ondernemen

Keuze volledige belastingplicht voor culturele ANBI

ANBI’s die zich (nagenoeg) uitsluitend richten op cultuur, kunnen kiezen om ook hun activiteiten die niet onder de vennootschapsbelasting vallen daarin onder te brengen. Groot voordeel hiervan kan zijn dat verliezen van deze activiteiten verrekend kunnen worden met activiteiten die wel onder de vennootschapsbelasting vallen.

Keuze

Factuur

Een culturele ANBI kan activiteiten hebben die wel en die niet onder de vennootschapsbelasting (Vpb) vallen. Als met de activiteiten die niet onder de Vpb vallen verliezen geleden worden, kunnen deze verliezen niet verrekend worden met de andere activiteiten.

Dat is anders als de culturele ANBI kiest voor volledige belastingplicht Vpb. Na zo’n keuze vallen namelijk alle activiteiten van de ANBI onder de Vpb, waardoor verliezen en winsten onderling wel verrekend kunnen worden.

Let op! Deze keuze is alleen mogelijk voor culturele ANBI’s en niet voor andere ANBI’s.

Verzoek

Wil je kiezen voor volledige belastingplicht, dan moet u dat schriftelijk aanvragen bij de Belastingdienst. Doe dit binnen zes maanden na afloop van het boekjaar waarin u de volledige belastingplicht voor het eerst wilt toepassen. Voor het jaar 2023 moet u een dergelijk verzoek dus vóór 1 juli 2024 indienen. De Belastingdienst beslist vervolgens of aan jouw aanvraag tegemoetgekomen kan worden en welke voorwaarden daarvoor gelden.

Let op! Hiervoor gelden standaardvoorwaarden. Deze voorwaarden hebben onder meer betrekking op het beperken van de voordelen van de volledige belastingplicht tot de periode waarin deze volledige belastingplicht geldt.

Tien jaar

Je maakt de keuze meteen voor tien jaar. Pas na die tien jaar kun je de volledige belastingplicht weer opzeggen. Doe je dat dan niet, dan zit je wederom tien jaar aan de keuze voor volledige belastingplicht vast.

Let op! Overleg met onze adviseurs of in jouw situatie de keuze voor volledige belastingplicht verstandig is. Zij kunnen jou adviseren over de gevolgen en de mogelijke benodigde andere acties die nodig zijn.

Door |2023-10-27T14:57:24+02:0027 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Keuze volledige belastingplicht voor culturele ANBI

Aanpassing groottecriteria van uw onderneming

De groottecriteria die bepalen of jouw onderneming als een grote, middelgrote, kleine of micro-onderneming wordt bestempeld, zijn in verband met de inflatietrend in de eurozone door de Europese Commissie aangepast.

Drempelbedragen

Kantoor

De drempelbedragen worden bepaald door drie criteria: omzet, balanstotaal en gemiddeld aantal medewerkers. Brussel verhoogt nu, conform eerdere voorstellen, de bedragen van de criteria balanstotaal en omzet met zo’n 25 procent.

De huidige en bijgestelde drempels (voor 25% inflatie en afgerond naar boven) worden:

Balans  Netto-omzet 
Micro  Huidig 350 000 700 000
Bijgesteld 450 000 900 000
Toename 28,6% 28,6%
Klein (onderkant)  Huidig 4 000 000 8 000 000
Bijgesteld 5 000 000 10 000 000
Toename 25,0% 25,0%
Klein (bovenkant) Huidig 6 000 000 12 000 000
Bijgesteld 7 500 000 15 000 000
Toename 25,0% 25,0%
Middelgroot/Groot Huidig 20 000 000 40 000 000
Bijgesteld 25 000 000 50 000 000
Toename 25,0% 25,0%

Bron: Europese Commissie (DG FISMA)

Ben je controleplichtig?

De drempelbedragen bepalen onder andere of jouw onderneming controleplichtig is. Op dit moment krijgen ondernemingen te maken met de controleplicht van de jaarrekening als zij twee achtereenvolgende boekjaren voldoen aan twee van de drie criteria:

  • het balanstotaal kent een waarde van minimaal € 6.000.000;
  • de omzet bedraagt minimaal € 12.000.000;
  • er zijn minimaal 50 werknemers in dienst.

