment dat de transitievergoeding uiterlijk betaald had moeten worden, oftewel een maand na afloop van het dienstverband. Bij een dergelijke gespreide betaling is de werkgever wel de wettelijke rente (nu 2%) verschuldigd.


3. Vanaf 1 maart 2022 subsidie STAP voor scholing

Vanaf 2022 is het niet meer mogelijk om scholingsuitgaven in de aangifte inkomstenbelasting in aftrek te brengen. In plaats daarvan kunnen werkenden en werkzoekenden vanaf 1 maart 2022 een beroep doen op de subsidieregeling STAP-budget. Ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget moeten daarvoor wel voor die tijd actie ondernemen.

STAP-budget
Het STAP-budget is een subsidieregeling van de Rijksoverheid en wordt uitgevoerd door het UWV. STAP staat voor Stimulans Arbeidsmarkt Positie. Met de subsidieregeling kunnen werkenden en werkzoekenden aanspraak maken op een persoonlijk ontwikkelbudget van maximaal € 1.000 (inclusief BTW) per jaar. Dat budget is voor les-, cursus-, college- of examengeld en voor kosten van verplicht gestelde leer- of beschermingsmiddelen. Als de aanvraag voor het budget is goedgekeurd, wordt het bedrag betaald aan de opleider.

Let op!
Aanvragen is nu nog niet mogelijk, dit kan pas vanaf 1 maart 2022. Voor scholingsuitgaven die daarvoor in aanmerking komen, kan tot en met 31 december 2021 nog gebruikgemaakt worden van de fiscale aftrek in de aangifte inkomstenbelasting.

Geregistreerde opleidingen
Het is alleen mogelijk om een STAP-budget aan te vragen voor opleidingen die zijn geregistreerd in het scholingsregister. Voor ondernemers die opleidingen willen aanbieden die in aanmerking komen voor het STAP-budget is het daarom belangrijk dat hun opleidingen worden opgenomen in dit scholingsregister.

Het scholingsregister wordt door Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) bijgehouden.

Scholingsregister
Om een opleiding of scholingsactiviteit te kunnen laten opnemen in het scholingsregister moet eerst de opleider opgenomen zijn in het register. Een opleider wordt door de bepaalde organisaties in het scholingsregister geregistreerd als de opleider door deze organisatie erkend is. Het gaat dan om een opleider die:

  • is erkend door het ministerie van OCW of
  • beschikt over het NRTO-keurmerk of
  • opleidingen aanbiedt die leiden tot een door het NCP NLQF ingeschaalde kwalificatie of
  • is erkend door een sector- of brancheorganisatie.

Ook een door het Nationaal Kenniscentrum EVC erkende EVC-aanbieder wordt in het scholingsregister geregistreerd.

Tip!
Ben je (nog) niet erkend door een van deze organisaties? Dan kun je daar misschien nu nog verandering in aanbrengen.

Let op!
Met de registratie ben je er nog niet. Een burger kan pas STAP-budget voor een opleiding aanvragen als je de gegevens hebt aangevuld en de scholingsactiviteiten hebt geregistreerd. Deze aanvulling en registratie zijn nu nog niet mogelijk, maar waarschijnlijk vanaf het vierde kwartaal wel. Houd hiervoor de website duo.nl/stap/ in de gaten. Op deze website vind je ook meer informatie over het scholingsregister.


4. Wat wil je weten over de digitale bewaarplicht?

Ondernemers dienen hun administratie in beginsel zeven jaar te bewaren. Administraties zijn tegenwoordig vergaand gedigitaliseerd en dus heeft de Belastingdienst de fiscale eisen hieromtrent toegelicht.

Gegevens raadplegen
De bewaarplicht houdt ook in dat de bewaarde gegevens te raadplegen moeten zijn. Dit betekent dat bijvoorbeeld oude apparatuur bewaard moet blijven als bepaalde digitale bestanden alleen op die manier te raadplegen zijn. Denk bijvoorbeeld aan de oude floppydisk of een eerdere Windows-versie.

Niet alleen Auditfile
De Auditfile Financieel is een uittreksel van het grootboek en wordt door de meeste boekhoudpakketten in Nederland ondersteund. Het is echter niet voldoende om alleen de Auditfile te bewaren, omdat hierin lang niet alle administratieve boekingen zijn opgenomen.