Door de verhoging van de eerste twee criteria zullen minder ondernemingen controleplichtig worden. Tevens hoeven minder ondernemingen te voldoen aan de vereisten op het gebied van duurzaamheidsrapportage (CSRD). Volgens de Europese Commissie wordt hierdoor een deel van de regeldruk bij mkb-ondernemingen weggenomen.

Ingangsdatum boekjaar 2024 of 2023?

Alle lidstaten van de EU moeten de nieuwe drempelwaarden uiterlijk vanaf boekjaar 2024 toepassen. De Nederlandse overheid heeft de mogelijkheid om deze nieuwe drempelbedragen met een vervroegde toepassing voor boekjaar 2023 al te laten gaan. Het is nog niet duidelijk of de overheid hiervoor kiest.

Door |2023-10-27T14:55:30+02:0027 oktober 2023|MKB Nieuws|Reacties uitgeschakeld voor Aanpassing groottecriteria van uw onderneming

Compensatie transitievergoeding diepslapers en afhandeling door UWV

Ben je als werkgever nog bezig met het recht op compensatie voor de transitievergoeding voor dienstverbanden van langdurig zieke werknemers van wie het opzegverbod al vóór 1 juli 2015 was verstreken? Maar waarbij je het dienstverband pas na 1 juli 2015 hebt beëindigd? Daarover is nu duidelijkheid.

Wat was de discussie?
De transitievergoeding bij het beëindigen door de werkgever van het dienstverband, dan wel het niet verlengen van een tijdelijk contract, is sinds 1 juli 2015 wettelijk geregeld. Er bestond discussie over de vraag of er voor werkgevers ook recht op compensatie bestaat voor de dienstverbanden van langdurig zieke werknemers waarbij het opzegverbod al vóór 1 juli 2015 was verstreken, maar waarbij de werkgever het dienstverband pas na 1 juli 2015 had beëindigd.

Het UWV was aanvankelijk van mening dat dit niet het geval was, omdat de werkgever voor de ingangsdatum van de transitievergoeding het dienstverband had kunnen beëindigen. Dergelijke compensatieverzoeken van zogeheten diepslapers werden door het UWV afgewezen. De werknemer had dan wel recht op een transitievergoeding, maar de werkgever kreeg deze niet gecompenseerd.

Standpunt jurisprudentie
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft vorig jaar juni echter bepaald dat ook voor ‘oude’ gevallen, voor wie tussen 1 juli 2015 en de inwerkingtredingsdatum van de compensatieregeling transitievergoeding is betaald bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid, compensatie gevraagd kan worden. Hiermee wordt benadrukt dat het doel van de compensatieregeling is om werkgevers te stimuleren ‘slapende dienstverbanden’ te beëindigen door cumulatie van kosten voor de werkgever te compenseren. Wel geldt dat er niet meer gecompenseerd wordt dan de transitievergoeding berekend na twee jaar ziekte, met in achtneming van de huidige rekenregels.

Uitvoeringspraktijk UWV
Het UWV heeft inmiddels aangegeven hoe er omgegaan wordt met dergelijke compensatieverzoeken.

Situatie 1
Stel dat je als werkgever in het verleden al een aanvraag voor compensatie had ingediend welke door het UWV was afgewezen, dan wijzigt die beslissing niet meer door de uitspraak van de CRvB. Het Ministerie van SZW heeft namelijk besloten dat het UWV herhaalde aanvragen niet opnieuw mag beoordelen.

Situatie 2
Heb je als werkgever daarentegen nog niet eerder een aanvraag ingediend, maar is het langer dan zes maanden geleden dat de volledige transitievergoeding is betaald? Dan is een nieuwe aanvraag te laat, omdat de aanvraagtermijn inmiddels is verstreken. Een verzoek om compensatie moet immers binnen zes maanden na de uitbetaling worden ingediend.

Situatie 3
In de overige situaties kun je, als u nog slapende dienstverband heeft van vóór 1 juli 2015, deze beëindigen en daarvoor een compensatieverzoek indienen bij het UWV.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:54:58+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Compensatie transitievergoeding diepslapers en afhandeling door UWV

Vakantiewerk of bijbaantje in de zomer

In de vakantie zijn er veel scholieren en studenten die een centje willen bijverdienen met een vakantiebaantje. Welke speciale regels zijn dan van toepassing? Belangrijke informatie voor jongeren én werkgevers op een rij.

Informatie voor jongeren
Studenten met studiefinanciering ‘oude regeling’
Voor mbo’ers en studenten in het hoger en universitair onderwijs die zich voor 1 september 2015 hebben ingeschreven én studiefinanciering ontvangen of ontvingen (het oude stelsel), geldt tot en met 2023 een beperking wat betreft de bijverdiensten. Deze grens ligt voor 2023 op ongeveer € 16.000 (bruto per jaar).

Bijverdiensten studenten
Voor hbo- en wo-studenten zijn na de ‘oude regeling’ geen beperkingen meer met betrekking tot het bedrag dat zij mogen bijverdienen. Mbo’ers mochten dat niet, voor hen gold nog steeds dat zij ongeveer € 16.000,- mochten bijverdienen per kalenderjaar. Echter, de bijverdiensten over 2022 en 2023 worden voor hen in de praktijk al niet meer gecontroleerd. Deze verruiming is al goedgekeurd door de Tweede Kamer, maar moet ook nog door de Eerste Kamer worden geaccordeerd.

Nieuwe studiefinancieringsregeling 2023-2024
Ook met de nieuwe studiefinanciering, die ingaat voor het studiejaar 2023-2024, geldt dat er onbeperkt mag worden bijverdiend mét behoud van basisbeurs en een eventuele aanvullende beurs.

Tip!
Ook studenten in het mbo mogen vanaf het studiejaar 2023-2024 onbeperkt bijverdienen.

Kinderbijslag
Bijverdiensten van thuiswonende scholieren of studenten hebben geen gevolgen voor de kinderbijslag.

Informatie voor de werkgever
Scholieren- en studentenregeling
Werkgevers kunnen voor vakantiewerkers gebruikmaken van de zogenaamde scholieren- en studentenregeling. Dit betekent dat voor de loonheffing de kwartaaltabel gebruikt kan worden. Hierdoor hoeft minder of soms geen loonheffing te worden ingehouden. De premies werknemersverzekeringen mogen daarnaast ook berekend worden met het kwartaalmaximum. In sommige gevallen betaal je hierdoor minder premie.

Geen aangifte meer doen
Het voordeel van de regeling voor de student of scholier is dat in veel gevallen geen aangifte meer hoeft te worden gedaan en ze ook niet meer tot het volgende jaar hoeven te wachten totdat ze de te veel afgedragen loonheffing terugkrijgen. In plaats daarvan is het loon in de gewerkte periode netto hoger.

Extra regels jongeren wat betreft aantal uren werk
Ben je werkgever en werk je met jongeren, dan gelden er extra, beperkende regels. Die zijn strenger naarmate het kind jonger is. Zo mogen kinderen van 13 en 14 jaar oud op vakantiedagen werken tussen 7.00 uur en 19.00 uur, met een maximum van 7 uur per dag en 5 dagen per week. In de vakantie mogen ze niet meer dan 4 weken werken, waarvan 3 aaneengesloten. Op schooldagen is werken niet toegestaan.

Jongeren van 15 jaar mogen tussen 7.00 uur en 19.00 uur maximaal 8 uur werken, maximaal 5 dagen per week. Het maximumaantal weken in de vakantie ligt nu op 6, waarvan 4 aaneengesloten.

Voor 16- en 17-jarigen zijn de eisen nog iets soepeler. Ze mogen tussen 6.00 uur en 22.00 uur werken of tussen 7.00 uur en 23.00 uur. Ze mogen maximaal 45 uur per week werken met een maximum van 160 uur in 4 weken.