Conversie
Het is toegestaan om gegevens van het ene opslagmedium naar een ander over te brengen, zoals het scannen van een papieren document of de inhoud van een cd-rom naar een USB-stick. Hiervoor geldt wel de voorwaarde dat de conversie juist en volledig gebeurt, dat de geconverteerde gegevens gedurende de gehele bewaartermijn beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd te reproduceren, leesbaar te maken en te controleren zijn.

Papieren documenten niet bewaren
Als je aan genoemde voorwaarden voldoet, hoeven de originele documenten niet meer te worden bewaard. Daarbij zal de digitale versie de plaats innemen van het origineel. In principe kunnen alle documenten worden geconverteerd, met uitzondering van de balans, de staat van baten en lasten en van bepaalde douanedocumenten.

Elektronische communicatiemiddelen
Ook digitale agenda’s en berichten zoals via e-mail, WhatsApp, sms en Facebook dienen bewaard te worden, voor zover ze zakelijk zijn. Bij een controle moeten deze gegevens ter beschikking worden gesteld in de vorm waar de inspecteur om vraagt.

Let op!
Als er geen duidelijke scheiding tussen zakelijke en persoonlijke informatie wordt aangebracht, moeten dus ook privégegevens worden bewaard.


5. Uitstel van betaling belastingschulden verlengd tot 1 oktober

Bedrijven kunnen langer uitstel van betaling krijgen van hun belastingschulden. Oorspronkelijk moesten bedrijven vanaf 1 juli van dit jaar hun nieuwe belastingschulden weer gewoon betalen. Maar dat is nu met drie maanden uitgesteld, waardoor bedrijven dus pas vanaf 1 oktober van dit jaar hun nieuwe belastingschulden hoeven te voldoen.

Alle opgebouwde belastingschulden hoeven vervolgens pas vanaf 1 oktober 2022 te worden afgelost. Dit mag uitgespreid over een periode van vijf jaar.


6. Kabinet maximeert NOW vanaf 1 juli op 80%

De tegemoetkoming in de loonkosten via de NOW wordt gemaximeerd tot een omzetverlies van 80%. Het nieuwe maximum gaat in vanaf de NOW-aanvraag van het derde kwartaal 2021. De NOW is een tegemoetkoming in de loonkosten als bedrijven vanwege Corona met een omzetverlies van minstens 20% te maken hebben. De tegemoetkoming bedraagt 85% van de loonkosten. Door maximering van het omzetverlies tot 80%, bedraagt de maximale compensatie vanaf het derde kwartaal nog 68% (80/% omzetverlies X 85% subsidiepercentage).

Door de aanpassing wordt de uitvoering van de NOW met enkele weken vertraagd. Oorspronkelijk zou de tegemoetkoming voor de periode juli t/m september vanaf 5 juli kunnen worden aangevraagd, maar dit wordt dus enkele weken later.

Door |2024-05-31T09:28:55+02:0013 juli 2021|Nieuwsbrief|Reacties uitgeschakeld voor Nieuwsbrief juli 2021
  • Factuur op de zaak, BTW automatisch aftrekbaar?

Factuur op de zaak, BTW automatisch aftrekbaar?

Het enkele feit dat een factuur op naam van een onderneming staat, betekent nog niet automatisch dat de vermelde BTW aftrekbaar is. Van belang is tevens of de zaken gebruikt worden om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. Zo niet, dan is de aftrek van BTW uitgesloten.

Wie is de afnemer?
In een zaak die speelde voor het gerechtshof in Leeuwarden, had een BV de BTW op de woning van de DGA in aftrek gebracht. De facturen stonden op naam van de BV, maar duidelijk was dat de BV niet de afnemer van de woning was maar de DGA. Die was ook de eigenaar van de woning en van de inventaris.

Werkkamer
De aanwezige werkkamer kon bovendien alleen betreden worden via de privévertrekken in de woning. Volgens het hof was dit voldoende indicatie dat de BV de ruimtes niet gebruikte om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen. De BTW was dan ook terecht niet in aftrek toegelaten. Ook de boete bleef in stand.

Contact
Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2021-07-12T13:00:55+02:0012 juli 2021|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Factuur op de zaak, BTW automatisch aftrekbaar?