Let op!
Voor jongeren gelden ook aparte regels over het te verrichten soort werk. Zo mogen kinderen onder de 16 jaar bijvoorbeeld niet in de horeca werken als daar alcohol wordt verstrekt.


Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:44:35+02:007 juli 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Vakantiewerk of bijbaantje in de zomer

Denk na over uw fiscaal vriendelijke bedrijfsopvolging

Het kabinet heeft eerder al aanpassingen in de fiscale bedrijfsopvolgingsregelingen aangekondigd. De exacte details zijn nog niet bekend, maar deze zijn onlangs wel weer iets meer ingevuld. De voorgenomen aanpassingen zullen waarschijnlijk in drie etappes worden doorgevoerd.

Bedrijfsopvolgingsregelingen
Voor het fiscaal vriendelijk schenken of vererven van een onderneming bestaan verschillende bedrijfsopvolgingsregelingen. Zo geldt er in de schenk- en erfbelasting een voorwaardelijke vrijstelling van 100% van de waarde van de onderneming, voor zover de waarde hiervan niet meer bedraagt dan € 1.205.871 (bedrag 2023). Over het meerdere bedraagt de vrijstelling 83%. Deze vrijstelling wordt in de praktijk ook wel de BOR genoemd.

In de inkomstenbelasting is een doorschuifregeling opgenomen, in de praktijk ook wel DSR genoemd. Deze regeling voorziet in de mogelijkheid om de winst die bij schenken of vererven van een onderneming ontstaat, door te schuiven naar de opvolgers.

Voorgestelde aanpassingen
Het kabinet stelt verschillende aanpassingen van de huidige regelingen voor. Deze aanpassingen kunnen voor jou betekenen dat je straks minder of geen recht meer heeft op een vrijstelling of een doorschuifregeling. De verschillende aanpassingen gelden niet allemaal vanaf 1 januari 2024, maar zijn ook gepland vanaf 1 januari 2025 of 1 januari 2026.

Vanaf 2024
Vanaf 1 januari 2024 komen aan derden verhuurde onroerende zaken niet langer in aanmerking voor de BOR en de DSR.

Vanaf 2025
Vanaf 1 januari 2025:

gaat het maximum van de 100% vrijstelling van € 1.205.871 in 2023 naar € 1.500.000. De vrijstelling van 83% over het meerdere wordt verlaagd naar 70%;
wordt de mogelijkheid om een deel van het beleggingsvermogen ook onder de BOR te brengen, afgeschaft (de zogenaamde 5% doelmatigheidsmarge verdwijnt);
komen bedrijfsmiddelen van € 100.000 of meer die meer dan 10% ook buiten jouw onderneming (bijvoorbeeld voor privédoeleinden) worden gebruikt, niet meer volledig in aanmerking voor de BOR en de DSR, maar slechts voor het deel dat in de onderneming gebruikt wordt;
hoeven degenen die jouw onderneming overnemen niet al in dienstbetrekking te zijn om gebruik te kunnen maken van de DSR;
gaat voor een schenking in de BOR en DSR een minimumleeftijd van de voortzetter van uw onderneming gelden van 21 jaar.

Vanaf 2026
Vanaf 1 januari 2026:

gelden de BOR en de DSR alleen nog voor reguliere aandelen met een minimaal belang van 5%;
komen er versoepelingen in de termijnen waarin u de onderneming al moet drijven en de termijnen waarin de overnemer de onderneming moet voortzetten (de zogenaamde bezit- en voortzettingseis). Mogelijk wordt de vijfjaarstermijn – die in veel gevallen geldt – ook verkort;
wordt oneigenlijk gebruik van de BOR, zoals dubbel gebruik en constructies met personen van met name hoge leeftijd (de ‘rollatorinvesteringen’), aangepakt.

Let op!
De voorgenomen ingangsdata van de verschillende maatregelen staan nog niet vast. Aankomende augustus besluit het kabinet hierover definitief. Daarna moeten de verschillende maatregelen nog in de Belastingplannen voor 2024 en 2025 worden opgenomen. Deze plannen worden op Prinsjesdag dit jaar, respectievelijk Prinsjesdag volgend jaar, aan de Tweede Kamer aangeboden. Vervolgens moeten ze ook nog door de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen, voordat ze definitief zijn.

Tip!
Niet alle aanpassingen hoeven een nadeel te zijn voor uw situatie. Zo kan de verhoging van de 100% vrijstelling en het afschaffen van de dienstbetrekkingseis in uw voordeel zijn.

Wil je nog gebruikmaken van de huidige regelingen, wacht dan niet te lang en maak een afspraak met (een van) onze adviseurs over de mogelijke gevolgen van de aangekondigde aanpassingen voor jouw situatie.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-07-06T20:50:25+02:007 juli 2023|Geen categorie|Reacties uitgeschakeld voor

Denk na over uw fiscaal vriendelijke bedrijfsopvolging

Belasting op benzine, diesel en lpg omhoog vanaf 1 juli

De prijzen van brandstoffen zullen per 1 juli 2023 waarschijnlijk stijgen. De oorzaak is het feit dat de accijnzen op benzine, diesel en lpg weer worden verhoogd. Deze accijnzen waren sinds 1 april vorig jaar verlaagd als compensatie voor de sterk gestegen marktprijzen van brandstof op de vrije markt. Dit was onder meer een gevolg van de oorlog in Oekraïne.

Stijging

De stijging van de accijnzen verschilt per brandstofsoort. Voor benzine is de stijging van de accijns het grootst met ongeveer 14 cent per liter. Voor diesel bedraagt de stijging zo’n 10 cent per liter en voor lpg 6 cent per liter.

Verdere stijging per 1 januari 2024

Op 1 januari 2024 worden de accijnzen geïndexeerd. De indexatie voor 2023 was uitgesteld om de brandstofprijzen binnen de perken te houden.

Voorraden

Voorraadhouders van brandstoffen, zoals pompstations, hoeven het verschil in accijns over de voorraden niet bij te betalen. Hiervoor is een uitzondering op de wet van toepassing verklaard.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-30T16:46:30+02:0030 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Belasting op benzine, diesel en lpg omhoog vanaf 1 juli

Uitkoopregeling veehouderij bekend, subsidie vanaf 3 juli aanvragen

Veehouders die te veel stikstof produceren en willen stoppen met hun bedrijf, kunnen vanaf 3 juli 9.00 uur de hiervoor beschikbare subsidies aanvragen. Om te berekenen wat de stikstofneerslag van het bedrijf is, is de zogenaamde AERIUS check reeds opengesteld.

AERIUS check

Via de AERIUS check kunt u de stikstofneerslag van uw bedrijf berekenen. Hiervoor is een speciale site beschikbaar. Met behulp van de check wordt duidelijk wat de stikstofneerslag van uw bedrijf is, en of u mogelijk piekbelaster bent. Op basis hiervan kan worden vastgesteld of en voor welke subsidie u mogelijk in aanmerking komt.

Subsidies Lbv en Lbv-plus
Subsidies waar veehouders mogelijk aanspraak op kunnen maken betreffen de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Lbv) en voor piekbelasters de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties met piekbelasting (Lbv-plus). Op de site van de RVO is over deze subsidies meer informatie te vinden.

Subsidie aanvragen

Het loket gaat dus open op 3 juli 2023 om 9.00 uur. De Lbv is aan te vragen tot 1 december 2023 17.00 u. De Lbv-plus is aan te vragen tot 5 april 2024 17.00 uur. Dit kan via RVO.nl.

Zaakbegeleider en adviesvoucher

Veehouders die te veel stikstof produceren en met hun bedrijf willen stoppen, het bedrijf willen aanpassen of bijvoorbeeld verplaatsen, kunnen hulp krijgen van een zaakbegeleider. Daarnaast kan via de site van de RVO vanaf 10 juli 2023 een adviesvoucher worden aangevraagd.

Advies of hulp nodig?
Wilt u graag advies of heeft u hulp nodig bij het invullen en/of aanvragen van de subsidies? Of wilt u eens sparren met een adviseur wat u kunt doen in uw geval? Neem dan contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-16T19:43:26+02:0016 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Uitkoopregeling veehouderij bekend, subsidie vanaf 3 juli aanvragen

Kinderopvangtoeslag in 2024 omhoog?

De maximale uurprijzen en de toetsingsinkomens in de kinderopvangtoeslag gaan volgend jaar omhoog.

Maximale uurprijzen

Zo wordt de maximale uurprijs voor de dagopvang verhoogd van € 9,12 in 2023 naar € 9,65 in 2024. Voor buitenschoolse opvang bedraagt de maximale uurprijs in 2024 € 8,30 (2023: € 7,85). De maximale uurprijs in de gastouderopvang stijgt van € 6,85 in 2023 naar € 7,24 in 2024.

Indexering toetsingsinkomens

Ook de toetsingsinkomens worden in 2024 geïndexeerd. Omdat deze indexering uitgaat van de gemiddelde inkomensontwikkeling, is de verwachting dat ouders gemiddeld genomen in dezelfde inkomensklasse blijven. Gemiddeld gezien zal de indexering van de toetsingsinkomens derhalve niet leiden tot inkomenseffecten.

Let op! De nieuwe bedragen vanaf 2024 zijn voorlopig vastgesteld door de ministerraad. Ze worden nu eerst nog aan de Tweede en Eerste Kamer voorgelegd en daarna voor advies aan de Raad van State.


Nieuw stelsel vanaf 2027?

Het kabinet is voornemens om in 2027 de kinderopvangtoeslag af te schaffen. Vanaf 2027 zou dan een stelsel met een inkomensonafhankelijke vergoeding ingevoerd moeten worden. Het vergoedingspercentage in dit stelsel zal naar verwachting 96% bedragen.

Let op! Voor een gezamenlijk toetsingsinkomen tot en met € 28.297 bedraagt het vergoedingspercentage in 2024 96% voor het eerste en elk volgend kind. Met het stijgen van het gezamenlijke toetsingsinkomen neemt dit percentage af, tot vanaf een toetsingsinkomen van € 218.105 het percentage 33,3% bedraagt voor het eerste en 67,1% voor elk volgend kind.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-09T12:48:28+02:0010 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Kinderopvangtoeslag in 2024 omhoog?

Btw-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Ondernemers die een verleggingsregeling in de btw toepassen, dienen de identiteit van de afnemer vast te stellen. De Hoge Raad oordeelde onlangs dat dit noodzakelijk is vanwege een effectieve controle op heffing en inning van de btw bij de afnemer.

Verleggingsregeling

Als een verleggingsregeling van toepassing is, dient niet de leverancier van goederen btw te berekenen en af te dragen, maar de afnemer. Nederland kent een aantal verleggingsregelingen die bedoeld zijn om fraude tegen te gaan en die met name zien op fraudegevoelige artikelen, zoals mobiele telefoons, laptops, oude metalen en lompen.

Afnemer onbekend

In bovengenoemde zaak had een handelaar oude metalen geleverd aan een afnemer, zonder dat de identiteit van de afnemer was vastgesteld. Bij het afhalen van de oude metalen was weliswaar een btw-identificatienummer verstrekt, maar dit bleek niet te kloppen. Toch waren facturen verstrekt waarop de btw was verlegd. De inspecteur legde een naheffing op aan de handelaar vanwege het ten onrechte verleggen van de btw, waarna de zaak voor de rechter kwam.

Identiteit vereist?

In deze zaak was de vraag met name of voor toepassing van de verleggingsregeling de identiteit van de afnemer bekend moest zijn. Hof Den Bosch oordeelde dat het voldoende is als duidelijk is dat de afnemer een ondernemer is, maar volgens de Hoge Raad is dit niet genoeg. Zonder de identiteit is immers niet gegarandeerd dat de verschuldigde btw ook geheven en afgedragen wordt.

Verschillende verleggingsregelingen

In de zaak bij de Hoge Raad ging het om de levering van oude metalen. In de wet zijn echter nog meer verleggingsregelingen opgenomen om fraude tegen te gaan. Het oordeel van de Hoge Raad geldt ook voor die verleggingsregelingen. Het gaat hierbij onder meer om de btw-verleggingsregelingen bij:
• onderaanneming en personeel uitlenen in de sectoren bouw, scheepsbouw, schoonmaakbedrijven en hoveniers,
• levering van mobiele telefoons, chips, spelcomputers, laptops en tablets.
• levering van goud, en
• levering van afval en oude materialen.

Speel op zeker!

De uitspraak maakt duidelijk dat leveranciers die een verleggingsregeling toepassen er goed aan doen op zeker te spelen. Wie een verleggingsregeling toepast zonder zekerheid te hebben over de identiteit van de afnemer, loopt het risico zelf via een naheffing voor de af te dragen btw op te moeten draaien.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-09T12:56:37+02:0010 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Btw-verleggingsregeling vereist identiteit afnemer

Subsidieregeling praktijkleren vanaf 2 juni weer van start

Wil je als werkgever een praktijk- of werkleerplaats aanbieden zodat mensen beter voorbereid zijn op de arbeidsmarkt? Kijk dan of je in aanmerking komt voor de Subsidieregeling praktijkleren.
De Subsidieregeling praktijkleren is een tegemoetkoming voor de kosten die je maakt voor de begeleiding van een leerling of student. Ook de loon- of begeleidingskosten van een promovendus of technologisch ontwerper in opleiding (toio) komen voor subsidie in aanmerking.

Doelgroep Subsidieregeling praktijkleren

De subsidieregeling is bedoeld voor:
• kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt voor wie toegang tot de arbeidsmarkt een probleem is;
• studenten die een opleiding volgen in sectoren waar een tekort ontstaat aan gekwalificeerd personeel;
• wetenschappelijk personeel, dat onmisbaar is voor de Nederlandse kenniseconomie.
Niet elke opleiding, onderwijsvorm of leerweg komt in aanmerking. De voorwaarden om voor subsidie in aanmerking te komen, verschillen per onderwijscategorie.

Aanvraag indienen bij de RVO

Je kunt jouw aanvraag indienen bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). Op de website van de RVO staan alle voorwaarden per onderwijscategorie. Aanvragen is mogelijk vanaf vrijdag 2 juni a.s. om 9.00 uur. De subsidieregeling sluit op vrijdag 15 september 2023 om 17.00 uur.

Let op!Voor het indienen van de aanvraag is eHerkenning nodig (minimaal niveau 3 met machtiging RVO-diensten op niveau eH3).
Wanneer je voldoet aan de voorwaarden, kun je een subsidie ontvangen van maximaal € 2.700 per gerealiseerde praktijk- of werkleerplaats. De RVO neemt alle op tijd ingediende aanvragen in behandeling. Als er meer subsidie wordt aangevraagd dan beschikbaar is in een onderwijscategorie, dan wordt het budget evenredig over de ingediende aanvragen in die categorie verdeeld. Uiterlijk 30 december 2023 neemt de RVO een besluit over jouw aanvraag.

Administratie bijhouden

Tijdens de begeleidingsperiode moet je als werkgever een administratie bijhouden. U moet onder andere van elke leerling of student in het bezit zijn van de praktijkleerovereenkomst en de aanwezigheids- en begeleidingsadministratie. Deze moet je op verzoek kunnen verstrekken. De RVO voert steekproefsgewijs controles uit.

Contact

Zijn er vragen over bovenstaand bericht, neem dan vooral contact met ons op via telefoonnummer 0222-314141 voor onze vestiging op Texel of 0223-612255 voor onze vestiging in Den Helder.

Door |2023-06-02T20:02:05+02:002 juni 2023|Nieuws, Nieuws zonder blog|Reacties uitgeschakeld voor

Subsidieregeling praktijkleren vanaf 2 juni weer van start